Gemeenteblad van Lochem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2025, 538386 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lochem | Gemeenteblad 2025, 538386 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de gemeenteraad van Lochem houdende regels ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Participatiewet, Jeugdwet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet Inburgering 2021, Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs (Verordening Sociaal Domein 2026)
De gemeenteraad van de gemeente Lochem,
gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van Lochem 30 september 2025
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening Sociaal Domein 2026
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Sociaal Domein 2026
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2025
Hoofdstuk 1 Inleiding verordening Sociaal Domein
De gemeente heeft de taak om te zorgen voor passende ondersteuning, compensatie of voorzieningen op het gebied van zorg, participatie, inkomen, zelfredzaamheid, werk en jeugdhulp, wanneer inwoners hier niet op eigen kracht of met hulp van hun netwerk in kunnen voorzien. De Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet zijn bedoeld om dat te bereiken. Daarnaast zijn er regels nodig om de wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren, zoals uitvoeringsregels en beleidsregels. Door dit bij elkaar te brengen in één verordening sociaal domein ontstaat een goede basis om de inwoner sneller en beter te helpen als er een ondersteuningsvraag ligt.
Het uitgangspunt van de verordening is dat we inzetten op uw zelfredzaamheid. Samen met u zoeken we naar oplossingen voor ondersteuningsvragen. Daarbij wordt ook de ondersteuning van uw familie, vrienden en uw sociale netwerk kan bieden in kaart gebracht en zo nodig versterkt. Daar waar nodig biedt de gemeente ondersteuning op maat en zorgt voor goede aansluiting met andere ondersteuning.
In Lochem vinden we het belangrijk dat u:
De gemeenteraad heeft in 2020 het algemeen beleidskader sociaal domein ‘Passende ondersteuning in een krachtige samenleving’ vastgesteld. Daarin zijn enkele uitgangspunten opgenomen die ook belangrijk zijn voor deze verordening.
In Lochem staat u als inwoner centraal. De gemeente biedt passende ondersteuning als u dit nodig heeft. Als u zich bij de gemeente meldt dan kijken we samen naar mogelijkheden om meer grip op uw situatie te krijgen. Dit kan informele ondersteuning zijn door mensen uit uw buurt, familie of uw werkgever. En door algemene oplossingen of hulpmiddelen, zoals activiteiten in een buurthuis en rolstoelen. Door het inzetten van professionals is de ondersteuning op tijd, effectief, passend bij uw situatie en zo licht als kan en zo zwaar als nodig. Keuzevrijheid en de kwaliteit van zorg zijn logisch.
We streven naar een krachtige samenleving waarin iedereen een netwerk heeft dat kan helpen wanneer u dat nodig heeft. Familieleden, buurtgenoten, clubgenoten en kennissen staan voor elkaar klaar. In een krachtige samenleving neemt u samen met medebewoners verantwoordelijkheid voor de omgeving, uw buurt en de mensen om u heen. U kunt zichzelf (samen) redden en meedoen. Iedereen kan veilig leven en zich ontwikkelen.
De gemeente voert de landelijke wetgeving en internationale verdragen uit. Bij de uitvoering handelt de gemeente naar de geest en de bedoeling van deze wetten, waarbij het maatschappelijk resultaat voor de inwoner leidend is. Het gemeentelijk beleid sluit daarom aan bij het doel en de bedoeling van de wet. Bij het uitvoeren van dit beleid vinden we de volgende uitgangspunten belangrijk:
’t Baken is de uitvoeringsorganisatie in het sociaal domein van de gemeente Lochem. ’t Baken kijkt wat nodig is om u zo goed mogelijk verder te helpen bij een ondersteuningsvraag en is er voor alle inwoners in onze gemeente.
De regels in deze verordening zijn een aanvulling op de volgende landelijke wetten:
Waar in deze verordening ‘Gemeentewet’ als grondslag wordt genoemd, gaat het over de algemene regelingsbevoegdheid van de gemeenteraad (art. 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook de ‘Awb’ (Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat er als er in de Awb specifieke bepalingen zijn die op dat artikel van toepassing zijn.
Deze verordening wordt in het najaar van 2025 opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad van Lochem. Vanaf 1 januari 2026 is de verordening rechtsgeldig. Wanneer deze verordening is vastgesteld wordt de verordening van 2024 ingetrokken. Bij de overgang van de verordening 2024 naar de verordening van 2026 is er sprake van het overgangsrecht. Dit betekent dat de datum waarop u een aanvraag doet bepalend is voor vaststellen waar u recht op heeft. Wanneer nieuw beleid echter gunstiger uitpakt hebt u hier recht op.
Hoofdstuk 2 De vraag om ondersteuning
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wvggz, Llv]
B. Procedure nadat u uw melding/aanvraag heeft gedaan
Het doel van de melding is om uw ondersteuningsvraag in behandeling te nemen. De gemeente start na het ontvangen van de melding/aanvraag een onderzoek naar de ondersteuningsvraag. De gemeente neemt contact op als er aanvullende vragen zijn over de melding. Als uw melding in behandeling is genomen dan wordt u uitgenodigd voor een gesprek met een consulent. De consulent overlegt met u waar en wanneer het gesprek zal zijn. Dit is meestal bij u thuis maar kan soms ook telefonisch of op het gemeentehuis zijn.
Er is ook de mogelijkheid (in het kader van de Jeugdwet en de Wmo) om zelf een plan op te stellen waarin u de persoonlijke situatie uitlegt en vertelt wat u wilt bereiken met de aanvraag. Dit heet een persoonlijk plan of familiegroepsplan. Het is niet verplicht. De gemeente geeft informatie over die mogelijkheid. Bij de jeugdwet kan het familiegroepsplan op elk gewenst moment ingediend worden en kent dus geen termijn. Bij de Wmo geldt een termijn van zeven dagen na aanvraag waarin een persoonlijk plan ingeleverd kan worden.
2.2 FASE 2: Het gesprek na uw melding/aanvraag [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv]
Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de ondersteuningsvraag, het effect dat u wil bereiken en of de gemeente kan ondersteunen om de persoonlijke situatie te verbeteren. Het gesprek vindt zo snel mogelijk na de melding plaats. Soms is het voldoende om het gesprek telefonisch te voeren.
Na het gesprek rondt de consulent het onderzoek af. De consulent stelt een plan op, gebaseerd op de uitkomsten van het onderzoek. In dit plan staat beschreven welk resultaat u wil bereiken en hoe u dat kan. Daarbij wordt gekeken naar de korte termijn en de lange termijn. Heeft de consulent nog meer informatie nodig voor het plan, dan wordt contact met u opgenomen.
Een aanvraag voor ondersteuning vanuit de Wmo, kan gedaan worden zes weken na de melding of na afronding van het onderzoek. Het onderzoek bestaat meestal uit een gesprek met een consulent. Na het onderzoek kunt u, uw gemachtigde of vertegenwoordiger besluiten om wel of geen aanvraag voor een Wmo voorziening te doen. Dit onderzoek gebeurt meestal binnen zes weken. Soms duurt het langer. De gemeente laat u dan op tijd weten waarom het langer duurt. De aanvraag kan via de post, via de mail, via de website van ‘t Baken of aan de hand van een aanvraagformulier. In sommige gevallen kan de aanvraag ook mondeling.
