Gemeenteblad van Midden-Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Groningen | Gemeenteblad 2025, 552064 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Groningen | Gemeenteblad 2025, 552064 | beleidsregel |
Leidraad invordering gemeente Midden-Groningen 2025
Het college van B&W van de Gemeente Midden-Groningen;
gelet op de Invorderingswet 1990 en de artikelen 160, 231, 249 en 251 tot en met 257 van de Gemeentewet, alsmede de verordening kwijtschelding van de gemeente Midden-Groningen;
besluit vast te stellen de: Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen van de gemeente Midden-Groningen 2025
Hoofdstuk 1 Inleiding en toepassingsgebied
De gemeente Midden-Groningen vindt het belangrijk dat het invorderingsproces past binnen de kaders van de gemeentelijke Incassovisie. Een goed geregeld invorderingsproces, met tijdige en consistente invorderingsacties en met oog voor de menselijke maat, draagt in de praktijk bij aan het succesvol innen van vorderingen. Besluiten tot oninbaarheid van vorderingen vindt pas plaats nadat alle incassomogelijkheden zijn onderzocht. Zie hiervoor de gemeentelijke Beleidsregels oninbaar verklaren van belastingschulden.
Er is behoefte aan duidelijk geformuleerde beleidsregels over het invorderingsproces, die aansluiten bij de huidige wet- en regelgeving. In deze Leidraad komt het beleid rond de meest relevante werkzaamheden aan de orde. Voor niet benoemde onderwerpen verwijzen we naar het model van de VNG.
Verder maakt een duidelijk invorderingsbeleid het mogelijk om een uniforme gedragslijn te voeren. De beginselen van proportionaliteit, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid spelen in toenemende mate een rol. De gemeente Midden-Groningen wil voor al haar relaties, zowel in- als extern, inwoners als bedrijven, een betrouwbare partner zijn.
De incassovisie van de gemeente Midden-Groningen raakt vooral de inwoners en bedrijven die door welke omstandigheden dan ook hun betalingsverplichting niet goed nakomen. In het algemeen worden belastingschuldigen gekenschetst als wel- of niet-willers en wel-of niet-kunners. Het beleid is afhankelijk van deze kwalificatie. Bij de wel-kunners, maar niet-willers zal de gemeente de wettelijke invorderingsmaatregelen onverwijld en zonder voorbehoud toepassen. Bij de niet-kunners, maar wel-willers wordt gekeken of kwijtschelding mogelijk is, of een soepele betalingsregeling. Bij beide andere categorieën wordt eveneens specifiek maatwerk geleverd. In alle gevallen heeft de gemeente een zorgplicht naar haar inwoners en bedrijven om het onnodig ontstaan of toenemen van schulden te voorkomen. Deze zorgplicht ziet ook op het behoud van het bestaansminimum en het in acht nemen van de beslagvrije voet.
Voorbeelden van niet-kunners zijn belastingschuldigen waar recht op kwijtschelding is of waar tijdelijk onvoldoende middelen zijn. Ook mensen met psychische of cognitieve problematiek zullen vaak niet-kunners zijn. Als er recht op kwijtschelding is maar nog een te betalen bedrag overblijft, kan er ook sprake zijn van een niet-willer indien betrokkene weigert zijn afvalaanbod aan te passen.
De gemeente Midden-Groningen geeft invulling aan de door haar opgestelde zorgplicht door onder andere:
- de inzet van kosteloze maatregelen om verdere schulden te voorkomen;
- zo vroeg mogelijk met (potentiële) niet-betalers in contact te treden;
- alle mogelijke contactmomenten te benutten voor informatieoverdracht en het bieden van hulp;
- de invordering/incasso bij belastingschuldigen optimaal af te stemmen op de betaalmogelijkheden;
- ervoor te zorgen dat door de gemeente Midden-Groningen ingeschakelde externe partijen zich houden aan de opgestelde incassovisie;
- nauwe samenwerking tussen Team Belastingen en medewerkers van de Kredietbank;
Het college van B&W heeft de Leidraad Invordering 2025 vastgesteld.
De Leidraad is gepubliceerd via www.overheid.nl
De invordering van belastingen is geregeld in verschillende wetten en regels. Hieronder volgen drie belangrijke wetten:
Invorderingswet 1990 (IW 1990)
De gemeente Midden-Groningen is op grond van de Gemeentewet (artikelen 231 en 249) bevoegd om de IW 1990 en de Kostenwet te gebruiken om belastingen te innen. De IW is verder uitgewerkt in de Uitvoeringregeling Invorderingswet (UR IW), een ministeriële regeling.
Kostenwet invordering Rijksbelastingen
De kostenwet bevat tarieven voor invorderingsmaatregelen, zoals aanmaningen, dwangbevel en beslaglegging. Voor de actuele tarieven moet de Kostenwet worden geraadpleegd.
Algemene wet bestuursrecht (Awb)
De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een wet die regels geeft over hoe de gemeente moet omgaan met burgers en bedrijven. Het zorgt ervoor dat de gemeente eerlijk, duidelijk en volgens bepaalde procedures handelt als zij besluiten neemt die invloed hebben op mensen. Volgens de Invorderingswet 1990 zijn niet alle regels uit de Awb van toepassing, maar voor de invordering van gemeentelijke belastingen proberen wij zoveel mogelijk de werkwijze uit de Awb te volgen.
Het college van B&W is verantwoordelijk voor de uitvoering. Het college kan nadere regels voor de heffing en invordering stellen. Daarbij kan worden gedacht aan regels voor de aangifte, het opleggen van voorlopige aanslagen, maar ook richtlijnen bij de uitleg van bepalingen in de verordening. Ook wijst het college van B&W de heffingsambtenaar en de invorderingsambtenaar aan.
De heffingsambtenaar is verantwoordelijk voor het opleggen van de belastingaanslagen. Naast het opleggen van de aanslagen beslist de heffingsambtenaar ook op de bezwaarschriften, en treedt voor de gemeente op in beroep en hoger beroep. De heffingsambtenaar is een zelfstandig bestuursorgaan.
De invorderingsambtenaar is verantwoordelijk voor het incasseren van de opgelegde aanslagen. Naast het verzenden van de aanslagen en het incasseren van de bedragen, zorgt de invorderingsambtenaar voor dwangmaatregelen zoals aanmaningen en dwangbevelen. De invorderingsambtenaar is eveneens een zelfstandig bestuursorgaan.
Degene die de belastingaanslag moet betalen, dus op wiens naam de belastingaanslag is gesteld, is e belastingschuldige.
De gevorderde (hoofd)som is het openstaande belastingbedrag, zonder kosten van de aanmaning en het dwangbevel en zonder invorderingsrente.
Deze persoon is wettelijk bevoegd om deurwaarderswerkzaamheden in het kader van dwangmaatregelen te verrichten voor de invordering van gemeentelijke belastingen. Hij voert zijn taken altijd uit in opdracht van de invorderingsambtenaar en houdt bij de uitoefening van die taken rekening met de persoonlijke situatie van de belastingschuldige.
De gemeente Midden-Groningen heeft een overeenkomst met:
Telefoonnummer: 088 – 209 32 00]
E-mail: invordering@flanderijn.nl
Website: www.flanderijninvordering.nl
Hoofdstuk 2 Het invorderingsproces
Het proces van belastinginning is eenvoudig: er ontstaat een schuld, een belastingaanslag wordt verstuurd, en er wordt gecontroleerd of de betaling plaatsvindt. Als de betaling uitblijft, wordt er een herinnering en vervolgens een aanmaning gestuurd. Indien betaling nog steeds uitblijft, kan er een dwangbevel worden gestuurd en uiteindelijk kunnen dwangmaatregelen zoals loonbeslag volgen.
Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, dan kiest de gemeente voor de meest eenvoudige, snelle en goedkope manier.
Bij alle stappen vanaf de aanmaning zijn de afwegingen uit de Incassovisie van toepassing. Dat betekent dat de invorderingsambtenaar zich een beeld van de belastingschuldige probeert te vormen. Aan de hand daarvan wordt maatwerk geleverd. Bij het maatwerk is de analyse op basis van ‘niet-willers’ of ‘niet-kunners’ van belang.
2.1 Stap 1: belastingaanslag (art. 8 IW)
Een belastingaanslag wordt vastgesteld door de heffingsambtenaar. Op de belastingaanslag staat wanneer het geld op de rekening van de gemeente moet staan. De belastingschuldige moet het hele bedrag betalen voordat de laatste betalingstermijn is verstreken.
