Gemeenteblad van Bergen (NH)
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bergen (NH) | Gemeenteblad 2025, 432448 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bergen (NH) | Gemeenteblad 2025, 432448 | beleidsregel |
Nota Parkeernormen 2025 Gemeente Bergen
De raad van de gemeente Bergen:
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 26 augustus 2025;
gezien het advies van de algemene raadscommissie d.d. 11 september 2025;
Voor u ligt de nota parkeernormen Bergen 2025. Deze nota vervult een rol in het ruimtelijk toetsingskader voor nieuwbouw- en transformatieontwikkelingen. Aan de hand van deze nota wordt het aantal parkeerplaatsen voor auto’s bepaald dat aangelegd en in stand gehouden moet worden. Aan te leggen parkeerplaatsen moeten voldoen aan kwalitatieve eisen die de bruikbaarheid van de parkeerplaatsen waarborgen.
1.1 Waarom een nieuwe nota parkeernormen?
Het huidige ruimtelijk parkeerbeleid in Bergen is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Bergen’, voortbordurend op de ‘Notitie Ruimtelijk Parkeerbeleid 2009’ en nota ‘Gastvrij parkeerbeleid’ uit 2013. De parkeernormen volgens de nota uit 2020 zijn nog gebaseerd op de parkeerkencijfers die de CROW publiceerde in 2018. Inmiddels is sinds de vaststelling van de nota een aantal jaren verstreken en heeft het kennisplatform CROW nieuwe parkeerkencijfers gepubliceerd. De gemeenteraad heeft gevraagd de parkeernormen op basis van de nieuwe parkeerkencijfers aan te passen. Het gaat daarbij concreet om de parkeerkencijfers uit 2024 (auto’s) en de kencijfers fietsparkeren uit 2025. Bergen is een geliefde gemeente bij toeristen en dagjesmensen en dit leidt logischerwijs tot de noodzaak om keuzes te maken over de verdeling van schaarse (parkeer)ruimte. Deze nota bevat het parkeernormenkader voor de gemeente Bergen waarmee beoogd wordt enerzijds ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en anderzijds parkeren bij nieuwe ontwikkelingen zo in te passen dat problemen voor de omgeving worden voorkomen.
In de nota ‘Gastvrij Parkeerbeleid’ en in het fietsbeleidsplan wordt de fiets genoemd als een mogelijk alternatief voor het gebruik van de auto binnen de gemeente Bergen. Ook voor recreatie is de fiets een belangrijk vervoermiddel. Op locaties waar veel fietsen te verwachten zijn, zijn stallingsmogelijkheden essentieel. Daarom zijn in deze nota ook fietsparkeernormen opgenomen.
1.2 Visie op parkeren in ruimtelijke ontwikkelingen
Voor de gemeente Bergen is gastvrij parkeren het uitgangspunt. In het Formatieakkoord 2019-2022 is het volgende vastgesteld: ‘Het nieuw vast te stellen parkeerbeleid bevat oplossingen die het spanningsveld tussen kort- en langparkeerders reduceren: hierbij wordt ook de zonering opnieuw bekeken’. Dit spanningsveld doet zich met name daar voor waar auto’s van bewoners en (verblijfs)bezoekers met elkaar strijden om schaarse parkeerplaatsen. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen betekent dit dat deze in beginsel voor eigen parkeerplaatsen moeten zorgen, tenzij rond een ruimtelijke ontwikkeling parkeercapaciteit beschikbaar is. Dan kan deze worden ingezet voor de betreffende ontwikkeling. Wij kiezen ervoor om, waar mogelijk, eerst te beïnvloeden en benutten en dan pas te bouwen.
Beïnvloeden, benutten en bouwen
Zonder maatregelen is het sturen op autogebruik en -bezit niet mogelijk en is sprake van vraagvolgend parkeerbeleid. In een aantal gebieden in de gemeente is sturend parkeerbeleid van kracht. Door middel van betaald parkeren, een blauwe zone en/of vergunningparkeren wordt het gebruik van het bestaande parkeerareaal beïnvloed. Hiermee kan bijvoorbeeld voorkomen worden dat op drukke dagen toeristen onbeperkt gebruik kunnen maken van parkeerplaatsen, waardoor het parkeren voor bewoners in de verdrukking komt.