Een aanvraag voor jeugdhulp kan worden gedaan zonder voorafgaande melding en onderzoek naar de ondersteuningsvraag. De aanvraag kan schriftelijk en mondeling gedaan worden. Indien de aanvraag mondeling gedaan wordt, legt de gemeente de aanvraag schriftelijk vast en ondertekent de inwoner de aanvraag achteraf. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente ondersteuning gaat verlenen en zo ja, welke vorm die ondersteuning dan heeft.
Als u 27 jaar of ouder bent en in het kader van de Participatiewet een uitkering (een bijstandsuitkering voor levensonderhoud of een IOAW-uitkering) aanvraagt, beschouwt de gemeente dit meteen als een aanvraag. U voert dan een gesprek met een consulent van ’t Baken. Deze aanvragen worden ingediend via de website Mijn inkomen - 't Baken. De mogelijkheid voor schriftelijk aanvragen blijft bestaan.
Als u jonger dan 27 jaar bent en in het kader van de Participatiewet een uitkering aanvraagt, dan wordt dit niet meteen als een aanvraag gezien. Er geldt een formele termijn van 4 weken na datum melding waarin u werk zoekt. Pas na het verstrijken van deze zoektermijn kan er een aanvraag worden gedaan als bedoeld in lid 4 van dit artikel. De gemeente kan besluiten af te wijken van de zoektermijn als uw individuele omstandigheden daarom vragen.
1. De gemeente zorgt ervoor dat de consulent die de vraag om ondersteuning behandelt deskundig is.
2. Indien de inwoner een advies overlegt van een behandelend arts, ergo- of fysiotherapeut, wordt dit advies als zwaarwegend en deskundig betrokken bij het onderzoek.
3. Indien de gemeente voornemens is om gemotiveerd af te wijken van dit advies, wordt dit voornemen onderbouwd met een daartoe strekkend advies van een onafhankelijk medisch adviseur.
4. Indien een advies zoals genoemd in lid 2 ontbreekt en de gemeente de deskundigheid niet in huis heeft, zorgt de gemeente dat een onafhankelijk extern deskundig advies wordt uitgebracht. Beoordelen aanvraag [Jeugdwet, Wmo, Awb].
Om te bepalen of de aanvraag kan worden toegekend, volgt de gemeente de volgende stappen (vijfstappenplan):
de gemeente beschrijft wat u zelf kan doen om de ondersteuningsvraag op te lossen (eigen kracht), al dan niet met gebruikelijke ondersteuning, met algemeen gebruikelijke voorzieningen, met ondersteuning van anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, of met andere voorzieningen (zie bijlage 1 en 2);
De gemeente beslist zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat uw aanvraag is ontvangen. Gaat het om een aanvraag in het kader van de Wmo, dan beslist de gemeente binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen. Een Wmo-aanvraag kan worden ingediend nadat het onderzoek is afgerond, maar in ieder geval pas vanaf 6 weken, nadat de inwoner de melding heeft gedaan. Voor de overige wetten geldt de wettelijke beslistermijn van 8 weken.
Indien u bij de aanvraag onvoldoende gegevens heeft verstrekt om de ondersteuningsvraag te kunnen beoordelen, vraagt de gemeente u (opnieuw) om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De gemeente geeft daarbij aan voor welke datum (termijn) de ontbrekende gegevens moeten zijn ontvangen. Dit betekent dat de beslistermijn wordt stilgezet tijdens deze termijn. Zodra de gegevens binnen zijn, begint de beslistermijn weer te ‘lopen’. Als de gevraagde gegevens door u niet worden aangeleverd, dan kan de gemeente besluiten de aanvraag niet te behandelen. U ontvangt hiervan dan binnen vier weken een besluit.
A. Inhoud besluit [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Awb]
De gemeente neemt een besluit over uw aanvraag. Hierover krijgt u, of de wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde, een bericht. In dit bericht staat of de gemeente wel of geen ondersteuning geeft. Als de gemeente ondersteuning geeft, staat in het besluit ook of de ondersteuning in natura, als een Pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven.
Hoofdstuk 3 Werken en meedoen in de samenleving
Gebaseerd op [Participatiewet (PW), Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeelte arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)]
De gemeente helpt de volgende inwoners op weg naar werk:
De uitvoering van Wet sociale werkvoorziening vindt plaats binnen de uitvoeringsorganisatie ’t Baken. Voor de huidige groep Wsw’ers wordt passend werk georganiseerd op de (reguliere) arbeidsmarkt. Dat kan via een detacheringsconstructie (in dienst bij de gemeente Lochem) of via de constructie begeleid werken (in dienst bij de werkgever).
De gemeente ondersteunt werkgevers die inwoners uit de doelgroep werk willen aanbieden. De gemeente doet dat via ’t Baken of via de regionale arbeidsmarktregio Veluwe Stedendriehoek of het Regionaal Werkcentrum in Zutphen. Meer informatie staat op de website Home | Werkcentrum Veluwe Stedendriehoek.
3.3 Voorzieningen voor werk [Wsw, PW, IOAW, IOAZ]
In een plan van aanpak legt de gemeente samen met u vast welke ondersteuning u krijgt. In dit plan staat welke afspraken er met u zijn gemaakt.
De gemeente bekijkt met u welke ondersteuning u nodig heeft. De gemeente zet passende voorzieningen in. Als u een afstand heeft tot de arbeidsmarkt dan zijn er mogelijkheden om u te ontwikkelen: van arbeidsmatige dagbesteding tot regulier werk. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om tijdelijk een stapje terug te doen als het even wat minder gaat.
De voorzieningen van de gemeente zijn bedoeld voor inwoners benoemd in artikel 3.1 lid 1 van deze verordening. In bepaalde situaties kan de gemeente een voorziening ook voor andere inwoners inzetten, bijvoorbeeld als de Participatiewet dat aangeeft. Sommige voorzieningen worden aan werkgevers gegeven, zoals loonkostensubsidie. Het kan ook zijn dat bepaalde voorzieningen niet voor iedereen uit de doelgroep kunnen worden ingezet. Als dat zo is, wordt dat hieronder per voorziening aangegeven.
De gemeente beoordeelt per situatie of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Zij bepaalt welke voorziening wordt ingezet en voor hoe lang. Daarbij kijkt de gemeente naar verschillende dingen: uw omstandigheden, uw mogelijkheden en eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. Gaat het om ondersteuning op maat, dan zijn ook de voorwaarden uit artikel 2.3.2 van deze verordening van toepassing.
De werkervaringsplek wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente, de werkgever en u. In die overeenkomst worden het doel en uw begeleiding verder uitgewerkt. De activiteiten die u bij de werkgever doet, mogen werknemers bij die werkgever niet verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere werkgevers.
De gemeente kan als u er nog niet aan toe bent om te werken, activiteiten aanbieden die u dichter bij werk brengen. Dit heet sociale activering. Dat kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn. Het doel van sociale activering is om u te helpen weer grip op uw leven te krijgen, sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.
De gemeente kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie voor jobcoaching of interne werkbegeleiding toekennen aan de werkgever. De interne of externe jobcoach of werkbegeleider die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt voldoet aan de kwaliteitseisen zoals benoemd door het UWV (zie website UWV).
Als u voor maatschappelijke participatie gebruik wilt maken van jobcoaching kunt u op zoek gaan naar een organisatie die begeleiding biedt door een collega die een HARRIE certificaat heeft behaald. De werkgever kan de aanvraag voor het behalen van een HARRIE certificaat indienen bij de gemeente. Via de arbeidsmarktregio Veluwe Stedendriehoek worden trainingen georganiseerd.
