Gemeenteblad van Lansingerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lansingerland | Gemeenteblad 2025, 498287 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lansingerland | Gemeenteblad 2025, 498287 | beleidsregel |
Op 16 november 2010 stelden het college van burgemeester en wethouders (B&W) van de gemeente Lansingerland het Veiligheidsarrangement RET halteplaatsen Randstadrail gemeente Lansingerland vast. Hierin spraken de gemeente Lansingerland, de Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, de RET en Qbuzz af dat zij zich gezamenlijk inzetten voor de verbetering van de sociale veiligheid op de RET halteplaatsen in Lansingerland.
Gelijktijdig met de vaststelling van het Veiligheidsarrangement heeft het college van B&W ook het Actieplan Sociale Veiligheid halteplaatsen Randstadrail gemeente Lansingerland (hierna: Actieplan Sociale Veiligheid) vastgesteld. Hierin staan 7 actiepunten, waaronder het actiepunt
Deze notitie beschrijft de aanpak van fietsoverlast in Lansingerland. Het is een verdere uitwerking van actiepunt 4 ‘Aanpak fietsdiefstallen’ uit het Actieplan Sociale Veiligheid. Het doel is het ontwikkelen en uitvoeren van een aanpak voor het verwijderen van gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen, fiets- wrakken en weesfietsen in Lansingerland.
Hoewel het juridisch kader en de procedure voor de gehele gemeente gelden, ligt de focus vooralsnog op (structurele) handhaving bij de Randstadrail halteplaatsen Berkel Westpolder en Rodenrijs. Mocht uit cijfers of meldingen blijken dat de aanpak van fietsoverlast óók op andere locaties in de gemeente Lansingerland noodzakelijk is, dan kan deze notitie met die betreffende locaties uitgebreid worden.
Aanleiding voor het ontwikkelen van deze aanpak is het grote aantal gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen op met name de halteplaatsen Berkel Westpolder en Rodenrijs. De ervaring is dat reizigers hun fietsen buiten de daarvoor bestemde gebieden/vakken plaatsen. Ook zijn er veel fietswrakken en weesfietsen gesignaleerd. Reizigers, bezoekers, omwonenden, lokale ondernemers en politie ondervinden veel overlast van gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen, fietswrakken en weesfietsen.
Bovendien is het aantal fietsdiefstallen in Lansingerland aanzienlijk. In de periode 2007-2008 is sprake van een sterke stijging van het aantal fietsdiefstallen, waarna in 2009 sprake is van een stabilisatie. In 2010 is het aantal diefstallen verder gedaald en deze daling zet zich in 2011 door 1 . Ondanks deze daling is het aantal diefstallen op de halteplaatsen Berkel Westpolder en Rodenrijs nog steeds dermate hoog2 en rechtvaardigt dit een extra inzet.
Het verwijderen van gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen, fietswrakken en weesfietsen moet in eerste instantie leiden tot een verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. De aanblik van de omgeving van de halteplaatsen Berkel Westpolder en Rodenrijs gaat er sterk op vooruit en de bereikbaar- heid en veiligheid(sgevoel) neemt toe. Daarnaast levert het verwijderen een bijdrage aan anti-diefstal- beleid doordat gestolen fietsen worden opgespoord.
In deze notitie spreken we over gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen, fietswrakken en weesfietsen. Onder deze begrippen vallen ook de brom- en snorfietsen. Om een goed onderscheid tussen de verschillende soorten fietsen te kunnen maken, volgen hieronder de definities3 :
Gevaarlijk geparkeerde fietsen zijn fietsen die zo geparkeerd staan dat deze gevaar opleveren doordat ze bijvoorbeeld de doorgang voor hulpdiensten belemmeren of de in- of uitgang of de vluchtroute voor gebruikers van een gebouw (gedeeltelijk) versperren. Ook een fiets waarvan een wiel uitsteekt op het fietspad of de rijbaan of een fiets die de blindegeleidestrook blokkeert, staat gevaarlijk geparkeerd.
