Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

Gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 160 eerste lid aanhef en onder d Gemeentewet;

Overwegende dat:

  • in het wervengebied van de gemeente Utrecht circa 950 (merendeels monumentale) kelders liggen. Het wervengebied uniek erfgoed is dat karakteristiek is voor de binnenstad van de gemeente Utrecht en het voor het behoud van dit erfgoed belangrijk is die kelders goed te onderhouden en schade tijdig te herstellen;

  • het college hiervoor in 2021 het programma ‘Werk aan de werf’ heeft vastgesteld, dat uitgaat van een in samenwerking met keldereigenaren uitgevoerd samenhangend programma voor het herstel van werfkelders en het behoud van dit erfgoed;

  • in 2024 de gemeente samen met keldereigenaren de uitgangspunten heeft opgesteld voor het herstel van de werfkelders, welke uitgangspunten in december 2024 door de gemeenteraad zijn vastgesteld;

  • een keldereigenaar eigenaar is van de kelder die bij zijn grachtenpand behoort, de gemeente de eigenaar is van de muur die de kelder aan de kant van de werf of de gracht afsluit en eigenaar is van de weg die boven de kelder ligt. De nutsbedrijven eigenaar zijn van kabels en leidingen die in de weg boven de kelders liggen;

  • keldereigenaren aangegeven hebben dat zij door de gemeente willen worden ondersteund bij het herstel van hun kelders;

  • de gemeente Utrecht bereid is in samenwerking met de keldereigenaren de kelders te herstellen en daarbij op te treden als (gedelegeerd) opdrachtgever mits deze herstelwerkzaamheden gecombineerd kunnen worden met onderhoudswerkzaamheden aan de weg, de muur of andere bij de gemeente in beheer zijnde objecten en/of met de werkzaamheden aan kabels en leidingen;

  • de kosten van uitvoering aanzienlijk lager zijn, de hinder beperkter is en het risico op schade kleiner is als de gemeente opdracht geeft de (herstel)werkzaamheden aan meerdere aaneengesloten kelders en de bovenliggende weg gelijktijdig en door één aannemer te laten uitvoeren;

  • het college jaarlijks, in de vorm van een uitvoeringsplanning, zal vaststellen in welke blokken in het wervengebied de gemeente Utrecht de komende vier jaar in samenwerking met de keldereigenaren herstelwerkzaamheden aan kelders zal uitvoeren;

  • het beleidsdoel van de gemeente is om in 2050 alle nodig gebleken onderhoud- en herstelwerkzaamheden aan de kelders in het wervengebied afgerond te hebben;

  • in deze beleidsregel is aangegeven hoe de kosten voor de onderhoud- en herstelwerkzaamheden aan de kelder, de muur en de weg tussen een keldereigenaar en de gemeente worden verdeeld;

  • op grond van artikel 160 lid 1 aanhef en onder d van de Gemeentewet het college bevoegd is namens de gemeente te besluiten om overeenkomsten te sluiten. Ter invulling van deze bevoegdheid wordt in deze beleidsregel vastgelegd wanneer en onder welke voorwaarden, de gemeente met een eigenaar van een kelder in het wervengebied, een overeenkomst zal afsluiten voor het herstellen van een kelder en de muur en de weg in het wervengebied, welke planning de gemeente daarbij aanhoudt en hoe de kosten van de herstelwerkzaamheden in een blok tussen de gemeente en de keldereigenaren zullen worden verdeeld.

Besluiten de volgende beleidsregel vast te stellen:

Artikel 1 Definities

  • 1.

    In deze beleidsregel worden de volgende definities gehanteerd, welke definities zonder verlies van betekenis in enkelvoud of in meervoud kunnen worden gebruikt:

    • aannemer: de door de gemeente geselecteerde en gecontracteerde aannemer(s);

    • adres: adres in de zin van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen

    • beleidsregel: de Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht;

    • blok: een in de uitvoeringsplanning nader te bepalen gebied waarin meerdere nabijgelegen kelders liggen die samen met de naastliggende muren en de daarboven liggende weg gelijktijdig worden hersteld;

    • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;

    • eigen bijdrage: het door de keldereigenaar te betalen bedrag als beschreven in artikel 8 tot en met 13 van deze beleidsregel;

    • gemeente: de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Utrecht;

    • herstelwerkzaamheden: het geheel aan onderhoud- en herstelwerkzaamheden aan een kelder, de weg en de muur, inclusief eventueel bijkomende werkzaamheden of maatregelen met betrekking tot kabels en leidingen;

    • intentieverklaring: een verklaring van de keldereigenaar waarin tot uitdrukking komt dat deze de intentie heeft om de kelder te laten herstellen door de gemeente onder de voorwaarden als geformuleerd in deze beleidsregel;

    • kabels en leidingen: kabels en leidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen en communicatievoorzieningen;

    • kelder: een (werf-, straat- of kluis-)kelder of het gedeelte van een kelder (bestaande uit een booggewelf, draagmuur, en eventueel een waterdichte laag), die in de openbare weg in het wervengebied ligt;

    • keldereigenaar: natuurlijk persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom, een opstalrecht of een recht van erfpacht heeft op een in de openbare weg gelegen kelder in het wervengebied. Als een kelder in eigendom, erfpacht of opstal toebehoort aan twee of meer natuurlijk- of rechtspersonen, worden deze voor de toepassing van deze beleidsregel gezamenlijk als keldereigenaar beschouwd. Als een kelder behoort bij een pand dat is gesplitst in appartementsrechten, dan worden de appartementsgerechtigden voor de toepassing van deze beleidsregel gezamenlijk als keldereigenaar beschouwd. In deze beleidsregel wordt naar ‘keldereigenaar’ gerefereerd in het mannelijk enkelvoud;

    • monument: een monument zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet (een onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed), een monument dat is opgenomen in het Rijksmonumentenregister zoals bedoeld in artikel 3.3 Erfgoedwet; of een object dat is opgenomen in het gemeentelijk register zoals bedoeld in artikel 2 van de Verordening erfgoed gemeente Utrecht;

    • muur: een werfmuur of een kluismuur die eigendom is van de gemeente. Werfmuren sluiten een kelder aan de kant van een werf af. Kluismuren sluiten een kelder van een gracht af. Trekankers zijn een onderdeel van de muur. De muur is eigendom van de gemeente.

    • nutsbedrijven: de eigenaren of beheerders van de kabel- en leidingnetwerken die bestemd zijn voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, informatie, gas, water, elektra of telecom;

    • project: het in opdracht van en in samenwerking met keldereigenaren herstellen en onderhouden van kelders waarbij deze werkzaamheden, waar aan de orde, worden gecombineerd met noodzakelijke werkzaamheden aan de weg, het openbaar gebied en/of de daarin gelegen kabels en leidingen in het hele wervengebied;

    • samenwerkingsovereenkomst: de samenwerkingsovereenkomst die de gemeente en een keldereigenaar sluiten ten behoeve van het onderhoud en herstel van een kelder en een muur, waarbij de werkzaamheden, waar aan de orde, worden gecombineerd met werkzaamheden aan de weg, en de daarin gelegen kabels en leidingen, door een aannemer van de gemeente, waarbij het model voor deze overeenkomst door het college is vastgesteld;

    • subsidieregelingen voor het herstel van werfkelders: de subsidieregelingen: 1. Nadere regel pilotfase subsidie kelders Wervengebied gemeente Utrecht 2022-2024, 2. Nadere regel subsidie kelders Wervengebied pilotfase 2022- 2024 gemeente Utrecht of 3. Nadere regel pilotfase subsidie kelders Wervengebied gemeente Utrecht 2025;

    • uitvoeringsplanning: de jaarlijks door het college vastgestelde planning als bedoeld in artikel 6 waarin wordt beschreven welke kelders in de planningsperiode van vier jaar in aanmerking kunnen komen voor onderhoud en herstel en waarvoor een Keldereigenaar en de gemeente een samenwerkingsovereenkomst zouden kunnen sluiten ten behoeve van het onderhoud en het herstel van die kelders, als de gemeente daarover met de betreffende keldereigenaar overeenstemming bereikt en er aan de voorwaarden uit deze beleidsregel wordt voldaan;

    • weg: de openbare weg boven de kelder(s) (met inbegrip van de hemelwaterafvoer) die in eigendom is van de gemeente;

    • beschrijving herstelwerkzaamheden kelders: het plan waarin is beschreven welke onderhoud- en herstelwerkzaamheden er aan de kelder worden uitgevoerd;

    • wervengebied: het gebied aangemerkt als het rijksmonument ‘Stadsbinnengrachten en Werven’, met de kelders in de nabijheid van de grachten met arcering weergegeven op de door het college vastgestelde overzichtskaart ‘Kelders in het wervengebied’.

  • 2.

    Voor zover in deze beleidsregel wordt verwezen naar algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels wordt daarmee steeds bedoeld de meest actuele versie daarvan, inclusief eventueel na vaststelling van deze beleidsregel daarin doorgevoerde wijzigingen. Voor zover deze algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels na inwerkingtreding van deze beleidsregel geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of komen te vervallen en daarvoor andere algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels in de plaats treden, dan moet de betreffende verwijzingen in deze beleidsregel geacht worden betrekking te hebben op die nieuwe algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of overige regels.

Artikel 2 Doel en afbakening

  • 1.

    Het project heeft onder meer tot doel om de kelders te onderhouden en te herstellen en het booggewelf waterwerend te maken waardoor erfgoed voor de toekomst wordt behouden en onveilige situaties worden voorkomen. Het herstel van de kelders wordt gecombineerd met het onderhoud van de muren en de boven de kelders gelegen openbare weg en werkzaamheden aan in de weg gelegen kabels en leidingen. De uitvoering van het project vergt dat de gemeente en keldereigenaren overeenkomsten sluiten met elkaar. Het doel van deze beleidsregel is het vastleggen wanneer en onder welke voorwaarden de gemeente met een keldereigenaar een overeenkomst zal afsluiten. Daarmee geeft deze beleidsregel invulling aan de bevoegdheid van het college als bedoeld in artikel 160 lid 1 aanhef en onder d van de Gemeentewet.

  • 2.

    Natuurstenen stoepen en stoeptrappen en het keldergedeelte daaronder worden niet door de gemeente hersteld als de gemeente van oordeel is dat het niet mogelijk is de stoepen of de trappen zonder schade te verwijderen en terug te plaatsen.

Artikel 3 Samenwerking

Bij het project zijn eigenaren van kelders, muren, de weg en kabels en leidingen betrokken. Dit vergt een gezamenlijke samenhangend aanpak van het onderhoud en herstel en een langdurige en intensieve samenwerking tussen alle betrokkenen.

Artikel 4 Stappenplan onderhoud en herstel kelders wervengebied

Het stappenplan voor de uitvoering van het herstel bestaat uit de volgende fasen:

  • a.

    inventarisatiefase: de gemeente inventariseert globaal op basis van bij de gemeente aanwezige gegevens en meldingen van keldereigenaren, welke onderhoud- en/of herstelwerkzaamheden aan kelders in het wervengebied moeten worden uitgevoerd.

  • b.

    programmeerfase: op basis van onder meer de in de inventarisatiefase verkregen gegevens, de onderhoudsprogramma’s voor de muren en wegen, ruimtelijke ontwikkelingen, en onderhoudsprogramma’s voor kabels en leidingen van nutsbedrijven of de gemeente, stelt het college een uitvoeringsplanning vast als bedoeld in artikel 6.

  • c.

    verkenningsfase: keldereigenaren van kelders die zijn opgenomen in de uitvoeringsplanning gaan met de gemeente in gesprek over een mogelijk herstel van de kelder. De verkenningsfase kan worden afgesloten met het afgeven van een intentieverklaring door de keldereigenaar.

  • d.

    ( uitvoerings )voorbereidingsfase: na het afgeven van de intentieverklaring treden gemeente en keldereigenaar in overleg om te komen tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst waarin onder meer afspraken worden gemaakt over de herstelwerkzaamheden, planning en kostenverdeling;

  • e.

    uitvoeringsfase: de gemeente geeft een aannemer de opdracht om de beschrijving herstelwerkzaamheden kelder uit te voeren, waartoe de gemeente en de aannemer een aanneemovereenkomst sluiten en welke aanneemovereenkomst vervolgens door de aannemer wordt uitgevoerd.

  • f.

    afronding werkzaamheden en nazorgfase: na afronding van de herstelwerkzaamheden wordt beoordeeld of de beschrijving herstelwerkzaamheden kelder goed is uitgevoerd en worden de rechten uit de aanneemovereenkomst overgedragen aan de keldereigenaar.

Artikel 5 Meldingen

  • 1.

    Keldereigenaren kunnen onverplicht en vrijblijvend bij de gemeente melden dat zij geïnteresseerd zijn in het laten herstellen van hun kelder en in beginsel bereid zijn om daartoe op enig moment met de gemeente een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten.

  • 2.

    Een melding kan worden gedaan, door het sturen van een e-mail naar het adres werven@utrecht.nl.

  • 3.

    Het doen van een melding als bedoeld in lid 1 leidt niet tot een recht op herstel van de kelder. Het doen van meldingen is bedoeld om de gemeente inzage te geven in de wens van keldereigenaren om deel te nemen aan deze regeling, en om meer inzicht te krijgen in de toestand van de kelders.

Artikel 6 Uitvoeringsplanning

  • 1.

    Het college stelt mede op basis van de in de inventarisatiefase verkregen gegevens voor een periode van vier jaar een uitvoeringsplanning vast. In deze uitvoeringsplanning wordt vastgelegd in welke blokken in die periode de gemeente voornemens is herstelwerkzaamheden te laten uitvoeren. De gemeente zal met de keldereigenaren van de in deze blokken gelegen kelders in overleg treden om na te gaan of zij bereid zijn met de gemeente een samenwerkingsovereenkomst te sluiten om hun kelder door de gemeente te laten herstellen, binnen het kader van deze beleidsregel. De uitvoeringsplanning wordt ten minste elk jaar geactualiseerd, maar kan ook tussentijds worden gewijzigd.

  • 2.

    Het college kan bij het vaststellen van de uitvoeringsplanning rekening houden met onder andere, maar niet uitsluitend, de volgende (prioriterings-)criteria:

  • a.

    de gegevens verkregen in het kader van de inventarisatiefase;

  • b.

    kelders waarvoor met subsidie van de gemeente een herstelplan is opgesteld, of waarvoor de gemeente een subsidie voor het uitvoeren van een herstelplan subsidie heeft verstrekt, mits de keldereigenaar nog niet met het uitvoeren van het herstelplan is gestart (en de verstrekte subsidie wordt ingetrokken);

  • c.

    kelders met ernstige schade of lekkage;

  • d.

    muren met ernstige schade;

  • e.

    de afstemming van de werkzaamheden aan kelder, weg en muur en kabels en leidingen van nutsbedrijven;

  • f.

    het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget voor herstelwerkzaamheden;

  • g.

    het voorkomen of beperken van verkeershinder en hinder voor omwonenden (bewoners en ondernemers);

  • h.

    afstemming met de werkzaamheden (en de planning) van de aannemer(s) die het herstel uitvoeren, of

  • i.

    het uitgangspunt om werkzaamheden aan aaneengesloten kelders zoveel mogelijk gelijktijdig uit te voeren.

  • 3.

    In aanvulling op lid 1 en 2 kunnen in de uitvoeringsplanning ook kelders opgenomen worden die zijn gelegen buiten de aangewezen (delen van) blokken. Redenen om dergelijke kelders in de uitvoeringsplanning op te nemen kunnen onder meer zijn:

  • a.

    de hoeveelheid of ernst van de gebreken in een kelder, of

  • b.

    de omstandigheid dat een herstelplan als bedoeld in de subsidieregelingen voor het herstel van de kelder is opgesteld maar er nog niet gestart is met de uitvoering van dat herstelplan, of

  • c.

    de omstandigheid dat er door of in opdracht van de keldereigenaar grootschalige en ingrijpende werkzaamheden aan of in de kelder (vaak in samenhang met het gebouw waarbij de kelder hoort) uitgevoerd zullen worden en waarmee het in deze beleidsregel bedoelde herstel van de kelder logischerwijs gecombineerd kan worden.

  • 4.

    Met uitzondering van situaties waarin de constructieve veiligheid van een kelder in de zin van paragraaf 4.2.1. van het Besluit bouwwerken leefomgeving in het geding is, wordt een kelder - al dan niet als onderdeel van een blok – in beginsel slechts eenmaal in de uitvoeringsplanning opgenomen.

  • 5.

    Een keldereigenaar of diens rechtsvoorganger die eerder te kennen heeft gegeven zijn kelder niet te willen laten herstellen (in de door de gemeente voorgestelde periode van de uitvoeringplanning), en dat ook door de gemeente bevestigd heeft gekregen als bedoeld in artikel 7 lid 3 van deze beleidsregel, kan verzoeken om alsnog opgenomen te worden op de uitvoeringsplanning door een e-mail te sturen naar werven@utrecht.nl. Besluit het college dit verzoek in te willigen en de kelder in de uitvoeringsplanning op te nemen, dan dient de keldereigenaar naast een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 8 lid 1 van deze beleidsregel een aanvulling op de eigen bijdrage te betalen, zoals genoemd in artikel 8 lid 4, ter dekking van de meerkosten omdat het herstel aan de kelder niet gecombineerd met andere werkzaamheden, zoals werkzaamheden aan de weg, wordt uitgevoerd.

  • 6.

    Een door het college vastgestelde uitvoeringsplanning geeft geen recht op herstel van de kelder in het in de uitvoeringsplanning opgenomen tijdvak.

Artikel 7 Voorbereiding en vooroverleg

  • 1.

    Na vaststelling van de uitvoeringsplanning neemt de gemeente, in de verkenningsfase, contact op met de keldereigenaar van een kelder die in de uitvoeringsplanning is opgenomen. In deze fase zullen met de keldereigenaar de volgende onderwerpen worden besproken:

  • a.

    wat globaal de in de beschrijving herstelwerkzaamheden kelder opgenomen werkzaamheden inhouden;

  • b.

    de kostenverdeling (eigen bijdrage) en de mogelijkheid hiervoor een lening af te sluiten bij het wervenfonds;

  • c.

    de globale planning van de uitvoering van de herstelwerkzaamheden;

  • d.

    het model van de samenwerkingsovereenkomst en een toelichting op de inhoud daarvan;

  • e.

    een inventarisatie van de wensen voor het herstel van de kelder van de keldereigenaar.

  • 2.

    Als de keldereigenaar na afronding van de besprekingen in de verkenningsfase in principe bereid is zijn kelder door de gemeente te laten herstellen geeft hij een intentieverklaring af en zullen de gemeente en de keldereigenaar met elkaar in overleg te treden over het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst. De intentieverklaring strekt ertoe dat:

  • a.

    de keldereigenaar de intentie heeft om zijn kelder te laten herstellen door de gemeente;

  • b.

    de keldereigenaar medewerking zal geven aan onderzoeken door de gemeente aan zijn kelder die voor de voorbereiding van de herstelwerkzaamheden nodig zijn;

  • c.

    de keldereigenaar en de gemeente overleg zullen voeren over het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst en de intentie hebben om tot overeenstemming te komen.

  • Door het afgeven van een intentieverklaring komt er nog geen samenwerkingsovereenkomst tot stand. De keldereigenaar is op grond van de intentieverklaring ook niet verplicht om een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten.

  • 3.

    Indien:

  • a.

    de gemeente van oordeel is dat het – gelet op de staat van onderhoud - niet noodzakelijk is herstelwerkzaamheden aan de kelder uit te voeren; en/of

  • b.

    een keldereigenaar schriftelijk of mondeling aan de gemeente kenbaar heeft gemaakt dat hij zijn kelder niet wil laten herstellen en/of geen waterwerende laag wil laten aanbrengen en/of niet bereid is om met de gemeente (verder) in overleg te treden over het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst,

  • bevestigt de gemeente bij aangetekend schrijven dat zij geen samenwerkingsovereenkomst met de keldereigenaar zal afsluiten.

  • 4.

    Uiterlijk twee jaar voor de beoogde start van de uitvoering van de werkzaamheden moet de intentieovereenkomst getekend zijn en starten de besprekingen voor het afsluiten van de samenwerkingsovereenkomst. Daarin worden naast de onderwerpen genoemd in lid 1 op basis van inspecties (en indien nodig technische onderzoeken) nader ingegaan op de technische aspecten met betrekking tot de inhoud en uitvoering van de beschrijving herstelwerkzaamheden kelder, de wensen van keldereigenaar (afwerking kelder e.d.) en de hoogte van de eigen bijdrage.

Artikel 8 Eigen Bijdrage

  • 1.

    De hoogte van de eigen bijdrage is - naast het overige bepaalde in dit artikel - afhankelijk van:

  • a.

    de grootte van de kelder (het aantal vierkante meters) en

  • b.

    de staat van onderhoud en het aantal gebreken dat moet worden hersteld,

  • zoals tot uitdrukking komt in onderstaande tabel:

De hoogte van de door de keldereigenaar te betalen eigen bijdrage per kelder

weinig gebreken/ staat van onderhoud goed

gemiddelde hoeveelheid gebreken/ staat van onderhoud gemiddeld

veel gebreken / staat van onderhoud slecht

Kleine kelder: kelder groter dan 10 en kleiner dan of gelijk aan 20 m2

 

€ 25.000

 

€ 45.000

 

€ 60.000

Opslag per m2: voor elke m2 die één kelder, of de bij één adres behorende groep van kelders, groter is dan 20 m2

 

€ 250

 

€ 333

 

€ 333

Maximum bij één grote kelder: als er bij één adres één kelder behoort en die kelder groter dan of gelijk is aan 50 m2 bedraagt de maximale bijdrage

 

€ 32.500

 

€ 55.000

 

€ 70.000

  • 2.

    De bedragen in de tabel in lid 1 zijn inclusief de daarover eventueel verschuldigde btw.

  • 3.

    Voor kelders die beperkt bruikbaar omdat de kelder kleiner of gelijk is aan 10 m2, of op het hoogste punt lager is dan 2 meter, geldt een eigen bijdrage van € 12.500 ongeacht de omvang van de gebreken / staat van onderhoud.

  • 4.

    De bedragen in de tabel in lid 1 gelden per kelder, met dien verstande dat in het geval meerdere kelders bij één adres horen de vierkante meters van deze kelders bij elkaar worden opgeteld (als ware het één kelder) en de in de tabel genoemde maximale bijdrage als een kelder groter dan of gelijk is aan 50m2 niet geldt.

  • 5.

    Een keldereigenaar of diens rechtsvoorganger die eerder te kennen heeft gegeven zijn kelder niet te willen laten herstellen en deze alsnog wil laten herstellen (zoals omschreven in artikel 6 lid 5), dient naast een eigen bijdrage als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, een aanvullende eigen bijdrage van € 60.000,00 te betalen.

Artikel 9 Bepalen vloeroppervlakte kelder

De grootte van een kelder zoals bedoeld in artikel 8 wordt bepaald door het meten van de nettovloeroppervlakte van de keldervloer. De nettovloeroppervlakte is de vloeroppervlakte van het deel van de kelder waar de loodrechte afstand tussen de bovenkant van de vloer en de onderkant van het daarboven aanwezige booggewelf of dak groter is dan 1,5 meter.

Artikel 10 Bepalen hoeveelheid / staat van onderhoud

  • 1.

    De staat van onderhoud / de hoeveelheid gebreken als bedoeld in de tabel in artikel 8 lid 1 wordt door de gemeente bepaald aan de hand van de volgende maatstaven:

    • a.

      weinig gebreken/staat van onderhoud goed: de kelder verkeert in een goede staat van onderhoud en de gebreken kunnen inpandig en lokaal worden hersteld;

    • b.

      gemiddelde hoeveelheid gebreken/ staat van onderhoud gemiddeld: alle kelders die niet in de categorieën a en c vallen;

    • c.

      veel gebreken /staat van onderhoud slecht:

      • i.

        kelders waarbij voor het uitvoeren van het herstel een steunconstructie nodig is om het gewelf tijdens de uitvoering te ondersteunen, of,

      • ii.

        kelders met één of meer constructieve scheuren in de draagmuren van een kelder.

  • Op basis van de inspectie van de kelder zal door de gemeente worden bepaald of dit noodzakelijk is of zichtbaar is.

  • 2.

    De staat van onderhoud / de hoeveelheid gebreken als bedoeld in lid 1 wordt door de gemeente aan de hand van een inwendige inspectie van de kelder vooraf bepaald, waarbij geldt dat:

    • a.

      als er geen stuclaag in de kelder aanwezig is en de gemetselde gewelven zichtbaar zijn en de gebreken naar het oordeel van de gemeente redelijkerwijs kunnen worden ingeschat, erop basis van de criteria genoemd in lid 1 wordt bepaald in welke categorie de kelder valt. Als in een latere fase blijkt dat de kelder vanwege de gebreken in een lagere categorie valt wordt de eigen bijdrage aangepast, als de kelder in een hogere categorie valt blijft de eigen bijdrage ongewijzigd;

    • b.

      als er een stuclaag in de kelder aanwezig is die de keldereigenaar niet vooraf (deels) wil laten verwijderen, of het booggewelf op een andere wijze bedekt is, waardoor de gemetselde gewelven niet zichtbaar zijn, of de gebreken naar het oordeel van de gemeente om een andere reden redelijkerwijs niet kunnen worden ingeschat, wordt de kelder ingedeeld in de categorie veel gebreken / staat van onderhoud slecht. Als in een latere fase blijkt dat de kelder vanwege de gebreken in een lagere categorie valt wordt de eigen bijdrage naar beneden bijgesteld.

  • 3.

    Als er meerdere kelders bij één adres horen, is de kelder met de meeste gebreken / de slechtste staat van onderhoud, bepalend voor de kwalificatie van alle kelders die bij dat adres behoren.

Artikel 11 Ondernemers

  • 1.

