Gemeenteblad van Meppel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meppel | Gemeenteblad 2025, 463929 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Meppel | Gemeenteblad 2025, 463929 | beleidsregel |
Ruimtelijk afwegingskader Hoogeveenseweg 38 e.o.
In dit document zijn de beleidsregels ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit ter uitvoering van het bestemmingsplan Meppel - Hoogeveenseweg 38 e.o. opgenomen. In het bestemmingsplan wordt de herontwikkeling van de locatie van het voormalig ziekenhuis Meppel mogelijk gemaakt. Een aantal regels ligt vast en is opgenomen in dit bestemmingsplan zelf. Aan deze algemene regels moeten ontwikkelingen in ieder geval voldoen.
Voor de ontwikkeling van het gebied is het de ambitie om een hoge ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Deze ambitie is vertaald in de beleidsregels die opgenomen zijn in dit document.
De hoge ambitie geldt zowel voor de locatie op zich, als voor de locatie in relatie tot haar omgeving. Onderdeel van de ambitie is om klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen. Ook hiervoor is een open norm in het bestemmingsplan opgenomen. Er dient klimaatadaptief en natuurinclusief gebouwd te worden. Hoe er aan deze ambities is vormgegeven is uitgewerkt in deze beleidsregel.
Het plangebied betreft de gronden van het voormalige ziekenhuis en van enkele omliggende functies op het gebied van zorgwonen. Het ligt aan de zuidoostelijke rand van de kern Meppel, ten zuiden van de woonwijk Oosterboer. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de Hoogeveenseweg en de Hoogeveense Vaart. Ten westen van het plangebied is aan de andere zijde van de Reggersweg het nieuwe ziekenhuis gerealiseerd.
Ten zuiden en oosten van het plangebied ligt het natuurgebied Reestdal met de beek de Reest.
Het plangebied wordt ontsloten door de Reggersweg, daarnaast is er nog een secundaire ontsluiting op de parallelweg van de Hoogeveenseweg. De parallelweg komt even verder uit op de rotonde van de Hoogeveenseweg. De Hoogeveenseweg sluit aan op de snelweg A32 en de Ooster-broekenweg. De Hoogeveenseweg is één van de drie hoofdontsluitingswegen van de kern Meppel; de oostelijke stadsentree. De Reggersweg loopt (van noord naar zuid) ten westen van het plangebied en fungeert als de ontsluiting van het ziekenhuisterrein en het zuidelijk gelegen landelijk gebied.
De beleidsregels die we in hoofdstuk 3.Landschappelijke aansluiting en 4.Ontwikkelclusters beschrijven zijn onderverdeeld in regels en richtlijnen. De regels zijn verplicht om te volgen, deze borgen de basiskwaliteit. De richtlijnen zijn bedoeld om te inspireren en stimuleren. Van de richtlijnen mag - gemotiveerd - worden afgeweken, hier is ruimte voor eigen ideeën die aansluiten bij de beoogde kwaliteit. Voor de meeste onderdelen zijn zowel regels als richtlijnen opgenomen. Enkele onderdelen bevatten alleen regels, andere alleen richtlijnen.
In hoofdstuk 2. Ruimtelijke dragers gaan we op hoofdlijnen in op de structuurdragers van het gebied. In de daaropvolgende hoofdstukken zijn regels en richtlijnen voor de ontwikkeling van het gebied opgenomen. Hierbij hanteren we de volgende indeling:
Hoofdstuk 6 Bijlage bevat een lijst met streekeigen beplanting.
Het plangebied functioneert op dit moment als een hard bebouwd eiland langs de stadsentree met stevige randen naar het landschap van de Reest. Het gebied ligt los van de stad waarbij de forse bebouwing de zelfstandige positie benadrukt. Het is de ambitie het gebied meer onderdeel te laten zijn van het landschap en daarnaast een nieuw gezicht te geven aan de groene stadsentree. Het gebied wordt daarmee een stadsuitleglocatie die een relatie aangaat met zowel het stedelijk weefsel als het landschap. De Om dit te bereiken is de ruimtelijke opzet van het voormalige ziekenhuisterrein is geïnspireerd op de karakteristieke esgehuchten die rond de Reest voorkomen.
