Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 487415 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 487415 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 in verband met de evaluatie van het bestuurlijk stelsel 2025 (Wijzigingsverordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 in verband met evaluatie 2025)
De raad van de gemeente Amsterdam en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025,
gelet op artikel 83 en 149 van de Gemeentewet
gezien de adviezen van de dagelijks besturen van stadsdeel Noord van 25 juni 2025, stadsdelen West, Centrum, Nieuw-West, Oost en Zuidoost van 8 juli 2025 en stadsdeel Zuid van 9 juli 2025 en de adviezen van de stadsdeelcommissies van stadsdelen Centrum en Nieuw-West van 1 juli 2025 en stadsdelen West, Noord, Oost, Zuid en Zuidoost van 9 juli 2025 en het advies van de bestuurscommissie van stadsgebied Weesp van 1 juli 2025,
De Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 als volgt te wijzigen:
Als het college of de burgemeester voornemens is over de stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen, zoals een wijziging van het omgevingsplan, waarbij de belangen van één of meer stadsdelen zijn betrokken, wordt het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld om advies te geven.
Het college of de burgemeester legt de volledige adviezen van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie samen met het voorstel aan het college en de raad voor. Het college of de burgemeester draagt zorg voor een terugkoppeling hoe de adviezen zijn verwerkt. Indien het college of de burgemeester in het voorstel afwijkt van het advies van het dagelijks bestuur, motiveert het schriftelijk waarom van het advies wordt afgeweken.
Artikel 19: verhouding dagelijks bestuur tot de stadsdeelcommissie
Het dagelijks bestuur legt alle adviesvragen van het college, bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, voor aan de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie kan besluiten advies uit te brengen over een adviesaanvraag. De stadsdeelcommissie adviseert over de gevolgen van het voorstel in het stadsdeel.
Het dagelijks bestuur stelt voor het advies, bedoeld in het tweede lid, een termijn vast. Indien het advies tijdens de terinzagelegging of de inspraakperiode wordt gevraagd, is de termijn gelijk aan de periode van terinzagelegging of inspraak. In alle andere gevallen bedraagt de termijn minimaal een periode waarbinnen twee overlegvergaderingen van de stadsdeelcommissie vallen, of vier weken, indien binnen die termijn minder dan twee overlegvergaderingen vallen. In uitzonderlijke gevallen kan het dagelijks bestuur gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen.
Bij de besluitvorming maakt het dagelijks bestuur inzichtelijk wat het advies van de stadsdeelcommissie is. Het dagelijks bestuur neemt een advies van de stadsdeelcommissie over indien het advies is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de stedelijke en budgettaire kaders past. Het dagelijks bestuur kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van een advies van de stadsdeelcommissie.
Artikel 20: budgetten taken dagelijks bestuur
Artikel 23, eerste lid, komt te luiden:
Artikel 24: verkiezingen stadsdeelcommissie
Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeel, ‘stadsdeelcommissie’, ‘dagelijks bestuur’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’.
In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt de leeftijd, bedoeld in artikel B 3, tweede lid, onder b, van de Kieswet vastgesteld op 16 jaar en wordt de periode, bedoeld in het tweede lid, onder b, van de Kieswet voor de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie vastgesteld op twee jaar.
Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 31: advies inzet budgetten
In artikel 32, vierde lid, onderdeel b, wordt ‘artikel 30, vierde lid’ vervangen door ‘artikel 30, derde lid’.
Artikel 34: commissiesecretaris
Na artikel 34 wordt een nieuw artikel 34a ingevoegd, luidende:
Artikel 34a fractievertegenwoordigers
Voor artikel 35 wordt een nieuw artikel 34b ingevoegd, luidende:
Artikel 34b: informatierecht stadsdeelcommissie
Artikel 35: Agendering en terugkoppeling overlegvergadering
Er wordt een nieuw artikel 35a ingevoegd, luidende:
Artikel 35a: Adviesaanvraag gemeenteraad aan stadsdeelcommissie
In artikel 36, eerste lid, onderdeel c, wordt ‘artikel 30, vierde lid’ vervangen door ‘artikel 30, derde lid’.
Er wordt een nieuw artikel 36a ingevoegd, luidende:
Artikel 36a Jaarverslag stadsdeelcommissie
De stadsdeelcommissie legt verantwoording af door jaarlijks voor 1 maart aan de raad een jaarverslag voor te leggen, waarin zij haar taakuitoefening van het afgelopen jaar beschrijft.
Artikel 40: verkiezingen bestuurscommissie
Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsgebied’, ‘bestuurscommissie’, ‘bestuurscommissie’ en ‘voorzitter van de bestuurscommissie’.
Artikel 56: de verhouding tot het college, de burgemeester en de raad
De artikelen 12 tot en met 18 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ en voor ‘stadsdeel’ ‘stadsgebied’ wordt gelezen.
Artikel 38 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op het stadsgebied Weesp, met dien verstande dat voor “stadsdeelpanel” moet worden gelezen “stadsgebiedpanel” en dat voor “stadsdeelcommissie” moet worden gelezen “bestuurscommissie”.
Hoofdstuk 5 komt te vervallen.
In bijlage 2, onder Algemene bepalingen en beperkingen, komt de tweede alinea te luiden:
Om te verduidelijken wat er onder de taken wordt verstaan, wat de rol van het dagelijks bestuur is, hoe de bestuurlijke samenwerking en hoe de samenwerking tussen stadsdelen en directies in de praktijk wordt vormgegeven, is per taak een uitwerking opgenomen die te vinden is in de Leidraad zeggenschap. De principes op basis waarvan de taken en bevoegdheden zijn verdeeld zijn te vinden in het algemeen afwegingskader.
In bijlage 2, 0. Algemene werkwijze, onder het kopje ‘Stadsdeelcommissie’ komt de tweede bullet te luiden:
Voor wat betreft de adviserende, richtinggevende en controlerende taken van de stadsdeelcommissie, geldt dat deze taken al in de verordening zijn opgenomen. Deze taken hoeven daarom niet nogmaals in de takenlijst van bijlage 2 te worden opgenomen. Ook hoeven deze taken niet overgedragen te worden, want de taken volgen al uit de verordening. Het gaat dan bijvoorbeeld om het geven van gevraagd en ongevraagd advies aan het dagelijks bestuur, wat onderdeel vormt van de controlerende taak van de stadsdeelcommissie. Het dagelijks bestuur neemt adviezen van de stadsdeelcommissie over en kan hier alleen met zwaarwegende redenen schriftelijk van afwijken.