    Als een kelder eigendom is van een kwalificerende btw-ondernemer, wordt het bedrag als bedoeld in artikel 8 lid 1 verhoogd met een factor twee. Een keldereigenaar is een kwalificerende btw-ondernemer wanneer de natuurlijk- of rechtspersoon die eigenaar is van de kelder aangemerkt is of moet worden als een btw-ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de kelder aangemerkt moet worden als ondernemingsvermogen van de btw-ondernemer als zodanig, dan wel wanneer de kelder op andere wijze ter beschikking staat aan de btw-ondernemer.

  • 2.

    De eigen bijdrage wordt niet met een factor 2 verhoogd als de kwalificerende btw-ondernemer gebruik maakt van de kleinondernemersregeling zoals bedoeld in artikel 25 en verder van de Wet op de omzetbelasting 1968, of als de kwalificerende btw-ondernemer een stichting is die in haar statuten de instandhouding van cultureel erfgoed in haar doelstellingen heeft opgenomen.

  • 3.

    De keldereigenaar dient de gemeente op verzoek al die informatie aan te leveren op grond waarvan de gemeente kan beoordelen wat de in dit artikel besproken btw-status van de keldereigenaar is.

  • 4.

    De toepassing van deze beleidsregel en/of samenwerkingsovereenkomst mag niet resulteren in ongeoorloofde staatssteun voor ondernemingen. Indien blijkt dat de daadwerkelijke kosten de eigen bijdrage overschrijden, zal de gemeente onderzoeken of zij dit verschil in overeenstemming met Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (de De-minimisverordening), Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (de AGVV), althans enige verordening die hiervoor tijdens de looptijd van de beleidsregel in de plaats treedt, of in overeenstemming met enige andere regeling voor haar rekening kan nemen. Indien en voor zover de gemeente dit niet mogelijk acht, brengt zij voormeld verschil op basis van de samenwerkingsovereenkomst in rekening bij de keldereigenaar.

  • 5.

    Bij de behandeling van nadeelcompensatieverzoeken wordt als een keldereigenaar een nadeelcompensatieverzoek indient rekening gehouden met de waardestijging van zijn kelder als gevolg van de uitvoering van herstelmaatregelen.

Artikel 12 Indexatie

Alle in deze beleidsregel genoemde bedragen die door de keldereigenaar moeten worden betaald, worden jaarlijks, voor het eerst per 1 juli 2027, geïndexeerd op basis van de subindex 4221 voor civieltechnische werken en bouwwerken die onderdeel is van de CBS-inputprijsindex voor de Grond-, Weg, en Waterbouw. De bedragen opgenomen in een samenwerkingsovereenkomst worden, nadat de keldereigenaar en de gemeente een samenwerkingsovereenkomst hebben afgesloten, niet meer geïndexeerd.

Artikel 13 Betalingstermijnen

Binnen vier weken na het afsluiten van de samenwerkingsovereenkomst dient 10% van de eigen bijdrage te zijn betaald, binnen vier weken na de start van de werkzaamheden dient 70% te zijn betaald en binnen vier weken na oplevering van de herstelwerkzaamheden dient de laatste 20% te zijn betaald.

Artikel 14 Samenwerkingsovereenkomst

  • 1.

    In de voorbereidingsfase legt de gemeente de samenwerkingsovereenkomst voor aan een keldereigenaar. Een samenwerkingsovereenkomst moet uiterlijk 1 jaar voor de beoogde start van de uitvoering van de werkzaamheden worden afgesloten.

  • 2.

    De gemeente sluit enkel met keldereigenaren een samenwerkingsovereenkomst. Die samenwerkingsovereenkomst en de bijlagen worden opgesteld overeenkomstig de door het college vastgestelde modellen voor de samenwerkingsovereenkomst, de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder en de akte (bijlagen 2 tot en met 4 van deze beleidsregel).

  • 3.

    In de samenwerkingsovereenkomst wordt onder meer het volgende geregeld: de opdracht aan de gemeente voor de uitvoering van herstelwerkzaamheden, de beschrijving herstelwerkzaamheden kelder, financiële bepalingen, planning, bouwbegeleiding, aansprakelijkheid, onderhoudsplicht, vastleggen eigendomssituatie, oplevering, onderhoudstermijn en garanties.

  • 4.

    De in de samenwerkingsovereenkomst op te nemen planning is indicatief van aard, de gemeente schiet niet tekort in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst als de planning uitloopt.

Artikel 15 Reeds subsidie ontvangen

In afwijking van het bepaalde in artikel 7 en 14 sluit de gemeente geen samenwerkingsovereenkomst met keldereigenaren aan wie een subsidie voor het uitvoeren van een herstelplan inzake het herstel van een kelder is verstrekt op grond van de subsidieregelingen voor het herstel van de werfkelders, tenzij dit subsidiebesluit is ingetrokken, herroepen of vernietigd, en eventueel reeds ontvangen (voorschotten op) subsidies voor het uitvoeren van herstelwerkzaamheden zijn terugbetaald.

Artikel 16 Tijdelijke maatregelen

  • 1.

    Indien er sprake is van een kelder met ernstige en urgente constructieve- of lekkageproblemen, maar de kelder (nog) niet in de uitvoeringsplanning is opgenomen, kan de gemeente met de keldereigenaar overeenkomen dat de gemeente tijdelijke beperkte maatregelen neemt om de meest ernstige en urgente problemen tijdelijk op te lossen of om verdere schade zo veel mogelijk te beperken, mits dat naar het oordeel van de gemeente noodzakelijk, doelmatig en proportioneel is.

  • 2.

    De kosten van de tijdelijke maatregelen bedragen maximaal € 20.000 inclusief btw en worden tussen de gemeente en de keldereigenaar verdeeld op basis van een verdeling 80/20, waarbij de gemeente 80% van de kosten van de tijdelijke maatregelen draagt en de keldereigenaar 20%.

  • 3.

    De gemeente sluit geen overeenkomst tot het treffen van tijdelijke maatregelen als bedoeld in lid 1 met een keldereigenaar die aangegeven heeft dat zijn kelder niet hersteld hoeft te worden en/of aangegeven heeft geen samenwerkingsovereenkomst met de gemeente te willen sluiten.

Artikel 17 Opdrachtgeverschap

De gemeente sluit met een aannemer een aanneemovereenkomst voor het onderhoud en herstel van een blok met kelders.

Artikel 18 Uitvoering werkzaamheden

  • 1.

    De gemeente zal haar aannemer de onderhoud- en herstelwerkzaamheden laten uitvoeren conform de beschrijving herstelwerkzaamheden kelder.

  • 2.

    De keldereigenaar en de gemeente kunnen in de samenwerkingsovereenkomst overeenkomen dat de gemeente, aanvullend op de herstelwerkzaamheden, ter afwerking of esthetisch herstel bijkomende werkzaamheden zal laten verrichten (zoals het wegwerken van ingefreesde leidingen). De keldereigenaar draagt de kosten van deze aanvullende werkzaamheden zelf, met uitzondering van de kosten voor het aanbrengen van een witkalklaag, welke kosten door de gemeente gedragen zullen worden. De gemeente zal ook op eigen kosten een stuclaag terugbrengen als er reeds in de kelder een stuclaag aanwezig is.

  • 3.

    Andere werkzaamheden die geen betrekking hebben op het onderhoud of het herstel van gebreken of het behoud van het erfgoed, zoals het terugplaatsen of aanbrengen van keukens en installaties of werkzaamheden aan vloeren) worden niet in de beschrijving herstelwerkzaamheden kelder opgenomen. De keldereigenaar kan daarvoor desgewenst zelf opdracht geven aan een aannemer. De kosten hiervan zijn voor rekening van de keldereigenaar. Door de uitvoering van deze werkzaamheden mag de uitvoering van de in lid 1 genoemde werkzaamheden niet worden vertraagd en de kwaliteit van de herstelwerkzaamheden niet negatief worden beïnvloed.

  • 4.

    De keldereigenaar moet voor eigen rekening en risico de kelder leeg maken en daarmee ontruimd van inboedel ter beschikking stellen aan de gemeente voorafgaand aan de start van de herstelwerkzaamheden, de eventuele inboedel van de kelder moet voor eigen rekening en risico van de keldereigenaar elders opgeslagen worden.

  • 5.

    De gemeente heeft het recht de uitvoering van de werkzaamheden te wijzigen of de overeenkomst te beëindigen als er sprake is van onverwachte hoge uitvoeringskosten waardoor ongewijzigde uitvoering of voortzetting van de uitvoering van de overeenkomst, eventueel mede gelet op de monumentale waarde van het erfgoed, redelijkerwijs niet doelmatig is.

  • 6.

    Na afloop van de onderhoudstermijn van de aannemer draagt de gemeente haar rechten en plichten uit hoofde van de aanneemovereenkomst over aan de Keldereigenaar.

Artikel 19 Vastleggen eigendom en onderhoudsplicht

In de samenwerkingsovereenkomst wordt geregeld dat het eigendom van de kelder duidelijk wordt vastgelegd. Daarbij worden ook afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud van weg, kelder en muur. Deze afspraken en het eigendom wordt vastgelegd in een akte die wordt gepasseerd bij de notaris. Voor de akte wordt het door de gemeente vastgestelde model toegepast. De gemeente draagt de kosten voor het opstellen en passeren van de akte.

Artikel 20 Lekkageproblemen voegen na uitvoering herstelwerkzaamheden

Als er na oplevering van de kelder en na afloop van de garantie zoals opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst lekkageproblemen optreden bij de voegen tussen de muur en de kelder, of tussen de voegen van het pand en de kelder, geldt de volgende regeling:

  • a.

    De gemeente zal als een keldereigenaar aangeeft dat er een lekkage is ter plaatse van de voeg tussen de werf- of kluismuur en de kelder en de keldereigenaar de gemeente verzoekt dit te onderzoeken en zo nodig te repareren, zal de gemeente in opdracht van de keldereigenaar een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van de lekkage, en indien nodig een aannemer opdracht geven om herstelwerkzaamheden uit te voeren. De kosten van het onderzoek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden worden tussen de keldereigenaar en de gemeente verdeeld in de verhouding 50:50.

  • b.

    De gemeente zal als een keldereigenaar aangeeft dat er een lekkage is ter plaatse van de voeg tussen zijn pand en zijn werf- of kluiskelder en de keldereigenaar de gemeente verzoekt dit te onderzoeken en zo nodig te repareren, zal de gemeente in opdracht van de keldereigenaar een onderzoek instellen naar de oorzaak van de lekkage, en indien nodig een aannemer opdracht gegeven de herstelwerkzaamheden uit te voeren. De kosten van het onderzoek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden worden volledig door de keldereigenaar gedragen.

Artikel 21 Informatiepunt

Gedurende de looptijd van deze beleidsregel kunnen keldereigenaren van de gemeente kosteloos informatie verkrijgen over de uitvoering van het project en/of kosteloos vragen stellen over het herstel van hun kelder, de samenwerkingsovereenkomst, de herstelwerkzaamheden in hun blok of daaraan gerelateerde onderwerpen, schade of lekkages aan kelders, het gebruik van kelder (bijvoorbeeld ventilatieproblemen), of het onderhoud van kelders (informatiepunt kelderherstel).

Artikel 22 Escalatieregeling / Adviescommissie

  • 1.

    Als er over de uitvoering van de herstelwerkzaamheden die betrekking hebben op de kelder verschil van inzicht ontstaat tussen de eigenaar van die kelder en de gemeente, kan die keldereigenaar zich achtereenvolgens tot de volgende personen wenden:

    • a.

      voor vragen tot de bouwbegeleider;

    • b.

      voor vrijblijvend advies tot de bouwmeester;

    • c.

      voor bemiddeling tot de wervenmeester.

  • Heeft de keldereigenaar de mogelijkheden van sub a, b, en c. aangewend, maar blijft er desalniettemin een verschil van inzicht bestaan, dan kan de keldereigenaar hierover advies vragen aan de door de gemeente ingestelde adviescommissie als bedoeld in het lid 4.

  • 2.

    De adviescommissie bestaat uit drie of meer deskundige leden die door het college worden benoemd en ontslagen. De adviescommissie heeft een onafhankelijke voorzitter en een onafhankelijke plaatsvervangend voorzitter, die beide door het college worden aangewezen. De adviescommissie is onderverdeeld in behandelingskamers van drie leden, waarvan één lid voorzitter of plaatsvervangend voorzitter is.

  • 3.

    De adviescommissie heeft voor haar werkwijze een reglement vastgesteld dat goedgekeurd is door het college. Dit reglement en wijzigingen daarvan moeten ter goedkeuring aan burgemeester en wethouders worden voorgelegd. Het reglement bevat onder andere bepalingen over de door de adviescommissie te volgen procedure bij een adviesverzoek, waarbij keldereigenaar en gemeente worden gehoord.

  • 4.

    Een keldereigenaar kan, als daarover verschil van inzicht bestaat tussen de keldereigenaar en de gemeente, aan de adviescommissie vragen advies te geven over:

    • a.

      de hoogte van hun eigen bijdrage als bedoeld in artikel 8 van deze beleidsregel, of

    • b.

      de uitvoering van de herstelwerkzaamheden aan diens kelder, nadat de keldereigenaar de personen genoemd in lid 1 sub a, b en c benaderd heeft.

  • De adviescommissie geeft aan de keldereigenaar en de gemeente een zwaarwegend doch niet bindend advies.

  • 5.

    Het college kan desgewenst de in lid 1 bedoelde adviescommissie ook vragen de gemeente en de keldereigenaren te begeleiden in één of meer onderwerpen die betrekking hebben op deze beleidsregels. De adviescommissie is dan tevens een begeleidingscommissie.

Artikel 23 Overige bepalingen

Bij het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst en het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden is de gemeente gebonden aan haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid en verplichtingen voortvloeiende uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en wet- en regelgeving. Dit houdt in dat de gemeente, althans haar organen, vanwege deze publiekrechtelijke verantwoordelijkheden en verplichtingen mogelijk publiekrechtelijke rechtshandelingen verricht(en), die niet in het voordeel zijn een keldereigenaar en in strijd kunnen zijn met de aard of de strekking van hetgeen in de samenwerkingsovereenkomst is bepaald, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan het (eventueel) niet verlenen van benodigde vergunningen.

Artikel 24 Bijlagen beleidsregel

Bij deze Beleidsregel behoren de volgende bijlagen:

  • a.

    overzichtskaart ‘Kelders in het wervengebied’;

  • b.

    model Samenwerkingsovereenkomst;

  • c.

    model Beschrijving herstelwerkzaamheden kelders;

  • d.

    vier modellen van akten.

Artikel 25 Inwerkingtreding en looptijd

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot en met 31 december 2050. Het college blijft bevoegd om de beleidsregel gedurende de looptijd ervan te wijzigen of in te trekken.

Artikel 26 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht.

 

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 27 mei 2025.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Bijlage 1 Overzichtskaart kelders in het wervengebied

behorend bij de Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht (artikel 1)

 

 

 

 

Bijlage 2: model samenwerkingsovereenkomst onderhoud en herstel kelder behorend bij de Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht (artikel 14 en 24).

 

MODEL SAMENWERKINGSOVEREENKOMST

ONDERHOUD EN HERSTEL KELDER

 

Totstandkomingsvoorbehoud

Er komt in het geheel geen – ook geen voorwaardelijke – overeenkomst tot stand en aan deze (concept-) overeenkomst kunnen dus geen rechten worden ontleend, zolang door of namens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht niet is besloten deze overeenkomst aan te gaan en deze overeenkomst niet door een bevoegde vertegenwoordiger van de gemeente Utrecht is ondertekend

 

Partijen bij deze overeenkomst zijn:

 

De gemeente Utrecht, vertegenwoordigd door ………, in zijn functie van…….., hierna te noemen: ‘Gemeente’,

 

en

 

Optie 1

De heer en/ of mevrouw (initialen + achternaam), wonende in (postcode) Utrecht aan (adres), hierna te noemen: ‘Keldereigenaar’,

 

Optie 2

Bedrijf X BV, kvk nummer, gevestigd in (postcode + plaats) aan (straat + huisnummer), vertegenwoordigd door (…) in zijn functie van (…), verder te noemen: ‘Keldereigenaar’

 

Optie 3

Of: De heer en/ of mevrouw (initialen + achternaam), hierbij volgens bijgevoegde volmacht vertegenwoordiger van de appartementseigenaren van de het pand aan de (adres), hierna te noemen: ‘Keldereigenaar’,

 

Overwegingen:

  • a.

    Keldereigenaar is eigenaar/erfpachter van het pand (adres, postcode) Utrecht. Onderdeel van het pand is de kelder die in de openbare weg ligt [optie: de kelder heeft het huisnummer @@]. Keldereigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud van de Kelder.

  • b.

    de Gemeente is eigenaar van de Muur die de Kelder aan de buitenzijde (de grachtkant) afsluit. De Gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van deze muur.

  • c.

    de Gemeente is tevens eigenaar van de Weg en beheerder van de (ondergrondse) openbare ruimte. De Gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van de Weg. De gemeente heeft als beheerder van de openbare ruimte een coördinerende taak voor kabels en leidingen;

  • d.

    het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht hebben voor het in samenwerking met keldereigenaren herstellen van de (monumentale) Kelders die in het wervengebied van de gemeente Utrecht liggen de Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht vastgesteld;

  • e.

    het college van burgemeester en wethouders hebben een Uitvoeringplanning vastgesteld;

  • f.

    de Gemeente heeft een Werkplan herstel kelder opgesteld;

  • g.

    het is uit het oogpunt van doelmatigheid en een zo kort mogelijk uitvoeringsperiode wenselijk en noodzakelijk het herstel van de Kelder te combineren met het herstel van naastliggende kelders, alsook het herstel van de kelders, de muren en de weg gelijktijdig uit te (laten) voeren;

  • h.

    de Gemeente is om die redenen bereid het herstel van de Kelder in opdracht van de Keldereigenaar door een door haar te contracteren Aannemer te laten uitvoeren, waarbij de Gemeente zo nodig tevens de werkzaamheden met betrekking tot de kabels en leidingen zal coördineren;

  • i.

    dat voor die gelijktijdige uitvoering een goede samenwerking tussen de Keldereigenaar, de eigenaren van naastliggende kelders en de Gemeente van essentieel belang is;

  • j.

    Keldereigenaar en de Gemeente willen voorts de eigendomssituatie van de Kelder duidelijk vastleggen en afspraken maken over het onderhoud van de Kelder, de Muur en de Weg in de toekomst;

  • k.

    deze overeenkomst heeft daarnaast tot doel om te zorgen voor duidelijkheid tussen partijen over hun juridische positie met betrekking tot de Kelder en schade of gebreken daaraan. De gemeente is bereid werkzaamheden aan de Kelder uit te (laten) voeren zoals vastgelegd in deze overeenkomst, maar verbindt daar uitdrukkelijk de voorwaarde aan dat partijen daarbuiten niets meer van elkaar te vorderen hebben in verband met de Kelders en schade of gebreken daaraan. Hier spreekwoordelijk ‘een streep onder zetten’ is voor de gemeente een essentieel onderdeel van deze overeenkomst. In zoverre is deze overeenkomst mede een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in art. 7:900 BW;

  • l.

    Keldereigenaar en Gemeente willen de afspraken over hun samenwerking bij de uitvoering van de herstelwerkzaamheden vastleggen in deze overeenkomst.

 

Partijen komen overeen:

 

Artikel 1 Definities

  • Aannemer: de aannemer die in opdracht van de Gemeente het Werk uitvoert.

  • Aanneemovereenkomst: de tussen de Gemeente en de Aannemer afgesloten overeenkomst voor de uitvoering van het Werk.

  • Blok: een in de Uitvoeringsplanning nader te bepalen gebied waarin meerdere nabijgelegen Kelders liggen, die samen met de Muren en de daarboven liggende Weg, gelijktijdig worden hersteld;

  • Beleidsregel: de door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht vastgestelde Beleidsregel herstel kelders Wervengebied gemeente Utrecht;

  • Eigen bijdrage: de vergoeding voor het herstel van de kelder conform de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder zoals bedoeld in artikel 8 tot en met 13 van de Beleidsregel;

  • Kelder: de in de openbare weg in het wervengebied gelegen kelder die eigendom is van de Keldereigenaar;

  • Muur: de Muur die eigendom is van de Gemeente en die de Kelder aan de kant van de werf of gracht afsluit, inclusief het daarbij behorende trekanker. Het gaat aldus niet om de zogenaamde blinde muur die in eigendom is bij de Keldereigenaar als bedoeld in de Beschrijving Herstelwerkzaamheden kelder.

  • Uitvoeringsplanning: de door de gemeente vastgestelde uitvoeringsplanning waarin indicatief is vastgelegd welke kelder(s) in welke periode zal worden hersteld;

  • Weg: de openbare weg boven de Kelder, waaronder begrepen het daarin aanwezige hemelwaterafvoersysteem;

  • Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder: het plan waarin is beschreven welke onderhoud- en herstelwerkzaamheden er aan de kelder worden uitgevoerd, waarin tevens voorover relevant de raakvlakken met de werkzaamheden aan de Muur en de Weg en maatregelen met betrekking tot kabels en leidingen zijn beschreven (bijlage1);

  • Werk: de werkzaamheden aan de Kelder, de Weg en de Muur.

 

Alle begrippen die in dit artikel gedefinieerd zijn, worden in de tekst van deze overeenkomst met een Hoofdletter aangeduid.

 

Artikel 2 Opdracht

  • 1.

    De Keldereigenaar geeft aan de Gemeente de opdracht, welke opdracht de Gemeente van de Keldereigenaar aanvaardt, de in de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder beschreven werkzaamheden aan de Kelder door de Aannemer te laten uitvoeren.

  • 2.

    De Gemeente zal de werkzaamheden aan de Kelder uitvoeren conform de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder en met inachtneming van de in deze overeenkomst neergelegde kosten- en risicoregeling. De Gemeente zal die werkzaamheden afstemmen met haar eigen werkzaamheden aan de Muur en de Weg en de werkzaamheden van nutsbedrijven.

  • 3.

    De Gemeente zal bij het uitvoeren van de werkzaamheden het belang van de Keldereigenaar in het oog houden en al datgene doen wat zij in het belang van Keldereigenaar gewenst, nuttig of noodzakelijk acht. De Gemeente is gerechtigd de opdracht met inachtneming van het bepaalde in deze overeenkomst naar eigen inzicht uit te voeren en zal daarbij tegenover de Keldereigenaar de zorg van een goed opdrachtnemer betrachten

  • 4.

    Werkzaamheden die geen betrekking hebben op het onderhoud of het herstel van gebreken of het behoud van het erfgoed, worden niet door de Gemeente uitgevoerd. Als de keldereigenaar dergelijke werkzaamheden gelijktijdig of direct aansluitend door de Aannemer wil laten uitvoeren dient hij daartoe zelf een opdracht met de Aannemer af te sluiten. De kosten hiervan zijn voor rekening van de keldereigenaar. Door de uitvoering van deze werkzaamheden mag de uitvoering van de in lid 1 genoemde werkzaamheden niet worden vertraagd en de kwaliteit van de herstelwerkzaamheden niet negatief worden beïnvloed.

 

Artikel 3 Kosten (eigen bijdrage)

  • 1.

    De hoogte van de Eigen bijdrage is vastgesteld met inachtneming van de Beleidsregel en met inachtneming van de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder, zie paragraaf X). De Eigen bijdrage bedraagt: € …….inclusief btw.

  • 2.

    Het betaalschema van de Eigen bijdrage is als volgt:

    • binnen vier weken na ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst door partijen: 10 % ;

    • binnen vier weken na de start van de werkzaamheden: 70 %;

    • binnen vier weken na oplevering: 20%.

  • 3.

    Als de staat van onderhoud en de hoeveelheid gebreken bij het afsluiten van deze overeenkomst niet kon worden bepaald (artikel 10 van de Beleidsregel) stemt de Keldereigenaar ermee in dat de eigen bijdrage na oplevering van de werkzaamheden overeenkomstig de Beleidsregel zal worden aangepast en als zodanig schriftelijk tussen Partijen wordt vastgelegd.

  • 4.

    De betalingsverplichtingen uit artikel 3 lid 2 moeten in euro’s op de aangegeven momenten volledig zijn voldaan, door middel van overschrijving op rekeningnummer IBAN <NUMMER>, ten name van de Gemeente Utrecht afdeling <AFDELING> onder vermelding van herstel kelder <Adres>

  • 5.

    Optionele bepaling leningen:

  • De Keldereigenaar kan binnen vier weken na een negatief besluit van de gemeente (op de subsidieaanvraag voor de lening) of de negatieve beoordeling van het Nationaal restauratiefonds (Utrechts Wervenfonds) voor het financieren zijn Eigen bijdrage deze overeenkomst ontbinden door een daartoe strekkende aan de gemeente gerichte schriftelijke verklaring.

  • 6.

    Optionele bepaling voor ondernemers: staatssteun:

  • Als uit het onderzoek bedoeld in artikel 11 van de Beleidsregel blijkt dat er ongeoorloofde staatsteun is verleend, dient de Keldereigenaar die steun aan de gemeente te vergoeden.

  • 7.

    Optionele bepaling voor ondernemers: nadeelcompensatie:

  • De keldereigenaar heeft geen recht op nadeelcompensatie voor de hinder als gevolg van de uitvoering van de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder, omdat hij de Gemeente opdracht heeft gegeven tot de uitvoering van die werkzaamheden en de waardestijging van zijn kelder groter is dan zijn rechten nadeelcompensatie.

 

Artikel 4 Planning en Uitvoeringsduur

  • 1.

    In bijlage 4 is de globale planning van het Werk opgenomen die met de Keldereigenaar is afgestemd. Deze planning is indicatief, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

  • 2.

    Het Werk worden in beginsel gelijktijdig met de werkzaamheden aan nabijgelegen kelder(s) uitgevoerd. In bijlage 4 is aangegeven welke kelders tot een blok horen.

  • 3.

