Gemeenteblad van Nieuwkoop
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwkoop | Gemeenteblad 2025, 520610 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwkoop | Gemeenteblad 2025, 520610 | overige overheidsinformatie |
Gemeentelijk Rioleringsplan Nieuwkoop 2026 – 2030
Een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft op hoofdlijnen hoe de gemeente invulling geeft aan de rioleringszorg. Het betreft een visie en strategie voor de lange termijn. Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg. Een van de zorgtaken is die voor het inzamelen en verwerken van stedelijk afvalwater. Deze zorgtaak omvat voor huishoudelijk afvalwater het aanleggen van rioleringsstelsels in stedelijk gebied. Afvoer van huishoudelijk afvalwater gebeurt dan via riolering. Een gemeente kan een gemeentelijk rioleringsplan vaststellen om invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken (artikel 3.14 Omgevingswet). Het GRP geeft naast de zorgtaak voor afvalwater ook invulling aan de gemeentelijke zorgtaken hemelwater en grondwater. De zorgplichten hebben raakvlakken met het oppervlaktewater, de volksgezondheid en de klimaatopgave. Het nieuwe GRP heeft een geldigheidsduur van vijf jaar en loopt van 2026 tot met 2030.
De eerder geldende Wet milieubeheer en Waterwet zijn per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet. Als gevolg van deze wetswijziging is de planverplichting voor het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) vervallen. De Omgevingswet beschrijft echter dezelfde gemeentelijke zorgplichten die eerder ook golden. Ook is een onderbouwing nodig voor de rioolheffing die we verhalen op onze bewoners. Daarom maken wij opnieuw een GRP. Met dit GRP vertalen wij een aantal ambities uit de omgevingsvisie Nieuwkoop tot een praktisch werkplan voor het thema riolering.
Het beleid uit het vorige GRP 2021-2025 is gevolgd en de meeste maatregelen uit het GRP zijn uitgevoerd of in uitvoering. Een aantal projecten hebben vertraging opgelopen doordat afstemming met nutspartijen uitdagend bleek. Deze projecten worden in de komende planperiode alsnog uitgevoerd. Als gevolg van het uitstel van de projecten is er minder geld uitgegeven dan voorzien, waardoor het geld in de voorziening is toegenomen.
Het algemene beeld van de kwaliteit van de riolering is dat deze nog goed is. Op basis van de leeftijd van het stelsel verwacht de gemeente wel een vervangingspiek. De gemeente beschikt over een actueel beheerbestand geschikt voor het dagelijks beheer en onderhoud van de riolering.
In de komende periode ligt de focus op:
Bij de totstandkoming van het vorige GRP (2021-2025) is de formatie uitgebreid met 3,3 FTE. Het totale aantal FTE dat werkt aan de uitvoering van dit GRP is 9,83. Er is geen aanleiding om de formatie te wijzigen.
Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken heft de gemeente een rioolheffing. De heffing wordt geheven van de gebruiker, het zogenaamde gebruikersdeel. Per 1 januari 2026 zijn de voorgestelde tarieven als volgt. De stijging bestaat uit 2,1% indexatie voor inflatie en een opslag van EUR 3,50.
Uit de berekening blijkt dat de rioolheffing en de huidige stand van de voorziening op termijn niet toereikend zijn om de totale jaarlijkse lasten te dragen. Bij een gelijkblijvend tarief raakt de voorziening per 2034 onder nul. Een scenario waarin de tarieven gelijk blijven is daarmee geen optie. Echter, de eerste jaren is de huidige rioolheffing en stand van de voorziening voldoende om bij een kleine stijging van de heffing een positief saldo van de voorziening te behouden. Dat komt doordat de voorziening op dit moment goed gevuld is. Er zijn vier varianten uitgerekend die op verschillende manieren invulling geven aan de benodigde stijging van de rioolheffing.
De voorkeursvariant is een beperkte stijging van EUR 3,50 per jaar exclusief inflatie in de planperiode. Daarna is de volgende stijging nodig:
Dat de stijging tot 2039 hoger is komt omdat dekkingsgraad bij de inwerkingtreding van dit plan 86% is. Dat betekent dat 14% uit de voorziening wordt onttrokken. Tot aan 2039 wordt naar verwachting EUR 5.5 miljoen uit de voorziening onttrokken. Er zit bij de inwerkingtreding van dit plan naar verwachting EUR 6.6 miljoen in de voorziening. Dankzij de stijging is de dekking per 2039 weer 100%. Na 2039 zijn de inkomsten en uitgaven min of meer in evenwicht en blijft de voorziening in de bandbreedte van EUR 1 – 2 miljoen. Dit kan weer dienen als buffer voor onvoorziene kosten en tegenvallers op het gebied van riolering en waterbeheer in de toekomst.
1.2 Aanleiding, doel en leeswijzer
Het huidige Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) loopt van 2021 t/m 2025. Elke vijf jaar vernieuwen we het plan met nieuwe inzichten in beleid, investeringen en planningen. Dit plan beschrijft de planperiode 2026 t/m 2030.
De gemeente Nieuwkoop gebruikt het GRP om voor de planperiode 2026-2030 vast te leggen hoe zij op doelmatige wijze invulling geeft aan de zorgplichten. Daarnaast geeft het GRP inzicht in de gemeentelijke ambitie en strategie qua rioleringszorg voor de lange termijn. In het plan zijn de benodigde financiële en personele middelen vastgelegd voor het realiseren van deze strategie. Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg.
In hoofdstuk twee komen de ambities en beleidsuitgangspunten voor de komende planperiode aan bod. Hoofdstuk drie laat zien waar we als Nieuwkoop op dit moment staan. Hoofdstukken twee en drie samen laten zien welke stappen nog gezet moeten worden om aan het ambitieniveau te voldoen. In hoofdstuk vier ‘wat gaan we doen’ staan de maatregelen beschreven. Deze zijn onderverdeeld naar onderzoeksmaatregelen, fysieke maatregelen en communicatiemaatregelen. Hoofdstuk 5 gaat in op de benodigdheden om het plan waar te maken. Het gaat hier om capaciteit en financiële middelen. Op basis van de benodigdheden staat in hoofdstuk vijf ook beschreven wat dat betekent voor de rioolheffing.
1.3 Wettelijke basis: Omgevingswet
De Omgevingswet draait om het bereiken van een balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Doel (artikel 1.3) is 1) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, 2) en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
In de omgevingsvisie heeft Nieuwkoop deze doelen vertaald naar onze gemeente. In dit gemeentelijk rioleringsplan zijn de doelen die te maken hebben met stedelijk water en riolering uitgewerkt tot een praktisch plan. Op deze pagina beschrijven we de verbanden met de omgevingsvisie en het nog op te stellen omgevingsplan.