Versturen van het aanslagbiljet
De belastingaanslag wordt naar de belastingschuldige gestuurd. In sommige gevallen wordt de belastingaanslag niet naar de belastingschuldige, maar naar zijn wettelijke vertegenwoordiger gestuurd.
De belastingaanslag kan ook digitaal via MijnOverheid worden gestuurd. De belastingaanslag komt binnen in de Berichtenbox van belastingschuldige en wordt niet meer per post toegestuurd. Als de belastingschuldige géén berichten meer wil ontvangen in de Berichtenbox, dan dient hij dat zelf aan te passen bij MijnOverheid.
2.3 Stap 3: aanmaning (art. 11 IW)
Betaalt de belastingschuldige na de betalingsherinnering niet? Dan volgt een aanmaning. Hij moet dan volgens art 11 IW binnen veertien dagen het openstaande bedrag betalen, met de in de Kostenwet vermelde extra kosten. De medewerkers budgetbeheer van de Kredietbank krijgen bericht over de cliënten die kandidaat zijn voor een aanmaning, met de bedoeling alsnog te betalen zonder extra kosten.
2.4 Stap 4: vooraankondiging dwangbevel
Stap 4 is een belangrijk moment in de dwanginvordering. Hier moet de analyse gemaakt worden van de niet-willers versus de niet-kunners. Bij eerstgenoemde categorie gaat de dwanginvordering verder. Voor de tweede categorie probeert de gemeente zoveel mogelijk instrumenten in te zetten ter voorkoming van (verdere) schuldenopbouw. Uiteraard blijft het belang van de invordering van de belastinggelden voorop staan.
In deze fase wordt in het kader van het project Vroegsignalering een groep belastingschuldigen geselecteerd waar het risico op meervoudige schuldenproblematiek het grootst lijkt. Met deze groep wordt contact gezocht door de medewerkers van Belastingen en/of preventiemedewerkers van de Kredietbank. Zie de aanbevelingen uit de Evaluatie gemeentebelastingen als signaalpartner bij vroegsignalering (VNG). Daarnaast proberen de medewerkers Belastingen in deze fase met de andere belastingschuldigen zoveel mogelijk contact te krijgen via telefoon of e-mail.
Vooraf aan het dwangbevel stuurt de invorderingsambtenaar nog een kosteloze ‘vooraankondiging dwangbevel’ (laatste waarschuwing). De belastingschuldige moet het nog openstaande bedrag binnen zeven dagen betalen.
2.5 Stap 5: dwangbevel (art. 12 IW)
Als ook na de vooraankondiging dwangbevel de belastingschuldige de belastingaanslag niet betaalt, zal de invorderingsambtenaar dwangmaatregelen moeten nemen.
Voor het nemen van die maatregelen moet de invorderingsambtenaar een dwangbevel hebben. Dit is een officiële brief waarin de belastingschuldige het bevel krijgt om de schuld te betalen. Op dit document wordt ook uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheden van kwijtschelding, een betalingsregeling en het hulpaanbod van de Kredietbank.
2.6 Stap 6: betekenen dwangbevel (art. 13 IW)
De invorderingsambtenaar kan op grond van een dwangbevel (administratief) beslag leggen. Dat kan nadat het dwangbevel bekend is gemaakt aan de belastingschuldige. Het dwangbevel wordt bekend gemaakt door betekening.
Betekenen houdt in dat de belastingschuldige informatie krijgt over:
- de belastingaanslag die nog niet is betaald;
- de plicht om te betalen, en;
- de gevolgen als er niet wordt betaald.
Er zijn twee manieren om het dwangbevel te betekenen:
1. Door de invorderingsambtenaar via de post (art. 13 IW).
2. Door een deurwaarder volgens de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Voor het betekenen van een dwangbevel moet de belastingschuldige betalen. Hoe hoog de kosten zijn, hangt af van de gevorderde som.
2.7 Stap 7: vordering (art. 19 IW)
De invorderingsambtenaar kan een derde verplichten om de belastingaanslag van de belastingschuldige te betalen. Dit kan alleen als die derde geld moet betalen aan de belastingschuldige of geld onder zich heeft van die belastingschuldige. De invorderingsambtenaar schrijft een brief aan de derde waarin staat dat de derde moet zorgen voor de betaling. Dit is de vordering. De invorderingsambtenaar kan er ook voor kiezen om een overheidsvordering uit te voeren. Dan wordt het bedrag (tot een maximum van € 1000) van de bankrekening van de belastingschuldige afgeschreven.
2.8 Stap 8: hernieuwd bevel tot betaling (art.14 IW)
Als de belastingschuldige na een met de post gestuurd dwangbevel niet op tijd betaalt, dan gaat de belastingdeurwaarder op bezoek met een hernieuwd bevel tot betaling.
Hij geeft dit aan de belastingschuldige of aan één van zijn huisgenoten. De belastingschuldige moet het verschuldigde bedrag direct aan hem betalen. Als er niemand thuis is, doet de belastingdeurwaarder het hernieuwd bevel in de brievenbus. In dat geval krijgt de belastingschuldige nog twee dagen om te betalen.
Rol deurwaarder bij betekening
De deurwaarder houdt rekening met de wens van de gemeente om maatwerk te leveren. Afspraken hierover zijn verwoord in het Pakket van Eisen (en de uitwerking daarvan), dat de basis was in de aanbesteding.
Kosten hernieuwd bevel tot betaling
Voor het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling brengt de deurwaarder extra kosten in rekening.
2.9 Stap 9: beslag (artikel 14 IW)
Als de belastingschuldige na het hernieuwd bevel niet betaalt dan kan de invorderingsambtenaar de belastingdeurwaarder opdracht geven om beslag te leggen. Beslaglegging is een juridische term.
Het verwijst naar de handeling waarbij een deurwaarder het recht heeft om eigendommen van een belastingschuldige in beslag te nemen. In het volgende hoofdstuk wordt dit toegelicht.
Hoofdstuk 3 Waarop kan beslag worden gelegd?
Als de belastingschuldige na het dwangbevel nog niet betaalt, kan er beslag worden gelegd of een vordering worden gedaan op het inkomen of de eigendommen. In dit hoofdstuk worden die maatregelen verder toegelicht. De deurwaarder houdt ook bij beslagleggingen rekening met maatwerk. Mogelijke kosten die gemaakt moeten worden komen voor rekening van de belastingschuldige.
Beslaglegging kan plaatsvinden op verschillende soorten eigendommen. Deze worden hieronder benoemd.
3.1 Vordering op loon of uitkering (loonbeslag)
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen op loon, uitkering, pensioen of op andere periodieke betalingen die de belastingschuldige ontvangt. Iedere maand eist hij dan een deel van het salaris of uitkering op van de werkgever of instantie die de uitkering betaalt. Het loonbeslag gaat in op het moment dat de vordering aan de werkgever of uitkerende instantie wordt gestuurd. Deze vordering is geldig totdat de totale belastingschuld is afbetaald.
De werkgever of uitkeringsinstantie is verplicht de vordering uit te voeren vanaf de eerstvolgende betaling van het loon, uitkering of pensioen. Voordat het loonbeslag kan worden gestart moet er eerst een vooraankondiging aan de belastingschuldige worden gestuurd.
De beslagvrije voet is het deel van het inkomen waar geen beslag op mag worden gelegd. De belastingschuldige moet namelijk een minimumbedrag overhouden om van te leven. De beslagvrije voet wordt volgens de wettelijke regels berekend op basis van onder andere het inkomen, de leef- en de woonsituatie. Als uit de berekening blijkt dat de beslagvrije voet gelijk of hoger is dan het inkomen van de belastingschuldige, dan wordt de beslagvrije voet aangepast naar 95% van het inkomen.
Bezwaar tegen beslagvrije voet
De belastingschuldige kan bezwaar maken tegen de hoogte van het bedrag dat hij maandelijks krijgt (de beslagvrije voet). Daarvoor dient hij binnen vier weken contact op te nemen met deurwaarderskantoor Flanderijn.
Vordering (loonbeslag) opheffen
Het loonbeslag stopt als de volledige openstaande schuld en de bijkomende kosten zijn betaald of als de belastingschuld is kwijtgescholden. De gemeente kan de vordering ook om andere redenen stopzetten. De werkgever of uitkerende instantie krijgt daarover bericht.
