Gemeenteblad van Berg en Dal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 478333 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berg en Dal | Gemeenteblad 2025, 478333 | beleidsregel |
Dienstverleningsplan Participatiewet, IOAW & IOAZ 2025
Hoewel heronderzoeken voor de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ niet verplicht zijn, kiezen wij ervoor om dienstverlenende gesprekken en onderzoeken te voeren. Deze zijn bedoeld om inwoners te ondersteunen en hen te informeren over de recht- en doelmatigheid van de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ.
Wij zien het dienstverlenende gesprek en onderzoek als waardevolle instrumenten om onze inwoners effectief te ondersteunen. Ze stellen ons in staat om het brede beeld van de inwoner te behouden, vroegtijdig signalen op te vangen en onjuist gebruik van voorzieningen te voorkomen. Daarbij besteden we aandacht aan het welbevinden op alle leefgebieden, inclusief minima- en participatieregelingen.
In dit dienstverleningsplan beschrijven we hoe we deze gesprekken en onderzoeken inzetten bij het toetsen van:
Zo waarborgen we een zorgvuldige en doelgerichte verstrekking van uitkeringen, voorzieningen en vergoedingen.
Dit plan geeft een minimumaantal gesprekken met inwoners aan. Als een consulent het nodig vindt om een inwoner vaker te spreken, kan dat. Ook als de inwoner zelf vaker een consulent wil zien, is dat mogelijk.
Hoofdstuk 2 Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe wij dienstverlenende gesprekken en onderzoeken voeren om de rechtmatigheid en doelmatigheid van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ te waarborgen. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe vaak en wanneer deze gesprekken/onderzoeken plaatsvinden. Hierbij hebben wij de vrijheid om zelf termijnen vast te stellen.
Sinds 1 januari 2015 verzorgt het WerkBedrijf Rijk van Nijmegen (hierna: WBRN) de bemiddeling naar werk of school. Als een inwoner bij het WBRN is aangemeld, is het WBRN verantwoordelijk voor de doelmatigheidsonderzoeken. Als een inwoner een participatie-kandidaat is en door onze participatieconsulenten wordt begeleid, zijn wij verantwoordelijk voor de doelmatigheidsonderzoeken.
Tijdens het onderzoek bekijken we de huidige omstandigheden van een inwoner, die de hoogte van en het recht op een uitkering kunnen beïnvloeden. We informeren de inwoner over de vereisten en controleren samen of aan alle voorwaarden is voldaan. We controleren de volgende gegevens:
Niet alle onderdelen worden altijd gecontroleerd. Als een inwoner een wijziging meldt, kijken we bijvoorbeeld alleen naar het inkomen of de woonsituatie. In de volgende alinea’s beschrijven we de verschillende momenten waarop we de rechtmatigheid controleren.
2.1.1. Aanvraag levensonderhoud
Bij de aanvraag voor een bijstandsuitkering controleren we voor het eerst de rechtmatigheid. Dit leidt tot het toekennen of afwijzen van de aanvraag. De consulent beoordeelt de gegevens van de aanvrager en maakt daarbij gebruik van onder andere Suwinet. We vragen geen gegevens op die al bekend zijn bij ons 1 .
Bijzondere bijstand voor inwoners zonder bijstand
Bij de aanvraag voor bijzondere bijstand kijken we naar het inkomen, vermogen en de woonsituatie van inwoners zonder bijstand. De kostendelersnorm wordt hierbij niet meegenomen. We beoordelen ook de noodzaak van de kosten en de bijzondere omstandigheden waarin de kosten zijn gemaakt. Het beleidskader hiervoor is de Beleidsregel Bijzondere Bijstand. Elk jaar controleren we het recht.
Het recht op deze toeslag wordt beoordeeld volgens de Verordening Individuele Inkomenstoeslag en de bijbehorende beleidsregel.
De rechtmatigheid van de Doe Mee! regeling wordt beoordeeld volgens de Verordening Doe Mee!. Bij deze regeling controleren we niet jaarlijks achteraf hoe het geld is besteed. We vertrouwen erop dat de inwoner de regeling gebruikt voor het doel om mee te kunnen doen aan leuke, leerzame en gezonde activiteiten.