Ten aanzien van haar parkeernormenbeleid hanteert de gemeente Bergen de volgende uitgangspunten. Met deze nota parkeernormen wordt invulling gegeven aan deze uitgangspunten.
Uitgangspunten parkeernormenbeleid gemeente Bergen
De gemeente Bergen streeft naar een flexibel parkeernormenbeleid. Deze flexibiliteit uit zich in de wijze waarop de parkeernormen worden toegepast en niet in de hoogte van de parkeernormen. De parkeernorm waaraan moet worden voldaan ligt vast in deze nota. De nota kent verschillende manieren waarop aan de parkeereis kan worden voldaan waarbij het onder voorwaarden mogelijk is om in de (directe) omgeving van een bouwplan te voldoen aan de parkeereis.
In hoofdstuk 2 is het juridisch kader opgenomen waarbinnen deze nota parkeernormen acteert. Hierin zijn onder andere de afwijkingsbevoegdheid en de overgangsregeling opgenomen. In het hierop volgende hoofdstukken 3 en 4 komen de parkeernormen voor auto’s respectievelijk fietsen aan bod. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het toepassingskader dat op deze nota van toepassing is. In hoofdstuk 6 wordt ten slotte ingegaan op toekomstbestendige parkeeroplossingen.
In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de opgenomen bijlagen.
2.1 De parkeernorm, parkeerbalans en de parkeereis
Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn per 100 vierkante meter of per eenheid. Op basis van de functies die worden gerealiseerd, met de bijbehorende parkeernormen, wordt een parkeerbalans opgesteld. In een parkeerbalans wordt ook rekening gehouden met de aanwezigheid van doelgroepen (dubbelgebruik).
Uit de parkeerbalans volgt een parkeerbehoefte. Deze behoefte dient op enige wijze te worden gefaciliteerd. Op hoofdlijnen kunnen hiervoor drie capaciteitsvormen worden aangewend. Het parkeren op afstand is een variant op deze drie vormen.
De parkeereis is in feite het resultaat van de parkeerbalans, in combinatie met de capaciteits-vormen (ook in aantallen) waarmee de parkeerbehoefte wordt gefaciliteerd. Een voorbeeld van een parkeereis is opgenomen in het onderstaande kader.
2.2 Bestaande en nieuwe bestemmingsplannen
Deze nota parkeernormen heeft een directe relatie met het facetbestemmingsplan Parkeren 1 van de gemeente Bergen. In dit bestemmingsplan is een verwijzing opgenomen naar de ‘Notitie Ruimtelijk Parkeerbeleid 2009’ en eventuele toekomstige wijzigingen. Deze nota parkeernormen betreft een bedoelde wijziging in het facetbestemmingsplan.
In artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht (awb) is de inherente afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarover een bestuursorgaan beschikt. Omdat deze afwijkingsbevoegdheid alleen van toepassing is op situaties waarin één of meerdere belanghebbenden door toepassing van het beleid onevenredig worden benadeeld, bevat het bestemmingsplan (artikel 4.3) een separate afwijkingsbevoegdheid.
Een concreet toepassingsgeval van de afwijkingsbevoegdheid betreft de uitbreiding van strandpaviljoens. Vanwege de beperkt beschikbare ruimte op het strand is het voor deze paviljoens in de praktijk nauwelijks mogelijk om aanvullende parkeervoorzieningen te realiseren. Indien de initiatiefnemer op overtuigende wijze kan aantonen dat de uitbreiding geen toename in parkeerbehoefte met zich meebrengt—bijvoorbeeld doordat het aantal zitplaatsen binnen het paviljoen en daarmee de gebruikscapaciteit ongewijzigd blijft—kan het bevoegd gezag overwegen af te wijken van de geldende parkeernorm.
