Gemeenteblad van Almelo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Almelo | Gemeenteblad 2025, 522576 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Almelo | Gemeenteblad 2025, 522576 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Het/De college van burgemeester en wethouders van Gemeente Almelo
gelezen de tekstinhoud van ”Programma Warmte 2026-2035” d.d. DATUM
Overwegende dat:
De gemeente Almelo werkt, in lijn met de afspraken uit het Klimaatakkoord, aan het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Dit betekent dat we het gebruik van aardgas voor verwarming, warm tapwater en koken stap voor stap willen vervangen door duurzame warmtebronnen. De visie op deze transitie is vastgelegd in de Warmtevisie, vastgesteld in 2020. Het programma Warmte beschrijft wat de gemeente de komende vijf tot tien jaar gaat doen, laat zien welke aardgasvrije technieken er beschikbaar zijn voor elke buurt en wanneer er in een gebied wordt gestart met een aanpak om een gebied aardgasvrij te maken. Het is een wettelijke plicht voor gemeenten om een programma Warmte op te stellen en deze elke vijf jaar te herzien. Het ontwerp programma heeft van 25‑08‑2025 tot en met 06‑10‑2025 voor inspraak ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen op het ontwerp programma ingediend.
Besluit:
1. Het Programma Warmte 2026-2035 vast te stellen;
2. De raad met een raadsbrief te informeren over het vaststellen van het Programma Warmte 2026-2035.
"Programma Warmte 2026-2035" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Aldus besloten door het college Gemeente Almelo, dag maand jaar.
Burgemeester en Wethouders van Almelo,
de secretaris J. H. Dijkstra,
de burgemeester, R. T. A. Korteland
Almelo werkt aan een aardgasvrije gemeente. We willen uiterlijk in 2050 geen aardgas meer gebruiken voor het verwarmen van gebouwen, het verwarmen van tapwater en voor koken. Als vervanging van aardgas werken we aan een toekomstig energiesysteem dat betaalbaar, duurzaam, efficiënt en betrouwbaar is. Dit doen we door zoveel mogelijk beschikbare energiebronnen in Almelo te gebruiken.
Voor u ligt daarom het programma Warmte. In dit programma beschrijven we hoe we gefaseerd toewerken naar een aardgasvrije stad. In het programma laten we zien welke mogelijkheden er voor elke buurt zijn. We zetten ons daarbij in voor een betaalbare en gedragen overgang.
Een grote taak voor het aardgasvrij maken van de stad, kan de gemeente niet alleen. We willen en moeten dit samen met onze inwoners en partners doen. Samen kunnen we een duurzame toekomst voor Almelo realiseren. Ik hoop van harte dat iedere inwoner en partner van Almelo zich samen met ons wil gaan inspannen en de schouders onder deze uitdaging wil zetten.
Margreet Overmeen-Bakhuis
Wethouder Klimaat en Milieu
Het Programma Warmte is een volgende belangrijke stap in de Almelose warmtetransitie en richt zich op een gestructureerde, toekomstbestendige en sociaal verantwoorde aanpak. Dit programma is een aanvulling op de Warmtevisie uit 2020 en bevat voor elke buurt een eerste inzicht in het mogelijke warmtealternatief. De inzet is een betaalbare, duurzame en uitvoerbare oplossing voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, passend binnen landelijke kaders en lokale mogelijkheden. Hieronder worden de belangrijkste uitdagingen en strategische overwegingen uiteengezet.
Belangrijkste uitdagingen
Betaalbaarheid ( 7.2 )
De warmtetransitie moet voor zowel de gemeente als de inwoners financieel haalbaar blijven. Hierbij is specifieke aandacht nodig voor inwoners die kampen met energiearmoede. Aansluiting bij landelijke initiatieven vanuit de G40, Vereniging Nederlandse Gemeenten en het Warmtebod van de Warmte Alliantie is essentieel om structurele ondersteuning en lobbykracht te bundelen. Een betaalbaar aanbod in combinatie met financiële regelingen en maatwerkoplossingen voor kwetsbare doelgroepen spelen hierin een belangrijke rol.
Wettelijk kader
De juridische onderbouwing van het programma vereist afstemming met en toepassing van de relevante wet- en regelgeving, zoals het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, de Wet collectieve warmtevoorziening en het Besluit collectieve warmte. Juridische duidelijkheid is cruciaal om projecten te kunnen uitvoeren en verantwoorden.
Ruimte in de ondergrond
De fysieke ruimte in de ondergrond is beperkt, met name in het stedelijk gebied. Er is behoefte aan coördinatie met onder andere netbeheerders en ruimtelijke projecten om de benodigde leidingen voor warmte en elektriciteit tijdig te kunnen aanleggen. Slimme planning en ruimtelijke afstemming zijn noodzakelijk om vertragingen en kostenoverschrijdingen te voorkomen.
Tijd ( 6.3 )
De warmtetransitie is een langdurig proces. Van planvorming tot realisatie kunnen jaren verstrijken. De uitdaging ligt enerzijds in het juridische en financiële instrumentarium dat op dit moment nog niet voldoende geregeld is, en anderzijds in het stroomlijnen van besluitvorming, vergunningverlening, participatie en uitvoering, terwijl tegelijkertijd al stappen gezet moeten worden richting de doelen van 2030 en 2050.
Strategische overwegingen
De warmtetransitie is geen puur technische opgave, maar een maatschappelijke transformatie die vraagt om heldere keuzes, langetermijnvisie en samenwerking. De volgende strategische overwegingen vormen het fundament onder het programma Warmte:
Focus op duurzaamheid
Almelo kiest voor warmteoplossingen die zowel op korte als lange termijn bijdragen aan het behalen van klimaatdoelen, zonder concessies te doen aan de betrouwbaarheid of veerkracht van het energiesysteem. De focus ligt op technieken die schaalbaar zijn, aansluiten bij toekomstige netinfrastructuur en integreren met andere energiedragers (zoals elektriciteit of opslag).
Inclusieve energietransitie
De warmtetransitie mag ongelijkheid niet versterken. Almelo maakt strategische keuzes waarin energiearmoede actief wordt tegengegaan. Dit betekent onder andere prioriteit geven aan wijken waar inwoners relatief hoge energielasten hebben en beperkte investeringsruimte. Samenwerking met maatschappelijke partners zorgt ervoor dat oplossingen aansluiten bij de leefwereld van inwoners.
Samenwerking met maatschappelijke partners en lokale initiatieven
De warmtetransitie vraagt om samenwerking met lokale partijen die vertrouwen hebben bij inwoners en verankerd zijn in Almelo en de dorpen Aadorp en Bornerbroek. Energiecoöperatie Almelo Energie speelt hierin een sleutelrol, bijvoorbeeld bij bewonersparticipatie, lokale opwek en mogelijk ook bij (kleinschalige) collectieve systemen. Ook de lokale buurtteams zoals Duurzaam Windmolenbroek, de netbeheerders Cogas, Coteq en Enexis, de woningcorporaties Beter Wonen en Sint Joseph en waterschap Vechtstromen zijn cruciale partners bij het bereiken van brede maatschappelijke doelen, zoals het tegengaan van energiearmoede. Strategisch wordt ingezet op een gelijkwaardige samenwerking waarin deze partners niet alleen uitvoerder, maar ook mede-ontwikkelaar zijn, met de gemeente als regievoerder.
Flexibiliteit binnen strategische kaders ( 7.5 )
Hoewel richting en structuur belangrijk zijn, moet het programma voldoende flexibel blijven om in te kunnen spelen op nieuwe wetgeving, innovaties, financieringsmogelijkheden of veranderende behoeften in de samenleving. Lokale uitvoeringsruimte wordt afgestemd op landelijke ontwikkelingen.
Reproduceerbare analyses
Besluitvorming over wijkgerichte aanpakken wordt onderbouwd met eenduidige, data-gedreven analyses die reproduceerbaar zijn in andere wijken. Denk aan technische haalbaarheid, geschatte kosten per woning, impact op energierekening, CO₂-besparing en maatschappelijke effecten. Deze analysemethodiek vormt de basis voor minimaal vijf planrondes van het programma Warmte tot 2050.
In 2020 stelde de gemeenteraad van Almelo de Warmtevisie vast. Hiermee gaven we uitvoering aan landelijke afspraken, opgenomen in het Nationaal Klimaatakkoord. Dit akkoord vertaalt de internationale klimaatafspraken, die in 2016 in Parijs door bijna 200 landen zijn ondertekend. Het doel is om de aarde niet verder op te laten warmen dan 2 graden ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Dit vraagt van de landen een flinke inspanning. Deze landen mogen zelf bepalen hoe zij hieraan gaan voldoen. Dit geldt ook voor Nederland.
Nederland zet in op een CO2-reductie van 55% in 2030. Dit tussendoel is landelijk aangevuld met het einddoel om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Om dit te bereiken, spraken overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties af om in 2050 geen aardgas meer te gebruiken voor ruimteverwarming, tapwater en het koken. Dit noemen we de warmtetransitie. Ofwel, de overstap van fossiele bronnen naar duurzame bronnen. In 2050 moeten landelijk 7 miljoen bestaande woningen en 1 miljoen andere gebouwen van het aardgas af zijn. Als eerste stap worden tot 2030 1,5 miljoen bestaande woningen aardgasvrij gemaakt. Dat gaat wijk voor wijk. In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten een regierol vervullen in de lokale warmtetransitie, waarbij ze nauw samenwerken met (lokale) stakeholders, inwoners en gebouweigenaren.
Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Deze wet en de voorziene landelijke warmtewetgeving zijn aanleiding om de Warmtevisie Almelo uit 2020 te herzien. We kiezen ervoor om deze herziening zoveel mogelijk te laten aansluiten op de Omgevingswet en de nieuwe warmtewetgeving. En daarom maken we onderscheid tussen de warmtevisie en het programma Warmte. De warmtevisie nemen we op in de Omgevingsvisie. Hoe we de visie en doelen gaan behalen wordt geconcretiseerd in dit programma Warmte. Zo blijft inzichtelijk wat onze visie en ambities zijn versus de manier waarop we deze willen bereiken. En kunnen we beter uitvoering geven aan onze regierol. Inwoners en gebouweigenaren krijgen zo beter zicht op waar zij aan toe zijn zodat ze hiermee rekening kunnen houden bij hun eigen verduurzamingsplannen.
We staan als gemeente, net als de rest van Nederland en de wereld, voor een enorme opgave. En iedere gemeente is ook nog eens anders. Er is niet één blauwdruk beschikbaar voor hoe we deze opgave met elkaar kunnen realiseren. Voor Almelo geldt bijvoorbeeld dat we extra aandacht moeten hebben voor kwetsbare groepen binnen de gemeente. Energiearmoede is in Almelo een bovengemiddeld grote uitdaging. Om iedereen mee te kunnen laten doen met de warmtetransitie, moet deze betaalbaar zijn.
