Gemeenteblad van Pijnacker-Nootdorp
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pijnacker-Nootdorp | Gemeenteblad 2025, 515586 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pijnacker-Nootdorp | Gemeenteblad 2025, 515586 | beleidsregel |
Beleidsregel Digitaal Opkopersregister gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025
Het verdienmodel van een crimineel kenmerkt zich door van misdrijf afkomstige goederen via legale afzetmarkten te verkopen. Opkopers die handelen in tweedehands goederen zijn één van de afzetmarkten waar criminelen gebruik van maken om hun buit ten gelde te kunnen maken. Om deze reden hebben deze opkopers reeds de verplichting om aantekening bij te houden van de opkoop en verkoop van tweedehands goederen.
Deze registratie verliep voorheen via schriftelijke registers. Controle op deze registers en het kunnen matchen van gestolen goederen is iets wat in de praktijk lastig uitvoerbaar bleek. Om deze reden heeft het Ministerie van Justitie & Veiligheid in 2011 een digitale versie voor deze schriftelijke registers ontwikkeld: het Digitaal Opkopersregister (hierna: het DOR). In het DOR kunnen opkopers digitaal aantekening houden van hun inkoop en verkoop. Daarbij is het DOR gekoppeld aan de landelijke database van StopHeling.nl, waardoor het systeem automatisch als gestolen geregistreerde goederen herkent. De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil samen met opkopers de aanpak op heling in de gemeente intensiveren. Daarom is in 2021 het DOR door de burgemeester van Pijnacker-Nootdorp (hierna: de burgemeester) aangemerkt als doorlopend en gewaarmerkt register voor de in- en verkoop van tweedehands goederen. De opkopers zien we als een maatschappelijke alliantie tegen heling. Het gezamenlijke gebruik van het DOR verhoogt de efficiëntie en effectiviteit van het toezicht op de handel in tweedehands goederen, en hiermee de pakkans op helers en stelers. Zo wordt het criminele verdienmodel van diefstal nog onaantrekkelijker en houden we Pijnacker-Nootdorp samen veilig.
In deze beleidsregel is het handhavingsbeleid van de gedigitaliseerde meld- en registratieplicht beschreven.
Deze beleidsregel richt zich op opkopers en handelaren in gebruikte en ongeregelde goederen, metalen, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto’s, motorfietsen, bromfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio- en videoapparatuur.
Om de registratieplicht en de controle erop mogelijk te maken, heeft de burgemeester het digitaal opkopersregister aangewezen als het opkoop- en verkoopregister waarin de verworven en verkochte goederen dienen te worden geregistreerd. Er is sprake van een tweesporenbeleid, dit houdt in dat er zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijke handhaving plaatsvindt. De wijze waarop strafrechtelijke handhaving plaatsvindt is opgenomen in de ‘Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen’. De toepasselijke paragraaf van deze richtlijn is in de bijlage bij deze beleidsregel opgenomen.
Deze beleidsregel geeft enkel invulling aan het toezicht en de handhaving van het bestuursrechtelijk instrumentarium. Zowel de politie als de gemeentelijke toezichthouders kunnen het register controleren. De controles zien toe op de volgende overtredingen en kunnen leiden tot de volgende sancties. Daar waar handelaar wordt beschreven, wordt tevens bedoeld de voor hem handelende persoon of personen.
Indien de handelaar niet binnen drie dagen bij de burgemeester meldt dat hij het beroep van handelaar uitoefent en/of niet binnen drie dagen bij de burgemeester meldt dat hij een goed kan verwerven dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, dan:
Indien sprake is van een overtreding, ontvangt de burgemeester hiervan een bestuurlijke rapportage van de politie of een proces verbaal van bevindingen van een aangewezen toezichthouder. Er vindt vervolgens een afweging en een zorgvuldigheidstoets plaats, om te bezien of in de feitelijke omstandigheden van het geval sprake is van bijzondere, verlichtende of verzwarende omstandigheden. De burgemeester kan ook informatie afkomstig van informanten of getuigen gebruiken. De burgemeester mag bij de bestuurlijke rapportages en processen verbaal van bevindingen in beginsel uitgaan van ambtsedige stukken van zowel gemeentelijke toezichthouders, BOA’s en politiefunctionarissen.