Een betalingsvordering is een manier om beslag te leggen op de betaal- en spaar- en andere rekeningen bij de bank van de belastingschuldige. De betalingsvordering kan worden toegepast bij zowel particulieren als ondernemingen.
Beslagvrij bedrag en betalingsvordering
Voor ondernemingen geldt er geen beslagvrij bedrag. Alleen voor particulieren blijft het zogenoemde beslagvrij bedrag beschikbaar. Met dit bedrag kan de belastingschuldige blijven voorzien in zijn levensonderhoud. Het bedrag boven dit vrij te laten bedrag wordt gebruikt om de belasting te betalen. Het beslagvrij bedrag is wettelijk vastgesteld en is afhankelijk van de leefsituatie.
De maximale bedragen en de berekening zijn vastgelegd in artikel 475da, lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
De invorderingsambtenaar brengt geen kosten in rekening voor de betalingsvordering. De bank kan wel kosten in rekening brengen.
Wanneer wordt de belastingschuldige geïnformeerd over een betalingsvordering
De belastingschuldige krijgt binnen acht dagen een brief nadat er een betalingsvordering is gedaan. In die brief wordt ook het beslagvrij bedrag vermeld. Ook krijgt de belastingschuldige een brief zodra de bank de belastingschuld heeft betaald.
Bezwaar maken tegen de betalingsvordering is niet mogelijk
Belastingschuldige kan geen bezwaar of beroep indienen tegen de betalingsvordering. Als de belastingschuldige het niet eens met de beslaglegging dan kan hij een kort geding starten waarbij de rechter wordt gevraagd om de beslaglegging ongedaan te maken.
3.3 Vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen
De invorderingsambtenaar kan een vordering doen onder derden die huur of pacht aan belastingschuldige moeten betalen. Ook kan de invorderingsambtenaar een vordering doen onder de curator in het faillissement van belastingschuldige en onder personen die gelden van de belastingschuldige onder zich hebben, zoals het geval kan zijn bij notarissen en bewindvoerders.
De vordering onder huurder, pachter, curator of houder van penningen wordt in voorkomende gevallen toegepast.
De belastingdeurwaarder kan bij de belastingschuldige thuis of in zijn bedrijf komen om beslag te leggen op de roerende zaken, bijvoorbeeld op een auto of andere spullen. Hij maakt hiervan een verslag; het proces-verbaal van beslag. De belastingschuldige ontvangt een kopie hiervan.
Daarin staat wanneer er beslag is gelegd, om welke roerende zaken het gaat en op welke datum deze in het openbaar zullen worden verkocht.
Niet alle roerende zaken mogen in beslag worden genomen. Zo moeten bepaalde meubels blijven staan. Op een later tijdstip kunnen de in beslaggenomen zaken executoriaal (in het openbaar) worden verkocht.
Als er beslag is gelegd, kan de belastingschuldige niet meer vrij over zijn bezittingen beschikken. Hij mag de bezittingen niet beschadigen, verkopen of weggeven. De belastingdeurwaarder kan ze ook weghalen. Als de belastingschuldige na het beslag niet betaalt, verkoopt de belastingdeurwaarder de in beslag genomen bezittingen.
Bij een beslag op roerende zaken houdt de invorderingsambtenaar er rekening mee dat het niet is toegestaan om beslag te leggen als verwacht wordt dat de opbrengst bij verkoop minder oplevert dan de kosten van de beslaglegging en de verkoop.
Hiervan kan worden afgeweken als de invorderingsambtenaar aannemelijk maakt dat de belastingschuldige door het beslag en de verkoop van de roerende zaken niet op een te zware manier wordt benadeeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij beslag ter voorkoming van meer schulden.
De invorderingsambtenaar kan ook beslag laten leggen als de verwachte opbrengst aanmerkelijk lager is dan de opbrengst als aannemelijk is dat de belastingschuldige zijn schuld wel kan, maar niet wil betalen.
Toestemming bij grote bedrijven
Als de invorderingsambtenaar maatregelen wil nemen die het voortbestaan van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers kunnen bedreigen, moet hij eerst toestemming aan het college van B&W vragen.
De invorderingsambtenaar vraagt ook altijd toestemming aan het college van B&W als:
- de beslaglegging bedoeld is om snel (een deel van) de bezittingen van het bedrijf te verkopen;
- door de beslaglegging geld of de voorraad van het bedrijf vrijwel helemaal in beslag wordt
- derden niet onwetend blijven van de beslaglegging, zoals altijd het geval bij een beslag onder
3.5 Beslag op onroerende zaken
Als de belastingschuldige een schuld heeft én een eigen woning of ander onroerend goed, dan kan de invorderingsambtenaar beslag leggen op die woning of het onroerend goed. Die kan dan verkocht worden en met de opbrengst van die verkoop kan de belastingschuld betaald worden.
Het beslag wordt ingeschreven bij het Kadaster. Wanneer er een hypotheek rust op de woning moet ook de financiële instelling, vaak een bank, van het beslag op de hoogte worden gebracht.
Inschrijving bij het Kadaster brengt extra kosten met zich mee, die ten laste van de belastingschuldige komen.
Door beslag te leggen op een woning, heeft de invorderingsambtenaar het recht om de woning via een notaris te verkopen. Dit hoeft niet automatisch te betekenen dat het tot een verkoop komt. Er is meestal nog ruimte om het samen op te lossen.
De bank waar de hypotheek loopt, heeft echter het recht om de verkoop over te nemen. Een gevolg kan zijn dat de bank de hypotheek opeist. Dat betekent dat de belastingschuldige het hele bedrag van de hypotheek in één keer terug moet betalen of dat de bank het huis verkoopt.
Hoofdstuk 4 Acties door belastingschuldige
In dit hoofdstuk worden handelingen van de belastingschuldige toegelicht die gevolgen hebben voor het invorderingsproces.
De meest voor de hand liggende actie is een betaling. Bij de afboeking van een betaling op een belastingaanslag moeten als eerste de kosten, als tweede de eventuele rente en als derde het restant van de betaling worden afgeboekt op de belastingaanslag (art. 7 IW).
4.1 Hoe kan een belastingaanslag worden betaald?
De belastingschuldige kan op de volgende manieren de belastingaanslag betalen:
- door het bedrag zelf over te maken op rekeningnummer NL48 BNGH 0285 1604 78 van de
gemeente Midden-Groningen. Vanuit het buitenland dient ook de BIC-code BNGHNL2G te
- door het bedrag contant of per pin te betalen. Dat kan in het Huis van Cultuur en Bestuur;
- door het bedrag te betalen via iDeal met een QR-code;
- door middel van automatische incasso.
De aanslag kan ook door iemand anders betaald worden. Bijvoorbeeld door een budgetbeheerder van de Kredietbank.
Als de belastingschuldige in termijnen betaalt met een automatische incasso, dan hoeft hij zelf geen geld over te maken. De gemeente schrijft het bedrag af van zijn rekening in maximaal tien keer. Dat doet de gemeente altijd rond de laatste werkdag van de maand. Meer informatie staat op de website van de gemeente.
Regels die gelden voor de automatische incasso (Incassoreglement)
Om ervoor te zorgen dat de automatische incasso zorgvuldig en overzichtelijk verloopt, heeft de gemeente een incassoreglement vastgesteld. Het incassoreglement is bindend. Met andere woorden: zowel de gemeente als de belastingschuldige moeten zich houden aan de regels die in het reglement staan.
Het incassoreglement is hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2019-85555.html
Er is pas betaald als het bedrag op de rekening van de gemeente is ontvangen.
- Bij een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcardtransactie als tijdstip
- Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de
belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling.
- Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de
4.4 Richtlijnen bij het afboeken van een betaling
Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen:
- betalingen moeten worden afgeboekt op de aanslag die door de belastingschuldige is
aangegeven, behalve als de aangegeven bestemming in strijd is met artikel 7 IW;
- betalingen waarbij de belastingschuldige geen betalingskenmerk (bijvoorbeeld een aanslagnummer) heeft vermeld (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de openstaande belastingaanslagen waar belastingschuldige het grootste risico loopt op kostenverhoging;
- een teveelbetaling wordt op dezelfde manier behandeld als een ongerichte betaling.