2.1.2. Het Formulier Wijzigingen en het Formulier Inkomen
Inwoners gebruiken het formulier Wijzigingen om veranderingen door te geven die van invloed kunnen zijn op hun uitkering. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
Op basis van de informatie op dit formulier voeren we korte onderzoeken uit om de gemelde veranderingen te controleren. Dit kan leiden tot een aanpassing van de uitkering. Soms kan de informatie op het formulier aanleiding geven tot een uitgebreider onderzoek als er vragen zijn over de doorgegeven veranderingen.
Inwoners gebruiken het formulier Inkomen om wijzigingen in hun inkomen door te geven. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
Ook hier voeren we korte onderzoeken uit om de gemelde inkomensveranderingen te controleren. Dit kan leiden tot een aanpassing van de uitkering. Als er vragen zijn over de doorgegeven inkomensveranderingen, kan dit leiden tot een uitgebreider onderzoek.
2.1.3 Bureau InformatieDiensten Nederland
Het Bureau InformatieDiensten Nederland (hierna: BIDN) maakt overzichten van signalen over inwoners. Deze overzichten worden samengesteld uit gegevens van ketenpartners zoals het UWV, de Belastingdienst en de RDW. Het voordeel van deze overzichten is dat we onrechtmatigheden sneller kunnen opmerken en indien nodig aanpakken.
Elke maand haalt de administratief ondersteuner de signalen van het BIDN op. Deze signalen bevatten informatie over:
De administratief ondersteuner bekijkt het overzicht. Als er onderzoek nodig is, wordt een werkproces aangemaakt voor de consulent inkomen. Om te voorkomen dat onterecht verstrekte bijstandsuitkeringen oplopen, is het belangrijk dat deze werkprocessen snel worden afgehandeld. De consulent inkomen geeft binnen 5 werkdagen vervolg aan het signaal. Dit betekent niet dat het signaal al volledig afgehandeld moet zijn. Daarnaast controleert de consulent fraude en handhaving het overzicht maandelijks op mogelijke onregelmatigheden.
Voor controle van de leefsituatie en woonomstandigheden van de uitkeringsgerechtigde kan het soms nodig zijn om een huisbezoek af te leggen. Als we vermoeden dat de uitkeringsgerechtigde niet de juiste informatie heeft gegeven aan de consulent, kan dit een reden zijn voor een huisbezoek.
Als de signalen zo concreet zijn dat we twijfelen aan het recht op bijstand, kan er ook een onaangekondigd huisbezoek plaatsvinden. Voor het afleggen van (onverwachte) huisbezoeken volgen we altijd het geldende protocol.
2.1.5 Niet-naleving van regels onderzoek
Als er vermoedens zijn van het niet-naleven van de regels, schakelen we onze consulent fraude en handhaving in. Sommige signalen kunnen aanleiding geven om het Instituut Bijzonder Onderzoek (IBO) in te schakelen. Dit is een regionaal bureau met drie sociaal rechercheurs die het niet-naleven van regels opsporen. Bij signalen waarbij een hoog bedrag betrokken is, neemt het IBO de zaak over.
Ook neemt onze consulent fraude en handhaving deel aan het Lokaal Ondermijningsoverleg (LOO).
Het traditionele (her)onderzoek bestaat uit een geplande en volledige herbeoordeling van het recht op bijstand. Hierbij kijken we of de bijstand terecht is verleend en of de verplichtingen zijn nagekomen. De consulent inkomen ontvangt jaarlijks een signaal voor (her)onderzoek en beoordeelt of dit nodig is. De consulent rapporteert hierover. Bij een besluit tot (her)onderzoek stuurt de consulent inkomen een uitnodigingsbrief naar de inwoner. De consulent kan ervoor kiezen om een heronderzoeksformulier bij te voegen. In dit formulier worden verschillende vragen gesteld en bewijsstukken opgevraagd.
