Gemeenteblad van Nieuwkoop
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwkoop | Gemeenteblad 2025, 450980 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nieuwkoop | Gemeenteblad 2025, 450980 | beleidsregel |
Beleids- & beheerplan Openbaar Groen 2026-2030
De raad wordt voorgesteld het volgende te besluiten:
Waardevol groen voor Nieuwkoop
Dit beleids- en beheerplan gaat over de onderdelen straatmeubilair, bermen en openbaar groen in de gemeente. De Gemeente Nieuwkoop heeft haar ambities met name gericht op een gezonde- en aantrekkelijke woonomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Groen speelt een steeds belangrijkere rol in het behalen van onze ambities. De titel ‘waardevol groen voor Nieuwkoop’ voor dit beleids- en beheerplan sluit hier bij aan, ook bij de ontwikkelingen t.a.v. een circulaire economie.
In de afgelopen beheerperiode hebben wij ons groen onderhouden met het oog op klimaatadaptatie en biodiversiteit. Bij het vernieuwen van groen is waar mogelijk gekozen voor samenwerking met andere disciplines en voor vergroenen. Voorbeelden zijn integrale wijkreconstructies of het natuurlijker inrichten van speelplaatsen. Bij het beheer van onze bermen passen we zoveel als mogelijk ecologisch bermbeheer toe met extra maatregelen voor verkeersveiligheid. Ons straatmeubilair (o.a. banken, hekken en prullenbakken) vervangen we voor duurzame robuuste materialen waardoor het langer mee gaat. Wel is zichtbaar dat het areaal inmiddels zo is uitgebreid dat de buitendienst niet voldoende mensen heeft om de plantvakken voldoende onkruidvrij te houden. Een uitgebreide evaluatie van deze beheerplanperiode is in Bijlage 1 ‘Evaluatie beheerplanperiode 2021-2025’ opgenomen.
Dit Beleids- en beheerplan Openbaar groen 2026-2030 zet de ingeslagen weg voort en voert de gemeente doelgericht, efficiënt en professioneel het beheer van straatmeubilair, bermen en openbaar groen uit. In dit plan staan beleidskaders en de visie en ambities voor de komende jaren waarbinnen het beheer wordt uitgevoerd.
Daarnaast geeft het plan inzicht in de huidige stand van zaken en de bijbehorende personele capaciteit en kosten voor het op peil houden van deze voorzieningen in de toekomst. Om het openbaar groen op het gewenste kwaliteitsniveau te onderhouden is er meer capaciteit nodig. Voorafgaand aan de bestuurlijke besluitvorming is aan de gemeenteraad tijdens een presentatieavond een drietal varianten voorgelegd om het tekort aan personele capaciteit op te vangen. Bij het vaststellen van de kadernota 2026 op 10 Juli 2025 zijn de financiële middelen voor uitvoering van de voorkeursvariant 2 ‘Uitbreiding flexibele schil/of capaciteit, in combinatie met minder maaien van gazons’ door de gemeenteraad beschikbaar gesteld. Dit beheerplan bevat een nadere uitwerking van de drie varianten. In het besluitvormingstraject legt de gemeenteraad de keuze tussen de drie varianten definitief vast. Daarnaast zetten we in op het efficiënter inzetten van de wijkteams en werkzaamheden die we uitbesteden. Hiervoor is het noodzakelijk dat we onze digitale beheerdata opwaarderen en gaan we de kwaliteit van het openbaar groen structureel meten.
Nieuwkoop is een gemeente in het Groene Hart met open veen- en kleipolders, veel water en ruimte voor een mix van wonen, werken, natuur en recreatie. In de dertien kernen en het grote buitengebied van gemeente Nieuwkoop zijn ongeveer 13.000 bomen te vinden, 380.000 m2 plantsoenen en bosschages, 370.000 m2 gazons en speelvelden en bijna 100.000 m2 aan bermen. Ook onderhouden we ongeveer 7 kilometer aan hekwerken en ca 375 banken/picknicksets en een kleine 400 afvalbakken. Dit noemen we straatmeubilair.
Vooral in de woonkernen neemt de druk op de openbare ruimte toe. Er zijn meer woningen nodig, we zoeken vaak extra ruimte om te parkeren en vanwege de energietransitie komen er veel nieuwe kabels en leidingen. Kortom, de bomen en groenvoorzieningen in het algemeen staan flink onder druk.
Aan de andere kant wordt steeds duidelijker dat we groen en bomen nodig hebben. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering waarbij met name bomen en bosschages ons helpen bij het voorkomen van hittestress en het opvangen van water bij extreme neerslag. Of het feit dat bomen, bosschages, plantsoenen en bermen ons helpen de biodiversiteit in onze leefomgeving te vergroten. Deze functies en voordelen van groen en bomen noemen we ‘ecosysteemdiensten’.
Inmiddels is dit besef goed terug te vinden in diverse gemeentelijke beleidsdocumenten. We kunnen stellen dat het belang van groen in het DNA van Nieuwkoop zit. In diverse beleidsdocumenten zijn ambities en doelstellingen voor leefomgeving, gezondheid, biodiversiteit en klimaat opgenomen. Daarbij is onze inzet voor een circulaire economie ook steeds meer van belang
In 2020 is het vorige Beleids- en beheerplan openbaar groen vastgesteld met een looptijd van 2021 tot en met 2025. Om een actueel beeld te hebben van het beheer van openbaar groen, bermen en straatmeubilair is het beheerplan geactualiseerd.
Voor het opstellen van dit beleids- en beheerplan is een evaluatie uitgevoerd. Op basis van ervaringen van de buitendienst en binnendienst van de afdeling Beheer Openbare Ruimte is het vorige beheerplan geactualiseerd tot dit plan.
Daarnaast is dit beleids- en beheerplan afgestemd met de andere beheer- en beleidsplannen van de openbare ruimte. Dit zijn onder andere de beheerplannen voor wegen, rioleringen, water, recreatieve voorzieningen en spelen. Beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie, het gezondheidsbeleid en het duurzaamheidsprogramma 2025-2028 is uiteindelijk verwerkt in de visie en ambities van dit plan.
Hoofdstuk 2 ‘Kaders en uitgangspunten’ geeft inzicht in welke wet- en regelgeving en beleidsuitgangspunten voor openbaar groen, bermen en straatmeubilair het meest relevant is en wat er beleidsmatig is vastgelegd en verwerkt in gemeentelijk beleid.
Hoofdstuk 3 maakt de vertaalslag naar een visie en ambitie voor de komende planperiode.
Het hoofdstuk 4 ‘Beheermethodiek en financiën’ lig toe hoe we dit vertalen naar het dagelijks beheer en wat de financiële en personele gevolgen hiervan zijn.
Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de relevante kaders en uitgangspunten op landelijk- provinciaal en gemeentelijk niveau die relevant zijn voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen, bermen en straatmeubilair. Dit zijn zowel wet- en regelgevingen als vastgestelde beleidsuitgangspunten. Een uitgebreidere beschrijving van deze kaders en uitgangpunten is te opgenomen in bijlage 2 “Kaders en uitgangspunten”.
Europees beleid en regelgeving
De Europese Unie heeft een lijst samengesteld van invasieve soorten die in Europa voorkomen en schade veroorzaken of dit in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. In de gemeente Nieuwkoop hebben we in beperkte mate te maken met de Reuzenberenklauw en Japanse Duizendknoop. De haarden zijn in beeld en we pakken de bestrijding van deze exoten actief op.
Landelijk beleid en regelgeving
De Nationale omgevingsvisie is in 2020 vastgesteld en zet in op klimaatadaptatie, inzetten op een circulaire economie en leefomgeving, natuurinclusief bouwen en versterking biodiversiteit.
Figuur 1 Nationale omgevingsvisie
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet vervangt 26 Nederlandse wetten en aanvullende regelgeving. Ook de voormalige Wet Natuurbescherming is in de omgevingswet opgenomen en is van invloed op de uitvoering van onze werkzaamheden.
De wettelijke zorgplicht (artikel 6:162 BW) is van toepassing op het beheer van groenvoorzieningen. Als er sprake is van schade door een omgevallen boom in de openbare ruimte, dan kan de gemeente aansprakelijk zijn, tenzij de gemeente kan aantonen voldoende zorg aan de boom te hebben besteed.
Provinciaal beleid en regelgeving
De twee thema’s klimaatbestendig Zuid-Holland en Gezonde en veilige woonomgeving hebben het meest raakvlak met openbaar groen, beheer bermen en straatmeubilair.
De provincie zet zich in voor een klimaatadaptieve inrichting van de bebouwde omgeving, groenblauwe leefomgeving en het maximaal benutten en beschermen tegen de negatieve gevolgen van weersextremen.
Gezonde en veilige woonomgeving
De provincie zet zich in om de huidige groene leefomgeving te beschermen en te versterken, met aandacht voor gezondheid en veiligheid.
Gemeentelijk beleid en regelgeving
Algemene Plaatselije Verordening
De bescherming van beschermwaardige houtopstanden is opgenomen in afdeling 3 ‘Het bewaren van houtopstanden’ van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In april 2025 is de APV op dit onderwerp geactualiseerd en aangescherpt. Het is nu mogelijk een beleidsklasse aan bomen toe te kennen. Hierdoor ontstaat een koppeling met het beleidsplan bomen waardoor ook de overige gemeentelijke bomen beter zijn beschermd. Voor 2031 wordt deze regelgeving overgenomen in het omgevingsplan.
Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop
De omgevingsvisie streeft naar een gezonde, groene woonomgeving, klimaatadaptief ingericht. We hebben oog voor ons karakteristieke landschap, streven naar divers groen dat bijdraagt aan biodiversiteit, zorgen voor aantrekkelijke winkelgebieden en groen ingerichte bedrijventerreinen.
Figuur 2 Omgevingsvisie Nieuwkoop
Beleidskader duurzaamheid en Duurzaamheidsprogramma 2025-2028
Klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulaire economie zijn de belangrijkste thema’s voor dit beleids- en beheerplan. Met name op het gebied van circulaire economie zijn doelstellingen veranderd ten opzichte van het vorige beheerplan.
Figuur 3 Samenvatting doelen duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop 2025-2028
De gemeente sluit zich aan bij de landelijke ambitie om volledig circulair te zijn in 2050 en 50% minder gebruik van primaire grondstoffen te realiseren in 2030.
Beleidsplan Bomen 2024-20233 heeft als doel het creëren van mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is. Zo leveren bomen een positieve bijdrage aan een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie in onze gemeente.
Het gezondheidsbeleid van de gemeente Nieuwkoop spitst zich toe op de vraag: “Hoe kunnen wij onze inwoners helpen hun leven zo gezond mogelijk in te richten?”. Dit is uitgewerkt in 3 thema’s Samen gezond, Gezond gedrag en Gezonde omgeving. Het groen en klimaatadaptief inrichten van speeltuinen is een concrete uitwerking van dit beleid.
Coalitieakkoord 2022- 2026 en Collegeprogramma 2022-2026
Bij het coalitieakkoord en collegeprogramma ligt de focus op sterke, vitale dorpen, een bloeiende economie, duurzaamheid en energietransitie. Daarnaast leggen we Tiny Forests aan en continueren de inzet voor operatie ‘Steenbreek’.
Dit beheerplan sluit aan op ander beleids- en beheerplannen. Dit zijn onder andere het beleidsplan bomen en de plannen voor wegen, rioleringen, verlichting, water, recreatieve voorzieningen en spelen.
Dit zien we o.a. terug in de aanleg van natuurvriendelijke oevers, het vergroenen van speelplaatsen, het omzetten van “onnodige” verharding naar groen en de aanleg van wadi’s om water langzaam te laten infiltreren.
Voorbeelden van samenwerking zijn de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het vergroenen van speelplaatsen. De aanleg van een natuurvriendelijke oever betalen we vanuit waterbeheer. Vervolgens zaaien we de oever in en onderhouden de oever als bloemrijk gras vanuit groenbeheer. Bij het vernieuwen en opwaarderen van speelplaatsen is een speerpunt het verbeteren van klimaatadaptatie (o.a. verkoeling) en biodiversiteit. Dit doen we door meer groen aan te brengen. In beide voorbeelden trekken beide disciplines water en groen of spelen en groen gezamenlijk op.