Bijlage 2, onderdeel 3. Afval en grondstoffen, wordt als volgt gewijzigd:
Bijlage 2, onderdeel 18. Burgerparticipatie, inspraak en initiatief, komt te luiden:
18. Burgerparticipatie, inspraak en initiatief
Bijlage 3, Algemene bepalingen en beperkingen, onderdeel 2, komt te luiden:
In aanvulling op de beperking die onder 1. opgenomen is, geldt voor de gemandateerde bevoegdheden het volgende. Bij mandaat blijft het bestuursorgaan dat de bevoegdheid mandateert voor de bevoegdheid verantwoordelijk. Dit betekent dat het bestuursorgaan dat het mandaat verleent ook altijd de bevoegdheid houdt om deze zelf uit te oefenen. Verder kunnen bij mandaat instructies worden gegeven of voorwaarden worden gesteld. Dit kunnen instructies en voorwaarden zijn die in algemene zin bij het verlenen van het mandaat ten aanzien van de bevoegdheid worden meegegeven, maar ook instructies of voorwaarden in concrete situaties. Deze kunnen bovendien zowel schriftelijk als mondeling worden gegeven. Het bestuursorgaan dat de bevoegdheid in mandaat uitoefent dient zich ook aan de gestelde instructies en voorwaarden te houden. Voor de gedelegeerde bevoegdheden geldt dit niet, dan gaat de bevoegdheid echt over naar het dagelijks bestuur en kan het college alleen beleidsregels stellen in algemene zin over hoe het dagelijks bestuur de bevoegdheid moet uitoefenen.
Bijlage 3, onderdeel 3. Afval en grondstoffen, komt te luiden:
In Bijlage 3, onderdeel 5. Wonen, wordt een nieuwe regel toegevoegd, luidende:
Bijlage 3, onderdeel 19. Subsidieverlening, wordt als volgt gewijzigd:
Bijlage 3, onderdeel 24. Omgevingswet, AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift, wordt als volgt gewijzigd:
In Bijlage 3, onderdeel 24. Omgevingswet, AA8, nummer h., wordt in de kolom Grondslag ‘ko.’, vervangen door ‘jo.’.
De kaart Bijlage A met grenzen van stedelijke gebieden, projecten en belangen behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 wordt gewijzigd conform de bijlage bij dit besluit genaamd Bijlage A Grenzen stedelijke gebieden projecten en belangen dd 1 juli 2025.
De kaart Bijlage C kaart -VTH taken en -bevoegdheden Omgevingsdienst behorende bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 wordt gewijzigd conform de bijlage bij dit besluit genaamd VTH taken en -bevoegdheden Omgevingsdienst dd 1 juni 2025.
De toelichting bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 wordt als volgt gewijzigd:
In het Algemeen deel komt de alinea die begint met “Ook geven de stadsdeelcommissies de dagelijks besturen…” en eindigt met “…verschillende vormen van burgerparticipatie” te luiden:
Ook geven de stadsdeelcommissies de dagelijks besturen gevraagd en ongevraagd advies. Het dagelijks bestuur neemt adviezen van de stadsdeelcommissie over en kan hier alleen met zwaarwegende redenen schriftelijk van afwijken. De stadsdeelcommissie kan vragen stellen aan het dagelijks bestuur wat onderdeel vormt van haar controlerende taak. Tot slot onderhoudt en versterkt de stadsdeelcommissie netwerken van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Zij benut, faciliteert en stimuleert verschillende vormen van burgerparticipatie.
De toelichting bij artikel 9 komt te luiden:
Artikel 9: taken en bevoegdheden dagelijks bestuur
In dit artikel is verwoord wat de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn. Geregeld is dat het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse bestuur- en beheerstaken en alle taken uitvoert en bevoegdheden uitoefent die door het college aan hem zijn opgedragen.
Voor de concrete invulling van de taken en bevoegdheden wordt verwezen naar twee bijlagen. Daar staan de taken (bijlage 2) en bevoegdheden (bijlage 3) in die door het college en de burgemeester aan het dagelijks bestuur en de voorzitter worden gemandateerd of gedelegeerd. Deze bijlagen kunnen worden gewijzigd door middel van een besluit van het orgaan dat de taak of bevoegdheid heeft gemandateerd of gedelegeerd. De takenlijst en het bevoegdhedenregister bevatten een limitatieve opsomming van hetgeen het dagelijks bestuur in formele zin mag doen. Het bevoegdhedenregister verschaft de juridisch benodigde bevoegdheden om de taken te kunnen uitoefenen, door mandaat of delegatie. Voor het uitvoeren van veel taken is een juridische bevoegdheid nodig, bijvoorbeeld om een besluit te kunnen nemen. Voor bijvoorbeeld feitelijke uitvoeringswerkzaamheden is geen specifieke juridische bevoegdheid nodig en daarom ook niet opgenomen.
De toelichting bij artikel 12 komt te luiden:
Artikel 12: advies dagelijks bestuur
In de artikelen 12 tot en met 17 van de verordening zijn voorschriften opgenomen die van toepassing zijn op de verhouding tussen het dagelijks bestuur enerzijds en het college en de burgemeester anderzijds. In dat kader wordt in het eerste lid van artikel 12 geregeld dat het college en de burgemeester het dagelijks bestuur bij de voorbereiding van stedelijke kaders betrekt als deze kaders betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur, of als het dagelijks bestuur een rol krijgt in de uitvoering van die kaders. Daarnaast staat in het tweede lid dat het college en de burgemeester advies moeten vragen aan het dagelijks bestuur als zij voornemens zijn de genoemde stedelijke kaders vast te stellen of anderszins voornemens is een besluit te nemen dat het stadsdeel raakt. Aanpassingen van bestaande kaders van ondergeschikt belang, zoals technische wijzigingen, hoeven niet voor advies te worden voorgelegd.
Het dagelijks bestuur legt alle van het college en de burgemeester ontvangen adviesaanvragen op grond van artikel 19 ook aan de stadsdeelcommissie voor. De stadsdeelcommissie beslist vervolgens of zij de adviesaanvraag wil agenderen en desgewenst wil adviseren.
