Gemeenteblad van Zevenaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zevenaar | Gemeenteblad 2025, 498530 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zevenaar | Gemeenteblad 2025, 498530 | beleidsregel |
Beleidsplan Onderwijskansen gemeente Zevenaar 2024-2027
De raad van de gemeente Zevenaar;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar;
Onze (jonge) inwoners zoveel mogelijk kansen bieden om hun talenten te ontwikkelen: daar staan wij voor. Hierbij werken wij samen met onze netwerkpartners, waaronder de schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, Kunstwerk! de bibliotheek, het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL), de jeugdgezondheidszorg (GGD) en het tiener- en jongerenwerk van Caleidoz.
Onderwijs en scholing voor inwoners van jong tot oud staan in dit plan centraal. Hierbij besteden we specifiek aandacht aan het bieden van meer kansen aan kinderen en ouders met een sociaaleconomische achterstand. We zetten talentontwikkeling voorop en helpen waar nodig.
We ontvangen jaarlijks een doeluitkering van het rijk. Het rijk stelt elke vier jaar het beleidskader vast en dit kader vormt de basis voor het gemeentelijk beleid.
De gemeente maakt met de betrokken partners elke vier jaar een beleidsplan. Hierin worden speerpunten bepaald voor de verdeling van de middelen. Het beleidsplan onderwijskansen Zevenaar 2020-2023 loopt af. Daarom ligt het beleidsplan onderwijskansen Zevenaar 2024-2027 nu voor.
Het beleid van 2020-2023 is ons vertrekpunt en voor u ligt nu een geactualiseerd beleidsplan. We hebben het beleidsplan met de partners besproken en keuzes zijn met hen overeengekomen. In een uitvoeringsagenda werken wij de doelstellingen samen met onze netwerkpartners – van opvang tot onderwijs, van jongerenwerk tot het regionaal bureau leerplicht – uit tot concrete acties.
In dit beleidsplan leest u eerst meer over de wetgeving en landelijke ontwikkelingen. In het tweede hoofdstuk presenteren we de visie voor het onderwijskansenbeleid voor 2024-2027. Vervolgens benoemen we in hoofdstuk 3 eerst een korte terugblik op de vorige beleidsperiode, daarna volgen belangrijke thema’s en doelstellingen voor de komende jaren (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 geven we een overzicht van de financiën. In de bijlagen geven we informatie over de wetgeving en de relevante kwantitatieve gegevens.
IHP Integraal huisvestingsplan
JGZ Jeugdgezondheidszorg (onderdeel Veiligheids-en Gezondheidsregio Gelderland-Midden)
NT1 Nederlands als eerste taal (onderwijs voor inwoners die moeite hebben met lezen en schrijven)
NT2 Nederlands als tweede taal voor inwoners die een andere moedertaal hebben dan het Nederlands.
OAB Onderwijsachterstandenbeleid
OCW Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
RBL Regionaal Bureau Leerling zaken
RMC Regionale Meld- en Coördinatiefunctie
ROC Regionaal Opleidingscentrum voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
VSV Voortijdig school verlaten
VVE Voor- en vroegschoolse educatie
1. Wettelijke context en ontwikkelingen
Landelijke wetgeving biedt ons een richtinggevend kader om beleid te maken. Daar waar dat kan en gewenst is om de kinderen en ouders te helpen, kijken we naar mogelijkheden op andere (beleids-) terreinen. Hieronder schetsen we de belangrijkste (wettelijke) ontwikkelingen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid en de verwante beleidsterreinen.
We ontvangen van het rijk al een aantal jaren een doeluitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid. De middelen zijn bestemd voor het voorkomen en verminderen van achterstanden bij kinderen in een sociaaleconomisch kwetsbare situatie.
De landelijke criteria voor het verdelen van middelen voor het tegengaan van onderwijsachterstanden zijn in 2019 aangepast. De criteria zijn nu:
Met de rijksbijdrage zijn gemeenten allereerst verplicht om door te gaan met voorschoolse educatie voor 2- 4 jarige doelgroepkinderen. De voorschoolse educatie is in 2019 uitgebreid van 10 uur per week naar 16 uur per week. Dit doen wij ook in Zevenaar. Op een aantal locaties in de gemeente kan de peuter voor VVE bij een peuteropvang organisatie terecht.
De rijksmiddelen zijn verder bedoeld voor het bestrijden van onderwijsachterstanden voor leerlingen in het basisonderwijs, specifiek voor het verbeteren van de beheersing van de Nederlandse taal. Het onderwijs is verantwoordelijk voor het onderwijs in spreken, lezen en schrijven. Voor de doelgroepkinderen zijn meestal extra initiatieven nodig. Denk aan extra onderwijs voor anderstalige leerlingen. Wij kunnen hen dan ondersteunen met subsidie. Verder zijn de middelen bedoeld om de samenwerking tussen organisaties te stimuleren. Dit bijvoorbeeld om de doorlopende leerlijn tussen peuteropvang en basisonderwijs te versterken.
Wij zijn verplicht om minstens één keer per jaar met besturen van basisscholen en kinderopvangorganisaties te overleggen over het beleid voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Er moeten afspraken zijn over wie de doelgroepkinderen zijn voor VVE, over de toeleiding, de doorlopende leerlijn van peuteropvang naar basisschool en het tegengaan van segregatie en bevorderen van integratie. In Zevenaar voeren we een paar keer per jaar overleg met de schoolbesturen en kinderopvangpartners in het Lokaal Overleg Onderwijs en Jeugd.
In bijlage 1 zijn de (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden van de gemeente en andere partijen verder toegelicht.
Sociaal domein: sterke verbindingen met onderwijs en kinderopvang
Voor de hulp en ondersteuning aan inwoners hebben wij een aantal taken. Denk aan het bieden van jeugdzorg en thuishulp aan ouderen. In landelijk beleid wordt de nadruk gelegd op het voorkomen van ernstige problematieken. In Zevenaar richten we ons ook op deze preventie, want voorkomen is beter dan genezen. Als er problematieken zijn bij een kind, kijken we niet alleen naar hulp in de vorm van jeugdzorg, maar ook naar andere passende hulp. Misschien is lichte hulpverlening genoeg. Niet ieder probleem vraagt om een professional om weer verder te kunnen (normaliseren1).