Naast dit programma Warmte hebben we een Storymap Warmtetransitie opgesteld: “Op weg naar een duurzaam verwarmd Almelo”. Richt dit programma zich inhoudelijk meer op de gemeente, is de storymap vooral bedoeld ter informatie voor onze inwoners. Het is een interactief instrument dat onze inwoners, en uiteraard ook andere geïnteresseerden, kunnen gebruiken om zelf aan de slag te gaan met het verduurzamen van hun woning. De storymap is ook beschikbaar via de gemeentelijke website: www.almelo.nl/aardgasvrij.
De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is een complexe opgave. De gemeente kan dit niet alleen. Daarom werken we nauw samen met lokale en regionale stakeholders in de warmtetransitie: de Warmtepartners van Almelo. Dit zijn netbeheerders Cogas, Coteq en Enexis, de lokale woningbouwcorporaties Beter Wonen en Sint Joseph, buurgemeenten en de provincie Overijssel, het waterschap Vechtstromen, buurtinitiatieven zoals Wijkteam Duurzaam Windmolenbroek en de energiecoöperatie Almelo Energie.
Dit programma is afgestemd met zowel interne- als externe stakeholders, met als doel het programma te versterken en de onderlinge verbanden op basis van de inhoud te identificeren. Hiervoor hebben we verschillende consultatiegesprekken gevoerd. Intern hebben deze gesprekken plaatsgevonden met Stedelijke Ontwikkeling, team Advies en Regie van Uitvoering Fysiek, adviseurs op de thema’s Wonen en Economie en Arbeidsmarkt. Voor de consultatie van externe stakeholders hebben consulterende gesprekken plaatsgevonden met lokale netbeheerders, medeoverheden, woningbouwcorporaties en de lokale initiatieven Buurtteam Duurzaam Windmolenbroek en energiecoöperatie Almelo Energie. Tijdens alle consultatiegesprekken is een conceptversie van het programma Warmte besproken. De input die is opgehaald tijdens de gesprekken is verwerkt in dit programma Warmte. De opgehaalde input tijdens de terinzagelegging is verwerkt in het definitieve programma. Een verslag hiervan is opgenomen in Bijlage II.
In dit programma beschrijft de gemeente Almelo hoe zij haar regierol in de warmtetransitie invult. Deze rol is vastgelegd in het Klimaatakkoord en betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het sturen op duurzame warmteoplossingen in de gebouwde omgeving. In hoofdstuk 4 wordt deze regierol toegelicht, inclusief de manier waarop Almelo zowel op korte als lange termijn richting geeft aan de transitie.
De ambitie van de gemeente is helder: in 2050 moeten alle 34.000 woningen en 6.000 andere gebouwen aardgasvrij zijn. Deze lange termijndoelstelling, zoals beschreven in hoofdstuk 5, vormt de kern van de Warmtevisie Almelo 2020 en is inmiddels opgenomen in de bredere Omgevingsvisie.
Om deze ambitie te realiseren, maakt de gemeente gebruik van beleidsinstrumenten uit de Omgevingswet. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe instrumenten zoals het programma Warmte, wijkuitvoeringsplannen en het omgevingsplan samen zorgen voor een samenhangende aanpak. Elk instrument heeft een eigen rol in het proces van visie naar uitvoering.
De uitgangspunten die aan dit programma ten grondslag liggen, komen aan bod in hoofdstuk 7. Hierin benadrukt de gemeente het belang van betaalbaarheid, duurzaamheid, samenwerking met de wijk en flexibiliteit. Deze waarden vormen het kompas voor alle keuzes en acties binnen het programma.
In hoofdstuk 8 verschuift de aandacht naar de uitvoering. De focus ligt op bestaande bouw, omdat nieuwbouw al aan wettelijke duurzaamheidseisen moet voldoen. De gemeente beschrijft welke activiteiten in deze programmaperiode worden ondernomen om bestaande woningen en gebouwen aardgasvrij te maken.
Een belangrijk onderdeel van de uitvoering is participatie, zoals uitgewerkt in hoofdstuk 9. De gemeente betrekt inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties al in een vroeg stadium bij de plannen. Dit gebeurt onder andere via wijkuitvoeringsplannen en gezamenlijke onderzoeksopgaven.
Hoofdstuk 10 gaat in op de buurten en gebieden waar de gemeente zich de komende tijd op richt. Naast nieuwe onderzoeksgebieden wordt ook verder gewerkt aan lopende trajecten, zoals op bedrijventerrein Bornsestraat, in Aalderinkshoek en delen van Windmolenbroek.
Tot slot beschrijft hoofdstuk 11 hoe het programma wordt georganiseerd en uitgevoerd. De planning combineert lopende projecten met nieuwe analyses. Een gemeentelijk projectteam voert het programma uit, ondersteund door vakspecialisten en waar nodig externe partijen. Monitoring en evaluatie zorgen ervoor dat het programma flexibel blijft en kan worden bijgestuurd. Via de Storymap Warmte Almelo en de gemeentelijke beleidscyclus wordt de voortgang inzichtelijk gemaakt. Zo laat dit programma zien hoe Almelo stap voor stap werkt aan een aardgasvrije toekomst – van visie naar uitvoering, samen met de gemeente.
In het Klimaatakkoord is de gemeente aangesteld als regisseur voor de warmtetransitie. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het sturen op duurzame warmteoplossingen in de gebouwde omgeving. Deze sturing gebeurt enerzijds via de Warmtevisie en het bijbehorende programma Warmte, maar ook door regie te voeren over collectieve warmteprojecten. De gemeente Almelo pakt haar regierol op zowel de korte- als lange termijn. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we dat doen.
We beginnen met lokale projecten, waarbij we gebruikmaken van een aantal leidende uitgangspunten (zie hieronder). Bij elk project maken we keuzes over de rolverdeling, maar we doen dit vooralsnog per project en niet op generieke basis. In de projecten werken we samen met warmtepartners die betrokken zijn bij de gehele warmteketen, dus van bronhouders tot transport en levering, en uiteindelijk de eindgebruikers. Als gemeente nemen we de verantwoordelijkheid voor de governance van de lokale projecten. Dit doen we door samenwerkingsafspraken te maken met de warmtepartners. Daarnaast zorgen we ervoor dat de projecten aansluiten bij de langetermijnstrategie.
De leidende uitgangspunten voor rolneming bieden richting voor de korte termijn:
Beperken van het financiële risico voor de gemeente: De aanleg en exploitatie van warmtenetten zijn kapitaalintensieve projecten. De grootste investering ligt in de infrastructuur, waarvoor vermogen moet worden ingebracht dat pas na langere tijd kan worden terugverdiend. Hoe groter het aandeel van de gemeente in een warmtebedrijf, hoe hoger het financiële risico. We staan terughoudend tegenover aandeelhouderschap in een warmtebedrijf, om het financiële risico te beperken.
Regie op de ontwikkeling en realisatie van warmtenetten: Wanneer de gemeente participeert in een warmtebedrijf, kan zij meebeslissen over de locatie van de warmte-infrastructuur, de volgorde van woningaansluitingen, en de toekomstige uitbreidingen of herinvesteringen. Hoe groter het aandeel van de gemeente in het bedrijf, hoe meer invloed zij heeft op de warmtenetten. De gemeente wil andere sturingsmogelijkheden inzetten om alsnog regie te kunnen voeren op de ontwikkeling en realisatie van warmtenetten.
Betaalbaarheid voor de eindgebruikers: Energiearmoede is een belangrijk issue in Almelo. De aansluitkosten en tarieven voor een warmtenet moeten daarom betaalbaar blijven voor de eindgebruikers.
Rol in lijn met de kerntaak van de gemeente: Het besturen van een warmtebedrijf met een verdienmodel is geen kerntaak van de gemeente. Bij verbonden partijen neemt de kennis vaak af na verloop van tijd, zeker als de rol uitvoerend wordt. Dit kan de gemeentelijke sturing minder effectief maken. Bij het bepalen van haar rol moet de gemeente afwegen in hoeverre deze past bij de aard van haar organisatie.
Aansluiten bij belangrijke ontwikkelingen, zoals de verstedelijkingsstrategie: Warmtenetten worden voor tientallen jaren aangelegd. Tegelijkertijd ondergaat de stad veranderingen, waaronder verstedelijkingsprojecten en de herstructurering van verschillende wijken. De gemeente moet bij de aanleg van warmtenetten hiermee rekening houden en waar mogelijk aansluiting zoeken.
Lokale verankering van het warmtebedrijf: Veel stakeholders vinden het belangrijk dat het warmtebedrijf lokaal is verankerd.
Betrouwbare en stabiele samenwerkingspartners: Veel stakeholders hechten waarde aan samenwerking met partijen die lokaal bekend zijn en als betrouwbaar en stabiel worden beschouwd. Dit versterkt het vertrouwen in de samenwerking op de lange termijn, wat belangrijk is voor het succes van een warmtebedrijf.
Voor de lange termijnstrategie focussen we op de ontwikkeling naar grootschalige warmtenetten. De verwachting is dat de warmtemarkt zich op de lange termijn (10 jaar en verder) gaat ontwikkelen naar beheer en eigendom van warmtenetten op grotere schaal (50.000+ aansluitingen). Voor een succesvolle werking van een warmtebedrijf is deze schaal op termijn noodzakelijk qua bedrijfsvoering, maar ook voor leveringszekerheid. Om deze groei en samenwerking te ondersteunen, sluiten we ons aan bij de overlegstructuren op zowel regionaal als provinciaal niveau. Dit stelt ons in staat om de belangen van Almelo effectief te vertegenwoordigen en actief bij te dragen aan regionale en provinciale besluitvorming. Daarnaast volgen we nauwgezet de landelijke ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, regelingen en financieringsconstructies die van invloed kunnen zijn op de warmtesector. Door deze ontwikkelingen goed in de gaten te houden, kunnen we, waar nodig, anticiperen en de ontwikkelingen meenemen in de lokale projecten.
Deze nationale en provinciale ontwikkelingen zijn van belang voor de gemeente Almelo, vooral als het gaat om de toekomstige rol die de gemeente zal spelen in warmtenetten. Er wordt daarom nu nog geen keuze in rolneming gemaakt. Het is essentieel om deze ontwikkelingen te blijven volgen en te integreren in de lange termijnstrategie, zodat we voorbereid zijn op de uitdagingen en kansen die zich voordoen.
Het vergezicht van de Warmtevisie Almelo geldt nog steeds: in 2050 moeten ruim 34.000 woningen en 6.000 andere gebouwen aardgasvrij zijn. Deze visie en ambitie worden verwerkt in de Almelose Omgevingsvisie. Naast dit vergezicht bevat de Warmtevisie 2020 een aantal activiteiten dat is opgepakt nadat de visie was vastgesteld. In dit hoofdstuk kijken we terug op de afgelopen periode en wat we van onze ervaringen kunnen leren.
De focus lag in de afgelopen jaren op het onderzoeken van warmtealternatieven. Dit is specifiek gedaan voor de in de warmtevisie genoemde eerste gebieden die beoogd zijn om aardgasvrij(klaar) te zijn in 2030: het bedrijventerrein aan de Bornsestraat, delen van de wijk Aalderinkshoek en delen van de wijk Windmolenbroek. De praktijk rondom deze trajecten laat zien dat de warmtetransitie complex is.
