Gemeenteblad van Gilze en Rijen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gilze en Rijen | Gemeenteblad 2025, 4418 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gilze en Rijen | Gemeenteblad 2025, 4418 | overige overheidsinformatie |
Kadernotitie Subsidiebeleid 2016-2019
DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 september 2015;
De kadernotitie Subsidiebeleid 2016-2019 (15int03547) vaststellen.
Kadernotitie Subsidiebeleid 2016-2019 1
Voor u ligt de notitie waarin de kaders van het nieuwe subsidiebeleid staan.
In het eerste kwartaal van 2015 zijn we gestart met het proces om te komen tot een nieuw subsidiebeleid. Tot op heden zijn de volgende stappen gezet:
Al deze informatie hebben we, samen met de gemeentelijke visie en beleidsnotities bekeken, geanalyseerd en verwerkt tot deze notitie: Kadernotitie Subsidiebeleid 2016-2019.
We spreken over een ‘kadernotitie’ omdat de raad met deze notitie de kaders van het nieuwe subsidiebeleid vaststelt. De concretisering van de kadernotitie vindt plaats in de verordening en de beleidsregels. Deze worden eind 2015 behandeld door respectievelijk de gemeenteraad en het college2 .
Het nieuwe beleid is qua filosofie anders dan het huidige beleid uit 2010. Dit is voornamelijk ingegeven door de veranderende rol van de (lokale) overheid in de samenleving en de maatschappelijke opgave die zij gekregen heeft met de overheveling van nieuwe zorgtaken vanuit het rijk.
Dit vraagt echt een andere manier van denken en doen van onze inwoners én organisaties. Deze omslag is duidelijk merkbaar in de nieuwe contouren van het subsidiebeleid.
In deze notitie gaan we eerst in op de maatschappelijk opgave die we als gemeente hebben. We willen namelijk dat de subsidies die we verstrekken een bijdrage leveren aan deze maatschappelijke opgave. In hoofdstuk 3 beschrijven we wat we voornemens zijn om, gezien de maatschappelijk opgave, te gaan subsidiëren. Daarna komt het ‘hoe’; volgens welke uitgangspunten willen we dan subsidiëren. Dit ‘hoe’ wordt verder geconcretiseerd in de verordening en beleidsregels.
Waarom willen we subsidiëren? En waarom willen we een subsidiebeleid hebben?
De legitimering van het geven van subsidie wordt gevonden in de maatschappelijk opgave die we als gemeente hebben. Deze opgave is zowel wettelijk (Wmo 2015 en Jeugdwet) als wenselijk bepaald (gemeentelijke visie / gemeentelijke beleidsplannen).
Subsidie is daarbij een middel om beleidsdoelen te realiseren alsmede een sturingsmiddel om zaken in beweging te krijgen.
De gemeente heeft met de Wmo 2015 een wettelijke opdracht om maatschappelijke ondersteuning3 te bieden aan haar inwoners. Daarnaast moet ze zorgdragen voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen (art.2.1.1).
Met de komst van de Jeugdwet heeft de gemeente de opdracht om beleid te voeren ten aanzien van preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.
Met de komst van deze wettelijke opdrachten per 1 januari 2015 is de gemeente verantwoordelijk geworden voor meer ‘zorgtaken’ voor inwoners die ondersteuning nodig hebben. Deze nieuwe taken betreffen (dure) specialistische ondersteuning.
Er heeft met de overheveling van deze taken ook een financiële korting plaatsgevonden.
Dit betekent dat, om ook in de toekomst die ondersteuning te kunnen bieden aan inwoners die dat nodig hebben, we nieuwe (goedkopere) vormen van (informele) ondersteuning moeten creëren.
Om deze nieuwe opdrachten goed uit te kunnen voeren, geeft de gemeente verschillende organisaties subsidie om hiervoor activiteiten uit te voeren.
Subsidie is hierbij dus een middel om die activiteiten te laten uitvoeren die bijdragen aan de wettelijke opdracht.
We realiseren ons dat deze opgave een enorm transformatie vraagt van iedereen; inwoners, organisaties en de gemeente zelf. We staan aan het begin.