Als u voor het kunnen verrichten van werk aangewezen bent op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan de gemeente een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding.
De gemeente kan een werkgever die u in dienst neemt, voor een korte periode loonkostensubsidie geven. Dit doet de gemeente alleen, als de werkgever voor u geen wettelijke loonkostensubsidie kan krijgen (zie artikel 3.3.10 van deze verordening), en ook niet in aanmerking kan komen voor andere vergoedingen voor het in dienst nemen van de inwoner.
3.3.10 Ondersteuning bij het leren van de Nederlandse taal [PW, IOAW, IOAZ]
Het beheersen van de Nederlandse taal is nodig voor het vinden en behouden van een werkplek. De gemeente kan u een taalvoorziening aanbieden als u de Nederlandse taal onvoldoende beheerst.
3.3.11 Kinderopvang om dichter bij de arbeidsmarkt te komen [PW, IOAW, IOAZ, Wet Kinderopvang]
3.3.12 Andere voorzieningen en vergoedingen [PW, IOAW, IOAZ]
Als u met een gemeentelijke uitkering als zelfstandig ondernemer gaat starten, is er een bijzondere regeling: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz2004). De gemeente kan u eventueel financieel ondersteunen. Meer informatie over inkomensondersteuning is opgenomen in hoofdstuk 7 van deze verordening.
Als inwoner wilt u mee kunnen doen aan activiteiten in de samenleving. Dit kan door betaald werk, vrijwilligerswerk of op andere manieren. U bent zelf als eerste aan zet.
Daarom zijn er in de gemeente:
Als u door een beperking niet mee kunt doen en niet genoeg heeft aan de ondersteuning van de mensen om u heen kan de gemeente u ondersteuning op maat bieden. De ondersteuning kan verschillende vormen hebben. Er zijn voor ondersteuning op maat wel enkele voorwaarden. Deze zijn te vinden in artikel 2.3.2 van deze verordening. De ondersteuning moet daarnaast langdurig nodig zijn. Hieronder staan vormen van ondersteuning-op-maat die de gemeente kan inzetten.
3.5.1 Dagbesteding (begeleiding groep)
Als u moeite heeft bij het invullen van de dag, kunt u ondersteuning krijgen in de vorm van dagbesteding. Dagbesteding biedt activiteiten aan waardoor u een zinvolle dag heeft. Ook kan dagbesteding zorgen voor structuur, u werkt aan uw zelfredzaamheid en het kan uw mantelzorger ontlasten. Dagbesteding vanuit de gemeente is bedoeld voor u als u (nog) niet kan werken en u geen gebruik kan maken van activiteiten via andere organisaties. Het gaat om activiteiten onder begeleiding, voor een of meer dagdelen per week. Als u daarbij vervoer nodig heeft, kan de gemeente ook daarbij helpen.
Als het u niet lukt om de normale dagelijkse activiteiten te doen, kunt u hier ondersteuning bij krijgen. De begeleider kan u helpen om structuur aan te brengen in uw dag, het doen van uw administratie en het beheren van uw financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over, maar ondersteunt u hierbij.
Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien
In bepaalde situaties kunt u als ouders of jij als jongere jullie doelen niet op eigen kracht of met het sociale netwerk oplossen. Als de gemeente jullie kan ondersteunen met ondersteuning die vrij toegankelijk is (zie 4.2), dan wordt die ondersteuning ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning door het jongerenwerk.
Als doelen niet of niet helemaal met ondersteuning die vrij toegankelijk is worden behaald, dan kan er samen met de gemeente worden gekeken welke aanvullende ondersteuning nodig is. De gemeente kan dan een individuele voorziening afgeven (zie 4.3). Dit wordt zo veel mogelijk gecombineerd met vrij toegankelijke ondersteuning.
4.2 Vrij toegankelijke ondersteuning
De gemeente zet zich ervoor in dat je als jongere zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken biedt de gemeente ondersteuning aan die vrij toegankelijk is. Je kunt gebruik maken van die ondersteuning, zonder een besluit van de gemeente. Ook heeft u als ouder of jij als jongere geen verwijzing nodig van een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts.
Als vrij toegankelijke ondersteuning niet voldoende is, kan de gemeente individuele voorzieningen aanbieden. Deze ondersteuning is niet vrij toegankelijk. U heeft daarvoor een besluit van de gemeente nodig of een verwijzing door een jeugdarts, een huisarts, een medisch specialist, of een gecertificeerde instelling.
Bepaalde vormen van jeugdhulp kunnen doorlopen na de 18e verjaardag, tot maximaal 23 jaar. Het gaat dan om ondersteuning die niet wordt overgenomen door een andere wet maar wel van belang is. Denk bijvoorbeeld aan pedagogische gezinsbegeleiding. Ondersteuning die niet wordt overgenomen door een andere wet kan niet in alle gevallen doorlopen op grond van de Jeugdwet. Dat kan alleen in bepaalde situaties:
4.5 Afstemming met andere vormen van ondersteuning
De gemeente zorgt ervoor dat de ondersteuning aansluit bij andere vormen van ondersteuning die aan jou als jongere of u als ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maakt de gemeente afspraken met betrokken partijen. Die afspraken kunnen onder andere gaan over:
Hoofdstuk 5 Wonen in een veilige omgeving
De gemeente zet zich ervoor in dat u zo lang mogelijk zelfstandig kunt (blijven) wonen en meedoen aan de samenleving. Als dit lastig is omdat u lichamelijke, psychische en/of verstandelijke problemen heeft, dan kan de gemeente samen met u kijken welke ondersteuning u hierbij kan helpen. Deze ondersteuning kan verschillende vormen hebben. De gemeente kan de volgende ondersteuning-op-maat inzetten:
Er zijn voor ondersteuning-op-maat wel enkele voorwaarden. Deze zijn te vinden in artikel 2.3.2 van deze verordening.
5.2 Zelfstandig en veilig wonen
Als u door uw beperking niet meer veilig of zelfstandig kunt wonen in uw huidige woning, kan de gemeente u ondersteuning op maat bieden. Dit geldt voor thuiswonenden.
Als u ‘thuiswonend’ bent en een Wlz (Wet langdurige zorg)-indicatie hebt in de vorm van een pgb; modulair pakket thuis (mpt) of volledig pakket thuis (vpt), kan de gemeente ook ondersteuning bieden op het gebied van hulpmiddelen en woningaanpassingen. De CRvB heeft bepaald wat 'thuis wonen' is: dat is alles, behalve verblijf in een Wlz-instelling. Als u de zorg gebruikt met een volledig pakket thuis is per definitie geen sprake van verblijf in een Wlz-instelling. Dus dat zijn ook de inwoners die wonen in een geclusterde woonvorm, zoals inwoners die in een particulier wooninitiatief wonen.
Als u moeite heeft met verplaatsen in en om de woning, kunt u in aanmerking komen voor een rolstoel.
Als u vanwege een beperking minder mobiel bent waardoor u niet in staat bent om u te verplaatsen in uw eigen omgeving, kunt u ondersteuning op maat krijgen. Het moet gaan om het zich verplaatsen rondom de woning of het zich verplaatsen over ten hoogste 20 kilometer van de woning. De ondersteuning-op-maat kan bestaan uit:
5.2.1 Geschikte woning (woonvoorziening); verhuisvergoeding of aanpassing van de woning
Als u door een beperking uw woning niet veilig en zelfstandig kunt gebruiken, kunt u in aanmerking komen voor ondersteuning op maat. (woonvoorziening)
1. In samenspraak met u kijkt de gemeente op basis van maatwerk welke oplossing het meest passend is om u veilig en zelfstandig te laten wonen.