    De Gemeente kan de planning onder meer wijzigen, als dat naar haar oordeel nodig is vanwege: de afstemming met de werkzaamheden aan andere kelders die tot het blok behoren, haar eigen onderhoudsprogramma voor de Weg en de Muur, werkzaamheden aan nutsvoorzieningen, het voorkomen of beperken van hinder voor het verkeer, de afstemming met andere bouwprojecten, of de afstemming van de werkzaamheden van de aannemer die het herstel van Kelder, Weg en Muur uitvoert.

  • 4.

    De Gemeente zal zes maanden voor de start van het Werk een overleg organiseren met het projectteam van de Gemeente, de Aannemer en alle Keldereigenaren van het blok kelders dat gelijktijdig wordt hersteld (startoverleg). Daar zal de Gemeente informatie geven over de start van het Werk en praktische zaken met betrekking tot uitvoering van het Werk. Er zal door de gemeente tijdens de uitvoering van het Werk periodiek een vervolgoverleg worden georganiseerd met de eigenaren van de kelders die in het blok zijn opgenomen, en zo nodig anderen die bij het herstel zijn betrokken.

  • 5.

    In het in lid 4 bedoelde startoverleg zal de Gemeente ook aangeven wanneer het Werk naar verwachting zal starten en zijn voltooid. Dit is een inspanningsverplichting. Vanwege de bijzondere aard van het Werk kan dit later aanvangen en later worden voltooid. De gemeente zal de Keldereigenaren hierover steeds zo snel mogelijk informeren. De Gemeente is tegenover de Keldereigenaar niet aansprakelijk als de uitvoering van het Werk later start of de uitvoering vertraging oploopt.

 

Artikel 5 Samenwerking / uitvoering werkzaamheden

  • 1.

    De Gemeente stemt de werkzaamheden af met de eigenaren van naastliggende kelders die gelijktijdig (als een blok) worden hersteld. De Gemeente stemt de werkzaamheden aan de Kelder af met de nutsbedrijven.

  • 2.

    De Gemeente is verantwoordelijk voor het informeren van en de communicatie met omwonenden en anderen over de uitvoering van het Werk en over de overlast die dat met zich mee kan brengen.

  • 3.

    Keldereigenaar ontruimt de Kelder voor aanvang van het Werk en verwijdert alles wat de uitvoering van het Werk door de Aannemer kan belemmeren, zodat de Aannemer tijdig kan starten en ongestoord kan uitvoeren. De kosten voor het ontruimen en de opslag zijn voor rekening van Keldereigenaar. Keldereigenaar verleent de Aannemer en diens hulppersonen toegang tot de Kelder voor de uitvoering van het Werk.

  • 4.

    De Gemeente coördineert de uitvoering van de werkzaamheden aan naastliggende kelders en de (eventuele) werkzaamheden van nutsbedrijven.

  • 5.

    Keldereigenaar en Gemeente streven naar een kosten-efficiënte en tijd-efficiënte uitvoering van de werkzaamheden, met een zo kort mogelijke doorlooptijd en zo weinig mogelijk hinder voor de Keldereigenaar, de buren en omwonenden. Partijen zullen zich inspannen de werkzaamheden zoveel mogelijk in een werkstroom en ongehinderd te laten uitvoeren en elkaar tijdig informeren.

 

Artikel 6 Vergunningen/ publiekrechtelijke positie Gemeente

  • 1.

    De Gemeente vraagt voor de Keldereigenaar de vergunningen en toestemmingen aan die nodig zijn voor de uitvoering van de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder. De Keldereigenaar verleent de Gemeente door ondertekening van deze overeenkomst daartoe een schriftelijke volmacht.

  • 2.

    De inhoud van deze overeenkomst wijzigt niet de publiekrechtelijke verantwoordelijkheden en doet niets af aan de publiekrechtelijke bevoegdheden, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de gemeente Utrecht en haar bestuursorganen. Dit houdt in dat de gemeente, althans haar organen, vanwege deze publiekrechtelijke bevoegdheden, verantwoordelijkheden en verplichtingen mogelijk publiekrechtelijke rechtshandelingen verricht(en), die niet in het voordeel zijn van de keldereigenaar en in strijd kunnen zijn met de aard of de strekking van hetgeen in deze overeenkomst is bepaald, waarbij bijvoorbeeld kan worden gedacht aan het (eventueel) niet verlenen van benodigde vergunningen.

 

Artikel 7 Bouwbegeleiding

  • 1.

    De Gemeente stelt een bouwbegeleider aan. De bouwbegeleider is het aanspreekpunt voor de Keldereigenaar voor zaken die betrekking hebben op de uitvoering van het Werk.

  • 2.

    De bouwbegeleider informeert de Keldereigenaar periodiek over de voortgang van het Werk en meldt aan de Keldereigenaar als zich bijzonderheden voordoen. Als zich onverwachte zaken voortdoen die de voortgang of de kwaliteit van het Werk aan de Kelder kunnen beïnvloeden zal de Gemeente de Keldereigenaar zo snel mogelijk tussentijds informeren.

  • 3.

    De Keldereigenaar kan zich tot de bouwbegeleider wenden voor alle zaken die de uitvoering van het Werk betreffen. De bouwbegeleider zal de Keldereigenaar steeds tijdig en zo goed mogelijk informeren.

  • 4.

    De Gemeente (bouwbegeleider en gemeentelijke projectteam) zal het in artikel 4 lid 4 bedoelde periodieke overleg tussen Keldereigenaren en andere betrokkenen organiseren.

Artikel 8 Uitvoeren werkzaamheden

  • 1.

    Indien het noodzakelijk is de werkzaamheden aan de Kelder anders uit te voeren dan in de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder is vastgelegd, zal de Gemeente de Keldereigenaar hierover vóór aanvang van de gewijzigde uitvoering informeren over de aard, omvang en gevolgen van afwijking van de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder, onverminderd het recht van de Gemeente om deze wijzigingen uit te voeren.

  • 2.

    De Gemeente heeft het recht de uitvoering van het Werk aan te passen als dit voor het behoud van het erfgoed, het herstel van de Weg of de Muur, de fundering van Kelder, Weg of Muur, nutsvoorzieningen, de voortgang van het Werk of om constructieve, uitvoeringstechnische of veiligheidsredenen noodzakelijk is of doelmatig is.

  • 3.

    Voor het uitvoeren van de werkzaamheden aan de Muur kan het nodig zijn om de Kelder aan te passen en/of te versterken. De Gemeente is opdrachtgever voor deze werkzaamheden en laat deze na overleg met Keldereigenaar voor eigen rekening uitvoeren. Keldereigenaar stemt door haar akkoord op de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder op voorhand in met deze aanpassingen en/ of versterkingen.

  • 4.

    Door ondertekening van deze overeenkomst stemt de Keldereigenaar onvoorwaardelijk in met het uitvoeren van werkzaamheden aan de Muur en/of Weg, ook als deze ingrijpen op de werkzaamheden aan de Kelder als bedoeld in de onderhavige overeenkomst en/of de Beschrijving herstelwerkzaamheden Kelder.

  • 5.

    Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aan de Kelder blijkt dat het herstel veel ingrijpender is dan door de Gemeente was voorzien, en het herstel gelet op de hoogte van de meerkosten, en/of de monumentale en/of erfgoedwaarde, naar het oordeel van de Gemeente redelijkerwijs niet doelmatig is, heeft de Gemeente het recht de werkzaamheden te staken en deze overeenkomst zonder schadevergoeding te beëindigen. De Kelder zal dan door de Gemeente in zijn oorspronkelijke staat worden teruggebracht. De Gemeente zal de Keldereigenaar (het deel van) de Eigen bijdrage dat hij reeds heeft betaald volledig terugbetalen.

 

Artikel 9 Vooropname - CAR-verzekering

  • 1.

    Voorafgaand aan het Werk maakt de Gemeente een vooropname. Het rapport van de vooropname wordt naar de Keldereigenaar toegestuurd. De Keldereigenaar kan bij de vooropname aanwezig zijn.

  • 2.

    De Gemeente sluit een CAR-verzekering af voor schade die aan of door uitvoering van het Werk kan ontstaan.

 

Artikel 10 Schouw – inspectiemomenten

  • 1.

    De Bouwbegeleider nodigt de Keldereigenaar periodiek uit om hem te informeren over de voortgang van het werk en stelt hem o.a. op de volgende momenten in de gelegenheid om het Werk te bekijken c.q. te schouwen:

    • a.

      voor de start van de uitvoering van het Werk om de staat van onderhoud en het schadebeeld aan de binnenzijde van het booggewelf te bepalen (als er een stuclaag aanwezig is wordt het Werk na het verwijderen van de stuclaag geschouwd);

    • b.

      nadat de grond boven de Kelder is ontgraven en de waterwerende laag is verwijderd: om de staat van onderhoud en het schadebeeld aan de buitenzijde van het booggewelf te bepalen;

    • c.

      nadat het booggewelf van de Kelder is hersteld, voordat de waterwerende laag is aangebracht;

    • d.

      nadat de waterwerende laag en de drainage is aangebracht en voordat de grond boven de Kelder wordt teruggebracht.

  • 2.

    Een Keldereigenaar behoeft niet aanwezig te zijn bij de schouw. Als de Keldereigenaar op het moment van de schouw niet aanwezig is, zal de bouwbegeleider het resultaat van de schouw vastleggen. Een schouw (en de bevindingen uit de schouw) mag de voortgang van de werkzaamheden niet vertragen.

  • 3.

    De Keldereigenaar wordt gevraagd het rapport van de schouw voor gezien te tekenen. Dit laat onverlet zijn recht na de oplevering de gemeente respectievelijk de aannemer op een gebrek in het uitgevoerde werk aan te spreken.

 

Artikel 11 Aansprakelijkheid

  • 1.

    De aansprakelijkheid van de Gemeente tegenover de Keldereigenaar voor de uitvoering van de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder (waarvoor de Gemeente de Aannemer heeft ingeschakeld) gaat niet verder dan de aansprakelijkheid van de Aannemer tegenover de Gemeente. De Gemeente blijft echter aansprakelijk tegenover de Keldereigenaar voor omissies in de door haar verrichte ontwerpwerkzaamheden, voor omissies in het toezicht op en/of de opdrachtverstrekking aan de aannemer en/of voor schending van haar zorgplicht tegenover de Keldereigenaar als bedoeld in artikel 2 lid 3 van deze overeenkomst.

  • 2.

    De Gemeente is niet aansprakelijk voor schade of gebreken welke het gevolg is/zijn van werkzaamheden waarvoor de Keldereigenaar rechtstreeks aan de Aannemer opdracht heeft gegeven.

  • 3.

    De Keldereigenaar is aansprakelijk voor schade, die het gevolg is van het niet (afdoende) vrij maken van het werkterrein door de Keldereigenaar, het niet voldoen door de Keldereigenaar aan redelijke instructies van de Aannemer, of het niet in acht nemen van (proces)afspraken door de Keldereigenaar welke in de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder zijn opgenomen, tenzij dit niet aan hem is toe te rekenen.

  • 4.

    De aansprakelijkheid van de Gemeente uit hoofde van het bepaalde in lid 1 eindigt op het moment van overdracht van de rechten van de Gemeente op de Aannemer aan de Keldereigenaar als bedoeld in artikel 12 lid 6 van deze Overeenkomst. De Keldereigenaar stemt er nu reeds mee in dat hij op het hiervoor bedoelde moment van overdracht van rechtswege finale kwijting aan de Gemeente verleent ter zake de uitvoering van deze overeenkomst.

  • 5.

    Partijen verklaren dat zij met betrekking tot schade aan de Kelder, of schade die daarmee verband houdt, niets meer van elkaar te vorderen hebben, en verlenen elkaar daarvoor finale kwijting. Dit artikellid beperkt niet de aansprakelijkheid van de Gemeente voor toekomstig onrechtmatig handelen of tekortkomingen in de nakoming van deze Samenwerkingsovereenkomst.

 

Artikel 12 Oplevering Werk

  • 1.

    Als de werkzaamheden aan de Kelder gereed zijn, inspecteren de Aannemer, de Gemeente en de Keldereigenaar voorafgaand aan de oplevering door de Aannemer gezamenlijk of de werkzaamheden aan de Kelder conform de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder zijn uitgevoerd. Van deze inspectie wordt een proces-verbaal van (voor)oplevering gemaakt dat door de Gemeente, de Aannemer en de Keldereigenaar wordt ondertekend.

  • 2.

    Kleine gebreken aan de Kelder als gevolg van de werkzaamheden aan de Kelder die binnen de onderhoudstermijn kunnen worden hersteld, zijn geen reden tot onthouding van goedkeuring door de Gemeente noch de Keldereigenaar, mits zij de ingebruikneming van de Kelder niet in de weg staan.

  • 3.

    De onderhoudstermijn bedraagt 12 maanden en gaat in op de datum van oplevering van het Werk. De Gemeente zal de in de onderhoudstermijn opgetreden gebreken door de Aannemer laten herstellen, mits deze tijdig (lees: binnen de onderhoudstermijn van 12 maanden) door de Keldereigenaar aan de Gemeente zijn gemeld. De Keldereigenaar heeft dus de plicht tegenover de Gemeente gebreken binnen de onderhoudstermijn aan de Gemeente te melden, zodat de Gemeente deze gebreken nog door de Aannemer kan laten herstellen en vervolgens overdracht kan plaatsvinden als bedoeld in lid 6 van dit artikel.

  • 4.

    Er wordt een garantie van tien jaar afgegeven op materialen en applicatie van de waterwerende laag op het booggewelf van de Kelder. Er wordt geen waterwerende laag op de Muur aangebracht en er worden geen waterwerende maatregelen voor de vloer genomen (een en ander zoals is vastgelegd in de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder).

  • 5.

    Als er in de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder is aangeven dat er een stuclaag wordt aangebracht, worden er voor die stuclaag specifieke (beperkte) kwaliteitseisen opgenomen in de Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder.

  • 6.

    Na afloop van de onderhoudstermijn draagt de Gemeente haar rechten uit de Aanneemovereenkomst die betrekking hebben op de werkzaamheden aan de Kelder (garanties e.d.) aan de Keldereigenaar over. Keldereigenaar stemt door ondertekening van deze overeenkomst op voorhand in met deze overdracht.

 

Artikel 13 Vastleggen eigendomssituatie en onderhoud

  • 1.

    Keldereigenaar en Gemeente vinden het wenselijk om de eigendomssituatie van de Kelder en de Muur duidelijk vast te leggen. Daartoe zullen over en weer zakelijke rechten worden gevestigd conform de modelakte van bijlage 5.

  • 2.

    Keldereigenaar en Gemeente verklaren door ondertekening van deze overeenkomst over en weer mee te werken aan het vestigen van deze zakelijke rechten binnen vier maanden na het tekenen van deze samenwerkingsovereenkomst. De Gemeente draagt zorg voor de notariële afwikkeling en betaalt de kosten van de notaris. Er is door de Keldereigenaar geen vergoeding voor de zakelijke rechten verschuldigd.

  • 3.

    Gemeente en Keldereigenaar verplichten zich jegens elkaar om de Muur en Weg respectievelijk de Kelder in goede staat van onderhoud te houden en mee te werken aan bouwkundige inspecties, zoals nader uitgewerkt in de modelakte bijlage 5.

  • 4.

    De Keldereigenaar verleend de Gemeente door ondertekening van de volmacht in bijlage 4 een volmacht voor het notarieel laten vastleggen van het eigendom middels de modelakte (bijlage 3).

 

Artikel 14 Escalatieladder / Adviesregeling

  • 1.

    Als er bij de uitvoering van de werkzaamheden verschil van inzicht ontstaat tussen de Keldereigenaar en de Gemeente kan een Keldereigenaar zich achtereenvolgens:

    • a.

      voor vragen tot de bouwbegeleider wenden;

    • b.

      voor advies tot de bouwmeester, en

    • c.

      voor bemiddeling tot de wervenmeester.

  • 2.

    2. Blijft er een verschil van inzicht bestaan, dan kan de Keldereigenaar een hierover advies vragen aan de in artikel 22 van de Beleidsregel genoemde adviescommissie.

 

Artikel 15 Wijzigen en overdragen Overeenkomst

  • 1.

    Wijzigingen van deze overeenkomst kunnen alleen schriftelijk overeen worden gekomen.

  • 2.

    Indien Keldereigenaar de eigendom van (of zakelijke rechten op) de Kelder (al dan niet gedeeltelijk) aan een ander overdraagt, voordat de werkzaamheden aan de Kelder zijn opgeleverd, zal Keldereigenaar alle rechten en plichten voortvloeiend uit deze overeenkomst volledig en ongewijzigd aan haar rechtsopvolger overdragen. De Keldereigenaar is verplicht dit als een kettingbeding op te nemen in de overdrachtsakte.

  • 3.

    Als de Keldereigenaar de verplichtingen uit lid 2 niet nakomt is de Gemeente gerechtigd nakoming te vorderen en is de Keldereigenaar verplicht om de kosten en schade als gevolg van de toerekenbare tekortkoming te vergoeden.

 

Artikel 16 Bijlagen

  • 1.

    Onderdeel van deze overeenkomst zijn de volgende bijlagen:

    • a.

      Beschrijving herstelwerkzaamheden Kelder

    • b.

      Planning

    • c.

      Akte eigendom/erfpacht

    • d.

      Indien van toepassing: Volmacht VvE

  • 2.

    In geval van strijd tussen deze overeenkomst en de omgevingsvergunning gaat de omgevingsvergunning voor.

  • 3.

    In geval van strijd tussen deze overeenkomst en de andere bijlagen gaat deze overeenkomst voor.

 

Ondertekening

 

Datum:

Gemeente Utrecht

 

……………

Programmadirecteur van het programma Wervengebied

 

Datum:

Naam eigenaar 1: __________________________________

 

 

……………

 

Naam eigenaar 2: __________________________________

 

 

……………

 

 

Bijlage 3: Beschrijving herstelwerkzaamheden kelders behorend bij de Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht (artikel 14, 18 en 24)

 

Beschrijving herstelwerkzaamheden kelder

Adres …………

 

 

[Foto kelderherstel Oudegracht]

 

 

 

 

 

 

15 mei 2025

Versie 1.0

Definitief

 

 

 

Inhoud

1 Inleiding 3

2 Werkzaamheden 4

2.1 Werk aan de weg 4

2.2 Werk aan de kelder(s) 4

2.3 Werk aan de werfmuur, kluismuur en de blinde muur 5

2.4 Werk aan kabels en leidingen 7

3 Afspraken over uw kelder(s) 8

3.1 Algemene informatie van uw kelder(s) 8

3.2 Situatie van uw kelder 9

3.3 Maatafspraken bij een natuurstenen stoep of trap 10

3.4 Afspraken kabels en leidingen 11

3.5 Hoe wilt u dat de kelder wordt afgewerkt? 11

4 Betrokkenheid bij herstel en erna 12

4.1 De aannemer aan het werk 12

4.2 Contactmomenten voor, tijdens en na het kelderherstel 12

5 Beperkingen 14

5.1 Vochtproblematiek 14

5.2 Vochtdoorslag door de werf- of kluismuur 15

5.3 Vochtdoorslag door draagmuur kelder 15

5.4 Schades aan de kelder na kelderherstel 15

5.5 Geen garantie waterwerende laag bij natuurstenen stoepen en trappen 15

5.6 Verlagen keldervloeren 16

5.7 Geluid in de kelder 16

6 Financiële afspraken 17

 

 

1 Inleiding

U geeft de gemeente opdracht om voor u het herstel van uw kelder te organiseren.

Deze werkzaamheden worden gecombineerd met werkzaamheden aan de openbare weg, de (kelder)muur en kabels en leidingen. In dit document wordt het proces toegelicht wat er staat te gebeuren en hoe u in dit proces wordt meegenomen. De meeste werkzaamheden zijn globaal voor elke kelder hetzelfde, maar er moeten ook een aantal afspraken worden gemaakt hoe u de kelder aan de door de gemeente gecontracteerde aannemer overdraagt. De bepaling van de door u aan de gemeente te betalen eigen bijdrage wordt ook in dit document vastgelegd. Daarnaast leggen we ook afspraken vast hoe u de kelder afgewerkt wil hebben en is er een mogelijkheid om enkele bijbestellingen (voor eigen rekening) aan te geven.

 

2 Werkzaamheden

Wanneer het herstelproject is afgerond, zijn de muren en het gewelf hersteld, is de waterwerende laag vernieuwd en de afwatering in orde. Ook de werf-/kluismuur en de weg erboven zijn opgeknapt.

 

2.1 Werk aan de weg

Om het herstel van uw kelder mogelijk te maken worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:

  • 1.

    de bestrating van elementenverharding inclusief paaltjes, bankjes, parkeermeter e.d. wordt verwijderd en tijdelijk opgeslagen zodat zo veel mogelijk hergebruikt kan worden;

  • 2.

    het zand en het grind van de drainage op uw kelder(s) wordt ontgraven en afgevoerd. Als het zand of grind schoon is wordt gekeken of hergebruik in het werk mogelijk is, anders wordt het afgevoerd en op een andere locatie gestort;

  • 3.

    de aannemer brengt loopbruggen aan over de kelders voor het doorgaande verkeer met een aansluiting op alle voordeuren zodat uw pand bereikbaar blijft tijdens het kelderherstel;

  • 4.

    kabels en leidingen worden op een veilige manier aan een tijdelijke constructie gehangen zodat de bovenkant van het keldergewelf vrij komt.

De bovenkant van de kelder is nu goed toegankelijk en het herstelwerk aan uw kelder kan beginnen.

 

Als de kelder is hersteld en de werkzaamheden aan kabels en leidingen gereed zijn, wordt de weg weer aangebracht. De volgende werkzaamheden worden aan de weg uitgevoerd totdat het herstel gereed is:

  • 1.

    de drainage met grind wordt aangebracht;

  • 2.

    de waterwerende laag en de drainage wordt afgedekt met een geotextiel; dat doen we om de kans op graafschade aan de waterwerende laag te verkleinen;

  • 3.

    de tijdelijke constructie voor de kabels en leidingen wordt verwijderd;

  • 4.

    het zand wordt weer aangebracht, bij voorkeur wordt het eerder vrijgekomen zand hergebruikt, anders wordt de weg aangevuld met nieuw schoon zand;

  • 5.

    de bestrating van elementenverharding met de straatkolken en het wegmeubilair wordt weer aangebracht.

 

2.2 Werk aan de kelder(s)

Op hoofdlijnen worden de volgende werkzaamheden verricht om uw kelder(s) te herstellen:

  • 1.

    als de kelder in het verleden waterwerend is gemaakt, wordt de bitumenlaag geheel verwijderd;

  • 2.

    de bovenkant van het gewelf wordt met water onder lage druk schoongespoten;

  • 3.

    de vlijlaag (dat is een oude waterwerende laag van tegeltjes of steentjes die op een kalklaagje liggen op het metselwerk) wordt afgeklopt. Alleen op de plekken waar aan de binnenzijde scheuren zijn gezien/worden gezien, alsook op de plekken waar de vlijlaag hol klinkt, wordt de vlijlaag verwijderd en opgeslagen voor hergebruik;

  • 4.

    op de plekken waar de vlijlaag is weggehaald, wordt de kalklaag verwijderd en wordt het metselwerk van het gewelf aan de bovenkant schoon gemaakt om te kijken of de schades aan de binnenzijde doorlopen in de buitenzijde;

  • 5.

    ter plaatse van schades en scheuren aan de binnenzijde worden eventuele afwerklagen afgeklopt, worden holle delen van de afwerklaag verwijderd en wordt de locatie van de schade zo goed mogelijk zichtbaar gemaakt;

  • 6.

    de scheuren in het gewelf en de draagmuren worden hersteld. Kleine scheuren worden geïnjecteerd, grotere scheuren worden ingeboet (kapotte stenen worden vervangen door hele stenen) en als het nodig is om meer samenhang in het metselwerk te brengen, wordt er in de voegen een strekstaaf gelegd. Losse stenen worden vastgemaakt en het voegwerk wordt hersteld waar dat nodig is. Om te bepalen welk herstel passend is, wordt gebruik gemaakt van de restauratieladder en de relevante BRL's en URL's van de ERM. De herstelwerkzaamheden worden terughoudend uitgevoerd, wat betekent dat het erfgoed zo min mogelijk zal worden beschadigd en/of wordt aangepast. Bij twijfel stemt de gemeente met afdeling erfgoed af wat de meest passende oplossing is voor het herstel;

  • 7.

    als de schades aan de kelder(s) groot zijn, is het soms noodzakelijk om in de kelder een ondersteuningsconstructie aan te brengen (voorbeeld Figuur 7);

  • 8.

    alle muurankers worden indien nodig hersteld en geconserveerd (geschilderd);

  • 9.

    als alle scheuren zijn hersteld, wordt de bovenzijde afgewerkt:

    • a.

      de vlijlaag wordt teruggelegd op de koudgebluste kalk;

    • b.

      de vlijlaag van het gewelf wordt afgewerkt met een vertinlaag;

    • c.

      de afwatering op de aanrasering wordt gecontroleerd. Als het water niet goed afloopt wordt dit aangepast;

    • d.

      als er geen betonnen L-wand zit, wordt deze aangebracht (L-wand: zie E in Figuur 6);

    • e.

      het deel van de gevel van het pand dat onder de straat ligt wordt hersteld;

    • f.

      de ruimte tussen de betonnen L-wand en het metselwerk van de werf-of kluismuur boven de kelder wordt geïnjecteerd;

    • g.

      de bouwnaad bij de aansluiting van de L-wand op de werfmuur wordt afgeplakt;

    • h.

      de bouwnaad bij de aansluiting van de kelder op de huismuur wordt afgeplakt;

    • i.

      de waterwerende laag wordt op het gewelf aangebracht.

 

2.3 Werk aan de werfmuur, kluismuur en de blinde muur

Onderhoudswerkzaamheden aan de muur van de kelder zijn altijd onderdeel van de herstelopgave, maar kunnen per situatie verschillen.