Het esgehucht is een toepasselijke metafoor: losse bebouwingsclusters gaan een vanzelfsprekende relatie met het landschap aan. De bebouwingsclusters liggen tussen het groen, hebben een open relatie met het beekdal en vormen met de houtsingels een ritme langs de stadsentree. De bebouwde clusters liggen niet verstopt achter het groen en vormen daarnaast ook geen harde wand naar de stadsentree. Vanuit het landschap en de stadsentree gezien is de bebouwing zichtbaar tussen de bomen door waardoor de groene identiteit van deze entree wordt benadrukt.
De rivier de Reest heeft zijn oorspronkelijke loop behouden en wordt omringd door esgehuchten. Deze esgehuchten bestaan uit een of enkele boerderijen en landhuizen en zijn gesticht op kleine zandopduikingen langs de Reest. Ze zijn een weerspiegeling van het esdorpensysteem in het klein. De es is een hoge gelegen langgerekte akker omzoomd door beplanting. De esgehuchten onderscheiden zich in hun omgeving als eilanden in een wijds en open beekdal.
Kenmerkend voor het essen landschap zijn de grillige blokverkaveling met individuele akkers en weides, de landschappelijke overgangen van hooilanden in het dal naar de hogere bouwlanden en van de bouwlanden naar de bospartijen en landgoederen.
De rivier de Reest kan nog vrij meanderen door het Reestdal. De hoge landschappelijke kwaliteit die hierdoor is ontstaan is voor Nederland zeer uitzonderlijk. Hierdoor is het geomorfologisch gezien een zeer waardevol gebied. Daarnaast kent het Reestdal een hoge flora en fauna waarde doordat er nooit niet is ingegrepen in de waterhuishoudingnatuurlijke loop van de Reest.
Kaart 1925: Structuur van noord-zuid gerichte watergangen en houtsingels richting het zuidelijk gelegen Reestdal.
De huidige bebouwing staat als een 'muur' in oost-westelijke richting en vormt zo een harde scheidslijn tussen de bebouwing en het Reestdal. De herontwikkeling van het plangebied geeft de kans om deze landschappelijke en daarmee cultuurhistorische relaties te herstellen. Door uit te gaan van een structuur die de 'landschappelijke onderlegger' respecteert kunnen visuele, ecologische en waterhuishoudkundige relaties in en met de omgeving worden hersteld. Met de nieuwe inrichting van het plangebied wordt daarom uitgegaan van een bebouwingsstructuur die een noord-zuid oriëntatie heeft.
De opzet van het plangebied bestaat uit een afwisseling van stroken met bebouwing en ruimtes voor groen, waterberging en ontsluiting in de richting van het oorspronkelijke landschap (noord zuid). Hierdoor ontstaat er een openheid loodrecht op de Hoogeveenseweg en daarmee een visuele relatie tussen het achterliggende Beekdallandschap van de Reest en de Hoogeveenseweg, respectievelijk de wijk Oosterboer. De openheid tussen de bebouwingsstroken brengt visueel de noord-zuid relatie tot stand en maakt zicht op het achterliggende landschap mogelijk.
De belangrijkste structuurdrager in het landschap is de loop van de Reest en het daarbij horende beekdallandschap. De ontwikkelingen vinden plaats op de hoge delen aan de noordzijde van het Reestdal. De ontwikkelingen vormen concentraties van bebouwing onderling gescheiden door groene wiggen en sluiten aan op de landschappelijke kwaliteit van het Reestdal.
AHN hoogte kaart Meppel: goed zichtbaar is het beekdal van de Reest ten zuiden van de ziekenhuislocatie
Hoogteverloop Meppel oost. Rood is hoog, blauw is laag. Het Reestdal is goed zichtbaar.
De oostelijke stadsentree heeft een afwisselend beeld waarbij het groen en het kanaal het beeld sturen en de gebruiker welkom heten. Ter hoogte van het ziekenhuis is aan de noordzijde de woonwijk Oosterboer tussen de bomen en struiken door zichtbaar. Aan de zuidzijde is er nu de kans het beeld te vergroenen. In deze rand van de Hoogeveenseweg zullen de wiggen die het achterliggende landschap verbinden zichtbaar zijn en worden afgewisseld met een voorterrein van de clusters die zich hiervan onderscheid door een meer open beeld met losse bomen en groepen bomen. Er wordt hier geen laan gemaakt. Bebouwing zal aan de oostzijde van het terrein lager zijn en aan de westzijde richting de stad hoger.