2. Het uitgangspunt hierbij is dat u in uw vertrouwde woonomgeving kunt blijven wonen (indien gewenst). 3. De gemeente maakt een zorgvuldige afweging tussen de mogelijkheden voor woningaanpassing (lid 4) en de mogelijkheden van een verhuizing (lid 5). In deze afweging betrekt de gemeente nadrukkelijk het belang van de inwoner bij het behoud van de vertrouwde leefomgeving en het sociale netwerk.
4. Een woningaanpassing betekent dat de woning voor u bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt door middel van: a. hulpmiddel(en) om de woning goed te kunnen gebruiken; b. aanpassing(en) van de woning.
5. Indien een verhuizing de meest passende oplossing is, is een vergoeding voor verhuizing naar en inrichting van een geschikte woning mogelijk."
6.Als u als hoofdverblijf in een Wlz (Wet langdurige zorg) -instelling verblijft, kan één woning worden aangepast zodat het mogelijk blijft om deze te bezoeken.
De gemeente geeft geen woonvoorziening in de volgende situaties:
De woonvoorziening is bedoeld voor aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex; Tenzij het gaat om aanpassingen met betrekking tot de toegang zoals automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte.
De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers. Elke mantelzorger kan jaarlijks éénmalig een financieel mantelzorgcompliment aanvragen. De gemeente stelt nadere regels voor de wijze van waardering. De mantelzorgwaardering is bedoeld voor de mantelzorger(s) van de inwoner (zorgvrager) die in de gemeente Lochem woont.
Als u een mantelzorgwoning wil realiseren, dan kan de gemeente zorgen voor ondersteuning. Een mantelzorg-woning is tijdelijke woonruimte op uw eigen erf, en is bedoeld om goede mantelzorg mogelijk te maken. De mantel-zorgwoning kan bewoond worden door u als mantelzorger of door de inwoner die mantelzorg ontvangt. Voor een mantelzorgwoning is niet altijd een omgevingsvergunning nodig. U kunt hiervoor contact opnemen met de gemeente via het algemene nummer of de website.
Beschermd wonen biedt een beschermde woonomgeving in een woonvorm waar continu begeleiding aanwezig of nabij is. De begeleiding is erop gericht, dat u op termijn weer zelfstandig kunt (gaan) wonen. Onder een beschermde woonomgeving kan ook een woning worden verstaan waarbij begeleiding en toezicht in de directe nabijheid aanwezig is.
5.5 Maatschappelijke opvang en crisisopvang
Als u uw huis heeft verlaten en u dak- of thuisloos bent of dreigt te worden als gevolg van psychische of psychosociale problemen, en u bent niet zelfredzaam, dan komt u mogelijk in aanmerking voor maatschappelijke opvang. Personen die door huiselijk geweld voor hun veiligheid ergens anders moeten wonen, komen in aanmerking voor tijdelijke (crisis)opvang.
De ondersteuning van de gemeente heet een vervoersvoorziening. De gemeente kijkt altijd eerst wat u of uw kind zelf kan. Als het niet, of gedeeltelijk niet zelfstandig lukt, ondersteunen wij dit met een vergoeding voor de reis of aangepast vervoer, zoals een taxibusje. Het kan zijn dat u een deel van de kosten zelf moeten betalen voor uw kinderen op de basisschool. Dat is de eigen bijdrage en wordt uitgelegd in artikel 6.5 van deze verordening.
Bij de beoordeling staat uw kind centraal. Voor het bepalen van de vervoersvoorziening zijn niet de beperkingen, maar de mogelijkheden van uw kind (en u als ouder) het uitgangspunt. Dit draagt bij aan de groei naar zelfstandigheid van uw kind. De gemeente kan het gesprek aangaan met u en uw kind om de eigen mogelijkheden en het vergroten hiervan te bespreken.
De gemeente verstrekt een vervoersvoorziening aan u voor uw kind van minimaal 4 jaar (of 3 jaar in het geval van een auditieve- en/ of visuele beperking) oud dat in de gemeente Lochem verblijft. Voorwaarde is dat uw kind naar één van deze dichtstbijzijnde toegankelijke scholen op meer dan 6 kilometer van het woonadres gaat:
De gemeente verstrekt aan u een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als uw kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en u als ouders voor dit kind een vervoersvoorziening krijgen. U heeft dan wel overtuigend aangetoond, dat uw kind niet zonder begeleiding met het OV of de fiets kan reizen. U bent zelf verantwoordelijk voor de begeleiding van uw kind. Als u dit niet zelf kunt dan bent u zelf verantwoordelijk voor het zoeken van een begeleider.
6.4 Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening
Soms heeft u bezwaren tegen het openbare onderwijs of richting van de bijzondere school die het dichtstbij ligt. Als dit zo is, dan moet u schriftelijk uitleggen wat uw bezwaren zijn. Als u uw bezwaren voldoende kunt aantonen, kunt u een vervoersvoorziening krijgen naar de voor u gewenste school voor (bijzonder) onderwijs die verder weg ligt van de woning of opstapplaats.
Als uw kind niet kan fietsen of met het OV kan reizen dan kan de gemeente toestemming geven aan u om uw kind zelf naar school te brengen. De gemeente betaalt dan een vergoeding die hetzelfde is als een OV-vergoeding of een kilometervergoeding op basis van de kortste route in de routeplanner van de ANWB en de basisnormen leerlingenvervoer voor het betreffende schooljaar.
Is de reisafstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke (speciale) basisschool meer dan 20 kilometer, dan betaalt u de reiskosten voor een deel zelf of helemaal zelf. Dit is de eigen bijdrage. Als de gemeente zorgt voor aangepast vervoer of een OV-vergoeding, dan betaalt u de eigen bijdrage aan de gemeente. Als uw kind op een andere manier wordt vervoerd, dan wordt de eigen bijdrage afgetrokken van de vergoeding die u van de gemeente krijgt. De hoogte van de eigen bijdrage wordt per gezin per schooljaar berekend en hangt af van uw inkomen als ouders in het peiljaar. De hoogte van de eigen bijdrage wordt ieder jaar vastgesteld door de VNG. Actuele bedragen zijn vastgelegd in de basisnormen leerlingenvervoer voor het betreffende schooljaar (website VNG).
Als u een gezamenlijk inkomen van meer dan €31.500 per jaar heeft dan kan de vergoeding voor vervoer worden verminderd met de kosten die u zou hebben als uw kind 6 kilometer met het openbaar vervoer zou reizen. Deze kosten worden gebaseerd op het goedkoopste tarief van een Arriva busabonnement. Dit geldt voor kinderen die op het basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs zitten. Het normbedrag voor het gezamenlijk inkomen wordt ieder jaar aangepast. Actuele bedragen zijn vastgelegd in de basisnormen leerlingenvervoer voor het betreffende schooljaar (website VNG).
6.7 Ingangsdatum en duur van de vervoersvoorziening
Een vervoersvoorziening gaat in op de datum die u aangeeft bij de aanvraag. Dit kan niet eerder zijn dan de datum waarop de gemeente de aanvraag heeft gekregen. Voor aangepast vervoer geldt dat de vervoersvoorziening zo snel mogelijk na het besluit van de gemeente ingaat. In verband met de planning van de vervoerscentrale kan het 2 weken duren voordat de voorziening voor uw kind van start kan gaan.