Als uw kelder direct aan de gracht ligt, dan is uw kelder afgesloten met een kluismuur. Als uw kelder uitkomt op een werf, dan noemen we de muur die uw kelder afsluit een werfmuur. De kluismuur en de werfmuur zijn eigendom van de gemeente. Het herstel van uw kelder(s) zal worden gecombineerd met de herstelwerkzaamheden aan deze (gemeentelijke) werf- of kluismuur.

Het herstel aan de muur bestaat uit het herstel van scheuren in de muren en het onderhoud aan /herstellen van voegwerk als dat noodzakelijk is. Ook zal gekeken worden of er onderhoud of herstelwerkzaamheden nodig zijn aan de deuren en ramen, het hang- en sluitwerk en diefijzers (tralies) die in de betreffende muur zitten.

In sommige gevallen moet de fundering van de kluismuur worden versterkt. In dat geval zal de gemeente gelijktijdig met het herstel van de kluiskelders de fundering van de kluismuur herstellen.

Als u een straatkelder bezit, dan ligt deze kelder niet aan een gracht, maar ligt deze onder de weg in een straat. De kelder is dan afgesloten door een blinde muur (een muur zonder deur of ramen). Deze zogenaamde blinde muur is onderdeel van de kelder en in eigendom van de keldereigenaar. Als er herstel aan deze blinde muur moet worden uitgevoerd, dan wordt dit meegenomen met het kelderherstel.

De keldereigenaar geeft de gemeente toestemming om alle benodigde werkzaamheden aan de muren uit te voeren.

 

Figuur 1 - blinde muur straatkelder (foto Ruud Voest ), kluismuur en werfmuur (foto Wikipedia)

 

 

 

 

Onderhoudswerkzaamheden aan deuren, ramen, hang- en sluitwerk, diefijzers en ankerstangen

Deur

O de kelder heeft geen deur

O de deur is van hout

O de deur is van staal

O de deur wordt hersteld (hout of staal)

O de deur wordt vervangen

O de deur wordt geconserveerd

Raam

O de kelder heeft geen raam of ramen

O raamkozijn(en) van hout

O raamkozijn(en) van staal

O raamkozijn(en) zal worden hersteld (hout of staal)

O raamkozijn(en) zal worden vervangen

O raamkozijn(en) zal worden geconserveerd

O het glaswerk wordt (deels) vervangen

Hang- en sluitwerk

O de kelder heeft geen hang- of sluitwerk

O het hang en sluitwerk wordt geconserveerd

O het hang en sluitwerk wordt hersteld

O het hang en sluitwerk wordt (deels) vervangen

Diefijzers

O de ramen hebben geen diefijzers (tralies)

O de diefijzers worden geconserveerd

O de diefijzers worden vervangen

Ankerstangen in de kelder

O in de kelder zijn geen ankerstangen aanwezig

O de ankerstangen in de kelder worden hersteld

O de ankerstangen in de kelder worden vervangen

O de ankerstangen in de kelder worden geconserveerd

Tabel 1 – onderhoudswerkzaamheden muren en ankers

 

2.4 Werk aan kabels en leidingen

Om het herstel van de kelder mogelijk te maken worden de kabels en leidingen op veilige wijze aan een tijdelijke constructie gehangen. De kabels en leidingen worden met een voorziening afgeschermd. Kabels en leidingen die niet meer in gebruik zijn worden verwijderd.

Voor de kabels en leidingen die door het booggewelf van uw kelder lopen, zijn de werkzaamheden afhankelijk van de situatie. Het uitgangspunt is dat de kabels en leidingen die in uw kelder zitten of daar doorheen lopen, blijven zitten. Als er schades in de kelder zijn op de locatie van de kabels en leidingen is het uitgangspunt dat de schade wordt hersteld en de kabel en/of leiding blijft liggen. Als dat niet mogelijk is, zal worden gekeken of de kabel en/of leiding kan worden verlegd. Indien mogelijk wordt het kelderherstel gecombineerd met het vervangen van een kabel en/of leiding van de nutspartijen.

Als uw pand nog niet is aangesloten op het warmtenet zal worden gekeken of er een voorziening in de kelder kan worden opgenomen om een huisaansluiting voor warmte mogelijk te maken.

 

De situatie en de afspraken in relatie tot de kabels en/of leidingen bij uw kelder, worden vastgelegd in paragraaf 3.4.

 

3 Afspraken over uw kelder(s)

 

3.1 Algemene informatie van uw kelder(s)

1

Adres pand of kelder(s)

Straat:

Huisnummer:

Postcode:

Plaats:

 

2

Aantal kelders waar dit werkplan betrekking op heeft

O Eén kelder

O Meerdere kelders, namelijk ….. kelders

3

Type kelder(s)

O werfkelder

O kluiskelder

O straatkelder

O anders, namelijk……………

4

Keldernummer(s) en keldercode(s) volgens Wervenkadaster

 

5

Eigendomssituatie

O Volledig eigendom

O Erfpacht

O VVE

O Anders, namelijk…

6

Contactgegevens

Eigenaar

Naam:

Adres:

Mail:

Telefoonnummer:

 

 

Vertegenwoordiger

Naam:

Adres:

Mail:

Telefoonnummer:

 

 

Gebruiker

Naam:

Adres:

Mail:

Telefoonnummer:

 

7

Monumentale status pand

O Rijksmonument, nr ………..

O Gemeentelijk monument, nr……….

O Geen monument

8

Huidig gebruik

O Woonruimte

O Kantoorruimte

O Bedrijfsruimte (geen horeca)

O Horeca

O Opslag

O Anders, namelijk ………..

9

Onderhoudsgeschiedenis

O het gewelf van de kelder is niet waterdicht gemaakt

O het gewelf van de de kelder is waterdicht gemaakt in het jaar ……

O voor het herstel van de kelder is het van belang om te melden welke herstelwerkzaamheden eerder zijn uitgevoerd. Deze zijn …………………..

Tabel 2 – algemene informatie

 

3.2 Situatie van uw kelder

De door de gemeente gecontracteerde aannemer gaat in uw kelder aan het werk. Om er voor te zorgen dat de aannemer zijn werk kan uitvoeren, moet de kelder zo leeg mogelijk zijn. In de onderstaande tabel worden de belangrijkste afspraken vastgelegd hoe de kelder wordt opgeleverd aan de aannemer. Voordat de aannemer gaat beginnen, wordt met u een opname van uw kelder gemaakt waarin wordt vastgelegd hoe de kelder door u ter beschikking wordt gesteld aan de aannemer. De aannemer gaat er voor zorgen dat alles in de kelder wat volgens afspraak achterblijft, wordt afgeschermd zodat het niet beschadigd raakt.

 

Aankruisen wat voor uw kelder van toepassing is en kies daarbij hoe u de kelder afgewerkt wil hebben

 

Monumentale stoep

O bij de ingang van mijn pand ligt alleen bestrating, géén monumentale stoep

O bij de ingang van mijn pand is een natuurstenen stoep en/of een gemetselde trap aanwezig

 

Interieur

O kelder is gestript tot op de stenen van het gewelf en de draagmuren en kale vloer

O kelder voorzien van binnenmuren en vloerafwerking

O in de kelder blijven volgens afspraak de volgende zaken zitten: …………

Stuclaag op noppenfolie

O de kelder heeft geen stuclaag op noppenfolie

O de kelder is voorzien van een stuclaag op noppenfolie, deze verwijder ik zelf

O de kelder is voorzien van een stuclaag op noppenfolie, deze moet de aannemer voor ons verwijderen

Aftimmering

O de kelder is niet afgetimmerd

O de kelder is afgetimmerd, deze verwijder ik zelf

O de kelder is afgetimmerd, deze moet de aannemer voor ons verwijderen. De te verwijderen delen hebben voor de keldereigenaar geen waarde en mogen afgevoerd worden

Ingefreeste (elektra)leidingen in de kelder

O in de kelder zijn geen (elektra)leidingen in het metselwerk gefreesd

O in de kelder zijn (elektra)leidingen in het metselwerk gefreesd, deze verwijder ik zelf

O in de kelder zijn (elektra)leidingen in het metselwerk gefreesd, deze moet de aannemer voor ons verwijderen

Meedragende muren

O in de kelder zijn geen binnenmuren aanwezig

O in de kelder zijn wel binnenmuren aanwezig, maar die zijn niet dragend en kunnen blijven zitten

O in de kelder zijn wel binnenmuren aanwezig. Ze zijn waarschijnlijk wel dragend, maar geven geen schade en kunnen blijven zitten

O in de kelder zijn wel binnenmuren aanwezig. Ze zijn dragend en geven schade. In overleg met de gemeente wordt gekeken hoe dit het beste is op te lossen

Tabel 3 – situatie van uw kelder

 

Figuur 2 - monumentale trap en twee voorbeelden van een natuurstenen stoep

 

Figuur 3 - voorbeeld dragende constructie, een gordelboog en een dragende middenwand met kolommen

 

 

Figuur 4 - principe stuclaag op folie, een voorbeeld van een ernstige schade die verborgen was door de stuclaag en aftimmering

 

3.3 Maatafspraken bij een natuurstenen stoep of trap

Indien er voor uw pand een natuurstenen stoep, een trap of beide aanwezig zijn worden daarover in deze paragraaf afspraken gemaakt. Per adres kijkt de gemeente of het verantwoord is om de natuurstenen stoep te verplaatsen voor herstelwerkzaamheden aan de kelder. Als wordt ingeschat dat dit niet zonder schade is kan de gemeente besluiten om deze werkzaamheden niet op te nemen in deze beschrijving. Dit kan gevolgen hebben voor het herstel van de kelder onder de stoep, waar de waterwerende laag ook niet kan worden aangebracht.

 

Natuurstenen stoep

O mijn pand heeft géén natuurstenen stoep

O mijn pand heeft wel een natuurstenen stoep, deze wordt niet meegenomen in het kelderherstel

O mijn pand heeft wel een natuurstenen stoep, deze wordt wel meegenomen in het kelderherstel

Tabel 4 – natuurstenen stoep

 

3.4 Afspraken kabels en leidingen

Over de kabels en leidingen door of bij uw kelder zijn de volgende afspraken gemaakt:

[nader in te vullen per adres]

 

3.5 Hoe wilt u dat de kelder wordt afgewerkt?

 

Optioneel uitvoeren esthetisch metselwerkherstel

O géén esthetisch metselwerkherstel

O esthetisch metselwerkherstel voorafgaand aan de onderstaande gekozen afwerking.

Hiervoor zal de aannemer een prijsopgave aanleveren, de kosten zijn voor u als keldereigenaar

Tabel 5 – optioneel esthetisch metselwerkherstel

 

Voor de afwerking is voor de aangekruiste afwerking gekozen

O geen afwerking

O herstel van stucwerk dat is beschadigd

O kaleien, indien het metselwerk van uw kelder nog geen andere afwerking heeft

Tabel 6 – afwerking van uw kelder

 

Figuur 5 – voorbeeld esthetisch metselwerkherstel en een afwerking met kaleien

 

4 Betrokkenheid bij herstel en erna

 

4.1 De aannemer aan het werk

De aannemer gaat aan het werk in uw kelder, uw kelder wordt daarmee onderdeel van het bouwterrein. De aannemer is verantwoordelijk voor de veiligheid op de bouwplaats, dus ook voor de veiligheid in uw kelder.

De aannemer timmert de doorgang van uw huiskelder naar de werfkelder dicht of maakt daar een tijdelijke deur in. De aannemer heeft de sleutel van deze deur en krijgt uw sleutel van de deur in uw werf- of kluismuur. Het betreden van de kelder tijdens het herstel kan alleen na voorafgaand overleg met de aannemer omdat hij verantwoordelijk is voor uw veiligheid.

 

Het uitgangspunt is dat de kelder tijdens het herstel niet wordt gebruikt. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als het herstelwerk heel beperkt is in de kelder, kan in overleg met de aannemer worden gekeken of het gebruik (deels) doorgang kan vinden. Dit kan alleen als het veilig is en de aannemer de met de uit de toegang voortvloeiende verantwoordelijkheden zonder prijsconsequenties voor de gemeente kan accepteren. Eventuele maatwerkafspraken worden in dit werkplan opgenomen.

 

4.2 Contactmomenten voor, tijdens en na het kelderherstel

De contactmomenten zijn beschreven in de samenwerkingsovereenkomst (SOK). Samenvattend zijn er de volgende contactmomenten met de aannemer voor, tijdens en na het herstelwerk:

  • 1.

    vooropname van de kelder met de aannemer waarin de staat van de vloer, wanden en andere overeengekomen interieur wordt vastgelegd met foto’s;

  • 2.

    overdracht sleutel kelder aan de aannemer (via de gemeente);

  • 3.

    zes maanden voor de start van het werk zal de gemeente een startoverleg organiseren met het projectteam van de gemeente, de aannemer en alle keldereigenaren van het blok kelders dat gelijktijdig wordt hersteld. Daar zal de gemeente informatie geven over de start van het werk en praktische zaken met betrekking tot uitvoering van het werk;

  • 4.

    er zal door de gemeente tijdens de uitvoering van het werk periodiek een vervolgoverleg worden georganiseerd met de eigenaren van de kelders die in het blok zijn opgenomen. Daarbij zal ook de voortgang van de uitvoering van de herstelwerkzaamheden worden besproken;

  • 5.

    nadat de grond boven de kelder is ontgraven en de waterwerende laag is verwijderd, en alle schades zichtbaar zijn gemaakt, volgt de eerste schouw;

  • 6.

    nadat het booggewelf is hersteld, voordat de waterwerende laag wordt aangebracht, volgt de tweede schouw;

  • 7.

    nadat de nieuwe waterwerende laag opnieuw is aangebracht en de drainage is aangelegd, volgt de derde schouw;

  • 8.

    als de werkzaamheden aan de kelder gereed zijn, inspecteren de gemeente, de aannemer en de keldereigenaar gezamenlijk of de werkzaamheden aan de kelder conform dit werkplan kelderherstel zijn uitgevoerd. Van deze inspectie wordt een proces-verbaal van (voor)oplevering gemaakt dat door de gemeente, de aannemer en de keldereigenaar wordt ondertekend. Hierin wordt ook vastgelegd wanneer die resterende gebreken moeten zijn hersteld.

  • 9.

    na de oplevering gaat een onderhoudstermijn in. In de onderhoudstermijn moet de aannemer de gebreken herstellen die in de onderhoudstermijn ontstaan. Het uitvoeringsteam van de gemeente is beschikbaar om te helpen om dit door de aannemer van de gemeente te laten herstellen

  • 10.

    op het product dat gebruikt wordt voor de waterwerende laag en de wijze van aanbrengen van de waterwerende laag op het gewelf wordt – zie voor de uitzonderingen paragraaf 5.4 hierna - een garantie afgegeven. Deze garantietermijn gaat in bij oplevering, en loopt dus voor de eerste periode parallel aan de onderhoudsperiode. De garantie beperkt zich tot het materiaal en de applicatie, maar ook tot de locatie op de kelder waar deze laag op ligt.

 

5 Beperkingen

Het herstel van de kelder(s) draagt bij aan een veilige kelder en het behoud van erfgoed. Werkzaamheden die de kelder(s) (weer) geschikt moeten maken als woon- of bedrijfsruimte vallen buiten het herstelproject. De afbouw, isolatie, ventilatie, verwarming en het aanbrengen van keukens, sanitair of verlichting zijn dus geen onderdeel van het herstelproject. Indien deze werkzaamheden gewenst zijn, moet de keldereigenaar deze voor eigen rekening en risico uit (laten) voeren. De afwerking van het metselwerk van de kelder wordt door de aannemer die de kelder herstelt gedaan, volgens de gemaakte keuze in Tabel 5. Al het andere moet de keldereigenaar zelf regelen. Deze werkzaamheden mogen de voortgang van het herstel van de kelder, muur en weg niet verstoren

Ondanks alle inspanningen kan het voorkomen dat met name vochtproblemen niet worden opgelost of spoedig terugkeren. Dit hoort bij werfkelders en de wijze waarop deze vanaf 1150 zijn gebouwd

Hieronder worden enkele zaken toegelicht wat de beperkingen zijn van het herstelwerk.

 

5.1 Vochtproblematiek

De vochtproblematiek in de kelders is divers en complex. Optrekkend vocht in de draagmuren van de kelder, lekkage door de draagmuren heen als deze met zand is ingesloten, ophopend vocht door een buurkelder die waterwerend is behandeld en gebrekkige ventilatie zijn slechts voorbeelden van de complexe vochtproblematiek. De gemeente kan adviezen geven voor de afwerking van de kelder en kennis uit onderzoeken delen, maar heeft beperkte middelen om deze vochtproblematiek in de private kelders te bestrijden. De beheersing van de vochtproblematiek ligt dan ook in de eerste plaats bij de keldereigenaar zelf.

 

 

 

Figuur 6 - schets kelder met complexe vochtproblematiek; de bouwnaden (f) en (n) zijn de zwakste plekken

 

 

 

5.2 Vochtdoorslag door de werf- of kluismuur

Een bijzondere vochtbelasting is vocht op de werfmuur die doorslaat in de kelder. De werf- en kluismuren zijn vanuit de historie massief opgetrokken, zonder de moderne spouwmuur. De afwatering van de spuwers slaan terug op de werfmuur die soms continu nat zijn. Aanpassingen zijn vanuit het oogpunt van monumentenzorg meestal niet mogelijk. Vochtdoorslag is in deze historische bouwwijze niet altijd te voorkomen.

 

5.3 Vochtdoorslag door draagmuur kelder

Draagmuren van kelders waar direct grond naast ligt hebben een vochtbelasting vanuit dat grondpakket. Het herstel van scheuren in de draagmuur wordt van binnenuit uitgevoerd. De reden hiervoor is dat de grond naast de kelder meedraagt, en ontgraven naast de kelder voor schade kan zorgen. Dat maakt het lastig om de scheur zo te herstellen dat er geen vocht meer kan doordringen.

Ook komt het voor dat regenwater in de grond tussen de kelder en de muur zakt en niet goed weg kan lopen. De waterdruk kan vochtdoorslag in de kelder geven. Maatregelen om de afwatering te verbeteren kunnen dit probleem niet altijd verhelpen.

Vochtdoorslag is in deze historische bouwwijze niet altijd te voorkomen.

 

5.4 Schades aan de kelder na kelderherstel

Bij het herstel van de kelder(s) wordt gebruik gemaakt van de restauratieladder (https://www.stichtingerm.nl/restauratieladder) en de relevante richtlijnen van de ERM (https://www.stichtingerm.nl/subpagina-bij-richtlijnen-en-kennis). Voor het herstel van erfgoed betekent het dat het herstel terughoudend moet worden uitgevoerd om zoveel mogelijk van het oude bouwwerk voor de toekomstige generaties te behouden. Dat betekent dat er bij de schades een afweging wordt gemaakt tussen het herstel en de erfgoedwaarde, wat in sommige gevallen een compromis zal worden tussen zo goed mogelijk herstellen en zo min mogelijk erfgoed beschadigen.

Het erfgoed is kwetsbaar, na het herstel kunnen schades terugkomen. Dat betekent niet dat het herstel niet goed is uitgevoerd, maar het terugkomen van schades kan het gevolg zijn van het overeengekomen compromis bij de herstelkeuze. Er zijn ook van oorsprong zwakke plekken in de kelders die ook in de toekomst problemen kunnen geven, hoe goed we die ook herstellen. De bouwnaden tussen de kelder en de werf- of kluismuur en de bouwnaad tussen de kelder en het pand zijn de bekendste plekken waar in de toekomst weer lekkages te verwachten zijn. Voor het herstel van lekkages bij deze bouwnaden helpt de gemeente waar dit kan met herstelwerkzaamheden, ook als de kelder al door de aannemer is hersteld.

 

5.5 Geen garantie waterwerende laag bij natuurstenen stoepen en trappen

Voor huizen waar een natuurstenen stoep bij de ingang ligt, moet onder bepaalde omstandigheden een uitzondering worden gemaakt op de garantie op de waterwerende laag zoals in paragraaf 3.3 is beschreven. De monumentale stoepen en trappen worden niet meegenomen in de werkzaamheden van het kelderherstel als wordt ingeschat dat het verplaatsen schade aan de stoep geeft. De natuurstenen delen kunnen beschadigen als ze worden verwijderd. Om deze reden wordt in bepaalde omstandigheden afgezien om dit in de renovatie mee te nemen.

De consequentie is dat de kelder bij de aansluiting op de gevel niet vrijgegraven kan worden en de waterwerende laag tot aan (of net voor) de natuurstenen stoep stopt. Vocht en lekkageproblemen bij de aansluiting van de kelder op de woninggevel kunnen in dat geval niet van bovenaf worden gerepareerd. Injecties vanuit de kelder kunnen wel uitgevoerd worden, maar zijn naar verwachting niet afdoende om alle problemen te verhelpen.

 

5.6 Verlagen keldervloeren

Keldereigenaren die hun vloer willen vervangen of verlagen zullen zij dit voor eigen rekening en risico moeten doen. Voor het verlagen van een keldervloer moet een omgevingsvergunning voor de activiteit erfgoed en bouwen worden verkregen. Deze werkzaamheden zijn niet in het belang van het conserveren van het erfgoed en zijn risicovol. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de kans op wateroverlast, mogelijk verplaatsen van de kelderfundering als er te diep wordt ontgraven en de benodigde archeologievergunning.

Deze werkzaamheden kunnen niet worden gecombineerd met het kelderherstel en mogen daarom ook niet worden uitgevoerd tijdens de werkzaamheden door de aannemer.

 

5.7 Geluid in de kelder

Sommige keldereigenaren ervaren dat het contactgeluid in hun kelder na het kelderherstel van enkele kelders is toegenomen (contactgeluid van auto’s, fietsers, handkarren en voetgangers op hakken op de bestrating en hoe deze resoneert in de kelder). Onderzoek hiernaar heeft geen duidelijke oorzaak opgeleverd. De gemeente gebruikt bij het herstel van de weg boven uw kelder aanvulzand met dezelfde samenstelling als bij het kelderherstel in de 90-er jaren zodat de omstandigheden hetzelfde blijven. Daarop wordt de elementenverharding weer teruggebracht en de weg hersteld.

 

6 Financiële afspraken

 

De kostenverdeling wordt bepaald volgens artikel 8 t/m 13 van de Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht.

 

Keldercategorie

1

Totale vloeroppervlakte kelder(s) gemeten volgens art. 9

…..….m2

 

2

Is de kelder eigendom van een kwalificerende btw-ondernemer of van een stichting?

(art 11)

O nee, de kelder is géén eigendom van een kwalificerende btw onderneming

O ja, de kelder is wel eigendom van een kwalificerende btw onderneming (art. 11 lid 1)

O de kelder is eigendom van een kwalificerende btw onderneming die gebruikt maakt van de kleinondenemingsregeling (art. 11 lid 2)

O de kelder is eigendom van een stichting die in haar statuten de instandhouding van cultureel erfgoed in haar doelstellingen heeft opgenomen (art. 11 lid 2)

3

De kelder valt in de categorie:

(art 8 lid 1)

O beperkt bruikbaar: kelder kleiner of gelijk aan 10 m2 of op het hoogste punt lager is dan 2 meter

O kleine kelder: kelder groter dan 10 m2 en kleiner dan of gelijk aan 20 m2

O kelder tussen 20 m2 en 50 m2 (opslag per m2)

O grote kelder: kelder groter dan of gelijk aan 50 m2

4

Zijn er meerdere kelders op uw adres:

(art 8 lid 4)

O ja

O nee

 

5

Op basis van de inspectieresultaten valt/vallen uw kelder/kelders in de categorie (art. 10, lid 1):

Als er meerdere kelders bij één adres horen is de kelder met de meeste gebreken / de slechtste staat van onderhoud bepalend (art. 10 lid 3):

O weinig gebreken, staat van onderhoud goed

O gemiddelde hoeveelheid gebreken, staat van onderhoud gemiddeld

O veel gebreken, staat van onderhoud slecht

 

6

De eigen bijdrage is vastgesteld op:

€ …..,-

 

7

Bijbestelling esthetisch metselwerkherstel:

Indien u in Tabel 5 heeft gekozen voor esthetisch metselwerkherstel zal de aannemer een prijsopgave aanleveren. De kosten zijn voor de keldereigenaar

Tabel 7 – keldercategorie en bepaling eigen bijdrage

 

Figuur 7 - een kleine versus een grote kelder en kelder met ondersteuningsconstructie

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 4: Vier modellen van akten behorend bij de Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht (artikel 14, 19 en 24)

------------

MODEL 1a VOL EIGENDOM GEEN APP

Dit model behoort bij Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht en ziet op de situatie dat de werfkelder verbonden is met het pand. Per geval wordt bekeken wat de feitelijke en juridische situatie is en of er aanpassingen op de akte nodig zijn om het daarop te laten aansluiten.

TOELICHTING

Pand vol eigendom werfkelder (model 1a)

Een van de afspraken bij het herstel van uw kelder is dat het eigendom goed wordt vastgelegd. De bestaande situatie is als volgt:

 

  • 1.

    De gemeente is eigenaar van de werven, de werfmuur en van de openbare weg waaronder de werfkelder ligt.

  • 2.

    U bent eigenaar van uw pand en op basis van de wet ook van de daarmee verbonden werfkelder. In de wet is namelijk bepaald dat de eigenaar van een pand ook eigenaar is van de daarmee verbonden zaken. Dit heet 'horizontale natrekking'.

  • 3.

    Uw eigendom van de werfkelder blijkt nu echter niet duidelijk uit het Kadaster.

Om onduidelijkheid en onzekerheid in de toekomst te voorkomen heeft de gemeente de wens om deze eigendom nu goed vast te leggen en direct ook de overige (privaatrechtelijke) afspraken omtrent de werven en de werfkelder. Dat is het doel van deze akte.

Om dit te regelen wordt in deze akte het volgende vastgelegd:

(a) Omdat de werfkelder onder de openbare weg ligt, waarvan de gemeente eigenaar is, moet de gemeente formeel gezien toestemming geven dat de werfkelder daar mag liggen. Dit wordt geregeld via een erfdienstbaarheid (hoofdstuk C. van de akte).