Figuur 4 Voorbeeld wadi (bron: Steenbreek)
Het gemeentelijk beleid sluit aan op landelijke- en provinciale uitgangspunten. De focus ligt in het gemeentelijk beleid op een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, een klimaatbestendige buitenruimte en biodiversiteit. Openbaar groen, bermen en straatmeubilair leveren een belangrijke bijdrage hieraan. Het is als het ware opgenomen in het DNA van de gemeente Nieuwkoop. Een nieuwe ontwikkeling is extra aandacht voor circulariteit, zowel binnen de eigen organisatie als het stimuleren van initiatieven van inwoners en bedrijven.
Het hoofdstuk ‘Kaders en uitgangspunten’ geeft inzicht in welke wet- en regelgeving en beleidsuitgangspunten voor openbaar groen, bermen en straatmeubilair het meest relevant is en wat er beleidsmatig is vastgelegd en verwerkt in gemeentelijk beleid. We maken de vertaalslag naar een visie en ambitie voor de komende planperiode.
Het gemeentelijk beleid sluit voor het grootste deel aan bij de kaders en uitgangspunten die relevant waren ten tijde van het vaststellen van het vorige beheerplan (Beleids- en beheerplan Openbaar groen 2021-2025). We kunnen de ingeslagen weg dan ook voortzetten en verder uitbouwen. Het onderwerp circulariteit is een onderdeel dat we hier aan toevoegen.
De waarde van groen in de buurt is erg groot. Groen zorgt voor inspiratie, plezier en ontspanning. Een groene omgeving en in het bijzonder groene speelplaatsen nodigen uit tot bewegen. Anderzijds zorgt groen voor het beperken van wateroverlast, hittestress en de hoeveelheid fijnstof in de lucht. En een groenere omgeving draagt bij aan meer biodiversiteit. Al met al is groen waardevol en gezond voor mens, dier en natuur.
Daarnaast ontstaat het inzicht dat de reststromen die vrijkomen bij het beheer van de openbare ruimte steeds meer waarde krijgen. Een voorbeeld daarvan is de ontwikkeling van circulaire toepassingen van ons bermmaaisel. In plaats van het afvoeren van deze reststroom als groenafval is de tendens om het vrijkomende maaisel te “verwaarden”.
Groen speelt een steeds belangrijkere rol in het behalen van onze doelstellingen op het gebied van aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De titel ‘waardevol groen voor Nieuwkoop’ voor dit beleids- en beheerplan sluit hier bij aan, ook bij de ontwikkelingen t.a.v. een circulaire economie.
De visie vertalen we in de ambitie waarmee we het onderhoud van openbaar groen, bermen en straatmeubilair uitvoeren en nieuwe aanleg of het vernieuwen van de openbare ruimte aanpakken. We vertalen dat in de volgende onderdelen:
Een nadere toelichting op de ambities t.a.v. klimaatadaptatie en biodiversiteit is opgenomen in Bijlage 3 ‘Ambitie toelichting Thema’s.
Aantrekkelijke- en gezonde woonomgeving
De gemeente Nieuwkoop ligt midden in het Groene Hart. Het heeft dan ook alle kenmerken die hier bij horen: een veengebied met een omvangrijk buitengebied en veel water. Wij willen het Groene Hart-karakter de kernen in halen: een groene leefomgeving met water is kenmerkend voor het Groene Hart.
Daarnaast willen we een type beplanting hebben die aantrekkelijk is om naar te kijken. Dit betekent dat de beplanting kleurrijke bloemen en bessen heeft. Ook de afwisseling van wintergroen en niet-wintergroen en struiken en bomen is daarin belangrijk.
Als bomen vervangen of nieuwe bomen aanplanten speelt een gezonde- en aantrekkelijke woonomgeving een grote rol bij het soort boom dat we kiezen. We kiezen bomen die fijnstof afvangen langs doorgaande wegen, of een aantrekkelijke boom in een woonstraat of winkelcentrum.
In navolging van het gezondheidsbeleid blijven we ons inzetten voor een groene omgeving die uitnodigt voor ontmoeten, bewegen en spelen. In samenwerking met de vakdiscipline spelen ontwikkelen we groene- en klimaatadaptieve speelplaatsen waar mogelijk.
Figuur 6 Groene speelplaats Aalscholverlaan Ter Aar
Openbaar groen is niet overal hetzelfde. Zo is het groen in een winkelcentrum anders ingericht dan in een woongebied. We brengen een onderscheid aan in de wijze van inrichting per type gebied. In navolging ven het beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 passen we een zonering van wonen, werken, accent en landschap voor het openbaar groen toe. In bijlage 4 ‘Zonering’ wordt nader ingegaan op de uitstraling van deze zones. In bijlage 5 ‘Kaarten zonering’ zijn per kern een kaart met indeling van de zones opgenomen.
Om deze visie ook bij de ontwikkeling van nieuwe ontwikkellocaties te waarborgen is het belangrijk om deze beheerplanperiode een nieuwe groennorm te ontwikkelen. Een norm die passend is bij de omgevingsvisie en overige beleidskaders binnen de gemeente Nieuwkoop.
De openbare ruimte wordt klimaatadaptief ingericht en onderhouden. Dit betekent dat we zo min mogelijk verharding hebben en zo veel mogelijk (openbaar) groen. Bij renovatie van woonwijken en nieuwe ontwikkelingen kijken we kritisch naar de waarde en functie van verhardingen. Is deze er niet, dan komt deze te vervallen en wordt er beplanting aangebracht. We zetten in op de aanleg van wadi’s, bermen en plantvakken waar water kan infiltreren. We planten op strategische plaatsen bomen aan en zetten in op een duurzame ontwikkeling van ons boombestand om hittestress te verminderen. We brengen water zoveel mogelijk de woonomgeving in. Dit biedt verkoeling, zorgt voor buffering bij hevige regenval, heeft landschappelijke waarde en versterkt biodiversiteit. Dit versterken we waar mogelijk door de aanleg van natuurvriendelijke oevers.
Hierbij werken we samen met inwoners, bedrijven, waterschappen en andere overheden.
Figuur 7 Afwatering in berm, Aardamseweg Ter Aar
De ambities uit het beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 zetten wij voort en geven invulling aan de doelstelling uit het beleidskader duurzaamheid, namelijk het behouden en versterken van biodiversiteit in 2030. We gaan door met het versterken o.a. door het aanplanten een variatie van bomen en planten aan die voor voedsel en schuilplekken voor dieren en insecten zorgen. We blijven ons inzetten om een bijenlandschap te krijgen en te behouden buiten én binnen de bebouwde kom.
Om invulling te geven aan deze ambitie is het noodzakelijk om het ecologisch beheer van bermen voort te zetten en waar mogelijk verder te optimaliseren.
Als we bomen vervangen of nieuwe bomen aanplanten letten we nadrukkelijk op het versterken van biodiversiteit. Enerzijds door het aanplanten van een divers boombestand, anderzijds door een gerichte soortkeuze die bijdraagt aan biodiversiteit.
Ook in ons dagelijks beheer is biodiversiteit belangrijk. Als we plantsoenen snoeien doen we dat niet meer per wijk. Zo voorkomen we dat in een groot aaneengesloten gebied schuilgelegenheid en voedsel voor kleine (zoog)dieren en insecten verdwijnt. Waar mogelijk laten we dood hout liggen of gebruiken we grotere boomstammen/takken om biodiversiteit te versterken.
Figuur 8 Boomstam in oeverzone, Nieuwkoop
Het beheer van bermen biedt op dit moment de grootste kans om bij te dragen aan de beleidsdoelstelling om volledig circulair te zijn in 2050 en 50% minder gebruik van primaire grondstoffen te realiseren in 2030. Momenteel participeert de gemeente in de netwerkbijeenkomsten georganiseerd door het Grondstoffencollectief (doorbraakproject bermmaaisel) en Groene Hart Werkt, beide ondersteund door de provincie Zuid-Holland. Die participatie zetten wij voort en doen actief mee met ontwikkelingen vanuit deze regionale samenwerkingsverbanden.
We zetten in op het circulaire beheer van onze bermen gericht op het behoudt en versterking van biodiversiteit. We zien ons maaisel niet meer als afvalstof, maar als circulair toepasbare reststroom. Afhankelijk van de kwaliteit van het vrijkomende maaisel streven we naar het opwaarderen van deze reststroom tot bijvoorbeeld grondstoffen voor circulaire bouwmaterialen, duurzame bodemverbeteraar voor de (lokale) agrarische sector, of andere duurzame vormen van bodemverbetering.
Figuur 9 Maaien en afruimen berm, Achterweg Zevenhoven
Het blijft belangrijk om onze inwoners te betrekken bij het groen. Dit doen we door verschillende vormen van communicatie en participatie in te zetten. De ambities uit het beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 op het gebied van communicatie zetten wij voort. We communiceren actief via Nieuwkoop Nieuws bewonersbrieven, inloopbijeenkomsten of de website Denk Mee (www.denkmee.nieuwkoop.nl). We maken bewuste keuze wanneer we welke vorm van communicatie inzetten, afhankelijk van de impact op de directe woonomgeving en veelal bij projecten in combinatie met riolering, wegen en/of verkeer.
Feitelijk is er geen verschil in voordelen op het gebied van leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit of planten, struiken of bomen in gemeentelijk of particulier bezit zijn. Ook als er bijvoorbeeld een bepaalde mate van hittestress in woonwijken voorkomt dragen particuliere bomen en struiken bij aan het dempen hiervan.
We stimuleren de aanleg van Tiny Forrests en de initiatieven met betrekking tot Operatie Steenbreek om onder andere tuinen te vergroenen. We zetten de initiatieven Meerbomen.nu en Meer Erven Nu voort. Inwoners van een nieuwe woonwijk maken we bewust door het uitdelen van een boom of struik.
Zo stimuleren we de aanplant van bomen en bosschages (houtopstanden) door particulieren (en bedrijven).
Al deze initiatieven ondersteunen we met onze vakkennis en fysieke inzet indien nodig. Dit is van belang omdat deze initiatieven, naast de positieve effecten voor klimaat en biodiversiteit, bijdragen aan kennis bij onze inwoners over vergelijkbare maatregelen in de openbare ruimte. Zo vergroten we draagvlak voor met name biodiversiteit en klimaatadaptatie en betrekken we inwoners bij de eigen leefomgeving.
Ons areaal is opgenomen in een digitaal beheersysteem. Mede door de overstap naar het bijhouden van de Basiskaart Grootschalige Topografie is een extra inspanning noodzakelijk om het digitaal beheersysteem op te waarderen. Dit heeft een aantal voordelen:
Figuur 10 Digitale weergave van het groen in Zevenhoven
Net als in de vorige beheerperiode breidt het areaal de komende beheerperiode ook verder uit. Dit kan zijn door de uitvoering van (nieuw)bouwprojecten of doordat het bestaande groenareaal wijzigt door een andere invuling. Deze areaaluitbreiding zal na uitvoering worden opgenomen in de jaarrekening in de paragraaf Kapitaalgoederen.
We realiseren diverse (nieuw)bouwprojecten met groen, bermen en straatmeubilair in de openbare ruimte. Dit wordt, in overleg met beheer, aangelegd en na aanleg in het beheerareaal opgenomen. Dit zijn zowel bouwontwikkelingen van de gemeente zelf als van projectontwikkelaars en particuliere ontwikkelingen. Hierdoor neemt het areaal verder toe.
Projecten die o.a. worden ontwikkeld in de periode 2026-2030:
Figuur 11 Bouwlocatie Teylerspark I, Nieuwveen
Met name de ontwikkeling van de schoolpleinen bij de verschillende IKC’s zijn van invloed. Anders dan voorheen zijn de schoolpleinen straks grotendeels openbaar toegankelijk. De schoolpleinen worden steeds “groener” ingericht en voorzien van diverse speeltoestellen en straatmeubilair, waaronder hekwerken.
In het Beheer- en beleidsplan spelen is een zestal locaties aangegeven om op te waarderen tot speellocatie met wijkfunctie. De verwachting is dat ook op deze locatie het aandeel openbaar groen toeneemt of de wijze van onderhoud intensiveert. Dit sluit aan bij de ambitie deze speelplaatsen groen, en klimaatadaptief in te richten.