Vergoeding voor het aangepast vervoer kan op standaard schooldagen en schooltijden zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school waar uw kind heen gaat. Tenzij u bewijs aanlevert waaruit blijkt dat de mogelijke lesuren van uw kind vanwege de structurele handicap afwijken van de standaard schooltijden.
Hoofdstuk 7 Inkomen en schulden
De gemeente heeft als taak om armoede en schulden tegen te gaan. In deze paragraaf staat waar de gemeente rekening mee houdt bij het uitvoeren van die taak.
De gemeente vindt het belangrijk dat als de inwoner met een laag inkomen of zonder financiële buffer noodzakelijke bestaanskosten kan betalen. Als het vermogen hoger is dan de toepasselijke vermogensgrens uit de Participatiewet is er wel sprake van een financiële buffer en kan de inwoner geen financiële ondersteuning van de gemeente krijgen. Voor bijzondere bijstand kan de gemeente andere vermogensgrenzen vaststellen.
Bijzondere bijstand is een belangrijke voorziening van de gemeente om de inwoner die bepaalde onverwachte kosten niet kan betalen financieel te helpen. In deze paragraaf staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente over bijzondere bijstand.
De gemeente biedt bijzondere bijstand aan als een financieel vangnet als u een laag inkomen heeft en/ of geen financiële buffer heeft, waaruit u extra noodzakelijke uitgaven kan betalen. Dat zijn onverwachte kosten die niet uit het maandelijkse inkomen kunnen worden betaald door bijzondere omstandigheden.
Studenten met een beperking hebben soms extra ondersteuning nodig om een opleiding te volgen. De studietoeslag is een financieel steuntje in de rug, het inkomen wordt dan maandelijks aangevuld. Bijvoorbeeld als u door een beperking langdurig niets kan bijverdienen naast de studie. De gemeente onderzoekt of dit aan de orde is, aan de hand van gegevens van uzelf of andere instanties. Als die gegevens niet duidelijk genoeg zijn, vraagt de gemeente aan een (extern) deskundige om een advies te geven. In de beleidsregels studietoeslag staat wanneer u voor de studietoeslag in aanmerking komt.
7.4 Individuele inkomenstoeslag [PW]
Als u al lange tijd rondkomt van een laag inkomen, kunt u met de inkomenstoeslag het inkomen aanvullen. Het is een toeslag die jaarlijks kan worden aangevraagd. In deze paragraaf staat wanneer u voor inkomenstoeslag in aanmerking komt en welke aanvullende voorwaarden er gelden.
De inkomenstoeslag is bedoeld als u ouder dan 21 jaar bent, maar jonger dan de AOW-leeftijd. Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:
De individuele inkomenstoeslag is voor gehuwden en alleenstaanden 40% van de geldende bijstandsnorm in de maand januari van het betreffende jaar. Voor een alleenstaande ouder wordt de toeslag van 40% gebaseerd op 90% van de bijstandsnorm voor gehuwden. De toeslag kan eenmaal per jaar worden aangevraagd.
Als u een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm heeft dan kunt u mogelijk in aanmerking komen voor de collectieve zorgverzekering en de regeling tegemoetkoming zorgkosten. De gemeente heeft aanvullende beleidsregels gemaakt. Hierin is vastgelegd wanneer en hoe u in aanmerking kunt komen voor ondersteuning.
7.6 Kindregelingen [Pw, Gemeentewet]
De gemeente wil kinderen helpen die opgroeien in een gezin met een laag inkomen, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen maatschappelijke activiteiten. In de beleidsregels is vastgelegd wanneer u in aanmerking kan komen voor ondersteuning en hoe hoog de ondersteuning dan is.
7.7 Meedoenregeling [Gemeentewet]
Om actief deel te nemen aan de samenleving is het belangrijk dat u mee kunt doen aan maatschappelijke activiteiten. Als u een inkomen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm kunnen een tegemoetkoming krijgen. In de beleidsregels is vastgelegd hoe u hiervoor in aanmerking kunt komen.
De gemeente heeft de taak om u ondersteuning te bieden als u schulden heeft. U kunt daarom de gemeente om ondersteuning vragen. De gemeente helpt bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente voor het geven van ondersteuning.
Hoofdstuk 8 Vorm van ondersteuning
8.1 Ondersteuning in de vorm van geld [PW, IOAW, IOAZ, Llv, Awb]
De gemeente betaalt op het bankrekeningnummer dat u heeft doorgegeven. De gemeente kan het bedrag op een andere manier, in een andere vorm of aan een andere persoon betalen. De gemeente kan dat doen, als het doel van de ondersteuning alleen op die manier kan worden bereikt. Het kan bijvoorbeeld gaan om een betaling aan een ondersteuningsverlener of uw schuldeiser.
8.3 Persoonsgebonden budget (Pgb) [Jeugdwet, Wmo]
Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft. U kan kiezen voor een Pgb, als u in aanmerking komt voor ondersteuning op maat op grond van de Wmo of Jeugdwet. De gemeente moet er wel van overtuigd zijn dat u voldoet aan de voorwaarden genoemd in 8.3.2 van deze verordening. Voor de Wmo geldt dat Pgb een recht is voor u als inwoner. Vanuit de Jeugdwet is het uitgangspunt in beginsel zorg in natura.
Uw hulpverlener overlegd op verzoek van de gemeente, een ‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG)’; specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden gerekend voorafgaand aan de start van de ondersteuning of gerekend voorafgaand aan het moment dat de hulpverlener start met werken voor de aanbieder. Specifiek voor jeugd geldt dat bij een verlenging een VOG maximaal 2 jaar oud mag zijn
8.3.4 Hoogte en tarief Pgb diensten
De hoogte van het Pgb is voor de Wmo minimaal gelijk aan het wettelijk minimum (uur)loon bij een 36-urige werkweek per 1 januari en 1 juli van het jaar waarin het Pgb wordt verstrekt en is inclusief vakantiegeld en vakantie-uren (bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag).
specifiek voor de Wmo: de hoogte van een Pgb door een daartoe niet opgeleid persoon of personen uit huiselijke kring, of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt, is gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde ondersteuning in de CAO VVT, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Voor begeleiding geldt het loon van salarisschaal FWG30;
De gemeente kan aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het Pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het Pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kan de gemeente doen als zij een sterk vermoeden heeft dat:
8.4 Financiële tegemoetkoming [Jeugdwet, Llv, Wmo]
Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat, in tegenstelling tot een Pgb, uitgaat van de goedkoopst passende oplossing in het individuele geval.
U komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie en als het gaat om;
8.4.3 Hoogte van financiële tegemoetkoming
De hoogte van de tegemoetkoming voor vervoer in verband met de kosten voor een aangepaste auto of bus worden berekend op basis van het door de gemeente opgestelde programma van eisen voor een aanpassing en op basis van de laagste kostprijs aan de hand van 2 overlegde offertes. Hierbij maakt de gemeente de afweging, welke kosten algemeen gebruikelijk zijn en wat de meerkosten zijn die voortvloeien uit beperkingen.
De algemeen gebruikelijke kosten worden afgeleid van het bedrag dat het UWV hanteert voor een referentieauto. Uitsluitend de meerkosten boven dit bedrag komen voor tegemoetkoming in aanmerking. De tegemoetkoming kan bestaan uit de meerkosten voor de aanschaf van deze auto of bus, en de kosten voor het aanpassen van deze auto of bus.