Verkeerd geparkeerde fietsen zijn fietsen die buiten de daarvoor bestemde stallingen of op onjuiste wijze in een fietsenrek zijn geplaatst. Deze verkeerd geparkeerde fietsen geven vaak overlast doordat ze de doorgang van looproutes verkleinen of blokkeren en/of voor een rommelig straatbeeld zorgen.
Een fietswrak is een fiets waarvan de gebreken niet met een eenvoudige ingreep te verhelpen zijn of die in een verwaarloosde staat van onderhoud verkeert, zodanig dat er niet meer mee kan worden gereden. Bovendien is de economische waarde van de fiets zo laag dat er meer kosten zijn gemoeid met het opknappen van de fiets dan dat de fiets nog waard is.
Weesfietsen zijn fietsen die op openbaar terrein gestald staan en al langere tijd niet meer gebruikt zijn. Weesfietsen kan men herkennen aan het feit dat ze gedurende een lange periode op dezelfde plaats staan. Vaak betreft dit een (goedkope) fiets die tijdelijk in gebruik is geweest (bijvoorbeeld voor de duur van een studie, stage of tijdelijke tewerkstelling) en die door de eigenaar is achtergelaten. Een weesfiets kan na verloop van tijd een fietswrak worden.
In hoofdstuk 2 beschrijven we het juridisch kader rond de handhaving van fietsparkeren. Hoofdstuk 3 beschrijft de procedure voor de aanpak van fietsoverlast, meer specifiek de aanpak van weesfietsen, fietswrakken en gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen, in de gemeente Lansingerland. Hoofdstuk 4 gaat in op de communicatie richting reizigers, inwoners en andere organisaties en instellingen over de aanpak van de fietsoverlast. In hoofdstuk 5 worden de kosten die met de handhaving van fietsparkeren gemoeid zijn, weergegeven. Hoofdstuk 6 gaat in op de evaluatie van de aanpak. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de acties die nodig zijn voordat op fietsparkeren gehandhaafd kan worden.
In dit hoofdstuk beschrijven we het juridisch kader rond de aanpak van fietsoverlast in Lansingerland. Aan de orde komen de artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) op grond waar- van de fietsoverlast aangepakt wordt, uit de Gemeentewet (hierna: Gw) op grond waarvan bestuurs- dwang geregeld is en de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), waarin de toepassing van bestuurs- dwang en de termijnen waarop bezwaar en beroep mogelijk zijn, geregeld zijn.
Het handhaven op fiets parkeren moet gebeuren binnen de wettelijke kaders. In de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) van Lansingerland worden in hoofdstuk 5 ‘andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente’ onder afdeling 1 – Parkeerexcessen de verboden met betrekking tot het fiets parkeren beschreven.
Om de aanpak van weesfietsen goed te kunnen organiseren, moet in de APV vastgelegd zijn dat er een maximum stallingsduur geldt in bepaalde gebieden4 . Er kan in de APV melding gemaakt worden van de maximale stallingsduur en de gebieden waarvoor die geldt, maar het is praktischer om alleen de bepaling op te nemen dat zowel de gebieden als de stallingsduur nader worden bepaald door het college van B&W. De APV hoeft dan niet te worden aangepast bij een verandering van de gebieden of de stallingsduur. Een nieuw besluit van B&W volstaat dan5 .
In artikel 5:12, lid 2 van de APV van de gemeente Lansingerland staat dat het verboden is om op de door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te parkeren. De maximale stallingsduur in Lansingerland bedraagt 28 dagen.
Het verwijderen van fietswrakken is geregeld in artikel 5:12, lid 3 van de APV. Het blijkt in de praktijk lastig om te bepalen wanneer sprake is van ‘rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud’ of ‘verwaarloosde toestand’. In Lansingerland is hier sprake van als essentiële onderdelen van de fiets voor het rijden ontbreken en niet te verhelpen zijn met een eenvoudige ingreep, zoals het stuur, het zadel, het aandrijfmechanisme of de wielen, of onderdelen van de fiets defect (bijvoorbeeld krom) zijn.
Daarnaast is sprake van ‘rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud’ wanneer een fiets twee lege, zichtbaar verteerde, twee kapotte of helemaal geen banden heeft. Onder ‘verwaarloosde toestand’ wordt een fiets met roest, stof of begroeiing (mos, onkruid, takken e.d.) verstaan.