De verwachting is dat energiebedrijven veel werkzaamheden in de woonkernen gaan uitvoeren om de energietransitie mogelijk te maken. Daarom richt komende beheerplan wegen zich de komende beheerplanperiode met name op wegen in buitengebied. Hier ligt de focus met name op het versterken van de bestaande boombeplantingen en herstel of verbeteren van wegbermen waar nodig. Binnen de integrale wijk reconstructies die nog wel worden ingepland vervangen we het groen waar nodig en kijken kritisch welke verharding we kunnen omzetten naar groen. Ook hier is de verwachting dat het areaal zal toenemen.
4 Beheermethodiek en financiën
In dit hoofdstuk worden de toegepaste methodes voor het onderhoud van het openbaar groen, bermen en straatmeubilair beschreven en het kwaliteitsniveau waarop we dit onderhouden. Vervolgens worden de personele- en financiële consequenties hiervan beschreven.
We maken onderscheid in twee typen onderhoud. Dagelijks onderhoud, en groot onderhoud. Het dagelijks onderhoud bestaat uit jaarlijks of meerdere keren per jaar terugkerende activiteiten, die planmatig worden uitgevoerd. En activiteiten die eens per x jaar terugkeren waarbij er geen sprake is van vervanging.
Bij groot onderhoud vervangen we een object of renoveren een locatie. Bijvoorbeeld bomen die door ziekte of ouderdom zijn afgestorven, prullenbaken die kapot en versleten zijn of plantsoenen die niet meer functioneren.
Waar mogelijk combineren we groot onderhoud met andere disciplines in een integrale reconstructie van een woonwijk, weg of straat. Bij deze projecten kijken we integraal naar de openbare ruimte of de inrichting van het groen in combinatie met o.a. spelen, wegen, parkeren nog functioneel is en voldoet aan onze ambities op het gebied van aantrekkelijk- en gezonde woonomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Op zo’n moment zijn maatregelen voor verbetering van klimaatadaptatie kansrijk omdat deze maatregelen veelal integraal met andere disciplines opgepakt moeten worden. We kijken dan met name kritisch naar de waarde en de functie van verharding. Is deze er niet, dan wordt verharding omgevormd naar beplanting.
Figuur 13 Speelplaats voor en na renovatie, meer groen
In overleg met de betreffende buurt streven we ook naar het aanbrengen van meer bomen. Met name op de speelplaatsen is het belangrijk dat er voldoende groen met schaduw aanwezig is. Voor het nieuw aan te planten groen houden we rekening met klimaatverandering: droge zomers en hogere temperaturen of veel neerslag in een korte periode.
Naast het beeld en de uitstraling die de gemeente nastreeft moet zij ook voldoen aan haar algemene zorgplicht in de Omgevingswet. Dit houdt in dat zowel overheden, bedrijven als burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Voor dit groenbeheerplan betekent dit dat het groen, bermen en straatmeubilair veilig moeten zijn.
We controleren hekwerken, banken, picknicksets en afvalbaken op schade en herstellen dit pleksgewijs. Afvalbakken worden geleegd waarbij de locatie en het jaargetijde de frequentie van legen bepaald.
Het vervangen van straatmeubilair hoeft niet wijkgericht uitgevoerd. Er wordt per element gekeken of het aan vervanging toe is. Inmiddels bestaat bijna al het straatmeubilair uit duurzame materialen (staal en aluminium) wat de levensduur verhoogd. Ook als het visueel minder aantrekkelijk is laten we het toch staan. Het is belangrijk dat het functioneel en veilig is. Dit bespaart vervangingskosten. Om die reden is vanaf 2025 is een kostenbesparing voor het beheer en onderhoud van straatmeubilair doorgevoerd. Het beeld zal in de praktijk kunnen gaan afwijken van kwaliteitsniveau B, maar de technische kwaliteit, bruikbaarheid en veiligheid niet. ( Voor een nadere toelichting zie 4.2 ‘Kwaliteit’.)
Figuur 14 Picknicktafel Aalscholverlaan Ter Aar
Voor het in stand houden en verbeteren van de biodiversiteit van de bermen is het belangrijk dat de ingezette planning en wijze van maaien voortzetten en waar mogelijk verder optimaliseren. In de loop van de jaren worden de ecologisch beheerde bermen steeds kruidenrijker, waardoor insecten steeds meer voedsel kunnen vinden. Alle bermen worden ‘ecologisch gemaaid, tenzij’. Ze worden gemaaid en afgeruimd, tenzij de verkeersveiligheid in het geding komt. Daarom maaien we uitzichthoeken bij kruisingen extra en langs veel wegen een extra rand langs de weg.
Om invulling te geven aan de doelstellingen m.b.t. circulaire economie onderzoeken hoe we het vrijkomende maaisel kunnen “verwaarden”. In de vorm van een pilot betrekken we dit in een komende aanbesteding voor het maaien van onze bermen.
Renovatie van bermen vindt in de praktijk niet plaats. In de meeste gevallen worden bermen na het uitgevoerde wegonderhoud opnieuw aangevuld en ingezaaid.
Naast het frequent schoffelen van plantsoenen en snoeien van overhangede beplanting langs randen wordt sierplantsoen eens in de vier jaar gesnoeid en snoeien we om het jaar selectief in ons bosplantsoen. Bij het snoeien van sierplantsoen snoeien we niet een hele wijk, maar verspreid over kleinere oppervlaktes. Bosplantsoen snoeien we niet in één keer maar snoeien om het jaar ca. 1/3de deel. Zo behouden deze beplantingen beter hun ecologische waarde en functie voor biodiversiteit.
Het aandeel vaste planten en gevelbeplanting in onze gemeente neemt toe. Dit vraagt specialistischer onderhoud en meer vakkennis, zoals het knippen en scheuren van vaste planten. We voeren dit zoveel als mogelijk zelf uit, maar indien nodig huren we hiervoor in.
Figuur 15 Boomspiegel met vaste planten (bron: Steenbreek)
Bij het vervangen van beplanting besteden we extra aandacht aan grondverbetering en het aanplanten van een variatie aan beplanting met het oog op biodiversiteit en klimaatadaptatie. Omdat ouder bosplantsoen veelal een hogere ecologische waarde heeft kiezen we hier vaker voor pleksgewijze vervangingen
Elk jaar wordt bij een derde deel van de gemeentelijke bomen een boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd. Waardoor elke boom minimaal eens in de drie jaar gecontroleerd is. Op basis van de uitkomsten van de BVC worden de uit te voeren werkzaamheden ingepland. Dit kan het snoeien van een boom, maar ook het kappen van een boom zijn. Door de BVC uit te voeren en de werkzaamheden hieruit uit te voeren voldoen wij aan onze wettelijke zorgplicht.
Het snoeien van bomen doen we grotendeels zelf. Medewerkers van de buitendienst volgen een opleiding voor het snoeien van bomen volgens het Handboek Bomen (Norminstituut Bomen). Nieuwe medewerkers die gaan snoeien volgen deze opleiding ook. Zo houden we de kwaliteit van het snoeien op peil.
Om de ecologie te vergroten worden daar waar mogelijk de knotwilgen om en om geknot. Hierdoor staan er in een laan altijd bomen met takken die kunnen bloeien. Op een aantal plekken is het om en om knotten vanuit verkeersveiligheid niet mogelijk. Op deze locaties worden de wilgen elk jaar geknot.
Wij zijn zuinig op ons bomenbestand, daarom gaan wij pas over tot kap of sterk snoeien als de boom een gevaar vormt. Overlast door bladeren, vruchten etc. zijn geen reden om te kappen of te snoeien. In het beleidsplan bomen is vastgelegd hoe we met extreme vormen van overlast bij bomen omgaan. Dit is per beleidsklasse van een boom bepaald.
Elk jaar vervangen we bomen die uitvallen. Bij het opnieuw aanplanten kijken we naar de ondergrondse en bovengrondse beschikbare ruimte. Op basis daarvan wordt bepaald welk type grootte boom er aangeplant wordt. Indien nodig planten een kleinere boom terug die zich wel duurzaam kan ontwikkelen. Indien nodig planten we ter compensatie één of meerdere extra bomen aan zoals vastgelegd in het beleidsplan bomen. Bij een integrale renovatie of gebiedsontwikkeling is het uitgangspunt dat we bestaande bomen behouden. De afweging om wel/of niet te vervangen en hoe we vervangen is vastgelegd in het Beleidsplan bomen 2024-2033 en mede afhankelijk van de beleidsklasse van een boom. Als we tot vervanging overgaan besteden we extra aandacht aan de nieuwe groeiplaats van deze boom of bomen.
Om gazons en trapvelden te laten voldoen aan het afgesproken kwaliteitsniveau te onderhouden is het noodzakelijk ongeveer 25 tot 30 x per jaar te maaien. Onze gemeente is een waterrijk gebied met voedselrijke grond. In de praktijk kunnen we niet overal zo frequent maaien omdat er anders schade aan terrein en machines kan ontstaan. Op basis van gebiedskennis passen we waar nodig lokaal de frequentie hierop aan.
Gazons beslaan een groot oppervlakte binnen de gemeente. Dat biedt potentie om biodiversiteit te versterken. Waar mogelijk doen wij mee met de landelijke campagne van stichting Steenbreek “Maai Mei Niet”. Zo verhogen we de beschikbaarheid van voedsel voor insecten en dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit.
Figuur 16 Minder maaien gazons (Bron: www.destandaard.be)
Het algeheel verlagen van de frequentie van het maaien van de gazons over het gehele groeiseizoen levert een besparing op in personele inzet (0,5 Fte) . De doorrekening die hoort bij dit beleids- en beheerplan gaat hiervan uit. Dit houdt in dat gazons worden onderhouden als grasveld waarbij de gemiddelde grashoogte mag toenemen van 60 naar 90 millimeter grashoogte. De verwachting is dat de grasvelden meer divers en rijker aan kleine bloemen worden. Dit levert een positieve bijdrage aan biodiversiteit op. Deze wijziging geldt niet voor trap-velden om te voorkomen dat deze trapvelden minder goed bespeelbaar zijn. Een nadere toelichting is in paragraaf 4.3 ‘Personele- en financiële consequenties’ opgenomen.
Bij het vervangen van gazons en trapvelden besteden we extra aandacht aan de ondergrond. Dit is met name bij trapvelden van belang. Bij het vervangen van gazons kijken we kritisch of er gazon terug moet komen of dat we biodiversiteit kunnen versterken door het inzaaien van kruidenmengsels en minder frequent te maaien. Op enkele speelplaatsen hebben we gebruik gemaakt van deze methode.
Het aandeel invasieve exoten in onze gemeente is klein en beperkt zich tot op heden tot een kleine haard Japanse duizendknoop en een haard met reuzen berenklauw. Bij uitzondering bestrijden we deze planten ook met bestrijdingsmiddelen om te voorkomen dat ze uitbreiden. Deze middelen gebruiken we alleen als het bijvoorbeeld het afmaaien, branden of bestrijden met heet water onvoldoende effect heeft.
De kwaliteit van het onderhoud bepalen we aan de hand van de aan de hand van de beeldmeetlatten uit de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2023 (CROW 2023) We zetten het onderhoud op kwaliteitsniveau B in al onze gebieden voort, zoals vastgelegd in het Beleids- en beheerplan 2021-2025. Met de keuze voor kwaliteitsniveau B, ofwel sober en doelmatig, kunnen we nog steeds invulling geven aan onze kaders- en uitgangspunten, onze visie en ambities. Er is enige mate van onkruidbegroeiing, slijtage of vervuiling zichtbaar, maar er is geen sprake van kapitaalvernietiging doordat onderhoud te laat of te weinig wordt uitgevoerd. Kiezen we voor een lager kwaliteitsniveau (C of D) dan zal de (beeld)kwaliteit dalen en gaan de vervangingskosten stijgen. In de catalogus worden vijf verschillende kwaliteitsniveaus onderscheiden, aflopend van A+, A, B, C naar D.
Figuur 17 Voorbeeld beeldmeetlat kwaliteitscatalogus (bron: CROW)
Elk onderhoudsniveau heeft een onder- en bovengrens, een bepaalde bandbreedte. Binnen die breedte kan bijvoorbeeld de hoeveelheid onkruid meer aan de onder- of bovenkant van deze breedte zitten. Wij streven ernaar om niet op de rand van kwaliteitsniveau B naar C te gaan zitten. Kwaliteit C geeft namelijk een onrustig straatbeeld en enige vorm van hinder voor de gebruiker. Laten we het onderhoud naar C zakken, dan kost het meer tijd en geld om het weer naar B te krijgen.