In het derde lid staat dat het college en de burgemeester bij het inwinnen van het advies alle informatie dienen te verstrekken die nodig is om op een goede manier te kunnen adviseren. Daarbij kunnen het college en de burgemeester het dagelijks bestuur ook toegang geven tot documenten waarvoor geheimhouding is opgelegd.
Het college en de burgemeester stellen op grond van het vierde lid voor het advies een termijn vast. Die bedraagt, uitzonderlijke gevallen daargelaten, in elk geval zes weken. Bij uitzonderlijke gevallen, waarin een kortere termijn gesteld kan worden, kan gedacht worden aan de situatie waarin een besluit op zeer korte termijn genomen moet worden.
In het vijfde lid is opgenomen dat het dagelijks bestuur vanuit het lokale perspectief adviseert. Het advies gaat specifiek in op de gevolgen van het voorgenomen besluit in het stadsdeel. Het dagelijks bestuur is immers een territoriale commissie.
Tot slot staat in het zesde lid dat het college en de burgemeester de volledige adviezen van het dagelijks bestuur voorlegt bij de besluitvorming - met daarbij het advies van de stadsdeelcommissie - aan het dagelijks bestuur. Zo wordt steeds inzichtelijk gemaakt wat er precies geadviseerd is. Met een beslispunt in de voordrachten wordt het betreffende advies, en hoe dit in de besluitvorming is meegenomen, onder de aandacht van college en raad gebracht. De structurele terugkoppeling aan de dagelijks besturen (die deze vervolgens doorsturen aan de stadsdeelcommissies) zal via de nota van beantwoording lopen, die standaard door de directies bij deze trajecten wordt opgesteld. Daarnaast moet het college of de burgemeester, als er van het advies wordt afgeweken, in de stukken duidelijk uitleggen waarom er van het advies afgeweken is. De nota van beantwoording wordt voor de besluitvorming toegestuurd aan de dagelijks besturen.
In de toelichting bij artikel 18 wordt de zin “Tegelijkertijd kent de stadsdeelcommissie enkele instrumenten om de wijze van besturen door het dagelijks bestuur te controleren, zoals het indienen van moties en doen van voorstellen (artikel 30).” vervangen door “Tegelijkertijd kent de stadsdeelcommissie enkele instrumenten om de wijze van besturen door het dagelijks bestuur te controleren, zoals het stellen van vragen.”
De toelichting bij artikel 19 komt te luiden:
Artikel 19: Verhouding dagelijks bestuur tot de stadsdeelcommissie
De stadsdeelcommissie is een bestuurscommissie die een adviserende en controlerende taak heeft op stadsdeelniveau en daarnaast een aantal eigen taken en bevoegdheden van de raad. De stadsdeelcommissie voorziet het dagelijks bestuur gevraagd van advies. In het eerste lid van artikel 19 is in dat verband bepaald dat het dagelijks bestuur alle adviesaanvragen die het van het college ontvangt, voorlegt aan de stadsdeelcommissie. Het gaat er om dat de stadsdeelcommissie zo snel mogelijk na binnenkomst van de aanvragen op de hoogte wordt gesteld van de adviesaanvragen van het college. Dat kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een zogeheten dagmail of een ander soort aankondiging. De stadsdeelcommissie kan vervolgens besluiten om advies uit te brengen aan het dagelijks bestuur over het stadsdeeladvies richting college. De stadsdeelcommissie bepaalt zelf waar zij haar tijd voor wil inzetten. Zij is niet verplicht om alle adviesaanvragen van het college die het dagelijks bestuur voorlegt te beoordelen, maar besluit zelf om advies uit te brengen over de adviesaanvragen zij het meest belangrijk en relevant vindt voor het stadsdeel. De stadsdeelcommissie adviseert vanuit het lokale perspectief, over de gevolgen van het voorgenomen besluit in het stadsdeel.
In het tweede lid is bepaald dat het dagelijks bestuur in elk geval advies vraagt aan de stadsdeelcommissie als het voornemens is een taak of bevoegdheid uit te oefenen waarbij een uniforme openbare voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht aan de orde is. Dat geldt ook als er producten voor de gebiedscyclus worden opgesteld en bij significante ruimtelijk herinrichtingsprojecten. Als er advies moet worden gevraagd, dan bespreekt het dagelijks bestuur met de stadsdeelcommissie op welke wijze inwoners en ondernemers bij de besluitvorming worden betrokken en stelt het dagelijks bestuur de stadsdeelcommissie in de gelegenheid advies uit te brengen.
Het dagelijks bestuur is in de gevallen genoemd in het tweede lid dus verplicht om advies te vragen. Dit neemt niet weg dat het dagelijks bestuur ook in andere gevallen om advies kan vragen. Het is aan het dagelijks bestuur om te bepalen welke adviezen er verder nog aan de stadsdeelcommissie worden gevraagd en in welke gevallen er afspraken worden gemaakt over de wijze waarop inwoners en ondernemers bij de voorbereiding van de besluitvorming worden betrokken. Dit kan ook in hele concrete gevallen zijn. Verder is van belang dat de stadsdeelcommissie ook ongevraagd adviezen kan uitbrengen over ontwikkelingen in de buurten en wijken en over stedelijke kaders. Een signaal of advies kan dus ook op initiatief van de stadsdeelcommissie op de agenda komen.
Voor wat betreft het voorgenomen besluit is bepaald dat het om voorgenomen besluit moet gaan dat op initiatief van het dagelijks bestuur wordt genomen. Dit is anders als het dagelijks bestuur voornemens is een besluit te nemen op grond van een door een inwoner of ondernemer aangevraagde vergunning of ontheffing. In de gevallen waarin een inwoner of ondernemer namelijk een vergunning of ontheffing aanvraagt en de uniforme openbare voorbereidingsprocedure wettelijk voorgeschreven is, is er geen tijd en ruimte om de stadsdeelcommissie om advies te vragen.