4.5 Betaling bij vergissing of misverstand
Als de belastingschuldige per ongeluk heeft betaald door een duidelijke vergissing of misverstand, zal de invorderingsambtenaar het bedrag niet direct terugbetalen. Het kan namelijk zijn dat de betaling toch terecht was, waardoor de schuld is betaald en invordering niet zomaar opnieuw kan plaatsvinden.
In die gevallen wordt het bedrag niet terugbetaald, tenzij de belastingschuldige schriftelijk aan de invorderingsambtenaar laat weten dat de belastingaanslag nog niet eerder is betaald en dat hij de schuld alsnog zal betalen.
4.7 Betaling aan belastingschuldige (artikel 7a IW)
Soms moet de gemeente een bedrag betalen aan de belastingschuldige, bijvoorbeeld als er te veel is betaald. De uitbetaling van een (of meerdere) bedrag(en) aan een belastingschuldige vindt plaats op het rekeningnummer waar de oorspronkelijke betaling mee gedaan is.
Als dat niet mogelijk is dan vindt uitbetaling plaats op het rekeningnummer dat in de financiële administratie van de gemeente is vastgelegd. Een zogenoemde en/of - rekening waarop de naam van de belastingschuldige vermeld wordt, wordt gezien als een bankrekening van de belastingschuldige.
Als de belastingschuldige het uit te betalen bedrag op een ander bankrekeningnummer wil ontvangen, dan moet hij dat op tijd aan de invorderingsambtenaar doorgeven zodat daarmee bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
Als uitbetaling plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan de rekening die door de belastingschuldige is vermeld, dan moet de invorderingsambtenaar in principe opnieuw uitbetalen. Het eerder betaalde bedrag moet wel eerst worden terugbetaald door de belastingschuldige.
Als er een fout is gemaakt bij de uitbetaling en dat is te wijten aan de belastingschuldige, dan is en blijft hij verantwoordelijk voor deze fout.
De invorderingsambtenaar stelt in zo’n geval dat de (uit)betaling is afgerond (volgens artikel 6:34 van het Burgerlijk Wetboek). Als de belastingschuldige dat wil, kan hij informatie krijgen over de naam, het adres en de woonplaats van de persoon aan wie het bedrag is uitbetaald.
4.8 Uitstel van betaling en betalingsregeling (art 25 IW)
De belastingschuldige die niet per automatische incasso betaalt en die niet voor kwijtschelding in aanmerking komt (of na kwijtschelding een nog te betalen bedrag heeft staan), kan onder omstandigheden in aanmerking komen voor uitstel van betaling of een termijnregeling. De invorderingsambtenaar kan daartoe besluiten zonder de berekening van betalingscapaciteit zoals bedoeld in artikel 25 IW toe te passen.
4.8.1 Uitstel van betaling algemeen
Er zijn drie redenen op grond waarvan een uitstelverzoek kan worden ingediend:
- de belastingschuldige is het niet eens met de hoogte van de aanslag en heeft bezwaar ingediend;
- de belastingschuldige kan de aanslag niet binnen de betalingstermijnen betalen omdat hij (tijdelijk) geen of onvoldoende geld heeft;
- de belastingschuldige heeft zich gemeld bij schuldhulpverlening en de schuldhulpverlener wil starten met de minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (MSNP). Regels voor uitstel van betaling in dit geval staan vermeld in paragraaf 4.13.
De invorderingsambtenaar kan in een brief (beschikking) en onder zijn voorwaarden aan een belastingschuldige uitstel van betaling verlenen. Als uitstel wordt verleend wordt de invordering stopgezet. De invorderingsambtenaar kan hiervan afwijken als hij vreest dat de belangen van de gemeente worden geschaad of als er misbruik gemaakt wordt van het uitstel.
De invorderingsambtenaar verleent geen uitstel van betaling voor de volgende belastingaanslagen:
- legesheffing op basis van paragraaf 1.1 tot en met 2.5 van de tarieventabel;
- afvalstoffenheffing op basis van hoofdstuk 2 van de tarieventabel;
- lijkbezorgingsrechten voor meerjarige rechten en onderhoud;
4.8.2 Aanvragen van uitstel van betaling
De belastingschuldige kan op vier manieren uitstel van betaling aanvragen:
1. Via DigiD of eHerkenning met de knop 'Mijn Belastingen';
2. Via een aanvraagformulier per post of op het gemeentehuis;
3. Via email naar innen@midden-groningen.nl;
Belastingschuldige krijgt zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vijf dagen bericht of het uitstel wordt verleend en tot wanneer.
4.8.3 Uitstel van betaling in verband met bezwaar of beroep
Het indienen van een bezwaarschrift geeft niet automatisch uitstel van betaling van de belastingaanslag. De belastingschuldige moet in zijn bezwaar vragen om uitstel van betaling. Uitstel van betaling wordt door de invorderingsambtenaar alleen verleend voor de belastingsoort die betrekking heeft op het bezwaar. In geval van een bezwaar tegen de WOZ-waarde is er dus alleen uitstel van betaling voor de onroerende-zaakbelasting en niet voor mogelijke andere belastingen die op het biljet staan.
Het uitstel van betaling eindigt als er uitspraak is gedaan op het bezwaarschrift. Uitstel wordt dus niet verlengd of verleend gedurende een mogelijke beroepsprocedure.
4.8.4 Uitstel van betaling omdat de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen
Als de belastingschuldige de aanslag niet op tijd of in één keer kan betalen, dan kan hij een betalingsregeling aanvragen. Een betalingsregeling is een vorm van uitstel van betaling waarbij de invorderingsambtenaar de voorwaarde stelt dat er periodiek een deel van de aanslag wordt betaald. De invorderingsambtenaar kan ook aanvullende voorwaarden stellen.
4.8.4.1 Betalingsregeling voor particulieren
Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit doet hij om een stapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.
Verder geldt dat een betalingsregeling maximaal twaalf maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven.
4.8.4.2 Betalingsregeling voor ondernemers
Omdat de meeste belastingen jaarlijks worden opgelegd streeft de invorderingsambtenaar naar een betalingsregeling waarbij de openstaande aanslag volledig betaald is voordat de nieuwe belastingaanslag wordt opgelegd. Dit doet hij om een stapeling van schulden zoveel mogelijk te voorkomen.
Verder geldt dat een betalingsregeling voor ondernemers maximaal zes maanden duurt. De betalingsregeling start vanaf de datum waarop de regeling is verleend. Alleen als de invorderingsambtenaar vindt dat er bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn geven. Dat is bijvoorbeeld in geval van een saneringsakkoord aan de orde.
4.8.7 Wanneer wordt een betalingsregeling beëindigd?
De betalingsregeling wordt in ieder geval beëindigd als:
- de belastingschuldige zich niet houdt aan de voorwaarden van de betalingsregeling;
- blijkt dat de belastingschuldige onjuiste gegevens heeft verstrekt;
- de reden voor de betalingsregeling is komen te vervallen;
- de betalingsregeling betrekking heeft op aanslagen die in de boedel van een minnelijke of wettelijke schuldsaneringsregeling zijn ingebracht.
Als de belastingschuldige een betalingstermijn van de betalingsregeling niet heeft betaald voldoet hij niet aan de voorwaarde van de betalingsregeling. In dat geval zal de invorderingsambtenaar voordat hij de regeling beëindigt, de belastingschuldige in de gelegenheid stellen om alsnog binnen een maand de achterstand te voldoen.
De belastingschuldige kan beroep aantekenen in de volgende gevallen:
- zijn verzoek om uitstel van betaling is afgewezen;
- een eerder verleend uitstel is ingetrokken.
Het beroepschrift moet binnen tien dagen na dagtekening van de beschikking worden ingediend bij de invorderingsambtenaar, maar moet worden gericht aan het college van B&W.
Als blijkt dat het beroepschrift onvoldoende gemotiveerd is, wordt de belastingschuldige verzocht om het beroepschrift nader te motiveren.
Als het college van B&W op het beroepschrift heeft beslist, wordt de beslissing bekendgemaakt aan de belastingschuldige en/of zijn gemachtigde. De motivering wordt vermeld in een brief.
4.9 Kwijtschelding (art. 26 IW)
Als de belastingschuldige de aanslag niet kan betalen (ook niet in termijnen), dan kan hij kwijtschelding aanvragen. De invorderingsambtenaar kan dan besluiten dat de belastingaanslag niet hoeft te worden betaald, of maar voor een deel. De afhandeling van de verzoeken is uitbesteed aan het Noordelijk Belastingkantoor.