De drie trajecten verschillen van elkaar en hebben een eigen verloop, dit is een bewuste keuze. We leren daardoor op verschillende manieren wat goed gaat en wat beter kan. Dat doen we samen met onze lokale warmtepartners zoals de woningcorporaties, netbeheerders en het waterschap. De samenwerking met partners is gebaat bij heldere regie vanuit de gemeente. Want een goede regievoering levert meer duidelijkheid en richting op waarmee zowel inwoners als warmtepartners rekening kunnen houden bij hun eigen plannen. Met dit programma Warmte geven we invulling aan de regierol.
Op Bedrijventerrein Bornsestraat (Bavinkel) ligt de kans om restwarmte van Urenco in te zetten voor een collectieve warmtevoorziening ten behoeve van woningen en bedrijven. Wat deze restwarmte bron zo uniek maakt is de stabiliteit en continuïteit van warmtelevering. De gemeente werkt samen met de warmtepartners aan het opstellen en invullen van een businesscase. Als gemeente faciliteren we dit proces met een procesbegeleider. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden van gemeentelijke deelname aan dit traject waarbij de aandacht uitgaat naar woningen. De eerste uitkomsten van de businesscase zijn positief en daarom werken we als gemeente deze haalbaarheid verder uit deze periode.
Aalderinkshoek is de eerste wijk waar we met Beter Wonen, Sint Joseph, Cogas en waterschap Vechtstromen en inwoners aan de slag gegaan zijn voor een aardgasvrije warmteoplossing. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd en er is een participatieproces doorlopen. Er zijn diverse acties en bijeenkomsten in de wijk geweest. Voor de Aalderinkshoek ontving de gemeente een rijksbijdrage in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken. Afgelopen periode lag de focus vooral op het inzichtelijk krijgen van verschillende technologische kansen en belemmeringen. Deze periode gaan de uitkomsten met elkaar vergelijken en tegen elkaar afwegen om tot een definitieve warmte oplossing te komen.
Het Wijkteam Duurzaam Windmolenbroek is ontstaan op initiatief van de gemeente en is vanaf eind 2022 actief in deze Almelose wijk. In samenspraak met buurtbewoners (met name die van de buurt Kanaalzijde) en met ondersteuning van Buurkracht en een onderzoeksbureau heeft het buurtteam eind februari 2024 het “Wijkplan Duurzaam Windmolenbroek” opgeleverd. Hoofdadvies is om voor de wijk Windmolenbroek in te zetten op verduurzaming van de woningen via een combinatie van zonnepanelen, isolatiemaatregelen en (hybride) warmtepompen. Daarnaast adviseert het buurtteam om andere oplossingen voor nieuwe duurzame energiebronnen, voor de periode na 2030-2035, actief nader te onderzoeken en daarbij het buurtteam te betrekken. Het buurtteam werkt voor de uitvoering van het wijkplan samen met de gemeente Almelo en met veel partijen die een rol spelen bij verduurzaming, aardgasvrij wonen en het duurzaam opwekken van energie in Almelo.
Almelo Energie is de energiecoöperatie van Almelo. Almelo Energie zet zich in voor eerlijke en betaalbare energie en helpt de inwoners met energie te besparen door middel van energiecoaches. Tevens levert de coöperatie 100% duurzaam, lokaal opgewekte energie uit eigen projecten. Inwoners worden uitgenodigd om mee te investeren in lokale energieprojecten. Voor de gemeente is Almelo Energie een lokale partner in de warmtetransitie als het gaat om onderzoek, communicatie en participatie en mogelijk in de toekomst ook een rol in (kleinschalige) collectieve systemen. Tevens werkt Almelo Energie aan een pilot waterstof.
De warmtetransitie en verduurzaming van onze leefomgeving is een gezamenlijke opgave. En daarom juichen wij eigen, lokale initiatieven toe. Een succesvol initiatief is het Bewonersinitiatief Duurzaam Aadorp. Dit inwonersinitiatief is van en voor de inwoners van Aadorp en richt zich momenteel vooral op onderzoek naar aardgasvrije warmtealternatieven.
In opdracht van de Rekenkamer Almelo werd in 2023 een onderzoek uitgevoerd naar de beleidskaders en uitvoering van de energietransitie in Almelo. Een onderdeel hiervan was de warmtetransitie. Uit het onderzoek kwam onder meer naar voren dat niet altijd duidelijk is onderbouwd hoe acties en maatregelen bijdragen aan de doelen en uitgangspunten. Bij het opstellen van dit programma Warmte hebben wij zoveel mogelijk rekening gehouden met de uitkomsten van het rekenkameronderzoek. Zo maken we inzichtelijk wat we gaan doen deze periode, hoe we dit doen, wanneer we dit doen, wat dit oplevert en hoe we dit financieren.
Terugkijkend kan geconstateerd worden dat de warmtetransitie een complexe opgave is. De regierol is bij de gemeente belegd (vanuit het Klimaatakkoord), maar de landelijke overheid moet nog een aantal relevante zaken regelen zoals wetgeving en financieringsconstructies om de betaalbaarheid (voor zowel inwoners als voor gemeenten) te kunnen borgen. Zo lang de spreekwoordelijke gereedschapskist niet gevuld is, blijft het voor gemeenten lastig om regie te voeren, simpelweg omdat instrumenten ontbreken. Daarnaast is de warmtetransitie een kwestie van kijken waar kansen liggen en de handen van de warmtepartners op elkaar gaan om meters te maken, maar ook meer duiding van de regierol vanuit de gemeente en een richtinggevende koers is belangrijk om de transitie op gang te krijgen. Omdat de warmtetransitie een langjarige en complexe opgave is, is naast een koers ook behoefte aan flexibiliteit. Met dit programma Warmte geven we hier de komende jaren invulling aan: een mix van de koers en flexibiliteit.
De Omgevingswet bevat een aantal beleidsinstrumenten. Deze instrumenten worden gebruikt om de maatschappelijke opgaven uit te voeren, zoals de warmtetransitie. Voor de warmtetransitie maken we gebruik van de omgevingsvisie, het programma (Warmte), een wijkuitvoeringsplan en het omgevingsplan. Om deze instrumenten uit elkaar te kunnen houden is onderstaand overzicht opgenomen. Ook staat erbij wie bevoegd is welk instrument vast te stellen. Daarnaast bieden we inzicht in het tijdspad van dit programma Warmte tot aan een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050.
Om tot een aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050 moet er nog veel gebeuren. De Warmtevisie uit 2020 was daarvoor een eerste stap. Om van dit programma Warmte tot uitvoering en realisatie te komen, moeten nog veel meer stappen gezet worden. Deze stappen kosten vaak veel tijd, omdat ze zorgvuldig gezet moeten worden en de warmtetransitie een complexe opgave is. Onderstaande figuur geeft inzicht in welke verschillende processen doorlopen moeten worden, welk tijdspad bij elk proces hoort en hoe lang ze gemiddeld duren. Dit overzicht is opgesteld door Servicepunt Duurzame Energie en geeft inzicht in het tijdspad tot 2050. Het is geen vertaling van ons programma Warmte, maar geeft wel een goed beeld van alle processen die we nog moeten doorlopen.

Onze Warmtevisie Almelo 2020 bevat de uitgangspunten die we belangrijk vinden. Omdat we deze nog steeds belangrijk vinden nemen we ze ook voor de komende jaren weer over in onze Omgevingsvisie en dit programma Warmte:
- Betaalbaar (voor inwoners en voor de gemeente)
- Duurzaam en efficiënt
- Aansluiten bij 'koppelkansen' en initiatieven uit de wijk
- Flexibel en samen aan de slag
‘Ons uitgangspunt is een warmtetransitie die betaalbaar en toegankelijk is voor alle inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren. Woonlastenneutraliteit is het doel: de investeringen die nodig zijn voor het aardgasvrij maken van de woning worden gefinancierd met het voordeel op de energierekening.’
Deze toelichting is overgenomen uit onze Warmtevisie 2020. Betaalbaarheid gaat over nationale kosten én over kosten voor woning- en gebouweigenaren. Nationale kosten zijn bijvoorbeeld de kosten voor netverzwaring in de wijken waar veel elektriciteit gebruikt gaat worden, of de aanleg van nieuwe infrastructuur. We maken hierbij gebruik van de ‘Handreiking betaalbaarheid’ van de VNG. Deze handreiking is een hulpmiddel voor gemeenten voor de warmtetransitie in de wijkaanpak. Woonlastenneutraliteit vraagt om een vergelijk van alle mogelijke warmtealternatieven. Vanuit de gemeente vergelijken wij hierbij collectieve versus individuele oplossingen. Dit doen we samen met de inwoners van de wijk/buurt. De investeringskosten zeggen op zichzelf nog niets over betaalbaarheid. Daarvoor moeten ook de voordelen worden meegenomen, zoals subsidies, waardestijging van de woning en energiebesparing. In wijken waar een collectieve oplossing niet mogelijk is, is het aan de woningeigenaren zelf om te bepalen voor welke eindoplossing zij kiezen.
‘Het doel is om de CO2-uitstoot terug te dringen. De warmtealternatieven die in plaats van het aardgas komen zijn duurzaam. Dit houdt in dat er aandacht is voor de herkomst van de warmtebron en de mate van efficiënt gebruik. We zetten zoveel als mogelijk in op het gebruik van lokale warmtebronnen. Warmte kan het best zo dicht mogelijk bij de bron worden ingezet, zo gaat er zo min mogelijk warmte verloren tijdens het transport.’
Besparen is de meest duurzame oplossing. Daarom wordt volop ingezet op energiebesparing en isolerende maatregelen. Iedereen kan al met kleine- en grote stappen besparen op energieverbruik. De gemeente ondersteunt inwoners met energiebesparing, bijvoorbeeld met de subsidie voor isolatie of gratis en vrijblijvend bouwkundig advies. Maar met energiebesparing alleen is een woning nog niet aardgasvrij. Het alternatief voor aardgas moet duurzaam zijn, dat wil zeggen, minder of het liefst helemaal geen CO2 uitstoten. Bij de verbranding van biomassa komt CO2 vrij. Daarom gaat in Almelo de voorkeur uit naar andere warmtebronnen. Almelo zet als eerste in op het gebruik van restwarmte of warmte dat vrijkomt bij (bedrijfsmatige) processen en geloosd wordt in de lucht of in het oppervlaktewater. Die warmte is er namelijk al.
‘Almelo is in beweging, op tal van plaatsen vinden werkzaamheden plaats. Waar mogelijk combineren we werkzaamheden in de openbare ruimte en werkzaamheden bij stakeholders met de warmtetransitie. Bijvoorbeeld werkzaamheden aan het riool, kabels en leidingen, openbaar groen en woningrenovaties door woningbouwcorporaties. In veel gevallen moet de straat open, bijvoorbeeld voor verzwaring van het elektriciteitsnet of de aanleg van een bron- of warmtenet. Het doel van het benutten van deze zogenoemde koppelkansen is kostenreductie en het beperken van overlast. We sluiten ook aan bij initiatieven in de wijk. Niet alleen in de wijken die beoogd zijn om aardgasvrij(klaar) te zijn voor 2030, maar ook in andere wijken waar initiatieven ontstaan.’