Dit staat ook in de landelijke Hervormingsagenda Jeugd, het document waarin rijk en gemeenten in 2023 afspraken hebben gemaakt om de hulp aan kinderen en gezinnen te verbeteren. Hierin staat ook dat er vanuit het lokaal toegangsteam van de gemeente sterke verbindingen moeten zijn met andere terreinen, zoals het basis- en voortgezet onderwijs en de kinderopvang. In Zevenaar gaan we dit in lijn met de landelijke afspraken verder concreet maken en uitvoeren.
Passend onderwijs en gemeentelijke (jeugd-) hulp
In 2014 is de Wet Passend Onderwijs landelijk ingevoerd. Doel van de wet is om alle leerlingen passend onderwijs te bieden, als dat kan op een school voor regulier basisonderwijs. Voor de meeste kinderen geldt dat dit ook lukt, maar niet altijd. Dan gaat de leerling naar een school voor speciaal onderwijs. Samenwerkingsverbanden van scholen hebben de verantwoordelijkheid om voor elke leerling passend onderwijs te bieden en de afspraken hierover in een ondersteuningsplan vast te leggen.
Onze basisscholen zijn aangesloten bij Samenwerkingsverband primair onderwijs op Maat de Liemers en onze scholen voor voortgezet onderwijs bij Samenwerkingsverband De Verbinding. Deze samenwerkingsverbanden van scholen en gemeenten zijn verplicht om afspraken te maken over de ondersteuning die door school betaald wordt en de of door ons betaald wordt. Een voorbeeld: als een kind naar het speciaal onderwijs gaat, is extra ondersteuning vanuit jeugdzorg soms noodzakelijk om naar school te kunnen gaan.
Ontwikkelingen tegengaan schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten
Gemeenten zijn wettelijk verplicht om toe te zien op de leerplicht van kinderen van 5 tot 16 jaar, de kwalificatieplicht voor jongeren van 16 tot 18 jaar, en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten voor jeugdigen tot 23 jaar. Het gaat er om dat zoveel mogelijk jongeren de school verlaten met een diploma waarmee ze verder kunnen. Om alle leerlingen gelijke kansen te bieden, is het belangrijk om schooluitval zoveel mogelijk tegen te gaan.
Belangrijke wettelijke taak is het tegengaan en de aanpak van langdurig schoolverzuim. Hierin werken de school, de samenwerkingsverbanden van scholen samen met de leerplichtambtenaar en het gemeentelijk toegangsteam om een leerling zo snel mogelijk weer naar school te laten gaan. Landelijk is dit onderwerp op de agenda gezet met het Thuiszitterspact: partijen werken samen om alle thuiszittende kinderen binnen drie maanden weer naar school te laten gaan.
Wij hebben de uitvoering van de leerplichttaken belegd bij het Regionaal Bureau Leerlingzaken Midden-Gelre (RBL). Wij en de andere regiogemeenten hebben de uitvoering van de taken voor het RBL vastgelegd binnen de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein Centraal Gelderland (MGR SDCG). Leerplichtconsulenten voeren de werkzaamheden uit in de gemeenten.
Onderwijshuisvesting: blijven investeren in integrale kindcentra voor de wijk
Elke gemeente is verplicht in een Integraal Huisvestingsplan (hierna IHP) de visie en plannen voor onderwijsvesting vast te leggen. Het Integraal Huisvestingsplan 2020-2036 Zevenaar wordt nu geactualiseerd. Het nieuwe IHP zal in 2025 worden afgerond. In het plan is in ieder geval aandacht voor het onderwijskansenbeleid vanuit het thema ontwikkelen van integrale kindcentra. Een Integraal Kindcentrum (IKC) is een gebouw waarin de voorschoolse opvang, de basisschool en als het kan ook de buitenschoolse opvang zitten. Als er behoefte aan is, kan het gebouw een ontmoetingscentrum zijn voor de wijk. Samenwerking tussen partijen is makkelijker als partijen in één gebouw dichtbij elkaar werken. Gevolgen voor huisvesting en financiering leggen wij apart voor besluitvorming voor.
Minimabeleid: ondersteuning voor kinderen en gezinnen
Opgroeien in armoede heeft een grote impact op de toekomst van kinderen en zorgt vaak voor ongelijke kansen. Wij willen armoede zoveel mogelijk tegengaan en gezinnen met financiële zorgen helpen. Ook kinderen die opgroeien in gezinnen met een laag inkomen moeten kunnen meedoen aan sport, cultuur, sociale activiteiten op school of in hun vrije tijd. Binnen ons minimabeleid zijn er vergoedingen voor schoolgaande kinderen. Daarnaast ondersteunen we aanvullende initiatieven voor onze jeugd. Voor de vrije tijd na schooltijd bieden Caleidoz en Ataro laagdrempelige activiteiten voor alle kinderen, met extra aanbod in de wijken/dorpen met veel kwetsbare gezinnen.
Veiligheid school en omgeving: samenwerking tussen gemeente en school
Het creëren van een veilige fysieke en sociale leeromgeving is een belangrijke voorwaarde voor het ontwikkelen van talenten en het verminderen van onderwijsachterstanden. Dit is heel belangrijk in het voortgezet onderwijs. Samenwerking tussen gemeente en school is noodzakelijk om problemen rondom bijvoorbeeld overmatig alcoholgebruik, drugs en sociale veiligheid aan te pakken. In Zevenaar hebben wij, het Liemers College en andere betrokken partijen afspraken over rol en taken vastgelegd in het convenant Schoolveiligheid.
Volwasseneneducatie: basisvaardigheden ook voor taalrijke omgeving kind
Wij zijn wettelijk verantwoordelijk voor het aanbieden van opleidingen voor volwasseneneducatie. Het doel van volwasseneneducatie is om zoveel mogelijk inwoners te ondersteunen in het ontwikkelen van de basisvaardigheden. Zo worden zij zelfredzamer worden en kunnen ze hun weg vinden in onze complexe samenleving.
In onze regio ontvangt gemeente Arnhem de rijksmiddelen voor volwasseneneducatie voor de regiogemeenten. Afspraken over de besteding van de middelen worden vastgelegd in een vierjaarlijks regionaal educatieplan. Het huidige regionale educatieplan loopt tot en met 2024. Regionale en lokale educatieaanbieders ontvangen vanuit de rijksmiddelen jaarlijks subsidie om educatieaanbod vorm te geven. Hierbij gaat het om cursussen voor inwoners die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. Het aanbod in Zevenaar is gericht op inwoners met Nederlands als moedertaal (NT1) en op inwoners met een andere moedertaal dan het Nederlands (NT2).