De gemeente Gilze en Rijen wil dat ‘iedereen die in deze gemeente woont mee kan doen aan onze samenleving’. Hierbij moeten inwoners ‘zelf de regie over hun leven in handen nemen én inwoners moeten elkaar daarbij helpen. Inwoners die door omstandigheden tekortschieten in zelfredzaamheid en die niet kunnen deelnemen aan de samenleving blijven wij uiteraard een helpende hand bieden’4 .
De gemeente geeft in haar visie aan dat ze wil ‘blijven inzetten op kwalitatief goede voorzieningen voor onderwijs, sport, cultuur en welzijn voor jong en oud. Daardoor kan het beroep dat mensen doen op de maatschappelijke zorg en gezondheidszorg minder worden’4.
Daarnaast stelt ze dat de financiële bijdragen aan verenigingen vooral gericht zijn op het bevorderen van deelname van verschillende bevolkingsgroepen aan de activiteiten van de verenigingen4.
Ook wordt de ambitie uitgesproken om de vitaliteit van de kernen met goede voorzieningen op het vlak van sport en cultuur te versterken en optimaal te gebruiken. Hierbij zijn de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van inwoners en verenigingen voor de gemeente belangrijke uitgangspunten. De kracht van de lokale gemeenschappen willen we zoveel mogelijk stimuleren. Dat betekent dat we vrijwilligerswerk en andere activiteiten die de sociale samenhang bevorderen, actief willen ondersteunen. 5
Om deze maatschappelijke ambitie te realiseren, kunnen we activiteiten die hier aan bijdragen subsidiëren.
Naast de gemeentelijke visie zijn er nog afzonderlijke beleidsnotities die verbonden zijn met deze kadernotitie subsidiebeleid. Dit zijn:
De maatschappelijke opgave in een schema 6
Wanneer we de hierboven beschreven wettelijke en wenselijke maatschappelijke opgave samenvatten, kunnen we een onderscheid maken tussen inwoners in onze gemeente die:
Voor de eerste groep is het belangrijk dat er basisvoorzieningen in onze gemeente zijn. Deze basisvoorzieningen willen we als gemeente hebben voor onze inwoners, zodat zij zich prima kunnen redden en actief kunnen deelnemen aan onze samenleving. Zij kunnen zonder overheidsbemoeienis hun eigen keuzes maken ten aanzien van sporten, culturele activiteiten, het doen van vrijwilligerswerk, etc.. We zetten subsidie in om deze basisvoorzieningen te continueren.
Voor de tweede groep vervullen we als overheid een andere rol. Dit zijn inwoners die ondersteuning nodig hebben. Als gemeente hebben we een wettelijke verantwoordelijkheid om die ondersteuning te bieden. De ondersteuning kan worden geboden door de inzet van intensieve en lichte ondersteuning, maar soms ook door (geschoolde) vrijwilligers. Goede basisvoorzieningen zijn daarbij een voorwaarde.
Wetende dat er minder financiële middelen beschikbaar zijn voor de intensieve ondersteuning (zie p.2), staan we voor de uitdaging om nieuwe vormen van ondersteuning te creëren, die ‘lager in de piramide’ worden uitgevoerd.
Dit geeft dus aan dat er goede en voor iedereen toegankelijke voorzieningen moeten zijn in de sociale basisstructuur en de lichte ondersteuning. Met het subsidiebeleid willen we deze beweging stimuleren.
Dit hoofdstuk beschrijft wat wij willen gaan subsidiëren. Vanuit de maatschappelijke opgave die we als gemeente hebben gesteld, ‘iedereen die in onze gemeente woont, kan meedoen aan onze samenleving’, zetten we subsidie als middel in op:
Activiteiten voor inwoners die, al dan niet tijdelijk, minder zelfredzaam zijn en waar wij als overheid een verantwoordelijkheid voor hebben om hen naar vermogen te laten participeren.
Hier willen we jaarlijks afspraken maken, omdat de ondersteuningsbehoefte (per jaar) kan veranderen en het aanbod daar flexibel op moeten kunnen inspelen.