2.1.3 Verkeerd geparkeerde fietsen
Verkeerd geparkeerde fietsen zijn fietsen die buiten de daarvoor bestemde stallingen of op onjuiste wijze in een fietsenrek zijn geplaatst. Daardoor kunnen looproutes verkleind of geblokkeerd raken. Het zijn fietsen die in de aanwijzingsgebieden buiten de daarvoor bestemde stallingen zijn geplaatst. Deze fietsen leveren behalve een rommelig straatbeeld, ook overlast op omdat het gebruik van het openbaar gebied door vooral voetgangers en rolstoelgebruikers belemmerd wordt.
Op grond van artikel 5:12, lid 1 van de APV is het verboden op de door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
2.1.4 Gevaarlijk geparkeerde fietsen
Om gevaarlijk geparkeerde fietsen te kunnen verwijderen moet in de APV een artikel opgenomen zijn, waarin geregeld wordt dat geparkeerde fietsen geen gevaar, schade of belemmering mogen veroorzaken. Deze regel vloeit voort uit artikel 5:12, lid 1 van de APV. Slechts die plaatsen worden door het college aangewezen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming van over- last of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid verboden is om fietsen en bromfietsen onbeheerd te plaatsen of te laten staan.
Wanneer fietsen gevaarlijk of verkeerd geparkeerd zijn of langer dan de maximale stallingsduur in de stalling aanwezig zijn, is sprake van een overtreding. Vervolgens moet iemand die daartoe bevoegd is, het besluit nemen om de fiets te gaan verwijderen, oftewel bestuursdwang toe te passen. Op grond van artikel 125 Gw is het college van B&W bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen.
Om deze bevoegdheid in de praktijk goed uit te kunnen oefenen, machtigt het college van B&W bepaalde ambtenaren om namens hen bestuursdwang aan te zeggen. In het algemeen zijn dat ambtenaren, toezichthouders of BOA’s in dienst bij de gemeente.
Hun taak bestaat eruit dat zij de overtreding vaststellen en een beschikking uitreiken. Deze beschikking kan natuurlijk niet worden overhandigd omdat de eigenaar van de fiets niet bekend is. Daarom wordt hij in de vorm van een sticker of label aan de fiets bevestigd.
De periode die de eigenaar krijgt om zelf de fiets te verwijderen (de begunstigingstermijn), mag de gemeente zelf bepalen.
Er bestaat echter ook spoedeisende bestuursdwang. Artikel 5:31 Awb maakt het mogelijk om in spoedeisende gevallen bestuursdwang uit te oefenen zonder dat eerst een ‘last’ wordt opgelegd. Het eerste lid bepaalt dat in spoedeisende gevallen bestuursdwang mag worden opgelegd zonder een voorafgaande begunstigingstermijn. Er moet echter nog wel een besluit genomen worden waarin de te nemen maatregelen omschreven worden. Lid 2 regelt dat in zeer spoedeisende gevallen onmiddellijk bestuursdwang kan worden uitgeoefend, zelfs nog voordat een schriftelijke beslissing tot toepassing van bestuursdwang is genomen. In een dergelijk zeer spoedeisend geval, dient achteraf alsnog zo spoedig mogelijk de beslissing tot toepassing van bestuursdwang op schrift te worden gezet en bekend gemaakt te worden.
Binnen zes weken na de dagtekening van de beschikking kan de eigenaar van een verwijderde fiets bezwaar maken (Art. 6:7 Awb). In de praktijk krijgt de eigenaar de beschikking meestal niet meer onder ogen; deze wordt na de begunstigingstermijn met de fiets verwijderd. Daarom is het zinvol dat de borden bij de stalling ook informeren over het verwijderen van te lang gestalde fietsen. Zij nemen dan als het ware de informatieve (niet de juridische) functie van de beschikking over wanneer de fiets weg is.
Bezwaar maken kan ook nog nadat de fiets is verwijderd, wanneer de eigenaar hem ophaalt in de fietsopslag. Maar dat moet wel gebeuren binnen de termijn van zes weken.