Zoals blijkt uit de handhavingsmatrix in de volgende paragraaf, heeft de burgemeester verschillende handhavingsinstrumenten tot zijn beschikking:
Voorafgaand aan een last onder dwangsom en/of een sluiting van de onderneming wordt de handelaar en eventueel overige belanghebbenden in de zin van de Awb, zoals een pandeigenaar, in de gelegenheid gesteld om een zienswijze op het voorgenomen besluit kenbaar te maken, hetzij mondeling of schriftelijk. Deze zienswijze is bedoeld om de handelaar in de gelegenheid te stellen eventueel bijzondere omstandigheden die niet bekend zijn bij de burgemeester kenbaar te maken, waar de burgemeester in zijn uiteindelijk definitieve belangenafweging rekening mee zou moeten houden. De handelaar kan zich in het geven van een zienswijze laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, bijvoorbeeld een advocaat of jurist.
Voorafgaand aan een waarschuwing wordt geen zienswijze gevraagd. Dit gelet op het gegeven dat een waarschuwing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
Indien de handelaar of andere belanghebbenden in de zin van de Awb gebruik maken van de gelegenheid om zienswijze kenbaar te maken, maakt de burgemeester met alle feiten en omstandigheden van het concrete geval een belangenafweging tussen het economisch- en/of persoonlijk belang van de handelaar en het algemeen belang bij de handhaving van de toepasselijke wet- en regelgeving en het bestuurlijk handhavingsarrangement. Na deze zorgvuldigheidstoets neemt de burgemeester een definitief besluit. Dit besluit wordt bekendgemaakt aan de handelaar, de direct betrokken handhavingspartners en eventueel belanghebbenden, zoals een pandeigenaar. Indien de handelaar of een andere belanghebbende zich niet kan verenigen met het besluit van de burgemeester, staan hiertegen bezwaar- en beroepsmogelijkheden open.
Indien binnen een periode van twee jaar na de laatste constatering opnieuw een overtreding wordt geconstateerd, wordt de volgende stap in de handhavingsmatrix toegepast. De termijn van twee jaar schuift telkens op bij een nieuwe constatering.
Bandbreedte last onder dwangsom
Bij een overtreding kan een last onder dwangsom worden opgelegd van minimaal €2.500,- tot maximaal €15.000,- per overtreding. De hoogte is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Hierbij kijken we onder andere naar de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en het behaalde economische voordeel.
Proportionaliteit en subsidiariteit
De handhavingsmatrix is opbouwend beschreven, waarbij de matrix begint met de mist zware overtreden, het niet voldoen aan de meldplicht, en eindigt met de zwaarste overtreding (feitelijk een misdrijf), heling.
Indien sprake is van herhaaldelijke overtredingen, geeft de handhavingsmatrix invulling aan het proportionaliteit- en subsidiariteitsbeginsel. De bestuurlijke handhaving begint altijd eerst met een waarschuwing. Bij herhaaldelijke overtredingen volgt een last onder dwangsom en eventueel een sluiting van de onderneming. Echter, bij de overtreding ‘heling’ is gekozen om zonder voorafgaande waarschuwing of last onder dwangsom de onderneming te sluiten, gezien dit in deze beleidsregel de ernstigste overtreding betreft.
De burgemeester heeft in zijn afwegingskader voor het nemen van een te treffen maatregel een afwijkingsbevoegdheid ten opzichte van de daartoe vastgestelde handhavingsmatrix. De stappen in de handhavingsmatrix gelden als basis en een eerste uitgangspunt. Echter, als in de feiten en omstandigheden van het concrete geval sprake is van verlichtende en/of verzwarende omstandigheden, of cumulatie van overtredingen uit deze beleidsregel, kan dit aanleiding geven dat de burgemeester op basis van maatwerk gebruik maakt van zijn afwijkingsbevoegdheid. Dit kan ertoe leiden dat deze afwijking leidt tot een lichtere of zwaardere maatregel voor de handelaar, zoals bijvoorbeeld een kortere of langere sluitingsduur. Indien de burgemeester gebruik maakt van zijn afwijkingsbevoegdheid, wordt dit in het (voorgenomen) besluit gemotiveerd.