Een voorwaarde is dat de activiteiten aansluiten op de vraag uit de samenleving en bijdragen aan de maatschappelijke opgave.
Innovatie van het activiteitenaanbod. Om ook in de toekomst ondersteuning te kunnen bieden aan inwoners die dat nodig hebben, moeten nieuwe vormen van (informele) ondersteuning gecreëerd worden. Het gaat dan om activiteiten lager in de ondersteuningspiramide (in de sociale basisstructuur en de lichte ondersteuning), welke op termijn kunnen leiden tot minder beroep op intensieve zorg.
We hebben geconstateerd dat om iedereen mee te kunnen laten doen in onze gemeente we als gemeente bepaalde basisvoorzieningen nodig hebben.
Tot deze basisvoorzieningen rekenen wij accommodaties en professionals, waarvan de beschikbaarheid voorwaardenscheppend is om tot activiteitenaanbod te kunnen komen en waarvan wij als gemeente vinden dat ze voor alle inwoners toegankelijk en beschikbaar moeten zijn.
Ten aanzien van de basisvoorzieningen willen we meerjarige afspraken, zodat:
We willen zoveel als mogelijk uitgaan van meerjarenafspraken (2016-2019) waar een concrete opdracht aan ten grondslag ligt.
Daarnaast willen we duidelijkheid bieden in welke kosten we als subsidiabel beschouwen en welke niet. De gemeente financiert de huisvestingskosten en de inzet van de professionele krachten voor het uitvoeren van deze opdracht.
Er vindt in een nader af te spreken frequentie (minimaal een keer per jaar) overleg plaats met de basisvoorzieningen over de eventueel benodigde wijzigingen van de beleidsaccenten. Zo willen we sturen op de inhoud en hierin een mate van flexibiliteit realiseren.
De volgende voorzieningen hebben wij als basisvoorziening gedefinieerd.
Vrijwilligersondersteuning 7
Het bevorderen van vrijwilligerswerk (promoten, werven, bemiddelen) en het ondersteunen van vrijwilligers (informatie, advies en deskundigheidsbevordering).
Het waarderen van vrijwilligers vinden we belangrijk. We willen dit echter niet als integraal onderdeel van de te verlenen subsidie maken.
Onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.
(Kortdurende) lichte (groepsgerichte of individuele) ondersteuning bij psychosociale problemen in het dagelijks leven (zoals relatieproblemen en inkomensvraagstukken), op school of werk. De ondersteuning kan bestaan uit informatie en advies, vraagverheldering, het opstellen van een plan van aanpak, het bieden van lichte hulp en/of het adviseren ten aanzien van de inzet van intensieve zorg. De ondersteuning is erop gericht de zelfredzaamheid van mensen te vergroten zodat zij zelf hun problemen kunnen hanteren of oplossen.
Jongerenwerk 10
Sociaal-cultureel werk voor jongeren van 10 tot 23 jaar. Doel van de inzet van het jongerenwerk is om persoonlijke ontwikkeling en maatschappelijke participatie te bevorderen.
Binnensport- & buitensportaccommodaties 11
Het beschikbaar hebben van kwantitatief en kwalitatief voldoende accommodaties
Wij gaan gericht aan bepaalde organisaties vragen om hier een aanbod op te doen. Met deze organisaties maken we vervolgens meerjarige afspraken.
Naast het basisvoorzieningenniveau willen we activiteiten subsidiëren die bijdragen aan onze gemeentelijke doelen. Per thema wordt beschreven wat we willen subsidiëren. Hierbij doen we nadrukkelijk een beroep op zowel vrijwilligers- als professionele organisaties om binnen en buiten de sector na te denken over hun rol in de samenleving en ten aanzien van de maatschappelijke opgave. We willen juist dat de verschillende sectoren de verbinding aangaan met elkaar.
We willen activiteiten subsidiëren die erop gericht zijn dat alle inwoners van de gemeente Gilze en Rijen naar vermogen kunnen deelnemen aan de samenleving. Een veilige leefomgeving is hiervoor een belangrijke randvoorwaarde.