Bij het inwinnen van het advies moet het dagelijks bestuur een termijn voor het geven van het advies stellen. De adviestermijn dient daarbij in de regel een periode te zijn waarbinnen twee overlegvergaderingen vallen. Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat de stukken bij het publiceren van de agenda beschikbaar zijn. In het geval de stadsdeelcommissie slechts één overlegvergadering heeft per maand, bedraagt de termijn minimaal vier weken. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan het dagelijks bestuur gemotiveerd een kortere termijn vaststellen. Te denken valt aan een besluit dat vanwege onvoorziene omstandigheden op korte termijn genomen moet worden.
Gelet op het belang dat aan het lokale geluid wordt gehecht, maakt het dagelijks bestuur in de besluitvorming steeds inzichtelijk wat de inhoud van een advies is geweest en hoe het in de definitieve besluitvorming een plaats heeft gekregen. Het dagelijks bestuur neemt een advies in beginsel over als de stadsdeelcommissie dat met een meerderheid van stemmen heeft vastgesteld en het niet strijdig is met stedelijke of budgettaire kaders. Als het dagelijks bestuur in het uiteindelijke besluit van het advies van de stadsdeelcommissie afwijkt, ligt er een zware motiveringsplicht op het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan uitsluitend met zeer zwaarwegende redenen afwijken van zo’n meerderheidsadvies, zoals strijdigheid met stedelijke of budgettaire kaders.
De toelichting bij artikel 20 komt te luiden:
Artikel 20: budgetten taken dagelijks bestuur
Er is breed bestuurlijk draagvlak voor een lokaal bestuur met meer zeggenschap (inclusief budget), duidelijke taken en bevoegdheden (inclusief een adequate ambtelijke ondersteuning), goede sturingsmogelijkheden, democratische controle en tegenspraak op stadsdeelniveau en invloed van de bewoners. De dagelijks besturen beslissen met elkaar via portefeuillehoudersoverleggen over de inzet van de budgetten die zijn gekoppeld aan de aan hen opgedragen taken en bevoegdheden. De hoogte van het budget wordt bepaald in de begroting die de gemeenteraad vaststelt. In artikel 31 is de rol van de stadscommissie bij de besteding van het budget vastgelegd.
In de toelichting op artikel 21 wordt de zin “ Conform artikel 19 van de verordening worden meerderheidsadviezen en voorstellen van de stadsdeelcommissie overgenomen.” vervangen door “ Conform artikel 19 van de verordening worden meerderheidsadviezen van de stadsdeelcommissie overgenomen.”
De toelichting op Hoofdstuk 3 – Inrichting en samenstelling stadsdeelcommissie stadsdelen komt te luiden:
Hoofdstuk 3 - Inrichting en samenstelling stadsdeelcommissie stadsdelen
De stadsdeelcommissie is net als het dagelijks bestuur een bestuurscommissie in de zin van artikel 83 van de Gemeentewet. Het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie zijn op basis van hun juridische grondslag gelijkwaardige spelers in het stadsdeel. Hun wijze van oprichting verschilt echter, evenals hun rol. De stadsdeelcommissie wordt direct gekozen in plaats van benoemd en wordt ingesteld door de raad. Waar het dagelijks bestuur als taak heeft een flink aantal taken en bevoegdheden van het college uit te oefenen op lokaal niveau, is de rol van de stadsdeelcommissie breder. De taak van de stadsdeelcommissie kent drie hoofdelementen: kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend.
Ten eerste kan de stadsdeelcommissie richting geven aan de uitoefening van taken en bevoegdheden door het dagelijks bestuur door gevraagd en ongevraagd te adviseren. Ten tweede kan de stadsdeelcommissie vragen stellen aan het dagelijks bestuur om invulling te geven aan de controlerende taak. Bij de controlerende taak toetst de SDC of het dagelijks bestuur zijn taken als verlengd lokaal bestuur van het college uitvoert in lijn met vastgesteld stedelijk beleid en door de stadsdeelcommissie binnen die kaders uitgebrachte adviezen. In de uitoefening van haar rol vertegenwoordigt de stadsdeelcommissie ten derde de inwoners van het stadsdeel. Belangrijk onderdeel van hun taak is signalen vanuit de buurten in het stadsdeel meenemen in hun gevraagde en ongevraagde adviezen richting het dagelijks bestuur. Hiervoor onderhoudt en versterkt de stadsdeelcommissie netwerken van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Zij benut, faciliteert en stimuleert verschillende vormen van burgerparticipatie. Verder kan de stadsdeelcommissie ook een beperkt aantal taken en bevoegdheden uitoefenen die de raad aan de stadsdeelcommissie overdraagt.
De toelichting bij artikel 24 komt te luiden:
Artikel 24: verkiezingen stadsdeelcommissie
In het eerste lid is geregeld dat op de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie de bepalingen van de Kieswet inzake de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing zijn. Dit betekent dat bij de verkiezingen een lijstenstelsel wordt gehanteerd. De kandidaten worden dus in lijsten gerangschikt zoals bij de verkiezing van volksvertegenwoordigers in Nederland inmiddels gebruik is. Een lijst kan ook uit één persoon bestaan.
In het tweede lid zijn een hoofdstuk en een artikel uit de Kieswet uitgezonderd, omdat deze niet toepasbaar zijn op de stadsdeelcommissieverkiezingen. De Kiesraad speelt namelijk een grote rol bij deze bepalingen en de Kiesraad is niet betrokken bij deze verkiezing.
In het derde lid wordt nog een uitzondering op de Kieswet gemaakt. De kring van kiesgerechtigden wordt namelijk uitgebreid. In tegenstelling tot de Kieswet kan een 16-jarige Amsterdammer al stemmen. Daarnaast geldt dat een ingezetene, die afkomstig is uit een land dat geen lid is van de Europese Unie en rechtmatig in Nederland verblijft, al kan stemmen indien hij gedurende een onafgebroken periode van twee jaar in Nederland woont. In de Kieswet wordt daarentegen uitgegaan van een periode van vijf jaar. Deze eis van ingezetenschap geldt alleen voor hen die geen onderdaan van een EU-lidstaat zijn. Voor ingezetenen die uit EU-lidstaten afkomstig zijn gelden deze eisen niet omdat zij onmiddellijk stemrecht hebben.
Verder is in het vierde lid in afwijking van de Kieswet geregeld dat het centraal stembureau per stadsdeel wordt ingesteld. In het vijfde lid wordt bepaald dat het gemeentelijk stembureau voor de gemeenteraad tevens fungeert als gemeentelijk stembureau voor de stadsdeelcommissie verkiezingen. Het gemeentelijk stembureau is verantwoordelijk voor de centrale stemopneming in de stadsdelen en draagt haar proces-verbaal over aan de individuele centrale stembureaus.