Vanwege de komende bezuinigingen is het budget voor het onderhoud van straatmeubilair per 2025 teruggebracht. Dit is verantwoord omdat:
De technische kwaliteit van het straatmeubilair zal overwegen blijven voldoen aan kwaliteitsniveau B. De kans bestaat dat het straatmeubilair visueel minder aantrekkelijk wordt kwaliteitsniveau C zijn. In winkelcentra en op begraafplaatsen (zone Accent) zullen we eerder overgaan tot vervanging dan andere zones.
We richten de verschillende in het openbaar gebied de zones Accent, Wonen, Werken en Landschap verschillend in (zie bijlage 4). Hierdoor ontstaat onderscheid in de uitstraling van de verschillende gebieden zoals winkelcentra (Accent), woonwijken (zone Wonen), industrieterreinen (zone Werken) of het buitengebied en groenzones de wijk in (zone Landschap). In al deze zones onderhouden we met het kwaliteitsniveau B. De inrichting zelf maakt het onderscheid. Zo is de kwaliteit van onderhoud in de zone Accent hetzelfde als die in Wonen, maar in Accent plaatsen we een designbank en in Wonen onze standaard bank. Ook biodiversiteit en kwaliteit zijn twee verschillende dingen. Een berm kan onderhouden door maaien en afruimen of door het klepelen van het gras. De eerste is een ecologische berm en de andere een klepelberm. Beiden type berm kunnen onderhouden worden op kwaliteitsniveau B.
In november 2024 heeft een ingenieursbureau een onafhankelijke kwaliteitsmeting van de gras en beplanting, uitgevoerd. Deze éénmalige meting is uitgevoerd aan de hand van de beeldmeetlatten uit de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2023 (CROW 28-8-2023). Het betreft een momentopname waaruit voortkwam dat de grashoogte van onze gazons niet voldoet aan kwaliteitsniveau B en er op diverse locaties teveel onkruid in de plantvakken stond. (Overigens is het schadeherstel aan gazons en het snoeien en bij planten van beplanting wel op niveau.) Om beter zicht te krijgen op de het kwaliteitsniveau van onze gazons en beplantingen gaan we elk kwartaal een dergelijke meting uitvoeren. Zo kunnen we de inzet van de verschillende wijkteams gericht gaan sturen en zien we waar de focus op onderhoud op dat moment ligt. Daarnaast geven de metingen inzicht in de effecten van het inzetten extra capaciteit.
4.3 Personele- en financiële consequenties
Om de benodigde personele inzet en het benodigde budget te bepalen maken we gebruik van zogenaamde maatregelpakketten ingesteld op het gekozen kwaliteitsniveau B. Op basis van het areaal en marktconforme kosten voor materieel, materiaal en arbeid rekenen we uit hoeveel ureninzet van onze wijkteams noodzakelijk is en hoeveel budget er op de exploitatiebegroting nodig is. Onderstaand figuur is een voorbeeld van een maatregelpakket, in dit geval van bomen.
Figuur 18 Voorbeeld maatregelpakket per kwaliteitsniveau
Beheerbudgetten voor straatmeubilair, bermen en openbaar groen worden jaarlijks in de kadernota aangepast aan het toegenomen areaal. In bijlage 1 ‘Evaluatie beheerplanperiode 2021-2025’ is een overzicht van de uitbreiding van beheerareaal opgenomen. De grootste toename van areaal zien we voornamelijk in houtige gewassen (sierplantsoen, bodembedekkende heesters etc.), gazon en bermen.
In de tussenliggende periode is bij het opstellen van de begroting van het volgende jaar de areaaluitbreiding in het exploitatiebegroting doorgerekend. Echter, indexatie van de budgetten heeft beperkt plaatsgevonden. Door krapte op de arbeidsmarkt en toegenomen stijgingen van energie- en brandstofprijzen is er sprake van marktwerking. De tarieven zijn harder gestegen dan inflatie alleen. Hierdoor ontstaan er nu verschillen.
De uitbreiding van ons areaal zorgt voor een toename van benodigde personele capaciteit en budget om het beoogde kwaliteitsniveau te behalen. Die capaciteit hebben we op dit moment niet. Een uitbreiding van arbeid is dan ook noodzakelijk. De éénmalige kwaliteitsmeting onderschrijft het beeld dat er onvoldoende capaciteit in de wijkteams is. Onderstaand figuur maakt de personele consequenties van ons te beheren areaal zichtbaar.
Figuur 19 Benodigde capaciteit arbeid
Er is 22,20 Fte aan capaciteit nodig om openbaar groen, bermen en straatmeubilair op kwaliteitsniveau B te onderhouden. Er is 22,89 Fte beschikbaar in de begroting voor de wijkteams, inclusief twee voormannen groen. Effectief blijft er 16,29 Fte over om daadwerkelijk aan het groenonderhoud te besteden. Omgerekend is er 5,9 Fte tekort.
De voornaamste oorzaken voor dit verschil zijn:
Speelterreinen onderhouden we vanaf het voorjaar 2025 integraal. Een medewerker van het wijkteam voert al het onderhoud op speelterreinen uit, dus inclusief keuring en klein onderhoud speeltoestellen. Deze medewerker is verantwoordelijk voor het specialistische onderhoud aan de speeltoestellen en het omliggende groen. Dit is passend bij de ambitie ten aanzien van groene- en klimaatadaptieve speelplaatsen. Deze medewerker is nog 50 % inzetbaar voor onderdelen uit dit beheerplan;
*Opmerking: voor 2020 is de formatie van de wijkteams uitgebreid om inzet op milieustraat en onkruidbestrijding op verhardingen te compenseren.
Figuur 20 Kerstbomenactie 2024
Het is niet noodzakelijk om het tekort aan arbeid van 5,9 Fte volledig te compenseren. Medewerkers die met generatiepact zijn gaan uiteindelijk met pensioen. Op dat moment vullen we de functie weer volledig in. In de loop der tijd compenseren we hierdoor 1,4 Fte.
Om de afgesproken beeldkwaliteit te kunnen waarborgen is het noodzakelijk de benodigde capaciteit ter grootte van 3,5 tot 4 Fte aan te vullen. Onderstaand figuur geeft het resterende verschil weer.
Figuur 21 Overzicht resterend verschil capaciteit
Het verschil in capaciteit kunnen we opvangen door gericht te sturen op de samenstelling en inzet van de verschillende wijkteams en beschikbare in te huren capaciteit. Hiervoor is het noodzakelijk om eens per kwartaal het kwaliteitsniveau van ons gras en beplantingen laten meten. Daarnaast zetten we het traject in om onze digitale beheerdata op orde te krijgen door onze beheerdata op te waarderen. Op die manier kunnen we beter sturing te geven aan de inzet van personeel en middelen en aansluiting maken met de Wet Open Overheid en datagedreven werken. De keuze voor het compenseren van capaciteit ter grootte van 3,5 of 4 Fte is nader toegelicht onder ‘Financiële consequenties’.
Het budget in de exploitatiebegroting is opgenomen in de productgroepen straatmeubilair, bermen en openbaar groen. Openbaar groen bestaat uit zowel overig onderhoud als overige diensten. Onderstaand figuur maakt de financiële consequenties van ons te beheren areaal zichtbaar. Deze financiële consequenties zijn verwerkt in de Kadernota 2026. Dit is onder ‘Bestuurlijke besluitvorming financiële consequenties’ nader toegelicht.
Figuur 22 Benodigd budget uitbesteding en inhuur
Op de onderdelen straatmeubilair en openbaar groen is er meer budget nodig ten opzichte van de huidige exploitatiebegroting.
Op het budget voor straatmeubilair (42100600/438011) is een tekort ca. € 19.000,-. Dit komt doordat bij de begroting 2025 het budget voor staatmeubilair is verlaagd met ca. € 22.000,-. Zoals in paragraaf 4.2 bij ‘Kwaliteit onderhoud’ aangegeven is het verantwoord om het gewijzigde budget in stand te houden en het verschil van ca. € 19.000,- niet aan te passen.
Voor openbaar groen (45700400/ 438011en 438099) is er een tekort ca. € 22.500,-. Gezien de gestegen kosten en de extra benodigde arbeid is het aan te bevelen het benodigde budget aan te passen.
Op het budget voor het onderhoud bermen ( 42100302/438029) is ca. € 41.000,- ruimte. Het is mogelijk om het budget openbaar groen vanuit bermen met ca. € 22.500,- aan te vullen. Er blijft dan ca. € 18.500,- ruimte over. Het is echter nog niet bekend hoe we precies invulling gaan geven aan onze ambities op het gebied van circulaire economie bij het bermbeheer. Het uitvoeren van een pilot voor het verwaarden van ons vrijkomende bermmaaisel brengt mogelijk extra kosten met zich mee. Daarom is aan te bevelen het budget voor bermen niet verder te verlagen.
Het compenseren van het tekort aan capaciteit kan door het aantrekken van eigen personeel en/of door het inhuren van capaciteit. Het aantrekken van capaciteit ter grootte van 1 Fte kost € 63.250 per jaar.
Voorafgaand aan het besluitvormingstraject van dit beleids- en beheerplan zijn er op 24 april 2025 tijdens een presentatieavond drie oplossingsvarianten aan de gemeenteraad gepresenteerd.
De gepresenteerde oplossingsvarianten zijn:
Onderstaand figuur geeft een overzicht van de kosten en de voor- en nadelen van deze varianten.
*_De meerkosten van variant 3 t.o.v. variant 2 zijn € 31.625,- per jaar.
Figuur 23 Overzicht 3 varianten
Een onderdeel van de keuze is het minder maaien van gazons. Feitelijk plaatsen we onze gazons onder de beeldmeetlat “Grasveld’. Om beeldkwaliteitsniveau B te behalen hoeven we dan minder frequent te maaien. Dat scheelt 0,5 Fte aan capaciteit/inzet.
Onderstaand figuur geeft het verschil weer tussen de gemiddelde grashoogte bij het type grasveld (variant 2) of het type gazon (variant 3).
Figuur 24 Verschil grasveld variant 2, of gazon variant 3
Bron: beeldmeetlat grasveld-grashoogte en gazon grashoogte kwaliteitscatalogus CROW)
Bestuurlijke besluitvormig financiële consequenties
Aanpassingen binnen de productgroep bermen is inmiddels doorgevoerd. Het verschil in beschikbare en benodigde capaciteit is het grootst voor openbaar groen. Uitbreiding van capaciteit is nodig om de gewenste ambities en het gewenste kwaliteitsniveau te behalen. Maar uiteindelijk zijn we ons bewust van de financiële impact hiervan. Variant twee is op 24 april 2025 gepresenteerd als voorkeursvariant waarbij de consequenties van het minder maaien van gazons is toegelicht. De financiële consequenties van voorkeursvariant 2 en overige wijzigingen zijn meegenomen in de besluitvorming Kadernota 2026.
Dit heeft geresulteerd in de volgende aanpassing van de exploitatiebegroting:
Figuur 25 Overzicht wijzigingen exploitatiebegroting 2026 en verder
Het budget Onderhoud Openbaar groen is in totaal met € 243.812 te verhoogt. Door
€ 22.619 van Beheer Bermen naar openbaar groen te brengen wordt in een deel van deze kostenstijging voorzien. Het resterende deel á € 221.193 is bij de kadernota 2026 ter beschikking gesteld.
Het aanvullen van capaciteit kan door nieuw personeel te werven en/of het budget op de exploitatiebegroting op te hogen met vergelijkbare kosten. In eerste instantie voegen we dit aan de exploitatiebegroting toe.
Op 10 juli 2025 is de kadernota 2026 vastgesteld. De financiële consequenties zijn verwerkt in de exploitatiebegroting 2026 en verder. In het besluitvormingstraject voor dit beleids- en beheerplan leggen we de definitieve keuze voor de varianten aan de gemeenteraad voor. Daarbij nemen we het advies op om voor voorkeursvariant 2 te kiezen. Een andere keuze zal leiden tot een nieuwe aanpassing van de begroting.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 25 september 2025, nummer 2025-076.