Eerder noemden we al het inwonersinitiatief Duurzaam Aadorp (nu Almelo Energie) als voorbeeld van een lokaal initiatief. En daarnaast is ook het Wijkteam Duurzaam Windmolenbroek een goed voorbeeld. Binnen deze initiatieven wordt gewerkt aan het onderzoeken en realiseren van warmtealternatieven voor aardgas. De gemeente heeft hier een faciliterende rol en betrekt het initiatief bij eventuele vervolgstappen richting aardgasvrij.
De aanpak van de warmtetransitie is wijk- en buurtgericht. Het uitgangspunt daarbij is om zogenaamde ‘koppelkansen’ in wijken te benutten. Dit betekent dat we de warmtetransitie combineren met andere opgaven die de komende jaren urgent zijn, zoals leefbaarheid, mobiliteit en gezondheid.
‘De weg naar een aardgasvrije wijk is geen project, maar een proces. Het proces is flexibel, er is ruimte voor nieuwe ideeën en inzichten die gaandeweg ontstaan. Inwoners wordt gevraagd om inbreng te leveren, vragen te stellen of mee te praten over een aardgasvrije toekomst. Ze worden daarin gefaciliteerd, bijvoorbeeld door middel van buurtteams of andere werkvormen die aansluiten bij het karakter van de wijk. De maatschappelijke organisaties vormen belangrijke partners waar we langdurig de samenwerking mee aangaan.’
Het aardgasvrij maken van wijken is een technische, financiële uitdaging, maar bovenal een sociaal vraagstuk. Daardoor kan de warmtetransitie per wijk verschillen. Elke wijk heeft zijn eigen sociale dynamiek en uitdagingen. Naarmate we in meer wijken aan de slag gaan, leren we hoe we het beste kunnen aansluiten bij de belevingswereld van de inwoners. De ervaring van sociale wijkteams, de wijkregisseurs en andere professionals die werkzaam zijn in het sociale domein is zeer waardevol. Het proces om te komen tot een aardgasvrije wijk is dynamisch en staat steeds open voor verbetering en aanpassing als dat een beter resultaat oplevert. De betrokkenheid van onder meer de woningbouwcorporaties als startmotor is van groot belang voor het op gang krijgen van de warmtetransitie.
Dit programma Warmte richt zich op bestaande woningen en andere gebouwen. Voor nieuw te bouwen gelden namelijk wettelijke regels die ervoor zorgen dat ze duurzaam, zonder gas, worden gebouwd. Onze ambitie voor de warmtetransitie van bestaande bebouwing staat in onze Omgevingsvisie: alle 34.000 bestaande woningen en 6.000 andere gebouwen zijn in 2050 aardgasvrij. Om dit te bereiken moeten er activiteiten worden ondernomen en uitgevoerd. In dit hoofdstuk bespreken we wat we gaan doen deze programmaperiode.
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) verplicht gemeenten om eens per vijf jaar een programma Warmte vast te stellen. Vooruitlopend op deze plicht stelt Almelo dit programma Warmte vast alsof de wet nu al van kracht is. Hierdoor voldoet het programma straks automatisch aan de dan geldende wetgeving.
Ook kiezen we ervoor om zoveel mogelijk gebruik te maken van al beschikbare data en gegevens. Landelijk en regionaal is namelijk al veel data beschikbaar. Ook over de Almelose situatie. Dit voorkomt dat we veel gegevens en data zelf moeten produceren, waardoor we kosten en tijd besparen. En zorgt ervoor dat de gebruikte data en gegevens herleidbaar en reproduceerbaar zijn.
Voor dit programma gebruiken we de door het Planbureau voor de Leefomgeving uitgevoerde Startanalyse 2025 en het Dashboard eindgebruikerskosten van TNO. Daarnaast gebruiken we de Klimaatmonitor van de Rijksoverheid. We geven in dit programma aan waar we welke bron of bronnen hebben gebruikt.
Tot slot geven we nog aan dat voor de Almelose Storymap Warmtetransitie dezelfde bronnen zijn gebruikt. Zo zorgen we ervoor dat het programma Warmte en onze storymap op elkaar aansluiten.
Voor het programma Warmte is een wettelijke instructieregel opgesteld. Dit is een algemene regel die ons verplicht dat het programma Warmte aan een bepaalde inhoud moet voldoen. Zoals aangegeven geldt deze regelgeving nog niet, maar we werken wel alvast volgens deze regelgeving. Dit betekent dat het programma Warmte in ieder geval de volgende onderwerpen bevat:
1. Een overzicht van de duurzame alternatieven voor aardgas die de gemeente overweegt.
2. Welk van de mogelijke, duurzame warmtealternatieven die wordt overwogen, de laagste totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van de toegedachte energie-infrastructuur met zich meebrengt. Dit wordt uitgedrukt in Nationale Kosten.
3. Het aantal gebouwen dat in de programmaperiode naar verwachting zal worden geïsoleerd, maar nog niet aardgasvrij wordt gemaakt.
4. Het aantal gebouwen dat in de programmaperiode naar verwachting zal worden geïsoleerd en waarvoor de overstap naar een duurzaam alternatief zal worden gerealiseerd.
5. Het aantal gebouwen waarvoor in de programmaperiode de overstap naar een duurzaam naar verwachting zal worden gerealiseerd (en in een eerdere fase al is geïsoleerd, al dan niet onder regie van de gemeente).
Op hoofdlijnen overwegen we op dit moment drie technieken die woningen en gebouwen duurzaam kunnen verwarmen. Daarnaast is er nog een tussenvariant, dat is de hybride warmtepomp. Hieronder staat een toelichting per techniek.
1. Warmtenetten: collectieve netwerken van warm water om gebouwen mee te verwarmen. Mogelijke energiebronnen zijn aardwarmte (geothermie), restwarmte van bedrijven en vormen van aquathermie, zoals warmte uit oppervlaktewater of riool- zuiveringswater. Afhankelijk van de bron kan leveringstemperatuur van een warmtenet verschillen van hoge temperatuur (HT), midden temperatuur (MT) tot lage temperatuur ((Z)LT). Hierbij geldt: hoe lager de temperatuur des te beter je een woning of gebouw moet isoleren.
2. All-electric: woningen worden elektrisch verwarmd, meestal met een waterpomp. Warmtepompen verwarmen vaak met een lage temperatuur. Als bron wordt de temperatuur uit de lucht, bodem of grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel woningniveau toegepast, maar kan ook op grotere, meer collectieve, schaal. Een buurt all-electric maken vraagt om verregaande isolatie en vaak om een verzwaring van het elektriciteitsnet. Deze programmaperiode houden we nog geen rekening met een collectieve all-electric aanpak. We leggen namelijk onze prioriteit, rekening houdend met gemeentelijke capaciteit en inzet, bij buurten waar een collectieve warmtevoorziening, zoals een warmtenet, een mogelijkheid is. Wel onderzoeken we deze periode hoe een collectieve all-electric aanpak eruit zou kunnen zien.
3. Duurzaam gas: gasnetten kunnen duurzame, hoge temperatuur gassen (biogas, groen gas, waterstof) naar woningen vervoeren. De beschikbaarheid en marktrijpheid van deze gassen is nog onzeker en onbekend. De vraag naar duurzaam gas kan worden verminderd door de inzet van hybride warmtepompen. Deze verwarmen met elektriciteit en schakelen alleen bij koude dagen over op gas.

Voor kernenergie geldt, net als voor waterstof, dat dit in ontwikkeling is waarbij de (on)mogelijkheden worden onderzocht. Wij volgen deze ontwikkelingen, maar beschouwen deze alternatieven voor nu, net als het Planbureau voor de Leefomgeving, niet als een haalbaar duurzaam alternatief. Mogelijk dat dit in de toekomst anders wordt. Als dit zover is dan houden we hiermee rekening in het programma Warmte. Tevens volgen wij met interesse de waterstof pilot die momenteel in Aadorp wordt uitgevoerd onder regie van energiecoöperatie Almelo Energie.
Hybride warmtepomp
Een hybride warmtepomp (lucht/water) is een elektrische warmtepomp die wordt ondersteund door een op (aard)gasgestookte -ketel. De warmtepomp neemt de basis van de warmteproductie voor zijn rekening. De cv-ketel springt bij op die momenten dat het zo koud is dat de warmtepomp het niet meer aankan. Ook maakt de cv-ketel het warm tapwater. De hybride warmtepomp blijft gebruik maken van aardgas. De mogelijkheid bestaat om dit aardgas in de toekomst te vervangen door een duurzaam gas zoals biogas of waterstofgas, mits dit voor de gebouwde omgeving beschikbaar komt. Daarom beschouwen wij de hybride warmtepomp als een tussenoplossing naar aardgasvrij.

Aandachtspunten bij all-electric oplossingen
Warmtepompen dragen bij aan duurzame verwarming van gebouwen, maar bij het toepassen van deze strategie op grotere schaal (meerdere woningen tegelijk) zijn er verschillende aandachtspunten waar we rekening mee houden. Ten eerste kunnen warmtepompen geluidshinder veroorzaken. Dit speelt voornamelijk in dichtbebouwde gebieden waar meerdere installaties dicht bij elkaar staan. In deze gebieden is niet alleen de individuele warmtepomp een bron van geluidshinder, maar wordt dit versterkt door de cumulatieve geluidsproductie van alle warmtepompen in de buurt. De cumulatieve geluidsproductie is het totaal aan geluid van alle verschillende geluidsbronnen in de omgeving.
Daarnaast is netcongestie een belangrijk aandachtspunt bij de toepassing van all-electric oplossingen. Elektrisch verwarmen vraagt meer van het elektriciteitsnet en belast het lokale netwerk op sommige plekken te zwaar. Netverzwaring of slimme aansturing van installaties kan nodig zijn om overbelasting van het net te voorkomen.
We kiezen in Almelo voor een open werkwijze. Dit betekent dat het zichtbaar en duidelijk is wat we doen, waarom we het zo doen en wanneer we iets doen. We kunnen alleen niet alles tegelijk doen. Enerzijds omdat hiervoor het geld ontbreekt en anderzijds omdat we over onvoldoende menskracht beschikken om alles tegelijk te doen. Kortom, we stellen prioriteiten en zetten de verschillende werkzaamheden in de tijd weg. Daarbij plannen we onze werkzaamheden elke vijf jaar opnieuw, zodat we in kunnen spelen op ontwikkelingen.