In Omgevingsvisie Nieuwkoop staat: “Ons klimaat verandert en daar moeten wij ons op voorbereiden. In 2050 willen wij daarom een energieneutrale- en klimaatbestendige gemeente zijn.”
Omgaan met de gevolgen van klimaatverandering valt onder twee van de zorgplichten die de basis vormen voor dit programma, namelijk het verwerken van regenwater en onze zorg voor grondwater. Beide staan onder invloed van het veranderende klimaat. De verwachting is dat de hoeveelheid regen op jaarbasis ongeveer gelijk blijft, maar dat de regen in extremere patronen gaat vallen. Dit betekent meer zware plensbuien afgewisseld met langere perioden van droogte. Dat vraagt wat van onze afwatering. Op pagina 11 staan de doel voor hemelwater beschreven. Langere perioden van droogte hebben juist als risico dat de grondwaterstand te ver uitzakt en het veen uitdroogt (wateronderlast) Dit leidt tot bodemdaling en mogelijk tot verzakkingen van huizen en wegen. Te hoge grondwaterstanden zorgen voor wateroverlast. De gemeente Nieuwkoop heeft een verordening voor afvoer van hemelwaterwater en grondwater. Op pagina 17 staan de doelen voor grondwater beschreven.
In de omgevingsvisie staat uitgewerkt hoe we op hoofdlijnen omgaan met het veranderende klimaat: “We willen dat ons grondgebied in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Dat doen we door het vasthouden van ‘gebiedseigen’ water en het creëren van water(berging) in het landschap, de openbare ruimte en op eigen terrein. Het toevoegen van oppervlaktewater biedt ook nieuwe mogelijkheden voor natuurontwikkeling, wonen en recreatie”
Deze gebiedsgerichte en integrale aanpak staat uitgewerkt in het hoofdstuk ‘Wat willen we bereiken?’. Daar volgt per zorgplicht een beschrijving van onze werkwijze en geven we invulling aan gebiedsgericht en integraal werken.
Het verbeteren en in stand houden van de (chemische en ecologische) waterkwaliteit, onder andere in de plassen, is ook een punt van aandacht in de omgevingsvisie. De waterkwaliteit is in beginsel een verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap. Echter, als gemeente hebben wij daar wel invloed op. Bij ‘Oppervlaktewater’ op pagina 19 staat onze rolopvatting ten aanzien van de waterkwaliteit beschreven.
De omgevingsvisie en dit programma voor water en riolering zijn zelfbindend. Dat betekent dat niemand zich eraan hoeft te houden, behalve wijzelf. Een aantal onderdelen van het programma willen we als regels opnemen in het omgevingsplan. De regels zijn dan geldend voor iedereen in onze gemeente. Waar dit het geval is staat in de tekst beschreven. Het gaat om de volgende regels:
1.4 Wettelijk kader: Gemeentelijke zorgplichten
Artikel 2.16 uit de Omgevingswet beschrijft de onze zorgplichten voor hemelwater, afvalwater en grondwater. Kort gezegd:
De gemeente Nieuwkoop heeft als algemene doelstelling voor de planperiode om de verbeteringen en optimalisaties uit de afgelopen periode voort te zetten. Daarbij wil de gemeente op de meest doelmatige manier invulling geven aan beheer en onderhoud.
In dit hoofdstuk wordt de invulling van de zorgplichten toegelicht voor de thema’s hemelwater, afvalwater en grondwater. Daarbij zijn op basis van de visie doelen opgesteld per thema. Voor het bereiken van deze doelen is vervolgens een werkwijze opgesteld.
1.5 Samen werken aan het watersysteem
Gemeenten hebben taken en zorgplichten in het watersysteembeheer. Zie ook de vorige pagina. Ook andere partijen hebben taken en verantwoordelijkheden in het waterbeheer. Dat betekent dat een goed functionerend watersysteem een gedeelde verantwoordelijkheid is. In het kader hieronder staan de verantwoordelijkheden op hoofdlijnen benoemd.
Vanwege de gedeelde verantwoordelijkheden is er regionale afstemming en samenwerking wenselijk. Dit is geen doel op zich, maar helpt om kosten te besparen, de kwaliteit van het systeem te vergroten en de kwetsbaarheid van afzonderlijke organisaties te verkleinen. Dit is opgenomen in de Bestuurlijke Overeenkomst Samenwerking in de Waterketen Regio Rijnland. Nieuwkoop is aangesloten bij het cluster ‘Groene Hart’.
Het algemene doel van het GRP is dat wij als gemeente voldoen aan onze zorgplichten. We geven op doelmatige wijze invulling aan het beheer en onderhoud van ons stedelijk watersysteem en riolering. Met doelmatig bedoelen we: zoveel mogelijk resultaat tegen zo laag mogelijke kosten. We gaan hiermee door op de weg die we in het vorige GRP zijn ingegaan. Dat betekent dat we de komende periode doorgaan met het doorvoeren van de verbeteringen en optimalisaties die in het vorige GRP zijn beschreven.
Hierna beschrijven we onze concrete doelstellingen en werkwijze bij elk van onze drie zorgplichten (afvalwater, hemelwater en grondwater) en gaan we in op onze rol ten aanzien van het oppervlaktewater.
Artikel 2.16 uit de Omgevingswet beschrijft de gemeentelijke zorgplicht voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied moeten voorzien zijn van een rioolaansluiting tenzij lokaal zuiveren doelmatiger is. Bij locaties waar lokaal zuiveren vanwege specifieke gebiedskenmerken mogelijk een betere optie is, wordt in overleg met Hoogheemraadschap Rijnland besloten wat de beste keuze is. Om gezondheidsrisico’s van rioolwater te beperken en wateroverlast te voorkomen, dient het rioolstelsel hydraulisch in orde te zijn. Dat wil zeggen dat het water goed afgevoerd kan worden en er geen verstoppingen zijn die de afvoer belemmeren.
Op basis van de gemeentelijke zorgplicht en de eigen ambities van de gemeente, heeft de gemeente voor afvalwater de volgende doelen gesteld:
Vanuit de Omgevingswet heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen van afvalwater. Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied moeten voorzien zijn van een rioolaansluiting, tenzij lokaal zuiveren doelmatiger is. Voor nieuwe aansluitingen en/of aanvragen dient de gemeente met het waterschap af te stemmen. Voor riolering worden de volgende regels gehanteerd:
Bedrijfslozingen: de gemeente ontvangt deze lozingen op de gemeentelijke riolering onder voorwaarden, mits het ontvangende systeem het afvalwater kan verwerken. Buiten de afstandscriteria uit het Overgangsrecht ‘Activiteitenbesluit’ en het Overgangsrecht ‘Besluit Lozen Buiten Inrichtingen’, maakt de gemeente de afweging voor wel of geen aansluiting op de riolering. Indien de gemeente hier niet voor kiest, dient de lozer zelf een adequate voorziening aan te leggen. Dit betreffen maatwerkvoorschriften.