Edzard van Holthe
griffier
Bijlage 1 Evaluatie beheerplanperiode 2021-2025
De afgelopen beheerperiode hebben wij ingezet op ‘Gezond groen’ voor mens, dier en natuur. Door op verschillende locaties meer en gevarieerder groen aan te leggen hebben we voor prettige woon-, werk-, beweeg- en verblijfslocaties gezorgd. Hierdoor hebben we ook een bijdrage geleverd aan een klimaatadaptieve openbare ruimte, met als doel wateroverlast en hittestress te verminderen. Bij nieuwe aanleg en beheer make we keuzes die biodiversiteit bevorderen. Voorbeelden hiervan zijn het om en om snoeien van knotwilgen, de campagne “Maai Mei niet” waarbij we in de maand mei delen van gazons niet maaien of het toepassen van beplantingsvormen met een ecologische meerwaarde.
Deze evaluatie geeft een overzicht van de activiteiten in de afgelopen beheerperiode, maar bevat nog geen financieel overzicht van 2025.
Binnen het beheer van de openbare ruimte is er steeds meer samen gewerkt met de verschillende disciplines. Zo wordt het groen ook gerenoveerd als een speelplaats wordt gerenoveerd. Als in een straat of wijk het riool en de verharding wordt vervangen wordt het groen ook opgeknapt. Hierbij behouden we wat goed is en proberen onnodige verharding om te vormen naar groen. Naast het projectmatig integraal renoveren van groen worden ook individuele plantvakken gerenoveerd.
Binnen de arealen is er ook een verandering in type beplanting. Zo zijn er op diverse plekken gazon omgevormd naar biodiverser groen als struiken, bloemrijk gras en natuurvriendelijke oevers. Met name speelplaatsen zijn veel groener en natuurlijker ingericht, passend in het huidige tijdsbeeld en wensen van de Nieuwkoopse jeugd. Dit vraagt een ander type en meer specialistisch onderhoud. Maatwerk gericht op spelen en biodiversiteit.
In het verleden werd de beplanting per wijk gesnoeid. Dit is vanuit ecologie onwenselijk omdat er veel begroeiing in een omgeving wordt weggenomen. Daarom snoeien wij sinds 2020 niet meer een gehele wijk in één keer. Nu wordt verspreid door de wijk individuele plantvakken gesnoeid. Welke vakken er gesnoeid worden wordt door de buitendienst bepaald.
Als gemeente mogen wij al jaren geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken. In verleden gebruikte wij deze middelen alleen bij probleemonkruiden. Doordat wij geen gif meer spuiten krijgen deze probleemonkruiden in een aantal plantvakken de overhand. Het is voor onze buitendienst in meerdere gevallen niet meer mogelijk om aan de gestelde kwaliteit te voldoen. Helaas zijn we dan genoodzaakt om hier gras te maken, waardoor we de probleemonkruiden kunnen afmaaien.
In het Beleidsplan bomen 2024-2033 is afgesproken dat we de samenstelling van ons boombestand “spiegelen” aan de zogenaamde Santamour 10-20-30 regel. Een Wetenschappelijk onderbouwde leidraad om de diversiteit in het boombestand aan te tonen. Echter wijzigingen t.o.v. de vaststellingsdatum van het beleidsplan (juni 2024) en het opstellen van dit beleids- en beheerplan zijn nog klein en nog niet allemaal vastgelegd in het beheersysteem. Daarom is er geen nieuwe analyse gemaakt en verwijzen we derhalve nog naar het beleidsplan bomen.
De bermen worden sinds 2020 grotendeels op ecologische wijze beheerd, met extra maatregelen voor verkeersveiligheid waar nodig. Het grootste deel van onze bermen laten we twee keer per jaar maaien en het maaisel afvoeren. Bij doorgaande wegen sturen we met het maaien op één kant zomerbloei en de andere kant op voorjaarsbloei. Dit zodat er altijd één bloeiende berm is voor insecten. Daarnaast worden kruisingen en de eerste 75 cm van de rijbaan vaker gemaaid. Dit voorkomt overhangend gras op de weg en zorgt voor overzicht op de kruising.
Figuur 26 Eerste meter gemaaide berm, fietspad Langeraar
De gemeente Nieuwkoop heeft zich aangesloten bij “Groene Cirkels Bijenlandschap” een regionaal samenwerkingsverband om biodiversiteit te bevorderen, waarbij wilde bijen zogenaamde doelsoorten zijn. De wijze van beheer stemmen we verder af op de doelstellingen en de adviezen van dit samenwerkingsverband.
De eerste jaren zagen we dat het aantal distels en brandnetels in de berm toenam. Dit zijn voor agrariërs ongewenste kruiden. Door het maaien en afvoeren is de hoeveelheid hiervan flink afgenomen. Daarnaast zien we dat de hoeveelheid riet in sommige bermen toeneemt. Dit heeft wel aandacht nodig vanwege verkeersveiligheid.
In het kader van verkeersveiligheid is de bermverharding erg belangrijk. Daar waar gaten naast de verharding zijn ontstaan hebben we deze opgevuld met stevige grond. Bij een aantal locaties hebben we gekozen om grind of grasbetontegels aan te brengen.
In de afgelopen beheerperiode zijn verschillende banken, afvalbakken en hekwerken vervangen. Hierbij is gekozen voor duurzamere varianten. Zo zijn houten banken vervangen door metalen type. Deze hebben een langere levensduur en vragen minder jaarlijks onderhoud.
In 2020 zijn op verschillende plekken openbare watertappunten aangelegd. Wij hebben er toen voor gekozen om bij deze tappunten in te richten als een rustpunt/pauzeplek. Dit betekend dat we hier een picknickbank en fietsenrek hebben geplaatst.
Figuur 27 Watertappunt Anjerstraat te Papenveer (cyclorama)
Alle machines zijn regelmatig onderhouden. Klein onderhoud en reparaties worden door onze eigen buitendienst uitgevoerd. Groot onderhoud en jaarlijkse keuringen worden door gespecialiseerde bedrijven uitgevoerd. Regelmatig onderhoud en keuringen zorgen ervoor dat de medewerkers de machines veilig kunnen gebruiken. Ook zijn hierdoor hoge onverwachte reparatiekosten voorkomen.
Veel van de (kleinere) machines zijn de afgelopen jaren vervangen door een elektrische variant. Dit hebben we gedaan vanuit duurzaamheid. Bijkomend voordeel is dat deze minder geluid en geen stank produceren.
In het beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 is vastgelegd dat de gemeente Nieuwkoop het openbaar groen onderhoudt op beeldkwaliteitsniveau B. Voor de update van het beheerplan is het belangrijk om te controleren of aan deze doelstelling wordt voldaan. Met een quickscan heeft DG Groep in november 2024 éénmalig de kwaliteit van de beplanting en het gras in de gemeente beoordeeld. Daarmee is een onafhankelijk beeld van de kwaliteit van de openbare ruimte vastgesteld.
Samengevat is het totaalbeeld van de gemeente als volgt:
De gemiddelde verzorgende kwaliteit van de beplanting (onkruid in beplanting en de overgroei van het bosplantsoen) en het gras (grashoogte gazons en bijmaaien rondom obstakels en bomen) scoort beeldkwaliteitsniveau D. De slechte score is deels te wijten aan de gekozen beeldmeetlat (grashoogte gazon) voor het meten van de kwaliteit van het gazon. Wat ook meespeelt is het late tijdstip van de uitgevoerde meting. Om schade te voorkomen maaien we minder frequent en selectief. Toch is de algemene conclusie dat het kwaliteitsniveau voor gazons op basis van gemiddelde grashoogte niet wordt behaald.
De technische kwaliteit van de beplanting (beschadiging, kale plekken en snoeibeeld) en gras (beschadiging, kale plekken en kuilen/gaten) scoort gemiddeld beeldkwaliteitsniveau B en voldoet. De verzorgende kwaliteit (onkruidbestrijding) voldoet echter niet aan de ambitie van de gemeente. Er is op diverse plaatsen te veel en te hoog onkruid aanwezig in de plantvakken. Dit sluit aan bij het beeld dat er momenteel onvoldoende capaciteit bij de buitendienst beschikbaar is om dit verzorgend onderhoud voldoende uit te voeren.
Om een volledig beeld te krijgen is het noodzakelijk de komende beheerplanperiode eens per kwartaal (per seizoen) een kwaliteitsmeting uit te voeren.
Bij grotere renovatieprojecten worden bewoners en bedrijven actief geïnformeerd. Bij renovatie van een speelplaats, straat, buurt of wijk hebben we de bewoners geïnformeerd. Afhankelijk van de impact hebben we dit via een informatiebrief, inloopbijeenkomst en/of de website Denk mee gedaan.
In de meeste gevallen hebben wij vanuit de gemeente een voorstel voor type beplanting gemaakt en de belanghebbende hebben hier een reactie op kunnen geven. Daarnaast hebben de bewoners bij een paar projecten uit drie type bomen kunnen kiezen. De soort met de meeste stemmen is vervolgens aangeplant. Bij renovatie van een of enkele plantvakken op één plek informeren wij de direct aanwonende niet altijd. Dit omdat de impact en overlast beperkt zijn.
Sinds 2020 is de gemeente Nieuwkoop lid van Stichting Steenbreek. Door middel van diverse acties hebben we inwoners gestimuleerd om hun tuin te vergroenen. Dit hebben we onder andere gedaan door beplanting uit te delen in verschillende acties, ‘steen eruit, plant erin’, ‘Meer bomen nu’ en duurzaamheidsmarkt. Daarnaast hebben we subsidie op een regenton geven.
In juni 2024 is het beleidsplan bomen 2024-2033 vastgesteld. Een actiepunt uit dit beleidsplan is het stimuleren van het aanplanten van bomen en struiken door particulieren. Via de actie Meerbomen.nu zijn er begin 2025 ca. 500 bomen en struiken uitgedeeld. Via de actie Meer Erven.nu zijn er beplantingsplannen voor diverse erven in onze gemeente gemaakt en gerealiseerd. Op de duurzaamheidsmarkt deelden we gratis kleine bomen en struiken uit en bewoners van de nieuwe wijk de Verwondering in Nieuwveen konden zich inschrijven voor een gratis boom in de tuin. Zo betreken we inwoners steeds meer bij het belang van en groene leefomgeving.
Vergeleken met 2020 zijn de arealen van het te beheren openbaar groen toegenomen. Dit komt voornamelijk door de aanleg van nieuwe woonwijken. Daarnaast is er meer groen aangelegd bij het opnieuw inrichten van bestaande woonwijken. Minder verharding en meer groen. Onderstaand figuur geeft de areaaluitbreiding per type groen weer.
Figuur 28 Areaaluitbreiding 2021-2025
Onderstaand figuur geeft de voornaamste locaties aan waar deze wijzigingen in het areaal zijn.
Figuur 29 Voornaamste wijzigingen areaal
Het uitgangspunt bij het onderhoud is dat we alles zelf doen tenzij. Dit betekend onder andere dat in de winterperiode de wijkploegen grotendeels zelf het snoeien van bomen verzorgen, zelf de gazons maaien en banken en afvalbakken plaatsen. Werkzaamheden die we onder andere uitbesteden zijn het rooien van plantvakken, het aanleggen van nieuwe plantvakken en boomveiligheidcontroles.
De voormannen houden naast het coördineren van het onderhoud ook toezicht op de ingehuurde aannemers en handelen meldingen af.
Tijdens de zomermaanden huren wij elk jaar extra mensen in voor de onkruidbestrijding in de plantvakken. Daarnaast huren wij medewerkers van Rijnvicus in. Deze medewerkers zijn het gehele jaar bij de gemeente aan het werk, omdat zij ook voor andere beheerdisciplines werk verrichten. Ook huren wij het gehele jaar voor één dag in de week een leer-werkploeg met begeleiding van Rijnvicus in.
Er is in het verleden extra formatie aangetrokken om in te zetten voor onkruidbestrijding op verhardingen en inzet op de milieustraat. Deze formatie is toegevoegd aan wijkbeheer, maar niet inzetbaar voor taken die horen bij het beheer van openbaar groen, bermen en straatmeubilair. Inclusief deze aanvullende taken is er momenteel ca. 21 Fte beschikbaar (20,89) en 2 Fte voor twee voormannen groen.
In de afgelopen beheerperiode is er geen uitbreiding Fte geweest. De areaaluitbreidingen zijn elk jaar omgezet in geld. Met dit geld hebben wij het onderhoud uitbesteed.
Op de publiekrechtelijke heffingen hebben we geen invloed. Dit zijn namelijk de waterschapsbelastingen. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (Waternet) heeft een achterstand in het innen van waterschapsbelastingen. In 2024 hebben wij met terugwerkende kracht alsnog aanslagen ontvangen voor 2021 tot en met 2023. Vandaar dat het werkelijke bedrag in 2024 hoger is dan de voorgaande jaren.