De eigenaar van een verwijderde fiets heeft in principe 13 weken de tijd om zijn fiets terug te vragen (Art. 5:30 Awb). De bewaartermijn van een fiets is echter afhankelijk van de waarde van de fiets.
Fietswrakken hoeven bijvoorbeeld niet (lang) bewaard te worden.
Wanneer fietsen na 13 weken bewaard te zijn nog niet door de eigenaren opgehaald zijn, mogen ze worden verkocht (Art. 5:30, lid 1 Awb). Als verkoop gezien de staat van de fiets naar het oordeel van de gemeente niet mogelijk is, mogen de fietsen worden weggegeven of vernietigd (Art. 5:30, lid 5 Awb). Het staat de gemeente vrij om de fietsen te vernietigen of te schenken, bijvoorbeeld aan een goed doel.
Bij de verkoop van fietsen is de gemeente wel gehouden aan de eigen regelgeving. In hoofdstuk 2 van de APV ‘Openbare orde’ onder afdeling 12 – Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen – wordt de handel en de verkoopregistratie beschreven. In een verkoopregister moet een handelaar bijhouden welke handel ge- en verkocht wordt.
In onderstaande tabel6 is een overzicht van de handhaving op fietsoverlast op grond van de APV opgenomen.
3.2 Vaststellen van een overtreding
De Buitengewoon Opsporings Ambtenaren (BOA’s) van de afdeling Vergunningverlening en Handhaving (V&H), team Handhaving, nemen de Randstadrailhaltes Berkel Westpolder en Rodenrijs mee in hun rondes door Lansingerland. Daarnaast zijn de werfmanagers aangewezen als toezichthouders op grond van de APV. Zowel de BOA’s als de werfmanagers hebben de taak om toezicht te houden op de naleving van de regels uit de APV. Zij zijn dan ook (samen met de wijkagenten) degenen die vaststellen of een fiets al dan niet volgens de in de APV gestelde parkeerregels geparkeerd staat. Wanneer zij een overtreding constateren, maken zij direct foto’s van de aangetroffen situatie voor de bewijslast.
Het vaststellen van een overtreding van de verbodsbepalingen in de APV vergt voor weesfietsen en fietswrakken een extra handeling, namelijk het labelen. Door de fiets te labelen kan bepaald worden of de fiets langer dan de maximale termijn gestald wordt.
3.2.2 Labelen van weesfietsen en fietswrakken
De medewerkers van de afdeling Beheer en Onderhoud (B&O), team Buitendienst, labelen de weesfietsen en fietswrakken.
Het labelen van weesfietsen en fietswrakken gebeurt op momenten dat er weinig fietsen staan gestald. De avonden op werkdagen zijn over het algemeen het meest geschikt. Veel fietsen die worden gebruikt zijn dan weg, zodat het percentage weesfietsen en fietswrakken maximaal is.
Op de halteplaatsen Berkel Westpolder en Rodenrijs wordt op een dinsdagavond rond 19.00 uur gelabeld.
In de gemeente Lansingerland loopt de frequentie van labeling gelijk met de bewaartermijn van 13 weken. Reden hiervoor is dat de bezetting van het depot op deze wijze gelijkmatig verloopt. Direct nadat de vorige groep fietsen uit het fietsdepot is afgevoerd, komt een nieuwe lading fietsen binnen.
De labeling moet zo gebeuren dat de fiets niet kan rijden zonder dat het label wordt verbroken. Het moet dus zowel om een spaak als om een vast deel van de fiets worden bevestigd. Het label is opvallend van kleur (bijvoorbeeld geel, oranje, rood). In ieder geval moet de datum van labeling op het label staan, zodat voor de toezichthouders en/of de BOA’s duidelijk is wanneer de maximale stallingsduur over- schreden is. Daarnaast moet de naam en/of het logo van de gemeente op het label staan zodat duidelijk is waar deze vandaan komt.
De eigenaar van de fiets moet het label zonder veel moeite kunnen verwijderen. Wel moet het natuurlijk zo stevig zijn dat het niet al te makkelijk stuk gaat; een waterbestendig papieren of een kunststof label met een zelfklevend gedeelte is goed bruikbaar. Het moet in ieder geval een label zijn dat bij verwijdering moet worden stukgescheurd zodat grappenmakers het niet opnieuw om een andere fiets kunnen bevestigen7 .