Of de belastingschuldige kwijtschelding krijgt, hangt af van zijn persoonlijke situatie. Zoals het inkomen, het vermogen en hoe hij woont. Als kwijtschelding wordt verleend worden eventuele kosten geschrapt.
Normbedragen bij kwijtschelding
Normbedragen zijn standaardbedragen die worden gebruikt bij de berekening van kwijtschelding. De belangrijkste zijn normbedragen voor inkomen, woonlasten en zorgkosten. De hoogte van deze bedragen wordt tweemaal per jaar door het Rijk vastgesteld. Ze zijn afhankelijk van leeftijd en woonsituatie van de belastingschuldigen.
De waarde van alle bezittingen van de belastingschuldige en zijn of haar partner.
Het verschil tussen het verwachte netto-inkomen per maand van de belastingschuldige en zijn of haar partner, en de te verwachten maandelijkse kosten voor levensonderhoud. Hiervan wordt een raming gemaakt voor de twaalf maanden na de aanvraag kwijtschelding.
Het totaal aan inkomsten (bijvoorbeeld loon, pensioen, sociale uitkeringen, vakantiegeld) vermeerderd met huurtoeslag en zorgtoeslag, en verminderd met de maandelijkse kosten, zoals woonlasten en de te betalen nominale premies volgens de Zorgverzekeringwet.
4.9.2 Beleidskeuzes kwijtschelding
In artikel 255 van de Gemeentewet staat dat de gemeente bij het verlenen van volledige of gedeeltelijke kwijtschelding moet voldoen aan de regels die de Minister van Financiën heeft vastgesteld op basis van artikel 26 van de Invorderingswet. Deze regels staan in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (UR IW).
De gemeente kan binnen de wettelijke grenzen afwijken van de regels die in de UR IW staan.
De afwijkingen staan in de door de gemeente opgestelde Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Midden-Groningen: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR689531/1
4.9.3 Aanvragen kwijtschelding en aanleveren informatie
Voor belastingaanslagen ouder dan 2022 dient de belastingschuldige contact met de gemeente op te nemen. Dat kan telefonisch, op het gemeentehuis of per e-mail naar kwijtschelding@midden-groningen.nl.
Voor recentere belastingaanslagen kan kwijtschelding worden aangevraagd bij het Noordelijk Belasting Kantoor (NBK).
Het NBK handelt het verzoek om kwijtschelding binnen maximaal zes maanden af en houdt zich daarbij aan de beleidsregels en keuzes van de gemeente Midden-Groningen.
Een verzoek om kwijtschelding kan digitaal ingediend worden. Op verzoek van de belastingschuldige kan het NBK ook een fysiek formulier toesturen.
Als uit de toetsing bij het Bureau InlichtingenDiensten Nederland (BIDN; tot 1 juli 2025 Stichting Inlichtingenbureau) blijkt dat er meer informatie nodig is, kan de invorderingsambtenaar deze informatie opvragen. Deze informatie moet door de belastingschuldige binnen twee weken worden aangeleverd.
Als de aanvrager ook na een herhaalde vraag niet alle gevraagde informatie levert, wordt het verzoek afgewezen. Het is wel mogelijk opnieuw een -volledig onderbouwd- verzoek in te dienen.
4.9.4 Geautomatiseerde kwijtschelding
De gemeente wil zoveel mogelijk gebruik maken van geautomatiseerde kwijtschelding, die van tevoren verwerkt wordt op de aanslagen. Zo hoeven mensen geen aanvraag meer in te dienen. De toetsing hiervoor doet de gemeente zelf door middel van een aanlevering aan het BIDN.
Voor deze toetsing vergelijkt het BIDN verschillende gegevens van andere overheidsorganisaties (onder andere van de Belastingdienst, het RDW en het UWV) met de vastgestelde normbedragen.
Uit deze toetsing kunnen verschillende bevindingen komen. Deze bevindingen worden doorgestuurd naar de gemeente. Op basis van de bevindingen kan de gemeente aanvullende informatie opvragen bij de belastingschuldige. Op basis van deze informatie wordt het kwijtscheldingsverzoek afgehandeld.
Zijn er geen bevindingen dan kan de gemeente het kwijtscheldingsverzoek toekennen zonder verdere beoordeling.
De gemeente kan het BIDN ook vragen om ieder jaar automatisch te controleren of er nieuwe bevindingen zijn bij belastingschuldigen die het afgelopen jaar kwijtschelding hebben gekregen.
Als er geen bevindingen zijn kan de gemeente automatisch, zonder kwijtscheldingsverzoek, kwijtschelding aan deze belastingschuldige verlenen. De belastingschuldige moet toestemming hebben gegeven voor deze automatische kwijtscheldingstoets.
4.9.5 Kwijtschelding van al betaalde belastingaanslagen
De invorderingsambtenaar kan belasting die al betaald is, alsnog kwijtschelden. Dit gebeurt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- de belastingschuldige moet het verzoek om kwijtschelding binnen drie maanden na de laatste betaling op de belastingaanslag indienen;
- de belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die normaal gesproken zouden hebben geleid tot kwijtschelding, als hij daar eerder om had gevraagd.
Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend. Mogelijke dwangkosten worden geschrapt.
4.9.10 Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend?
Er wordt geen kwijtschelding verleend als:
- Uit de verstrekte gegevens blijkt dat de uitgaven hoger zijn dan het inkomen, en de belastingschuldige heeft niet voldoende uitleg gegeven over het verschil;
- Het de belastingschuldige is te verwijten dat de belastingaanslag niet kan worden betaald, bijvoorbeeld wanneer er op enig moment voldoende geld aanwezig was om de aanslag te betalen, maar de belastingschuldige toch niet heeft betaald;
- Als de belastingaanslag binnen de minnelijke en/of wettelijke schuldsaneringsregeling valt;
- Daarnaast wordt geen kwijtschelding verleend voor belasting die waarschijnlijk binnen korte tijd betaald kan worden, bijvoorbeeld als er binnen een jaar na het verzoek een verbetering in de financiële situatie van de belastingschuldige wordt verwacht.
De waarde van een motorvoertuig telt niet mee voor het vermogen als het op het moment van het verzoek minder dan € 3350,00 waard is. Is het voertuig meer waard, dan wordt de volledige waarde meegenomen als vermogen.
Als er geld is geleend voor het voertuig en er een pandrecht gevestigd is, dan wordt de lening afgetrokken van de waarde van het voertuig. Een pandrecht geeft degene (bijvoorbeeld een bank) die het geld aan de belastingschuldige heeft geleend een extra garantie. Als de belastingschuldige niet betaalt, heeft de bank het recht om de auto te verkopen, voordat andere schuldeisers dit kunnen doen.
Als de belastingschuldige failliet gaat, kan de schuldeiser zijn pandrecht blijven gebruiken en proberen zijn geld te krijgen, alsof er geen faillissement is.
Als het voertuig na de verzending van het aanslagbiljet is gekocht, wordt dit als verwijtbaar gedrag gezien. Dit betekent dat de kosten voor de aanschaf van het voertuig worden opgeteld bij het banksaldo.
Als 'waarde' geldt de prijs die de autohandel wil betalen bij inkoop van de auto zonder gelijktijdige verkoop van een andere auto. De waarde van de auto wordt in beginsel bepaald op basis van de bevindingen van het BIDN of de ANWB Koerslijst. Daarbij wordt uitgegaan van de door de belastingschuldige doorgegeven kilometerstand. Als er geen kilometerstand bekend is wordt er uitgegaan van 10.000 kilometer per levensjaar van de auto.
Als het niet mogelijk is om met de ANWB Koerslijst een waarde te bepalen wordt er gekeken naar een vergelijkbare auto op de tweedehands (online) automarkt.
Een auto wordt telt niet mee als vermogen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor zijn werk of in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden. Met gezinsleden wordt bedoeld de echtgenoot van belastingschuldige, of zijn kind(eren) indien deze geen eigen inkomen/vermogen heeft (hebben) waarmee de auto kan worden betaald.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met de uitoefening van het beroep kan onder andere aannemelijk gemaakt worden met een verklaring van de werkgever of als aannemelijk is dat een ander vervoersmiddel (bijvoorbeeld fiets of openbaar vervoer) niet mogelijk is.