Lozingen van huishoudens: alle percelen gelegen tot maximaal 40 meter afstand van de bestaande (druk)riolering zijn of worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Buiten deze 40-metergrens is dit niet perse het geval. De insteek is om altijd aan te sluiten op het gemeentelijke rioolstelsel. Mocht dit fysiek onrealistisch zijn of tot hoge kosten leiden dan kan in overleg met het hoogheemraadschap worden besloten om een alternatieve voorziening voor te schrijven. Het is dan aan de lozer zelf om riolering naar het bewoonde gebied te bekostigen of met een verbeterde septictank te voldoen aan Artikel 22.148 van omgevingsplan gemeente Nieuwkoop. De gemeente kiest hiervoor omdat de rioolheffing niet bedoeld is voor het aanleggen van relatief dure oplossingen in het buitengebied. Voor deze woningen geldt dat zij geen rioolheffing betalen. Per aanvraag wordt bepaald of de aansluiting op de (druk)riolering doelmatig is. Voor locaties waar aansluiting op de riolering niet doelmatig is, geldt dat een maatwerkoplossing met het waterschap moet worden gezocht.
Aansluiting op het gemeentelijk riool of alternatieve gemeentelijke voorzieningen gebeurt altijd door, of in opdracht van, de gemeente en wordt bij nieuwe aansluiting/aanleg volledig betaald door de lozer. In geval van aansluiting op de riolering regelt de gemeente de aansluiting tot aan de perceelgrens.
Handhaving van bestaande gemeentelijke aansluitingen en voorzieningen wordt betaald door de gemeente. Eventuele vervanging of aanpassing ten gevolge van een wijziging in de lozing (bijvoorbeeld toename van de lozing) wordt echter volledig betaald door de lozer.
Binnen de gemeente Nieuwkoop zijn 13 IBA’s (Individuele behandeling van afvalwater) in beheer bij Waternet. In 2027 gaan alle IBA’s vervangen worden. Daarbij betaalt Waternet de helft van de kosten; de andere helft van de kosten is voor rekening van gemeente Nieuwkoop. De IBA’s blijven in beheer van Waternet. Een IBA is een lokale, minizuiveringsinstallatie die afvalwater van een enkel gebouw zuivert en daarna loost op oppervlaktewater of in de bodem.
Het transport van afvalwater vindt plaats via een gemengd rioolstelsel, een gescheiden vuilwaterstelsel (VWA) en pers- en drukleidingen. De zorg voor het transport van afvalwater is onderverdeeld in de volgende aspecten:
Afkoppelen: door hemelwater af te koppelen van het VWA-riool, neemt de druk op dit VWA-riool af. Daarnaast beperkt het gezondheidsrisico’s voor mens en natuur en leidt het tot beter functioneren van de AWZI’S. Volgens het omgevingsplan van gemeente Nieuwkoop kan de gemeente een eigenaar van een bouwwerk verplichten tot afkoppelen.
2.2.3 Doelmatig beheer van de riolering
Om het stelsel duurzaam in stand te houden, is reiniging en onderhoud aan het rioolstelsel noodzakelijk:
2.2.4 Duurzaam beheer van de riolering
Wanneer aan het einde van de technische levensduur blijkt dat riolering nog in goede staat is, wordt een afweging gemaakt om de riolering te relinen in plaats van te vervangen. Bij relinen wordt een nieuwe leiding in de bestaande riolering geplaatst. De afweging om te vervangen wordt ook gemaakt voor (onderdelen van) gemalen aan het einde van de technische levensduur.
Wij hebben een zorgplicht voor het doelmatig inzamelen van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. We hebben ook de zorgplicht om overtollig hemelwater van particuliere percelen in te zamelen wanneer dit niet redelijkerwijs van perceeleigenaar kan worden verwacht.
In de basis is iedereen zelf verantwoordelijk voor het verwerken van zijn of haar eigen hemelwater. Van burgers wordt verwacht dat zij ‘eigen’ hemelwater zelf verwerken. Door hergebruik, door infiltratie in de bodem of door opslag in een vijver. Pas wanneer dit niet haalbaar is, nemen wij als gemeente deze verantwoordelijkheid over.
Het is onze doelstelling om bewoners en bedrijven te stimuleren om regenwater zoveel mogelijk op het eigen perceel vast te houden o.a door acties als tegel eruit plantje erin (Operatie Steenbreek) erin. Zo komt het niet in de riolering, voorkomen we droogte en dragen we bij aan biodiversiteit en het verminderen van hittestress. Bovenal is het belangrijk dat onze inwoners zich bewust zijn van hun eigen rol en bijdrage aan het watersysteem van Nieuwkoop.
In een traditioneel rioleringssysteem zijn regenwater en afvalwater op dezelfde buis aangesloten. Dit heet een gemengd stelsel. Door regenwater af te koppelen van de buis verminderen we de belasting van het rioolstelsel en voorkomen we dat er schoon water naar de waterzuivering wordt gepompt. Het is onze doelstelling om zoveel mogelijk af te koppelen. Of dit mogelijk is hangt af van de lokale grondwaterstand en bodemgesteldheid. Afkoppelen mag niet leiden tot grondwateroverlast.
Bij het verwerken van hemelwater hanteren we de volgende voorkeursvolgorde:
De gemeente is verantwoordelijk voor onderhoud aan het gemeentelijk hemelwaterriool en infiltratievoorzieningen die in beheer van de gemeente zijn.
Bij nieuwbouw passen wij geen gemengde stelsels meer toe.
Nieuwe aanleg dimensioneren wij op bui 09 uit de Leidraad Riolering. Dit is een bui die statistisch eens per 5 jaar voorkomt (T=5). Het wettelijk minimum is een bui die eens per 2 jaar voorkomt (bui 08, T=2). Oudere delen van ons rioleringssysteem zijn hierop ontworpen.
Bij reconstructies en herontwikkelingen bekijken wij altijd de mogelijkheid om hemelwater af te koppelen. We koppelen bij voorkeur het wegoppervlak en de voorkant van de woningen (regenpijpen) af. De gemeente betaalt de kosten voor het afkoppelen van de regenpijpen op particulier terrein. Deelname van de perceeleigenaar is op basis van vrijwilligheid.