In het zesde lid staat dat de lijsten met een stemcijfer van 25% of meer ook in aanmerking kunnen komen voor een restzetel. Dit zodat partijen bij de restzetelverdeling al een zetel kunnen verwerven als zij 25% van de kiesdeler hebben gehaald en niet pas bij 75% zoals de Kieswet voorschrijft. Daarmee wordt de kiesdrempel aanmerkelijk lager. Bij de verdeling van de restzetels wordt op grond van de Kieswet het stelsel van de grootste overschotten gehanteerd. Bij het systeem van de grootste overschotten wordt gekeken naar het aantal stemmen dat over is van het totale aantal stemmen na verdeling van de volle zetels. De partij met het grootste overschot krijgt bij dit systeem de eerste restzetel, de partij met het op één na grootste overschot de tweede, tot alle zetels verdeeld zijn. Deze methode werkt in het algemeen in het voordeel van kleinere partijen. Hiermee wordt dus geprobeerd te bevorderen dat ook kleine lokale (politieke) groeperingen een zetel kunnen verwerven.
Op grond van het zevende lid kunnen niet alleen politieke partijen aan de verkiezingen meedoen, maar ook andere groeperingen zoals bewonersverenigingen en buurtcomités. In aanvulling op de bepaling in de Kieswet dat een politieke groepering die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is zich voor de verkiezingen kan laten registreren, is bepaald dat ook niet-politieke groeperingen en stichtingen zich voor de verkiezingen voor de stadsdeelcommissies kunnen laten registreren. Zij kunnen dan eveneens onder een bepaalde naam aan de verkiezingen meedoen zonder dat zij aan de formele vereisten uit Kieswet hoeven te voldoen zoals het overleggen van een notariële akte en een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Verder hoeven zij ook geen waarborgsom te betalen. Ook niet voor de kandidaatstelling (achtste lid). Groeperingen hoeven zich overigens niet te laten registreren. Zij nemen dan aan de verkiezingen deel zonder een aanduiding (specifieke naam) boven de kandidatenlijst, een zogenaamde "blanco lijst".
Op grond van het negende lid stelt het college nadere regels voor de verkiezingen vast. Dit betreft technische voorschriften zoals bepalingen over het nummeren van kandidatenlijsten en een bepaling dat groeperingen die al voor de gemeenteraadsverkiezingen zijn geregistreerd zich niet apart voor de verkiezingen voor de stadsdeelcommissies hoeven te registreren. Ook kan het college voorschriften stellen die ertoe strekken dat de bestuurscommissies verantwoordelijk zijn voor de registratie, de kandidaatstelling en dat het gemeentelijk stembureau verantwoordelijk is voor de verwerking van de verkiezingsuitslagen.
In het tiende lid wordt de wijze van telling van de uitslag gekoppeld aan het besluit om centrale stemopneming toe te passen voor de gemeenteraadsverkiezing. Dat betekent dat op de avond van de verkiezingen de lijsttotalen worden vastgesteld door het stembureau en de uitslagen op kandidaat niveau op een later moment door het gemeentelijk stembureau worden vastgesteld.
In het elfde lid wordt bepaald dat het gemeentelijk stembureau het proces-verbaal en het gegenereerde digitale bestand na vaststelling zo spoedig mogelijk overdraagt aan het centraal stembureau. De centrale stemopneming vindt plaats op donderdag en vrijdag na de stemming.
In het twaalfde lid wordt de datum van de zitting van het centraal stembureau voor de vaststelling van de uitslag bepaald gelijk aan die van de gemeenteraad. Pas op zijn vroegst de achtste dag na de verkiezingen mag de zitting plaatsvinden. In de tussenliggende periode tot 48 uur voor de zitting is er mogelijkheid voor kiezers bezwaar te maken bij het centraal stembureau.
In het dertiende lid is de regeling uit de Kieswet voor de vervulling van een opengevallen plaats van overeenkomstige toepassing verklaard. In aanvulling daarop wordt het eerste lid van artikel W4 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing verklaard (veertiende lid). Als er in een gemeenteraad met minder dan dertien leden bij de opvolging van een lid geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst waartoe degene die moet worden opgevolgd behoort, dan geldt het volgende. Met toepassing van artikel P 10 van de Kieswet wordt dan beslist aan welke van de andere lijsten de plaats zal worden toegekend. Deze plaats valt dan toe aan de lijst die op grond van het aantal uitgebrachte stemmen als eerste in aanmerking komt voor de nog niet toegedeelde restzetel.
Door te bepalen dat dat artikel W 4 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing is als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel, wordt deze regeling op alle stadsdeelcommissies van toepassing, ook als de commissie uit dertien leden of meer bestaat.
De eerste tot en met vijfde alinea van de toelichting bij artikel 30 komen als volgt te luiden:
Artikel 30: taken en bevoegdheden en instrumenten
De stadsdeelcommissie heeft een aantal taken die in dit artikel zijn opgesomd. Ook vermeldt het artikel welke instrumenten de stadsdeelcommissie heeft om het dagelijks bestuur te controleren.
Ten eerste oefent de stadsdeelcommissie als bestuurscommissie de taken en bevoegdheden uit die de raad aan haar heeft opgedragen. Deze zijn net als voor het dagelijks bestuur opgenomen in de bijlagen twee en drie. Het betreft een limitatieve opsomming.
Ten tweede brengt de stadsdeelcommissie gevraagd en ongevraagd advies uit aan het dagelijks bestuur over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent en andere aangelegenheden die het stadsdeel betreffen. Als de stadsdeelcommissie een advies heeft gegeven dat met een meerderheid van stemmen tot stand is gekomen, en het advies niet strijdig is met stedelijke of budgettaire kaders, neemt het dagelijks bestuur het advies in beginsel over, op grond van artikel 19, zesde lid. Het dagelijks bestuur kan daar alleen met zwaarwegende argumenten gemotiveerd en schriftelijk van afwijken. In alle gevallen licht het dagelijks bestuur bij het uiteindelijke besluit toe op welke wijze met adviezen is omgegaan.