Noodzakelijkheid van de auto in verband met invaliditeit of ziekte kan aannemelijk gemaakt worden door het overleggen van een gehandicaptenparkeerkaart of een verklaring van een arts waaruit blijkt dat de auto noodzakelijk is.
4.10.2 Geld op bankrekening(en) en vermogen
Geld op betaalrekeningen en spaarrekeningen tellen in de regel als vermogen mee. Hierbij geldt het volgende:
- Vakantiegeld en eindejaarsuitkering (of vergelijkbare eenmalige ontvangsten) worden in mindering gebracht op het vermogen als deze korter dan drie maanden geleden zijn ontvangen;
- Als de belastingschuldige in het rood staat op een rekening, wordt dit verrekend met een andere rekening van de belastingschuldige waar geld op staat;
- De kredietruimte van een doorlopend krediet wordt niet als vermogen gezien;
- Spaartegoeden, aandelen en dergelijke tellen mee als vermogen;
- Een eventuele energietoeslag wordt in het jaar van tegemoetkomen niet als vermogen gezien;
- Een niet geoormerkte vergoeding vanwege aardbevingsschade wordt in het jaar van aanvragen niet als vermogen gezien;
- Een geoormerkte vergoeding vanwege aardbevingsschade wordt gedurende de bestedingstermijn niet als vermogen gezien;
- Een bedrag dat nog te betalen is voor college- of schoolgeld wordt ook niet als vermogen gezien;
- Een immateriële schadevergoeding wordt gedurende drie jaar niet als vermogen gezien.
4.10.3 Eigen woning en vermogen
Als een woning meer waard is dan de hypotheekschuld, telt de overwaarde mee als vermogen. Afhankelijk van de hoogte daarvan kan dit betekenen dat het verzoek om kwijtschelding moet worden afgewezen.
Als de overwaarde de enige afwijsgrond is, dan kan er weliswaar geen kwijtschelding worden verleend maar kan de gemeente afzien van invordering, indien de overwaarde niet hoger is dan het bedrag genoemd in art 34 lid 2 onder d van de Participatiewet. Invordering vindt pas plaats indien de woning wordt verkocht of wanneer de belastingschuldige volgens reguliere toetsing niet meer voor kwijtschelding in aanmerking komt.
Voor het bepalen van de waarde van de woning gebruikt de gemeente de meest recente WOZ-waarde.
Als er een bezwaar tegen de waarde van de woning wordt ingediend dat ambtshalve beoordeeld wordt (conform artikel 2 Uitvoeringsbesluit Wet woz), dan vervalt de 20% norm en wordt de waarde conform taxatie vastgesteld.
Het vermogen van thuiswonende kinderen jonger dan 18 jaar telt niet mee, tenzij de ouder (een deel van) zijn vermogen aan het kind heeft gegeven om een belastingvoordeel te behalen. In geval van thuiswonende kinderen ouder dan 18 jaar kan de heffingsambtenaar op basis van de Beleidsregels aanwijzen belastingplichtige in een keuzesituatie de belastingplicht wijzigen.
4.10.7 Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage
Uitkeringen die de belastingschuldige ontvangen als bijzondere bijstand en die bedoeld zijn om specifieke kosten te dekken, worden niet als inkomen beschouwd. Maar de bijzondere bijstand voor belastingschuldigen jonger dan 21 jaar wordt wel als inkomen gezien. Dit komt omdat deze bijzondere bijstand niet bedoeld is voor specifieke kosten, maar voor het aanvullen van een zeer lage bijstandsuitkering.
Ook ouderlijke bijdragen worden als inkomen aangemerkt, ongeacht de leeftijd van de belastingschuldige.
4.10.10 Betalingen op belastingschulden
Bij het berekenen van het netto besteedbaar inkomen wordt geen rekening gehouden met belastingaanslagen die binnen twaalf maanden na de aanvraag voor kwijtschelding nog opgelegd zullen worden.
Betalingen voor belastingschulden omvatten niet alleen betalingen aan de Rijksbelastingdienst, maar ook betalingen aan andere belastingorganisaties. Zoals bijvoorbeeld het waterschap.
4.10.11 Kwijtschelding tijdens WSNP en MSNP
Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die materieel zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid.
Dit betekent onder andere dat bij het berekenen van de betalingscapaciteit, zoals beschreven in artikel 13 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het inkomen van de belastingschuldige niet wordt verlaagd met het deel van het inkomen dat onder het financieel beheer van de schuldhulpverlener valt.
Het geld dat onder het financieel beheer van de schuldhulpverlener valt, wordt niet gezien als vermogen volgens artikel 12 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
4.10.12 Onderhoud gezinsleden in het buitenland
Als de belastingschuldige in Nederland woont, maar zijn gezinsleden in het buitenland onderhoudt, wordt voor zijn betalingscapaciteit het normbedrag voor echtgenoten gehanteerd. Er wordt rekening gehouden met de huur die in Nederland wordt betaald. De werkelijke bedragen die de belastingschuldige naar het buitenland overmaakt, tellen niet mee.
4.11 Kwijtschelding ondernemers voor privé belastingen
Voor belastingschuldigen die een bedrijf hebben of zelfstandig werken, gelden voor de gemeentelijke belastingen die betrekking hebben op de woonfunctie dezelfde kwijtscheldingsregels als voor andere natuurlijke personen.
Bij de beoordeling van de betalingscapaciteit wordt gekeken naar de aangifte inkomstenbelasting en de winst- en verliesrekening van het jaar waarin de kwijtschelding wordt aangevraagd. Om te voorkomen dat de aanvraag langer in behandeling blijft, kan de invorderingsambtenaar ook op andere wijze tot een oordeel komen.
Bij het beoordelen van het vermogen (aan de hand van de winst- en verliesrekening) wordt het bedrijfsvermogen dat nodig is voor het bedrijf, niet meegerekend.
Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige het niet eens is met de beslissing over het kwijtscheldingsverzoek, kan hij een brief sturen naar het college van B&W waarin hij uitlegt waarom hij het daarmee niet eens is. Deze brief moet worden doorgestuurd naar de invorderingsambtenaar.
De invorderingsambtenaar kan in sommige gevallen opnieuw een verzoekformulier sturen naar de belastingschuldige voor het advies aan het college van B&W. Als de belastingschuldige het formulier niet terugstuurt, krijgt hij een kans om dat alsnog te doen. Als hij dat niet doet, informeert de invorderingsambtenaar het college van B&W en raadt hij aan om het beroep af te wijzen.
Herhaald verzoek om kwijtschelding
De invorderingsambtenaar behandelt een bezwaar van de belastingschuldige tegen de beslissing over het verzoek om kwijtschelding als een administratief beroep gericht aan het college.
Dit geldt ook als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), nadat dit verzoek eerder (gedeeltelijk) werd afgewezen, en de belastingschuldige geen nieuwe feiten aandraagt. En ook niet aangeeft dat zijn financiële situatie is veranderd.
In zulke gevallen neemt de invorderingsambtenaar een nieuwe beslissing als hij denkt dat het voor de belastingschuldige gunstiger is.
Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en), maar daarbij nieuwe feiten of veranderingen noemt, dan beslist de invorderingsambtenaar op basis van die nieuwe informatie. Dit geldt ook als het college van B&W al eerder een negatief besluit heeft genomen over een administratief beroep.
Als de belastingschuldige opnieuw kwijtschelding vraagt voor dezelfde belastingaanslag(en) en er geen nieuwe feiten of veranderingen zijn, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek af, met een verwijzing naar het eerdere besluit van het college van B&W.
Als niet duidelijk is waarom er een beroepschrift is ingediend, kan de invorderingsambtenaar de belastingschuldige vragen om binnen een redelijke tijd het beroep verder toe te lichten. Als dat niet gebeurt, kan het beroep niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het beroep wordt afgewezen.
Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding
Bij het behandelen van het beroep of herhaalde verzoek, worden de gegevens gebruikt die ook voor het eerste verzoek van toepassing waren. Als het inkomen van de belastingschuldige sinds het eerste verzoek aanzienlijk is gedaald, kan het opnieuw worden berekend. Ook veranderingen in huur- of zorgtoeslag kunnen tot een herberekening leiden, maar veranderingen in levensonderhoud leiden niet tot een herberekening.
Als het college van B&W het beroep terecht vindt, kan het de zaak meteen behandelen. Het college kan het verzoek alsnog goedkeuren of afwijzen, maar dan met nieuwe of andere redenen.