Volwasseneneducatie draagt bij aan het tegengaan van laaggeletterdheid bij onze inwoners. Landelijk is laaggeletterdheid een probleem, zo’n 2,5 miljoen inwoners vanaf 18 jaar zijn laaggeletterd en de helft daarvan heeft een Nederlandse achtergrond. Het aantal volwassenen dat laaggeletterd is, is in onze gemeente relatief hoog vergeleken met de regio. Gemiddeld 10% van de inwoners van Zevenaar is laaggeletterd tegenover 7% in de regio Midden-Gelderland. Laaggeletterdheid kan allerlei belemmeringen opwerpen in het dagelijks leven, in sociale contacten, het vinden van werk, het lezen van (overheids-)brieven.
Landelijk programma Kansrijke Start
In 2019 is het rijk gestart met het landelijk Actieprogramma Kansrijke Start. De eerste 1.000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een goede start in het leven. Niet alleen de gezondheid van het kind, ook de omgeving van het kind blijkt een goede voorspeller van de gezondheid (fysiek en mentaal) van het kind op latere leeftijd. Het ministerie van VWS heeft daarom het actieprogramma Kansrijke Start ontwikkeld. Hiermee wil de overheid (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie of omgeving helpen om een zo gezond mogelijke start aan een kind te geven. In Zevenaar doen wij mee aan het programma voor jonge (aanstaande) ouders. Onderdeel van het programma is het aanbod van de jeugdgezondheidszorg van de GGD met o.a. de interventies Voorzorg en Stevig Ouderschap. Kinderen krijgen hiermee meer mogelijkheden om zich beter te ontwikkelen en hiermee meer kansen op een goede start.
De komende jaren gaan wij de hulp aan (aanstaande) kwetsbare ouders versterken. Hierbij betrekken we andere partners, onder andere de kinderopvangorganisaties.
2. Terugblik op uitvoering onderwijskansenbeleid 2020-2023
Op 16 september 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met de doelstellingen in het beleidsplan onderwijskansen 2020-2023. Vervolgens hebben we, in samenwerking met het basis- en voortgezet onderwijs, voorschoolse opvang en andere betrokken organisaties een uitvoeringsagenda opgesteld, met de focus op doelstellingen en resultaten.
Op de doelstellingen en resultaten is goede voortgang geboekt, zo is geconstateerd door onderwijs en andere betrokken partners. We noemen hier de volgende resultaten:
Verder zijn we gestart met de pilot jongerenwerk op straat en Halt in de wijk. Het doel is jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding te geven en toekomstperspectief. Deze initiatieven hebben positieve impact op straat en binnen de school (voortgezet onderwijs). Hiermee is het aantal signalen van onveiligheid binnen de school verminderd.
Ten derde noemen we de bijdrage aan het verminderen van laaggeletterdheid en de aandacht voor taal en lezen. Voor deze doelstelling hebben we de bewustwording verhoogd en bestaande initiatieven gecontinueerd en uitgebreid. Er was al een Boekstartcoach (van de bibliotheek Kunstwerk!) actief op het consultatiebureau. Zij geeft advies aan ouders van het jonge kind om te gaan voorlezen en zo nodig helpt de coach de ouder naar een cursus Nederlandse taal voor volwassenen. Dit werkt goed. In 2022 hebben we een aanvraag voor subsidie van de scholen goedgekeurd. Hiermee konden zij het programma Logo 3000 kopen. Met dit programma leren kinderen veel nieuwe woorden op jonge leeftijd. Omdat er thuis geoefend moet worden, versterkt dit de ouderbetrokkenheid en leren ouders ook mee.
Gemeenten hebben voor de periode 2021-2023 een rijksbijdrage in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs ontvangen. Deze rijksmiddelen zijn bedoeld voor het tegengaan van achterstanden door corona. Het gaat met name om psycho-sociale problematiek die is ontstaan door thuisonderwijs en verlies van werk in de coronaperiode. Met de rijksmiddelen ondersteunen we kwetsbare kinderen en gezinnen door de inzet van schoolmaatschappelijk werk in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het jongerenwerk op school (Liemers College) is gecontinueerd met inzet van de rijksmiddelen en er zijn verzuimcoaches in het voortgezet onderwijs ingezet. Deze bestedingen zijn conform een plan dat in afstemming met de onderwijspartners en andere betrokken partners is gemaakt. De rijksmiddelen Nationaal Programma mogen we inzetten tot einde 2025, het is een tijdelijke uitkering.
3. Gemeentelijke visie Sociaal Domein
Het beleidsplan onderwijskansen 2024-2027 is opgesteld in samenhang met de gemeentelijke visie en integrale nota voor het Sociaal Domein. Hieronder geven we u eerst een beeld van deze brede visie Sociaal Domein. Daarna geven we u de gemeentelijke visie voor het onderwijskansenbeleid
De gemeenteraad op 26 juni 2024 de visie en integrale nota Sociaal Domein Zevenaar 2024-2040 vastgesteld. De visie voor het Sociaal Domein luidt:
“In de gemeente Zevenaar staan het sociale netwerk, gezondheid en leefbaarheid centraal. We werken aan de mogelijkheden voor iedereen om een eigen, zelfstandig en betekenisvol leven te leiden. Dit vanuit een stabiele (financiële) basis en gelijke kansen voor iedereen. In een prettige en gezonde leefomgeving. Met en voor elkaar. Zo maken we Zevenaar een nog fijnere plek om te wonen, werken en leven!”
We gaan samen met organisaties en inwoners aan de slag met de huidige vraagstukken in het sociaal domein. Daarbij houden we drie kernwaarden van de gemeente Zevenaar voor ogen: samenwerking, resultaatgerichtheid en klantgerichtheid.