(b) Er wordt een opstalrecht gevestigd voor de werfkelder waarbij wordt vastgelegd dat u eigenaar bent van de werfkelder. Dit opstalrecht wordt gekoppeld aan de voormelde erfdienstbaarheid zodat de toestemming om de werfkelder te hebben en de eigendom van de werfkelder altijd in één hand blijven (hoofdstuk D. van de akte).

(c) Met een tweede erfdienstbaarheid wordt geregeld wat u met/in de werfmuur, waarvan de gemeente eigenaar is, mag doen (hoofdstuk E. van de akte).

(d) Tot slot is het van belang dat – nu deze zaken voor de toekomst goed worden geregeld – deze bepalingen ook kenbaar worden gemaakt aan nieuwe eigenaars en aan hen worden doorgelegd. Daarom worden de bepalingen vastgelegd als kettingbeding en kwalitatieve verplichting. U bent tegenover de gemeente verplicht om de bepalingen bij een verkoop in de notariële akte van levering op te nemen, anders kan een boete verschuldigd zijn (hoofdstuk F. van de akte).

De boete ziet alleen op de verplichting om de bepalingen door te leggen, niet op de naleving van die bepalingen.

In het kader van bovenstaande worden in de akte ook direct afspraken vastgelegd over het onderhoud van de werfkelder en de openbare weg, over inspectie, onderhoud, herstel en vernieuwingen aan de werfmuur en de weg die boven de kelder ligt. Daarnaast wordt vastgelegd dat de bestaande kabels en leidingen, of kabels en leidingen die in overleg met de keldereigenaar nog worden aangelegd, aanwezig mogen zijn en onderhouden/vernieuwd mogen worden.

Wanneer er een hypotheekrecht op het pand is gevestigd moet de hypotheekhouder (meestal de bank) toestemming geven op de akte. De betrokken notaris zal dit aanvragen.

De kosten van het Kadaster en de notaris in verband met deze akte worden betaald door de gemeente.

Tot slot, omdat de gemeente deze afspraken vastlegt als eigenaar en niet als overheidsorgaan, kunnen er geen afspraken worden gemaakt over de aslast. Aslastbeperking wordt geregeld via publiekrechtelijke besluitvorming van de gemeente.

 

VESTIGING OPSTALRECHT WERFKELDER

AFHANKELIJK VAN ERFDIENSTBAARHEID (optie 1a) (de Werfkelder)

Heden, @, verschijnt voor mij, @, notaris te Utrecht:

@, hierbij handelend als schriftelijk gevolmachtigde van:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon: Gemeente Utrecht, gevestigd te Utrecht, met adres 3521 AZ Utrecht, Stadsplateau 1, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 30280353, daarbij handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Utrecht, de dato @ en als zodanig deze rechtspersoon vertegenwoordigend, hierna te noemen: Gemeente;

2. @,

hierna (samen) te noemen: de Eigenaar.

Partijen verklaren:

A. DEFINITIES

Partijen hanteren in deze akte de volgende definities:

1. het Opstalrecht Werfkelder:

het bij deze akte gevestigde en van de Erfdienstbaarheid Werfkelder afhankelijke recht van opstal als bedoeld in artikel 5:101 lid 2 Burgerlijk Wetboek, om de Werfkelder in eigendom te hebben, te houden, te onderhouden en te herstellen, onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

2. de Erfdienstbaarheid Werfkelder:

de bij deze akte ten laste van het Perceel Gemeente (als dienend erf) en ten behoeve van het Perceel Eigenaar (als heersend erf) gevestigde erfdienstbaarheid inhoudend de verplichting voor de rechthebbenden en gebruikers van het dienend erf om te dulden dat de rechthebbenden en gebruikers van het heersend erf de Werfkelder in het Perceel Gemeente hebben, houden, onderhouden en herstellen, onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

3. de Erfdienstbaarheid Werfmuur:

de bij deze akte ten laste van het Perceel Werfmuur (als dienend erf) en ten behoeve van het Perceel Gemeente c.q. het Opstalrecht Werfkelder (als heersend erf) gevestigde erfdienstbaarheid inhoudend de verplichting voor de rechthebbenden en gebruikers van het dienend erf om te dulden dat de rechthebbenden en gebruikers van het heersend erf:

- in de Werfmuur ramen en een deur hebben, in aantal en omvang zoals die op de Sluitingsdatum aanwezig zijn, en

- door die deur toegang hebben tot de Werfkelder vanaf de werf en vice versa,

onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

4. het Pand:

de op/in het Perceel Eigenaar gestichte opstallen;

5. het Perceel Eigenaar:

het perceel grond met het Pand, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @ sectie @ nummer @, groot @ vierkante meter (@ m2);

6. het Perceel Gemeente:

het perceel met de openbare weg (op maaiveldniveau), @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, welk perceel schetsmatig met @ is aangegeven op de Tekening;

7. het Perceel Werfmuur:

het aan het Perceel Gemeente grenzende gedeelte van het perceel, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, zoals schetsmatig met @arcering is aangegeven op de Tekening;

8. de Samenwerkingsovereenkomst:

de samenwerkingsovereenkomst tot de uitvoering van herstel en onderhoud aan de Werfkelder en het vestigen van onder andere het Opstalrecht Werfkelder, welke vestiging een voorwaarde is voor de verkrijging van een subsidie op basis van de “Beleidsregel kelders wervengebied gemeente Utrecht”, welke overeenkomst is vastgelegd bij de onderhandse akte ondertekend op @, van welke onderhandse akte een kopie aan deze akte is gehecht;

9. de Sluitingsdatum:

de datum waarop de Samenwerkingsovereenkomst is gesloten;

10. de Tekening:

de aan deze akte gehechte tekening(en) met kenmerk: @, gedateerd @;

11. de Werfkelder:

de in het Perceel Gemeente (beneden maaiveldniveau) gelegen werfkelder, groot circa @ vierkante meter (@ m2), met een ingang aan de werf van de @ te Utrecht en een ingang via de (huis)kelder van het Pand, waarbij voor de toepassing van deze akte:

- het gewelf, de fundering en de waterdichte laag uitdrukkelijk wel onderdeel uitmaken van deze werfkelder, en

- de Werfmuur en de trekankers uitdrukkelijk geen onderdeel uitmaken van deze werfkelder;

12. de Werfmuur:

de op het Perceel Werfmuur gelegen werfmuur met de balie daarboven en de grond daaronder, waarvan de Gemeente eigenaar is en zal blijven.

B. JURIDISCHE ACHTERGROND EN INLEIDING

1. a. De Gemeente is eigenaar van het Perceel Gemeente, waarvan blijkt uit @.

b. De Gemeente is eigenaar van het Perceel Werfmuur. De gerechtigdheid van de Gemeente tot de Werfmuur blijkt uit een akte op @ verleden voor @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @.

2. a. De Eigenaar is eigenaar van het Perceel Eigenaar.

b. De Eigenaar heeft het Perceel Eigenaar in eigendom verkregen door de inschrijving in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @, van een afschrift van @ op @ verleden voor @, notaris te @.

3. Partijen beschouwen de Werfkelder als bestanddeel van het Pand en gaan ervan uit c.q. stellen voor zover nodig hierbij onderling vast dat de Eigenaar als eigenaar van het Perceel Eigenaar en het Pand door horizontale natrekking conform artikel 5:20 lid 1 sub e Burgerlijk Wetboek ook eigenaar is van de Werfkelder.

Teneinde de eigendom van de Werfkelder vast te leggen zijn partijen onder andere overeengekomen het Opstalrecht Werfkelder te vestigen, waarvan blijkt uit de Samenwerkingsovereenkomst.

4. Partijen zijn in dit kader ook overeengekomen:

a. de bevoegdheid tot het hebben van de Werfkelder in het Perceel Gemeente vast te leggen door middel van het vestigen van de Erfdienstbaarheid Werfkelder;

b. afspraken (wederom) vast te leggen omtrent de Werfmuur door middel van het vestigen van de Erfdienstbaarheid Werfmuur;

c. om te voorkomen dat er onduidelijkheden en strijdigheden ontstaan over de voor de Werfkelder en de Werfmuur toepasselijke bepalingen, op te nemen dat alle bestaande/oude beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen als bedoeld in artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek en kettingbedingen zijn beëindigd.

5. Partijen wensen hierbij uitvoering te geven aan de Samenwerkingsovereenkomst en het hiervoor bepaalde.

C. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID WERFKELDER

Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigen en aanvaarden de Gemeente en de Eigenaar hierbij ten laste van het Perceel Gemeente als dienend erf, en ten behoeve van het Perceel Eigenaar als heersend erf: de Erfdienstbaarheid Werfkelder. De Erfdienstbaarheid Werfkelder wordt gevestigd onder de volgende bepalingen:

a. de Erfdienstbaarheid Werfkelder wordt gevestigd voor onbepaalde tijd;

b. voor de Erfdienstbaarheid Werfkelder is geen eenmalige of periodieke vergoeding verschuldigd;

c. de rechthebbenden van het Perceel Eigenaar zijn zonder toestemming van de rechthebbende van het Perceel Gemeente niet bevoegd de Erfdienstbaarheid Werfkelder op te zeggen of daarvan afstand te doen;

d. de rechthebbenden van het Perceel Eigenaar hebben geen recht op een vergoeding bij het eindigen van de Erfdienstbaarheid Werfkelder.

Voor de volledigheid: ten aanzien van het hebben, houden, onderhouden, herstellen en het gebruik van de Werfkelder door de rechthebbenden van het Perceel Eigenaar zijn de bepalingen van het Opstalrecht Werfkelder van toepassing.

D. VESTIGING Opstalrecht WERFKELDER

1. Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigt de Gemeente hierbij ten laste van het Perceel Gemeente en ten behoeve van de Eigenaar die hierbij aanvaardt: het Opstalrecht Werfkelder.

2. Degene die op enig moment rechthebbende is van het Opstalrecht Werfkelder wordt hierna aangeduid als: de Eigenaar-Werfkelder. Onder de Eigenaar-Werfkelder wordt om die reden ook de rechtsopvolger onder algemene en bijzondere titel van de Eigenaar begrepen.

3. Het Opstalrecht Werfkelder wordt gevestigd onder de volgende bepalingen.

1. Duur van het Opstalrecht Werfkelder

Het Opstalrecht Werfkelder gaat vandaag in en eindigt vanwege het afhankelijke karakter wanneer de Erfdienstbaarheid Werfkelder ook eindigt.

2. Vergoeding, retributie

De Eigenaar-Werfkelder is voor het Opstalrecht Werfkelder geen eenmalige of periodieke vergoeding verschuldigd.

3. Gebruik, beheer en onderhoud

1. De Eigenaar-Werfkelder draagt zorg voor het dagelijks beheer van de Werfkelder. De Eigenaar-Werfkelder is verplicht de Werfkelder in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder en de daarboven gelegen openbare weg.

2. De Gemeente is verplicht het Perceel Gemeente en de Werfmuur (inclusief spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder.

3. De Eigenaar-Werfkelder zal de Gemeente, na schriftelijke aankondiging en op een in gezamenlijk overleg vastgesteld moment, in de gelegenheid stellen de Werfkelder te betreden voor inspectie van de Werfkelder en inspectie, onderzoek, onderhoud, reparaties en vernieuwingen aan de Werfmuur en de boven de Werfkelder gelegen openbare weg, voor welke werkzaamheden de Werfkelder toegankelijk moet zijn voor de Gemeente en de door haar ingeschakelde hulppersonen. De werkzaamheden zullen zoveel mogelijk worden uitgevoerd op de voor de Eigenaar-Werfkelder minst bezwaarlijke wijze, waarbij eventuele overlast zoveel mogelijk wordt beperkt.

4. De Eigenaar-Werfkelder is verplicht de aanwezigheid van kabels en leidingen die bestemd zijn voor het transport of de distributie van stoffen, energie of informatie (ten behoeve van openbare doeleinden) van een gemeente, nutsbedrijf of een netbeheerder te gedogen en te gedogen dat deze worden onderhouden en vernieuwd. Het voorgaande geldt zowel voor kabels en leidingen die al aanwezig zijn in de Werfkelder als voor kabels en leidingen die met toestemming van de Eigenaar-Werfkelder nog zullen worden aangebracht.

4. Geen afzonderlijke overgang van het Opstalrecht Werfkelder

Het Opstalrecht Werfkelder kan wegens zijn afhankelijke karakter niet afzonderlijk van de Erfdienstbaarheid Werfkelder overgaan op een derde en kan daardoor ook niet afzonderlijk van het Perceel Eigenaar overgaan op een derde.

5. Einde van het Opstalrecht Werfkelder

De Eigenaar-Werfkelder en de Gemeente zijn niet bevoegd het Opstalrecht Werfkelder eenzijdig op te zeggen.

E. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID WERFMUUR

Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigen en aanvaarden de Gemeente en de Eigenaar hierbij ten behoeve van het Perceel Gemeente c.q het Opstalrecht Werfkelder (met toepassing van artikel 5:84 Burgerlijk Wetboek) als heersend erf, en ten laste van het Perceel Werfmuur als dienend erf: de Erfdienstbaarheid Werfmuur.

De Erfdienstbaarheid Werfmuur wordt gevestigd onder de volgende bepalingen:

a. de Gemeente is gerechtigd in de Werfmuur al die wijzigingen aan te brengen die zij in verband met de algemene welstand, het herstel, het onderhoud en de restauratie van de Werfmuur, en ook met het oog op de veiligheid, nodig zal oordelen;

b. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van het hang- en sluitwerk in de deur en ramen van de Werfmuur en de vervanging van gebroken ruiten in die deur en ramen door nieuwe, zal geschieden door de rechthebbende van de Werfkelder; de kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende van de Werfkelder;

c. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van alle andere onderdelen van de Werfmuur (inclusief deuren, kozijnen, spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) zal geschieden door de Gemeente; de kosten daarvan – voor zover die niet onder de vorige bepaling vallen – zijn voor rekening van de Gemeente;

d. de Erfdienstbaarheid Werfmuur eindigt zodra de Erfdienstbaarheid Werfkelder eindigt;

e. indien de Werfmuur blijkens een onherroepelijke rechtelijke uitspraak als bestanddeel wordt aangemerkt van de Werfkelder, dan zullen de Gemeente en de eigenaar van de Werfkelder met elkaar in overleg treden om te komen tot een regeling met als uitgangspunt dat de Gemeente het beheer en onderhoud aan de Werfmuur kan verrichten als zijnde eigenaar van de Werfmuur, onder de voorwaarden en bepalingen van deze Erfdienstbaarheid Werfmuur.

F. KETTINGBEDING EN KWALITATIEVE VERPLICHTING

1. De Gemeente en de Eigenaar gaan ervan uit dat de ten aanzien van de Erfdienstbaarheid Werfkelder, het Opstalrecht Werfkelder en de Erfdienstbaarheid Werfmuur toepasselijke bepalingen goederenrechtelijke werking en/of derdenwerking hebben, hetgeen de Gemeente en de Eigenaar ook uitdrukkelijk beogen.

De hierna in dit artikel vermelde bedingen zijn gemaakt ter versterking van voormelde beoogde derdenwerking.

2. De Eigenaar is jegens de Gemeente verplicht om de in sub F.1. bedoelde bepalingen en het in dit sub F.2. bepaalde, als kettingbeding bij elke gehele of gedeeltelijke vervreemding van het Perceel Eigenaar aan rechtsopvolgers op te leggen door middel van vermelding in de betreffende akte, zodanig dat iedere nieuwe gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk wordt voor deze verplichtingen.

Onder vervreemden wordt in deze akte verstaan:

a. verkoop (daaronder begrepen: vrijwillige openbare verkoop);

b. levering;

c. huurkoop;

d. vestigen van een beperkt genotsrecht;

e. opheffen van enige onverdeeldheid, waartoe het Perceel Eigenaar te eniger tijd behoort, met toedeling aan een ander dan de Eigenaar;

f. inbreng in een rechtspersoon of personenvennootschap; en/of

g. het sluiten van overeenkomsten en het verrichten van rechtshandelingen, die er op gericht zijn, respectievelijk waarbij de Eigenaar verplicht is/wordt, tot vervreemden in de zin van dit artikel.

Indien de Eigenaar tekortschiet in de nakoming van deze verplichtingen met kettingbeding (waaronder de verplichting tot het opleggen van onderhavige bepalingen aan een nieuwe gerechtigde) zal hij ten behoeve van de Gemeente een terstond en zonder ingebrekestelling en/of rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren van tienduizend euro (€ 10.000,00) voor iedere overtreding.

Het recht tot het opeisen van een boete vervalt één (1) jaar, nadat de overtreding aan de Gemeente bekend is geworden, indien in die periode geen enkele stap tot invordering van de boete is genomen.

Indien een rechthebbende van het Perceel Eigenaar, het Perceel Eigenaar heeft vervreemd met inachtneming van dit artikel F.2 dan is die rechthebbende jegens de Gemeente bevrijd van en gekweten voor de in dit artikel F.2 vermelde verplichtingen.

3. De Eigenaar vestigt en de Gemeente aanvaardt de hiervoor de in sub F.1. bedoelde bepalingen hierbij ook als kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek, zodat deze verplichtingen zullen overgaan op degenen die het Perceel Eigenaar (en daarmee ook het Opstalrecht Werfkelder) onder bijzondere titel zullen verkrijgen en degenen die van de Eigenaar een recht tot gebruik van het Perceel Eigenaar (en daarmee ook het Opstalrecht Werfkelder) zullen verkrijgen mede gebonden zullen zijn.

De Gemeente kiest hierbij woonplaats op zijn voormeld adres.

G. BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN

1. Publiekrechtelijke beperkingen

1. Op het Perceel Eigenaar rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Op het Perceel Gemeente en het Perceel Werfmuur rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Afstand van bijzondere lasten en beperkingen

1. Ter uitvoering van het hiervoor bepaalde onder B.4.c. doet de Eigenaar respectievelijk de Gemeente hierbij ten behoeve van de Gemeente respectievelijk de Eigenaar afstand als bedoeld in artikel 3:81 lid 2 sub c Burgerlijk Wetboek van alle beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen die tussen de Gemeente en de Eigenaar gelden met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur, welke afstand hierbij door de Gemeente respectievelijk de Eigenaar wordt aanvaard.

@variabel

Deze afstand geldt echter niet voor de beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur die de Gemeente en de Eigenaar in stand wensen te houden, welke van toepassing blijvende bepalingen hierna woordelijk zijn opgenomen en afkomstig zijn uit de akte van @ op @ voor mr. @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te @), op @ in deel @ nummer @. De van toepassing blijvende beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur luiden als volgt:

“@”.

@einde variabel

2. Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de openbare registers voor registergoederen wordt de afstand van de beperkte rechten, kwalitatieve verplichting en kettingbedingen en de aanvaarding daarvan opgenomen in sub G.2.1 geëffectueerd, waardoor de desbetreffende bepalingen tenietgaan.

3. Aanvaarding

Partijen aanvaarden alle in deze akte vermelde bijzondere lasten en beperkingen hierbij uitdrukkelijk. Voor zover in voormelde bepalingen verplichtingen, lasten en/of beperkingen voorkomen, waarvan partijen verplicht zijn deze aan partijen op te leggen, worden deze verplichtingen, lasten en/of beperkingen hierbij aan partijen opgelegd. Voor zover voormelde bepalingen rechten behelzen die ten behoeve van (een) derde(n) moeten worden bedongen, worden die rechten bij deze uitdrukkelijk door partijen bedongen en door partijen ten behoeve van die derde(n) aanvaard.

H. DIVERSEN

1. Continuering Samenwerkingsovereenkomst

Tussen partijen blijft van kracht hetgeen is overeengekomen in de Samenwerkingsovereenkomst, met dien verstande dat geen beroep meer kan worden gedaan op eventuele overeengekomen ontbindende voorwaarden en dat eventuele opschortende voorwaarden geacht worden te zijn vervuld dan wel zijn komen te vervallen.

2. Kosten

De notariële kosten en het kadastraal recht wegens deze akte inclusief de eventueel daarover verschuldigde omzetbelasting zijn voor rekening van de Gemeente.

De eventueel verschuldigde overdrachtsbelasting is voor rekening van de Eigenaar.

3. Omzetbelasting en overdrachtsbelasting

1. Ter zake de in deze akte opgenomen vestiging van de beperkte rechten is geen omzetbelasting verschuldigd.

2. De krachtens deze akte te vestigen beperkte rechten hebben volgens verklaring van partijen geen zelfstandige waarde. Wegens de vestiging van de beperkte rechten is geen eenmalige of periodieke vergoeding verschuldigd. Volledigheidshalve, ter zake van het (toekomstige) gebruik is eveneens geen vergoeding verschuldigd, met uitzondering van de verplichtingen ten aanzien van onderhoud, herstel en vernieuwing als vermeld in onderhavige akte. Mitsdien verklaren partijen dat de ter zake de verkrijging van de bij deze akte gevestigde beperkte rechten voor de overdrachtsbelasting in acht te nemen waarde nihil is en derhalve dat wegens de vestiging van de beperkte rechten geen overdrachtsbelasting is verschuldigd.

4. Toestemming hypotheekhouder

De toestemming van de hypotheekhouder blijkt uit @.

5. Openbare registers

Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de daartoe bestemde openbare registers voor registergoederen wordt de vestiging van de bij deze akte gevestigde beperkte rechten geëffectueerd.

6. Geen verificatiekosten verschuldigd

Het Perceel Gemeente is kleiner dan éénhonderd vierkante meter (100 m2) en heeft een waarde van minder dan zesduizend vijfhonderd euro (€ 6.500,00), zodat daarom geen verificatiekosten verschuldigd zijn ten aanzien van de uitmeting van het Perceel Gemeente en hierop het verlaagde meettarief van toepassing is.

7. Volmachten

Van de volmacht van de Gemeente blijkt uit de Samenwerkingsovereenkomst.

Van de volmacht van de Eigenaar blijkt uit @ onderhandse akte, die aan deze akte is gehecht.

SLOT

De comparant is mij, notaris, bekend.

Verder heb ik, notaris, de zakelijke inhoud van de akte meegedeeld aan de comparant en daarop een toelichting gegeven, inclusief de uit de inhoud van de akte voortvloeiende gevolgen.

De comparant verklaart van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen. Ook verklaart de comparant uitdrukkelijk in te stemmen met de beperkte voorlezing van de akte. Dadelijk na beperkte voorlezing is de akte door de comparant en door mij, notaris, ondertekend. De akte is verleden te Utrecht, op de datum aan het begin van deze akte vermeld om

------------

 

Model 1b - VOL EIGENDOM WEL APP - WERFKELDER

 

Dit model behoort bij Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht ziet op de situatie dat de kelder verbonden is met het pand en het pand is gesplitst in appartementsrechten. Per geval wordt bekeken wat de feitelijke en juridische situatie is en of er aanpassingen op de akte nodig zijn om het daarop te laten aansluiten.

TOELICHTING

Pand vol eigendom gesplitst in appartementsrechten werfkelder (model 1b)

Een van de afspraken bij het herstel van de kelder is dat wij het eigendom goed vastleggen. De bestaande situatie is als volgt:

 

  • 1.

    De gemeente is eigenaar van de werven, de werfmuur en van de openbare weg waaronder de werfkelder ligt.

  • 2.

    U bent als mede-eigenaar binnen het complex waarvan u een appartementsrecht heeft en op basis van de wet ook van de daarmee verbonden werfkelder. In de wet is namelijk bepaald dat de eigenaar van een pand ook eigenaar is van de daarmee verbonden zaken. Dit heet 'horizontale natrekking'.

  • 3.

    Deze eigendom van de werfkelder blijkt nu echter niet duidelijk uit het Kadaster.

Om onduidelijkheid en onzekerheid in de toekomst te voorkomen heeft de gemeente de wens om deze eigendom nu goed vast te leggen en direct ook de overige (privaatrechtelijke) afspraken omtrent de werven en de werfkelder. Dat is het doel van deze akte.

Om dit te regelen wordt in deze akte het volgende vastgelegd:

(a) Omdat de werfkelder onder de openbare weg ligt, waarvan de gemeente eigenaar is, moet de gemeente formeel gezien toestemming geven dat de werfkelder daar mag liggen. Dit wordt geregeld via een erfdienstbaarheid (hoofdstuk C. van de akte).

(b) Er wordt een opstalrecht gevestigd voor de werfkelder waarbij wordt vastgelegd dat u eigenaar bent van de werfkelder. Dit opstalrecht wordt gekoppeld aan de voormelde erfdienstbaarheid zodat de toestemming om de werfkelder te hebben en de eigendom van de werfkelder altijd in één hand blijven (hoofdstuk D. van de akte).

(c) Met een tweede erfdienstbaarheid wordt geregeld wat u met/in de werfmuur, waarvan de gemeente eigenaar is, mag doen (hoofdstuk E. van de akte).

(d) Tot slot is het van belang dat – nu deze zaken voor de toekomst goed worden geregeld – deze bepalingen ook kenbaar worden gemaakt aan nieuwe eigenaars en aan hen worden doorgelegd. Daarom worden de bepalingen vastgelegd als kettingbeding en kwalitatieve verplichting. U bent tegenover de gemeente verplicht om de bepalingen bij een verkoop in de notariële akte van levering op te nemen, anders kan een boete verschuldigd zijn (hoofdstuk F. van de akte).

De boete ziet alleen op de verplichting om de bepalingen door te leggen, niet op de naleving van die bepalingen.

In het kader van bovenstaande worden in de akte ook direct afspraken vastgelegd over het onderhoud van de werfkelder en de openbare weg, over inspectie, onderhoud, herstel en vernieuwingen aan de werfmuur en de weg die boven de kelder ligt. Daarnaast wordt vastgelegd dat de bestaande kabels en leidingen, of kabels en leidingen die in overleg met de keldereigenaar nog worden aangelegd, aanwezig mogen zijn en onderhouden/vernieuwd mogen worden.