De werkwijze die we gebruiken, kunnen we steeds opnieuw gebruiken. Dus ook een volgende programmaperiode. Naast de al lopende projecten, gaan we de buurten in Almelo één voor één nader onderzoeken. Daarbij maken we logische combinaties van buurten die aan elkaar grenzen. We verwachten dat de ene buurt meer inspanning en onderzoek vraagt dan de andere buurt. Maar ook dat steeds nieuwere en betere gegevens onze uiteindelijke onderzoeksinspanning verminderen. Nadat een buurt is onderzocht en een collectieve warmtevoorziening is haalbaar, dan gaan we hiermee verder richting uiteindelijk uitvoering. In de tussentijd blijven we ook onze onderzoeksopgave uitvoeren. Zo ontstaat op enig moment de situatie dat we zowel aan het onderzoeken zijn als aan het uitvoeren.

Voor deze werkwijze maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande data en informatie. Zo kunnen we kosten besparen want we hoeven niet alles zelf in beeld te brengen. En zorgen we ervoor dat onze data terug te vinden is. Nadeel van deze werkwijze is dat de data en informatie soms wat gedateerd kan zijn, maar omdat dit een programma is, hoeft dit geen probleem te zijn. Het programma stuurt namelijk op hoofdlijnen en geeft richting hoe we naar de uitvoering willen gaan.
Voor de duurzame alternatieven per buurt gebruiken we de data en informatie uit de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving. Waar de regelgeving spreekt over ‘duurzame alternatieven’ gaat de Startanalyse uit van ‘voorkeursstrategieën’. Deze term kan verwarrend zijn en de indruk wekken dat de strategie al vaststaat, terwijl dit niet zo is. Het komt erop neer dat volgens de in de Startanalyse gebruikte criteria een bepaald duurzaam alternatief het beste scoort. En hierdoor als duurzame strategie de voorkeur heeft. Dit wil niet zeggen dat deze strategie ook daadwerkelijk uitgevoerd gaat worden. Hiervoor zal eerst nader onderzoek nodig zijn per buurt. Toch nemen we de term uit de Startanalyse over omdat het dan voor iedereen duidelijk en herkenbaar is waarover we het hebben in Almelo.
Hieronder laten we in een overzicht zien welke strategie voor welke buurt de voorkeur heeft. Hierbij onderscheiden we zes verschillende strategieën:
1. Bedrijventerrein: voor bedrijventerreinen wordt een aparte strategie opgesteld.
2. Collectief: in deze buurten onderzoeken we de mogelijkheid van een collectief warmtenet.
3. Duurzaam gas: deze buurten kunnen verwarmen met duurzame gassen, zoals groen gas en groene waterstof, in combinatie met een hybride warmtepomp.
4. Individueel elektrisch: deze buurten kunnen in de toekomst op een elektrische manier verwarmen.
5. Lopend project: deze buurten zijn onderdeel van een van de lopende projecten.
6. Onderzoek afgerond: in deze buurt is een nadere analyse gedaan en is de onderzoeksfase afgerond.

Dit overzicht geeft in één oogopslag aan waar welke strategie volgens de Startanalyse de voorkeur heeft. Zo blijkt dat een deel van Almelose buurten scoort op een collectieve warmtevoorziening, in de vorm van een warmtenet. Maar ook dat een groot gedeelte scoort op een individuele aanpak (all-electric). Belangrijke kanttekening hierbij is dat dit een invulling op hoofdlijnen en een startpunt is voor onze gemeente om mee te beginnen. Nader onderzoek en participatie in de buurten moeten uiteindelijk een voorkeursstrategie opleveren die ook uitgevoerd gaat worden. En daarnaast is het ook zo dat nieuwe technische ontwikkelingen op het gebied van duurzame warmte van invloed zullen zijn op de gehele warmtetransitie, zo ook in Almelo. Hierdoor kunnen voorkeursstrategieën in de loop van de tijd veranderen.
De Startanalyse geeft ook informatie over de nationale kosten van de verschillende voorkeursstrategieën per buurt. Ook hiervoor geldt dat dit aannames en berekeningen zijn op hoofdlijnen. De daadwerkelijke kosten kunnen, en waarschijnlijk ook zullen, afwijken. Toch nemen we deze informatie op in dit programma omdat het een beeld geeft van de financiële opgave van de warmtetransitie in Almelo.

Dit overzicht met nationale kosten laat zien dat er grote verschillen zitten tussen buurten. Over het algemeen geldt dat hoe nieuwer woningen zijn, hoe beter ze zijn geïsoleerd. En het omgekeerde geldt ook. Hierdoor kost het vaak meer om oudere buurten aardgasvrij te krijgen, omdat in deze wijken en buurten meer isolerende maatregelen getroffen moeten worden. En dit komt terug in de nationale kosten.
In totaal heeft Almelo 66 woonbuurten waar we verschillende alternatieven voor aardgas gaan onderzoeken. Omdat we niet alle buurten tegelijk kunnen onderzoeken hebben we hier een prioritering in aangebracht. Hiervoor kijken we eerst naar buurten waar na een eerste scan (volgens de Startanalyse) een collectieve oplossing mogelijk is. Collectieve oplossingen hebben een lange doorlooptijd en vragen van de gemeente relatief veel regie en personele inzet om te realiseren vergeleken met andere oplossingen. Daarom starten we met deze buurten.
Volgens de Startanalyse komen meerdere buurten mogelijk in aanmerking voor een collectieve oplossing. Omdat we deze buurten niet allemaal tegelijk kunnen aanpakken, is hierbinnen een verdere prioritering aangebracht. Dit hebben we gedaan door te kijken naar een aantal factoren die de haalbaarheid van een collectieve oplossing bepalen. Deze factoren zijn bebouwingsdichtheid, nationale kosten en gemiddelde isolatiegraad. Ook kijken we naar het percentage inwoners met energiearmoede, de gemiddelde investeringskosten per woning en het aantal woningen dat in corporatiebezit is. Buurten die op deze factoren goed scoren, komen hoger in de prioritering. In deze buurten zullen we eerder starten met verkennende onderzoeken.
Hieronder laten we zien wanneer we in welke buurt aan de slag gaan:
1. 2026: We starten in deze buurten in de periode 2026 tot en met 2029 met buurtanalyses naar collectieve warmte.
2. 2030: We starten in deze buurten in de periode 2030 tot en met 2034 met buurtanalyses naar collectieve warmte.
3. 2035: We starten in deze buurten in de periode 2035 tot en met 2039 met buurtanalyses naar collectieve warmte.
4. Eigen tempo: Deze buurten kunnen zelfstandig op eigen tempo verduurzamen richting aardgasvrij in 2050.
5. Lopend project: In deze buurten zijn we aan de slag met bestaande projecten uit de Warmtevisie 2020.
6. Bedrijventerrein: Voor bedrijventerreinen wordt een aparte strategie opgesteld.
7. Onderzoek afgerond: In deze buurt is een buurtanalyse afgerond naar aardgasvrije oplossingen en wordt gewerkt aan de uitvoering.

Uit dit overzicht volgt dat in de programmaperiode 2026-2030 onze onderzoeksactiviteiten zijn gericht op de buurten:
Binnenstad Noord;
Binnenstad Zuid;
Ulk en omgeving;
Aaboer;
Kerkelanden;
Wester Sluitersveldlanden;
Ootmarsumsestraat en omgeving.
Buurtnaam | Aantal gebouwen | Aantal woningen | Totaal te isoleren woningen | Waarvan met ondersteuning gemeente | Waarvan door woningbouwcorporatie | Waarvan eigen inzet | Infrastructuur ter vervanging van aardgas | Nationale kosten per jaar | Gemiddelde warmtebehoefte per woning (GJ/j) in 2024 | Gemiddelde warmtebehoefte per woning (GJ/j) in 2030 |
Binnenstad Noord | 1699 | 1461 | 304 | 284 | 2 | 18 | Warmtenet (D+) | € 2,869,350.00 | 32 | 30 |
Binnenstad Zuid | 958 | 846 | 398 | 127 | 83 | 188 | Warmtenet (B+) | € 1,779,120.00 | 43 | 41 |
Ulk en omgeving | 591 | 579 | 67 | 67 | 0 | 0 | Warmtenet (D+) | € 672,330.00 | 27 | 26 |
Aaboer | 139 | 132 | 2 | 0 | 0 | 2 | Warmtenet (D+) | € 168,908.00 | 30 | 29 |
Ootmarsumsestraat en omgeving | 805 | 737 | 134 | 79 | 35 | 20 | Warmtenet (D+) | € 1,186,367.00 | 32 | 31 |
Wester Sluitersveldlanden | 1058 | 1008 | 729 | 120 | 555 | 54 | Warmtenet (B+) | € 1,776,776.00 | 33 | 32 |
Kerkelanden | 606 | 593 | 243 | 201 | 23 | 19 | Warmtenet (D+) | € 1,116,001.00 | 35 | 33 |
Dit overzicht geeft aan hoeveel gebouwen, inclusief woningen, aanwezig zijn in de geselecteerde buurten. Ook andere gebouwen dan woningen moeten overstappen op een duurzaam alternatief. Vandaar dat het overzicht niet alleen woningen bevat. Een deel van deze gebouwen moet nog beter worden geïsoleerd als de voorkeursstrategie hét duurzame alternatief wordt voor de buurt. Voor sommige van de te isoleren woningen is de gemeente verantwoordelijk. Dit is de isolatieopgave van de gemeente. Deze opgave valt buiten dit programma, maar wordt wel in afstemming met dit programma Warmte uitgevoerd. Een ander deel van de te isoleren woningen zijn huurwoningen. Hiervoor zijn de woningstichtingen verantwoordelijk. Verhuur van woningen in de vrije sector valt hier niet onder. Deze woningen vallen onder de categorie ‘eigen inzet’ waarvoor de vrije sector zelf verantwoordelijk is. De nationale kosten zoals aanleg leidingnetwerk staan ook in het overzicht. En tot slot de warmtebehoefte van alle gebouwen nu versus de situatie als het duurzame alternatief is gerealiseerd.
Met dit overzicht geven we uitvoering aan de verplicht voorgeschreven onderwerpen van het programma Warmte. Zie hiervoor paragraaf 6.1 van dit programma. We benadrukken nog wel dat deze gegevens afkomstig zijn uit de Startanalyse. Dit zijn geschatte en indicatieve gegevens en getallen die gezamenlijk een vertrekpunt voor onze gemeente zijn. Door het nader onderzoeken krijgen we een completer beeld van de buurten, hoe de woningen zijn geïsoleerd en of de voorkeursstrategie ook daadwerkelijk hét duurzame alternatief is voor de buurt. En daarom starten we deze periode met een onderzoeksopgave in deze buurten.
Het energiezuinig maken van de woning met isolatie is altijd goed om te doen. Een goed geïsoleerde woning verbruikt minder energie, dus kost minder geld om te verwarmen. Vergaande isolatiemaatregelen zijn goed maar vaak kan men met een aantal basismaatregelen een flinke besparingsslag slaan. Belangrijk is wel dat ook de ventilatie van de woning goed geregeld is zodat eventueel vocht in de woning het huis kan verlaten. Op onze gemeentelijke websites staan meer tips en tricks voor het verduurzamen van de woning.