3.1 Visie onderwijskansenbeleid Zevenaar
Met het onderwijskansenbeleid ondersteunen wij, scholen en kinderopvangpartners onze kinderen en hun ouders met voorschoolse educatie, onderwijs en ondersteuning. Dit doen wij vanuit de visie:
Goed onderwijs is voor alle kinderen belangrijk. Ieder kind in Zevenaar verdient kansen op een succesvolle onderwijsontwikkeling en een passende en fijne plek in de maatschappij. De juiste ondersteuning bij de ontwikkeling van een kind doet er toe. In de gemeente Zevenaar willen wij alle kinderen optimale ontwikkelkansen bieden, ongeacht het gezin of de buurt waarin ze opgroeien. Het is voor henzelf en voor de samenleving van groot belang dat kinderen gelijke kansen krijgen en hun talenten kunnen ontwikkelen.
We investeren daarom in een voorspoedige schoolloopbaan van kinderen, vanaf de voorschoolse periode tot en met de overgang naar werk. We bieden kinderen en hun ouders – waar nodig – extra hulp en zetten in op het voorkomen van achterstanden.
De ambitie is er om zoveel mogelijk kinderen en ouders op een goede manier te kunnen ondersteunen voor een goede start op de basisschool. Dit betekent dat wij met onze netwerkpartners werken aan de uitvoering van de wettelijke taken op het terrein van voor- en vroegschoolse educatie. We verlenen aanvullende subsidies om de Nederlandse taal te bevorderen. Ook stimuleren de samenwerking tussen organisaties om onderwijsachterstanden te verminderen.
Uit onderzoek is gebleken dat investeren in preventie, in het voorkomen van onderwijsachterstanden, loont. Zo blijkt dat de ontwikkelings- en leermogelijkheden in de (zeer) vroege leeftijdsfase groot zijn en dat interventies in deze periode het meeste rendement genereren2. In het kader van het behalen van het beste resultaat, kijken we goed naar werkzame interventies.
De onderwijsachterstandsmiddelen vanuit het rijk zijn in de kern bedoeld voor kinderen uit een minder kansrijke omgeving. We hebben in ons beleid extra aandacht voor enkele wijken en dorpen: we besteden extra tijd, aandacht en middelen op die locaties (opvanglocaties, scholen, kernen) waar de meeste behoefte is. Hierbij houden we oog voor de hele gemeente.
We sluiten aan op de belevingswereld van de Zevenaarse inwoners en op de netwerken die er al zijn. We werken samen met andere partijen om het beleid en uitvoering vorm te geven. Het onderwijs, de kinderopvang en de jeugdgezondheidszorg (GGD) zijn hierbij belangrijke partners.
Wij hebben de regierol en organiseren vier keer per jaar bestuurlijk overleg met de betrokken partijen. Hierin bespreken we het uitvoeringsplan en de voortgang op de doelstellingen en resultaten. Er is een werkgroep VVE met peuteropvangorganisaties en basisscholen en de GGD (jgz) waarin we de doelstellingen concreet maken tot resultaten en initiatieven.
In hoofdstuk 1 hebben we vermeld dat wij binnen het onderwijsachterstandenbeleid wettelijk verplicht zijn een aantal taken uit te voeren. Deze taken vormen de basis van ons onderwijskansenbeleid.
Met de betrokken partners hebben we een aantal belangrijke thema’s voor het onderwijskansenbeleid benoemd. Bij elk thema beschrijven we doelstellingen voor de komende periode. De doelstellingen vormen voor ons de focus de komende vier jaar. Beoogde resultaten en activiteiten nemen we op in een uitvoeringsagenda. Succesvolle initiatieven uit de voorgaande periode worden gecontinueerd.
4.1 Versterking voor- en vroegschoolse educatie
Wij hebben de taak ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen naar de peuteropvang gaan. Er zijn zoals gezegd kinderen die we meer ondersteuning willen geven, vanwege mogelijke achterstanden. Voor deze kinderen bieden we 16 uur per week voorschoolse educatie op de peuteropvang of kinderopvang. Hier begeleiden VVE-opgeleide pedagogisch medewerkers de kinderen bij het (spelend) leren. De pedagogisch medewerkers gebruiken hierbij het landelijk programma Startblokken.
De komende vier jaar willen we blijven werken aan een hoge deelname aan voor- en vroegschoolse educatie, de ondersteuning op de VVE-groep versterken en dat de kwaliteit conform de wetgeving goed is. We formuleren voor dit thema onderstaande doelstellingen. Bij de doelstellingen benoemen we initiatieven die we inzetten en nemen deze op in een uitvoeringsagenda.
1.Deelname van peuters aan peuteropvang stijgt de komende periode naar minimaal 80%
Om alle kinderen zoveel mogelijk kansen te bieden, streven we naar een hoge deelname van kinderen aan peuteropvang. Alle peuters hebben hier baat bij: ze om samen te spelen en het is een goede voorbereiding op de basisschool. Alle peuters van 2,5 tot 4 jaar in gemeente Zevenaar kunnen twee dagdelen naar de peuteropvang. Ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage. De overige kosten krijgen zij vergoed via de Belastingdienst, als zij betaald werk doen. Voor de ouders die niet (kunnen) werken, betalen wij de kosten. Voor deze ouders zorgen we er met subsidie voor dat de ouderbijdrage laag blijft.
Ten opzichte van 2019 is deelname aan peuteropvang gestegen in Zevenaar. In 2019 was er nog een deelname van 70%, in 2023 was dit een percentage van 77%. We gaan met de GGD en peuteropvang organisaties in gesprek over aanvullende initiatieven om met ouders waarvan hun kind nu niet naar de peuteropvang gaat, in gesprek te gaan. Dit doen we als dat nodig is wijk- of dorpsgericht. We blijven streven naar een deelname van minimaal 80% van de peuters in Zevenaar aan peuteropvang. Met de Peutermonitor houden we zicht op non bereik of geen gebruik maken van de peuteropvang.
2.Versterking toeleiding van doelgroeppeuters naar de voorschoolse educatie voor hoog bereik
Wij moeten ervoor zorgen dat zoveel mogelijk peuters met een risico op een onderwijsachterstand meedoen aan de voorschoolse educatie. Dit betekent dat de kinderen vier dagdelen naar de opvang kunnen gaan en meer begeleiding krijgen. In de afgelopen periode (2020-2023) is de deelname van het percentage doelgroeppeuters verhoogd van 65% naar 92%. Participatie van deze groep peuters aan de voorschoolse educatie kan onderwijsachterstanden op een latere leeftijd voorkomen en heeft daarom prioriteit.