Invordering tijdens administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding en ambtshalve behandeling beroepschrift
Als het beroep binnen tien dagen wordt ingediend, wordt de invordering opgeschort. Als het beroep later wordt ingediend, kan het niet ontvankelijk zijn. Toch kan het college van B&W nog altijd de bezwaren uit het beroep beoordelen, als het belang van de invordering dat niet tegenhoudt.
Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar niet op tijd beslist over een verzoek om kwijtschelding, kan de belastingschuldige hiertegen beroep instellen bij het college van B&W. Er is geen termijn voor dit beroep. Als tijdens de procedure blijkt dat de invorderingsambtenaar kwijtschelding had moeten verlenen, kan het college van B&W meteen inhoudelijk besluiten over het beroep.
Insolventieprocedures zijn de (gerechtelijke) stappen die kunnen worden gezet wanneer een belastingschuldige zijn schulden niet meer kan betalen. Als de belastingschuldige er zelf niet uitkomt, is het belangrijk dat hij zo snel mogelijk hulp zoekt bij het oplossen van zijn schulden.
De gemeente kan daarbij helpen. Zie https://www.midden-groningen.nl/financiele-hulp
De invorderingsambtenaar maakt gebruik van het Schuldenknooppunt voor het aanleveren van belastingschulden aan schuldsaneerders.
4.13.1 De minnelijke schuldsaneringsregeling (MSNP) door leden van de NVVK of gemeenten
In deze fase worden de inkomsten en uitgaven van de belastingschuldige in kaart gebracht en gestabiliseerd. Lopende invorderingsmaatregelen worden opgeschort. Als de invorderingsambtenaar van de schuldhulpverlener een melding over de stabilisatie-overeenkomst ontvangt, wordt de invordering in eerste aanleg voor een periode van acht maanden stopgezet en niet verder verzwaard. Als er na deze periode nog geen bericht van een schuldenregeling is, doet de invorderingsambtenaar navraag.
Als de schuldhulpverlener meldt dat er een schuldregelingsovereenkomst is afgesloten, krijgt de belastingschuldige uitstel van betaling gedurende de MSNP, onder de volgende voorwaarden:
- De regeling geldt voor natuurlijke personen.
- De schuldhulpverlener is lid van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) of de regeling wordt uitgevoerd door een gemeente.
- De schuldregeling is opgesteld volgens de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK, of een gelijkwaardige overeenkomst en waarbij voor de berekening van de aflossingscapaciteit wordt uitgegaan van de door Recofa (landelijk overlegorgaan van rechters-commissaris in insolventieprocedures).
- Voor ondernemers is de regeling opgesteld volgens specifieke regels (Module Schuldregeling voor ondernemers van de NVVK).
- Er een redelijke verwachting is dat het bedrijf of zelfstandig beroep van de belastingschuldige na de regeling levensvatbaar blijft.
- Het waarschijnlijk is dat de belastingschuldige in aanmerking komt voor een dwangakkoord.
Op welke belastingaanslagen is het uitstel van toepassing?
Het uitstel geldt voor belastingaanslagen tot en met de datum van de schuldregelingsovereenkomst. Splitsing van een aanslag afvalstoffenheffing (wordt achteraf opgelegd) wordt op verzoek van de schuldhulpverlener gedaan. Ook is de regeling van toepassing op belastingaanslagen die normaal gesproken niet worden kwijtgescholden.
- Als er een schuldregeling tussen de belastingschuldige en de schuldeisers wordt bereikt, vervallen
eventuele beslagen die eerder zijn gelegd.
- Er kan verrekening plaatsvinden met belastingteruggaven die te maken hebben met belasting die is ontstaan tot de dag waarop de kennisgeving van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen.
- Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de
datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het
Intrekken uitstel tijdens de MSNP
De invorderingsambtenaar kan het uitstel intrekken als de schuldhulpverlener niet binnen acht maanden (Convenant Lokale Overheid) na de datum van de schuldovereenkomst heeft aangegeven dat de schuldregeling doorgaat.
Na toepassing van de MSNP-regeling
Het restant van belastingvorderingen die ingebracht zijn in de MSNP gaan, na slotuitkering, teniet.
4.13.2 Minnelijke schuldsanering door anderen dan NVVK-leden of gemeenten
Hoe vindt beoordeling van het verzoek plaats?
Verzoeken voor een minnelijke schuldsanering, ingediend door een persoon of organisatie die geen NVVK-lid of gemeente is, worden door de invorderingsambtenaar beoordeeld op basis van de onderstaande overwegingen.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is: waarom is de schuldhulpverlener geen lid van de NVVK?
- Is het voorstel goed en duidelijk vastgelegd?
- Is het voorstel het hoogste wat de belastingschuldige financieel kan bieden?
- Is een eventueel faillissement voordeliger voor de belastingschuldige?
- Heeft de invorderingsambtenaar kans om evenveel of meer te krijgen als het faillissement dan wel de schuldsanering doorgaat?
- Is er al eerder een soortgelijk geval geweest dat als voorbeeld kan dienen?
- Hoe belangrijk is het voor de invorderingsambtenaar om datgene wat afgesproken is, volledig te ontvangen?
- Hoe groot is het aandeel van de weigerende invorderingsambtenaar in de totale schuld?
- Staat de weigerende invorderingsambtenaar alleen tegenover de andere schuldeisers die wel akkoord zijn met het voorstel?
- Is er eerder een poging geweest om een schuldregeling te treffen die niet goed is uitgevoerd?
Als na beoordeling blijkt dat kan worden ingestemd met het verzoek, dan verleent de invorderingsambtenaar voor 18 maanden uitstel van betaling.
4.14 Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP)
Als de belastingschuldige aan bepaalde voorwaarden voldoet, kan de rechter hem toelaten tot de WSNP. De WSNP stopt na 18 maanden. Deze termijn kan door de rechter worden verlengd tot vijf jaar.
- Als de rechter beslist dat de belastingschuldige een schone lei krijgt omdat hij zich aan alle afspraken heeft gehouden, dan stopt de WSNP. De belastingschulden die onder de WSNP vallen, zullen niet meer worden ingevorderd. Als er geen sprake is van een schone lei kan de invorderingsambtenaar de invordering hervatten.
- Als de belastingschuldige vraagt om kwijtschelding van belastingen die zijn ontstaan na de datum van de schuldregelingsovereenkomst, wordt het verzoek behandeld volgens het bestaande beleid.
- Splitsing van een aanslag afvalstoffenheffing (wordt achteraf opgelegd) wordt op verzoek van de schuldhulpverlener gedaan
(Nieuwe) belastingschulden die ontstaan vallen niet onder de werking van de WSNP en moeten volledig worden betaald. Hiervoor kan wel kwijtschelding aangevraagd worden.
In deze situatie, waarbij sprake is van tijdelijke liquiditeitsproblemen en waarin een faillissement niet op zijn plaats is, kan de rechter op verzoek van de belastingschuldige surseance (uitstel) van betaling verlenen aan de concurrente schuldeisers. De belastingaanslagen van de gemeente vallen daar ook onder.
Gevolgen surseance van betaling
- de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op;
- de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de bewindvoerder aan.
4.16 Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)
Het doel van deze wet is om ondernemingen met gezonde bedrijfsactiviteiten, die vanwege een zware schuldenlast failliet dreigen te gaan, te helpen met reorganiseren. Dankzij de WHOA-procedure kan de rechter een akkoord tussen een onderneming en zijn schuldeisers homologeren (goedkeuren), waardoor alle betrokken én niet betrokken schuldeisers zich aan het akkoord moeten houden.
De invorderingsambtenaar stemt in met het akkoord, als aan de volgende voorwaarden is
- het akkoord is schriftelijk aangeboden en voldoet aan de eisen van artikel 375 van de Faillissementswet;
- de vorderingen van de gemeente zijn in de juiste groep (klasse) ingedeeld;
- het is waarschijnlijk dat de rechter het akkoord goedkeurt, zodra alle nodige stappen zijn genomen.
De invorderingsambtenaar kan ook akkoord gaan met een voorstel dat niet voor alle schuldeisers geldt, of als er nog een mogelijkheid is om een derde aansprakelijk te stellen.
De invorderingsambtenaar kan akkoord gaan met een voorstel waarbij schuldeisers een deel van hun vordering omzetten in aandelen, in plaats van het niet-ontvangen bedrag af te boeken.