3.3 Aanzeggen van bestuursdwang
Na constatering van de overtreding van de APV neemt de toezichthouder of de BOA het besluit om bestuursdwang aan te zeggen door een beschikking op te maken.
Bij verkeerd geparkeerde fietsen, weesfietsen en fietswrakken wordt de beschikking direct na constatering opgemaakt8 . Bij weesfietsen en fietswrakken is er sprake van een overtreding bij elke fiets die het label, na het verstrijken van de maximale stallingsduur, nog heeft.
De toezichthouder en/of de BOA bevestigt de beschikking aan de fiets. Niet aan de spaken, maar aan de bagagedrager of het stuur.
Bij gevaarlijk geparkeerde fietsen wordt de beschikking niet vooraf, maar achteraf opgesteld in de vorm van een brief9 . Dit heeft te maken met het spoedeisende karakter van het verwijderen van gevaarlijk geparkeerde fietsen; er is onvoldoende tijd om een beschikking op te stellen. Na verwijdering van de fiets moet de beschikking alsnog op schrift worden gesteld en bekend worden gemaakt.
De duur van de begunstigingstermijn verschilt per type overtreding van de fietsparkeerregels.
Bij gevaarlijk geparkeerde fietsen ziet de gemeente Lansingerland af van een begunstigingstermijn. Om het gevaar weg te nemen wordt de fiets direct verwijderd.
Bij een fout geparkeerde fiets waarbij geen noodzaak is voor spoedeisende verwijdering moet de begunstigingstermijn lang genoeg zijn om de eigenaar van de fiets in staat te stellen de overtreding ongedaan te maken en de fiets op de daarvoor aangewezen plaatsen neer te zetten, maar niet zo lang dat er de facto sprake is van het gedogen van het fout parkeren van de fiets of dat dit voor anderen de aanleiding kan zijn om hun fiets ook buiten de daarvoor aangewezen plaatsen te parkeren. De gemeente Lansingerland kiest voor een begunstigingstermijn van 12 uur. Deze termijn is gebaseerd op een gemiddelde werkdag van 8 uur en 4 uur reistijd.
Voor weesfietsen en fietswrakken hanteert de gemeente Lansingerland een begunstigingstermijn van 2 dagen (na 28 dagen labeling).
3.5 Toepassen van bestuursdwang
Het verwijderen van verkeerd geparkeerde of te lang gestalde fietsen gebeurt wanneer de begunstigings- termijn voorbij is. Gevaarlijk geparkeerde fietsen worden na constatering direct verwijderd. Het verwijderen gebeurt door medewerkers van de afdeling B&O, team Buitendienst van de gemeente Lansingerland in opdracht van een toezichthouder of BOA.
Omdat het verwijderen van fietsen vragen kan oproepen bij het publiek, moeten de medewerkers van de buitendienst bij het verwijderen hun werkkleding van Lansingerland dragen. Ook moet er een toezicht- houder, of bij zijn/haar afwezigheid een geüniformeerde BOA, met legitimatiebewijs aanwezig zijn, die de procedure kan toelichten.
Het verwijderen gebeurt met zo weinig mogelijk schade aan de fiets en het slot. Bij een kettingslot wordt de laatste schakel doorgeknipt, zodat het slot nog bruikbaar blijft. Het slot wordt altijd bij de fiets bewaard. Ook de beschikking blijft aan de fiets zitten, omdat er informatie op staat die in het depot geregistreerd moet worden en omdat eigenaren die hun fiets ophalen, de beschikking meekrijgen.
3.6 Opslag van de verwijderde fiets
Verwijderde fietsen worden opgeslagen op de gemeentewerf in Berkel en Rodenrijs (Veilingweg 44). De keuze voor dit terrein wordt verklaard door de bereikbaarheid vanaf beide halteplaatsen en de beschik- baarheid. De opslagcapaciteit op open terrein is voldoende. Alle fietsen, dus ook de fietsen met een lage waarde zoals fietswrakken, worden hier 13 weken opgeslagen. Het terrein is goed afgesloten door middel van twee hekwerken.