In onze gemeente wordt voorschoolse educatie op diverse locaties verspreid gegeven. We willen een goede spreiding van het aanbod houden. Hiermee kunnen we een hoog bereik behalen. In de bijlage bij dit plan vindt u een overzicht van de gemeente met de locaties voor voorschoolse educatie.
Kinderen profiteren het meest van voorschoolse educatie als zij in een gemengde groep zitten. Dus met kinderen zonder (taal)achterstand. Daarom hebben wij in het beleid opgenomen dat de aanbieders van voorschoolse educatie moeten werken met gemengde groepen. Dit ondersteunt ook het tegengaan van segregatie, want kinderen van verschillende groepen in de maatschappij gaan samen naar de speelzaal.
In de afgelopen periode hebben we de toeleidingprocedure naar voorschoolse educatie verhelderd. De GGD verzorgt voor ons de indicatie en vanuit hier worden peuters geleid naar een voorschoolse organisatie. De meeste doelgroepkinderen doen mee aan de voorschoolse educatie. Maar niet alle kinderen met een indicatie doen mee. De peuteropvangorganisaties gaan samen met andere betrokken partijen aanvullende initiatieven ondernemen om ouders van niet deelnemende kinderen over de streep te krijgen. Hiermee beginnen wij in de wijken en dorpen met veel doelgroepkinderen. We beogen het percentage doelgroepkinderen dat deelneemt aan voorschoolse educatie te verhogen van 92% in 2023 naar 97% in 2025.
3.Meer ondersteuning voor VVE-groepen met meer dan 50% VVE- en zorgkinderen
Op locaties waar voorschoolse educatie wordt gegeven en er in de groep meer dan 50% VVE- en zorg-geïndiceerde peuters zijn, bieden wij extra begeleiding in de groep. Met aanvullende subsidie kan een extra pedagogische medewerker en/of groepshulp worden aangesteld voor enkele dagdelen. Zo kunnen zij de hulp en begeleiding geven voor de peuters die dat nodig hebben. Deze extra ondersteuning bieden we in ieder geval tot 1 augustus 2025. Omdat dit nieuw is in Zevenaar, willen we die tussentijds evalueren voordat we hiermee doorgaan na 2025. We onderzoeken in de komende tijd of een extra pedagogisch medewerker altijd passend is. Soms is iets anders nodig. Dan gaat het bijvoorbeeld om een ambulant begeleider van Kentalis als er sprake is van taal-spraakproblematiek.
4.Versterken van de doorgaande lijn tussen voorschoolse educatie en vroegschoolse educatie
In Zevenaar werken we aan de doorgaande lijn tussen voorschoolse educatie en vroegschoolse educatie door het gebruik van eenzelfde VVE-programma voor alle kinderen. Dat is in Zevenaar het programma Startblokken. Verder werken alle voorschoolse organisaties met hetzelfde observatiesysteem: het programma Kijk. In het systeem komt informatie die van belang kan zijn voor de basisschool. De overdracht voor de basisschool gaat via een overdrachtsformulier. Met een ‘warme’ overdracht is er een gesprek tussen pedagogisch medeweker van de voorschoolse educatie en de basisschoolleerkracht.
Doel van deze overdracht is dat de leerkracht weet wat de kleuter in groep 1 nodig heeft om goed verder te gaan met de ontwikkeling. Voor doelgroepkinderen is het extra belangrijk om de aandacht te hebben voor de doorgaande lijn. In 2022 hebben de organisaties voor voorschoolse educatie en de basisscholen het overdrachtsformulier aangepast. We evalueren de werkwijze de komende periode.
Voor kinderen met een VVE-indicatie is er ook op andere manieren extra aandacht voor de doorgaande ontwikkellijn. Een doorgaande ontwikkellijn betekent onder andere dat voor- en vroegscholen het pedagogisch klimaat en educatief handelen op elkaar afstemmen. Het versterken van de doorgaande ontwikkeling in VVE is het meest belangrijk voor peuteropvang locaties en scholen met de meeste doelgroepkinderen3. In de uitvoeringsagenda komen initiatieven om de doorgaande lijn te versterken. Een van de gezamenlijke thema’s is het leren van de Nederlandse taal voor anderstalige kinderen afkomstig uit het buitenland.
5.Bijstelling afspraken over het te verwachten resultaat van voor- en vroegschoolse educatie
Het is wettelijk verplicht dat gemeente en schoolbesturen resultaatafspraken met elkaar maken over de opbrengsten van voor- en vroegschoolse educatie. In 2022 hebben wij en het primair onderwijs de bestaande afspraken over jaarlijkse meting taalontwikkeling (onderdeel van Convenant Resultaatafspraken VVE gemeente Zevenaar) geëvalueerd. In deze afspraken werd tot 2022 de focus gelegd op de gemiddelde voortgang van de hele groep. In de komende periode maken we afspraken die meer recht doen aan de individuele ontwikkeling van kinderen. De voorschoolse organisaties sluiten aan bij het maken van de afspraken. In de bijstelling van de afspraken leggen we de nadruk op de werkzame factoren (wat draagt bij aan de taalontwikkeling van de kinderen).
4.2 Gezamenlijke focus op taalontwikkeling en leesbevordering met ouders
Alles is taal, we kunnen er niet omheen. Wanneer een kind achterblijft in de taalontwikkeling door bv. een kleine woordenschat of begrijpend lezen, heeft dat gevolgen voor de ontwikkeling op andere terreinen. De taalontwikkeling begint al op vroege leeftijd en de thuisomgeving heeft grote invloed. De voorschoolse voorzieningen en het onderwijs hebben als taak de kinderen te onderwijzen in taal en de kinderen te leren lezen. Om kinderen extra kansen te geven ondersteunen wij de initiatieven die de taalontwikkeling verbeteren.
Specifiek noemen we hier dat we het nt2- onderwijs in de nieuwkomersvoorziening Taalschool de Liemers ondersteunen. Taalschool de Liemers is er voor anderstalige nieuwkomersleerlingen uit Duiven, Zevenaar, Westervoort en Montferland (Didam). Deze nieuwkomersvoorziening is in 2022 gestart en biedt intensief onderwijs in de Nederlandse taal voor Oekraïense vluchtelingen en andere nieuwkomers, in de leeftijd van 6 tot 12 jaar. Het grootste deel van de kosten kan worden betaald uit rijksbekostiging. Wij betalen mee voor de inzet van een intern begeleider en onderwijsassistenten zodat onderwijs in kleine groepen gegeven kan worden. De betrokken gemeenten betalen allemaal een bijdrage naar rato van het aantal leerlingen uit de gemeente. We hebben met de andere gemeenten en de schoolbesturen afspraken voor de periode 2023 tot en met 2026 vastgelegd in een convenant. Voor de periode daarna zijn nog geen afspraken gemaakt. Of deze afspraken er komen is afhankelijk van de instroom van vluchtelingen.
