Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 440087 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2025, 440087 | beleidsregel |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2021 in verband met het volledig, eenvoudig en transparant maken van het inkomensbeleid
De beleidsregels Handhaving, Participatiewet, IOAW,IOAZ en Bbz 2021 als volgt te wijzigen:
In artikel 1.2.1.1. – Consultgesprekken, wordt een zin toegevoegd. De tekst wordt als volgt gewijzigd: ‘’Als er lichte twijfel bestaat over de rechtmatigheid van bijstandsaanvraag/ bijstandsverlening kan met Handhavers door middel van consultgesprekken worden besproken op welke wijze de twijfel kan worden weggenomen. Dat zorgt ervoor dat we integraal naar de desbetreffende situatie kunnen kijken en tegelijkertijd oog hebben voor omstandigheden van de Amsterdammer. Dit wordt gedaan om onnodige handhavingsonderzoeken te voorkomen en de dienstverlening te versnellen.’’
In Artikel 1– Begripsbepaling, wordt onder q de definitie van Dringende redenen als volgt gewijzigd: ‘’Bij de beoordeling of de te veel betaalde bijstand aan betrokkene moet worden herzien of teruggevorderd, moet het college alle relevante feiten en omstandigheden afwegen op een manier die voldoet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij de beoordeling of er sprake is van een dringende reden, is het belangrijk om niet alleen rekening te houden met de gevolgen van de herziening en terugvordering voor de betrokkene, maar ook met de oorzaak ervan.’’
In Artikel 6- Hoogte van de boete en afronding, wordt lid 2 als volgt gewijzigd: "Een bestuurlijke boete wordt alleen opgelegd, als er sprake is van een bewuste schending van de inlichtingenplicht, waarbij het benadelingsbedrag hoger is dan € 2.000,-. Daarnaast wordt een boete opgelegd bij duidelijke gevallen van ernstig misbruik van de (bijstand)uitkering of in geval van recidive, ongeacht de hoogte van het benadelingsbedrag.’’
In Artikel 11 - Terugvordering, wordt in lid 2 een zin toegevoegd. De tekst wordt als volgt gewijzigd: ‘’De ten onrechte of te veel verstrekte uitkering wordt teruggevorderd inclusief de door de gemeente afgedragen loonbelasting, premies volksverzekeringen, alsmede, voor zover van toepassing, de vergoeding bedoeld in artikel 46 van de ZVW, voor zover deze niet kunnen worden verrekend met de belastingdienst. Dit gebeurt enkel indien benadeling is vastgesteld als gevolg van een strafrechtelijk onderzoek, waarbij overdracht heeft plaatsgevonden aan het Openbare ministerie in de vorm van een Proces- Verbaal.’’
Lid 3 wordt als volgt gewijzigd: ‘’Te veel betaalde bijstand ter hoogte van maximaal €200,- vorderen we niet terug.’’
Lid 4 wordt als volgt gewijzigd: ‘’Het afzien van terugvordering van te veel verstrekte uitkering onder dit drempelbedrag is alleen van toepassing als de inlichtingenverplichting is nagekomen door de burger.’’
In Artikel 12 - Afzien wegens dringende redenen, worden beide leden samengevoegd en gewijzigd naar: ‘’Indien hiervoor dringende redenen aanwezig zijn, ziet het college af van het nemen van een herzienings-, intrekkings- of terugvorderingsbesluit. Bij het beoordelen of te veel betaalde bijstand moet worden herzien of teruggevorderd, wordt op basis van de beschikbare gegevens onderzocht of er in het individuele geval dringende redenen zijn die rechtvaardigen (deels) af te zien van de herziening of terugvordering, dan wel invordering.’’
In Artikel 14 – Invordering en kwijtschelding, wordt lid 3 als volgt gewijzigd:
‘’Indien de terugvordering niet het gevolg is van het bewust niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, IOAW of artikel 13, eerste lid, IOAZ, dan geldt:
Leden 8 en 9 worden aan dit artikel toegevoegd en komen er als volgt uit zien:
Lid 8 komt er als volgt uit te zien: ‘’Zelfstandigen hebben 48 maanden de tijd om de lening voor het levensonderhoud, ontvangen op grond van het Bbz 2004, terug te betalen. Hierbij moeten in totaal 24 termijnen van de vastgestelde aflosverplichting, zijn voldaan.’’