3.6.2 Registratie verwijderde fietsen
Bij binnenkomst in het depot worden gegevens van de fietsen door medewerkers van de afdeling B&O, team Buitendienst, ingevoerd op een (digitaal) registratieformulier (word-bestand) 10 in smartdocuments. Voordeel hiervan is dat direct ook een digitaal dossier in Corsa aangemaakt wordt. Daarnaast wordt van elke fiets een foto gemaakt (naast de al gemaakte foto’s van de overtreding).
De volgende zaken worden geregistreerd:
Verder kunnen bijzondere kenmerken worden geregistreerd om een fiets gemakkelijker terug te vinden.
Mogelijk te registreren kernmerken zijn:
Bij binnenkomst in het fietsdepot checken de medewerkers van de afdeling B&O, team Buitendienst, of de verwijderde fietsen als gestolen geregistreerd staan. Hiervoor zijn drie redenen:
De check op diefstal gebeurt met behulp van het diefstalregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Het diefstalregister is een bestand met framenummers van als gestolen geregistreerde fietsen.
Omdat lang niet altijd aangifte wordt gedaan van diefstal, is het bestand niet compleet. Wanneer een fiets niet in het register voorkomt, mag er van uitgegaan worden dat de fiets niet gestolen is en dat de fiets verkocht kan worden. 11
Op de website van het RDW (www.rdw.nl) kunnen framenummers één voor één worden gecheckt. Indien het aantal verwijderde fietsen daartoe aaleiding geeft, kunnen afspraken met de RDW gemaakt worden over de aanlevering van bestanden met framenummers die dan in één keer gecheckt worden.
Wanneer een fiets gestolen blijkt te zijn, neemt het fietsdepot contact op met de politie. De politie neemt contact op met de eigenaar van de fiets, omdat zij over de persoonsgegevens van de eigenaar beschikt.
De eigenaren van verwijderde fietsen krijgen 13 weken de gelegenheid om hun fiets op te halen. Zij kunnen telefonisch een afspraak maken via 14010 om hun fiets op te halen.
De eigenaren krijgen hun fiets mee als:
De beschikking en het registratieformulier krijgen zij mee. Of zij nog bezwaar kunnen maken tegen de beschikking hangt af van het moment waarop zij hun fietsen ophalen. Vanaf 6 weken na de dagtekening van de beschikking kan dit niet meer.
3.7 Vernietigen/verkopen/om niet overdragen van niet opgehaalde fietsen
Nadat de wettelijke termijn van 13 weken voor de opslag is verstreken, worden de fietsen afgevoerd.
De gemeente Lansingerland schenkt de fietsen om niet aan Combiwerk, een werkleerbedrijf voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Combiwerk heeft echter aangegeven hiervan binnenkort geen gebruik meer te willen maken. Vanaf dat moment organiseert de gemeente Lansingerland eens in het halfjaar een openbare verkoop van de niet binnen de termijn opgehaalde fietsen. De waarde van de fietsen laten we bepalen door een lokale fietsenmaker. Fietswrakken worden na de termijn van 13 weken vernietigd.
Bezwaarschriften tegen het besluit om bestuursdwang toe te passen worden ingediend bij het college van B&W van de gemeente Lansingerland. In de gemeente Lansingerland is een onafhankelijke commissie, de Commissie van Advies voor de bezwaarschriften, belast met de advisering over de ingediende bezwaar- schriften. Medewerkers van de afdeling Bestuurszaken (BZ), team Juridische Zaken en Veiligheid (JZV), treden op als adviseurs van deze commissie. De inhoudelijke behandeling van de bezwaarschriften wordt gedaan door de afdeling V&H, team APV.
Na de behandeling van het bezwaarschrift brengt de commissie advies uit aan het college van B&W. Het college van B&W neemt uiteindelijk een beslissing op het ingediende bezwaar.