Wanneer er een hypotheekrecht op (een appartementsrecht) het pand is gevestigd moet de hypotheekhouder (meestal de bank) toestemming geven op de akte. De betrokken notaris zal dit aanvragen.

De kosten van het Kadaster en de notaris in verband met deze akte worden betaald door de gemeente.

Tot slot, omdat de gemeente deze afspraken vastlegt als eigenaar en niet als overheidsorgaan, kunnen er geen afspraken worden gemaakt over de aslast. Aslastbeperking wordt geregeld via publiekrechtelijke besluitvorming van de gemeente.

.

 

VESTIGING OPSTALRECHT WERFKELDER

AFHANKELIJK VAN ERFDIENSTBAARHEID

TEN BEHOEVE VAN DE IN APPARTEMENTSRECHTEN

GESPLITSTE GEMEENSCHAP (optie 1b) (de Werfkelder)

Heden, @, verschijnt voor mij, @, notaris te Utrecht:

@, hierbij handelend als schriftelijk gevolmachtigde van:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon: Gemeente Utrecht, gevestigd te Utrecht, met adres 3521 AZ Utrecht, Stadsplateau 1, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 30280353, daarbij handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Utrecht, de dato @ en als zodanig deze rechtspersoon vertegenwoordigend, hierna te noemen: Gemeente;

2. a. @, hierna te noemen: Eigenaar A;

b. @, hierna te noemen: Eigenaar B;

c. @, hierna te noemen: Eigenaar C;

d. @, hierna te noemen: Eigenaar D,

hierna samen te noemen: de Eigenaren.

Partijen verklaren:

A. DEFINITIES

Partijen hanteren in deze akte de volgende definities:

1. de Appartementsrechten:

de @ appartementsrechten (complexaanduiding @A) indices @ tot en met @, ieder uitmakende een onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit het Perceel Eigenaren met het Pand;

2. het Opstalrecht Werfkelder:

het bij deze akte gevestigde en, van de Erfdienstbaarheid Werfkelder afhankelijke recht van opstal, als bedoeld in artikel 5:101 lid 2 Burgerlijk Wetboek, om de Werfkelder in eigendom te hebben, te houden, te onderhouden en te herstellen, onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

3. de Erfdienstbaarheid Werfkelder:

de bij deze akte ten laste van het Perceel Gemeente (als dienend erf) en ten behoeve van het Perceel Eigenaren (als heersend erf) gevestigde, erfdienstbaarheid inhoudend de verplichting voor de rechthebbenden en gebruikers van het dienend erf om te dulden dat de rechthebbenden en gebruikers van het heersend erf de Werfkelder in het Perceel Gemeente hebben, houden, onderhouden en herstellen, onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

4. de Erfdienstbaarheid Werfmuur:

de bij deze akte ten laste van het Perceel Werfmuur (als dienend erf) en ten behoeve van het Perceel Gemeente c.q. het Opstalrecht Werfkelder (als heersend erf) gevestigde, en door de Eigenaren aanvaarde, erfdienstbaarheid inhoudend de verplichting voor de rechthebbenden en gebruikers van het dienend erf om te dulden dat de rechthebbenden en gebruikers van het heersend erf:

- in de Werfmuur ramen en een deur hebben, in aantal en omvang zoals die op de Sluitingsdatum aanwezig zijn, en

- door die deur toegang hebben tot de Werfkelder vanaf de werf en vice versa,

onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

5. het Pand:

de op/in het Perceel Eigenaren gestichte opstallen;

6. het Perceel Eigenaren:

het perceel grond met het Pand, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @ sectie @ nummer @, groot @ vierkante meter (@ m2);

7. het Perceel Gemeente:

het perceel met de openbare weg (op maaiveldniveau), @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, welk perceel schetsmatig met @ is aangegeven op de Tekening;

8. het Perceel Werfmuur:

het aan het Perceel Gemeente grenzende gedeelte van het perceel, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, zoals schetsmatig met @arcering is aangegeven op de Tekening;

9. de Samenwerkingsovereenkomst:

de overeenkomst tot de uitvoering van herstel en onderhoud aan de Werfkelder en het vestigen van onder andere het Opstalrecht Werfkelder, welke vestiging een voorwaarde is voor de verkrijging van een subsidie op basis van de “Beleidsregel kelders wervengebied gemeente Utrecht”, welke overeenkomst is vastgelegd bij de onderhandse akte ondertekend op @, van welke onderhandse akte een kopie aan deze akte is gehecht;

  • 1.

    de Sluitingsdatum:

de datum waarop de Samenwerkingsovereenkomst is gesloten;

11. de Splitsingsakte:

de akte van splitsing op @ verleden, voor @, notaris te @, waarvan een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @, met het daarin van toepassing verklaarde splitsingsreglement;

12. de Tekening:

de aan deze akte gehechte tekening(en) met kenmerk: @, gedateerd @;

13. de Werfkelder:

de in het Perceel Gemeente (beneden maaiveldniveau) gelegen werfkelder, groot circa @ vierkante meter (@ m2), met een ingang aan de werf van de @ te Utrecht en een ingang via de (huis)kelder van het Pand, waarbij voor de toepassing van deze akte:

- het gewelf, de fundering en de waterdichte laag uitdrukkelijk wel onderdeel uitmaken van deze werfkelder, en

- de Werfmuur en de trekankers uitdrukkelijk geen onderdeel uitmaken van deze werfkelder;

14. de Werfmuur:

de op het Perceel Werfmuur gelegen werfmuur met de balie daarboven en de grond daaronder, waarvan de Gemeente eigenaar is en zal blijven.

B. JURIDISCHE ACHTERGROND EN INLEIDING

1. a. De Gemeente is eigenaar van het Perceel Gemeente, waarvan blijkt uit @.

b. De Gemeente is eigenaar van het Perceel Werfmuur. De gerechtigdheid van de Gemeente tot de Werfmuur blijkt uit een akte op @ verleden voor @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @.

2. a. De Eigenaren zijn als gezamenlijke appartementseigenaren gerechtigd tot het Perceel Eigenaren.

b. Het Perceel Eigenaren met het daarop aanwezige Pand zijn bij de Splitsingsakte gesplitst in de Appartementsrechten.

  • 1.

    c. Op de Appartementsrechten is van toepassing het bepaalde in de Splitsingsakte.

  • 2.

    d. De Eigenaren hebben de Appartementsrechten verkregen op de wijze zoals blijkt uit de kadastrale recherches.

3. Partijen beschouwen de Werfkelder als bestanddeel van het Pand en gaan ervan uit c.q. stellen voor zover nodig hierbij onderling vast dat de Perceel Eigenaren als gezamenlijk eigenaar van het Perceel Eigenaren en het Pand door horizontale natrekking conform artikel 5:20 lid 1 sub e Burgerlijk Wetboek tevens gezamenlijk eigenaar zijn van de Werfkelder.

Eigenaar @ heeft het feitelijke gebruik van de Werfkelder als onderdeel van het appartementsrecht met index @, welk appartementsrecht onder meer recht geeft op het uitsluitend gebruik van de Werfkelder, @zoals blijkt uit op de splitsingstekening die is gehecht aan de Splitsingsakte@, hetgeen de Eigenaren hierbij voor zover nodig vaststellen en bevestigen. Teneinde de eigendom van de Werfkelder vast te leggen zijn partijen onder andere overeengekomen het Opstalrecht Werfkelder te vestigen, waarvan blijkt uit de Samenwerkingsovereenkomst.

4. Partijen zijn in dit kader ook overeengekomen:

a. de bevoegdheid tot het hebben van de Werfkelder in het Perceel Gemeente vast te leggen door middel van het vestigen van de Erfdienstbaarheid Werfkelder;

b. afspraken (wederom) vast te leggen omtrent de Werfmuur door middel van het vestigen van de Erfdienstbaarheid Werfmuur;

c. om te voorkomen dat er onduidelijkheden en strijdigheden ontstaan over de voor de Werfkelder en de Werfmuur toepasselijke bepalingen op te nemen dat alle bestaande/oude beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen als bedoeld in artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek en kettingbedingen zijn beëindigd voor zover deze zijn gevestigd en gelden in de relatie tussen de Gemeente en de Eigenaren. 5. Partijen wensen hierbij uitvoering te geven aan de Samenwerkingsovereenkomst en het hiervoor bepaalde.

C. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID WERFKELDER

Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigen en aanvaarden de Gemeente en de Eigenaren hierbij ten laste van het Perceel Gemeente als dienend erf, en ten behoeve van het Perceel Eigenaren als heersend erf: de Erfdienstbaarheid Werfkelder. De Erfdienstbaarheid Werfkelder wordt gevestigd onder de volgende bepalingen:

a. de Erfdienstbaarheid Werfkelder wordt gevestigd voor onbepaalde tijd;

b. voor de Erfdienstbaarheid Werfkelder is geen eenmalige of periodieke vergoeding verschuldigd;

c. de rechthebbenden van het Perceel Eigenaren zijn zonder toestemming van de rechthebbende van het Perceel Gemeente niet bevoegd de Erfdienstbaarheid Werfkelder op te zeggen of daarvan afstand te doen;

d. de rechthebbenden van het Perceel Eigenaren hebben geen recht op een vergoeding bij het eindigen van de Erfdienstbaarheid Werfkelder.

Voor de volledigheid: ten aanzien van het hebben, houden, onderhouden, herstellen en het gebruik van de Werfkelder door de rechthebbenden van het Perceel Eigenaar zijn de bepalingen van het Opstalrecht Werfkelder van toepassing.

D. VESTIGING OPSTALRECHT WERFKELDER

1. Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigt de Gemeente hierbij ten laste van het Perceel Gemeente en ten behoeve van:

a. Eigenaar A, voor het @ (@/@e) gedeelte (appartementsindex @);

b. Eigenaar B, voor het @ (@/@e) gedeelte (appartementsindex @);

c. Eigenaar C, voor het @ (@/@e) gedeelte (appartementsindex @);

d. Eigenaar D, voor het @ (@/@e) gedeelte (appartementsindex @);

die hierbij aanvaarden: het Opstalrecht Werfkelder.

De breukdelen waarvoor het Opstalrecht Werfkelder ten behoeve van ieder van de Eigenaren wordt gevestigd, zijn gebaseerd op en gelijk aan de breukdelen van de Appartementsrechten in het Perceel Eigenaren, zoals vastgelegd in de Splitsingsakte.

2. Degene die op enig moment rechthebbende is van het Opstalrecht Werfkelder wordt hierna aangeduid als: de Eigenaren-Werfkelder. Onder de Eigenaren-Werfkelder worden om die reden ook de rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere titel van de Eigenaren begrepen. De Eigenaren-Werfkelder die op enig moment gerechtigd zijn tot het feitelijke gebruik van de Werfkelder als onderdeel van een appartementsrecht, wordt hierna aangeduid als: de Gebruiker-Werfkelder. Onder de Gebruiker-Werfkelder wordt derhalve de rechtsopvolger onder algemene en bijzondere titel van Eigenaar @ begrepen, zijnde de rechthebbende van het appartementsrecht met index @, welk appartementsrecht onder meer recht geeft op het uitsluitend gebruik van de Werfkelder.

3. Het Opstalrecht Werfkelder wordt gevestigd onder de volgende bepalingen.

1. Duur van het Opstalrecht Werfkelder

Het Opstalrecht Werfkelder gaat vandaag in en eindigt vanwege het afhankelijke karakter wanneer de Erfdienstbaarheid Werfkelder ook eindigt.

2. Vergoeding, retributie

De Eigenaren-Werfkelder zijn voor het Opstalrecht Werfkelder geen eenmalige of periodieke vergoeding verschuldigd. .

3. Gebruik, beheer en onderhoud

1. De Eigenaren-Werfkelder dragen zorg voor het dagelijks beheer van de Werfkelder. De Eigenaren-Werfkelder zijn verplicht de Werfkelder in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder en de daarboven gelegen openbare weg.

2. De Gemeente is verplicht het Perceel Gemeente en de Werfmuur (inclusief spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder.

3. De Gebruiker-Werfkelder zal de Gemeente, na schriftelijke aankondiging en op een in gezamenlijk overleg vastgesteld moment, in de gelegenheid stellen de Werfkelder te betreden voor inspectie van de Werfkelder en inspectie, onderzoek, onderhoud, reparaties en vernieuwingen aan de Werfmuur en de boven de Werfkelder gelegen openbare weg, voor welke werkzaamheden de Werfkelder toegankelijk moet zijn voor de Gemeente en de door haar ingeschakelde hulppersonen. De werkzaamheden zullen zoveel mogelijk worden uitgevoerd op de voor de Gebruiker-Werfkelder minst bezwaarlijke wijze, waarbij eventuele overlast zoveel mogelijk wordt beperkt.

4. De Eigenaren-Werfkelder zijn verplicht de aanwezigheid van kabels en leidingen die bestemd zijn voor het transport of de distributie van stoffen, energie of informatie (ten behoeve van openbare doeleinden) van een gemeente, nutsbedrijven of een netbeheerder te gedogen, en te gedogen dat deze worden onderhouden en vernieuwd. Het voorgaande geldt zowel voor kabels en leidingen die al aanwezig zijn in de Werfkelder, als voor kabels en leidingen die met toestemming van de Eigenaren-Werfkelder nog zullen worden aangebracht.

4. Geen afzonderlijke overgang van het Opstalrecht Werfkelder

Het (aandeel in het) Opstalrecht Werfkelder kan wegens zijn afhankelijk karakter niet afzonderlijk van de Erfdienstbaarheid Werfkelder overgaan op een derde en daardoor ook niet afzonderlijk van het Perceel Eigenaren noch afzonderlijk van de Appartementsrechten overgaan op een derde, hetgeen mede tot gevolg heeft dat bij de eigendomsoverdracht van (een of meer van) de Appartementsrechten aan een derde, het daarmee corresponderende aandeel in het Opstalrecht Werfkelder automatisch mee overgaat naar deze derde.

5. Einde van het Opstalrecht Werfkelder

De Eigenaren-Werfkelder en de Gemeente zijn niet bevoegd het Opstalrecht Werfkelder eenzijdig op te zeggen.

E. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID WERFMUUR

Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigen en aanvaarden de Gemeente en de Eigenaren hierbij, ten behoeve van het Perceel Gemeente (waarop c.q. het Opstalrecht Werfkelder met toepassing van artikel 5:84 Burgerlijk Wetboek), als heersend erf, en ten laste van het Perceel Werfmuur, als dienend erf:

de Erfdienstbaarheid Werfmuur.

De Erfdienstbaarheid Werfmuur wordt gevestigd onder de volgende bepalingen::

a. de Gemeente is gerechtigd in de Werfmuur al die wijzigingen aan te brengen die zij in verband met de algemene welstand, het herstel, het onderhoud en de restauratie van de Werfmuur, en ook met het oog op de veiligheid, nodig zal oordelen;

b. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van het hang- en sluitwerk in de deur en ramen van de Werfmuur en de vervanging van gebroken ruiten in die deur en ramen door nieuwe, zal geschieden door de rechthebbende van de Werfkelder; de kosten daarvan zijn voor rekening van de rechthebbende van de Werfkelder;

c. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van alle andere onderdelen van de Werfmuur (inclusief deuren, kozijnen, spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) zal geschieden door de Gemeente; de kosten daarvan – voor zover die niet onder de vorige bepaling vallen – zijn voor rekening van de Gemeente;

d. de Erfdienstbaarheid Werfmuur eindigt zodra de Erfdienstbaarheid Werfkelder eindigt;

e. indien de Werfmuur blijkens een onherroepelijke rechtelijke uitspraak als bestanddeel wordt aangemerkt van de Werfkelder, dan zullen de Gemeente en de eigenaar van de Werfkelder met elkaar in overleg treden om te komen tot een regeling met als uitgangspunt dat de Gemeente het beheer en onderhoud aan de Werfmuur kan verrichten als zijnde eigenaar van de Werfmuur, onder de voorwaarden en bepalingen van de Erfdienstbaarheid Werfmuur.

F. KETTINGBEDING EN KWALITATIEVE VERPLICHTING

1. De Gemeente en de Eigenaren gaan ervan uit dat de ten aanzien van de Erfdienstbaarheid Werfkelder, het Opstalrecht Werfkelder en de Erfdienstbaarheid Werfmuur toepasselijke bepalingen goederenrechtelijke werking en/of derdenwerking hebben, hetgeen de Gemeente en de Eigenaren ook uitdrukkelijk beogen.

De hierna in dit artikel vermelde bedingen zijn gemaakt ter versterking van voormelde beoogde derdenwerking.

2. De Eigenaren zijn jegens de Gemeente verplicht om de in sub F.1. bedoelde bepalingen en het in dit sub F.2. bepaalde, als kettingbeding bij elke gehele of gedeeltelijke vervreemding van het Perceel Eigenaren en/of de Appartementsrechten aan rechtsopvolgers op te leggen door middel van vermelding in de betreffende akte, zodanig dat iedere nieuwe gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk wordt voor deze verplichtingen.

Onder vervreemden wordt in deze akte verstaan:

a. verkoop (daaronder begrepen: vrijwillige openbare verkoop);

b. levering;

c. huurkoop;

d. vestigen van een beperkt genotsrecht;

e. opheffen van enige onverdeeldheid, waartoe het Perceel Eigenaren en/of de Appartementsrechten te eniger tijd behoort, met toedeling aan een ander dan de Eigenaren;

f. inbreng in een rechtspersoon of personenvennootschap; en/of

g. het sluiten van overeenkomsten en het verrichten van rechtshandelingen, die er op gericht zijn, respectievelijk waarbij de Eigenaren verplicht zijn/worden, tot vervreemden in de zin van dit artikel.

Indien de Eigenaren tekortschieten in de nakoming van deze verplichtingen met kettingbeding (waaronder de verplichting tot het opleggen van onderhavige bepalingen aan een nieuwe gerechtigde) zal hij ten behoeve van de Gemeente een terstond en zonder ingebrekestelling en/of rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren van tienduizend euro (€ 10.000,00) voor iedere overtreding.

Het recht tot het opeisen van een boete vervalt één (1) jaar, nadat de overtreding aan de Gemeente bekend is geworden, indien in die periode geen enkele stap tot invordering van de boete is genomen.

Indien een rechthebbende van het Perceel Eigenaren en/of de Appartementsrechten, het Perceel Eigenaren en/of de Appartementsrechten heeft vervreemd met inachtneming van dit artikel F.2 dan is die rechthebbende jegens de Gemeente bevrijd van en gekweten voor de in dit artikel F.2 vermelde verplichtingen.

3. De Eigenaren vestigen en de Gemeente aanvaardt de hiervoor onder A, C, D en E vermelde verplichtingen hierbij ook als kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek, zodat deze verplichtingen zullen overgaan op degenen die het Perceel Eigenaren en/of de Appartementsrechten (en daarmee ook het Opstalrecht Werfkelder of een aandeel daarin) onder bijzondere titel zullen verkrijgen en degenen die van de Eigenaren een recht tot gebruik van het Perceel Eigenaren en/of de Appartementsrechten (en daarmee ook het Opstalrecht Werfkelder of een aandeel daarin) zullen verkrijgen mede gebonden zullen zijn.

De Gemeente kiest hierbij woonplaats op zijn voormeld adres.

G. BEHEERREGELING EN WIJZIGING SPLITSING

Het voorgaande laat onverlet het bepaalde in de Splitsingsakte, waarin de tussen de Eigenaren geldende bepalingen omtrent gebruik, beheer, onderhoud en kosten zijn vastgelegd.

De Eigenaren gaan ervan uit dat door voormelde horizontale natrekking, de Werfkelder als bestanddeel van het Pand reeds wordt beheerst door het bepaalde in de Splitsingsakte, en stellen hierbij samen vast dat het Opstalrecht Werfkelder ook zal worden beheerst door het bepaalde in de Splitsingsakte.

De Eigenaren komen met elkaar overeen het Opstalrecht Werfkelder te benoemen als onderdeel van het in de Appartementsrechten gesplitste gemeenschap bij de eerstvolgende wijziging van de Splitsingsakte.

H. BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN

1. Publiekrechtelijke beperkingen

1. Op het Perceel Eigenaren en de Appartementsrechten rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Op het Perceel Gemeente en het Perceel Werfmuur rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Afstand van bijzondere lasten en beperkingen

1. Ter uitvoering van het hiervoor bepaalde onder B.4.c. doen de Eigenaren respectievelijk de Gemeente hierbij ten behoeve van de Gemeente respectievelijk de Eigenaren afstand als bedoeld in artikel 3:81 lid 2 sub c Burgerlijk Wetboek van alle beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen die tussen de Gemeente en de Eigenaren gelden met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur, welke afstand hierbij door de Gemeente respectievelijk de Eigenaren wordt aanvaard.

@variabel

Deze afstand geldt echter niet voor de beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur die de Gemeente en de Eigenaren in stand wensen te houden, welke van toepassing blijvende bepalingen hierna woordelijk zijn opgenomen en afkomstig zijn uit de akte van @ op @ voor mr. @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te @), op @ in deel @ nummer @. De van toepassing blijvende beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur luiden als volgt:

“@”.

@einde variabel

2. Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de openbare registers voor registergoederen wordt de afstand van de beperkte rechten, kwalitatieve verplichting en kettingbedingen en de aanvaarding daarvan opgenomen in sub H.2.1 geëffectueerd, waardoor de desbetreffende bepalingen tenietgaan.

3. Aanvaarding

Partijen aanvaarden alle in deze akte vermelde bijzondere lasten en beperkingen hierbij uitdrukkelijk. Voor zover in voormelde bepalingen verplichtingen, lasten en/of beperkingen voorkomen, waarvan partijen verplicht zijn deze aan partijen op te leggen, worden deze verplichtingen, lasten en/of beperkingen hierbij aan partijen opgelegd. Voor zover voormelde bepalingen rechten behelzen die ten behoeve van (een) derde(n) moeten worden bedongen, worden die rechten bij deze uitdrukkelijk door partijen bedongen en door partijen ten behoeve van die derde(n) aanvaard.

I. DIVERSEN

1. Continuering Samenwerkingsovereenkomst

Tussen partijen blijft van kracht hetgeen is overeengekomen in de Samenwerkingsovereenkomst, met dien verstande dat geen beroep meer kan worden gedaan op eventuele overeengekomen ontbindende voorwaarden en dat eventuele opschortende voorwaarden geacht worden te zijn vervuld dan wel zijn komen te vervallen.

2. Kosten

De notariële kosten en het kadastraal recht wegens deze akte inclusief de eventueel daarover verschuldigde omzetbelasting zijn voor rekening van de Gemeente.

De eventueel verschuldigde overdrachtsbelasting is voor rekening van de Eigenaren.

3. Omzetbelasting en overdrachtsbelasting

1. Ter zake de in deze akte opgenomen vestiging van de beperkte rechten is geen omzetbelasting verschuldigd.

2. De krachtens deze akte te vestigen beperkte rechten hebben volgens verklaring van partijen geen zelfstandige waarde. Wegens de vestiging van de beperkte rechten is geen eenmalige of periodieke vergoeding verschuldigd. Volledigheidshalve, ter zake van het (toekomstige) gebruik is eveneens geen vergoeding verschuldigd, met uitzondering van de verplichtingen ten aanzien van onderhoud, herstel en vernieuwing als vermeld in onderhavige akte. Mitsdien verklaren partijen dat de ter zake de verkrijging van de bij deze akte gevestigde beperkte rechten voor de overdrachtsbelasting in acht te nemen waarde nihil is en derhalve dat wegens de vestiging van de beperkte rechten geen overdrachtsbelasting is verschuldigd.

4. Toestemming hypotheekhouder

De toestemming van de hypotheekhouder blijkt uit @.

5. Openbare registers

Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de daartoe bestemde openbare registers voor registergoederen wordt de vestiging van de bij deze akte gevestigde beperkte rechten geëffectueerd.

6. Geen verificatiekosten verschuldigd

Het Perceel Gemeente is kleiner dan éénhonderd vierkante meter (100 m2) en heeft een waarde van minder dan zesduizend vijfhonderd euro (€ 6.500,00), zodat derhalve geen verificatiekosten verschuldigd zijn ten aanzien van de uitmeting van het Perceel Gemeente en hierop het verlaagde meettarief van toepassing is.

7. Volmachten

Van de volmacht van de Gemeente blijkt uit de Samenwerkingsovereenkomst.

Van de volmacht van de Eigenaren blijkt uit @ onderhandse akte, die aan deze akte is gehecht.

SLOT

De comparant is mij, notaris, bekend.

Verder heb ik, notaris, de zakelijke inhoud van de akte meegedeeld aan de comparant en daarop een toelichting gegeven, inclusief de uit de inhoud van de akte voortvloeiende gevolgen.

De comparant verklaart van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen. Ook verklaart de comparant uitdrukkelijk in te stemmen met de beperkte voorlezing van de akte. Dadelijk na beperkte voorlezing is de akte door de comparant en door mij, notaris, ondertekend. De akte is verleden te Utrecht, op de datum aan het begin van deze akte vermeld,

om

 

Model 2a - ERFPACHT GEEN APP - WERFKELDER

 

------------

Dit model behoort bij Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht en ziet op de situatie dat de kelder verbonden is met het pand dat uitgegeven is in erfpacht. Per geval wordt bekeken wat de feitelijke en juridische situatie is en of er aanpassingen op de akte nodig zijn om het daarop te laten aansluiten.

TOELICHTING

Pand in erfpacht werfkelder (model 2a)

Uw pand is aan u uitgeven in erfpacht. Uit de erfpachtakte blijkt echter niet duidelijk dat de werfkelder ook onder het erfpachtrecht valt. Hierdoor zou discussie kunnen ontstaan over de vraag wie gebruik mag maken van de kelder (u of de gemeente). Om onduidelijkheid en onzekerheid in de toekomst te voorkomen heeft de gemeente de wens om dit nu goed vast te leggen en direct ook de overige (privaatrechtelijke) afspraken omtrent de werven en de werfkelder. Dat is het doel van deze akte.