Voorwaarde voor een dergelijke afwijking is wel dat de gelijkblijvende capaciteit contractueel wordt vastgelegd in de voorschriften bij de omgevingsvergunning voor een minimale termijn van tien jaar. Tevens dient de afspraak handhaafbaar te zijn, zodat bij toekomstige overtredingen handhavend kan worden opgetreden.
Indien een aanvrager voor inwerkingtreding van de nota parkeernormen 2025 een schriftelijke aanvraag voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning heeft ingediend, dan zijn op deze aanvraag de parkeernormen uit de nota parkeernormen 2020 van kracht. Vallen echter de gestelde normen in deze nota parkeernormen 2025 lager uit, dan geldt deze.
Als basis voor haar parkeernormen kiest de gemeente Bergen voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW.2 Deze kencijfers zijn opgenomen in ‘Parkeerkencijfers 2024’, uitgebracht door het CROW in juni 2024. Om de CROW parkeerkencijfers te vertalen naar parkeernormen is een aantal stappen doorlopen. In dit hoofdstuk wordt op ieder van deze stappen ingegaan.
3.1 Stedelijkheidsgraad en gebiedsindeling
De gemeente Bergen is een weinig stedelijke gemeente. Dit betekent dat gemiddeld genomen het aantal adressen per vierkante kilometer tussen de 500 en 1.000 ligt. Echter zitten tussen kernen en wijken onderling noemenswaardige verschillen in stedelijkheidsgraad. Om deze reden wordt onderscheid gemaakt tussen twee verschillende stedelijkheidsgraden:
Afhankelijk van de parkeerdruk, de aanwezigheid van parkeerregulering en de stedelijkheids-graad wordt binnen de bandbreedte van de CROW-kencijfers voor verschillende waarden gekozen.
De gebieden waartussen onderscheid wordt gemaakt zijn:
3.2 Verantwoording autoparkeernormen
Naast de stedelijkheidsgraad bevatten de CROW parkeerkencijfers bandbreedtes met een minimum en maximum waarde. Het minimum geeft de minimaal te verwachten parkeerbehoefte aan van de betreffende ontwikkeling, het maximum de maximale parkeerbehoefte en op basis hiervan kan eventueel een gemiddelde worden berekend.
Er is gekozen om voor de te hanteren parkeernormen uit te gaan van het gemiddelde van de CROW-kencijfers. Het gemiddelde sluit goed aan bij het autobezit in de gemeente en het door de gemeente gevoerde parkeerbeleid.
Hierdoor wordt voorkomen dat er onvoldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd om de parkeerdruk van een ontwikkeling te faciliteren en er daardoor extra parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat. Aan de andere kant hoeft een ontwikkeling daardoor geen parkeerplaatsen te realiseren die niet worden gebruikt.
Verantwoording gebiedsindeling en toepassing CROW kencijfers
3.3 Parkeernormen voor verschillende functies
In Bijlage 2 is voor een groot aantal functies autoparkeernormen opgenomen. In deze paragraaf wordt een nadere toelichting gegeven op de parkeernormen voor woonfuncties. Het kan voorkomen dat voor een functie geen parkeernorm is opgenomen. Wanneer voor een functie geen parkeernormen zijn opgenomen in deze nota, wordt de parkeernorm van de meest vergelijkbare functie gebruikt.
De gemeente Bergen maakt in deze nota onderscheid tussen verschillende woonfuncties. Het kan voorkomen dat voor een te realiseren functie geen parkeernorm is opgenomen. In dit geval dient de parkeernorm te worden gehanteerd die geldt voor de meest vergelijkbare functie. Op het moment dat dit op bezwaren stuit, worden initiatiefnemers verzocht contact op te nemen met de gemeente.
|
Overzicht woonfuncties 3 |
|
|
|
De parkeernorm voor woningen bestaat uit een bewonersdeel en een bezoekersdeel. De norm voor bezoekers verschilt per gebied.