Wij kiezen ervoor om het afkoppelen van particuliere percelen aan te pakken op basis van vrijwilligheid. Bij reconstructies en herontwikkelingen worden de perceeleigenaren onder andere door bewonersbrieven en inloopavonden ingelicht over de noodzaak van afkoppelen en de voordelen ervan. De komende planperiode beoordelen we het succes van deze aanpak. Mocht dit tot onvoldoende resultaat leiden, dan hebben we de juridische mogelijkheid om afkoppelen in bestaand gebied te verplichten (zie kader).
Het afgekoppelde regenwater houden we in de nieuwe situatie zoveel mogelijk vast door infiltratie of berging in bijvoorbeeld een wadi. Langzaam loopt het regenwater vervolgens via een hemelwaterleiding naar oppervlaktewater. De hemelwaterleiding zelf dient ook als buffering. Met het vullen van een lege leiding kan water tijdelijk in de leiding worden opgeslagen.
Om onze inwoners bewust te maken van de eigen verantwoordelijkheid en rol zetten wij in op communicatie en campagnes. Wij maken gebruik van de gemeentelijke website en lokale media voor algemene communicatie. Bij specifieke overlast zoals verstoppingen doen we gerichte huis-aan-huis communicatie. Via campagnes zoals ‘Steenbreek’ en ‘Tegel eruit, plant erin’ werken we aan het ontstenen van particulier terrein.
Bij nieuwbouw wordt hemelwater in principe op het eigen perceel verwerkt. Het is aan een initiatiefnemer om aan te tonen dat het niét lukt om hemelwater op het perceel zelf te verwerken. Pas dan gaan wij in gesprek met een initiatiefnemer over het overnemen van de verantwoordelijkheid voor het verwerken van hemelwater. In de praktijk is dit het geval bij gebieden waar weinig ruimte is en/of waar de ondergrond ongeschikt is om water in te infiltreren. Wordt afvoer naar een gemeentelijke voorziening toegestaan, dan betaalt de initiatiefnemer de kosten van het realiseren van een aansluitpunt of een waterberging buiten het plangebied.
2.4.3 Hemelwater in het buitengebied
In het buitengebied hebben we veel druk- en persriolering. Deze zijn alleen bedoeld voor het transport van afvalwater en niét van hemelwater. Bij druk- en persriolering is er dus geen mogelijkheid om hemelwater aan te sluiten en is er geen sprake van dat de gemeente de verantwoordelijkheid voor het verwerken van hemelwater overneemt.
2.4.4 Hinder, overlast en schade
Het kan voorkomen dat een zware regenbui leidt tot hinder, overlast of schade. Het systeem is ingericht op het verwerken van een bui die eens per 5 jaar valt. Zwaardere buien verwerken vraagt grote investeringen die niet doelmatig zijn. Hoe wij omgaan met problemen door water verschilt per geval en is altijd maatwerk. We hanteren onderstaande tabel om de situatie te beoordelen en onze actie op te baseren. We maken onderscheid in drie categorieën: hinder, overlast en schade. De beschrijving van iedere categorie is in onderstaand figuur af te lezen.
De gemeente hanteert hierbij de volgende acceptatieniveaus: hinder is acceptabel, overlast is niet wenselijk en schade is niet acceptabel.
Nieuwkoop is een relatief kleine gemeente waardoor mensen elkaar en het gebied goed kennen. Dat maakt het werken overzichtelijk en de lijntjes kort. Dit heeft als voordeel dat met álle beheerders van de verschillende vakdisciplines naar ruimtelijke plannen en overlastlocaties wordt gekeken. Een praktisch voorbeeld hiervan is dat er bij het onderhoud van een weg gekeken wordt naar de mogelijkheid om overbodige verharding weg te halen. Dit soort relatief eenvoudige oplossingen zijn waardevol. Ze helpen bij het ontlasten van de riolering tijdens piekbuien
Het onderhoud van wegen is leidend in de algehele onderhoudsplanning. Riolering en groen passen – als dat mogelijk is – de planning aan en zo gebeurt al het werk in één keer in plaats van achter elkaar. Het inpassen van werkzaamheden door het drinkwaterbedrijf, de netbeheerder en de woningcorporaties zijn planningstechnisch een uitdaging. Hier zijn we scherp op, maar de afstemming lukt niet altijd.
Wanneer wij foutieve aansluitingen constateren via onze eigen buitendienst of door meldingen, doen we onderzoek naar de bron en handhaven wij. Onderzoek gebeurt via rookproeven, temperatuurmetingen en het analyseren van draaiuren van gemalen. Foutieve aansluitingen van vuilwater op het hemelwaterstelsel komen we sporadisch tegen (1 à 2 keer per jaar).
Kolken worden eens per jaar door een extern bedrijf gereinigd. Straatvegen wordt zes keer per jaar uitgevoerd.
HWA-riolen maken onderdeel uit van het reguliere beheer en onderhoud van de vrijvervalriolering; reinigings- en inspectiefrequentie van eens per 10 jaar. Wadi’s maken onderdeel uit van het groenbeheer; maaifrequentie van 4 keer per jaar.
Wij hebben als gemeente de zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van de maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.
De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervult. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden.
De gemeente heeft als taak om doelmatige maatregelen te treffen om structureel nadelige effecten te voorkomen of beperken. Als uit klachten of meldingen blijkt dat grondwateroverlast optreedt, dan onderzoekt de gemeente de situatie. De taak bestaat niet uit het wegnemen van de (ervaren) overlast. In Nieuwkoop verstaan we onder overlast het volgende:
Doelmatig: doelmatige maatregelen zijn maatregelen die qua kosten in overeenstemming zijn met de effecten en gecombineerd kunnen worden met andere werkzaamheden. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds.
Maatregelen op particulier terrein zijn altijd voor rekening van de particulier zelf. Maatregelen in openbaar gebied voert de gemeente alleen uit als sprake is van structureel nadelige gevolgen (en geen taak is van provincie of waterschap).
Naast de gemeente hebben particulieren, het waterschap en de provincie ook een wettelijke verantwoordelijkheid in het grondwaterbeheer. De particulier zorgt voor bouwkundige of waterhuishoudkundige voorzieningen op eigen terrein omdat hij verantwoordelijk is voor de goede staat van zijn eigendom. Het waterschap dient door peilbeheer voldoende ontwatering en afvoercapaciteit te garanderen. Hiervoor voert HHR een boezemstudie uit. Tevens zijn zij vergunningverlener voor kortdurende grondwateronttrekkingen in de ondiepere lagen van de bodem, zoals bronbemaling bij bouwprojecten. De Provincie is vergunningverlener voor grootschalige en langdurige grondwateronttrekkingen in de diepere bodemlagen, zoals drinkwateronttrekkingen en bodemenergiesystemen.
