Gemeenteblad van Buren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Buren | Gemeenteblad 2025, 509841 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Buren | Gemeenteblad 2025, 509841 | beleidsregel |
Beleidsregel Beoordeling levensgedrag gemeente Buren
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2:81 van APV (vergunning tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat), artikel 3:4 van de APV (vergunning escortbedrijf), artikel 3 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning), artikel 30b van de Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten).
Artikel 1.2 Reikwijdte beleidsregel
Met deze beleidsregel vullen de burgemeester en het college in hoe zij uitvoering geven aan de beoordeling van het levensgedrag, zoals bedoeld in de Alcoholwet (vrije beoordeling als bedoeld in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b.), APV en de Wet op de kansspelen.
Artikel 1.3 Toepassing beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op alle inrichtingen, bedrijven en activiteiten, waarbij de burgemeester dan wel het college de bevoegdheid heeft de vergunning te weigeren of in te trekken, als de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Artikel 1.5 Beoordeling levensgedrag
De burgemeester dan wel het college kan het levensgedrag opnieuw beoordelen indien er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, naar aanleiding van signalen over de onderneming of naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon.
Hoofdstuk 2 Nadere uitwerking per type bedrijf of activiteit
Artikel 2.1 Ieder type inrichting, bedrijf of activiteit
Bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden, van ieder type inrichting, bedrijf of activiteit, worden de volgende factoren betrokken:
periode waarin de feiten zijn gepleegd. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag.
Bij de berekening van de periode van vijf jaar gelden de volgende uitgangspunten:
type feiten. Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de leidinggevende -als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt.
Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt;
de omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie. Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de leidinggevende die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren;
de omstandigheid of de leidinggevende verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een inrichting/bedrijf waarvan de vergunning is ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, onder c, van de Alcoholwet, of een inrichting/bedrijf die voor ten minste een maand is gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174 Gemeentewet of op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt kan worden gemaakt.
Artikel 2.2 Alcoholverstrekkend horecabedrijf of openbare inrichting
De burgemeester dan wel het college weegt bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden van een alcoholverstrekkend horecabedrijf of openbare inrichting alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.
De burgemeester dan wel het college kijkt bij de beoordeling van het levensgedrag van een leidinggevende van een escortbedrijf onder andere naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van de leidinggevende om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt op het laten werken van (mogelijke) slachtoffers van misstanden in de inrichting/het bedrijf.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-509841.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.