In Bijlage 2 is ook voor een groot aantal andere functies parkeernormen opgenomen. Onder andere voor winkelfuncties, gezondheidsfuncties en onderwijsfuncties. In de berekeningswijze zijn parkeernormen voor dit soort functies vaak geënt op bijpassende eenheden. De parkeernorm voor een huisartsenpraktijk gaat bijvoorbeeld uit van het aantal behandelkamers. Voor functies waarin bijlage 2 niet voorziet geldt dat de gemiddelde parkeerkencijfer van betreffende functie wordt genomen volgens de CROW-uitgave 2024. Het gaat daarbij om functies die niet gebruikelijk zijn binnen de gemeente Bergen. In Bijlage 5 worden de diverse functies nader toegelicht.
Voor deze functies is geen apart bezoekersaandeel in deze nota opgenomen. Het toepassen van het bezoekersaandeel in de parkeernorm van de CROW-kencijfers leidt vaak tot hele kleine aantallen parkeerplaatsen voor bezoekers of parkeerplaatsen voor personeel. Uitgangspunt is daarom dat alle parkeerplaatsen door zowel werknemers als bezoekers kunnen worden gebruikt.
3.4 Kwalitatieve eisen parkeervoorzieningen
Elke parkeerplaats moet zodanig groot zijn dat een voertuig kan parkeren. Ook moet het mogelijk zijn om een parkeervoorziening te kunnen bereiken. Bij het beoordelen of een parkeervoorziening voldoende bruikbaar is hanteert de gemeente voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte de richtlijnen van het CROW zoals die in het ASVV4 zijn opgenomen. Parkeergarages moeten voldoen aan de voorschriften van het NEN 2443.5
Naast de bovenstaande fysieke eisen moeten parkeerplaatsen toegankelijk zijn voor de doelgroep waarvoor ze bestemd zijn. Dit wil zeggen dat bijvoorbeeld parkeerplaatsen voor bezoekers bereikbaar moeten zijn en alleen op een afgesloten parkeervoorziening mogen liggen als de toegang door middel van bijvoorbeeld een toegangscontrolesysteem verleend kan worden.
Naast parkeernormen voor de auto hanteert de gemeente Bergen ook parkeernormen voor de fiets. Naast het stellen van kwantitatieve eisen in de vorm van parkeernormen, worden ook kwaliteitseisen gesteld waar nieuw aan te leggen fietsparkeerplaatsen aan moeten voldoen. Als basis voor de fietsparkeernormen kiest de gemeente Bergen voor de meest recente fietsparkeerkencijfers van het CROW uit 2025, zoals weergegeven in de ‘Leidraad fietsparkeren 2023’.
De verdeling van de fietsparkeerplaatsen in rekken, beugels en (gereserveerde) verharde ruimte is afhankelijk van de situatie ter plaatse en de samenstelling van de te verwachten fietsen op het bouwplan. Deze wordt daarom per bouwplan in overleg met de initiatiefnemer bepaald.
4.1 Totstandkoming fietsparkeernormen
De fietsparkeerkencijfers kennen, net als de autoparkeerkencijfers, een gebiedsindeling (centrum, schil, rest bebouwde kom en buitengebied) en een bandbreedte. De minimum bandbreedte sluit aan bij gemeenten met een laag fietsgebruik, de maximum bandbreedte bij gemeenten met een hoog fietsgebruik. Gezien het relatief hoge fietsgebruik, de beperkte stedelijkheidsgraad en het hoge aantal toeristen en recreanten, kiest Bergen er voor om de maximum van de bandbreedte en de kencijfers voor de schil.
Voor woningen en appartementen zijn geen fietsparkeernormen voor bewoners opgenomen. Dit omdat in de bouwverordening een berging verplicht is en deze ook gebruikt kan worden voor het stallen van fietsen. Voor bezoekers wordt wel een fietsparkeernorm opgenomen voor appartementen en woningen zonder ruimte voor stalling op eigen grond.
4.2 Kwaliteitseisen fietsparkeerplaatsen en toepassing
Fietsparkeerplaatsen kennen verschillende verschijningsvormen. Ze komen voor als rekken waar fietsen in worden geschoven, rekken of beugels waar fietsen tegenaan kunnen worden geplaatst en aan vast kunnen worden gezet en in de meest eenvoudige vorm als een verhard stuk terrein waarop een fiets met een standaard kan worden neergezet. Omdat fietsen tegenwoordig in verschillende uitvoeringsvormen voorkomen, is een dergelijke variatie aan uitvoeringsvormen van fietsparkeerplaatsen ook noodzakelijk.