Areaaluitbreiding is elk jaar bijgeraamd bij de begroting. Dit zodat er personeel ingehuurd kan worden om het onderhoud uit te besteden.
We hebben wat schadeclaims moeten uitkeren. Deze schades zijn ontstaan door werkzaamheden van onze eigen dienst.
In de maand december huren wij aannemers in om voor ons werk uit te voeren. De facturen van deze werkzaamheden krijgen we soms pas als het boekingsjaar al is afgesloten. Vandaar dat er elk jaar nagekomen lasten zijn.
Figuur 30 Budget openbaar groen 2020-2024
De onderhoudskosten voor de machines heeft vrijwel elk jaar een overschrijding. Dit komt door onverwacht meer schade aan machines. Daarnaast zien we dat met name de arbeidskosten voor reparatie en onderhoud gestegen zijn.
Door inruil van de oude machines hebben we de uitgaven van kleine investeringen lager kunnen houden.
Figuur 31 Budget machines openbaar groen 2020-2024
Areaaluitbreiding is elk jaar bijgeraamd bij de begroting. Dit zodat voldoende geld beschikbaar is om de bermen te laten maaien. De afgelopen twee jaar waren er minder bermreparaties noodzakelijk waardoor het saldo hoger is.
Figuur 32 Budget bermen 2020-2024
In 2020 is het budget overschreden. Dit komt doordat er banken, picknicktafels, afvalbakken en fietsbeugels bij de openbare watertappunten zijn gekocht en geplaatst.
De jaren 2022 tot en met 2024 hebben een overschot op het budget. Dit komt voornamelijk doordat we bij het merendeel van ons areaal de houten types hebben vervangen voor metalen typen. Deze hebben een langere levensduur en vragen minder jaarlijks onderhoud.
Bijlage 2 Kaders en uitgangspunten
De Europese Unie heeft een lijst van samengesteld van invasieve soorten die in Europa voorkomen en schade veroorzaken of dit in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. Dit is de Unilijst invasieve exoten. Het is de taak van de lidstaten om deze soorten in het wild uit te roeien. Als uitroeien niet lukt, moeten de nadelige effecten zoveel mogelijk beperkt worden.
2.2 Landelijk beleid en wetgeving
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet vervangt 26 Nederlandse wetten en aanvullende regelgeving. Met de Omgevingswet is dit samengevoegd, vereenvoudigd en gemoderniseerd voor ruimtelijke projecten. De Omgevingswet werkt met een aantal kerninstrumenten:
De regelgeving wordt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) geplaatst en op die manier voor initiatiefnemers ontsloten. Om de regelgeving voor bomen goed en locatie gebonden te borgen is het opnemen van bomen in het DSO van belang.
Opmerking: Bestaande regelgeving over de fysieke leefomgeving wordt vanaf van 1 januari 2024 in eerste instantie overgenomen in een tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan. Voor 1 januari 2032 (overgangsperiode) moeten gemeenten de regelgeving aanpassen aan de eisen van de Omgevingswet en opnemen in het zogenaamde nieuwe deel van het omgevingsplan.
De voormalige Wet Natuurbescherming maakt sinds januari 2024 ook deel uit van de omgevingswet.
In de nationale omgevingsvisie is in 2020 vastgesteld. Hierin zijn vier prioriteiten benoemd waarin groen, en specifiek bomen, een belangrijke bijdrage kunnen leveren*:
Deze prioriteiten werken door in de programma’s, visies en plannen van provincies waterschappen en gemeenten.
*Bron: Handreiking omgevingswet en bomen 2021 (Norminstituut bomen/ Bomenstichting)
De wettelijke zorgplicht (artikel 6:162 BW) is van toepassing op het beheer van groenvoorzieningen. Waar de gemeente eigenaar of beheerder is heeft de gemeente een zorgplicht. Dit heeft in de praktijk vooral betrekking op gemeentelijke bomen vanwege het risico op schade of letsel door vallende takken of omvallen van een boom. Als er sprake is van schade door een omgevallen boom in de openbare ruimte, dan kan de gemeente aansprakelijk zijn, tenzij de gemeente kan aantonen voldoende zorg aan de boom te hebben besteed. Dit betekent dat de gemeente het beheer aantoonbaar op deugdelijke wijze moet organiseren.
In de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn diverse beleidsvlakken opgenomen, verwerkt in thema’s, die raakvlak hebben met openbaar groen en bermen. De thema’s zijn:
Doelstellingen uit de provinciale omgevingsvisie komen voort uit de nationale omgevingsvisie en werken door in gemeentelijk beleid (omgevingsvisie en omgevingsplan).
De doelstelling is dat de fysieke leefomgeving de komende decennia zodanig ingericht wordt dat deze de gevolgen van klimaatverandering doelmatig kan opvangen, de zogenaamde klimaatadaptatie. Dit geldt voor zowel nieuwbouwontwikkelingen, als de fysieke leefomgeving van bestaand bebouwd gebied.
Het werken aan klimaatadaptatie heeft de provincie Zuid-Holland uitgewerkt in de strategie ‘Weerkrachtig Zuid-Holland’. Het raakvlak met bomen en groen komt vooral terug in de thema’s ‘Toekomstbestendige bebouwing’ en ‘Groene leefomgeving’.
Samen met onder meer partijen uit de bouwsector, waterschappen, gemeenten en natuurorganisaties is afgesproken dat klimaat adaptief bouwen de norm is in Zuid-Holland. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering. Daartoe is een leidraad en programma van eisen klimaat adaptief bouwen opgesteld. Hierin is onder andere aandacht voor het voorkomen van wateroverlast en hittestress in de gebouwde omgeving.
Ook bestaand bebouwd gebied zal klimaatbestendig ingericht moeten worden. Met behulp van de klimaatstresstesten en risicodialogen met stakeholders bereiden overheden maatregelen in de fysieke leefomgeving voor om de gevolgen van klimaatverandering zoveel als mogelijk op te kunnen vangen. Ook maken ze afspraken met private partijen om hun eigendommen/bebouwing klimaat adaptief te maken.
Zuid-Holland investeert in een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving voor mens en natuur. Daarom zet de provincie in op kwalitatief hoogwaardig en bereikbaar groenblauw in en om de stad, ontwikkeling van nationale parken, diversiteit in landschappen en duurzame landbouw. Door klimaatverandering wint deze inzet aan urgentie: toevoegen van- en ruimte bieden aan meer groen en water zijn effectieve oplossingen in het tegengaan van wateroverlast en hittestress in met name stedelijk gebied. Vooral groepen zoals ouderen en zieken die extra kwetsbaar zijn voor hittestress kunnen daarvan profiteren.
Klimaatverandering zorgt daarnaast voor nieuwe uitdagingen. Bijvoorbeeld de impact op de natuur. Andere soorten dieren en planten doen hun intrede. De biodiversiteit, bijvoorbeeld de insectendiversiteit of kwetsbare gewassen, staat nog meer onder druk door onder meer droogte en verzilting. Klimaatverandering kan het behoud van sommige voor Zuid-Holland kenmerken plant- en diersoorten (icoonsoorten) wellicht onhoudbaar maken. Landschappen veranderen doordat andere gewassen of landbouwfuncties worden gekozen ten gunste van waterpeilstijging in bodemdalingsgevoelige gebieden. Het is de ambitie om in Zuid-Holland deze rijke groenblauwe leefomgeving maximaal te benutten en beschermen tegen de negatieve gevolgen van weersextremen.
Gezonde en veilige leefomgeving
De provincie wil zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen willen wij een duidelijke verbetering van de huidige leefomgeving bevorderen door de leefomgeving ook op gezond gedrag in te richten. In al ons beleid geven we aandacht aan gezondheid en veiligheid. Wij verbinden daarbij het fysieke en sociale domein.
De provincie wil daarbij stress-gerelateerde ziektes voorkomen en verminderen door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park en recreatieterreinen) voor sportieve en recreatieve inspanning en ontspanning. Samen met partners zetten we hiermee in op verhoging van de levensverwachting in verschillende wijken.
Bij het beschermen tegen negatieve milieuaspecten zet de provincie vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-instrumenten) krachtig in om bestaande grenswaarden te bewaken, maar daarnaast streven wij naar een milieukwaliteit waarbij er een zo gering mogelijk negatief effect is op de gezondheid en veiligheid.
Bij de economische, ruimtelijke en mobiliteitsplannen van de provincie worden de aspecten gezond en veilig expliciet betrokken. Hiervoor ontwikkelt de provincie samen met gemeenten richtlijnen (o.a. voor planprocessen) en pakt een stimulerende en faciliterende rol naar gemeenten en maatschappelijke partijen.
2.4 Gemeentelijk beleid en regelgeving
Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Nieuwkoop
In afdeling 3 ‘Het bewaren van houtopstanden’ van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is de gemeentelijke regelgeving voor bomen en houtopstanden te vinden. Het is regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Uiteindelijk wordt dit onderdeel overgeheveld naar de Omgevingswet en maakt het deel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Inhoudelijk verandert er niets.
De APV regelt dat het “verboden is zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te (doen) vellen die staan vermeld op de lijst beschermwaardige houtopstanden”. In maart 2025 is de APV op dit onderwerp geactualiseerd en aangescherpt. Hierdoor ontstaat een koppeling met het beleidsplan bomen waardoor ook de overige gemeentelijke bomen beter zijn beschermd.
Hoe we in de gemeente Nieuwkoop omgaan met bomen is vastgelegd in gemeentelijke regelgeving en beleid. Regelgeving ligt vast in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) waarin de bescherming van beschermwaardige bomen is vastgelegd en de bijbehorende uitvoeringsregeling.
In navolging van het landelijk beleid heeft de gemeente een omgevingsvisie opgesteld. Deze visie wordt nader uitgewerkt in het omgevingsplan. Dit proces loopt gelijktijdig met het opstellen van dit beleidsdocument.
Daarnaast is ander gemeentelijk beleid van belang, namelijk het duurzaamheidsprogramma, het beleidskader duurzaamheid, het coalitieakkoord en het collegeprogramma.
Samengevat ligt de focus in het gemeentelijk beleid op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, een klimaatbestendige buitenruimte en biodiversiteit. Groen en bomen leveren een belangrijke bijdrage hieraan. Dit in navolging van landelijk- en provinciaal beleid. Het is als het ware opgenomen in het DNA van de gemeente Nieuwkoop.
Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop
In 2021 is de Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop vastgesteld. Voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie hebben veel Nieuwkopers meegewerkt en meegedacht. Verschillende inwoners, ondernemers, verenigingen, organisaties, belangengroepen, dorpsraden, ketenpartners en gemeentelijke afdelingen hebben op verschillende manieren hun input gegeven. Hieruit zijn zeven Nieuwkoopse drijfveren gekomen waaraan een kwalitatief hoogwaardige en groene openbare ruimte een belangrijke bijdrage levert.
Deze drijfveren zijn vertaald naar drie thema’s:
Openbaar groen, bermen en straatmeubilair spelen een belangrijke rol bij het bereiken van de ambities per thema. Hieronder zijn de belangrijkste punten voor openbaar groen, bermen en straatmeubilair per thema opgenomen.
In deze ambitie zijn de volgende raakvlakken met groen en bomen weergegeven:
Beleidsplan bomen 2024-2033 Gemeente Nieuwkoop
In juni 2024 heeft de gemeenteraad het ‘Beleidsplan bomen 2024-2033’ vastgesteld. Het doel van het beleidsplan is het creëren van mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is. Het beleid is uitgewerkt in een vijftal vertakkingen, namelijk:
Bomen dragen bij aan een klimaatbestendige buitenruimte en aan het behoud en toename van biodiversiteit. Bomen helpen bij het aantrekkelijker en gezonder maken van de leefomgeving. Om dit waar te maken hebben we nu en in de toekomst gezonde en goed functionerende bomen nodig. De bomen zijn van diverse samenstelling en afgestemd op de standplaats. Dat zijn de bomen die ons ‘ecosysteemdiensten’ leveren. Waar nodig breiden we het aantal bomen en bosschages uit. Natuurlijk doen we dit met aandacht voor de omgeving en de mensen die daar al wonen, werken en recreëren. Want ook zij hebben wensen rondom bomen in hun leefomgeving en hier houden we rekening mee.