Met de eigen bijdrage betaalt u een (deel van) de kosten voor de ondersteuning of het hulpmiddel. Gaat het om een hulpmiddel, dan betaalt u de eigen bijdrage per maand totdat de kostprijs is betaald. De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van artikel 2.1.4a, lid 4, Wmo.
De eigen bijdrage betaalt u aan het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Wilt u op basis van uw eigen situatie weten wat u gaat betalen? Op www.hetcak.nl/rekenhulp vindt u hiervoor een eenvoudig rekenprogramma.
De bijdrage in de kosten voor de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen worden vastgesteld conform het Uitvoeringsbesluit (Wmo 2015). De bijdragen in de kosten voor de maatwerkvoorziening opvang worden door een door de gemeente van centrumgemeente Deventer aan te wijzen instelling(en) vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk 9 Afspraken tussen inwoner en gemeente
Naast de hoofdregels voor omgang beschrijft dit hoofdstuk ook de Wet Inburgering (Wib). Er hoeven geen aparte regels opgesteld te worden voor de uitvoering, maar afspraken moeten worden nagekomen. Als een inburgering plichtige bijstandsgerechtigd is en de verplichtingen op grond van de Participatiewet niet nakomt, beschikt de gemeente over het instrumentarium van de Participatiewet om te kunnen handhaven. Indien een inburgering plichtige de arbeidsplicht, de re-integratieplicht, de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie of de verplichting om mee te werken aan ‘ontzorgen’ niet nakomt, dan kan de gemeente de bijstand verlagen.
[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv, Wib, Gemeentewet, Awb]
De gemeente stuurt u een brief met daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat doen als reactie op het gedrag, wat dit precies betekent voor u en wat u daartegen kan doen. De gemeente maakt u ook duidelijk op welke manier u het gedrag kan aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en de gemeente eventueel de dienstverlening zal voortzetten (als die is stopgezet).
De gemeente gaat regelmatig met u in gesprek om te horen hoe het met u gaat. De gemeente kijkt samen met u of de uitkering of voorziening nog steeds passend is. Tijdens dit gesprek controleert de gemeente als u een uitkering of voorziening van de gemeente ontvangt, of u nog steeds recht heeft op deze uitkering of voorziening.
9.1.2 De rol van u als inwoner
U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier uw ondersteuningsvraag kan worden opgelost. Dat betekent dat u de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk informeert over alles wat van belang is voor het beoordelen van de ondersteuningsvraag en de persoonlijke situatie. Dit geldt ook als de ondersteuning al is toegekend.
9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkeringen [PW, IOAW, IOAZ, Wib, Awb]
De gemeente streeft ernaar samen met u tot een oplossing te komen. Dit lukt helaas niet altijd. In sommige gevallen is de gemeente verplicht een maatregel op te leggen. Dit gebeurt altijd pas nadat er samen met u naar een oplossing is gezocht.
9.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging
De verlaging gaat in op de eerste dag van de kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging duurt 1 of meer maanden.
9.2.7 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen
9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW, Wib, Awb]
Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw eigen leven. U moet dus zorgen dat u zo weinig mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl dat voorkomen had kunnen worden? Dan heeft u niet genoeg besef van verantwoordelijkheid voor uw eigen levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u:
9.2.11 Samenloop van gedragingen
Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd. De gemeente stelt de verlaging naar beneden bij, als de gedragingen nauw met elkaar samenhangen en de totale verlaging niet meer in verhouding staat tot de ernst van de gedragingen.
De duur van de verlaging wordt verdubbeld als u hetzelfde gedrag laat zien waarvoor u eerder een verlaging op de uitkering heeft gekregen. Het moet dan gaan om een verlaging die u in de afgelopen 12 maanden heeft ontvangen.
9.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening
9.4.1 Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib, Wgs, Llv, Gemeentewet]
9.5 Hoe controleert de gemeente? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib]
9.5.2 Voorkomen van fraude [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wib, LLV]
De gemeente stelt alles in het werk om fraude te voorkomen. Daarom informeert de gemeente u op een duidelijke en volledige manier over uw rechten en plichten. Ook informeert de gemeente u over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen.
Hoofdstuk 10 Inwonerparticipatie
10.1 Inspraak van inwoners [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet]
10.2 Ondersteuning van de gemeente bij inspraak [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet]
10.3 Dorps en belangenverenigingen [Gemeentewet]
Bijna alle kernen in de gemeente Lochem hebben een dorpsraad of een belangvereniging. Zij zijn voor u en de gemeente de eerste gesprekpartner voor overleg en inspraak. Iedere kern heeft een kernwethouder. De ideeënmakelaar is het eerste ambtelijke aanspreekpunt.
10.4 Ideeënmakelaar [Gemeentewet]
Als u een idee of een initiatief heeft voor in de gemeente Lochem, dan zijn de ideeënmakelaars de eerste contactpersonen bij de gemeente. Vaak gaan die initiatieven over de directe fysieke leefomgeving, maar ook bij ideeën op sociaal gebied denken zij graag mee. Zij houden contact met u als initiatiefnemer en de kernwethouder. Ook vragen zij binnen de gemeente aandacht voor dit soort initiatieven en betrekken hierbij de betreffende ambtenaren. Daarnaast spelen zij in op mogelijkheden om partners en netwerken te betrekken.
10.5 Adviesraad sociaal domein [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening, WSW, Wib, Llv, Gemeentewet]
De gemeente zet zich ervoor in dat er een Adviesraad Sociaal Domein gemeente Lochem is die betrokken wordt bij de beleidsplannen, regels en uitvoering van in ieder geval de hier genoemde wetten.
De doelen van de Adviesraad zijn om belanghebbende inwoners optimaal te betrekken bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid in het sociale domein. Hun belangen te behartigen. En voorstellen te doen die de gemeentelijke uitwerking van die wetten verbeteren.
10.5.3 Budget, verslag, vergoeding en voorzieningen
Voor het uitvoeren van de taken van de Adviesraad Sociaal Domein neemt gemeente Lochem in de gemeentelijke begroting jaarlijks een taakstellend budget op. Hiervan kunnen kosten worden betaald voor deskundigheidsbevordering, communicatie, het inwinnen van extern advies, abonnementen en tijdschriften, achterbanraadplegingen, organisatiekosten en reiskosten.
10.6 Inspraak bij aanbieders [Jeugdwet, Wmo]
De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder de regels over inspraak naleeft. De gemeente overlegt regelmatig met de belangrijkste aanbieders over de dienstverlening en organiseert toezicht en kwaliteitstoetsing. Voor jeugdhulp is het toezicht geregeld in de Jeugdwet. De Inspectie voor de Volksgezondheid ziet erop toe dat de aanbieder van jeugdhulp de regels uit de Jeugdwet naleeft.
10.7 Cliënt-ervaringsonderzoeken [Jeugdwet, Wmo, PW]
Jaarlijks worden er ervaringsonderzoeken gedaan onder inwoners die gebruik hebben gemaakt van ondersteuning in het kader van deze twee wetten. Mensen die een beroep deden op de Wmo krijgen het verzoek een vragenlijst in te vullen. Ouders en jeugdigen die jeugdhulp ontvingen krijgen een vragenlijst en worden telefonisch benaderd. En met enkelen vindt een groepsgesprek plaats. Op deze manier ontvangt de gemeente reacties op de ontvangen ondersteuning van zowel de gemeentelijke toegang (’t Baken) als van zorgaanbieders. Verbeterpunten die daaruit komen worden gedeeld en opgepakt.