Als de indiener van het bezwaarschrift het niet eens is met het besluit op bezwaar dan kan de indiener in beroep gaan bij de Rechtbank in Rotterdam. Ook de beroepsprocedure wordt uitgevoerd door medewerkers van de afdelingen BZ (team JZV) en V&H (team APV).
Hoewel het juridisch gezien niet strikt noodzakelijk is om het verwijderen van weesfietsen, fietswrakken, gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen aan te kondigen, is het in het kader van behoorlijk bestuur wel zeer aan te bevelen. De gemeente Lansingerland heeft tot op heden namelijk nooit (structureel) hierop gehandhaafd.
De burgers moeten op de hoogte zijn van de aanpak van fietsoverlast op de Randstadrailhaltes Berkel Westpolder en Rodenrijs. Zij moeten weten dat in deze gebieden een maximale stallingsduur geldt en dat te lang gestalde fietsen, gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen en fietswrakken verwijderd worden. Bovendien moeten eigenaren van verwijderde fietsen weten waar zij inlichtingen kunnen krijgen over hun verdwenen fiets en waar zij hun fiets kunnen ophalen. Communicatie is daarom een belangrijk aspect bij de aanpak van fietsoverlast.
In de communicatie wordt gebruik gemaakt van de volgende middelen:
Op de gemeentepagina in de Heraut, bijvoorbeeld in de veiligheidscolumn, wordt bekend gemaakt dat de gemeente Lansingerland handhavend op gaat treden tegen fietsoverlast en op welke wijze. In deze publicatie worden ook de actiedagen aangekondigd die voorafgaan aan het daadwerkelijk optreden tegen fietsoverlast. Bovendien heeft de gemeente de plicht om bekend te maken dat zij bestuursdwang aangezegd heeft en fietsen verwijderd heeft.
Internetpagina gemeente Lansingerland
Ook op de internetpagina van de gemeente Lansingerland wordt dit handhavingbeleid bekend gemaakt. Overigens is op de site ook het volledige document geplaatst, zodat de doelgroepen het beleid uitgebreid kunnen doornemen.
Voorafgaand aan het daadwerkelijk optreden tegen fietsoverlast worden zogenoemde actiedagen op de Randstadrailhaltes Berkel Westpolder en Rodenrijs georganiseerd. Tijdens deze actiedagen worden fietsers (mondeling) geïnformeerd over het nieuwe handhavingbeleid en hoe fietsdiefstal zoveel mogelijk voorkomen kan worden. Tijdens de actiedagen worden flyers uitgedeeld met daarop op hoofdlijnen het beleid en de datum vanaf wanneer daadwerkelijk opgetreden gaat worden.
Deze actiedagen worden vooralsnog in 2012 en 2013 ieder kwartaal georganiseerd, zodat de boodschap wijd verspreid wordt en goed blijft hangen. De actiedagen worden waarschijnlijk op dinsdagen en donderdagen van 07.00 tot 09.00 uur en van 16.00 tot 18.00 uur georganiseerd, omdat dit volgens de RET de drukste reisdagen en -tijden zijn.
De parkeerregels uit de APV die in de betreffende gebieden gelden, worden met borden bekend gemaakt. Deze borden worden op zichtbare plaatsen op de Randstadrailhaltes Berkel Westpolder en Rodenrijs geplaatst.
Een dergelijk bord ziet er als volgt uit:
Het beleid, de actiedagen en de datum vanaf wanneer daadwerkelijk opgetreden wordt, worden tot slot ook via het officiële twitteraccount van de gemeente Lansingerland gecommuniceerd.
Het daadwerkelijk aanpakken van en optreden tegen fietsoverlast legt een beslag op de personele capaciteit binnen de afdelingen BZ (team JZV), V&H (team APV en team Handhaving) en B&O (team Buitendienst). In paragraaf 5.2 wordt weergegeven hoeveel uur per functie per jaar nodig is om succesvol te handhaven van fiets parkeren. Deze capaciteit is in de afdelingsplannen van 2012 niet opgenomen, waardoor we nu in onderhandeling zijn over de te besteden uren in 2012. Wij verwachten wel, gezien de algemene instemming over de meerwaarde van deze handhaving, dat we in 2012 een of twee actiedagen gaan organiseren. Bij het opstellen van de afdelingsplannen voor 2013 en verder wordt deze ambtelijke inzet meegenomen in de afwegingen.