Lid 9 komt er als volgt uit te zien: ‘’Kwijtschelding vindt ambtshalve plaats na een looptijd van 48 maanden.’’
In Artikel 16 - Verplichting met betrekking tot de invordering, wordt in lid 3 het woordje ‘’dient’’ gewijzigd in ‘’wordt’’ en de woorden ‘’te worden’’ verwijderd. De tekst wijzigt als volgt: ‘’Als de belanghebbende aangeeft geen betalingscapaciteit te hebben, wordt er onderzoek verricht naar de hoogte van het inkomen.’’
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 4 – Waarschuwing, worden de eerste twee alinea’s als volgt gewijzigd: “Het college kiest er voor om in bepaalde gevallen te volstaan met een waarschuwing bij bewuste schending van de inlichtingenplicht (zie ook toelichting bij artikel 6). Het is onder andere afhankelijk van de hoogte van het benadelingsbedrag en de aard van de schending van de inlichtingenplicht of een waarschuwing volstaat. Indien het benadelingsbedrag lager is dan € 2.000,-, er geen sprake is van recidive of van ernstig misbruik van de (bijstand)uitkering – bijvoorbeeld in de vorm van zwart werk of hennepteelt – volstaat een waarschuwing. Wanneer de betrokkene in de vijf jaar voorafgaand aan de overtreding al eerder een waarschuwing of bestuurlijke boete opgelegd gekregen heeft, zal niet worden volstaan met een waarschuwing. Dat geldt ook in het geval van een bewuste schending van de inlichtingenplicht, waarbij sprake is van een benadelingsbedrag hoger dan € 2.000,- en in het geval van notoire en evidente fraude, zoals bijvoorbeeld het verzwijgen van inkomen uit criminele activiteiten of zwart werk.’’
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 5 – dringende redenen, wordt een tweede alinea toegevoegd, namelijk: ‘’In april 2024 heeft de CRvB in haar uitspraak de dringende reden ruimer uitgelegd in het geval van herziening en terugvordering van te veel betaalde bijstand. Bij de beoordeling of er sprake is van een dringende reden, is het belangrijk om niet alleen rekening te houden met de gevolgen van de herziening en terugvordering voor de betrokkene, maar ook met de oorzaak ervan. Deze uitspraak heeft weliswaar geen directe gevolgen voor de inlichtingenplicht (artikel 17, lid 1 Pw) en daarmee het opleggen van bestuurlijke boete, maar als de schending van de inlichtingenplicht leidt tot een terugvordering, dan kan de mate van verwijtbaarheid wel een rol spelen in de belangenafweging die het college moet maken als de betrokkene een beroep doet op dringende redenen.1 ‘’
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 6 - Hoogte van de boete en afronding, wordt een alinea toegevoegd, namelijk: ‘’In lid 2 wordt het opleggen van een bestuurlijke boete gelimiteerd tot die gevallen waarin het benadelingsbedrag, als gevolg van een bewuste schending van de inlichtingenplicht, hoger is dan € 2.000,-. In de gevallen waarin het benadelingsbedrag lager is dan dat bedrag, doen we de (eerste) bewuste schending van de inlichtingenplicht af met een preventiebrief. Het opleggen van een boete komt dan pas aan de orde wanneer iemand binnen een periode van vijf jaar opnieuw bewust de fout in gaat. Daarnaast beboeten we altijd notoire en evidente fraude, zoals bijvoorbeeld het verzwijgen van inkomen uit criminele activiteiten, zwart werk.’’
Deze tekst vormt de eerste alinea en komt boven op de bestaande tekst.
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 10 - Gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid, wordt een tweede alinea toegevoegd, namelijk: ’Het doel van de terugvordering is een zorgvuldige besteding van gemeenschapsgeld. Bijstand moet toekomen aan de personen die het nodig hebben en recht hebben. Dit is een gerechtvaardigd doel. Als er meer bijstand is ontvangen dan waar recht op bestond, is terugvordering een noodzakelijk en geschikt middel om dat gerechtvaardigde doel te bereiken. Hiermee volgt het college het complementariteitsbeginsel van de bijstand als sluitstuk van de sociale zekerheid. In het invorderings- en kwijtscheldingsbeleid regelt het college dat dit strikte complementariteitsbeginsel mensen niet onnodig in problemen brengt.’’