Binnen het plangebied wordt op drie verschillende manieren een connectie tussen het landschap en de stadsentree gemaakt:
De clusters worden van elkaar gescheiden door groene wiggen die de oude landschappelijke richting volgen. Hier is ruimte voor biodiversiteit, het bufferen van hemelwater, ontsluiting en recreatie.
De Hoogeveenseweg vormt de oostelijke standsentree van Meppel. Het is de ambitie het groene beeld langs deze entree te versterken. De wiggen zijn zichtbaar vanaf de weg en worden afgewisseld met de groene inrichting ten noorden van de ontwikkellocaties.
3. Overgang naar het Reestdal/beekdal
Ten zuiden van het plangebied ligt het beekdal van de rivier de Reest. Hier is ruimte voor een overgang met een hoge natuurwaarde. De overgang vormt de rand tussen de ontwikkelclusters en het landschap van het Reestdal. De overgangszone draagt eraan bij dat de bebouwing niet als een harde rand naar het landschap staat. Het beeld vanaf het landschap wordt verzacht door de overgang. Bebouwing is deels te zien vanaf het landschap en er zijn doorkijkjes richting het landschap vanaf de ontwikkelclusters.
Samen met het reeds gerealiseerde nieuwe ziekenhuis zijn er in totaal vier ontwikkelclusters. Ze hebben ieder een eigen identiteit en uitstraling, maar er zijn ook een aantal zaken die ze delen:
2.3 Thema’s duurzaamheid Klimaattransitie
De klimaattransitie heeft invloed op hoe wij onze ruimte ordenen. Nieuwe inzichten leiden daarmee ook tot nieuwe ruimtelijke vragen. Hieronder lichten we enkele thema’s toe waarvan we nu weten dat deze invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit en in algemene zin op het ruimtegebruik. De energietransitie valt hierbij onder de bovenstaande kop Klimaattransitie aangezien het energievraagstuk voortkomt uit het gebruik van eindige grondstoffen die het klimaat beïnvloeden.
In het vastgestelde Programma Duurzaamheid zijn de 17 duurzame doelen vanuit de sustaineble development goals verwerkt tot de volgende zes pijlers (ingekort):
De overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie wordt ook wel energietransitie genoemd. Het is een mitigerende inspanning. Ze is gericht op het tegengaan van CO2 uitstoot en daarmee het afremmen van klimaatverandering. Dit pakken we lokaal, regionaal en nationaal en internationaal op via verschillende sporen.
1. Warmtetransitie; 2. Lokaal opwekken energie; 3. Verminderen van CO2.
Klimaatverandering is al gaande en is deels onomkeerbaar. Het risico op wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming neemt daardoor toe. We kunnen die risico’s beperken door de inrichting van Meppel aan te passen. Deze aanpassingen noemen we klimaatadaptatie: aanpassen aan klimaatverandering. Uiterlijk in 2050 moet het stedelijk gebied van Meppel klimaatbestendig zijn.
Door het streven naar een circulaire economie is een omslag in het denken Van Afval Naar Grondstoffen (VANG) gemaakt. De doelstellingen zijn vastgelegd in het programma ‘Nederland circulair in 2050’. Gezamenlijk streven we naar een afvalvrije samenleving. We zetten in op de verbetering van afvalscheiding aan de bron, op preventie van afval en daarmee op een reductie van de hoeveelheid restafval. Dit doen we door in te zetten op service op de grondstoffen. Ook zetten we in op bewustwording, door te communiceren dat afval eigenlijk grondstof is.Het streven is erop gericht dat restafval in 2050 niet meer bestaat. Als gemeente kiezen we voor bronscheiding, waarbij we inzetten op dienstverlening en bewustwording door te communiceren dat afval eigenlijk grondstof is.
In de circulaire economie gaan bedrijven anders produceren. Bij de productie wordt al nagedacht over hoe na het gebruik, grondstoffen opnieuw in de keten kunnen worden teruggebracht. De overgang van een lineaire naar een kringloop economie wordt ook wel circulaire economie genoemd. Nederland streeft naar een circulaire economie in 2050.