Daarnaast zijn er materiaalkosten verbonden aan de aanpak van fietsoverlast. Denk hierbij aan de aanschaf van labels, beschikkingen, een fotocamera en de (eventuele) inzet van het fietspromotieteam van het Centrum Fietsdiefstal. In paragraaf 5.3 staan de geraamde materiaalkosten. De materiaalkosten zijn gedekt binnen de huidige begroting.
In deze paragraaf geven we aan hoeveel uur per functie per jaar nodig is om succesvol te handhaven op het fietsparkeren. De kosten voor de inzet van personeel komen ten laste van de betreffende afdelingen zelf 12 .
Aan de aanpak van fietsoverlast zijn naast de personele inzet, ook materiaal kosten verbonden. Het volgende materieel en materiaal is nodig:
Bebording 4 stuks 19
De afdeling BZ, team JZV heeft in 2012 (en eventueel ook de jaren daarna) een budget beschikbaar van € 2.000,-. De kosten voor het materieel en materiaal komen zoveel mogelijk ten laste van dit budget (grootboeknummer 6140000/kostensoort 343010).
De in deze notitie beschreven aanpak evalueren we zes maanden nadat daadwerkelijk met de handhaving gestart is, met alle betrokken partijen. Daartoe stelt de afdeling BZ, team JZV, op grond van de door de afdelingen B&O en V&H aangeleverde gegevens een rapportage op. Hierin staan het aantal uitgedeelde labels, uitgereikte beschikkingen, verwijderde fietsen, bezwaar- en beroepschriften en de soort overtreding. Deze evaluatie bieden we ter informatie aan het college van B&W aan.
Voordat we daadwerkelijk kunnen gaan handhaven, moet een tweetal randvoorwaarden gerealiseerd zijn, namelijk een actuele APV en voldoende fietsparkeervoorzieningen op beide randstadrailhaltes.
Om daadwerkelijk te kunnen handhaven op gevaarlijk en verkeerd geparkeerde fietsen, weesfietsen en fietswrakken, moet de APV aangepast worden. De gewijzigde APV is op 6 september door de gemeenteraad van Lansingerland vastgesteld.
Voldoende fietsparkeervoorzieningen
Voorwaarde voor het kunnen optreden tegen foutparkeerders is dat er voldoende parkeergelegenheid gecreëerd is. Als er te weinig fietsparkeervoorzieningen zijn, is het verwijderen van verkeerd geparkeerde fietsen niet gerechtvaardigd en verliest de gemeente haar legitimiteit.
Op de randstadrailhalte Berkel Westpolder zijn in november 2012 fietsenstallingen bijgeplaatst aan de westkant van de halte. Dat betekent dat aan die zijde inmiddels circa 600 fietsenparkeerplaatsen gerealiseerd zijn, waarvan ongeveer de helft overkapt is. Daarnaast zijn 20 fietskluizen geplaatst. Op dit moment lijkt dit aantal voldoende te zijn. Aan de oostkant van de halte zijn op dit moment circa 50 fietsparkeerplaatsen beschikbaar. De verwachting is dat dit aantal toeneemt wanneer het Gouden Hart gerealiseerd wordt.
Ook op de halte Rodenrijs staan de meeste fietsparkeerplaatsen aan de westkant van de halte, namelijk circa 365 fietsparkeerplaatsen en 44 fietskluizen. Aan de oostkant staan 110 fietsparkeerklemmen en 20 fietskluizen. Bovendien worden in januari 2013 op deze halte meer fietsvoorzieningen gerealiseerd.
Bijlage A Checklist procedure handhaving fiets parkeren
Gevaarlijk geparkeerde fietsen:
Bijlage C Registratieformulier
SOORT: Fiets / Bromfiets / Scooter / Snorfiets Heren / Dames / Kinder
Race / ATB / Vouw / Opoe / Jongens / Meisjes
REM: Terugtrap / Velgrem / Trommelrem
(Brom)fiets op naar eigenaar tegen contante betaling van €30,-
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-498287.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.