De invorderingsambtenaar gaat echter niet akkoord als de betaling van het afgesproken bedrag gebeurt door de belastingschuld om te zetten in aandelenkapitaal of een andere soortgelijke betalingswijze.
Deze regels zijn ook van toepassing op belastingaanslagen waarbij normaal gesproken geen kwijtschelding wordt gegeven.
Gevolgen van goedkeuring van het WHOA-akkoord
Als het WHOA-akkoord wordt goedgekeurd en het bedrag door de gemeente is ontvangen, dan wordt het deel van de belastingschuld dat niet wordt betaald, kwijtgescholden. Als een akkoord echter wordt goedgekeurd door de rechtbank, terwijl de invorderingsambtenaar hier niet mee akkoord ging, krijgt de belastingschuldige voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding. De invorderingsambtenaar zal dan geen verdere stappen ondernemen om het bedrag te innen.
Belastingschulden die ontstaan na de sanering kunnen niet worden meegenomen in het WHOA-akkoord. Deze schulden moeten worden voldaan.
Als de belastingschuldige failliet wordt verklaard, dan benoemt de rechtbank een curator. De belastingschuldige mag niet meer zelf beslissen over zijn geld of bezittingen.
Toestemming voor faillissementsaanvraag
Voor het aanvragen van een faillissement heeft de invorderingsambtenaar toestemming van het college van B&W nodig.
Toestemming is ook vereist als de invorderingsambtenaar aan een schuldeiser bepaalde inlichtingen over openstaande belastingaanslagen geeft, dat deze gebruikt kunnen worden als steunvordering bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser.
- de invorderingsambtenaar schort alle invorderingsmaatregelen op;
- gelegde beslagen komen te vervallen;
- de invorderingsambtenaar meldt alle openstaande vorderingen bij de curator aan.
Als een onderneming geen activiteiten meer uitvoert en het duidelijk is dat er geen geld of andere inkomsten zijn of komen, dan wordt er meestal gekozen om de onderneming te laten beëindigen (ontbinden) via de Kamer van Koophandel.
Na beëindiging van het faillissement van een natuurlijk persoon (mens) wordt de invordering niet meer opgestart. Dit gebeurt alleen als belastingschuldige binnen vijf jaar na het faillissement meer verdient dan het gemiddelde inkomen in Nederland, of als hij of zij bezittingen heeft die veel waard zijn.
4.18 Buitengerechtelijk akkoord
Een belastingschuldige die verwacht dat hij zijn belastingschulden niet volledig kan voldoen en een faillissement wil voorkomen, kan de invorderingsambtenaar vragen in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord. De invorderingsambtenaar kan daarmee akkoord gaan.
Daarbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
- alle schuldeisers moeten meedoen;
- alle schuldeisers krijgen hetzelfde percentage;
- het aangeboden bedrag moet in een keer worden betaald;
- de onderneming moet (na de sanering) levensvatbaar zijn en aan haar lopende verplichtingen kunnen voldoen.
Gevolgen buitengerechtelijk akkoord:
- het deel dat niet betaald is wordt oninbaar verklaard;
- voor nieuwe belastingaanslagen komt geen uitstel van betaling, maar worden snel ingevorderd.
Hoofdstuk 5 (Vervolg)acties invorderingsambtenaar
De invorderingsambtenaar heeft verschillende mogelijkheden om de belastingschuld te innen. In dit hoofdstuk worden een aantal van die mogelijkheden toegelicht.
5.1 Versnelde dwanginvordering (artikelen 10 en 15 IW)
Als één van de situaties zoals beschreven in artikel 10 IW zich voordoet, dan kan de invorderingsambtenaar met versnelde invordering de belastingaanslag direct en voor het volledige bedrag opeisen. De betalingstermijn(en) op de aanslag is/zijn dan niet meer van toepassing.
Artikel 15 IW vormt samen met art 10 IW de versnelde dwanginvorderingsprocedure. Dit artikel maakt het mogelijk om voor de belastingschuld zonder voorafgaande aanmaning direct beslag te leggen.
De invorderingsambtenaar zal de belastingschuldige altijd informeren op grond van welke feiten en omstandigheden hij tot versnelde invordering overgaat.
Op grond van dit artikel kan de invorderingsambtenaar aan een belastingschuldige uit te betalen bedragen verrekenen met van deze belastingschuldige te innen bedragen. De verrekening kan al plaats vinden met te betalen aanslagen waarvan de betalingstermijn nog niet is verstreken (dus voordat de vordering opeisbaar is). De invorderingsambtenaar bepaalt of, al dan niet tot verrekening wordt overgegaan.
De invorderingsambtenaar maakt de verrekening bekend aan de belastingschuldige met een beschikking.
5.3 Invorderingsrente (art. 28 IW)
De invorderingsambtenaar vergoedt invorderingsrente als hij meer dan zes weken te laat is met het uitbetalen van een belastingteruggaaf. En in de situatie dat de belastingschuldige een bezwaarschrift heeft ingediend en na een verzoek daartoe geen uitstel van betaling heeft gekregen en vervolgens in het gelijk wordt gesteld.
De gemeente berekent geen betalingsrente als de belastingschuldige te laat is met het betalen van zijn belastingaanslag.
5.4 Aansprakelijk voor belastingschuld van een ander (artikelen 32 tot en met 57a IW)
De belastingschuldige is zelf verantwoordelijk voor het betalen van zijn eigen belastingschuld.
Daarnaast kan iemand anders, een derde, aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de belastingschuldige.
Deze derde kan pas door de invorderingsambtenaar aansprakelijk worden gesteld voor de belastingschuld van een ander nadat de belastingschuldige in gebreke is gesteld.
De invorderingsambtenaar gaat niet direct tot aansprakelijkstelling over, maar probeert eerst om de belastingschuld bij de belastingschuldige in te vorderen.
Bij het aansprakelijk stellen kan de invorderingsambtenaar van twee soorten bepalingen gebruik maken:
- De fiscale aansprakelijkheidsbepalingen. De invorderingsambtenaar maakt dan gebruik van de Invorderingswet 1990.
- De civiele aansprakelijkheidsbepalingen. In dit geval maakt de invorderingsambtenaar gebruik van het Burgerlijk Wetboek (BW).
De invorderingsambtenaar bepaalt wie en op grond van welke wettelijke bepaling hij aansprakelijk stelt om de belastingschuld te kunnen invorderen.
Ook aansprakelijkgestelden kunnen te maken krijgen met kosten die ontstaan door invorderingsmaatregelen. De regels die gelden voor een belastingschuldige gelden ook voor een aansprakelijkgestelde.
5.4.2 Bezwaar tegen de aansprakelijkstelling
De aansprakelijkgestelde kan een bezwaarschrift indienen tegen zowel de aansprakelijkstelling zelf als tegen de belastingaanslag. Dat laatste kan alleen als de oorspronkelijke belastingschuldige niet al bezwaar heeft gemaakt. Als de invorderingsambtenaar het bezwaarschrift heeft afgewezen, kan de aansprakelijkgestelde een beroepschrift indienen bij de rechtbank. Tegen de uitspraak van de rechtbank staat vervolgens hoger beroep open bij het gerechtshof.
Tegen de schriftelijke uitspraak van het gerechtshof kunnen zowel de aansprakelijkgestelde als het college van B&W respectievelijk het dagelijks bestuur eventueel in cassatie gaan. Cassatie vindt plaats bij de hoogste rechterlijke instantie van Nederland, de Hoge Raad. De Hoge Raad bekijkt of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd in een juridisch geschil.
5.5 Informatieverplichtingen (artikelen 58, 60, 61, 63 en 63a IW)
Tijdens het invorderen kan het nodig zijn dat de invorderingsambtenaar bepaalde gegevens van een belastingschuldige en diens echtgeno(o)t(e) of een aansprakelijkgestelde nodig heeft. Zij zijn verplicht deze gegevens te verstrekken.
Geen of onjuiste en/of onvolledige gegevens
Als de invorderingsambtenaar gegevens heeft verkregen die niet concreet of voor meerdere uitleg vatbaar zijn, dan vraagt hij de gegevens opnieuw op. Als de gegevens ook na herhaling niet aan de gestelde eisen voldoen kan de invorderingsambtenaar overwegen om een bestuurlijke boete op te leggen of in het uiterste geval een civiele procedure op te starten.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-552064.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.