De stadsdeelcommissie kan ook vragen aan het dagelijks bestuur stellen in het kader van haar controlerende taak. Vragen aan het dagelijks bestuur kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden gesteld en worden zo snel mogelijk mondeling of schriftelijk beantwoord. Welke termijn redelijk is hangt af van de complexiteit van de vragen. Technische vragen kunnen rechtstreeks door ambtenaren worden beantwoord.
Ingeval het dagelijks bestuur naar mening van de stadsdeelcommissie niet of onvoldoende rekening houdt met adviezen en op lokaal niveau het overleg tussen de bestuurscommissies onverhoopt stokt, dan is het aan de stadsdeelcommissie om te escaleren bij de raad. De raad kan op zijn beurt het college ter verantwoording roepen voor het handelen van het dagelijks bestuur.
De toelichting bij artikel 31 komt te luiden:
Artikel 31: advies inzet budgetten
De stadsdeelcommissie adviseert het dagelijks bestuur over de inzet van de budgetten die beschikbaar zijn voor de aan het dagelijks bestuur opgedragen taken en bevoegdheden. Het dagelijks bestuur betrekt de commissie tijdig bij het formuleren van de stadsdeelprioriteiten – zoals de gebiedsopgaven -– ten aanzien van een bepaalde taak. Deze prioriteiten en aandachtspunten zijn de input voor het gesprek dat dagelijks bestuurders met elkaar voeren over de inzet van middelen. Dit gesprek vindt plaats in het overleg tussen dagelijks bestuurders en wethouder (portefeuillehoudersoverleg), en worden uiteindelijk verwerkt in een inzetplan. De commissies worden geïnformeerd over de gemaakte keuzes in de inzetplannen en de voortgang op de uitvoering. De wethouder (of college) neemt hier uiteindelijk een besluit over. De uitvoering van de aan de dagelijks besturen opgedragen taken is integraal onderdeel van de begrotings- en verantwoordingscyclus van Amsterdam. Dit is het gemeentelijk instrument waarin afwijkingen worden opgenomen en toegelicht.
In de toelichting bij artikel 32 wordt in de tweede alinea het zinsdeel “, waaronder moties en voorstellen” geschrapt.
De toelichting op artikel 34 komt te luiden:
Artikel 34: commissiesecretaris
In dit artikel is bepaald dat voor elke stadsdeelcommissie een ambtelijk secretaris wordt aangewezen. Deze commissiesecretaris heeft tot taak de voorzitter en de stadsdeelcommissie bij de uitoefening van hun taak terzijde te staan. De rol van commissiesecretaris en de rol van bestuurssecretaris (artikel 7) worden niet door dezelfde persoon vervuld.
Na de toelichting op artikel 34 wordt een passage ingevoegd, luidende:
Artikel 34a: fractievertegenwoordigers
Stadsdeelcommissie kunnen zich bij afwezigheid laten vervangen door de fractievertegenwoordiger. In dat geval mag de fractievertegenwoordiger ook het woord voeren. Het gaat nadrukkelijk om vervanging bij verhindering van een lid van de stadsdeelcommissie. De fractievertegenwoordiger mag niet deelnemen aan de vergadering als alle leden van een fractie al aanwezig zijn bij de vergadering.
Fractievertegenwoordigers kunnen aansluiten bij technische sessies of werkbezoeken. In deze gevallen hoeft er geen sprake te zijn van vervanging.
Een fractievertegenwoordiger is geen lid van de stadsdeelcommissie en ontvangt geen vergoeding van de gemeente. Wel is het mogelijk een bijdrage voor diens inspanningen voor de fractie te geven uit het fractiebudget.
Het achtste lid leidt ertoe dat een fractievertegenwoordiger altijd een democratische basis moet hebben door op de kieslijst te hebben gestaan om zitting te kunnen nemen in de stadsdeelcommissie. Om als fractievertegenwoordiger zitting te kunnen nemen in de stadsdeelcommissie, moet men op de kieslijst van het desbetreffende stadsdeel hebben gestaan en/of op de kieslijst van de laatstgehouden gemeenteraadsverkiezingen hebben gestaan.
Artikel 34b: informatierecht stadsdeelcommissie
Dit artikel regelt de informatievoorziening aan de stadsdeelcommissie. Het informatierecht is niet onbeperkt, het richt zich op de informatie die nodig is voor stadsdeelcommissieleden om hun rol goed te kunnen vervullen.
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk om de stadsdeelcommissie van informatie te voorzien. Dat geldt voor informatie over hoe het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent, maar ook voor informatie over stedelijk beleid bij stedelijke adviesaanvragen of wanneer de stadsdeelcommissie zelf een onderwerp wil agenderen en daarbij achtergrondkennis vereist is van stedelijke kaders.
De toelichting op artikel 35 komt te luiden:
Artikel 35: agendering en terugkoppeling overlegvergadering
In dit artikel is beschreven hoe de agendering en terugkoppeling van een onderwerp voor een overlegvergadering op initiatief van de stadsdeelcommissie gaat.
Na de toelichting op artikel 35 wordt een passage ingevoegd, luidende:
Artikel 35a: Adviesaanvraag gemeenteraad aan stadsdeelcommissie
Dit artikel geeft de gemeenteraad en de raadscommissie de bevoegdheid om eigenstandig advies in te winnen bij de stadsdeelcommissie over voorstellen of onderwerpen waarover de stadsdeelcommissie niet formeel om advies is gevraagd conform artikel 19. De meeste formele adviesaanvragen (conform artikel 12 en 19) richten zich op het fysieke domein. Door de gemeenteraad en de raadscommissie de bevoegdheid te geven eigenstandig advies in te winnen bij de stadsdeelcommissie, kan de gemeenteraad of raadscommissie ook advies inwinnen over bijvoorbeeld het sociale domein. Dit artikel is via een amendement aan de verordening toegevoegd.
De toelichting bij artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
Na de toelichting op artikel 36 wordt een passage ingevoegd, luidende:
Artikel 36a: Jaarverslag stadsdeelcommissie
Dit artikel geeft invulling aan de verplichting uit de Gemeentewet om de verantwoording van de bestuurscommissie aan het instellende orgaan vast te leggen. In het jaarverslag beschrijft de stadsdeelcommissie hoe zij haar rol het afgelopen jaar heeft uitgevoerd.