Nederland wil het verlies aan biodiversiteit een halt toeroepen. Als gemeente geven we bij het beheer van de openbare ruimte aandacht aan biodiversiteit en we zetten erop in via streekbeheer. Verschillende groepen in Meppel werken aan biodiversiteit, we faciliteren deze waar mogelijk. Het streven is gericht op het benutten van koppelkansen en bevorderen van biodiversiteit.
We streven naar een gezond leef- en werkmilieu voor onze inwoners. Als gemeente hebben we wettelijke taken op gebied van milieu. We blijven verantwoordelijk voor milieubeleid en lokale prioriteitsstelling. Een uitgangspunt is dat we plannen niet alleen toetsen, maar bij het maken van plannen anticiperen op een gezond leefmilieu.
Het streven naar duurzame ontwikkeling is veelomvattender dan deze zes pijlers. Duurzaamheid gaat over mensen, milieu en opbrengst: people , planet , profit . Tussen de zes hierboven genoemde opgaven is niet alleen procesmatig, maar ook inhoudelijk samenhang. Omdat duurzaamheid zo breed en dynamisch is, is er ook samenhang in de zin van besluitvorming en identiteit.
3 Regels en richtlijnen landschappelijke aansluiting
De landschappelijke aansluiting zorgt voor de inpassing en aansluiting van het terrein op de omgeving en is de basis voor een aangenaam leefklimaat.
De structuur bestaat uit de randen van de Hoogeveenseweg (stadsentree), de overgang naar het zuidelijke landschap en de groene zones tussen de bebouwingsclusters, de ‘wiggen’. Deze laatste zorgen voor het herstel van de structuur van het landschap.
De groenstructuur die zo ontstaat geeft, behalve dat zij belangrijk is voor de verschijningsvorm van het terrein en daarmee voor de belevingswaarde, ruimte aan interessante biotopen voor flora en fauna. Net als bij het nieuwe ziekenhuisterrein wordt daarmee tevens de relatie met het Reestdal gezocht. Daarnaast hebben deze zones een belangrijke functie voor de waterhuishouding door het bufferen en het vasthouden van hemelwater.
Ook draagt het groen van het plangebied bij aan de beleving van de Stadsentree. Het groene beeld van de Hoogeveenseweg geeft de gebruikers een aangenaam ‘Welkom in Meppel’ en draagt bij aan de groene identiteit van de stad.
Het groen heeft daarmee voor een aantal verschillende onderdelen een eigen betekenis: het bergen van water, het vergroten van de biodiversiteit, het voorkomen van hittestress, het zorgt voor de landschappelijke en cultuurhistorische koppeling met het landschap en het draagt bij aan een aangename leefomgeving.
De wiggen zorgen voor de landschappelijke verbinding tussen de Hoogeveenseweg en het Reestdal.
Hieronder staan de algemene regels en richtlijnen voor de drie deelgebieden die zorgdragen voor de landschappelijke aansluiting. Onder de deelgebieden ‘Wig’, ‘stadsentree’, en ‘Overgang naar het Reestdal’ staan specifieke regels die voor deze locaties boven op de algemene regels en richtlijnen gelden.
De groene wiggen verdelen het te ontwikkelen gebied in verschillende ontwikkelclusters. De noord-zuid richting sluit aan op de landschappelijke richtingen van het beekdal ter plaatse. De wiggen zorgen voor de cultuurhistorische, landschappelijke en functionele koppeling met de omgeving.
4 Regels en richtlijnen centrale ontsluiting en de ontmoetingsplek
Het plangebied wordt via één hoofdontsluitingsweg ontsloten op de Reggersweg. Dit is de primaire ontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer. Deze centrale ontsluitingsweg loopt van oost naar west door het plangebied. Een oostelijke aansluiting voor gemotoriseerd verkeer op de parallelweg van de Hoogeveenseweg is afwezig of ten minste ondergeschikt aan de aansluiting op de Reggersweg. Voor langzaam verkeer is een aansluiting op de parallelweg gewenst.