We zetten subsidies daarbij in om inwoners te ondersteunen die niet automatisch (kunnen of willen) participeren.
We willen activiteiten subsidiëren die:
De gemeente ziet sport als middel om gewenste effecten in de samenleving te creëren 12 . Zij hecht ‘grote waarde aan de deelname van inwoners van alle leeftijden aan sport en bewegingsactiviteiten. Dit bevordert de volksgezondheid (fysiek en mentaal) en het welzijn van onze inwoners’. Daarnaast wil ze ‘samen met verenigingen kijken om het draagvlak en het actieve kader dat nodig is voor duurzame levensvatbare organisaties te behouden’ 13 .
We subsidiëren sport in de hoek waar sport andere gewenste maatschappelijke effecten ondersteunt of stimuleert. Daarbij denken we aan het activeren van moeilijk benaderbare doelgroepen of doelgroepen waarvan de gemeente bij activering maatschappelijke winst verwacht in welke vorm dan ook. (Dus niet de sport in de vrije tijds- en recreatiesector – m.u.v. het element huisvesting zie p.5)
De gemeente ziet kunst en cultuur als middel om gewenste effecten in de samenleving te creëren. Door ondersteuning vanuit de overheid blijft het cultuuraanbod toegankelijk en betaalbaar en wordt de kwaliteit gewaarborgd. De waarde van dat aanbod wordt voor veel groepen bereikbaar.
Daarnaast willen we (een deel van) de huisvestingskosten van culturele organisaties subsidiëren wanneer zij gehuisvest zijn in een van de culturele centra. Dit willen we doen om het basisvoorzieningen niveau sterk te houden, verbinding tot stand te brengen en clubs/verenigingen een plek te bieden voor hun activiteiten.
Onderwijs 14
De gemeente ziet onderwijs en voorschoolse voorzieningen (peuterspeelzalen en kinderdagverblijven) als belangrijke partners in het realiseren van onze maatschappelijke opgaven. We subsidiëren activiteiten als middel om gewenste effecten in de samenleving te creëren:
Het uitgangspunt daarbij is dat we geen subsidie verstrekken voor taken, waarvoor instellingen al door het rijk bekostigd worden. Daarnaast worden de subsidies verleend in kalenderjaren en niet in schooljaren.
In het kader van de verkeersveiligheid subsidiëren we activiteiten van Veilig Verkeer Nederland en nemen de scholen deel aan het Brabants VerkeersveiligheidsLabel.
Om inhoud te geven aan de nieuwe taken die de gemeente per 1 januari 2015 heeft gekregen op het gebied van zorg, jeugd, werk en inkomen en de belangrijke opgave om hierbij ook te transformeren is innovatie binnen het sociale domein nodig. Om deze transformatie te stimuleren willen we een innovatiesubsidiebudget beschikbaar stellen.
Onder innovatie verstaan we: een bewust gekozen verandering in het aanbod/ netwerkvorming om bijvoorbeeld de kwaliteit en/ of efficiëntie van de dienstverlening te verbeteren of (zorg)verlening aan nieuwe doelgroep(en) te ontwikkelen en realiseren.
De innovatiesubsidie moet leiden tot:
Bij het beoordelen van de subsidieaanvragen hanteren we de volgende uitgangspunten:
Eigen én lokale kracht – organisaties moeten eerst kijken wat ze zelf kunnen en wat ze samen met andere organisaties in onze gemeente kunnen realiseren. Het kantelingsprincipe passen we toe. Dit betekent ook dat we van organisaties vragen dat zij eerst zelf alternatieve financieringsmogelijkheden onderzoeken.
Ten aanzien van controle en verantwoording hanteren we de volgende uitgangspunten:
Daarnaast is deregulering als uitgangspunt eerder vastgesteld. Dit is een proces-uitgangspunt en vertaalt zich in de verordening en beleidsregels.
Om het nieuwe subsidiebeleid goed in de gemeente te implementeren hebben wij als gemeente een rol in:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-4418.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.