De toelichting op artikel 38 komt te luiden:
Als participatieve verrijking van het bestuurlijk stelsel kunnen stadsdeelcommissies via loting stadsdeelpanels inrichten. Om ondervertegenwoordigde groepen te bereiken, mag de loting worden aangepast en kunnen er aanvullende wervingsmethoden worden ingezet.
Het stadsdeelpanel adviseert de stadsdeelcommissie minimaal een keer per bestuursperiode. De gemeenteraad, het stadsdeelbestuur, inwoners, maatschappelijke organisaties en buurtplatforms kunnen de stadsdeelcommissie adviseren over het (type) vraagstuk dat voorgelegd wordt aan het stadsdeelpanel.
De stadsdeelcommissie kan, afhankelijk van het vraagstuk en de opzet, bepalen hoe groot het stadsdeelpanel wordt. Dit geeft de mogelijkheid om het panel bijvoorbeeld eenmalig in te zetten met een grote groep inwoners of een terugkerende vorm te kiezen met een kleinere groep. De stadsdeelcommissie heeft hierdoor ruimte voor maatwerk en aansluiting bij de lokale context. De vormgeving van de stadsdeelpanels en verschillende opties zullen worden uitgewerkt in een aangepaste leidraad. De stadsdeelcommissieleden zullen hierbij worden betrokken.
Het stadsdeelpanel kan worden ondersteund door een professional op het gebied van participatie, die bijvoorbeeld kan helpen met het vormgeven van een goede vraagstelling en een passend ontwerp van de bijeenkomst(en).
Deelnemers of leden van het stadsdeelpanel krijgen een vergoeding van maximaal 100 euro voor een bijeenkomst. In 2025 is de richtlijn voor een vergoeding 75 euro per bijeenkomst. Dit is gebaseerd op de bedragen voor vrijwilligersvergoedingen van de Belastingdienst, die meegroeien met inflatie. Het vaststellen van een definitieve vergoeding gebeurt op basis van het procesontwerp en het aantal bijeenkomsten.
Een stadsdeelcommissie kan ervoor kiezen om in plaats van een stadsdeelpanel een alternatief instrument in te stellen. Wanneer een stadsdeelcommissie hiervoor kiest, kan de commissie een voorstel hiervoor indienen bij het college. Een alternatief instrument moet wel bijdragen aan dezelfde doelstelling als de stadsdeelpanels: het verrijken van besluiten door verschillende perspectieven te horen en daarmee de legitimiteit van besluitvorming vergroten.
Hoeveel stadsdeelpanels en op welke wijze ze plaats kunnen vinden hangt vanaf het beschikbaar gestelde budget. Het beschikbare budget wordt vastgesteld in de gemeentebegroting.
De toelichting op artikel 40 komt te luiden:
Artikel 40: verkiezingen bestuurscommissie
De verkiezing voor de bestuurscommissie Weesp verloopt op dezelfde manier als de verkiezingen voor de stadsdeelcommissies. Voor toelichting wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 24. Een verschil is dat er maar één stadsgebied is en het dus niet nodig is om te bepalen dat in afwijking van de Kieswet per stadsgebied een centraal stembureau is, zoals wel is bepaald voor de stadsdelen.
De toelichting op artikel 56 wordt als volgt gewijzigd:
In de toelichting op artikel 58 komen de laatste twee volzinnen te vervallen.
De toelichting bij Hoofdstuk 5 – Overgangsbepalingen en bij de artikelen 59 tot en met 73 komt te vervallen.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 16 september 2025.
De burgemeester
Femke Halsema
De gemeentesecretaris (wrn.)
Thea de Vries
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 9 oktober 2025.
De voorzitter
Femke Halsema
De raadsgriffier
Jolien Houtman
In het voorjaar van 2025 is het bestuurlijk stelsel geëvalueerd in twee evaluaties, één over het stelsel met stadsdeelcommissies en dagelijks besturen in de stadsdelen en één over de bestuursvorm in het stadsgebied Weesp. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft vervolgens een bestuurlijke reactie vastgesteld op deze evaluaties. Uit deze bestuurlijke reactie volgen verschillende voorstellen voor aanpassing van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Daarnaast zijn verschillende technische wijzigingen doorgevoerd, waaronder enkele wijzigingen die noodzakelijk zijn voor het organiseren van de verkiezingen en de actualisatie van enkele taakomschrijvingen en bevoegdheden van de dagelijks besturen en de bestuurscommissie Weesp in de bijlagen bij de Verordening.
De wijzigingen zijn hieronder nader toegelicht.
Artikelsgewijze toelichting wijziging van de artikelen
De wijzigingen worden hieronder toegelicht in een was/wordt tabel. De linker kolom is de huidige tekst van de artikelen, de middelste kolom geeft de wijzigingen weer (nieuw is dikgedrukt en wat vervalt is doorgehaald) en de rechter kolom geeft een toelichting op de wijzigingen.
Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen in Bijlage 2: Takenlijst
Algemene bepalingen en beperkingen (Artikel I, U)
In de Algemene bepalingen en beperkingen is de tekst aangepast om aan te sluiten op de nieuwe Leidraad zeggenschap. Er worden niet meer per taak handleidingen opgesteld, maar per taak is een uitwerking opgenomen in de Leidraad.
Algemene werkwijze (Artikel I, V)
In de tekst zijn de verwijzingen naar de instrumenten ‘motie’ en ‘voorstel’ van de stadsdeelcommissie geschrapt, omdat deze instrumenten komen te vervallen.
Afval en grondstoffen (Artikel I, W)
De wijzigingen in onderdeel 1. Afval en grondstoffen (rijen 3.3 en 3.4) zijn een juridische reparatie. De rijen nummer 3.3 en 3.4 (oud) zijn samengevoegd in de rij met nummer 3.3 (nieuw) en hierin is verduidelijkt welke aanwijsbesluiten vallen binnen de gemandateerde taken van de dagelijkse besturen van de stadsdelen. In rij 3.3 (nieuw) is niet langer opgenomen dat het vaststellen van het uitvoeringsbesluit een gemandateerde taak is. Dit is juridisch niet mogelijk, omdat het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 (Uitvoeringsbesluit) een algemeen verbindend voorschrift is. Dit is met deze wijziging gerepareerd. Met de inwerkingtreding van het Uitvoeringsbesluit is er sinds 3 januari 2024 één centraal uitvoeringsbesluit voor de gehele stad. Hierdoor zijn alle uitvoeringsbesluiten per stadsdeel uit werking getreden en worden deze niet langer vastgesteld door de dagelijkse besturen van de stadsdelen. Het vaststellen van het centrale Uitvoeringsbesluit voor de gehele stad gebeurt door het college van burgemeesters en wethouders en het is daarom praktisch niet mogelijk om deze bevoegdheid lager te beleggen. Tot slot zijn de rijen nummer 3.5 en 3.6 vernummerd tot de rijen nummer 3.4 en 3.5.