De centrale ontsluitingsweg is op efficiënte wijze geprojecteerd, in aansluiting op de bebouwing die gehandhaafd blijft. Door de ligging haaks op de noord-zuid lopende groene elementen met hun daarmee samenvallende zichtlijnen, wordt het landschap ook binnen het terrein optimaal beleefbaar.
Ontsluiting en routes voor fiets- en wandelverkeer krijgen ook hun plek in het plangebied. Enerzijds ter ontsluiting van de functies in het plangebied en anderzijds in aansluiting op bestaande routes in de omgeving. Er loopt vlak buiten het plangebied aan de zuidzijde een informele wandelroute, hier moet op aan gesloten worden.
Binnen de clusters zal ook ruimte zijn voor ontmoeten en verblijf. Hiervoor wordt een centrale openbare ruimte gerealiseerd waar het aangenaam is te verblijven. Er is op / langs de ontmoetingsruimte plek voor ondersteunende horeca / voorzieningen. Gebouwen staan met hun voordeuren richting de ontmoetingsruimte waardoor er levendigheid ontstaat.
5 Regels en richtlijnen ontwikkelclusters
De ontwikkelclusters vormen een zichtbare afwisseling door de bebouwde massa met de groene wig, de stadsentree en de landschappelijke overgangszone. Regels voor onder andere de bouwhoogte en de overgangen naar de groene ruimtes zorgen ervoor dat de massa niet het beeld vanaf het Reestdal domineert. De clusters zijn niet identiek aan elkaar maar hebben ieder een eigen identiteit en samenhang per cluster.
We maken een onderscheid tussen openbare ruimte, publiek toegankelijke private ruimte en private ruimte. Het onderscheid tussen de eerste twee is hierbij beperkt tot de eigendomssituatie. Ruimtelijk en functioneel hebben deze dezelfde status en hebben ze gelijkwaardige regels.
De ontwikkelclusters zijn onderling verbonden door de centrale ontsluiting (zie H4). Een centrale ontmoetingsruimte (zie H4) geeft het gebied een ‘Hart’.
Ieder ontwikkelcluster heeft een bijzonder architectonisch accent
5.2 Openbare ruimte en semi openbare ruimte
Openbare wegen / straatprofielen / woonontsluiting
De publiek toegankelijke private ruimtes zijn openbaar toegankelijk. Het betreft hier de straten die aansluiten op de centrale ontsluiting.
|
Gerichte verlichting voorkomt lichthinder voor flora en fauna |
|
|
Natuurlijk groen en natuurvriendelijke oevers bevorderen biodiversiteit |
|
In het groen is sprake van afwisseling en overgangen in hoogte van beplanting en van maaiveld. Er is bijvoorbeeld sprake van de aanwezigheid van meerdere elementen als water, oever, reliëf, gras, ruigte, heesters of bomen. De elementen zijn streekeigen en hebben een natuurlijk en streekeigen karakter (zie H6.1).
Goed verbonden en veilige fiets- en wandelroutes in het gebied
De private ruimte omvat de kavels inclusief de bebouwing en erfgrenzen.
De centrale ontsluitingsweg deelt het plangebied op in twee zones, noord en zuid. Door de ligging aan het Reestdal en de rand van de stad Meppel is gekozen voor vanaf de Hoogeveenseweg aflopende bouwhoogtes richting het Reestdal. De bebouwing sluit aan op de bijzondere structuur van esgehuchten.
|
Ten noorden van de centrale ontsluiting iseen accent van 21m toegestaan |
|
|
Energieneutrale gebouwen, installaties zijn geïntegreerd in de architectuur |
Omdat de invulling van het plangebied nog onbekend is, kan de parkeerbehoefte van het plangebied nog niet worden bepaald. Om te borgen dat binnen het plangebied wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen gemeente Meppel zijn de planregels uit het parapluplan parkeren (vastgesteld op 15 november 2018), overgenomen in dit bestemmingsplan.
6.1 Lijst van streekeigen beplanting
Laanbomen (incl. 2 boompalen met band)
Fruitbomen (incl. 2 boompalen met band)
Het gaat om oude cultuurrassen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan moesappel/handappel, stoofpeer/handpeer, paarse/gele pruim, zoet/zuur, hoogstam/laagstam, ras of bloeitijd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-463929.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.