Voor nieuwbouwsituaties heeft de grondwatertaak betekenis in het voortraject bij de zogenaamde weging van het waterbelang, voorheen de watertoets (artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving). Dit houdt in dat bij het vaststellen van een omgevingsplan ook de gevolgen voor het beheer van watersystemen worden meegenomen. Hier hoort ook de grondwatertaak bij. De opvattingen van het waterschap worden hierin meegewogen. Voor Nieuwkoop vullen we dit als volgt in:
Drainage dient om grondwaterstanden te controleren op plaatsen waar deze te hoog of te laag is. Ze voorkomen grondwateroverlast. We gaan als volgt om met drainage:
Drainage op gemeentegrond hebben wij voor het grootste deel in beeld. Drainage die op particuliere gronden zijn aangelegd zijn ons grotendeels onbekend. Wanneer we bij werkzaamheden onbekende drainageleidingen tegenkomen voegen we deze toe aan ons beheersysteem.
Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater geldt dat Waterschappen HHR, HDSR en AGV/Waternet hiervoor het bevoegd gezag zijn.
Voor het toetsen van lozing van bronneringswater op de riolering geldt dat de gemeente bevoegd gezag is. Uitgangspunt is dat schoon bronneringswater niet op het vuilwaterriool wordt geloosd, maar terug wordt gebracht in de bodem of afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater. In de praktijk zal dit echter niet altijd mogelijk zijn. Bij grotere projecten is daarom een omgevingsvergunning verplicht met een waterparagraaf.
Oppervlaktewater is het geheel van sloten, plassen, vijvers, kanalen, meren, beekjes en rivieren. Voor een gezonde omgeving is gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater wenselijk.
Oppervlaktewater is belangrijk voor het bergen en afvoeren van overtollig water, waarmee ‘water-op-straat’ situaties of schade voorkomen of verminderd worden. Daarnaast vervult oppervlakte een belangrijke functie voor de beleving van bewoners.
2.8 Werkwijze oppervlaktewater
De taken die in het beleids- en beheerplan waterpartijen zijn opgesteld, zijn onderverdeeld in dagelijkse onderhoudstaken en grote onderhoudstaken:
Emissies vanuit de riolering op het oppervlaktewater
Biodiversiteit vergroten rondom het oppervlaktewater
Het stellen van realistische ambities voor oppervlaktewater
In dit hoofdstuk beschrijven we wat we hebben en waar we nu staan. Met de evaluatie kijken we terug op de afgelopen planperiode: welke maatregelen zijn uitgevoerd, wat hebben we bereikt en waar liepen we tegenaan?
Onder areaal laten we met eenvoudige illustraties zien hoe ons rioolstelsel is opgebouwd; wat hebben we aan rioolbuizen, gemalen, overstorten, pompen etc.? De illustraties geven ook een mooi beeld van hoe ons hele watersysteem met elkaar samenhangt.
Tot slot geven we met een toets van de huidige situatie aan in hoeverre de huidige stand van zaken van onze rioleringszorg voldoet aan de kwaliteit zoals we deze voor ogen hebben; onze uitgangspunten en normen. In de bijlage hebben wij deze toetsing van de huidige situatie in ‘stoplicht’-vorm toegevoegd aan de uitgangspunten en normen door bij ieder doel een indicatie te geven over de voortgang.
3.2 Evaluatie afgelopen planperiode
Het vorige GRP is op hoofdlijnen uitgevoerd zoals voorzien. Een aantal geplande werkzaamheden zijn nog niet uitgevoerd. Dit heeft meerdere oorzaken: personele krapte, uitlopende planningen bij andere partijen (netbeheer, drinkwater en kabels en leidingen). Ook is het merkbaar dat regionale (beleids)trajecten meer inspanning vragen dan voorheen. De projecten die zijn uitgevoerd zijn duurder uitgevallen dan in het vorige GRP was voorzien, dit is met name een gevolg van de hoge inflatie van afgelopen jaren.
Het GRP is qua detailniveau goed bevallen. Het is een praktisch werkdocument dat duidelijk aangeeft hoe Nieuwkoop invulling geeft aan beleidsdoelstellingen en wat dat betekent voor de praktische werkzaamheden.
De personele inzet die op papier beschikbaar is, was toereikend. Echter is een vacature voor een beleidsmedewerker niet gedurende de hele planperiode ingevuld. Hierdoor is de beheerder ook beleidstaken uit gaan voeren en zijn er in het beheer werkzaamheden blijven liggen. Deze werkzaamheden o.a. het bijwerken van rioolrevisies in het beheersysteem en het inmeten van ontbrekende rioolgegevens, worden tijdens de komende planperiode alsnog opgepakt.
Een aantal werkzaamheden is nog niet uitgevoerd, waardoor de inkomsten vanuit de rioolheffing hoger waren dan de uitgaven. Het geld in de voorziening is hierdoor opgelopen.
Het algemene beeld van de kwaliteit van de riolering is dat deze nog goed is. Op basis van de leeftijd van het stelsel verwacht de gemeente wel een vervangingspiek. De gemeente beschikt over een actueel beheerbestand geschikt voor het dagelijks beheer en onderhoud van de riolering.
Alle vacuümriolering is verwijderd en vervangen door drukriolering met bijbehorende minigemalen. Deze zijn toegevoegd op de gemeentelijke hoofdpost pompen en gemalen waardoor we ze continu kunnen monitoren. Hierdoor krijgen we een beter inzicht in eventuele storingen en aanvoer van afvalwater. Met Waternet zijn afspraken gemaakt over het beheer en renovatie van de IBA’s in Nieuwkoop. De renovatie van de AWZI Nieuwveen is in 2022 afgerond. Om de hele afvalwaterketen slimmer te maken is het samenwerkingsverband Databureau Waterketen opgestart. Hierin wisselen gemeenten, drinkwaterbedrijven en het Hoogheemraadschap van Rijnland gegevens en resultaten van analyses uit.
Momenteel is de gemeente bezig met het actualiseren van de beheergegevens. Na de planperiode zal een nieuw SSW opgesteld worden. Een SSW (Systeemoverzicht Stedelijk Water) is een document of plan dat het gehele stedelijke watersysteem in kaart brengt, inclusief alle rioleringen, hemelwater- en grondwatersystemen en bijbehorende objecten zoals wadi’s en sloten. Het SSW beschrijft hoe deze systemen functioneren, evalueert hun prestaties en stelt maatregelen voor om kwetsbare locaties, zoals plekken met wateroverlast, aan te pakken en het watersysteem robuuster te maken. In de afgelopen jaren is er weinig wateroverlast opgetreden. De gemeente hanteert geen specifieke bergingseis, maar houdt bij regenval wel de volgende prioritering aan; vasthouden ➔ bergen ➔ afvoeren. Er vindt actieve communicatie plaats richting bewoners en ondernemers, waarbij gekeken wordt naar subsidies en kortingen voor klimaatadaptieve maatregelen.