Wij beheren de bomen voor de toekomst en zijn verantwoordelijk voor de bomen die nodig zijn in de toekomst. Daarom hanteren we het principe van goed rentmeesterschap. Wat een rentmeester beheert is geleend en moet dus ongeschonden en liefst met toegevoegde waarde aan de eigenaar worden geretourneerd dan wel aan de toekomstige generatie worden overgedragen.
Door de voordelen en het belang van bomen beter te behartigen in het beheer en de ontwikkeling van de openbare ruimte plukken we daar uiteindelijk de vruchten van en geven we invulling aan de visie ‘Rentmeesterschap’. Uitgangspunten die we formuleren zijn:
Bomen leveren een positieve bijdrage aan een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie in onze gemeente.
Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop
In 2019 is het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop 2020 vastgesteld. Dit beleidskader bevat de duurzaamheidsambities van de gemeente op zes thema’s: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit, Mobiliteit en Gemeentelijke Organisatie. Deze thema’s zijn nader uitgewerkt in opgaven per thema.
Het Duurzaamheidsprogramma 2025-2028 is het uitvoeringsprogramma dat hoort bij het Beleidskader Duurzaamheid. Het bevat een evaluatie van de behaalde resultaten over de periode 2021-2024 en geeft het overzicht van de projecten en activiteiten, waarmee de gemeente de komende jaren de beleidsdoelen wil bereiken. Het raakvlak met groen en bomen komt vooral naar voren in de thema’s Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Het raakvlak met bermen komt vooral naar voren in het thema circulaire economie.
Voor de lange termijn (2030-2050) wil de gemeente zich adequaat voorbereiden op de effecten van klimaatverandering. Het programma duurzaamheid heeft als beleidsdoel: De gemeente is klimaatbestendig en waterrobuust in 2030. En circulair en klimaatbestendig handelen in de eigen organisatie
Inmiddels zijn de zogenaamde stresstesten, bijvoorbeeld op het gebied van wateroverlast of hittestress afgerond zodat steeds duidelijker wordt waar de aandachtsgebieden voor dit thema liggen.
Het doel is dat klimaat adaptief handelen in de gemeentelijke werkwijze wordt verankerd en een strategie wordt vastgesteld. Daarnaast zorgen nieuwe beheerplannen voor verankering van het thema in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Belangrijke aandachtspunten waar openbaar groen en bermen een bijdrage kunnen leveren zijn:
In het uitvoeringsprogramma, onderdeel ‘Klimaatadaptie’, zijn de volgende speerpunten en subdoelen opgenomen openbaar groen, bermen een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren:
Voor een hittebestendige openbare ruimte richten we ons op het creëren van meer schaduw, groen en water. Door vergroening maken we de omgeving beter bestand tegen warmte en zorgen we voor een betere leefbaarheid tijdens hete zomers. Bij integrale reconstructieprojecten streven we naar groenere straten.
Om wateroverlast en droogte in de gemeente tegen te gaan, zetten we in op wateropslag en infiltratie. Door slimme systemen en het bevorderen van groen in tuinen vangen we regenwater beter op en laten we het beter infiltreren in de bodem. Een belangrijke maatregel is het beperken van verharding in tuinen op basis van de Steenbreek richtlijn.
Voor de lange termijn (2030-2050) werkt de gemeente toe naar het behouden van de aanwezige biodiversiteit en, waar mogelijk, het verhogen ervan. Het programma duurzaamheid heeft als beleidsdoel: Behouden en vergroten van de biodiversiteit in 2030. Uiteindelijk streven we naar een rijke groenblauwe omgeving: wonen, werken en recreëren in harmonie met het landschap (2025).
Het beleid van de gemeente is gericht op de toename van het aantal en de diversiteit van soorten in zowel dorpen als het landelijk gebied. Belangrijke aandachtspunten waar bomen een bijdrage kunnen leveren zijn:
In het uitvoeringsplan onderdeel ‘Biodiversiteit’ zijn de volgende speerpunten opgenomen waar openbaar groen en bermen een belangrijke bijdrage kunnen leveren:
We streven naar het vergroten van de ruimte voor natuur, het versterken van ecologische verbindingen en het bevorderen van biodiversiteit in de openbare ruimte. Acties die we hiervoor ondernemen zijn onder andere de afronding van de aanleg van het gemeentebos in de Noordse Buurt, het uitvoeren van het ‘Beleidsplan bomen’ gericht op biodiversiteit en het monitoren van de biodiversiteit in bermen.
Wij vinden het belangrijk bewoners te betrekken bij het behoud en de vergroting van biodiversiteit. Samenwerking met de inwoners is essentieel om een gezonde en diverse natuur te creëren. We organiseren acties zoals het uitdelen van bomen aan bewoners, zodat zij zelf kunnen bijdragen aan een groener milieu.
De gemeente sluit zich aan bij de landelijke ambitie om volledig circulair te zijn in 2050 en 50% minder gebruik van primaire grondstoffen te realiseren in 2030. Circulariteit draagt bij aan duurzaamheid door o.a. kortere kringlopen, meer lokale productie en consumptie en daardoor ook minder transportbewegingen.
Raakvakken tussen openbaar groen, bermen en straatmeubilair en circulaire economie zijn:
Figuur 34 Visie regionaal samenwerkingsverband ( Grondstroffencollectief )
In het uitvoeringsplan onderdeel ‘Circulaire economie’ zijn de volgende speerpunten opgenomen waar openbaar groen, bermen en straatmeubilair een belangrijke bijdrage kunnen leveren:
Ondersteunen circulariteit bij ondernemers
We gaan ons inkoop- en aanbestedingsbeleid verder verduurzamen. Door het hanteren van duurzame inkoopprincipes, dragen we bij aan een circulaire economie en ondersteunen we bedrijven die zich inzetten voor milieuvriendelijke producten en diensten. Bij circulair inkopen focussen we ons op het optimaliseren van de grondstoffenstroom. Het doel is producten, onderdelen en materialen in te kopen die hun waarde optimaal behouden.
We ondersteunen circulaire initiatieven in de landbouwsector. Zo krijgt kringlooplandbouw extra aandacht, waarbij alles dat door het landbouwsysteem wordt gebruikt vanuit datzelfde systeem weer wordt aangevuld. Daarnaast ondersteunen we ook andere lokale circulaire initiatieven van ondernemers. De kennis en ervaring die we opdoen door landelijke en regionale circulaire samenwerkingsverbanden op te zoeken en kennissessies bij te wonen zetten we in om ondernemers te begeleiden naar een circulaire economie. Zo versterken we de circulaire economie binnen de gemeente.
De gemeente zet in op duurzaam inkopen. Duurzaamheid wordt een standaard onderdeel van de gemeentelijke projecten in de openbare ruimte.
Het gezondheidsbeleid van de gemeente Nieuwkoop spitst zich toe op de vraag: “Hoe kunnen wij onze inwoners helpen hun leven zo gezond mogelijk in te richten?”. Dit is uitgewerkt in 3 thema’s Samen gezond, Gezond gedrag en Gezonde omgeving. Het belang van openbaar groen, bermen en straatmeubilair komt uiting in het thema’s gezond gedrag en gezonde omgeving.
We zetten in op een gezonde omgeving voor onze inwoners. Met voldoende passende woningen en een groene en veilige buitenruimte, zodat onze inwoners zich goed voelen in onze gemeente. Onze gemeente is een groene gemeente met veel natuur. Deze natuur heeft grote invloed op onze gezondheid. Zo toont onderzoek aan dat een groene omgeving veel positieve effecten kan hebben op de gezondheid. Dit blijkt ook uit de enquêtes die gehouden zijn in het kader van de Omgevingsvisie. Onze inwoners hechten veel waarde aan de groene en waterrijke omgeving waarin ze wonen. Dit is uitgewerkt in een drietal onderdelen:
Onderzoek heeft aangetoond dat groen veel positieve effecten kan hebben op de gezondheid. Zo reduceert het stress en bevordert het de sociale cohesie. Uit gesprekken met inwoners is ook gebleken dat de groene omgeving een van de redenen is dat ze hier zo graag wonen. Dat willen we behouden. Daarnaast kan groen hittestress tegengaan. Hittestress is een sterk verhoogde gevoelstemperatuur die optreedt bij warm weer. We streven naar een aantrekkelijke groene omgeving voor iedereen.
Het beleidsplan zet zich in voor:
Uitnodigende buitenruimte voor spelen & bewegen:
In het begin van deze nota gaven we aan dat gezondheid in principe de verantwoordelijkheid is van inwoners zelf. Wij zorgen ervoor dat het zo gemakkelijk mogelijk is om gezond te leven. Als het gaat om bewegen en spelen is die uitspraak zeker waar. We willen ervoor zorgen dat iedereen eenvoudig gebruik kan maken van de buitenruimte en de buitenruimte kan benutten om te bewegen en te spelen. Dit doen we door de buitenruimte veilig, toegankelijk en ook uitnodigend in te richten. Denk hierbij aan mooie natuurlijke speeltuinen die de fantasie prikkelen en veilige fiets en wandelpaden voor iedereen. Zo hopen we dat iedereen (meer) gaat bewegen.
Het beleidsplan zet zich in voor:
Samengevat ligt de focus een groene- en schone leefomgeving en een uitnodigende buitenruimte. Het groen en klimaatadaptief inrichten van speeltuinen is daar een concrete uitwerking van. Inmiddels zijn onderdelen uit dit beleid verder uitgewerkt in de Lokale preventieagenda.
In het coalitieakkoord 2022-2026 komt het belang van bomen vooral terug in de onderdelen Sterke vitale dorpen, Bloeiende economie en Duurzaamheid en energietransitie.
De nieuwe woonwijken richten we toekomstbestendig in: energieneutraal, natuur inclusief en biodivers, klimaatbestendig, met een goed ingerichte infrastructuur en openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Dit betekent een goede verdeling van de beschikbare ruimte. Omdat we onze weidse polders willen behouden, is het nodig om meer ‘gestapeld’ te gaan bouwen. Hierbij kijken we waar dit het beste past en houden we rekening met de dorpse karakters. Door de wijken met behulp van landschapsplannen in te richten, trekken we de natuur de wijk in. Zo ontstaat een mooie, natuurlijke overgang naar het groene open landschap.
We zorgen voor aantrekkelijke, groene, slim ingerichte openbare ruimten in en rond de dorpscentra.
Duurzaamheid en energietransitie
De aanleg van extra groen helpt hittestress voorkomen. We planten daarom extra bomen in (nieuwe) woonwijken en daarbuiten en zetten de actie ‘Steenbreek’ door.
De kernboodschap van het huidige collegeprogramma is dat het college actief aan de slag gaat vanuit bestaand beleid. De gemeente geeft prioriteit aan het versnellen van (duurzame) woningbouw met bijbehorende mobiliteitsopgaven en een klimaatbestendige openbare ruimte en zet in op sterke en aantrekkelijke dorpscentra.
Benoemde acties waarbij bomen een belangrijke bijdrage kunnen leveren zijn:
Bijlage 3 Ambitie toelichting thema’s
Het klimaat verandert en hierdoor krijgen we steeds vaker te maken met de negatieve gevolgen hiervan: hevige regenbuien, langere periodes met droogte en hogere temperaturen. Dit zorgt voor wateroverlast, droogtestress en hittestress. Met name de leefbaarheid en de biodiversiteit komen hierdoor verder onder druk te staan. Het oplossen van deze problemen ziet de gemeente als een gezamenlijke opgave. We kunnen en willen dit probleem niet alleen oplossen. Door samen te werken met inwoners, bedrijven, waterschappen en andere overheden pakken we de problemen aan. Binnen de gemeente zelf werken we samen met de diverse beheerdisciplines van water, riolering, wegen en nieuwbouwontwikkelingen.
Om anderen te stimuleren om zelf maatregelen te nemen in hun eigen tuin of erf organiseren we verschillende activiteiten. Dit doen wij onder de vlag van Stichting Steenbreek.
De aanleg van een natuurvriendelijke oever betalen we vanuit waterbeheer. Vervolgens zaaien we de oever in en onderhouden de oever als bloemrijk gras vanuit groenbeheer.
De extreme regenbuien die het KNMI voor 2050 had verwacht, zijn nu al werkelijkheid. In september 2018 hebben wij ervaren en is (vooral) de kern Nieuwkoop door extreme neerslag getroffen. Met als gevolg ondergelopen straten. Voor de komende jaren verwacht het KNMI vaker van deze extreme hoeveelheden neerslag. In Figuur 36 is te zien dat er in de kern Langeraar straten zijn waar het water bij extreme neerslag meer dan 25cm water komt te staan, maar ook straten waar geen overlast is.