Voor nieuwere woningen met een energielabel B en hoger zijn er geen aanvullende isolerende maatregelen nodig om de woning geschikt te maken voor een aardgasvrij warmtealternatief. Nieuwbouw nu wordt sowieso al aardgasvrij opgeleverd. Ook zijn veel nieuwere woningen al voorzien van een warmtepomp en goede isolatie. De uitdaging van de warmtetransitie ligt dan ook vooral bij de bestaande, oudere bouw.
Het isoleren van (bestaande) gebouwen kan door verschillende partijen plaatsvinden. In de meeste gevallen zal de eigenaar van de woning zelf zijn woning isoleren. Dit kunnen zowel particuliere eigenaren zijn als woningstichtingen. Maar ook de gemeente heeft de komende programmaperiode een isolatieopgave in Almelo.
Dat er overigens al van alles gebeurt in Almelo, blijkt wel uit de landelijke Klimaatmonitor. In algemene zin toont deze monitor aan dat Almelo verduurzaamt.
We verwachten dat de nadere onderzoeken van elkaar verschillen. Zowel qua opzet en inhoud als de uitkomst ervan. Voor de ene buurt kan waarschijnlijk al eerder worden geconcludeerd of de voorkeursstrategie uit de Startanalyse uitgevoerd kan worden dan voor de andere buurt. Als uitvoering van de voorkeursstrategie niet kan dan onderzoeken we ook meteen welk duurzaam alternatief eventueel wel uitgevoerd kan worden. Wij verwachten dat dit in de meeste gevallen neerkomt op een individuele aanpak. Met onze aanpak krijgt uiteindelijk iedere buurt in beeld welk duurzaam alternatief voor aardgas in beeld is. Dit allemaal gebeurt niet zonder een participatietraject met de buurt. Hier komen we in het volgende hoofdstuk op terug.
Naast onze onderzoeksopgave lopen er ook al andere projecten op het gebied van warmte. Bijvoorbeeld de projecten Bornestraat, PAW Aalderinkshoek en deel van de Windmolenbroek. De resultaten uit de onderzoeken die worden gedaan binnen deze projecten leggen wij vast. Dit betekent dat wij voor deze buurten niet weer apart een onderzoek doen. Zodra een onderzoek binnen zo’n eigen traject voldoende is en met de buurt is afgestemd, verwerken wij dit in onze overzichten. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek dat is gedaan binnen het Wijkteam Duurzaam Windmolenbroek, voor een gedeelte van de woningen aan de kanaalzijde. Hieruit blijkt dat de bewoners zelf aan zet zijn en op eigen tempo hun woningen kunnen verduurzamen. Iedere buurtbewoner kan dit nagaan in onze Storymap waarin we de conclusies van het onderzoek hebben vastgelegd.
In totaal komen deze periode acht buurten in aanmerking voor nader onderzoek in deze programmaperiode. Ook deze acht buurten kunnen we niet in één keer onderzoeken. En daarom smeren we dit uit over de volledige programmaperiode van vijf jaar. Hierbij clusteren we bepaalde buurten omdat ze naast elkaar liggen of vergelijkbaar zijn. Dit geeft de volgende planning:
Naam buurten | Jaar start uitvoering onderzoek |
Wester Sluitersveldlanden en Ootmarsumsestraat en omgeving
| 2026 |
Binnenstad Noord, Binnenstad Zuid, Ulk en omgeving | 2027 |
Kerkelanden | 2028 |
Aaboer | 2028 |
Deze planning geeft globaal aan wanneer we onze onderzoeksopgave gaan uitvoeren. Het kan zijn dat tussentijdse ontwikkelingen zorgen voor een andere prioritering. Bijvoorbeeld omdat een buurt onderdeel is van een koppelkans, bijvoorbeeld omdat werkzaamheden aan riool of kabelnetwerk plaatsvinden, of dat een buurt zelf een initiatief neemt om onderzoek te laten uitvoeren.
Naast onverwachte ontwikkelingen is ook de beschikbaarheid van onderzoeksbureaus, die eventueel nodig zijn om ons te ondersteunen bij deze onderzoeksopgave, een punt van aandacht. We merken namelijk in de praktijk dat veel gemeenten bezig zijn met hun warmteopgave. Hierdoor neemt de druk op onderzoeksbureaus toe. Ons uitgangspunt is zelf doen waar dit kan. Beschikbaarheid van externe expertise en de beschikbare capaciteit binnen de gemeente, kan reden zijn om onze planning aan te passen. Uiteraard zetten we ons ervoor in om dit zoveel mogelijk te voorkomen door goed te plannen en, als dit nodig is, tijdig externe expertise in te schakelen.
Tot 2030 ligt onze focus op de boven geselecteerde buurten. Maar volgens de regelgeving moeten we ook een doorkijk geven naar 2035. Uit de multi-criteria-analyse volgt dat we tussen nu en 2035 ook bij de volgende buurten zullen starten met onderzoek:
Het programma Warmte wordt elke vijf jaar geüpdatet. Tijdens het updatemoment, omstreeks 2030, bekijken we de meerjarenplanning opnieuw.
De al lopende warmteprojecten in Almelo zoals Aalderinkshoek en Bedrijventerrein Bornsestraat, staan los van bovengenoemde onderzoeksopgave in de geselecteerde buurten. Deze projecten blijven we ondersteunen en doen we naast onze onderzoeksinspanning in deze programmaperiode. Ook voor andere koppelkansen passen we dit toe. Als zich een ontwikkeling voordoet die bijdraagt aan de gezamenlijke warmteopgave dan bekijken we óf en hoe wij hieraan kunnen bijdragen. Dit geldt zowel voor buurtinitiatieven als voor koppelkansen in de openbare ruimte. Omdat deze koppelkansen zich vrij ‘random’ voordoen, kunnen we ze niet op voorhand plannen. Uiteraard moeten we wel rekening blijven houden met beschikbare capaciteit en middelen binnen de gemeente. Dit kan tot gevolg hebben dat we niet alles kunnen ondersteunen en oppakken. En dat we prioriteiten moeten stellen.
Tot slot nog de buurtinitiatieven. Deze buurtinitiatieven staan los van onze onderzoeksopgave de komende periode. De Startanalyse houdt geen rekening met buurtinitiatieven. Vandaar dat deze initiatieven ook niet terugkomen als buurten in onze onderzoeksopgave. Wel kunnen deze buurtinitiatieven bijdragen aan het voor elkaar krijgen van een gemeentedekkend beeld van warmtealternatieven, en wat dit betekent voor de inwoners van Almelo. Als deze initiatieven onderzoeken opleveren die gebruikt kunnen worden voor de warmtetransitie, dan betrekken we ze hier graag bij. Bijvoorbeeld door ze een plek te geven in de Storymap. Dit vraagt nog wel om een verdere uitwerking van onze kant, wat gebeurt tijdens deze programmaperiode.
Dit programma Warmte richt zich op het isoleren en duurzaam verwarmen van woningen in de koude maanden. Door het veranderende klimaat, met langere warme periodes als gevolg, is het van steeds groter belang dat woningen ook koel blijven in de zomermaanden. Het zijn met name goed geïsoleerde woningen, waar geen rekening is gehouden met koeling in de zomer. Hierom is aandacht voor het voorkomen van hitte bij de isolatieaanpak belangrijk. Hitte in de woning kan worden voorkomen door bijvoorbeeld het weren van directe zoninval, mogelijkheden voor ventilatie of het doorluchten van de woning, of koeling met bijvoorbeeld een warmtepomp.
De Klimaateffectatlas van Nederland geeft inzicht in waar behoefte kan zijn aan koeling in Almelo. Per buurt brengt deze atlas dit in beeld. Om te voorkomen dat we later weer opnieuw aan de slag moeten, nemen we koelbehoefte mee bij de wijkuitvoeringsplannen.
Naast voorgaande data en overzichten zijn meer gegevens beschikbaar over de warmtetransitie. Bijvoorbeeld de bekende energielabels en de gemiddelde investeringskosten per woning. We hebben ervoor gekozen om deze buiten dit programma Warmte te houden omdat dit weinig toevoegt aan dit programma. Wel hebben we ze opgenomen in de Almelose Storymap Warmtetransitie. Hierdoor zijn deze gegevens wel voor iedereen in te zien. Graag verwijzen we hiervoor naar de website van onze gemeente. De energiecoöperatie Almelo Energie werkt aan digital twins, samen met de gemeente. Samenwerking hierin kan de warmtetransitie ondersteunen, met betere data, visualisaties en scenarioanalyses.
Zoals we al vaker aangeven in dit programma, is de warmtetransitie een maatschappelijke opgave die iedereen aangaat. Als gemeente pakken we, zoals door het Rijk aangegeven, de regie hierin met onder meer dit programma Warmte. Maar daarnaast hebben we onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners en organisaties nodig om tot uitvoering te komen en de gestelde doelen te halen. Hiervoor is medewerking en draagvlak van onze inwoners nodig. En daarom zetten we actief in op participatie. Hier beginnen we al zo vroeg mogelijk mee door onze inwoners al te betrekken bij onze onderzoeksopgave deze periode.
Voordat we verder ingaan op participatie, zetten we eerst enkele uitgangspunten op een rij. Deze vinden wij belangrijk en we houden hiermee rekening bij het invullen van de participatie en wijkuitvoeringsplannen.
De volgende uitgangspunten passen wij toe als we samen met een buurt aan een (collectief) duurzaam warmtealternatief werken.
1. We bieden de woningeigenaar de mogelijkheid om zelf een gelijkwaardig duurzaam alternatief (opt-out) te realiseren als deze niet mee wil doen met de door de gemeente gekozen oplossing. Als een woningeigenaar hiervoor kiest dan is deze zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de gekozen eindoplossing, en moet deze eindoplossing zijn gerealiseerd vóór de door de gemeente vastgestelde einddatum.
2. We doorlopen per buurt/wijk een ‘eigen’ participatietraject. Hiervoor kiezen we omdat iedere buurt/wijk een eigen karakter heeft waarop we de gewenste participatie afstemmen. Energiecoöperatie Almelo Energie heeft een prominente rol in het participatietraject.
3. We kiezen voor één aardgasvrije oplossing per buurt/wijk als dit mogelijk is. Dit geeft namelijk duidelijkheid voor de inwoners in de buurt/wijk en eventuele partners. Ook zetten we zo in op lagere nationale kosten (meerdere alternatieven zullen naar verwachting leiden tot extra nationale kosten).
4. Betaalbaarheid voor iedereen staat voorop. Hierbij kijken we nadrukkelijk naar alle kosten, dus ook bijvoorbeeld kosten voor netverzwaring en andere infrastructurele aanpassingen. We vinden daarom de laagste nationale kosten belangrijker dan de laagste eindgebruikerskosten. Eindgebruikerskosten zijn namelijk maar een onderdeel van de totale kosten en we vinden dat de kosten voor iedereen zo gelijk mogelijk moeten zijn. Zo willen we voorkomen dat de eersten of de laatsten die aansluiten op de eindoplossing het voordeligst of duurst uit zijn.