Dit om te voorkomen dat de aangebrachte stallingsvoorzieningen niet (kunnen) worden gebruikt. Indien beugels of rekken worden geplaatst heeft de gemeente, om te voorkomen dat een fiets niet in de stalling (kan) worden neergezet of dat fietsen door het stallen kunnen worden beschadigd, een voorkeur voor fietsenrekken die voldoen aan de eisen van de stichting FietsParKeur6 7 . Om diefstal te voorkomen heeft de gemeente een voorkeur voor stallingen met een aanbindmogelijkheid.
De locatie van fietsparkeerplaatsen is, in het bijzonder bij bestemmingen met kortdurend bezoek, belangrijk. Fietsenstallingen moeten daarom zo dicht mogelijk bij de ingang worden geplaatst in het zicht van de fietsers.
De gemeente Bergen heeft een bepaalde werkwijze voor ogen op basis waarvan de parkeernormen worden toegepast. Deze werkwijze wordt het toepassingskader genoemd.
Dit toepassingskader is onverkort overgenomen uit de Nota Parkeernormen 2020 Gemeente Bergen. Dubbelgebruik, salderen en het gebruik kunnen maken van de restcapaciteit in de openbare ruimte was ook in deze nota opgenomen. Ook de vrijstellingsregeling en de mogelijkheid van een mobiliteitscorrectie is gehandhaafd, evenals de mogelijkheid om de parkeereis op het terrein van derden op te lossen. Deze zijn destijds toegevoegd om op een flexibelere manier aan de parkeereis te kunnen voldoen zonder dat de parkeerdruk in de openbare ruimte teveel toeneemt.
De manier waarop dit toepassingskader wordt toegepast is, om onduidelijkheden in het gebruik voor te zijn, verder uitgeschreven en ook de terminologie is aangepast aan nu gebruikelijke begrippen.
5.1 Van parkeernorm naar parkeereis
In de onderstaande figuur is het toepassingskader schematisch weergegeven. Dit schema wordt in deze paragraaf nader toegelicht. In het schema is een onderscheid gemaakt tussen parkeervraag en parkeeraanbod.
Stap 1: normatieve parkeerbehoefte
De normatieve parkeerbehoefte vormt het uitgangspunt voor de bepaling van het aantal parkeerplaatsen dat benodigd is. Hiertoe levert de initiatiefnemer een parkeerbalans aan. Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen dient voor iedere te realiseren functie de berekening: functie * parkeernorm te worden uitgevoerd.
In nieuwbouw- of transformatieontwikkelingen kan sprake zijn van afwijkende omstandigheden die ertoe leiden dat de toepassing van de parkeernorm(en) die in deze nota zijn opgenomen, naar verwachting leiden tot een overschot aan parkeerplaatsen. Wanneer hier sprake van is, kan door een initiatiefnemer een mobiliteitscorrectie worden onderbouwd.
In het onderstaande kader wordt nader ingegaan op de mobiliteitscorrectie. Hierbij worden ook enkele voorbeelden van mobiliteitscorrecties beschreven.
De gemeente beoordeelt in welke mate de voorgestelde mobiliteitscorrectie bijdraagt aan een te verwachten lagere parkeerdruk. Het toepassen van de mobiliteitscorrectie is afhankelijk van de mate waarin de maatregelen die moeten leiden tot een lager autobezit en -gebruik in de praktijk controleerbaar en afdwingbaar zijn.
Stap 3: vaststelling parkeerbehoefte
Nadat eventuele mobiliteitscorrectie is toegepast, wordt de parkeerbehoefte vastgesteld. Dit is het aantal parkeerplaatsen dat fysiek gefaciliteerd dient te worden. Bij de vaststelling van de parkeerbehoefte is nog geen dubbelgebruik toegepast, deze berekening vindt plaats bij de bepaling van het parkeeraanbod.