De nieuwkomers in de leeftijd van 12 tot 18 jaar gaan naar de Internationale Schakelklas in Arnhem.
Voor de nieuwkomersleerlingen geldt dat zij het eerste jaar naar de Taalschool of de Internationale Schakelklas gaan. Daarna stromen zij uit naar het regulier onderwijs dichtbij huis, dit bevordert de integratie van de kinderen en de gezinnen.
Vanuit de gemeentelijke middelen voor onderwijsachterstandenbeleid ondersteunen we daarnaast taal- en leesprojecten die o.a. door Kunstwerk worden uitgevoerd. Wat gaan we de komende periode nog meer doen?
1.Versterken ouderbetrokkenheid om taalontwikkeling kinderen te verbeteren
Verder willen we met name voor de peuteropvang organisaties en basisscholen met veel doelgroepkinderen kijken welke effectieve interventies passend zijn om de taalontwikkeling van de kinderen te verbeteren door ouderbetrokkenheid te versterken.
2.Intensivering samenwerking voor gezamenlijke aanpak educatie volwassenen
Volwassenen helpen met educatie helpt ook de kinderen. Uit onderzoek blijkt dat een taalrijke leefomgeving bijdraagt aan het voorkomen van taal- en onderwijsachterstanden op latere leeftijd. Door volwassenen (denk aan de ouders) te ondersteunen, dragen we ook bij aan de taalontwikkeling van de kinderen.
In het Liemers Taalhuis werken we met partners uit Zevenaar, Duiven en Westervoort samen om een dekkend en passend aanbod volwasseneneducatie te organiseren. Deelnemers aan het Liemers Taalhuis zijn Kunstwerk!, ROC Rijn IJssel, Mikado Welzijn, Caleidoz Welzijn, de RSD, en Prago. Binnen het Liemers Taalhuis wordt formele en non-formele educatie aangeboden. Actueel is dat docenten vanuit het Liemers Taalhuis les in de Nederlandse taal geven aan Oekraïense vluchtelingen. Aansluitend hieraan willen we de scholen en kinderopvang betrekken bij initiatieven om de inwoners die moeite hebben met lezen en schrijven te helpen.
4.3 Betere aansluiting kinderopvang, onderwijs met gemeentelijke hulp
Het kan zijn dat er bij kinderen niet alleen mogelijke taalachterstanden worden gesignaleerd op de voorschoolse voorziening of de basisschool. Dan is er bijvoorbeeld sprake van problematieken thuis of blijkt dat er spraak-taalproblemen zijn bij het kind. Voor kinderen met zorg- en ondersteuningsvragen is extra aandacht van belang.
In de eerste plaats zien we hier een rol voor de pedagogisch coaches/zorg coördinatoren van de kinderopvang en intern begeleiders van de basisschool, die samen met de pedagogisch medewerkers en leerkrachten zorgen voor passend onderwijs en ondersteuning. Als er een hulpvraag is van ouders die gaat over problematiek thuis, in de opvoeding is de (school)maatschappelijk werker het eerste aanspreekpunt en van daaruit kan indien nodig verwezen worden voor verder onderzoek of ondersteuning4. Vanuit het onderwijskansenbeleid zetten we in op vroegsignalering door de jeugdverpleegkundige en afstemming met gemeentelijke hulp.
Wat gaan we de komende jaren in ieder geval doen?
1.Versterken vroegsignalering problematieken en ondersteuning aan ouders VVE-kinderen
In 2021 is een spreekuur van de jeugdverpleegkundige (VGGM) gestart voor ouders van 2-4 jarigen op het Integraal Kindcentrum Tragellijn in Lobith. Laagdrempelig advies kan op deze manier gegeven worden. Als het nodig is kan er doorverwezen worden naar andere zorg. In 2024 hebben we deze inzet uitgebreid met aanbod op IKC de Carrousel in Zevenaar. De komende periode gaan we dit aanbod uitbreiden naar vijf locaties. De kosten van de inzet van de jeugdverpleegkundige worden betaald uit de rijksmiddelen voor het onderwijsachterstandenbeleid.
Daar waar de behoefte is, ondersteunen we groepsbijeenkomsten voor ouders waar laagdrempelig informatie wordt gegeven. Deze kosten worden betaald uit budgetten voor preventie.
Op de basisscholen en het Liemers College is er laagdrempelige hulp voor ouders en leerlingen vanuit maatschappelijk werk op school. Een sterke verbinding met de toegang tot geïndiceerde zorg of andere gemeentelijke hulp is belangrijk. De (school)maatschappelijk werker is de verbindingspersoon, een goede samenwerking tussen school, kinderopvang en het gemeentelijk toegangsteam voor geïndiceerde zorg heeft prioriteit. Want als zorg nodig is, is het belangrijk dat de lijnen kort zijn.
De scholen en ouders zijn positief over de hulp van het maatschappelijk werk op school. Uit de resultaten blijkt dat dit maatschappelijk werk meerwaarde heeft. Met de laagdrempelige steun kunnen juist ook gezinnen waar verschillende problemen spelen, vaak weer verder. De uitgaven voor het schoolmaatschappelijk werk kunnen we tot en met 2025 bekostigen uit gemeentelijke budgetten aangevuld met NPO-Corona middelen. Uiterlijk in 2025 neemt de gemeente een besluit over de voortzetting van ondersteuning van het maatschappelijk werk op school.
2. Uitbreiding richtlijnen voor regulier onderwijs en inzet van jeugdzorg
in 2021 hebben we afspraken gemaakt met het onderwijs over begeleiding en zorg in het speciaal onderwijs. Met de begeleiding en zorg vanuit de jeugdwet kunnen kinderen met ernstige problematieken (verstandelijk, lichamelijk of meervoudige beperking) naar school blijven gaan. Voor dit onderdeel is duidelijkheid over verantwoordelijkheden van het onderwijs en van ons. Voor leerlingen in het regulier basisonderwijs hebben we deze richtlijnen niet afgesproken.