5. Een collectieve eindoplossing in de vorm van een warmtenet heeft onze voorkeur ten opzichte van een individuele eindoplossing. Wij verwachten namelijk dat dit tegemoet komt aan het uitgangspunt dat dit leidt tot de laagste nationale kosten afgezet tegen zoveel mogelijk deelnemende woningeigenaren. We merken hierbij wel op dat een collectieve oplossing zoals een warmtenet geen doel is, maar een middel. Onderzoek zal dan ook altijd moeten aantonen dat de collectieve oplossing beter scoort op nationale kosten dan een individuele eindoplossing.
6. Vast onderdeel van het wijkuitvoeringsplan is de gekozen einddatum waarop de buurt/wijk aardgasvrij moet zijn. Deze einddatum moet reëel en haalbaar zijn. Bij voorkeur kiezen we een datum in samenspraak en overeenstemming met de inwoners in de buurt/wijk. Maar als dit niet lukt dan stelt de gemeente zelf de einddatum vast waarop de buurt/wijk aardgasvrij moet zijn. Zo houden we als gemeente regie op de voortgang en uitvoering. Uiteraard blijven we gedurende het uitvoeringsproces toetsen of de vooraf vastgestelde datum haalbaar is.
Aan voorgaande uitgangspunten voegen we de kanttekening toe dat de wetgeving ons voldoende houvast en middelen moet bieden om een gekozen eindoplossing voor te schrijven. Bijvoorbeeld door het vastleggen van een einddatum in het omgevingsplan waarop een buurt aardgasvrij moet zijn. Als de wetgeving hierin niet voorziet dan verwachten we dat we te maken krijgen met vrijblijvendheid waarop wij niet kunnen programmeren en vertrouwen.
Aan een wijkuitvoeringsplan gaat meestal een langdurig en intensief traject vooraf. Hoe dit plan er uiteindelijk uitziet en hoe deze met de inwoners tot stand komt, verschilt per buurt. Er is dus niet één standaard beschikbaar voor alle wijkuitvoeringsplannen. Toch onderscheiden we enkele vaste stappen die voor iedere buurt in meer of mindere mate van toepassing zijn.
Stap 1. Inwoners betrekken
Inwoners van de geprogrammeerde wijk en/of buurt krijgen informatie over het proces en worden uitgenodigd om mee te doen. Dit doen we via de al bestaande communicatiekanalen in de buurt, bijvoorbeeld door de inzet van de wijkregisseurs.
Stap 2. De buurt in kaart brengen
De sociale en fysieke kenmerken van de wijk en buurt worden in kaart gebracht, tevens worden maatschappelijke stakeholders betrokken en wordt aan een participatieplan gewerkt.
Stap 3. Onderzoek
We bakenen het gebied af en verkennen de wensen en kaders voor een mogelijk alternatief. Dit doen we samen met bewoners en andere stakeholders. Op basis hiervan stellen we een eerste programma van eisen op voor het warmteaanbod voor inwoners. Hierbij onderzoeken we zowel de collectieve warmtealternatieven (een warmtenet) als de individuele alternatieven (bijvoorbeeld all-electric). Ook onderzoeken we op welke datum \ de woningen en gebouwen in de onderzochte buurt aardgasvrij moeten en kunnen zijn.
Stap 4. Wijkuitvoeringsplan
Op basis van het programma van eisen werken we een voorlopig ontwerp uit. Dan is duidelijk wat er nodig is om de overstap woonlastenneutraal te kunnen maken. Maar ook wanneer een woning aardgasvrij moet zijn als de woningeigenaar kiest voor niet-meedoen. Dit werken we uit in het wijkuitvoeringsplan.
Stap 5. Aanbod
Op basis van het wijkuitvoeringsplan wordt een definitief ontwerp opgesteld en krijgen bewoners een aanbod.
Stap 6. Voorbereidende werkzaamheden
Voorbereidingen voor de daadwerkelijke uitvoering.
Stap 7. Werk in uitvoering
Uitvoeren van de werkzaamheden om te komen tot een aardgasvrije buurt.
Bij het toepassen van deze verschillende stappen maken we ook gebruik van de Handreiking uitvoeringsplan warmtetransitie, opgesteld door het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie.
De Omgevingswet benadrukt het belang van participatie om de kwaliteit van oplossingen te vergroten, draagvlak te creëren, en de besluitvorming te verbeteren. De wet schrijft niet voor hoe participatie moet plaatsvinden, maar benadrukt dat het maatwerk vereist. De gemeente Almelo zorgt ervoor dat de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere stakeholders zichtbaar is bij de voorbereiding van wijzigingen in het omgevingsplan. De gemeente zoekt hierbij de samenwerking op met energiecoöperatie Almelo Energie.
Inwoners moeten goed geïnformeerd worden over de transitie naar duurzame warmte. Hiervoor hebben we de Storymap Warmte ontwikkeld. Maar daarnaast zijn ook de wijkuitvoeringsplannen een belangrijk instrument voor het verduurzamen van wijken. De gemeente heeft verschillende communicatiestrategieën vastgesteld:
1. Informatievoorziening: Duidelijke en toegankelijke informatie wordt verstrekt via informatiedagen, digitale platforms, huis-aan-huis brieven en flyers.
2. Transparantie: Inwoners krijgen inzicht in het proces, de planning, de kosten en de impact van de transitie.
3. Oprechte dialoog: Er wordt actief geluisterd naar de zorgen van inwoners via openbare bijeenkomsten en online platforms.
De participatie is essentieel om draagvlak voor de warmtetransitie te creëren. De gemeente gebruikt de participatieladder van Arnstein om te bepalen welk niveau van participatie per wijk wordt toegepast. Dit varieert van informeren en raadplegen tot een volledig partnerschap. Dit zorgt ervoor dat het proces flexibel is en aansluit bij de behoeften van de wijk.
In sommige wijken wordt gestart met informeren, terwijl in andere wijken een intensievere betrokkenheid mogelijk is, bijvoorbeeld door het oprichten van wijkcommissies. De gemeente biedt verschillende participatiemogelijkheden aan – zoals wijkbijeenkomsten en digitale platforms – en de gemeente kan ambtelijke ondersteuning aan buurtteams bieden.
Het burgerberaad is een waardevolle manier om brede participatie te organiseren. Een representatieve groep van inwoners komt samen om over belangrijke kwesties in de warmtetransitie te discussiëren en advies te geven. Dit bevordert de democratische legitimiteit en zorgt ervoor dat het besluitvormingsproces rekening houdt met diverse perspectieven.
Een warmtegemeenschap is een democratische organisatievorm waarin de eindgebruikers zelf verantwoordelijk zijn voor de levering van duurzame warmte. De gemeente Almelo onderzoekt de mogelijkheid voor het oprichten van warmtegemeenschappen, waarbij inwoners, overheden en bedrijven samenwerken aan de verduurzaming van de wijk. Deze gemeenschappen bevorderen langdurige samenwerking en zorgen voor een kostprijslevering van warmte.
In Almelo zal het opzetten van warmtegemeenschappen zorgvuldig worden afgewogen per wijk en situatie, in overleg met de energiecoöperatie Almelo Energie. Dit kan een belangrijke stap zijn om de warmtetransitie te versnellen en de betrokkenheid van inwoners te versterken, mits er duidelijk wordt afgesproken wie verantwoordelijk is voor de benodigde investeringen en andere randvoorwaarden bepaald worden.
In veel gebieden en buurten van Almelo verwachten we dat een collectieve warmtevoorziening niet haalbaar is. Enerzijds omdat dit financieel niet haalbaar is. En anderzijds omdat er onvoldoende warmtebronnen beschikbaar zijn. Onze verwachting baseren we op kennis van Almelo, aangevuld met de gegevens uit de Startanalyse. Voor de gebieden waar geen collectieve warmtevoorziening mogelijk is, geldt een individuele warmteoplossing. De all-electric oplossing. Deze buurten krijgen geen wijkuitvoeringsplan.
Mogelijk dat in deze buurten een wijkstimuleringsplan een alternatief kan zijn. Dit plan is minder uitgebreid dan een wijkuitvoeringsplan en richt zich vooral op het stimuleren van bewoners om zelf maatregelen te treffen. We betrekken de energiecoöperatie Almelo Energie bij het opstellen van dit plan. Vooral oudere woningen vragen om een goede (na)isolatie. En ook moet de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk op orde zijn om de vraag naar elektriciteit op te kunnen vangen. Voor buurten waar duurzame gassen beoogd zijn, is het de vraag of er voldoende duurzaam gas beschikbaar is. Uiteindelijk zal ook voor deze wijken een einddatum voor de levering van aardgas gesteld worden. Een wijkstimuleringsplan kan inwoners helpen bij het verduurzamen. Hierover gaan wij te zijner tijd in gesprek met de buurt. In de tussentijd kunnen de inwoners al wel zelf aan de slag met verduurzamen van hun woning.
Naam buurt |
|
Verspreide huizen wijk 11 | Vriezenveenseweg e.o. Haghoek West |
Markgraven | Rumerslanden |
Robbenhaarsweg Noord | Mooie Vrouwenweg en omgeving |
Verspreide huizen wijk 13 | Rohof en omgeving |
Verspreide huizen wijk 14 | Beeklust |
Ossenkoppelerhoek West | Verspreide huizen wijk 17 |
Schelfhorst Zuidwest | Drakensteyn en omgeving |
Schelfhorst Noordwest | Havezathe |
Schelfhorst Noordoost | Schelfhorst Zuidoost |
Verspreide huizen wijk 19 | Aadorp West |
Aadorp Oost | Bornerbroek Kern |
Verspreide huizen wijk 21 |
|

Onze focus ligt deze programmaperiode op de onderzoeksopgave voor de geselecteerde buurten in Almelo. Daarnaast zetten we ons in voor de al lopende trajecten Bedrijventerrein Bornsestraat, Aalderinkshoek en (delen van) Windmolenbroek. En gaan we nog aan de slag met enkele aanvullende activiteiten binnen dit programma Warmte.
Ook als een programma is vastgesteld staat dit niet stil. De dynamiek van de omgeving vraagt steeds om aanpassingen en doorontwikkeling ervan. Tussen de regels door staan in dit programma Warmte al enkele activiteiten die we gaan uitvoeren:
• Bijdragen leveren aan ‘slimme’ technieken en oplossingen gericht op het verder aardgasvrij maken van bestaande woningen in Almelo.
• Een aanpak opstellen voor het vergroten van de kenbaarheid (marketing) van dit programma Warmte onder de Almelose inwoners. En wat zij zelf kunnen doen binnen de warmtetransitie.
• Onderzoeken van manieren óf en hoe een collectieve all-electric aanpak kan worden gestimuleerd.
• Een nadere analyse uitvoeren naar koelbehoefte in de buurten van de onderzoeksopgave en hoe dit kan worden meegenomen in een wijkuitvoeringsplan.