Stap 4: parkeerplaatsen op eigen terrein
In beginsel dient parkeren op eigen terrein plaats te vinden. De initiatiefnemer mag echter ook gebruik maken van eventueel beschikbare private parkeerplaatsen in de omgeving zoals in stap 5 is aangegeven. De bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein vindt dan alleen plaats voor het deel van de parkeereis dat niet in een private parkeervoorziening kan worden opgelost.
Vastlegging parkeren op eigen terrein
Parkeerplaatsen die aangelegd of gebouwd worden als onderdeel van een ruimtelijke ontwikkeling dienen ook als zodanig gebruikt te worden. Als bijvoorbeeld bij woningen eigen parkeerplaatsen worden aangelegd is er geen noodzaak om van het openbare parkeerareaal gebruik te maken. De gemeente Bergen hanteert hiervoor een zogenaamd POET8 overzicht. Ruimtelijke ontwikkelingen met eigen parkeerplaatsen worden op dit overzicht geplaatst en de betreffende gebouwen komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning, ook niet als nu in de toekomst parkeerregulering in de omgeving wordt ingevoerd.
Berekening aantal te realiseren parkeerplaatsen
Parkeerplaatsen die niet onafhankelijk van elkaar bereikt kunnen worden, tellen niet volledig mee bij de vaststelling van het aantal parkeerplaatsen. Zie hiervoor Bijlage 7.
Stap 5: parkeerplaatsen privaat
In de directe omgeving van een ontwikkellocatie kan, op het moment dat de geplande functies hun parkeerbehoefte genereren, (gedeeltelijk) ongebruikte private parkeercapaciteit aanwezig zijn. De eerste stap in de bepaling van het parkeeraanbod is dat initiatiefnemers onderzoek verrichten of van deze parkeercapaciteit gebruik gemaakt kan worden. De parkeercapaciteit moet binnen de maximale loopafstanden van de ontwikkellocatie liggen (zoals opgenomen in Bijlage 6).
Het gebruik van de private parkeerplaatsen moet voor ten minste tien jaar contractueel worden vastgelegd. Daarnaast dient de initiatiefnemer aannemelijk te maken dat parkeerders ook van de parkeerplaatsen gebruik kunnen en gaan maken. De fysieke toegankelijkheid van de parkeervoorziening speelt in dit kader een belangrijke rol.
Als gebruik wordt gemaakt private parkeerplaatsen wordt de ontwikkeling opgenomen in het POET overzicht. Private parkeerplaatsen kunnen slechts eenmaal aan een ontwikkeling worden toegewezen. Als na de termijn van 10 jaar een op de POET-lijst – staande parkeerplaats niet (meer) beschikbaar is, is de eigenaar / gebruiker verantwoordelijk voor het vinden van een alternatief en kan de gemeente daar niet op worden aangesproken.
Stap 6: parkeerplaatsen openbaar
De situatie kan zich voortdoen dat, wanneer stap 4 en stap 5 zijn doorlopen, nog niet voor de volledige parkeerbehoefte een oplossing is gevonden. Wanneer dit het geval is kan gebruik worden gemaakt van bestaande openbare parkeerplaatsen. Als uitgangspunt hanteert de gemeente Bergen dat na afwenteling van (het resterende gedeelte van) de parkeerbehoefte, de parkeerdruk niet hoger mag zijn dan 85%. Om aan te tonen of dit wel of niet het geval is, is inzicht nodig in de bestaande parkeerdruk. De bestaande parkeerdruk dient door de initiatiefnemer inzichtelijk te worden gemaakt met behulp van een parkeertelling.
Wanneer een initiatiefnemer van plan is om een parkeertelling uit te voeren, is het advies om allereerst contact met de gemeente op te nemen. De gemeente Bergen voert namelijk met regelmaat parkeertellingen uit in verschillende kernen. Daarnaast stelt de gemeente bepaalde eisen waar een parkeertelling aan moet voldoen (omvang onderzoeksgebied, aantal telmomenten, wijze van meten etc.). Deze eisen zijn onder meer afhankelijk van de lokale situatie en de te vervallen en de te realiseren functies en worden daarom per aanvraag bepaald.