We maken een inventarisatie van situaties waarin wij en onderwijs- en kinderopvangpartners geen gedeeld inzicht hebben in wie hulp moet verlenen en waar we vastlopen. Wie zorgt voor het aanbod aan ondersteuning? Voor deze situaties stellen we richtlijnen op samen met het onderwijs. Het maken van samenwerkingsafspraken tussen betrokken partijen (onderwijs, gemeentelijk toegangsteam, maatschappelijk werk op school, etc.) komt in de uitvoeringsagenda. Daar waar dat kan, maken we afspraken in Liemers verband.
4.4 Doorgaande en succesvolle schoolloopbaan voor onze kinderen
1.Betrokken partijen werken samen om langdurig schoolverzuim te verminderen.
Het aantal jongeren dat niet op een school is ingeschreven (absoluut verzuim) ligt nu lager dan landelijk (1,2 per 1000 leerplichtigen in Zevenaar tegen 4,2 landelijk). Het aantal jongeren dat langer dan vier weken verzuimt (langdurig relatief verzuim) is daarentegen gestegen (naar 33 van de 1000 leerlingen). Dit aantal leerlingen dat langdurig verzuimt is aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde (24 van de 1000 leerlingen). Het lage absoluut verzuim houden we vast en we streven naar een verlaging van het langdurig relatief verzuim. We maken de komende periode afspraken over de lokale aanpak van langdurig schoolverzuim, daar waar dat kan doen we dit in Liemers verband. Scholen, samenwerkingsverbanden, leerplicht en gemeente (jeugdzorg) werken hierin samen.
2.Het percentage voortijdig schoolverlaters blijft in 2024-2027 onder het landelijk gemiddelde
Het percentage leerlingen dat voortijdig het onderwijs verlaat is in Zevenaar al jaren redelijk stabiel (rond 1,8%) en ligt structureel onder het landelijk gemiddelde (ca. 2,0%). Hoewel landelijk en regionaal het percentage VSV gestaag toeneemt, zijn in Zevenaar de meest actuele cijfers (schooljaar 2021-2022) nog altijd stabiel. We blijven deze ontwikkelingen monitoren, en werken met onze lokale en regionale partners samen om het percentage VSV verder te laten dalen. De benodigde acties daartoe nemen we op in de uitvoeringsagenda.
3.Voor alle oud-vsv’ers en jongeren in kwetsbare positie tot 23 jaar passende trajecten voor toeleiding naar werk of dagbesteding
Het is onze wettelijke taak om zowel jongeren die de school al eerder hebben verlaten zonder startkwalificatie (oud-vsv-ers) en jongeren in een kwetsbare positie naar werk of zelfstandigheid toe te leiden. Wij sluiten hierbij aan bij regionale afspraken die gemaakt worden, en zoeken de samenwerking met de uitvoering van de Participatiewet en Wmo/dagbesteding. Waar de regionale afspraken leiden tot concrete acties voor ons nemen wij deze op in de uitvoeringsagenda.
4.Samen met netwerkpartners zetten we ons in voor een sociaal en fysiek veilige school(omgeving)
Door een netwerksamenwerking met betrokken partners (scholen, politie, bureau Halt, Iriszorg, jongerenwerk, straatwerk, en leerplicht) voeren we in de gemeente een herkenbaar veiligheidsbeleid voor onze jeugd. Daarom hebben we met het Liemers College en de politie in 2018 het convenant Schoolveiligheid opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over ieders verantwoordelijkheid en de initiatieven die we gezamenlijk op willen zetten. Het convenant wordt in 2025 geëvalueerd, waarna afspraken worden gemaakt over voortzetting van de samenwerking rondom een veilige school en omgeving. In de komende periode bespreken we welke onderwerpen aandacht verdienen op basisscholen. Denk aan het tegengaan van online pestgedrag, maar ook het uitbreiden van activiteiten in de buitenschoolse omgeving in de wijken en dorpen waar de meeste behoefte is.
5. We ondersteunen de doorgaande schoolloopbaan voor kinderen van 4 tot 18 jaar
Niet alleen de toeleiding naar kinderopvang en de overgang van peuteropvang naar de basisschool zijn belangrijke momenten (zie thema 4.1.) Uit onderzoek blijkt dat ook de overgang van het basis- naar voortgezet onderwijs een moment is om extra aandacht te geven, juist ook voor kinderen uit een minder kansrijke omgeving. Hiervoor zijn de scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs aan zet. Op verschillende manieren werken scholen samen voor een goed overgangsmoment. Dit doen zij samen met de ouders. Specifiek voor kinderen die liever praktisch leren hebben onze scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs een gezamenlijk programma opgesteld om de leerlingen een goede start op het voortgezet onderwijs te geven. Dit is een onderdeel van het Liemers Lijstje, waarbij kinderopvang, basisonderwijs en voortgezet onderwijs binnen de Liemers intensief samenwerken. .
Scholen en gemeente ondersteunen het project School ’s Cool. Hierbij helpt een vrijwilliger een leerling en ouders in een moeilijkere thuissituatie de overstap te maken van basisschool naar voortgezet onderwijs. Dit is een bewezen effectief programma en betrokkenen zijn blij met het initiatief.
Scholen voor voortgezet onderwijs, het Middelbaar Beroepsonderwijs en regiogemeenten maken elke vier jaar een Regionaal Programma Voortijdig Schoolverlaten. Speerpunten van het Regionale Programma zijn een goede overstap van voortgezet onderwijs naar Middelbaar Beroepsonderwijs. en een goede overstap van praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs naar vervolgeducatie. Voor uitvoering van de speerpunten ontvangen de scholen en de centrumgemeente (gemeente Arnhem) middelen van het rijk.
We volgen via het overleg met de schoolbesturen de resultaten van de initiatieven voor extra aandacht voor de overgangsmomenten.
5. Financiën Onderwijskansenplan
Voor het onderwijsachterstandenbeleid krijgen we een doeluitkering voor 2024 van het Rijk van € 1.155.759,--. Voor 2025 en 2026 wordt dit bedrag geïndexeerd door het Rijk. Vanuit de vorige landelijke beleidsperiode hebben we een restant bedrag kunnen behouden van € 504.000, -- voor de jaren 2023 tot en met 2026.. Dit bedrag hebben we verdeeld over deze jaren (2023 tot en met 2026). Hiervan resteert nu nog een bedrag van € 252.000,--. Voor de komende twee jaar staat er dan jaarlijks € 126.000, -- in de begroting. Hieronder ziet u een globale begroting voor 2024/2025.
|
1.155.7595 |
|
|
Reserveren voor nieuwe activiteiten o.a. samenwerking met cultuurverenigingen |
|
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 25 september 2024.