10.8 Onafhankelijke clientondersteuning [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening, WSW, Wib, Llv, Gemeentewet]
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om onafhankelijke cliëntondersteuning aan te bieden. Dit is ingevoerd om met mensen mee te denken over zorg en ondersteuning. Het doel van deze cliëntondersteuning is de zelfredzaamheid en participatie van mensen te versterken als zij extra ondersteuning aanvragen bij de gemeente. Het ontlast en ondersteunt hen dat er iemand meekijkt die weet welke wetten en regels er gelden, zeker bij complexe vragen.
10.9 Inwoners raadplegen zoals via Lochem spreekt [Gemeentewet]
De ideeën, meningen en bijdrage van inwoners zijn erg belangrijk voor gemeente Lochem. Iedere inwoner van Lochem kan zich aanmelden voor het digitale platform “Lochem spreekt”. Als panellid ontvangt men maximaal 4 keer per jaar een korte online vragenlijst. Per keer kiest men om wel of niet mee te doen. De deelnemer ontvangt altijd als eerste de uitkomsten van het onderzoek per mail. De resultaten worden op de website van de gemeente gepubliceerd en intern behandeld en opgepakt.
Gemeente Lochem wil graag inwoners vanuit alle leeftijdsgroepen raadplegen en betrekken bij haar beleid. Voor jeugd en jongeren ontwikkelt de gemeente een specifieke aanpak om ook hen te betrekken bij de lokale democratie.
Hoofdstuk 11 Bezwaar en klacht
11.5 Vertrouwenspersoon [Jeugdwet, Gemeentewet]
Jeugdstem zijn de vertrouwenspersonen in de Jeugdzorg. Een jongere, ouder of pleegouder kan hier voor advies of ondersteuning bij problemen en klachten in de jeugdzorg terecht. Of met vragen over hulpverlening van de gemeente, jeugdhulpaanbieder, jeugdbescherming, jeugdreclassering, advies- en meldpunt huiselijk geweld en/of kindermishandeling (Veilig Thuis).
Bijlage 1 Gebruikelijke hulp (Wmo)
U komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als u zelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp.
Gebruikelijke hulp is hulp die je in redelijkheid mag verwachten van:
Het gaat om de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar geven. Bijvoorbeeld helpen in het huishouden omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor het huis en voor elkaar.
De gemeente maakt bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot verwacht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de inwoner. Het gaat hierbij over een periode van maximaal zes maanden in één jaar.
De gemeente verwacht van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties elkaar de benodigde hulp geven. Tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of dat door (dreigende) overbelasting de hulp niet kan worden geboden.
De gemeente verwacht van huisgenoten dat zij in langdurende situaties elkaar de gebruikelijke hulp geven. Wat gebruikelijke hulp is, wordt bepaald aan de hand van de leden 6, 7 en 8.
Als de gemeente beoordeelt of er sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties dan let de gemeente op een paar dingen die voor u als inwoner belangrijk zijn:
de aard van de relatie met de huisgenoot;
de mate van hulp die u nodig heeft;
de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit;
de mate van planbaarheid van de hulp;
uw behoeften en mogelijkheden.
Als de gemeente beoordeelt of er sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties dan houdt de gemeente rekening met de volgende punten die belangrijk zijn voor de huisgenoot:
de leeftijd van de huisgenoot;
de beschikbaarheid om de hulp te bieden;
de kennis, kunde en leerbaarheid van de huisgenoot om de noodzakelijke hulp te bieden;
de lichamelijke en mentale belastbaarheid van de huisgenoot;
of er sprake is van problematiek bij de huisgenoot (zoals relationele problemen of schulden);
welke verplichtingen de huisgenoot heeft, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen;
het belang van de huisgenoot om een inkomen uit arbeid te krijgen;
de vraag of financiële problemen (kunnen) ontstaan door het bieden van de hulp.
Bij de belastbaarheid en bij (dreigende) overbelasting geldt bovendien het volgende:
er moet een verband zijn tussen de (dreigende) (over)belasting en de hulp aan u;
als de (over)belasting komt door spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) dan moet de huisgenoot eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. Dat geldt ook voor andere factoren die los staan van de hulpverlening aan u;
bij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening bekijkt de gemeente wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen;
als de (dreigende) (over)belasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de huisgenoot verwacht.
Als sprake is van (dreigende) overbelasting, wordt geen pgb voor het verlenen van hulp aan de inwoner door een huisgenoot verstrekt. Een al eerder hiervoor verleend pgb wordt ingetrokken. Een andere zorgverlener wordt ingezet voor de benodigde hulp.
Indien een huisgenoot tijdelijk ondersteuning biedt bij uitval van een andere huisgenoot, maar deze hulp naar verwachting of leidt tot overbelasting van de huisgenoot, wordt dit niet aangemerkt als gebruikelijke hulp. In die gevallen kan de gemeente passende ondersteuning bieden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Bijlage 2 Eigen kracht (Jeugdwet)
Gebruikelijke hulp is hulp die in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht minderjarige jeugdigen uit hun gezin te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Als er sprake is van gebruikelijke hulp dan geeft de gemeente geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hier kan (tijdelijk) een uitzondering voor worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Gaat het om hulp die meer is dan de gebruikelijke hulp, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. De gemeente beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. De gemeente maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
De gemeente verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht. Of dat de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als de hierboven genoemde punten geen problemen opleveren voor de ouders – bijvoorbeeld bij het geven van hulp, hun beschikbaarheid, hoe zwaar het voor hen is of hun financiële situatie – dan verwacht de gemeente dat zij (een deel) van de hulp zelf geven. In dat geval krijgen zij dan geen jeugdhulp van de gemeente.
8. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende:
9. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het geven van ondersteuning bij de hulp aan de jeugdige dan wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk geeft, valt onder de eigen kracht. De gemeente geeft hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Aanbieder(s): de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente.
Aangepast vervoer: vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi, niet zijnde openbaar vervoer.
Aanvraag: een verzoek van een inwoner om een besluit te nemen.
ADL-clusterwoning: een zelfstandige woning voor mensen met een ernstige lichamelijke handicap of chronische aandoening waar 24 uur per dag hulp en assistentie ingeroepen worden.
Algemeen gebruikelijke voorziening(en): een voorziening die
Andere voorziening(en): een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de ondersteuning die hij nodig heeft, anders dan ondersteuning-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan bijvoorbeeld een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of voorliggende voorziening, of voorliggende voorzieningen op grond van andere regelingen, zoals alimentatie en toeslagen. Anw-uitkering: een maandelijkse uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet. Aow-leeftijd: leeftijd waarop een uitkering (pensioen) op grond van de Algemene ouderdomswet ingaat.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet, artikel 37 van de IOAW en artikel 37 van de IOAZ. Awb: Algemene wet Bestuursrecht
Basisonderwijs: onderwijs op een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.
Basisschool: basisschool als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.
Beperking(en): de vermindering van mogelijkheden door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap. Dat heeft tot gevolg gehad dat er een belemmering is ontstaan in het sociaal-maatschappelijk functioneren, of, als het om vervoer naar school gaat, het vervoer naar school.
Bestuurlijke boete: een boete, vanwege het niet (behoorlijk) nakomen van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de IOAW, artikel 13, eerste lid, van de IOAZ, of artikel 30c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
BIG: beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. De Wet BIG geeft regels voor beroepen in de gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Op grond van de Wet BIG zijn bepaalde zorgverleners verplicht zich in te schrijven in het BIG-register.