Mocht er geen parkeercapaciteit in de openbare ruimte beschikbaar zijn, maar wel een mogelijkheid om extra parkeerplaatsen aan te leggen, dan kan hiertoe een verzoek worden ingediend bij de gemeente Bergen. De gemeente kan een dergelijk verzoek honoreren als hierdoor geen belangen van omwonenden worden geschaad of de aanleg van parkeerplaatsen niet in strijd is met het gemeentelijk beleid. De kosten van de aanleg komen voor rekening van de initiatiefnemer.
Nadat alle beschreven stappen zijn doorlopen is bekend wat de parkeerbehoefte is die gepaard gaat met de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Ook is bekend op welke wijze deze behoefte wordt gefaciliteerd. Bij woningen is daarbij een onderscheid gemaakt tussen parkeerplaatsen die nodig zijn om het autobezit van bewoners te faciliteren en voor de bezoekers van de bewoners. Bij alle andere functies wordt geen onderscheid gemaakt tussen vaste gebruikers en bezoekers. Het totaal aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor de ruimtelijke ontwikkeling wordt de parkeereis genoemd. De parkeereis wordt in de omgevingsvergunning vastgelegd.
5.2 Vrijstelling bij kleinschalige ontwikkelingen
Bij kleinschalige ontwikkelingen is het in het algemeen lastig om te voldoen aan de volgens deze nota te stellen parkeereis, terwijl er in de praktijk geen extra parkeervraag ontstaat door de desbetreffende ontwikkeling en het daarom ook niet noodzakelijk is om een parkeereis te stellen.
Om dergelijke kleine ontwikkelingen niet onmogelijk te maken, is het mogelijk om deze vrij te stellen van de verplichting om te voldoen aan de parkeereis. Deze vrijstelling geldt voor ontwikkelingen waarbij de parkeereis niet groter is dan 2 parkeerplaatsen en wordt alleen toegepast als er sprake is van een kleine uitbreiding van een al op de locatie uitgeoefende bedrijfsmatige activiteit. Recreatiewoningen die, al dan niet gedurende langere periode, permanent worden bewoond, kunnen eveneens vrijgesteld worden van de parkeereis.
De vrijstellingsregeling is niet bedoeld voor uitbreidingen van al bestaande woningen, het splitsen van woningen en/of andere aanpassingen aan (bestaande) woningen.
5.3 Saldering bij functiewijziging
Bij een functiewijziging blijft een gebouw staan of blijft een perceel of kavel in gebruik maar krijgt het een nieuwe functie. In veel gevallen leidde de oorspronkelijke bestemming ook tot een parkeerbehoefte. De parkeerplaatsen in de openbare ruimte bestemd om deze parkeerbehoefte te faciliteren, kunnen worden hergebruikt om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie (gedeeltelijk) op te lossen. Dit principe wordt salderen genoemd.
In principe vindt saldering plaats naar piekbelasting tenzij de betrokken parkeerplaatsen op de dal momenten invulling geven aan een parkeervraag buiten de ontwikkeling. Als parkeerplaatsen op dal momenten invulling geven aan een parkeervraag buiten een ontwikkeling, worden de ontwikkelingen die van de parkeerplaatsen gebruik maken in de berekening betrokken of het zijn openbare parkeerplaatsen.
Een aandachtspunt bij salderen is een mogelijke verschuiving van het moment waarop een functie haar parkeerbehoefte genereert. Met de werkmethode die de gemeente hanteert, wordt zo veel mogelijk voorkomen dat onjuiste verrekeningen van de oude parkeerbehoefte worden gedaan (zie onderstaande rekenvoorbeeld). De oude en nieuwe parkeerbehoefte wordt voor ieder dagdeel gesaldeerd. Bij woningen zijn het parkeren voor bewoners en het parkeren voor bezoekers twee verschillende functies.