Uitgangspunt is dat bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor het verduurzamen van hun gebouwen en (bedrijfs-)processen. Omdat de energievoorziening op bedrijventerreinen een onderdeel is van alle bedrijfsaspecten op zo’n terrein, willen we dat het aspect energievoorziening integraal wordt meegenomen in een bedrijvenstrategie. Dit voorkomt dat aspecten elkaar in de weg zitten, belemmeren of worden vergeten. Vanuit dit programma Warmte is de activiteit erop gericht om de warmtetransitie van bedrijven te ondersteunen. Hierbij kan gedacht worden aan het verstrekken van informatie, het bij elkaar brengen van diverse partijen of het leveren van expertise door de gemeente aan bedrijven.
In Twente, waaronder ook in Almelo, vindt al veel samenwerking plaats tussen onderwijs, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Ook op het gebied van de energietransitie. Aangezien de energietransitie een opgave van vele jaren is, blijft samenwerking op dit vlak erg belangrijk. Ook de gemeente onderkent dit en ondersteunt dit waar mogelijk. We kiezen bewust voor een meer ondersteunende of faciliterende rol in plaats van een actieve, initiatief nemende rol omdat onze ervaring is dat de samenwerking in de praktijk al goed loopt. Voor deze programmaperiode hebben we budget gereserveerd om te inventariseren en beoordelen hoe wij als gemeente de bestaande samenwerking kunnen ondersteunen (en waar mogelijk kunnen versterken). Dit pakken we samen met het onderwijs en het bedrijfsleven op.
Dit programma Warmte beschrijft hoe Almelo de komende jaren toewerkt naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. In dit laatste hoofdstuk gaan we in op de planning van de verschillende activiteiten, de organisatie en benodigde menskracht om het programma uit te voeren, en het financiële vraagstuk. Tot slot staan we stil bij de monitoring van het programma en hoe we effectief blijven bijsturen om onze doelen te bereiken.
De planning van het programma Warmte combineert de activiteiten die horen bij de doorontwikkeling van het programma en de analyses en onderzoeken die worden gedaan voor het komen tot een definitieve techniekkeuze voor elke buurt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de lopende projecten. Deze lopende projecten hebben een eigen planning en lopen door deze programmaperiode heen.
|
| 2026 |
| 2027 |
| 2028 |
| 2029 |
| 2030 |
|
Project Aalderinkshoek | X | X | X | X |
|
|
|
|
|
| |
Project Restwarmte Urenco | X | X | X | X | X | X |
|
|
|
| |
Buurtanalyse Binnenstad |
|
| X | X | X |
|
|
|
|
| |
Analyse Koelbehoefte |
|
| X | X |
|
|
|
|
|
| |
Strategie Bedrijventerreinen |
|
|
|
| X | X |
|
|
|
| |
Buurtanalyse Wester Sluitersveldlanden, Ootmarsumsestraat en omgeving | X | X | X |
|
|
|
|
|
|
| |
Buurtanalyse Kerkelanden |
|
|
|
| X | X |
|
|
|
| |
Buurtanalyse Aaboer |
|
|
|
|
|
| X | X |
|
| |
Ontwikkeling programma Warmte 2031-2040 |
|
|
|
|
|
|
|
| X | X | |
De uitvoering van het programma Warmte heeft veel verschillende activiteiten. Deze verschillen van het uitvoeren van een technische haalbaarheidsstudie tot aan het schrijven van een strategisch beleidsplan voor de verduurzaming van bedrijventerreinen. Om al deze activiteiten te kunnen uitvoeren, zijn er globaal zes verschillende functies nodig. Zij zijn bezig met de directe uitvoering van het programma Warmte. Daaromheen zijn er ook functies die op momenten nodig zijn. Hierbij kan gedacht worden aan adviseurs ruimtelijke ordening, inkoopadviseurs of een subsidiespecialist.
Naast het opstellen van een strategie voor bedrijventerreinen, het uitvoeren van buurtanalyses en de werkzaamheden van de lopende projecten, werken we deze programmaperiode ook aan beleidsontwikkeling op thema’s als koeling en hittestress in woningen, netbewuste en aardgasvrije nieuwbouw, en grootschalige energieopslag. Daarnaast wordt een bronnenstrategie opgesteld en starten we met een (warmte)kavelstrategie.
In totaal is er negen fte nodig. Door huidige taken en werkzaamheden voor de uitvoering van het Klimaatakkoord te herverdelen, te temporiseren of te beëindigen, past een deel van de uitvoering van het programma Warmte binnen de bestaande capaciteit. Voor vier fte is extra menskracht nodig. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de uitvoeringsgelden Klimaatakkoord.
Voor de uitvoering van het programma Warmte en de lopende projecten is menskracht en uitvoeringsbudget nodig. In 2026 is er een budget van 300.000 euro nodig, waarna jaarlijks tot en met 2030 een budget van 150.000 euro nodig is. Hiermee worden buurtanalyses gedaan, worden participatie en communicatie vormgegeven en uitgevoerd, en worden beleidsstukken ontwikkeld, zoals de beleidsnota’s voor koeling en hittestress en de strategie voor bedrijventerreinen. Het budget voor 2026 kan nog gefinancierd worden uit de begroting van het programma Klimaat en Milieu. Vanaf 2027 kunnen de uitvoeringsmiddelen van het Klimaatakkoord worden ingezet. Daarnaast is voor vier fte extra budget nodig. Deze capaciteit zit nu niet binnen de huidige formatie van het programma Klimaat en Milieu. Ook hiervoor kunnen de uitvoeringsmiddelen Klimaatakkoord worden gebruikt.
Het programma Warmte wordt vanaf medio 2029 herzien, waarna in 2030 het nieuwe programma Warmte 2031-2040 ingaat. Bij deze herziening zal de programmabegroting opnieuw worden bekeken.
Dit programma Warmte biedt de basis voor de warmtetransitie in Almelo. Het is het eerste programma Warmte volgens de nieuwe wet- en regelgeving. En we verwachten dan ook de nodige nieuwe ervaringen op te gaan doen de komende periode. Deze nieuwe ervaringen betrekken we bij de evaluatie van dit programma over vijf jaar. In de tussentijd monitoren we ook. Dit houdt in dat we onze activiteiten willen bijstellen als de omstandigheden hierom vragen. Maar ons uitgangspunt is wel dat we zoveel mogelijk in overeenstemming met het programma werken. Want dit laat zien wat we doen en wat onze inwoners, bedrijven en organisaties van ons mogen en kunnen verwachten.
Voor de uitvoering van dit programma, hebben we een gemeentelijk projectteam beschikbaar. Maar we vinden het ook belangrijk dat er veel betrokkenheid is van buitenaf. Daarom gaan we na in hoeverre we het gemeentelijk projectteam kunnen versterken met inzet van buitenaf. Want we beseffen dat we iedereen nodig hebben om uiteindelijk deze grote opgave uitgevoerd te krijgen. En kennis, kunde en ervaringen van anderen zullen bijdragen tot een beter resultaat.
Naast dit programma Warmte maken we ook gebruik van de Storymap Warmte Almelo. Nieuwe ontwikkeling of tussentijdse resultaten kunnen reden zijn om de Storymap aan te passen. Als we dit doen dan zetten we erop in om deze voortgang in beeld te houden. Zo ontstaat een beeld van hoe de warmtetransitie zich in Almelo ontwikkelt.
Daarnaast vindt verantwoording over de voortgang van dit programma plaats via de gemeentelijke beleidscyclus.
/join/id/regdata/gm0141/2025/377d3c4cc3ae4adb8958b6428e3f1f8d/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/7c51125c73a4443eb8eec3efa1e40882/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/047aee3f3a7748dca78b6d0594707887/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/b67a1cf303364d58944b923f88451479/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/2e5b65eca864483fbdb09b94d2244804/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/333ddb227bc74ff8b2bf74a4d25ad4b4/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/d71d6381c02f4e72995de5b3f829ea85/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/fd0c132553cb4af3860589aed1984334/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/91c8e147cc5f46698f404a6a881900f7/nld@2025‑11‑25;08440082
/join/id/regdata/gm0141/2025/d7cd3477a6924824b4901eaa93c5e791/nld@2025‑11‑25;08440082
1.1.1 Het programma Warmte is een verplicht programma onder de Omgevingswet met de invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
Gemeenten zijn verplicht een omgevingsprogramma warmte vast te stellen en deze elke vijf jaar te actualiseren. Met de vaststelling van dit programma voldoet Almelo aan deze verplichting.
1.1.2 Er zijn geen zienswijzen op het ontwerp Programma Warmte 2026-2035 ingediend
Het ontwerp Programma Warmte 2026-2035 heeft zes weken van 25 augustus 2025 tot en met 6 oktober 2025 ter inzage gelegen. Er zijn geen inspraakreacties op het ontwerp programma ontvangen.
1.1.3 Het programma Warmte biedt handelingsperspectief aan inwoners, bedrijven en organisaties
In het programma Warmte wordt voor elke buurt in Almelo een voorlopige techniek voor aardgasvrij verwarmen aangegeven. Voor een aantal buurten zal dit ook de definitieve techniekkeuze zijn. Inwoners, bedrijven en organisaties kunnen hier verduurzamingskeuzes op aanpassen.
1.1.4 Inwoners, bedrijven en organisaties behouden keuzevrijheid bij het overstappen op een aardgasvrije techniek
De voorlopige techniekkeuze per buurt laat een technische en financiële haalbaarheid zien. Dit betekent niet dat inwoners, bedrijven en organisaties gebonden zijn aan deze voorkeurstechniek. Voor elk gebied, bestaande uit één of meerdere buurten, is een communicatie- en participatietraject nodig om inwoners, bedrijven en organisaties mee te nemen in de beoogde oplossing.
1.2.1 Hiermee wordt voldaan aan de actieve informatieplicht
De raad heeft in 2020 de kaders en de ambitie voor de warmtetransitie vastgesteld met de Warmtevisie. Het programma Warmte is een concretisering van deze vastgelegde ambitie. Met deze raadsbrief wordt de raad geïnformeerd over een belangrijke stap in de lokale warmtetransitie.
2.1.1 De Wgiw en het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) zijn nog niet in werking getreden
Hoewel de Wgiw door het parlement is aangenomen, is de wet nog niet in werking getreden. Ook het Bgiw is nog niet vastgesteld. Beide wetten regelen de verplichte inhoud van een programma Warmte. Dit betekent dat de verplichte onderdelen die de wet regelt nog kunnen wijzigen. Echter, de verwachting is dat dit voor het huidig programma Warmte geringe effecten zal hebben, omdat bij de opstelling van het programma Warmte al rekening is gehouden met de concepten van het Bgiw en de vastgestelde wettekst van de Wgiw. Daarnaast kunnen noodzakelijke wijzigingen aan het programma eenvoudig doorgevoerd worden.
2.1.2 Passende aardgasvrij oplossingen voor nieuwbouw moeten nog worden uitgewerkt
Het programma Warmte gaat primair over bestaande bouw. Voor nieuwbouw geldt de wettelijke verplichting aardgasvrij ontwikkeld te worden. Met name voor grote ontwikkelingen kan netcongestie belemmerend werken. Voor aardgasvrije oplossingen bij nieuwbouw die rekening houden met beperkte netcapaciteit wordt een aparte strategie netbewuste nieuwbouw opgesteld, als onderdeel van het programma Warmte.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-522576.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.