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering, bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatie-wet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Cliëntondersteuning: professionals of vrijwilligers die met u mee kunnen denken over zorg en ondersteuning.
Collectief taxivervoer: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).
Dichtstbijzijnde toegankelijke school: school die het dichtst bij de woning of opstapplaats van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Als het kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat, dan is de dichtstbijzijnde school de school in het samenwerkingsverband waarop het kind eerst zat, of een andere speciale school voor basisonderwijs binnen dit samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is.
Eigen kracht: eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.
Financiële buffer: het vermogen boven de vermogensgrens uit artikel 34, lid 3 van de Participatiewet, dat past bij de leefsituatie. Vermogen is de waarde van geld en bezittingen.
Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Hierdoor wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.
Gebruikelijke ondersteuning: de ondersteuning die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot/ partner, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet worden met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Onder gebruikelijke ondersteuning kan ook gebruikelijke zorg vallen. Gebruikelijke zorg is de zorg die gezinsleden normaal aan elkaar geven binnen het huishouden, omdat ze samen verantwoordelijk zijn voor dat huishouden.
Gedrag(en): het geheel van acties en reacties van een persoon.
Gemeente: de gemeente van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem.
Inkomen: het inkomen, uit artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6) dan wordt onder inkomen verstaan: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het inkomen wordt dan gemeten over het peiljaar (artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs).
Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Met inspraak wordt in artikel 10.1 van deze verordening ook bedoeld het recht om invloed uit te oefenen en over iets mee te beslissen. Instelling(en): een organisatie die bedrijfsmatig zorg of ondersteuning verleent.
Inwonerparticipatie: de mogelijkheid als inwoner om mee te praten met het beleid van de gemeente voor het eventueel aanpassen en verbeteren hiervan.
Inwoner(s): de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om:
Voor de toepassing van de hoofdstukken 9 en 11 wordt onder inwoner ook verstaan: de persoon die ondersteuning van de gemeente heeft gehad maar zijn woonplaats niet meer daar heeft. Onder rechtmatig verblijf wordt verstaan: verblijf dat geen wettelijke belemmering oplevert voor ondersteuning door de gemeente.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jongere(n): als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Als het om werk en inkomen gaat: personen die jonger zijn dan 27 jaar.
Jongerenwerk: activiteiten die bij Stichting Welzijn Lochem worden georganiseerd. Stichting Welzijn Lochem is de plek en het netwerk van jongeren voor jongeren waar inspirerende en nuttige activiteiten worden georganiseerd. De jongerenwerkers helpen bij het proces van zelforganisatie door jongeren, ouders, vrijwilligers, maatschappelijke partners en ondernemers. De jongerenwerkers werken nauw samen met ‘t Baken, politie, BOA’s, scholen, en hulpverleners.
Kind(eren): de minderjarige (0-18 jaar).
Langdurig beperkt: met langdurig beperkt wordt bedoeld dat de beperking van het kind structureel is en langer dan 6 maanden duurt.
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg) verzekeringen.
Llv: de wetten die regelen dat gemeenten leerlingenvervoer aanbieden, dat wil zeggen de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra.
Mantelzorger(s): langdurig, vrijwillig en onbetaald zorgverlening aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende partner, (schoon)ouder, kind of ander familielid, vriend of kennis. Deze zorg wordt niet-beroepsmatig verleend voor minimaal 8 uur per week en langer dan 3 maanden.
Medewerker(s): de persoon die namens de gemeente van burgemeester en wethouders optreedt.
Melding(en): het kenbaar maken van een ondersteuningsvraag aan de gemeente.
Normale dagelijkse activiteiten: noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen, bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo.
Ondersteuning in natura: ondersteuning of zorg die de gemeente voor de inwoner inzet.
Ondersteuning-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening.
Ondersteuningsvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft.
Onderwijssoort: het soort onderwijs dat het kind nodig heeft gelet op zijn lichamelijke of geestelijke situatie.
Openbaar vervoer: openbaar toegankelijk personenvervoer dat met een vaste route en een vaste dienstregeling rijdt (of vaart). Daaronder valt ook een buurtbus.
Opstapplaats: plaats die is aangewezen door de gemeente, vanaf waar het kind (de leerling) gebruik kan maken van het vervoer naar school.
Ouders: ouders, voogden of verzorgers van de jongere.
Participatie: deelnemen aan het maatschappelijke verkeer als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
Peiljaar: het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, waarvoor een vervoersvoorziening voor leerlingenvervoer wordt aangevraagd.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn.
Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart de gewenste ondersteuning wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan.
Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de ondersteuning die hij nodig heeft en die hij met het Pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke ondersteuning gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die ondersteuning gewaarborgd worden.
Reistijd: de tijd tussen het moment van het verlaten van de woning en de starttijd van de school volgens de schoolgids. Van deze reistijd mag maximaal 10 minuten worden afgetrokken als het kind gewoonlijk iets voor de start van de school aankomt op school. Voor de terugreis geldt de tijd tussen de eindtijd van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning van het kind. Hierbij kan maximaal 10 minuten worden opgeteld voor een eventuele wachttijd voor openbaar vervoer of aangepast vervoer.
Richting: godsdienstige of levensbeschouwelijke richting.
Samenwonenden: degenen die een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
School: basisschool, speciale school voor basisonderwijs, of school waar speciaal of voortgezet onderwijs wordt gegeven.
SKJ: Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. Dat is het beroepsregister voor jeugdprofessionals in Nederland.
Sociaal domein: een verzameling van wetten op het gebied van jeugd, onderwijs, zorg, werk, inkomen, schulden en inburgering welke door de gemeente worden uitgevoerd voor het welzijn van inwoners.
Speciaal onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
Uitkering(en): de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.
Uitkeringsnorm: de maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Vavo-onderwijs: voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.
Vergoeding(en): vergoeding van kosten. In het kader van hoofdstuk 6 (vervoer naar school): de gehele of gedeeltelijke bekostiging van reiskosten, bedoeld in artikel 4 Wet op het primair onderwijs, artikel 4 Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 4 van de Wet op de expertisecentra.
Verordening: bundeling van regels die door de gemeenteraad van Lochem zijn vastgesteld.
Voorliggende voorziening(en): een voorziening op grond van een andere regeling of van een andere organisatie. Gaat het om bijstand, dan wordt ermee bedoeld een voorziening als bedoeld in artikel 5 onderdeel e van de Participatiewet.
Voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in de Wet op het Voortgezet onderwijs.
Voorziening(en): ondersteuning in de vorm van een dienst, activiteit, product, Pgb, geldbedrag, of een combinatie daarvan.
Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet, de Wet kinderopvang, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet op het primair onderwijs, de wet op het voortgezet onderwijs of de Wet op de expertisecentra.
Wettelijk minimumloon: het wettelijk minimumloon, bedoeld in de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag. Voor personen jonger dan 21 jaar: het leeftijdsgebonden minimumloon op grond van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.
Wgs: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
Wlz-instelling: een instelling die zorg verleent op grond van de Wet langdurige zorg.
Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Wmo-ondersteuning: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
Woning: de woonruimte waar de inwoner zijn hoofdverblijf heeft. Gaat het om vervoer naar school (hoofdstuk 6), dan is de woning de plaats waar het kind structureel (over een langere periode) en feitelijk verblijft.
Wsw: Wet sociale werkvoorziening
Wvggz: Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de normale dagelijkse activiteiten en het voeren van een gestructureerd huishouden, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-538386.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.