Het periodiek rechtmatigheidsonderzoek is een gepland en volledig onderzoek naar het recht op bijstand over de afgelopen periode en het recht op voortzetting van de uitkering. Dit onderzoek vindt zoveel mogelijk plaats via een persoonlijk gesprek. Het doel is niet alleen om de rechtmatigheid en naleving van de verplichtingen te controleren, maar vooral om het contact met de inwoner te behouden. Tijdens dit contact kunnen we ook aandacht besteden aan de volgende onderwerpen:
De consulent inkomen heeft ook een regiefunctie als het gaat om de arbeidsplicht. Dit betekent dat de consulent de voortgang van trajecten volgt, alleen niet de inhoud ervan. Dit is belangrijk voor het recht op een uitkering. Voor het heronderzoek of besluit neemt de consulent inkomen contact op met de contactpersoon van WBRN of de consulent participatie om de voortgang van het traject te bespreken.
Voor veel inwoners die bijstand ontvangen, kan de werkwijze eenvoudig en soms minder vaak (hiermee bedoelen we niet jaarlijks) zijn. Dit hangt af van de situatie van de inwoner. Bijvoorbeeld voor de inwoner met lage uitstroomkansen vanwege een beperking of het naderen van de pensioengerechtigde leeftijd. Ook de mate van contact met andere consulenten speelt een rol. Wanneer een consulent participatie of statushouders intensief contact heeft met de inwoner, kan dit een reden zijn om af te wijken van het jaarlijkse onderzoek of wordt er een driegesprek gehouden. We proberen elke twee jaar een onderzoek te doen. Zo houden we contact met de inwoner en kunnen we op tijd helpen als dat nodig is.
Bij periodieke bijzondere bijstand voor inwoners die geen andere bijstand ontvangen, moet een verlengingsbesluit worden genomen. Dit gebeurt meestal na een jaar, maar de periode kan ook langer zijn. We sturen een brief naar de inwoner om te vragen naar eventuele wijzigingen in de persoonlijke situatie. Op basis van een steekproef controleren kwaliteitsmedewerkers met informatie van het Bureau InformatieDiensten de rechtmatigheid.
Als de bijstandsverlening eindigt of wordt beëindigd, voert de consulent een beëindigingsonderzoek uit. Dit onderzoek controleert de juistheid van de beëindigingsdatum en beoordeelt de wederzijdse rechten en plichten. De beëindiging moet binnen een redelijke termijn gebeuren. De consulent streeft ernaar om binnen vier weken (uiterlijk: binnen drie maanden2 ) na de laatste maand van uitbetaling van de uitkering een beslissing te nemen.
In onderstaand schema is aangegeven welke rechtmatigheidscontroles we hebben en hoe vaak die worden ingezet.
2.2.1. Werk-kandidaten en participatiekandidaten
We nemen tijdens het onderzoek de doelmatigheid van de uitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ (de re-integratieplicht) door van werk-kandidaten. We werken samen met WBRN om de voortgang te monitoren en de inwoner te ondersteunen. De re-integratieactiviteiten van zeven regiogemeenten, waaronder Berg en Dal, zijn daar ondergebracht. Het opleggen van een maatregel naar aanleiding van de doelmatigheidscontrole gebeurt door de gemeente. Een maatregel binnen de Participatiewet is een tijdelijke verlaging of stopzetting van de bijstandsuitkering als iemand zich niet houdt aan de verplichtingen, zoals solliciteren of juiste informatie geven. De gemeente bepaalt de zwaarte van de maatregel op basis van de ernst en herhaling van het gedrag.
Inwoners die niet in traject zijn bij het WBRN, worden begeleid door de consulenten participatie. De consulenten participatie hebben gesprekken met de participatiekandidaten en helpen hen stappen te zetten om mee te doen. Zo controleren we de doelmatigheid van de uitkering. Als tijdens het traject blijkt dat er stappen gezet kunnen worden richting een arbeidstraject of reguliere arbeid, wordt de inwoner alsnog aangemeld bij het WBRN.