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 12 - Afzien wegens dringende redenen, wordt de tekst als volgt gewijzigd:
‘’Met dit artikel wordt het college in staat gesteld om maatwerk te leveren en in geval van dringende redenen van terugvordering af te zien.
In april 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in haar uitspraak de dringende reden ruimer uitgelegd in het geval van herziening en terugvordering van te veel betaalde bijstand. Tot dan toe werd in de rechtspraak aangenomen dat er in dat geval alleen sprake kan zijn van een dringende reden, als deze te maken had met de onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen voor de betrokkenen. Bovendien moest de burger zelf een beroep doen op dringende redenen om aanspraak te kunnen maken. Echter, volgens de nieuwe benadering is het nu ook van belang om bij de beoordeling van een dringende reden niet alleen te kijken naar de gevolgen van de herziening en terugvordering voor de betrokkene, maar ook naar de oorzaak ervan.2 Daarbij moeten alle relevante feiten en omstandigheden worden betrokken, waaronder ook de vraag wat het aandeel van het college is in de redenen voor herziening en/of terugvordering.
De reden voor deze bredere interpretatie is dat mensen die afhankelijk zijn van een (bijstand) uitkering vaak al een kwetsbare groep zijn in de samenleving. Beslissingen over herziening en terugvordering van uitkeringen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben, vooral als het gaat om grote bedragen. Die besluiten kunnen diep ingrijpen in de financiële belangen van mensen die een uitkering ontvangen en zijn vaak zeer ingrijpend. Daarom zal de CRvB nu strenger beoordelen of het terugbetalen van deze bedragen niet te zwaar op de betrokkene drukt en of het doel van de terugvordering niet voorbij wordt geschoten.
In lijn met zowel de genoemde uitspraak als de uitgangspunten van de agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen, gaat de gemeente, bij het beoordelen of de te veel betaalde bijstand moet worden herzien of teruggevorderd, op basis van de beschikbare gegevens onderzoeken of er in het individuele geval dringende redenen zijn die het (deels) afzien van herziening of terugvordering rechtvaardigen.
Tot slot is een terugvordering vaak terecht volgens de wet, maar kan een volledige invordering van een schuld ertoe leiden dat voor de burger een grond ontstaat om een beroep te doen op dringende redenen. In zulke situaties kan worden besloten om de invordering stop te zetten of te verminderen. Dat gebeurt vooral tijdens gesprekken met de klant over de terugbetaling van de schuld.’’
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 13 – Geen kwijtschelding worden beide punten samengevoegd en gewijzigd naar: ‘’Dit artikel verduidelijkt dat van kwijtschelding geen sprake kan zijn als de inlichtingenplicht bewust geschonden is en is vastgesteld als gevolg van strafrechtelijk onderzoek of wanneer het gaat om verstrekte bijstand in de vorm van een geldlening, omdat er sprake is (geweest) van eigen woningbezit.’’
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 14 – Invordering en kwijtschelding wordt:
onderaan een alinea toegevoegd. De tekst ziet er als volgt uit: ‘’Lid 8 geeft aan dat zelfstandigen bij Bbz vorderingen voor het levensonderhoud, 48 maanden de tijd krijgen om 24 termijnen van de vastgestelde aflosverplichting, te betalen. Hiermee wordt de eis losgelaten dat het aantal aflostermijnen aaneensluitend moet zijn. Daarmee wordt geanticipeerd op een gemiste betaalafspraak, wanneer het inkomen lager valt dan verwacht.’’
In de artikelsgewijze toelichting op Artikel 16 – Verplichting met betrekking tot de invordering, komt in de eerste alinea een spatie bij het woord ‘’teveel’’. Dat wordt dan ‘’te veel’’.
In de tweede alinea, 1e volzin, wordt het woordje ‘’bewust’’ toegevoegd. Deze zin wordt als volgt gewijzigd: ‘’Vorderingen als gevolg van een bewuste schending van de inlichtingenplicht geldt dat de invordering strikt en zo snel mogelijk plaatsvindt.’’
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-440087.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.