Bijlage 1: Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen paragraaf 5.10: Recidiveregeling feitcodes D 521a – D 524, overtreding 437 Sr jo. Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Srhttps://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005381&g=2023-06-26&z=2023-06-26
De recidiveregeling luidt als volgt:
van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
De vaste tarieven in de onderstaande tabellen staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
Het vervolgingsbeleid ten aanzien van overtreding van artikel 437 Sr ziet op de onjuiste naleving van de registratieplicht en identiteitscontrole. De verplichte controle van de identiteit van de aanbieder door de handelaar geldt alleen bij inkoop van koper en koperlegeringen in geval van contante uitbetalingen. Opkopers hebben op grond van dit artikel de plicht een register bij te houden van hetgeen zij inkopen. In artikel 2 lid 2 van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr is vermeld welke gegevens in dit register dienen te worden opgenomen. Eén van die vereiste gegevens is dat handelaren in koper in het register de omschrijving en het nummer van het document, waarmee een aanbieder van koper of koperlegeringen, die met contant geld wordt uitbetaald, zich identificeert, noteren.
Bij de vervolging worden vier categorieën onderscheiden:
Allereerst kan er sprake zijn van een verschrijving van NAW-gegevens, zoals weergegeven in het Uitvoeringsbesluit bij artikel 2 lid 2 onder e ex artikel 437 Sr. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschrijvingen en gegevens die ontbreken of onjuist zijn. Bij onjuiste of ontbrekende gegevens is categorie 2 van toepassing. Wanneer er vijf of minder verschrijvingen (bijv. Jansen i.p.v. Janssen) zijn, dan houdt de opsporingsambtenaar het als sprake is van een first offender bij een schriftelijke waarschuwing. Binnen 28 kalenderdagen nadat deze constatering heeft plaatsgevonden, krijgt de opkoper opnieuw een controle. Wanneer dan sprake is van drie of meer verschrijvingen dan wel bij de eerste controle sprake is van meer dan vijf verschrijvingen, wordt gehandhaafd en vindt strafvordering plaats conform het hierna onder categorie 1 opgenomen schema. Bij één of twee verschrijvingen wordt niet opgetreden.
Bij de tweede categorie ontbreken één of meer van de in artikel 2 lid 2 onder a tot en met e Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr genoemde onderdelen of is anders dan een kennelijke verschrijving onjuist genoteerd. Hier geldt dat naarmate meer fouten of onjuistheden worden geconstateerd, de hoogte van de sanctie oploopt.
De derde categorie betreft de overtreding van de legitimatieplicht, krachtens artikel 2 lid 2 onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr. Hierbij gaat het om het soort legitimatiebewijs en het nummer op het legitimatiebewijs.11 In geval van een combinatie van overtredingen, waarbij sprake is van verschillende categorieën, geldt vervolging conform de categorie waar de hoogste straf voor is vastgesteld.
In de vierde categorie is er geen register of wordt dit in het geheel niet bijgehouden, zoals voorgeschreven in artikel 437 lid 1 onder a Sr jo. artikel 2 lid 2 Uitvoeringsbesluit. Voor deze overtreding is de hoogste straf vastgesteld.
Gepleegde overtreding ten aanzien van artikel 2 lid 2 onder e van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr, waarbij het gaat om verschrijvingen van NAW-gegevens:
|
Vast sanctiebedrag NB Hier gaat een schriftelijke waarschuwing aan vooraf bij constatering eerste overtreding |
||||
|
OM-strafbeschikking 140,-*[1] |
||||
Gepleegde overtredingen ten aanzien van artikel 2, tweede lid, onder a tot en met e van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr:
Gepleegde overtredingen ten aanzien van artikel 2 lid 1 jo. artikel 2 lid 2 onder f van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437 Sr, waarbij het gaat om het soort identiteitsbewijs en het nummer van het identiteitsbewijs:
Geen register of een register wordt in zijn geheel niet bijgehouden, overtreding van artikel 437 lid 1 onder a Sr.
* Bedragen in de recidiveregeling kunnen wisselen. Deze bijlage is alleen ter toelichting toegevoegd, de daadwerkelijke bedragen verlopen altijd volgens de meest actuele versie van de recidiveregeling
II: dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-515586.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.