Participatiekandidaten die tijdelijk ontheven zijn van de arbeidsverplichtingen, worden rond de einddatum van de ontheffing door de consulent participatie uitgenodigd om de doelmatigheid opnieuw te beoordelen. Bij volledige arbeidsongeschiktheid wordt een inwoner voor onbepaalde tijd ontheven van de arbeidsverplichtingen. Wanneer het besluit wordt genomen tot (tijdelijke) ontheffing, wordt dit altijd gemotiveerd en waar nodig ondersteund met een medisch onderzoek.
Hoofdstuk 3 Debiteuren, terug en invordering
Het college is niet verplicht om onderzoeken te doen naar geldleningen en vorderingen op debiteuren, maar tijdens dienstverlenende gesprekken bespreken we de financiële situatie van de inwoner en bieden we ondersteuning bij betalingsverplichtingen. Dit draagt bij aan een effectief invorderingsbeleid.
Het debiteurenonderzoek wordt uitgevoerd door de medewerker terugvordering en boete. De onderzoeken worden halfjaarlijks of jaarlijks uitgevoerd. We monitoren de volgende betalingsverplichtingen: teruggevorderde bijstand, verstrekte leenbijstand (geldlening), bedrijfskapitaal Bbz, verstrekte krediethypotheken, boetes, afdrachten van werkgevers of uitkeringsverstrekkende instellingen waar beslag ligt ter aflossing van een vordering als ook de afwikkeling en uitkeringen uit een schuldenregeling.
We spreken van een interne debiteur zolang iemand een periodieke bijstandsuitkering voor levensonderhoud ontvangt. Een externe debiteur is iemand die geen periodieke bijstandsuitkering van de gemeente ontvangt.
De volgende vragen zijn van belang bij een debiteurenonderzoek:
In onderstaande tabel worden de onderzoeken rondom terugvordering weergegeven. De genoemde termijnen zijn maximale termijnen. Tussentijdse onderzoeken kunnen uiteraard altijd.
Hoofdstuk 4 Niet-naleving van de regels
Dit plan voor dienstverlenende gesprekken helpt ook bij het opsporen van niet-naleving van de regels. Door regelmatig contact te hebben met de inwoner, blijven we goed op de hoogte en kunnen we tijdig ondersteuning bieden. Hieronder staan in grote lijnen de taken van de consulent fraude en handhaving beschreven. Naast deze taken heeft de consulent een rol in het ondermijningsoverleg. Er is regelmatig overleg met externe en interne partijen, zoals woningcorporaties, politie, burgerzaken, het WBRN en het sociaal team.
4.1 Melding consulent inkomen naar consulent fraude en handhaving
De consulent inkomen neemt contact op met de consulent fraude en handhaving wanneer een aanvraag complex lijkt. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat er onduidelijkheden zijn in de bankafschriften die verder besproken moeten worden. Soms voeren ze samen het intakegesprek of brengen ze een huisbezoek om de situatie beter te begrijpen.
Als er aanwijzingen zijn dat de inwoner mogelijk nog werkt of samenwoont, voert de consulent fraude en handhaving een gericht vooronderzoek uit om de situatie te verduidelijken.
4.2 Signalen Bureau Informatie Diensten Nederland
We ontvangen maandelijks informatie van het Bureau Informatie Diensten Nederland (BIDN). De administratief ondersteuner doet de eerste screening van deze signalen. De signalen bevatten informatie over bijvoorbeeld inkomen, vermogen of voertuigbezit. Daarna bekijkt de consulent fraude en handhaving het overzicht.
Als er actie nodig is van een consulent inkomen, wordt een proces gestart of een contactregistratie aangemaakt. De consulent fraude en handhaving gebruikt de informatie uit de signalen voor bestaande of nieuwe onderzoeken bij het niet-naleven van de regels.
4.4 Meldingen niet-naleving van de regels
Een melding over het niet-naleven van de regels kan op verschillende manieren binnenkomen namelijk:
Via mail fraude@bergendal.nl
Elke melding wordt geregistreerd in het systeem.
De consulent fraude en handhaving begint met een eerste onderzoek. Als er echt sprake is van het niet-naleven van de regels, wordt dit besproken met de consulent inkomen. Afhankelijk van het type onderzoek wordt er samengewerkt met de sociale recherche.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-478333.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.