Standaard is het dagdeel waarop de parkeervraag het hoogst is, maatgevend en wordt aangehouden als de nieuwe parkeerbehoefte. Hiervoor wordt per dagdeel een salderingsberekening gemaakt zoals in onderstaand voorbeeld.
Parkeerplaatsen die exclusief ter beschikking stonden van de oude functie kunnen op alle dagdelen worden gesaldeerd. Indien de parkeerplaatsen deel uit maken van de parkeeroplossing van omliggende functies worden deze ook in de berekening verwerkt.
Gesaldeerd mag worden over uitsluitend het meest recente legale gebruik in de afgelopen 5 jaar. Indien een pand of perceel langer dan 5 jaar geen of een tijdelijke functie heeft gehad, mag niet gesaldeerd worden. Dat geldt ook indien een pand of perceel in de afgelopen 5 jaar (gedeeltelijk) tijdelijk als parkeervoorziening is gebruikt.
Een termijn van 5 jaar wordt gehanteerd omdat er van uitgegaan wordt dat de in de openbare ruimte aanwezige parkeerbehoefte van een functie is ingenomen door andere functies van nabij gelegen kavels en bouwplannen of door autonome groei van de parkeervraag en daardoor feitelijk niet meer aanwezig is.
6. Toekomstbestendige parkeeroplossingen
Het is van belang dat alle afspraken die gemaakt worden tussen de gemeente en initiatiefnemers over de parkeeroplossing op de juiste manier worden geborgd. Zo wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot parkeeroverlast in de omgeving.
6.1 Van de theoretische naar een praktische parkeeroplossing
Uit het in hoofdstuk 4 beschreven toepassingskader volgt een theoretische parkeeroplossing. Om te waarborgen dat deze oplossing ook in de praktijk tot de gewenste parkeersituatie leidt, wordt de theoretische parkeeroplossing vertaald naar de praktische parkeersituatie. De gemeente Bergen legt in de omgevingsvergunning, waar noodzakelijk geacht, vast op welke wijze de beoogde parkeersituatie geborgd wordt.
6.2 Vastlegging in de omgevingsvergunning: kwantitatief en kwalitatief
In de omgevingsvergunning wordt opgenomen welke parkeereis toebehoort tot de te realiseren functies in een nieuwbouw- of transformatieontwikkeling. Ten aanzien van parkeren worden in ieder geval de volgende aspecten benoemd:
In een nadere aanwijzing kan worden ingegaan op bezoekers van bewoners. Op het moment dat ervoor wordt gekozen om deze doelgroep in een private parkeervoorziening te laten parkeren, moeten zij ook van deze voorziening gebruik kunnen maken. Een van de vragen die moet worden beantwoord is: hoe betreden bezoekers van bewoners de parkeervoorziening?
In de gebruiksfase zal worden gecontroleerd of hetgeen in de omgevingsvergunning is vastgelegd ook op dezelfde manier in de praktijk is georganiseerd.
6.3 De beschikbaarheid, ook in de toekomst goed geregeld: privaatrechtelijke afspraken
Wanneer de parkeereis niet of niet volledig op eigen terrein wordt gerealiseerd en er sprake van een afwijking is, moet een afwijkingsbesluit worden genomen én moet een parkeerovereenkomst worden afgesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Afhankelijk van het eigendom van de grond worden afspraken over toekomstig gebruik waar mogelijk in een private overeenkomst opgenomen. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt over:
In de praktijk kent een ontwikkeling vaak meerdere fases, maar ook verschillende eigendomssituaties. Een initiatiefnemer is niet altijd de bouwer. De eigenaar is niet altijd de eindgebruiker. Investeringsmaatschappijen, beleggers en makelaars passeren vaak de revue. Het is zaak dat, bijvoorbeeld door middel van een kettingbeding, de afspraken over het gebruik en onderhoud van een parkeervoorziening goed worden doorgelegd, ongeacht de eigendomssituatie.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Bergen in de openbare raadsvergadering van donderdag 25 september 2025.
Mw. J.G.S. Pijnenborg
Griffier
Dhr. J. Bond
Voorzitter
Bijlage 5 Aanvullende definities functies
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-432448.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.