Figuur 35 Wateroverlast kern Nieuwkoop in 2018
Bij het voorkomen van overlast door te veel water (zoals ondergelopen wegen en huizen), kan groen een grote bijdrage leveren. Daar waar geen verharding ligt kan neerslag in de grond wegzakken. Hiermee kan een deel van de neerslag dat op de verharding valt afgevoerd worden. Wat wateroverlast op de stoep en weg vermindert.
Naast neerslag op te vangen in groenvakken kan het te veel aan neerslag ook (tijdelijk) opgevangen worden in wadi’s en watergangen met natuurvriendelijke oevers. Wadi’s zijn laagtes in het openbaar groen waarin het regenwater zich kan verzamelen en in de bodem kan zakken. Bij nieuwe ontwikkelingen en renovaties wordt gekeken of het aanleggen van een wadi mogelijk is. Gezien de hoge grondwaterstanden binnen de gemeente zal dit niet altijd mogelijk zijn. Wel worden in samenwerking met waterbeheer natuurvriendelijke oevers aangelegd, waardoor we een te veel aan neerslag op kunnen vangen. Door de schuine oever wordt de breedte waarover het water zich verdeeld groter. Hierdoor stijgt het waterpeil in de watergang minder en hoeft het water minder snel afgevoerd te worden. Het voordeel hiervan is dat het water meer tijd heeft om in de grond te zakken.
Figuur 36 Wateroverlast in Langeraar (Hoogheemraadschap van Rijnland, 2017-2020)
Het uitvoeren van deze maatregelenzijn een voortzetting van de beleidslijn uit het Beleids- en beheerplan Openbaar groen 2021-2025 en helpt het gemeentelijk rioleringsstelsel en watersysteem te ontlasten. Dit komt doordat groen hemelwater afvangt, vertraagd vrijgeeft, in de bodem laat infiltreren en doordat er meer buffercapaciteit in het watersysteem ontstaat.
De periodes waarin helemaal geen neerslag valt worden langer. Doordat met name in de zomer er meer water verdampt dan dat er neerslag valt, ontstaat een tekort aan water in de grond en in de watergangen (KNMI, 2020). Door het watertekort hebben bomen en planten droogtestress. Bomen en planten verliezen hun blad of laten deze opkrullen om zo water te besparen en zichzelf daarmee te beschermen. Een andere manier waarop ze zich tegen de droogte beschermen, is dat ze vroeger bloeien, minder bloemen aanmaken, of zelfs vruchten laten vallen voordat ze rijp zijn (WUR, 2020). Dit heeft vervolgens weer negatieve gevolgen voor verschillende diersoorten, zoals bijen en vogels.
Daarnaast stijgt door de klimaatverandering de temperatuur, worden de winters zachter en de zomers warmer. Hierdoor ontstaat er vaker en hogere hittestress. Hittestress is de sterk verhoogde gevoelstemperatuur, welke onaangenaam is voor mens en dier. Dit heeft een negatieve invloed op de gezondheid van mensen, de leefbaarheid van buurten, het comfort in woningen en gebouwen en op de arbeidsproductiviteit van werknemers. Dit alles zorgt weer voor economische schade. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de temperatuur op deze plek. Beton, steen en asfalt warmen gemakkelijk op door de zon. Hierdoor stijgt de temperatuur van de omgeving en ontstaat hittestress. De aanwezigheid van schaduw, groen en water verlaagt de temperatuur. Op basis van de hoogtekaart, de landgebruikskaart en de aanwezigheid van bomen langs verhardingen (schaduw) zijn hittestresskaarten gemaakt door de waterschappen. In Figuur 37 is de hittestress voor de kern Ter Aar weergegeven. (Hoogheemraadschap van Rijnland, 2017-2020)
Figuur 37 Hittestress in Ter Aar (Hoogheemraadschap van Rijnland, 2017-2020)
Hittestress kan verminderd worden door bomen, struiken en planten. Als een stuk verharding functioneel is wordt gekeken of beplanting zo geplant worden dat ze schaduw op de verharding geven. Met name bomenlanen langs de weg zorgen voor verkoeling. Het verkoelende effect wordt versterkt doordat de bomen water verdampen, waardoor de temperatuur ook lager blijft. Met name in de namiddag, avond en vroege nacht treedt dit op. In Figuur 38 is door middel van een foto met warmtecamera duidelijk het verkoelende effect van bomen te zien.
Figuur 38 Warmtebeeld verkoelend effect van groen; rondom de bomen is het koeler (Branchevereniging VHG, 2018)
De mate van verscheidenheid aan levensvormen in een bepaald leefgebied of ecosysteem wordt biodiversiteit genoemd. Het gaat hier om de variatie in planten en dieren, maar ook bacteriën en schimmels. Hoe meer variatie hiervan, hoe meer biodivers en gezonder een ecosysteem is. In figuur 34 is biodiversiteit schematisch weergegeven. De biodiversiteit is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Dit komt voornamelijk door de toenemende verstedelijking, intensieve landbouw en milieuvervuiling.
Voor insecten zoals bijen, hommels en vlinders is het belangrijk dat hun ‘bed & breakfast’ niet te ver uit elkaar liggen. De schuilplekken (bed) en voedselplekken (breakfast) mogen niet meer dan 500 meter uit elkaar liggen. De bed & breakfast-plekken moeten onderling ook weer met elkaar verbonden zijn. Zowel binnen de kernen zelf als ook de kernen met elkaar via het landschap (zie Figuur 40). Door bijen te helpen worden ook andere dieren en planten geholpen. De aanplant van bloemrijke beplanting geven na bestuiving door de bijen bessen en zaden, welke voedsel zijn voor onder andere vogels. Deze vogels maken ook gebruik van deze struiken, bomen en bloemrijke grasbermen om te schuilen en een nest te maken.
Uit onderzoek van EIS Kenniscentrum insecten en andere ongewervelden blijkt dat het voorgaande resultaat heeft. Tussen 2015 en 2018 is in de regio het aantal bijensoorten met 34% toegenomen (Bijenlandschap, 2020). We blijven daarom deze werkwijze toepassen. Waaronder het maaien en afruimen van de bermen.
Figuur 40 Bouwstenen bijenlandschap (Groene cirkel Bijenlandschap, 2017)
Bestrijdingsmiddelen hebben een negatieve invloed op de biodiversiteit. Door onkruid met bijvoorbeeld glyfosaat (o.a. Roundup) gaat niet alleen het onkruid dood. Ook het bodemleven en insecten, waaronder bijen, gaan dood. Het middel blijft lang aanwezig in de grond en het oppervlaktewater waardoor ook de negatieve effecten lang aanwezig blijven. Middelen die slecht zijn voor de biodiversiteit willen we dan ook niet op onze eigen grond gebruiken.
Een uitzondering maken we voor de invasieve exoten, zoals reuzen berenklauw en de Japanse duizendknoop. Om bij deze soorten te voorkomen dat ze uitbreiden, bestrijden we deze planten ook met bestrijdingsmiddelen. Deze middelen gebruiken we alleen als het afmaaien en branden met heet water onvoldoende effect heeft.
Er is een zonering van wonen, werken, accent en landschap voor het openbaar groen gemaakt. Voor elke kern is in Bijlage 5 ‘Kaarten zonering’ een kaart toegevoegd met hierop de zones. In de volgende sub-paragrafen wordt nader ingegaan op de uitstraling van deze zones.
Onder de zone wonen vallen alle woonwijken binnen de bebouwde kom. Het openbare groen heeft hier een degelijke en kleurrijke uitstraling. Waarbij elke woonkern en wijk zijn eigen karakter heeft. Door verschillende soorten beplanting in verschillende samenstelling per wijk, straat of dorp te kiezen ontstaat variatie in beeld en uitstraling.
Bij de keuze van de beplanting is niet alleen uitstraling belangrijk, maar ook de ecologische waarde. Mooie sierlijke en kleurrijke beplanting is goed te combineren met voedsel voor bijvoorbeeld insecten.
Voor de banken en afvalbakken is gekozen voor typen die duurzaam, functioneel en onderhoudsarm zijn. Hier is wel gekozen om in alle woonkernen dezelfde soort bank en afvalbak te plaatsen. Deze typen worden ook geplaatst in de zones werken en landschap.
Het is belangrijk dat de randen van de bebouwing landschappelijk worden ingepast. Dit betekent dat er aan de buitenranden bomen en struiken worden geplant, die het zicht op de gebouw en maskeert.
Figuur 41 Bloemrijke boomspiegel
De accent-gebieden bestaan uit belangrijke locaties die mogen opvallen. Dit zijn de entrees van dorpen, de (winkel)centra van de dorpskernen, oude karakteristieke lintbebouwing, begraafplaatsen en belangrijke openbare gebouwen. Dit laten opvallen doen we door op deze plekken te kiezen voor kleurrijke en aantrekkelijke beplanting, die afwijkt van de woonwijken. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van vaste planten. Ook het straatmeubilair mag hier afwijken van de standaard gebruikte typen. Een bank met hout of als kunstobject kan hier goed geplaatst worden.
Figuur 42 Designbank van beton en hout (Kennedyplein in Nieuwkoop)
Figuur 43 Begraafplaats Nieuwkoop
De bedrijfs- en industrieterreinen vallen onder de zone werken. De beplanting heeft naast haar sierwaarde ook een verkeersgeleidende en ecologische functie. Daarnaast kan de beplanting een bijdrage leveren aan het verminderen van de hittestress op de bedrijfs- en industrieterreinen. Uit de hittestresstest blijkt namelijk dat deze terreinen het meest opwarmen op warme dagen.
Het is belangrijk dat de randen van de industrieterreinen landschappelijk worden ingepast. Dit betekent dat er aan de buitenranden bomen en struiken worden geplant, die het zicht op de gebouwen maskeert.
Doordat in deze zone relatief veel (vracht)verkeer rijdt is er gekozen voor beplanting die tegen een stootje kan. De aangeplante soorten zijn sterk en degelijk.
Het aantal banken en afvalbakken in deze zone is beperkt. Eventuele afvalbakken en banken zijn veelal te vinden aan de randen van deze zone, grenzend aan de zones wonen of landschap. De toegepaste typen banken en afvalbakken zijn daarom hetzelfde als in de zone wonen en landschap.
Figuur 44 Mogelijkheden om het groenvak uit te breiden op industrieterrein (Bovenland, Ter Aar)
Figuur 45 Landschappelijke inpassing industrieterrein (Schoterhoek I, Nieuwveen)
Binnen de zone landschap valt alle wegbeplanting buiten de bebouwde kom, de parken binnen de bebouwde kom, de buitenranden van de woonkernen en de grotere watergangen in de kernen. De parken zijn er per kern in verschillende vormen. Van een groot park als Park Buytewech of Argonnepark, een langgerekt park als de Elleboogvaart tot kleine buurtparkjes.
Door ook gebieden binnen de bebouwde kom als landschap aan te wijzen wordt de uitstraling van het Groene Hart de kernen ingehaald. Daarnaast wordt een ecologische verbinding tussen de bebouwde en onbebouwde omgeving gemaakt.
De beplanting is zo veel mogelijk inheems en heeft een hoge ecologische waarde. De manier van het onderhoud is hierop aangepast. Daar waar mogelijk worden natuurvriendelijke oevers met bloemrijk gras aangelegd. Het uitgangspunt bij het onderhoud van de bermen is dat ze allemaal ecologisch beheerd worden tenzij. De tenzij zijn de locaties waar dit vanuit verkeersveiligheid niet kan, omdat het gras dan te hoog komt te staan. Dit is met name bij kruisingen.
De banken en afvalbakken zijn van dezelfde typen als in de zone werken en wonen. Daarnaast worden in deze zone stammen van eigen bomen neergelegd als bankje.
Deze zones hebben ook als doel de bebouwing van industrieterreinen en kernen landschappelijk in te passen door middel van bomen en struiken. Ook het in stand houden van bestaande beplanting in het landschap en waar mogelijk uitbreiden hiervan is een speerpunt voor deze zone.
Figuur 46 Boomstam als zitbank
Figuur 47 Natuurvriendelijke oever, het Groene Hartkarakter binnen de bebouwde kom
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-450980.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.