Om dit te regelen wordt in deze akte het volgende vastgelegd:

 

  • 1.

    a) Het erfpachtrecht wordt aangepast. Juridisch gezien is daarvoor nodig dat een erfpachtrecht wordt gevestigd voor de kelder. Dit erfpachtrecht wordt vervolgens samengevoegd met het bestaande erfpachtrecht en gewijzigd zodat er één erfpachtrecht is voor het pand én de werfkelder (hoofdstuk C. van de akte).

  • 2.

    b) Ook wordt met een erfdienstbaarheid geregeld wat u met/in de werfmuur, waarvan de gemeente eigenaar is, mag doen (hoofdstuk D. van de akte).

  • 3.

    c)  Tot slot is het van belang dat – nu deze zaken voor de toekomst goed worden geregeld – deze bepalingen ook kenbaar worden gemaakt aan nieuwe erfpachters en aan hen worden doorgelegd. Daarom worden de bepalingen vastgelegd als kettingbeding en kwalitatieve verplichting. U bent tegenover de gemeente verplicht om de bepalingen bij een verkoop in de notariële akte van levering op te nemen, anders kan een boete verschuldigd zijn (hoofdstuk E. van de akte).

De boete ziet alleen op de verplichting om de bepalingen door te leggen, niet op de naleving van die bepalingen.

In het kader van bovenstaande worden in de akte ook direct afspraken vastgelegd over het onderhoud van de werfkelder en de openbare weg, over inspectie, onderhoud, herstel en vernieuwingen aan de werfmuur en de weg die boven de kelder ligt. Daarnaast wordt vastgelegd dat de bestaande kabels en leidingen, of kabels en leidingen die in overleg met de keldereigenaar nog worden aangelegd, aanwezig mogen zijn en onderhouden/vernieuwd mogen worden.

Wanneer er een hypotheekrecht op het pand is gevestigd moet de hypotheekhouder (meestal de bank) toestemming geven op de akte. De betrokken notaris zal dit aanvragen.

De kosten van het Kadaster en de notaris in verband met deze akte worden betaald door de gemeente.

Tot slot, omdat de gemeente deze afspraken vastlegt als eigenaar en niet als overheidsorgaan, kunnen er geen afspraken worden gemaakt over de aslast. Aslastbeperking wordt geregeld via publiekrechtelijke besluitvorming van de gemeente.

VESTIGING, SAMENVOEGING EN WIJZIGING ERFPACHT (optie 2a)

(de Werfkelder)

Heden, @, verschijnt voor mij, @, notaris te Utrecht:

@, hierbij handelend als schriftelijk gevolmachtigde van:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon: Gemeente Utrecht, gevestigd te Utrecht, met adres 3521 AZ Utrecht, Stadsplateau 1, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 30280353, daarbij handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Utrecht, de dato @ en als zodanig deze rechtspersoon vertegenwoordigend, hierna te noemen: Gemeente;

2. @,

hierna (samen) te noemen: de Rechthebbende.

Partijen verklaren:

A. DEFINITIES

Partijen hanteren in deze akte de volgende definities:

1. de Bijzondere Erfpachtvoorwaarden:

de bijzondere bepalingen waaronder de Erfpacht Oud blijkens de Erfpachtakte is gevestigd;

2. de Erfdienstbaarheid Werfmuur:

de bij deze akte ten laste van het Perceel Werfmuur (als dienend erf) en ten behoeve van het Perceel Gemeente (als heersend erf) gevestigde erfdienstbaarheid inhoudend de verplichting voor de rechthebbenden en gebruikers van het dienend erf om te dulden dat de rechthebbenden en gebruikers van het heersend erf:

- in de Werfmuur ramen en een deur hebben, in aantal en omvang zoals die op de Sluitingsdatum aanwezig zijn, en

- door die deur toegang hebben tot de Werfkelder vanaf de werf en vice versa,

onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

3. de Erfpachtakte:

de notariële akte waarbij de Gemeente de Erfpacht Oud op het Perceel Rechthebbende heeft gevestigd, te weten: de akte op @ verleden voor mr. @, notaris te @, waarvan een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @;

4. de Erfpacht Oud:

de erfpacht als bedoeld in artikel 5:85 Burgerlijk Wetboek voor onbepaalde tijd van het Perceel Rechthebbende, gevestigd bij de Erfpachtakte;

5. de Erfpacht:

de in deze akte gevestigde en met de Erfpacht Oud samengevoegde en gewijzigde erfpacht;

6. de Erfpachter:

degene die op enig moment rechthebbende is van de Erfpacht;

7. het Gebouw:

- het Pand, en

- de Werfkelder.

8. het Pand:

de op/in het Perceel Rechthebbende gestichte opstallen;

9. het Perceel Rechthebbende:

het perceel grond met het Pand, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @ sectie @ nummer @, groot @ vierkante meter (@ m2);

10. het Perceel Gemeente:

het perceel met de openbare weg, @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, welk perceel schetsmatig met @ is aangegeven op de Tekening;

11. het Perceel Werfmuur:

het aan het Perceel Gemeente grenzende gedeelte van het perceel, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, zoals schetsmatig met @ is aangegeven op de Tekening;

12. de Samenwerkingsovereenkomst:

de samenwerkingsovereenkomst tot de uitvoering van herstel en onderhoud aan de Werfkelder en onder andere het vestigen, samenvoegen en wijzigen van een recht van erfpacht, hetgeen een voorwaarde is voor de verkrijging van een subsidie op basis van de “Beleidsregel kelders wervengebied gemeente Utrecht”, welke overeenkomst is vastgelegd bij de onderhandse akte ondertekend op @, van welke onderhandse akte een kopie aan deze akte is gehecht;

13. de Sluitingsdatum:

de datum waarop de Samenwerkingsovereenkomst is gesloten;

14. de Tekening:

de aan deze akte gehechte tekening(en) met kenmerk: @, gedateerd @;

15. de Werfkelder:

de in het Perceel Gemeente (beneden maaiveldniveau) gelegen werfkelder groot circa @ vierkante meter (@ m2), met een ingang aan de werf van de @ te Utrecht en een ingang via de (huis)kelder, waarbij voor de toepassing van deze akte:

- het gewelf, fundering en de waterdichte laag uitdrukkelijk wel onderdeel uitmaken van deze werfkelder, en

- de Werfmuur en de trekankers uitdrukkelijk geen onderdeel uitmaken van deze werfkelder;

16. de Werfmuur:

de op het Perceel Werfmuur gelegen werfmuur met de balie daarboven en de grond daaronder, die uitdrukkelijk geen onderdeel uitmaakt van de Erfpacht.

B. JURIDISCHE ACHTERGROND EN INLEIDING

1. a. De Gemeente is:

- eigenaar van het Perceel Gemeente en het Perceel Werfmuur, en

- ‘bloot’ eigenaar van het Perceel Rechthebbende, wat blijkt uit @

b. De gerechtigdheid van de Gemeente tot de Werfmuur blijkt uit een akte op @ verleden voor @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @.

2. a. De Rechthebbende is gerechtigd tot de Erfpacht Oud.

b. De Rechthebbende heeft de Erfpacht Oud verkregen door de inschrijving in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @, van een afschrift van @ op @ verleden voor @, notaris te @.

3. Partijen beschouwen de Werfkelder als bestanddeel van het Pand en gaan ervan uit en c.q. stellen voor zover nodig hierbij onderling vast dat de rechthebbende van (een erfpachtrecht op) het Perceel Rechthebbende door horizontale natrekking conform artikel 5:20 lid 1 sub e Burgerlijk Wetboek ook rechthebbende is van de Werfkelder en dat de Erfpacht Oud daarmee mede het uitsluitend gebruik van de Werfkelder omvat.

4. Partijen zijn in dit kader in de Samenwerkingsovereenkomst overeengekomen::

a. de gerechtigdheid van de Rechthebbende tot de Werfkelder vast te leggen, door middel van het vestigen van een recht van erfpacht ten aanzien van het Perceel Gemeente en de samenvoeging met en wijziging van de Erfpacht Oud, zodanig dat de Erfpacht ontstaat;

b. afspraken (wederom) vast te leggen omtrent de Werfmuur door middel van het vestigen van de Erfdienstbaarheid Werfmuur, en

c. om te voorkomen dat er onduidelijkheden en strijdigheden ontstaan over de voor de Werfkelder en de Werfmuur toepasselijke bepalingen, op te nemen dat alle bestaande/oude beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen als bedoeld in artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek en kettingbedingen zijn beëindigd.

5. Partijen wensen hierbij uitvoering te geven aan de Samenwerkingsovereenkomst en het hiervoor bepaalde.

C. VESTIGING, SAMENVOEGING EN WIJZIGING ERFPACHT

Hierbij vestigt de Gemeente een recht van erfpacht op het Perceel Gemeente ten behoeve van de Rechthebbende, die hierbij dit recht van erfpacht aanvaardt en de Gemeente en de Rechthebbende wijzigen de Erfpacht Oud in die zin dat het hierbij gevestigde recht van erfpacht wordt samengevoegd met de Erfpacht Oud, zodat hierbij de Erfpacht ontstaat.

De Erfpacht wordt geacht met ingang van de in de Erfpachtakte opgenomen ingangsdatum te zijn gevestigd onder de volgende bepalingen:

1. Omvang van de Erfpacht

De Erfpacht geeft de Erfpachter het recht op het uitsluitend gebruik van het Gebouw.

2. Gebruik, beheer en onderhoud

1. In aanvulling op @artikel 14 van de hierna omschreven Algemene voorwaarden voor uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht 1989 (AV 1989)@ is de Erfpachter verplicht de Werfkelder in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder en de daarboven gelegen openbare weg.

2. De Gemeente is verplicht het Perceel Gemeente en de Werfmuur (inclusief spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die een negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder.

3. De Erfpachter zal de Gemeente, na schriftelijke aankondiging en op een in gezamenlijk overleg vastgesteld moment, in de gelegenheid stellen de Werfkelder te betreden voor inspectie van de Werfkelder en inspectie, onderzoek, onderhoud, reparaties en vernieuwingen aan de Werfmuur en de boven de Werfkelder gelegen openbare weg, voor welke werkzaamheden de Werfkelder toegankelijk moet zijn voor de Gemeente en de door haar ingeschakelde hulppersonen. De werkzaamheden zullen zoveel mogelijk worden uitgevoerd op de voor de Erfpachter minst bezwaarlijke wijze, waarbij eventuele overlast zoveel mogelijk wordt beperkt.

4. De Erfpachter is verplicht de aanwezigheid van kabels en leidingen die bestemd zijn voor het transport of de distributie van stoffen, energie of informatie (ten behoeve van openbare doeleinden) van een gemeente, nutsbedrijven of een netbeheerder te gedogen en te gedogen dat deze worden onderhouden en vernieuwd. Het voorgaande geldt zowel voor kabels en leidingen die al aanwezig zijn in de Werfkelder als voor kabels en leidingen die met toestemming van de Erfpachter nog zullen worden aangebracht.

3. Algemene erfpachtvoorwaarden

Op de Erfpacht is en blijft van toepassing het bepaalde in

@variabel (erfpachtvoorwaarden 74)

de Algemene Bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1974, zoals deze zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente Utrecht op vijftien augustus negentienhonderd vierenzeventig (15-8-1974) en vermeld in het Gemeenteblad van Utrecht van negentienhonderd vierenzeventig, nummer 129, ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Utrecht) op twintig december negentienhonderd zesenzeventig (20-12-1976), in deel 3261 nummer 100.

@variabel (erfpachtvoorwaarden 83)

de Algemene Bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1983, zoals deze zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente Utrecht op tweeëntwintig maart negentienhonderd vierentachtig (22-3-1984) en opgenomen in een akte, tweeëntwintig juni negentienhonderd vierentachtig (22-6-1984) verleden voor notaris J.F. Welle Donker te Utrecht, ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Utrecht) op zesentwintig juni negentienhonderd vierentachtig (26-6-1984) in deel 4851 nummer 45.

@variabel (erfpachtvoorwaarden 89)

de Algemene voorwaarden voor uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht 1989 (AV 1989), zoals die voorwaarden zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente Utrecht in zijn vergadering van tweeëntwintig juni negentienhonderd negenentachtig (22-6-1989) (Gedrukte Verzameling 1989, nummer 1871 S.O.G.) en zoals die voorwaarden zijn vermeld in- en gehecht aan een akte van depot op zesentwintig juli negentienhonderd negenentachtig (26-7-1989) verleden voor notaris mr. H.A. Teijen te Utrecht, ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Utrecht) op zesentwintig juli negentienhonderd negenentachtig (26-7-1989) in deel 6242 nummer 19.

4. Bijzondere Erfpachtvoorwaarden

Met betrekking tot de van toepassing zijnde en blijvende Bijzondere Erfpachtvoorwaarden, wordt volledigheidshalve verwezen naar hetgeen is vermeld de Erfpachtakte, waarin onder meer voorkomt het navolgende, woordelijk luidend:

“@”.

D. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID WERFMUUR

Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigen en aanvaarden de Gemeente en de Rechthebbende hierbij, ten laste van het Perceel Werfmuur (met toepassing van artikel 5:84 Burgerlijk Wetboek), als dienend erf, en ten behoeve van het Perceel Gemeente, als heersend erf.

de Erfdienstbaarheid Werfmuur wordt gevestigd onder de volgende bepalingen:

a. de Gemeente is gerechtigd in de Werfmuur al die wijzigingen aan te brengen die zij in verband met de algemene welstand, het herstel, het onderhoud en de restauratie van de Werfmuur, en ook met het oog op de veiligheid, nodig zal oordelen;

b. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van het hang- en sluitwerk in de deur en ramen van de Werfmuur en de vervanging van gebroken ruiten in die deur en ramen door nieuwe, zal geschieden door de Erfpachter, de kosten daarvan zijn voor rekening van de Erfpachter;

c. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van alle andere onderdelen van de Werfmuur (inclusief deuren, kozijnen, spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) zal geschieden door de Gemeente; de kosten daarvan – voor zover die niet onder de vorige bepaling vallen – zijn voor rekening van de Gemeente;

d. de Erfdienstbaarheid Werfmuur eindigt zodra de Erfpacht eindigt.

E. KETTINGBEDING EN KWALITATIEVE VERPLICHTING

1. De Gemeente en de Rechthebbende gaan ervan uit dat de ten aanzien van de Erfpacht en de Erfdienstbaarheid Werfmuur toepasselijke bepalingen goederenrechtelijke werking en/of derdenwerking hebben, hetgeen de Gemeente en de Rechthebbende ook uitdrukkelijk beogen.

De hierna in dit artikel vermelde bedingen zijn gemaakt ter versterking van voormelde beoogde derdenwerking.

2. De Rechthebbende is jegens de Gemeente verplicht om de in sub E. 1 bedoelde bepalingen en het in sub E.2. bepaalde, als kettingbeding bij elke gehele of gedeeltelijke vervreemding van de Erfpacht aan rechtsopvolgers op te leggen door middel van vermelding in de betreffende akte, zodanig dat iedere nieuwe gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk wordt voor deze verplichtingen.

Onder vervreemden wordt in deze akte verstaan:

a. verkoop (daaronder begrepen: vrijwillige openbare verkoop);

b. levering;

c. huurkoop;

d. vestigen van een beperkt genotsrecht;

e. opheffen van enige onverdeeldheid, waartoe de Erfpacht te eniger tijd behoort, met toedeling aan een ander dan de Rechthebbende;

f. inbreng in een rechtspersoon of personenvennootschap; en/of

g. het sluiten van overeenkomsten en het verrichten van rechtshandelingen, die er op gericht zijn, respectievelijk waarbij de Rechthebbende verplicht is/wordt, tot vervreemden in de zin van dit artikel.

Indien de Rechthebbende tekortschiet in de nakoming van deze verplichtingen met kettingbeding (waaronder de verplichting tot het opleggen van onderhavige bepalingen aan een nieuwe gerechtigde) zal hij ten behoeve van de Gemeente een terstond en zonder ingebrekestelling en/of rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren van tienduizend euro (€ 10.000,00) voor iedere overtreding.

Het recht tot het opeisen van een boete vervalt één (1) jaar, nadat de overtreding aan de Gemeente bekend is geworden, indien in die periode geen enkele stap tot invordering van de boete is genomen.

Indien een rechthebbende van de Erfpacht de Erfpacht heeft vervreemd met inachtneming van dit artikel E.2 dan is die rechthebbende jegens de Gemeente bevrijd van en gekweten voor de in dit artikel E.2 vermelde verplichtingen.

3. De Rechthebbende vestigt en de Gemeente aanvaardt de hiervoor de in sub E.1 bedoelde bepalingen hierbij ook als kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek, zodat deze verplichtingen zullen overgaan op degenen die de Erfpacht onder bijzondere titel zullen verkrijgen en degenen die van de Rechthebbende een recht tot gebruik van de Erfpacht zullen verkrijgen mede gebonden zullen zijn.

De Gemeente kiest hierbij woonplaats op zijn voormeld adres.

F. BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN

1. Publiekrechtelijke beperkingen

1. Op het Perceel Rechthebbende rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Op het Perceel Gemeente en het Perceel Werfmuur rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Afstand van bijzondere lasten en beperkingen

1. Ter uitvoering van het hiervoor bepaalde onder B.4.c. doet de Rechthebbende met toepassing van artikel 5:84 lid 4 Burgerlijk Wetboek, respectievelijk de Gemeente hierbij ten behoeve van de Gemeente respectievelijk de Rechthebbende afstand als bedoeld in artikel 3:81 lid 2 sub c Burgerlijk Wetboek van alle beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen die tussen de Gemeente en de Rechthebbende gelden met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur, welke afstand hierbij door de Gemeente respectievelijk de Rechthebbende wordt aanvaard.

Deze afstand geldt echter niet voor de beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur die de Gemeente en de Rechthebbende in stand wensen te houden, welke van toepassing blijvende bepalingen hiervoor onder C.4 woordelijk zijn opgenomen

@variabel

alsmede de bepalingen die hierna woordelijk zijn opgenomen en afkomstig zijn uit de akte van @ op @ voor mr. @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te @), op @ in deel @ nummer @, welke luiden als volgt:

“@”.

@einde variabel

2. Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de openbare registers voor registergoederen wordt de afstand van de beperkte rechten, kwalitatieve verplichting en kettingbedingen en de aanvaarding daarvan opgenomen in sub F.2.1 geëffectueerd, waardoor de desbetreffende bepalingen tenietgaan.

3. Aanvaarding

Partijen aanvaarden alle in deze akte vermelde bijzondere lasten en beperkingen hierbij uitdrukkelijk. Voor zover in voormelde bepalingen verplichtingen, lasten en/of beperkingen voorkomen, waarvan partijen verplicht zijn deze aan partijen op te leggen, worden deze verplichtingen, lasten en/of beperkingen hierbij aan partijen opgelegd. Voor zover voormelde bepalingen rechten behelzen die ten behoeve van (een) derde(n) moeten worden bedongen, worden die rechten bij deze uitdrukkelijk door partijen bedongen en door partijen ten behoeve van die derde(n) aanvaard.

G. DIVERSEN

1. Continuering Samenwerkingsovereenkomst

Tussen partijen blijft van kracht hetgeen is overeengekomen in de Samenwerkingsovereenkomst, met dien verstande dat geen beroep meer kan worden gedaan op eventuele overeengekomen ontbindende voorwaarden en dat eventuele opschortende voorwaarden geacht worden te zijn vervuld dan wel zijn komen te vervallen.

2. Kosten

De notariële kosten en het kadastraal recht wegens deze akte inclusief de eventueel daarover verschuldigde omzetbelasting zijn voor rekening van de Gemeente.

De eventueel verschuldigde overdrachtsbelasting is voor rekening van de Rechthebbende.

3. Omzetbelasting en overdrachtsbelasting

De wijziging van de Erfpacht Oud wordt in artikel 6 lid 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 gezien als een verkrijging van een nieuw beperkt recht waarbij overdrachtsbelasting geheven wordt over het verschil in waarde tussen het oude en het nieuwe beperkte recht. Indien uitsluitend de schuldplichtigheid wordt gewijzigd wordt op grond van artikel 9 lid 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 het verschil in waarde op nihil gesteld.

Partijen stellen het verschil in waarde tussen het oude en het nieuwe beperkte recht en de waarde van de overige bij deze akte gevestigde beperkte rechten, ter berekening van de verschuldigde overdrachtsbelasting, op nihil. De krachtens deze akte te vestigen beperkte rechten hebben volgens verklaring van partijen geen zelfstandige waarde. Wegens de vestiging van de beperkte rechten is geen (eenmalige of periodieke) vergoeding en/of retributie, hoe ook genaamd, verschuldigd die niet reeds uit de Erfpachtakte voortvloeide. Mitsdien verklaren partijen dat wegens de in deze akte geconstateerde (rechts)handeling(en) geen omzetbelasting en/of overdrachtsbelasting is verschuldigd.

4 . Toestemming hypotheekhouder

De toestemming van de hypotheekhouder blijkt uit @.

5. Openbare registers

Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de daartoe bestemde openbare registers voor registergoederen wordt de vestiging van de bij deze akte gevestigde beperkte rechten geëffectueerd.

6. Geen verificatiekosten verschuldigd

Het Perceel Gemeente is kleiner dan éénhonderd vierkante meter (100 m2) en heeft een waarde van minder dan zesduizend vijfhonderd euro (€ 6.500,00), zodat derhalve geen verificatiekosten verschuldigd zijn ten aanzien van de uitmeting van het Perceel Gemeente en hierop het verlaagde meettarief van toepassing is.

7. Volmachten

Van de volmacht van de Gemeente blijkt uit de Samenwerkingsovereenkomst.

Van de volmacht van de Rechthebbende blijkt uit @ onderhandse akte, die aan deze akte is gehecht.

SLOT

De comparant is mij, notaris, bekend.

Verder heb ik, notaris, de zakelijke inhoud van de akte meegedeeld aan de comparant en daarop een toelichting gegeven, inclusief de uit de inhoud van de akte voortvloeiende gevolgen.

De comparant verklaart van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen. Ook verklaart de comparant uitdrukkelijk in te stemmen met de beperkte voorlezing van de akte. Dadelijk na beperkte voorlezing is de akte door de comparant en door mij, notaris, ondertekend. De akte is verleden te Utrecht, op de datum aan het begin van deze akte vermeld,

om

MODEL 2b ERFPACHT WEL APP

Dit model behoort bij Beleidsregel herstel kelders wervengebied gemeente Utrecht en ziet op de situatie dat de kelder verbonden is met het pand dat is uitgegeven in erfpacht en is gesplitst in appartementsrechten. Per geval wordt bekeken wat de feitelijke en juridische situatie is en of er aanpassingen op de akte nodig zijn om het daarop te laten aansluiten.

TOELICHTING

Pand in erfpacht gesplitst in appartementsrechte werfkelder, kelder niet genoemd in erfpacht (model 2b)

Het pand waar uw appartement onderdeel van uitmaakt is uitgeven in erfpacht en nadien gesplitst in appartementsrechten. Uit de erfpachtakte blijkt echter niet duidelijk dat de werfkelder ook onder het erfpachtrecht valt. Hierdoor zou discussie kunnen ontstaan over de vraag wie gebruik mag maken van de kelder (de erfpachter/appartementsgerechtigde of de gemeente).

Om onduidelijkheid en onzekerheid in de toekomst te voorkomen heeft de gemeente de wens om dit nu goed vast te leggen en direct ook de overige (privaatrechtelijke) afspraken omtrent de werven en de werfkelder. Dat is het doel van deze akte.

Om dit te regelen wordt in deze akte het volgende vastgelegd:

(a) Het erfpachtrecht wordt aangepast. Juridisch gezien is daarvoor nodig dat een erfpachtrecht wordt gevestigd voor de werfkelder. Dit erfpachtrecht wordt vervolgens samengevoegd met het bestaande erfpachtrecht en gewijzigd zodat er één erfpachtrecht is voor het pand én de werfkelder (hoofdstuk C. van de akte).

(b) Ook wordt met een erfdienstbaarheid geregeld wat u met/in de werfmuur, waarvan de gemeente eigenaar is, mag doen (hoofdstuk D. van de akte).

(c) Tot slot is het van belang dat – nu deze zaken voor de toekomst goed worden geregeld – deze bepalingen ook kenbaar worden gemaakt aan nieuwe erfpachters en aan hen worden doorgelegd. Daarom worden de bepalingen vastgelegd als kettingbeding en kwalitatieve verplichting. U bent tegenover de gemeente verplicht om de bepalingen bij een verkoop in de notariële akte van levering op te nemen, anders kan een boete verschuldigd zijn (hoofdstuk E. van de akte).

De boete ziet alleen op de verplichting om de bepalingen door te leggen, niet op de naleving van die bepalingen.

In het kader van bovenstaande worden in de akte ook direct afspraken vastgelegd over het onderhoud van de werfkelder en de openbare weg, over inspectie, onderhoud, herstel en vernieuwingen aan de werfmuur en de weg die boven de kelder ligt. Daarnaast wordt vastgelegd dat de bestaande kabels en leidingen, of kabels en leidingen die in overleg met de keldereigenaar nog worden aangelegd, aanwezig mogen zijn en onderhouden/vernieuwd mogen worden.

Omdat u als mede-eigenaren binnen het complex gezamenlijk gerechtigd bent tot de erfpacht van het pand, is voor het voorgaande de medewerking van alle appartementseigenaren nodig. Alle appartementseigenaren zijn dus in principe partij bij de akte. Voor alternatieve opties of bijvoorbeeld mogelijkheden voor het afgeven van een volmacht voor het ondertekenen van de akte, kunt u contact opnemen met de betrokken notaris.

Wanneer er een hypotheekrecht op (een appartementsrecht van) het pand is gevestigd moet de hypotheekhouder (meestal de bank) toestemming geven op de akte. De betrokken notaris zal dit aanvragen.