In gevallen van grondwateronderlast mogen bewoners zelf drainage aanleggen op hun eigen perceel. Wanneer dit technisch mogelijk is verzorgt de gemeente een aansluiting van de afvoer op het hemelwaterriool. Een eerder geval van grondwateronderlast in de Vosholstraat is verholpen. Het grondwatermeetnet is uitgebreid met 50 extra peilbuizen, om het inzicht in de grondwaterstanden te vergroten.
Er zijn geen overstorten die lozen op een KRW-waterlichaam. De Kader Richtlijn Water (KRW) is Europese wetgeving die sinds 2000 geldt en als doel heeft om alle wateren in de EU (oppervlaktewater, grondwater, kustwateren en overgangswateren) gezond en schoon te maken en houden. KRW-waterlichamen zijn waterlichamen die specifiek getoetst worden op de eisen die gelden vanuit de KRW. De Nieuwkoopse Plassen zijn een voorbeeld van een KRW-waterlichaam. Overstorten die lozen op een KRW-waterlichaam vormen een groter risico vanwege de eisen die gelden voor het oppervlaktewater op deze locatie.
Voor de overige overstorten is door het Hoogheemraadschap van Rijnland bepaald dat deze niet risicovol zijn en niet aangepakt hoeven te worden.
Het gehele rioolstelsel met alle objecten en voorzieningen is een kapitaalgoed. De totale vervangingswaarde is ca. EUR 126,2 miljoen. De uitsplitsing van deze vervangingswaarde is te zien in onderstaande tabel.
In onze beheerpakketten houden we alle gegevens over onze riolering bij. Onderstaand figuur geeft een overzicht van ons systeem aan leidingen, pompen en gemalen. In de volgende paragrafen zijn de verschillende onderdelen van de riolering toegelicht:
De afbeelding hieronder laat het principe van vrijvervalriolering zien. En het aantal km vrijvervalriool leidingen wat in beheer van de gemeente Nieuwkoop is. Vrij verval wil zeggen dat het water onder afschot (hellend) kan wegstromen. De vrijvervalriolering is onder te verdelen in een gemengd en (verbeterd) gescheiden stelsel.
Onderstaande grafiek toont de leeftijdsopbouw van het vrijvervalstelsel. Een overzicht van alle overstorten is opgenomen in de bijlage.
Drukriolering is een vorm van mechanische riolering. Afvalwater wordt door een pomp in een kleine rioolleiding geperst en uiteindelijk naar de rioolwaterzuivering gepompt. Iedere woning of verzameling van woningen heeft een eigen pomp die het afvalwater naar de vrijvervalriolering afvoert, waarna het via het rioolgemaal naar de zuivering wordt gepompt.
3.3.3 Infiltratievoorzieningen
Infiltratie is het laten wegzakken van hemelwater in de bodem. Door het aanleggen van infiltratiesystemen kan regenwater beter in de grond zakken en houden we meer water vast in het gebied waar het valt. Dit is gunstig voor droge perioden.
Drainage is het afvoeren van overtollig grondwater via een systeem van ondergrondse waterinlatende buizen. We passen dit met name toe in gebieden met (te) hoge grondwaterstanden. Ook het aanleggen van extra oppervlaktewater kan via peilbeheer zorgen voor het verlagen van de grondwaterstand.
Als het nodig is, zetten we drainage in wanneer de grondwaterstanden te hoog zijn. Dit doen we beperkt om de effecten door droogte niet te versterken. Daarnaast is het ook niet overal toegestaan om drainage toe te passen. Op grote schaal streven we naar het natuurlijk beheersen van grondwater.
De WIBON (Wet Informatie-uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten) schrijft voor dat de aanwezige rioleringsvoorzieningen in beeld moeten zijn. In lijn met de eisen uit de wetgeving wordt de inspanning voor het bijhouden en actualiseren van de beheergegevens voortgezet in de komende planperiode. Om zorg te dragen voor snelle en eenduidige verwerking van aangeleverde revisies in het beheersysteem van de gemeente is het belangrijk om in de planperiode van dit GRP vast te stellen aan welke eisen aangeleverde revisiegegevens moeten voldoen.
Door personele uitdagingen is er een achterstand in het gegevensbeheer, waarbij de volledigheid en kwaliteit van de beheergegevens verbeterd moeten worden. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan inmetingen van overstorten, controle van foutieve koppelingen, het verwerken van ontbrekende (drainage)stelsels en het inventariseren van het aangesloten en afgekoppelde verharde oppervlak.
Om de kwaliteit ook in de toekomst te borgen, dienen de gegevens conform de GWSW-standaard verwerkt te worden.
In hoofdstuk 2 hebben we onze doelen voor afval-, hemel-, grond,-en oppervlaktewater gepresenteerd. In de bijlage hebben we per doelstelling onze voortgang aangegeven.
Waar nodig nemen we (extra) maatregelen om onze doelen te halen. In dit hoofdstuk benoemen we deze. We hebben de maatregelen gesplitst naar type maatregelen en acties gericht op:
We hebben als gemeente een aantal speerpunten geformuleerd die centraal staan bij de uitvoering van dit gemeentelijk rioleringsplan. Dit zijn:
Vergroten inzicht hydraulisch functioneren: op dit moment beschikken we niet over een actueel en compleet rekenmodel. Hierdoor is het niet mogelijk om een waarheidsgetrouwe hydraulische berekening uit te voeren. De komende planperiode richten we ons op onderzoek om de gegevens te controleren en ontbrekende gegevens aan te vullen, op basis van deze gegevens het rekenmodel te completeren en hydraulische berekeningen uit te voeren.
Opnemen GRP in omgevingsplan: Nieuwkoop is begonnen me het opstellen van het omgevingsplan. Het omgevingsplan is niet in één keer gereed, maar bevindt zich in een overgangsfase tot eind 2031, wanneer gemeenten het moeten omzetten naar een volledig en definitief omgevingsplan volgens de Omgevingswet. Bij het opstellen van het omgevingsplan moet een aantal onderdelen vanuit dit plan opgenomen worden. Het gaat in ieder geval om nieuwbouwvoorschriften en onze hemelwaterverordening, inclusief gebiedsaanwijzingen.
Dit zijn de maatregelen die we concreet in uitvoering gaan brengen. Het betreffen:
Dit zijn niet-fysieke maatregelen die bedoeld zijn om meer kennis/inzicht te krijgen. Dit betreft:
We beschrijven het belang van goede verbinding met onze bewoners en bedrijven om participatie. Daarnaast beschrijven we hoe we deze verbinding willen onderhouden en verbeteren door middel van goede communicatie.