Er zijn verschillende aanpassingen en aanvullingen gedaan in de taken van de dagelijks besturen op het gebied van participatie (onderdeel 18. Burgerparticipatie, inspraak en initiatief):
Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen in Bijlage 3: Bevoegdhedenregister
Algemene bepalingen en beperkingen (Artikel I, Y)
Bij de algemene bepalingen en beperkingen is na de toelichting over mandaat ook een korte toelichting over delegatie opgenomen, ter verduidelijking.
Afval en grondstoffen (Artikel I, Z)
Actualiseren van de wettelijke grondslag van de bevoegdheden op het gebied van Afval en Grondstoffen (D.1 t/m D.13). De oude Afvalstoffenverordening is inmiddels vervallen en hoeft dus niet meer te worden genoemd.
In onderdeel 5. Wonen is een bevoegdheid voor het verlenen van short-stay vergunningen opgenomen. Sinds 2014 hanteert de gemeente streng beleid ten aanzien van short stay in woningen vanwege onder andere het tekort aan woningen en misbruik van short stay voor toeristenovernachtingen. Dit strenge beleid blijft van kracht. Echter moeten de regels voor short stay wetgevingstechnisch op een andere wijze geregeld worden sinds de invoering van de Wet Toeristische Verhuur. Vanaf dat moment is short stay een vorm van toeristische verhuur. Volgens deze wet moet voor elke vorm van toeristische verhuur die een gemeente wil beperken/regelen in de Huisvestingsverordening worden opgenomen onder welke (strenge) voorwaarden het mogelijk is om aan short stay te doen. Tot 1 januari 2021 viel short stay onder het verzamelbegrip ‘woningonttrekking’. Short stay werd dus gereguleerd via de onttrekkingsregels. Deze houden kortgezegd in dat woningen alleen mogen worden onttrokken als het gebruik een gewenste economische versterking biedt aan de buurt of maatschappelijk wenselijk is. Deze voorwaarden blijven gelijk, maar worden verplaatst onder een eigen ‘short stay’ categorie onder het hoofdstuk Toeristische verhuur. Door dezelfde voorwaarden te hanteren verandert er voor de burger niets. Vanwege de technische aard van deze aanpassing is er geen participatie doorlopen.
Onder de mandaten van de stadsdelen staat nu nog het kunnen verlenen van onttrekkingsvergunningen. Vanaf 1 januari 2026 krijgen we een nieuwe smaak vergunning bij: ‘de short stay vergunning’. Hoewel er materieel niets veranderd (alle voorwaarden blijven gelijk), is het formeel wel een nieuwe vergunning-soort. Om de mandaten hierop goed te laten sluiten is het noodzakelijk om de nieuwe vergunning ook onder de mandaten op te nemen.
Subsidieverlening (Artikel I, BB)
Bij bijzonderheden en beperkingen in onderdeel 19. Subsidieverlening (regel W.1) wordt verduidelijkt dat de bevoegdheid om de ASA en titel 4.2 van de Awb uit te voeren alleen van toepassing is wanneer uit de kaders expliciet een taak van het dagelijks bestuur blijkt. Hier bleek in de praktijk onduidelijkheid over te zijn. Uit de Herziene Handleiding wettelijke kaders bij subsidiëring, gemeente Amsterdam uit 2023 is ter verduidelijking overgenomen dat de bevoegdheid van het db om incidentele subsidies te verlenen niet wordt ondergemandateerd.
Daarnaast is de wettelijke grondslag om subsidieregelingen vast te stellen in onderdeel 19. Subsidieverlening (rij W.3) geactualiseerd. Door de nieuwe Algemene subsidieverordening is de grondslag gewijzigd.
Omgevingswet (Artikel I, CC en DD)
In onderdeel 24. Omgevingswet, worden drie wijzigingen gedaan:
Wijziging kaarten (Artikel I, EE en FF)
De kaarten uit Bijlage A en Bijlage C behorend bij de bijlagen 2 en 3, takenlijst en bevoegdhedenregister, worden vervangen. Deze wijziging ziet niet op de kaart in bijlage 1, grenzen van de stadsdelen en gebieden.
In het besluit van 11 februari 2025 (Gemeenteblad 2025, 67971) is aangegeven dat voor de een aantal gebieden een wijziging in kaart A en/of C heeft plaatsgevonden. Helaas is dit niet in alle gevallen goed op de kaart verwerkt. Vandaar dat er twee nieuwe kaarten worden vastgesteld. Zowel de wijzigingen van de kaarten A en C in dit besluit als in het besluit van 11 februari zorgen niet voor extra administratieve lasten voor inwoners en ondernemers.
Wijzigingen op kaart A en C ten opzichte van het besluit van 11 februari 2025:
Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen in de Toelichting bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022
De meeste wijzigingen van de toelichting vloeien voort uit de wijziging van de artikelen en worden hier niet nog eens toegelicht. In de toelichting op artikel 9 is een passage toegevoegd om de verhouding tussen de takenlijst en het bevoegdhedenregister te verduidelijken.
Toelichting bij de inwerkingtreding
De wijzigingen treden in werking vanaf de installatie van de nieuwe raadsleden, vanaf het begin van de nieuwe bestuursperiode. Op deze manier is er tijd om aanpassingen aan de bestaande werkwijze voor te bereiden en worden zittende commissieleden niet aan het einde van hun periode geconfronteerd met veranderingen.
Een aantal wijzigingen gaan wel direct in werking na publicatie. Dit geldt voor de wijzigingen die samenhangen met de verkiezingen en technische wijzigingen in de bijlagen bij de Verordening.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-487415.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.