De kosten van het Kadaster en de notaris in verband met deze akte worden betaald door de gemeente.

Tot slot, omdat de gemeente deze afspraken vastlegt als eigenaar en niet als overheidsorgaan, kunnen er geen afspraken worden gemaakt over de aslast. Aslastbeperking wordt geregeld via publiekrechtelijke besluitvorming van de gemeente.

VESTIGING, SAMENVOEGING EN WIJZIGING VAN IN SPLITSING BETROKKEN ERFPACHT (GEVOLGD DOOR WIJZIGING SPLITSING) (optie 2b)

(de Werfkelder)

Heden, @, verschijnt voor mij, @, notaris te Utrecht:

@, hierbij handelend als schriftelijk gevolmachtigde van:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon: Gemeente Utrecht, gevestigd te Utrecht, met adres 3521 AZ Utrecht, Stadsplateau 1, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 30280353, daarbij handelend ter uitvoering van het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Utrecht, de dato @ en als zodanig deze rechtspersoon vertegenwoordigend, hierna te noemen: Gemeente;

2. a. @, hierna te noemen: Appartementseigenaar A;

b. @, hierna te noemen: Appartementseigenaar B;

c. @, hierna te noemen: Appartementseigenaar C;

d. @, hierna te noemen: Appartementseigenaar D,

hierna samen te noemen: de Appartementseigenaren.

Partijen verklaren:

A. DEFINITIES

Partijen hanteren in deze akte de volgende definities:

1. de Appartementsrechten:

de @ appartementsrechten (complexaanduiding @A) indices @ tot en met @, ieder uitmakend een onverdeeld aandeel in de gemeenschap bestaande uit de Erfpacht Oud;

2. de Bijzondere Erfpachtvoorwaarden:

de bijzondere bepalingen waaronder de Erfpacht Oud blijkens de Erfpachtakte is gevestigd;

3. de Erfdienstbaarheid Werfmuur:

de bij deze akte ten laste van het Perceel Werfmuur (als dienend erf) en ten behoeve van het Perceel Gemeente (als heersend erf) gevestigde, erfdienstbaarheid inhoudend de verplichting voor de rechthebbenden en gebruikers van het dienend erf om te dulden dat de rechthebbenden en gebruikers van het heersend erf:

- in de Werfmuur ramen en een deur hebben, in aantal en omvang zoals die op de Sluitingsdatum aanwezig zijn, en

- door die deur toegang hebben tot de Werfkelder vanaf de werf en vice versa,

onder de voorwaarden en bepalingen zoals vervat in deze akte;

4. de Erfpachtakte:

de notariële akte waarbij de Gemeente de Erfpacht Oud op het Perceel Rechthebbende heeft gevestigd, te weten: de akte op @ verleden voor mr. @, notaris te @, waarvan een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @;

5. de Erfpacht Oud:

de erfpacht als bedoeld in artikel 5:85 Burgerlijk Wetboek voor onbepaalde tijd van het Perceel Rechthebbende, gevestigd bij de Erfpachtakte;

6. de Erfpacht:

de in deze akte gevestigd en met de Erfpacht Oud samengevoegde en gewijzigde erfpacht;

7. de Erfpachter:

degene die op enig moment rechthebbende is van de Erfpacht;

8. het Gebouw:

- het Pand, en

- de Werfkelder.

9. het Pand:

de op/in het Perceel Rechthebbende gestichte opstallen;

10. het Perceel Rechthebbende:

het perceel grond met het Pand, plaatselijk bekend als @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @ sectie @ nummer @, groot @ vierkante meter (@ m2);

11. het Perceel Gemeente:

het perceel met de openbare weg, @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, welk perceel schetsmatig met @ is aangegeven op de Tekening;

12. het Perceel Werfmuur:

het aan het Perceel Gemeente grenzende gedeelte van het perceel, kadastraal bekend gemeente @, sectie @ nummer @ (ontstaan uit nummer @), groot @ vierkante meter (@ m2), waaraan door het kadaster voorlopige kadastrale grenzen en oppervlakten zijn toegekend, zoals schetsmatig met @ is aangegeven op de Tekening;

13. de Tekening:

de aan deze akte gehechte tekening(en) met kenmerk: @, gedateerd @;

14. de Samenwerkingsovereenkomst:

de samenwerkingsovereenkomst tot de uitvoering van herstel en onderhoud aan de Werfkelder en onder andere het vestigen, samenvoegen en wijzigen van een recht van erfpacht, hetgeen een voorwaarde is voor de verkrijging van een subsidie op basis van de “Beleidsregel kelders wervengebied gemeente Utrecht”, welke overeenkomst is vastgelegd bij de onderhandse akte ondertekend op @, van welke onderhandse akte een kopie aan deze akte is gehecht;

 

  • 1.

    de Sluitingsdatum:

de datum waarop de Samenwerkingsovereenkomst is gesloten;

16. de Splitsingsakte:

de akte van splitsing op @ verleden, voor @, notaris te @, waarvan een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @, met het daarin van toepassing verklaarde splitsingsreglement;

17. de Werfkelder:

de in het Perceel Gemeente (beneden maaiveldniveau) gelegen werfkelder, groot circa @ vierkante meter (@ m2), met een ingang aan de werf van de @ te Utrecht en een ingang via de (huis)kelder, waarbij voor de toepassing van deze akte:

- het gewelf, de fundering en de waterdichte laag uitdrukkelijk wel onderdeel uitmaken van deze werfkelder, en

- de Werfmuur en de trekankers uitdrukkelijk geen onderdeel uitmaken van deze werfkelder;

18. de Werfmuur:

de op het Perceel Werfmuur gelegen werfmuur met de balie daarboven en de grond daaronder, die uitdrukkelijk geen onderdeel uitmaakt van de Erfpacht.

B. JURIDISCHE ACHTERGROND EN INLEIDING

1. a. De Gemeente is:

- eigenaar van het Perceel Gemeente en het Perceel Werfmuur, en

- ‘bloot’ eigenaar van het Perceel Rechthebbende, wat blijkt uit @

b. De gerechtigdheid van de Gemeente tot de Werfmuur blijkt uit een akte op @ verleden voor @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (@) op @ in deel @ nummer @.

2. a. De Appartementseigenaren zijn als gezamenlijke appartementseigenaren gerechtigd tot de Erfpacht Oud.

b. De Erfpacht Oud is bij de Splitsingsakte gesplitst in de Appartementsrechten.

  • 1.

    c. Op de Appartementsrechten is van toepassing het bepaalde in de Splitsingsakte.

  • 2.

    d. De Appartementseigenaren hebben de Appartementsrechten verkregen op de wijze zoals blijkt uit kadastrale recherches.

3. Partijen beschouwen de Werfkelder als bestanddeel van het Pand en gaan ervan uit en c.q. stellen voor zover nodig hierbij onderling vast dat de rechthebbende van (een erfpachtrecht op) het Perceel Rechthebbende door horizontale natrekking conform artikel 5:20 lid 1 sub e Burgerlijk Wetboek ook de rechthebbende is van de Werfkelder en dat de Erfpacht Oud mede het uitsluitend gebruik van de Werfkelder omvat.

variabel Appartementseigenaar @ heeft conform de Splitsingsakte het feitelijke exclusieve gebruik van de Werfkelder als onderdeel van het appartementsrecht met index @, welk appartementsrecht onder meer recht geeft op het uitsluitend gebruik van de Werfkelder, @zoals blijkt uit de splitsingstekening die is gehecht aan de Splitsingsakte,@ hetgeen de Appartementseigenaren hierbij voor zover nodig vaststellen en bevestigen.

4. Partijen zijn in dit kader in de Samenwerkingsovereenkomst overeengekomen::

a. de gerechtigdheid van de Appartementseigenaren tot de Werfkelder vast te leggen, door middel van de vestiging van een recht van erfpacht ten aanzien van het Perceel Gemeente en samenvoeging met en wijziging van de Erfpacht Oud zodanig dat de Erfpacht ontstaat;

b. afspraken (wederom) vast te leggen omtrent de Werfmuur door middel van het vestigen van de Erfdienstbaarheid Werfmuur; en

c. om te voorkomen dat er onduidelijkheden en strijdigheden ontstaan over de voor de Werfkelder en de Werfmuur toepasselijke bepalingen op te nemen dat alle bestaande/oude beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen als bedoeld in artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek en kettingbedingen zijn beëindigd.

5. Partijen wensen hierbij uitvoering te geven aan de Samenwerkingsovereenkomst en het hiervoor bepaalde.

C. VESTIGING, SAMENVOEGING EN WIJZIGING ERFPACHT

Hierbij vestigt de Gemeente een recht van erfpacht op het Perceel Gemeente ten behoeve van de Appartementseigenaren, die hierbij deze erfpacht aanvaarden en de Gemeente en de Appartementseigenaren wijzigen de Erfpacht Oud in die zin dat het hierbij gevestigde recht van erfpacht wordt samengevoegd met de Erfpacht Oud zodat hierbij de Erfpacht ontstaat.

De Erfpacht wordt geacht met ingang van de in de Erfpachtakte opgenomen ingangsdatum te zijn gevestigd onder de volgende bepalingen:

1. Omvang van de Erfpacht

De Erfpacht geeft de Erfpachter het recht op het uitsluitend gebruik van het Gebouw.

2. Gebruik, beheer en onderhoud

1. In aanvulling op @artikel 14 van de hierna omschreven Algemene voorwaarden voor uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht 1989 (AV 1989)@ is de Erfpachter verplicht de Werfkelder in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder en de daarboven gelegen openbare weg.

2. De Gemeente is verplicht het Perceel Gemeente en de Werfmuur (inclusief spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) in een goede staat van onderhoud te houden en daarin geen wijzigingen aan te brengen die negatieve invloed hebben op de constructie van de Werfkelder.

3. De Erfpachter zal de Gemeente, na schriftelijke aankondiging en op een in gezamenlijk overleg vastgesteld moment, in de gelegenheid stellen de Werfkelder te betreden voor inspectie van de Werfkelder en inspectie, onderzoek, onderhoud, reparaties en vernieuwingen aan de Werfmuur en de boven de Werfkelder gelegen openbare weg, voor welke werkzaamheden de Werfkelder toegankelijk moet zijn voor de Gemeente en de door haar ingeschakelde hulppersonen. De werkzaamheden zullen zoveel mogelijk worden uitgevoerd op de voor de Erfpachter minst bezwaarlijke wijze, waarbij eventuele overlast zoveel mogelijk wordt beperkt.

4. De Erfpachter is verplicht de aanwezigheid van kabels en leidingen die bestemd zijn voor het transport of de distributie van stoffen, energie of informatie (ten behoeve van openbare doeleinden) van een gemeente, nutsbedrijven of een netbeheerder te gedogen en te gedogen dat deze worden onderhouden en vernieuwd. Het voorgaande geldt zowel voor kabels en leidingen die, al aanwezig zijn in de Werfkelder als voor kabels en leidingen die met toestemming van de Erfpachter, nog zullen worden aangebracht.

3. Algemene erfpachtvoorwaarden

Op de Erfpacht is en blijft van toepassing het bepaalde in

@variabel (erfpachtvoorwaarden 74)

de Algemene Bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1974, zoals deze zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente Utrecht op vijftien augustus negentienhonderd vierenzeventig (15-8-1974) en vermeld in het Gemeenteblad van Utrecht van negentienhonderd vierenzeventig, nummer 129, ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Utrecht) op twintig december negentienhonderd zesenzeventig (20-12-1976), in deel 3261 nummer 100.

@variabel (erfpachtvoorwaarden 83)

de Algemene Bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1983, zoals deze zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente Utrecht op tweeëntwintig maart negentienhonderd vierentachtig (22-3-1984) en opgenomen in een akte, tweeëntwintig juni negentienhonderd vierentachtig (22-6-1984) verleden voor notaris J.F. Welle Donker te Utrecht, ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Utrecht) op zesentwintig juni negentienhonderd vierentachtig (26-6-1984) in deel 4851 nummer 45.

@variabel (erfpachtvoorwaarden 89)

de Algemene voorwaarden voor uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht 1989 (AV 1989), zoals die voorwaarden zijn vastgesteld door de Raad van de Gemeente Utrecht in zijn vergadering van tweeëntwintig juni negentienhonderd negenentachtig (22-6-1989) (Gedrukte Verzameling 1989, nummer 1871 S.O.G.) en zoals die voorwaarden zijn vermeld in- en gehecht aan een akte van depot op zesentwintig juli negentienhonderd negenentachtig (26-7-1989) verleden voor notaris mr. H.A. Teijen te Utrecht, ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te Utrecht) op zesentwintig juli negentienhonderd negenentachtig (26-7-1989) in deel 6242 nummer 19.

4. Bijzondere Erfpachtvoorwaarden

Met betrekking tot de van toepassing zijnde en blijvende Bijzondere Erfpachtvoorwaarden, wordt volledigheidshalve verwezen naar hetgeen is vermeld de Erfpachtakte, waarin onder meer voorkomt het navolgende, woordelijk luidend:

“@”.

D. VESTIGING ERFDIENSTBAARHEID WERFMUUR

Ter uitvoering van de Samenwerkingsovereenkomst vestigen en aanvaarden de Gemeente en de Appartementseigenaren hierbij , ten laste van het Perceel Werfmuur (met toepassing van artikel 5:84 Burgerlijk Wetboek) als dienend erf, en ten behoeve van het Perceel Gemeente, als heersend erf:

de Erfdienstbaarheid Werfmuur wordt gevestigd onder de volgende bepalingen:

a. de Gemeente is gerechtigd in de Werfmuur al die wijzigingen aan te brengen die zij in verband met de algemene welstand, het herstel, het onderhoud en de restauratie van de Werfmuur, en ook met het oog op de veiligheid, nodig zal oordelen;

b. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van het hang- en sluitwerk in de deur en ramen van de Werfmuur en die van vervanging van gebroken ruiten in die deur en ramen door nieuwe, zal geschieden door de Erfpachter; de kosten daarvan zijn voor rekening van de Erfpachter;

c. het herstellen, geheel of gedeeltelijk vernieuwen en het voortdurend onderhouden van alle andere onderdelen van de Werfmuur (inclusief deuren, kozijnen, spuwers, hemelwaterafvoersysteem en balie) zal geschieden door de Gemeente; de kosten daarvan – voor zover die niet onder de vorige bepaling vallen – zijn voor rekening van de Gemeente;

d. de Erfdienstbaarheid Werfmuur eindigt zodra de Erfpacht eindigt.

E. KETTINGBEDING EN KWALITATIEVE VERPLICHTING

1. De Gemeente en de Appartementseigenaren gaan ervan uit dat de ten aanzien de Erfpacht en de Erfdienstbaarheid Werfmuur toepasselijke bepalingen goederenrechtelijke werking en/of derdenwerking hebben, hetgeen de Gemeente en de Appartementseigenaren ook uitdrukkelijk beogen.

De hierna in dit artikel vermelde bedingen zijn gemaakt ter versterking van voormelde beoogde derdenwerking.

2. De Appartementseigenaren zijn jegens de Gemeente verplicht om de in sub E. 1 bedoelde bepalingen en het in sub E.2. bepaalde, als kettingbeding bij elke gehele of gedeeltelijke vervreemding van de Appartementsrechten en/of de Erfpacht aan rechtsopvolgers op te leggen door middel van vermelding in de betreffende akte, zodanig dat iedere nieuwe gerechtigde hoofdelijk aansprakelijk wordt voor deze verplichtingen.

Onder vervreemden wordt in deze akte verstaan:

a. verkoop (daaronder begrepen: vrijwillige openbare verkoop);

b. levering;

c. huurkoop;

d. vestigen van een beperkt genotsrecht;

e. opheffen van enige onverdeeldheid, waartoe de Appartementsrechten en/of de Erfpacht te eniger tijd behoren, met toedeling aan een ander dan de Appartementseigenaren en/of de Erfpachter;

f. inbreng in een rechtspersoon of personenvennootschap; en/of

g. het sluiten van overeenkomsten en het verrichten van rechtshandelingen, die er op gericht zijn, respectievelijk waarbij de Appartementseigenaren verplicht zijn/worden, tot vervreemden in de zin van dit artikel.

Indien de Appartementseigenaren en/of de Erfpachter tekortschieten in de nakoming van deze verplichtingen met kettingbeding (waaronder de verplichting tot het opleggen van onderhavige bepalingen aan een nieuwe gerechtigde) zal de tekortschietende partij ten behoeve van de Gemeente een terstond en zonder ingebrekestelling en/of rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren van tienduizend euro (€ 10.000,00) voor iedere overtreding.

Het recht tot het opeisen van een boete vervalt één (1) jaar, nadat de overtreding aan de Gemeente bekend is geworden, indien in die periode geen enkele stap tot invordering van de boete is genomen.

Indien een rechthebbende van de Appartementsrechten en/of de Erfpacht de Appartementsrechten en/of de Erfpacht heeft vervreemd met inachtneming van dit artikel E.2 dan is die rechthebbende jegens de Gemeente bevrijd van en gekweten voor de in dit artikel E.2 vermelde verplichtingen.

3. De Appartementseigenaren vestigen en de Gemeente aanvaardt de hiervoor de in sub E.1 bedoelde bepalingen hierbij ook als kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek, zodat deze verplichtingen zullen overgaan op degenen die de Appartementsrechten en/of Erfpacht onder bijzondere titel zullen verkrijgen en degenen die van de Appartementseigenaren en/of de Erfpachter een recht tot gebruik van de Appartementsrechten en/of de Erfpacht zullen verkrijgen mede gebonden zullen zijn.

De Gemeente kiest hierbij woonplaats op zijn voormeld adres.

F. BEHEERREGELING EN WIJZIGING SPLITSING

1. Het voorgaande laat onverlet het bepaalde in de Splitsingsakte, waarin de tussen de Appartementseigenaren geldende bepalingen omtrent gebruik, beheer, onderhoud en kosten zijn vastgelegd.

2. De Appartementseigenaren gaan ervan uit dat door voormelde horizontale natrekking, de Werfkelder als bestanddeel van het Pand reeds wordt beheerst door het bepaalde in de Splitsingsakte, en stellen hierbij samen vast dat in de onderlinge verhouding tussen de Appartementseigenaren geldt dat de Erfpacht zal worden beheerst door het bepaalde in de Splitsingsakte.

3. De Appartementseigenaren komen hierbij met elkaar overeen de Splitsingsakte te wijzigen keuze 1 bij afzonderlijke akte. keuze 2 als volgt.

4. Ter uitvoering van het vorenstaande gaan de Appartementseigenaren hierbij over tot wijziging van de Splitsingsakte zoals hierna omschreven en wijziging van de bijbehorende splitsingstekening..

1. Wijziging gemeenschap

De in de splitsing betrokken gemeenschap bestaat uit de Erfpacht.

2. Wijziging splitsingstekening

1. Het Gebouw is opnieuw uitgelegd in de splitsingstekening bestaande uit één (1) blad, als bedoeld in artikel 5:109 Burgerlijk Wetboek, welke tekening aan deze akte is gehecht, na te zijn goedgekeurd door de bewaarder van voormelde openbare registers, waarbij voor het Gebouw als complexaanduiding blijft gehandhaafd: @-A. Blijkens het bewijs van in depotname, waarvan een kopie aan deze akte is gehecht, heeft de bewaarder van voormelde openbare registers voormelde splitsingstekening in depot genomen op @ onder nummer @.

2. Op voormelde splitsingstekening zijn de gedeelten van het Gebouw, die zijn bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, duidelijk aangegeven en voorzien van een als appartementsindex dienend Arabisch cijfer.

3. Na wijziging van de splitsing zal (blijft) het Gebouw @ appartementsrechten omvatten.

3. Wijziging omschrijving appartementsrechten

De omschrijving van de Appartementsrechten komt te luiden als volgt:

1. het appartementsrecht rechtgevend op het uit­sluitend gebruik van @, plaatselijk bekend @ te Utrecht, kadastraal bekend gemeente @ sectie @ nummer @A-@, uitmakend het @ onverdeeld @ aandeel in de gemeenschap bestaande uit de Erfpacht, welk appartementsrecht thans toebehoort aan Appartementseigenaar A;

2. @ enz.

einde keuzen

G. BIJZONDERE LASTEN EN BEPERKINGEN

1. Publiekrechtelijke beperkingen

1. Op het Perceel Rechthebbende rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Op het Perceel Gemeente en het Perceel Werfmuur rusten volgens de kadastrale registratie @ publiekrechtelijke beperkingen: @.

2. Afstand van bijzondere lasten en beperkingen

1. Ter uitvoering van het hiervoor bepaalde onder B.4.c. doen de Appartementseigenaren met toepassing van artikel 5:84 lid 4 Burgerlijk Wetboek, respectievelijk de Gemeente hierbij ten behoeve van de Gemeente respectievelijk de Appartementseigenaren afstand als bedoeld in artikel 3:81 lid 2 sub c Burgerlijk Wetboek van alle beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen die tussen de Gemeente en de Appartementseigenaren gelden met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur, welke afstand hierbij door de Gemeente respectievelijk de Appartementseigenaren wordt aanvaard.

Deze afstand geldt echter niet voor de beperkte rechten, kwalitatieve verplichtingen en kettingbedingen met betrekking tot de Werfkelder en de Werfmuur die de Gemeente en de Appartementseigenaren in stand wensen te houden, welke van toepassing blijvende bepalingen hiervoor onder C.4 woordelijk zijn opgenomen

@variabel

alsmede de bepalingen die hierna woordelijk zijn opgenomen en afkomstig zijn uit de akte van @ op @ voor mr. @, notaris te @, van welke akte een afschrift is ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (destijds te @), op @ in deel @ nummer @, welke luiden als volgt:

“@”.

@einde variabel

2. Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de openbare registers voor registergoederen wordt de afstand van de beperkte rechten, kwalitatieve verplichting en kettingbedingen en de aanvaarding daarvan opgenomen in sub onder G.2.1 geëffectueerd, waardoor de desbetreffende bepalingen teniet gaan.

3. Aanvaarding

Partijen aanvaarden alle in deze akte vermelde bijzondere lasten en beperkingen hierbij uitdrukkelijk. Voor zover in voormelde bepalingen verplichtingen, lasten en/of beperkingen voorkomen, waarvan partijen verplicht zijn deze aan partijen op te leggen, worden deze verplichtingen, lasten en/of beperkingen hierbij aan partijen opgelegd. Voor zover voormelde bepalingen rechten behelzen die ten behoeve van (een) derde(n) moeten worden bedongen, worden die rechten bij deze uitdrukkelijk door partijen bedongen en door partijen ten behoeve van die derde(n) aanvaard.

H. DIVERSEN

1. Continuering Samenwerkingsovereenkomst

Tussen partijen blijft van kracht hetgeen is overeengekomen in de Samenwerkingsovereenkomst, met dien verstande dat geen beroep meer kan worden gedaan op eventuele overeengekomen ontbindende voorwaarden en dat eventuele opschortende voorwaarden geacht worden te zijn vervuld dan wel zijn komen te vervallen.

2. Kosten

De notariële kosten en het kadastraal recht wegens deze akte inclusief de eventueel daarover verschuldigde omzetbelasting zijn voor rekening van de Gemeente.

De eventueel verschuldigde overdrachtsbelasting is voor rekening van de Appartementseigenaren.

3. Omzetbelasting en overdrachtsbelasting

De wijziging van de Erfpacht Oud wordt in artikel 6 lid 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 gezien als een verkrijging van een nieuw beperkt recht waarbij overdrachtsbelasting geheven wordt over het verschil in waarde tussen het oude en het nieuwe beperkte recht. Indien uitsluitend de schuldplichtigheid wordt gewijzigd wordt op grond van artikel 9 lid 2 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 het verschil in waarde op nihil gesteld.

Partijen stellen het verschil in waarde tussen het oude en het nieuwe beperkte recht en de waarde van de overige bij deze akte gevestigde beperkte rechten, ter berekening van de verschuldigde overdrachtsbelasting, op nihil. De krachtens deze akte te vestigen beperkte rechten hebben volgens verklaring van partijen geen zelfstandige waarde. Wegens de vestiging van de beperkte rechten is geen (eenmalige of periodieke) vergoeding en/of retributie, hoe ook genaamd, verschuldigd die niet reeds uit de Erfpachtakte voortvloeide. Mitsdien is wegens de in deze akte geconstateerde (rechts)handeling(en) geen omzetbelasting en/of overdrachtsbelasting verschuldigd.

4 . Toestemming hypotheekhouder

De toestemming van de hypotheekhouder blijkt uit @.

5. Openbare registers

Door de inschrijving van een afschrift van deze akte in de daartoe bestemde openbare registers voor registergoederen wordt de vestiging van de bij deze akte gevestigde beperkte rechten geëffectueerd.

6. Geen verificatiekosten verschuldigd

Het Perceel Gemeente is kleiner dan éénhonderd vierkante meter (100 m2) en heeft een waarde van minder dan zesduizend vijfhonderd euro (€ 6.500,00), zodat derhalve geen verificatiekosten verschuldigd zijn ten aanzien van de uitmeting van het Perceel Gemeente en hierop het verlaagde meettarief van toepassing is.

7. Volmachten

Van de volmacht van de Gemeente blijkt uit de Samenwerkingsovereenkomst.

Van de volmacht van de Appartementseigenaren blijkt uit @ onderhandse akte, die aan deze akte is gehecht.

SLOT

De comparant is mij, notaris, bekend.

Verder heb ik, notaris, de zakelijke inhoud van de akte meegedeeld aan de comparant en daarop een toelichting gegeven, inclusief de uit de inhoud van de akte voortvloeiende gevolgen.

De comparant verklaart van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen. Ook verklaart de comparant uitdrukkelijk in te stemmen met de beperkte voorlezing van de akte. Dadelijk na beperkte voorlezing is de akte door de comparant en door mij, notaris, ondertekend. De akte is verleden te Utrecht, op de datum aan het begin van deze akte vermeld,

om

Naar boven