Met de uitvoering van fysieke maatregelen geven we invulling aan onze ambities. De fysieke maatregelen zijn onder te verdelen in beheer en onderhoudsmaatregelen, in vervangingsmaatregelen en in verbetermaatregelen.
4.1.1 Beheer en onderhoudsmaatregelen
We houden de bestaande infrastructuur op een kwalitatief goed niveau door het uitvoeren van beheer- en onderhoudsmaatregelen. Waar mogelijk kiezen wij voor maatregelen die de levensduur van het areaal kunnen verlengen. De uitvoering en frequentie van beheer en onderhoud zijn beschreven in de werkwijzen voor afvalwater, hemelwater en oppervlaktewater.
We houden de bestaande infrastructuur op een kwalitatief goed niveau door te zorgen voor tijdige vervanging om storingen te minimaliseren. We vervangen (onderdelen van) gemalen, pompunits, IBA’s en randvoorzieningen. De kosten hiervoor staan in de tabel hieronder uitgewerkt voor de planperiode.
Het meeste budget gaat op aan het verbeteren van het stelsel bij reconstructies. Voor de planperiode zijn deze maatregelen concreet gepland en opgenomen in de projectenplanning. Voor na de planperiode zijn deze cyclisch bepaald op basis van aanlegjaar en technische levensduur.
Vrijvervalriolering heeft een verwachte levensduur van 70 jaar. Bij nieuwe aanleg of renovatie is het daarom belangrijk om nu al rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen. In andere woorden, we richten ons systeem nu al in op het klimaat van de toekomst. Daarbij willen we rekening houden met drogere of nattere omstandigheden. Waar mogelijk koppelen we hemelwater daarom af van het (gemengde) riool. Op deze manier voorkomen we overbelasting van het riool bij extreme buien en zorgen we tegelijkertijd voor het vasthouden en infiltreren van water, waardoor een buffer ontstaat voor droge perioden.
4.3 Communicatie en participatie
We vinden het belangrijk dat mensen zich bewust zijn van water en de kansen en risico’s die daarbij horen. In het verlengde hiervan moeten onze inwoners weten waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn.
We merken dat niet iedereen dit waterbewustzijn heeft en dat is zorgelijk. Aan een watersysteem in balans dient iedereen een steentje bij te dragen. En dat is nodig, want ongeveer 60% van onze grond is in particulier bezit.
We werken aan het creëren van waterbewustzijn in onze gemeente. We doen dat op de volgende manier:
Organiseren van allerlei activiteiten. In 2024 ging dat bijvoorbeeld om deelname aan operatie Steenbreek (zie figuur 1), acties in de Klimaatweek, het uitdelen van boompjes aan bewoners om de tuin te vergroenen en het geven van tuintips samen met IVN. Op Duurzaam-Nieuwkoop.nl staan tips en adviezen voor het vergroenen van je tuin. Daar zijn ook verschillende groenspecials (zie figuur 2) te downloaden.
Figuur 1 - Een uitsnede van de missie van Operatie Steenbreek
Figuur 2 - Een uitsnede uit groenspecial nummer 17 van mei 2025.
Om aan onze zorgplichten te voldoen zijn middelen nodig. Middelen bestaan zowel uit personele als financiële middelen. Het bedrag dat nodig is om de taken uit te voeren komt uit de rioolheffing. Iedereen in de gemeente die baat heeft bij onze inspanning, draagt daar ook financieel aan bij. De inkomsten uit de rioolheffing worden alleen besteed aan de taken beschreven in dit plan.
In dit hoofdstuk komen de volgende onderdelen aan bod:
Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is de volgende formatie beschikbaar:
Hiermee is totaal 9,83 FTE beschikbaar. Vanuit de voormalige Leidraad Riolering gold een benchmark van 3 FTE voor riolering per 10.000 inwoners. Hieruit volgt dat de gemeente Nieuwkoop voldoende FTEs beschikbaar heeft voor riolering en er is geen aanleiding om het huidige aantal FTE te wijzigen. Door openstaande vacatures hebben we in de afgelopen planperiode geen beschikking gehad over de volledige hoeveelheid FTEs.
De voorgestelde rioolheffing per 1 januari 2026 bedraagt EUR 244,13. In 2026 zijn er 13.574 aansluitingen in de gemeente Nieuwkoop. In de planperiode houden we rekening met de volgende stijging in de heffingseenheden (nieuwbouwwoningen):
Dit is een voorzichtige inschatting om tegenvallers in toekomst te voorkomen.
Ten laste van de voorziening tariefegalisatie brengen wij de volgende exploitatielasten in rekening:
In de bijlage is een overzicht opgenomen van alle exploitatielasten. In deze bijlage is ook een toelichting gegeven op de kostentoerekening aan de rioolheffing.
5.4.2 Vervangingsinvesteringen
Voor de planperiode is op basis van de kwaliteitsgegevens vanuit inspecties een concrete projectenplanning gemaakt voor de vrijvervalriolering. Voor de vervangingen na de planperiode, is uitgegaan van de verwachte totale vervangingskosten uit het vorig GRP en zijn deze vervolgens geïndexeerd.
Uitgangspunten overige vervangingen:
We zien in de toekomst een vervangingspiek op ons afkomen. De jaarlijkse inspecties en beoordelingen hiervan moeten uitwijzen hoe deze piek er daadwerkelijk uit komt te zien. We gaan alleen vervangen wat ook daadwerkelijk op basis van kwaliteitsmetingen en onze risicobewuste aanpak aan vervanging toe is.
Op basis van de uitgangspunten, totale lasten, inkomsten en stand van de voorziening zoals in de voorgaande pagina’s beschreven is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode 2026-2085.
Het uitgangspunt bij het bepalen van het tarief is het voeren van een solide beleid, waarin inkomsten en uitgaven op een lange termijn in balans zijn en waarin we doelmatig omgaan
met de beschikbare middelen. Het effect van het beleid dat we kiezen heeft effect op de langetermijnfinanciering en daarmee de benodigde rioolheffing.