De griffier
drs. C.M. Steenbergen
De burgemeester
drs. L.J.E.M. van Riswijk
Het onderwijsachterstandenbeleid (OAB) wordt gekaderd door de eisen uit de wet op het Primair Onderwijs (WPO, artikelen 159, 161, 165 - 168), (aanpassingen op) en de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB).
In overleg met schoolbesturen en kinderopvangpartners maken gemeenten afspraken over stimuleren deelname aan voorschoolse educatie, doorverwijzing, bestrijden van onderwijsachterstanden in basis- en voortgezet onderwijs en tegengaan segregatie. . Gemeenten zijn wettelijk verplicht om minimaal 1 keer per jaar hierover overleg te voeren.
De Algemene Maatregelen van Bestuur geven de kaders voor het voorschoolse aanbod weer, zoals het vereiste opleidingsniveau van de beroepskrachten en het aantal beroepskrachten per peutergroep.
Gemeenten zijn in het kader van passend onderwijs verantwoordelijk voor het afstemmen van het gemeentelijk jeugdplan met het ondersteuningsplan van de scholen in hun regio. Scholen werken samen in regionale samenwerkingsverbanden om de ondersteuning voor leerlingen op elkaar af te stemmen. In het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) bespreken gemeenten en samenwerkingsverbanden het ondersteuningsplan en gemeentelijk jeugdplan. Het realiseren van de verbinding en de nadere invulling ervan wordt aan de partijen op lokaal en regionaal niveau overgelaten.
Leerplicht, voortijdig schoolverlaten / Regionale Meld- en Coördinatiefunctie
Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid rondom verzuim en voortijdige uitstroom uit het onderwijs. In de Leerplichtwet (https://wetten.overheid.nl/BWBR0002628/2020-04-01) zijn de taken rondom verzuim in de leerplichtige leeftijd opgenomen. Leerplichtambtenaren werken samen met het onderwijs om leerlingen te stimuleren (weer) naar school te gaan, beoordelen vrijstellingen en handhaven bij schoolverzuim.
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet houdende regels inzake de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdige Schoolverlaten in werking getreden. In de wet is vastgelegd dat het bestrijden van voortijdig schoolverlaten een gezamenlijke taak is van de schoolbesturen en de gemeente. Bij voortijdig schoolverlaten is sprake van uitstroom uit school (bij jongeren tot 23 jaar) zonder een startkwalificatie (zijnde een havo-, vwo- of mbo 2/3/4 diploma) Vanaf 1 januari 2002 zijn de schoolbesturen verplicht om voortijdig schoolverlaters te melden bij de gemeente. De wettelijke regeling over het voortijdige schoolverlaten is vastgelegd in de volgende onderwijswetten: Wet op het voortgezet onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0013103/2013-07-04 voor alle wijzigingen.
Het aanbieden van volwasseneneducatie is voor onze gemeente belegd binnen de regio Midden-Gelderland. Voor deze regio is Arnhem aangewezen als contactgemeente, wat inhoudt dat zij de taken regionaal coördineren, budgethouder zijn en namens de regio verantwoording afleggen aan het Rijk. Het toezicht hierop is gedelegeerd naar het Portefeuillehoudersoverleg Onderwijs en de afspraken hiervoor zijn vastgelegd in een regionale samenwerkingsovereenkomst. De regio, en daarmee onze gemeente hebben hierbij te maken met een aantal wetten en kaders:
Volwasseneneducatie wordt gekaderd door de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB, https://wetten.overheid.nl/BWBR0007625/2020-04-01). Deze wet vormt de wettelijke grond voor de uitvoering van volwasseneneducatie. De gemeente is hierbij, samen met de gehele regio, verantwoordelijk voor het aanbieden van voldoende en een kwalitatief goed aanbod van opleidingen voor inwoners van 18 jaar en ouder. Hieronder vallen analfabeten, laaggeletterden en vrijwillige inburgeraars.
De subsidie non-formele educatie (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-27580.html). Dit is een initiatief van de regio Midden-Gelderland, waarbij lokale initiatieven die de basisvaardigheden van laaggeletterden willen verbeteren een subsidie kunnen aanvragen. De gemeente moet de initiatieven met de subregio van een positief advies voorzien voor een aanvraag kan worden ingediend.
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor bekostiging van (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding van scholen. Het rijk stelt, via het gemeentefonds, middelen beschikbaar en heeft wettelijke regels gesteld voor de besluitvorming over onderwijshuisvesting en de financiering daarvan. Dit is opgenomen in de Wet op het Primair Onderwijs (artikel 91 en verder; https://wetten.overheid.nl/BWBR0003420/2020-04-01)
De wettelijke eisen die worden gesteld aan schoolgebouwen zijn vooral opgenomen in het Bouwbesluit, Arbowetgeving en onderwijswetten en daaruit voortvloeiende regelgeving. Daarnaast geldt voor multifunctionele accommodaties en brede scholen dat de Wet Kinderopvang en daaruit volgende wetgeving in beperkte mate eisen stelt aan ruimten voor kinderopvang.
Schoolveiligheid is primair de verantwoordelijkheid van de scholen. Scholen in het primair-, voortgezet- en speciaal onderwijs zijn verplicht zorg te dragen voor een veilige school.
Sinds augustus 2015 is de Wet Veiligheid op school (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2015-238.html) van kracht die tot doel heeft pesten aan te pakken en de veiligheid voor leerlingen op school te vergroten. In onze gemeente hebben wij met schoolmaatschappelijk werk, jongerenwerk, politie en het voortgezet onderwijs een convenant opgesteld om de samenwerking rondom veiligheid op school vast te leggen.
Bijlage 2 Indicatoren Onderwijskansenbeleid
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek en Peutermonitor
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek dashboard Onderwijskansen 2023
Bron:DUO/Ingrado schooljaar 2021-2022.
Bron: DUO/Ingrado schooljaar 2021-2022 en leerplichtjaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Arnhem 2021/2022
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-498530.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.