Uit de berekening blijkt dat de rioolheffing en de huidige stand van de voorziening op termijn niet toereikend zijn om de totale jaarlijkse lasten te dragen. Een scenario waarin de tarieven gelijk blijven is daarmee geen optie. Echter de eerste jaren is de huidige rioolheffing en stand van de voorziening voldoende om bij een kleine stijging van de heffing een positief saldo van de voorziening te behouden. Dat komt omdat de voorziening op dit moment goed gevuld is (EUR 6,6 miljoen). Om ook in de toekomst een positief saldo van de voorziening te behouden zijn verschillende varianten doorgerekend:
Bij variant 1 is sprake van een beperkte stijging in de planperiode, waardoor er meer wordt onttrokken uit de voorziening. Na de planperiode is een stijging nodig om te voorkomen dat de voorziening in het rood komt (dit mag niet). Opties 1A, 1B en 1C geven verschillende manier om de stijging ná de planperiode vorm te geven. Dit kan bloksgewijs (1A), geleidelijk (1B) of 1C: snel stijgen en daarna afvlakken.
Daarnaast dient de rioolheffing jaarlijks met de optredende inflatie te worden gecorrigeerd.
De grafiek hieronder laat voorkeursvariant 1B zien. Belangrijk hierbij is dat de uitgaven in de planperiode hoger zijn dan de inkomsten, waardoor onttrokken wordt uit de voorziening en die afneemt qua vulling. Rond 2040 zijn inkomsten en uitgaven weer met elkaar in evenwicht komt de vulling op ongeveer EUR 1 miljoen uit. Daarna blijft de voorziening in de bandbreedte van EUR 1 – 2 miljoen.
Figuur 4 - Financiële consequenties van variant 1B
Variant 2 gaat uit van het geleidelijk ophogen van de tarieven per 2026. De voorziening daalt hier meer geleidelijk dan bij variant 1 en vult zich naar verloop van tijd weer als gevolg van het langer doorstijgen van de tarieven.
Figuur 5 - Financiële consequenties van variant 2
Omdat de rioolheffing en de voorziening op dit moment toereikend zijn, wordt voorgesteld om te kiezen voor variant 1B. De gemeente heeft hiermee de komende planperiode de tijd om het inzicht te vergroten (onder andere door het uitvoeren van de hydraulische berekeningen) en hiermee de benodigde maatregelen/investeringen nader uit te werken. Binnen variant 1 heeft optie B de voorkeur. Het geleidelijk stijgen van de rioolheffing na de planperiode is het best uitlegbaar en zorgt voor de minst mogelijke fluctuatie in de heffingsbedragen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 13 november 2025, nummer 2025-081.
Edzard van Holthe
griffier
Bijlage 3 – Wettelijke kaders: zorgplichten
De gemeente heeft taken voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Deze zijn beschreven in de zorgplichten. Hieronder volgt per zorgplicht een toelichting. Teksten zijn overgenomen vanuit het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)
De gemeente heeft een zorgtaak om stedelijk afvalwater van binnen de bebouwde kom in te zamelen. Dit staat in artikel 2.16 lid 1 onder a onder 3 van de Omgevingswet. Deze zorgtaak kunnen ze voor huishoudelijk afvalwater invullen door het aanleggen van rioleringsstelsels. Afvoer van huishoudelijk afvalwater gebeurt dan door een vuilwaterriool. Een gemeente kan een gemeentelijk rioleringsprogramma vaststellen om invulling te geven aan de gemeentelijke watertaken (artikel 3.14 Omgevingswet).
Het rioleringsbeheer(verwijst naar een andere website) is gebaseerd op het totaal aan water dat vrijkomt en de rol van de riolering in de afvoer van dit totaal. Ook het aansluiten van huishoudelijke lozingen op de gemeentelijke riolering of een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA behoort tot de activiteiten.
De zorgtaak van de gemeente vloeit voort uit de (Europese) Richtlijn stedelijk afvalwater(verwijst naar een andere website). Dit is opgenomen in de Omgevingswet: in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) staat dat de gemeente zorg draagt voor aanleg, beheer en onderhoud van een openbaar vuilwaterriool (artikel 3.16 Bkl).
De gemeente moet zorgen voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. De hemelwatertaak is beperkt tot openbaar terrein. En tot afvloeiend hemelwater van particulier terrein dat de eigenaar niet zelf kan afvoeren. De gemeenten werken de reikwijdte van hun hemelwatertaak uit in de omgevingsvisie of een programma.
De gemeentelijke taak voor het beheer van afvloeiend hemelwater betreft:
De hemelwatertaak staat in artikel 2.16, eerste lid, onder a, onder 1° van de Omgevingswet.
De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt, is in principe zelf verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater. Wanneer het hemelwater te verontreinigd is, moet het afvalwater ter plekke door de houder worden gezuiverd. Via een helofytenfilter, een zuiveringsfilter of een gelijksoortige voorziening.
In het omgevingsplan kunnen regels staan over de manier waarop een perceeleigenaar met afstromend hemelwater moet omgaan. De regels kunnen bijvoorbeeld een voorziening voorschrijven als voorwaarde voor het lozen van afstromend hemelwater in de bodem. Ook kunnen de regels een verplichting inhouden om de hemelwaterafvoer af te koppelen van de riolering.
De gemeente heeft taken voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Deze zijn beschreven in de zorgplichten. Hieronder volgt per zorgplicht een toelichting. Teksten zijn overgenomen vanuit het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)
Gemeenten hebben een grondwatertaak. Dit staat in artikel 2.16 van de Omgevingswet. Deze taak bestaat uit 7 samenhangende elementen die bepalen of de gemeente verantwoordelijk is om nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen.
Het moet gaan om (zie artikel 2.16, lid 1, onder a, onder 2 Omgevingswet): 'het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort.'
Als alle elementen van de grondwatertaak aan de orde zijn, dan moet de gemeente maatregelen treffen om grondwateroverlast of grondwateronderlast (tekort aan grondwater) te voorkomen of te beperken. Dit betekent dat gemeenten zich zoveel mogelijk moeten inspannen om dit doel te bereiken.
Voor nieuwbouwsituaties heeft de grondwatertaak betekenis in het voortraject bij de zogenaamde weging van het waterbelang, voorheen de watertoets (artikel 5.37 Besluit kwaliteit leefomgeving). Dit houdt in dat bij het vaststellen van een omgevingsplan ook de gevolgen voor het beheer van watersystemen worden meegenomen. Hier hoort ook de grondwatertaak bij.
Bijlage 5 – Doelen toetsen aan huidige situatie
De huidige stand van zaken van de rioleringszorg in de gemeente is vergeleken met de kwaliteit die de gemeente in de toekomst voor ogen heeft. Op de volgende pagina’s is de toetsing per onderwerp weergegeven, waarbij de toetsing is onderverdeeld in de verschillende zorgplichten:
Leeswijzer (onderstaand figuur is een voorbeeld)
Verbeteren en instandhouden voorzieningen
Aansluiten en wijze van inzameling
Aansluitingen en wijze van inzamelen
Verminderen / voorkomen structurele grondwateroverlast
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-520610.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.