Gemeenteblad van Dijk en Waard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dijk en Waard | Gemeenteblad 2025, 401199 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dijk en Waard | Gemeenteblad 2025, 401199 | beleidsregel |
Beeldkwaliteitsplan Proeftuin De Frans
Datum collegevergadering: 1 juli 2025
De Frans is een gemengd gebied in het hart van de Gemeente Dijk en Waard. Het is een langgerekt gebied van circa 22 hectare, waar vooral wordt gewerkt en geleerd.
De Frans zal de komende jaren een transitie ondergaan en veranderen van werkgebied naar een gevarieerd woon-, leer- en werkmilieu. In deze transformatie komen verschillende hedendaags opgaven samen: de klimaat- en de woningbouwopgave, de energie- en de mobiliteitstransitie. Deze opgaven vragen dan ook om een andere aanpak van verstedelijken. In een organische gebiedsontwikkeling wordt De Frans stapsgewijs ontwikkeld richting een eindbeeld.
In opdracht van de Gemeente Dijk & Waard heeft SITE Urban Development met MORE Architecture in samenwerking met de gebiedspartners gewerkt aan de gebiedsvisie voor De Frans, die deze gebiedsontwikkeling vorm moet geven. Deze gebiedsvisie beschrijft de ambities voor ‘Proeftuin De Frans’. De inzet is stevig: De Frans is een nieuwe vorm van stedelijke ontwikkeling, met een gezonde toekomstbestendige leefomgeving, is divers, herkenbaar en samenhangend, verbonden, een voorloper in de mobiliteitstransitie en vormt experimenteerruimte voor de duurzame stad.
In een serie thematische ateliers is het gebiedsconcept ontwikkeld. Hiervoor zijn acht gebiedsessenties geformuleerd, die de basis vormen van het gebiedsconcept. Het plan wordt ontwikkeld volgens de strategie ‘Developing Apart Together’. Uitgangspunt is de Fitte Frans: en gebied gericht op een leven lang leren, en lang leren leven. De Frans verdelen we onder in vijf complementaire deelgebieden. De Levensader vormt hierin de verbinder en activator. We gaan uit van een gezond mobiliteitsprincipe, en De Frans is tenslotte een toekomstbestendige en duurzame gebiedsontwikkeling.
De gebiedsvisie is uitgewerkt in een flexibel ruimtelijk kader op basis van stedenbouwkundige ‘vuistregels’. Deze vuistregels beschrijven het kwalitatief ruimtelijk kader waarbinnen de verschillende deelgebieden kunnen transformeren. In De Frans ontstaan vijf complementaire deelgebieden: De Kop, Het Hof, Het Hart, De Campus en De Tuin. Omdat elk deelgebied zijn eigen identiteit heeft, variërend in dichtheid, typologie en programma gelden en per deelgebied specifieke vuistregels.
De Kop sluit aan bij het stedelijke karakter van de ontwikkeling van het Stationskwartier en de Onderwijstuin. Het Hof geeft ruimte voor rust en reflectie. Het Hart bruist door zijn rijke programmamix die uitnodigt tot verblijven. De Campus wordt een gemengd gebied waarin ook lokale bedrijven, creatieve ondernemers en onderwijsinstellingen met elkaar verbonden zijn. De Tuin wordt gekenmerkt door ruimte in een groene omgeving. De Levensader loopt door het hele plangebied en bindt de verschillende sferen, dynamieken en uitstralingen van de deelgebieden samen.
Doel en werking beeldkwaliteitsplan
Dit beeldkwaliteitsplan geeft sturing aan de beoogde ontwikkelplannen van ontwikkelaars en architecten, en is tegelijkertijd een toetsingskader en inspiratiedocument. Het beeldkwaliteitsplan is naast de Stedenbouwkundige Vuistregels Proeftuin De Frans één van de twee sturende en toetsende documenten voor de gebiedsontwikkeling. Beide documenten zijn ook toetsingskader voor beoordeling door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
In de vuistregels zijn de ruimtelijke kaders voor de gebiedsontwikkeling weergegeven, de spelregels om tot een succesvolle planontwikkeling op een locatie te komen, op basis van een goed uitgewerkt planconcept.
Het beeldkwaliteitsplan is een verdere uitwerking hiervan en geeft sturing aan de beoogde kwaliteit in het gebied, zoals de specifieke architectuur, expressie, het materiaal- en kleurgebruik en de relatie met de openbare ruimte.
De architectuuropgave voor De Frans is een heel wezenlijk onderdeel van het ontwikkeltraject. De Frans heeft veel vastgoedeigenaren en zal stapsgewijs worden ontwikkeld en gerealiseerd. Dit betekent dat meerdere architecten aan de uitwerking zullen werken. Ontwikkelende partijenzijn verplicht om bij de start van het ontwikkeltraject een architectenselectie te organiseren. Een proces waarin op basis van een uitvraag en een voorselectie drie architectenbureaus worden gevraagd om een visie op de opgave te presenteren en voor de opgave relevante, eigen referenties te tonen. De gemeente zou als adviseur in de selectiecommissie kunnen plaatsnemen. In de uitwerking nemen de architecten kennis van voorgaande ontwikkelplannen, elkaars werk en zorgen voor afstemming met als doel om tot een afgestemde beeldtaal te komen.
De afgelopen decennia heeft de groeikern Heerhugowaard zich razendsnel ontwikkeld, door het bouwen van grootschalige woonwijken in de polder. Deze woonwijken zijn afleesbaar als ‘jaarringen’ in de stad. Wijken als Schrijverswijk, Molenwijk, Butterhuizen en de Stad van de Zon liggen als grote ‘eilanden’ in Heerhugowaard, herkenbaar door gemeenschappelijke vorm en kleur. Die herkenbaarheid ligt ten grondslag aan het Beeldkwaliteitsplan voor De Frans
De gebiedsontwikkeling van De Frans is echter wezenlijk anders dan die van de eerder genoemde wijken. De Frans is een binnenstedelijk transformatiegebied dat zich organisch gaat ontwikkelen tot een gemengd leefmilieu. Daarnaast is De Frans zowel stedenbouwkundig als (ten dele) architectonisch een nieuwe typologie in Heerhugowaard.
Elk deelgebied in De Frans wordt gekenmerkt door een eigen stedenbouwkundige opzet. Hierdoor ontstaan er verschillende leefmilieus met ieder, per deelgebied hun eigen identiteit. Op gebouwniveau heeft elk gebouw binnen De Frans zijn eigen uitstraling en verschijningsvorm. We stellen voor om De Frans op een vergelijkbare manier als de eerdere grote gebiedsontwikkelingen herkenbaar te maken als eenheid. De Frans breed ontstaat een herkenbaar beeld waarin tegelijkertijd ruimte is voor diversiteit op gebouwniveau. De openbare ruimte is ontworpen als één doorlopende ervaring. De wisselwerking tussen eenheid en verscheidenheid is het uitgangspunt van dit Beeldkwaliteitsplan.
2. Ambitie: eenheid en verscheidenheid
Elk deelgebieden wordt gekenmerkt door een eigen stedenbouwkundige opzet. Op deze wijze ontstaat op stedenbouwkundig niveau door De Frans heen verscheidenheid. Elk gebouw heeft door zijn unieke ligging in een deelgebied, relatie met de directe context, programma en ontwikkeltijd, zijn eigen opzet. Gedurende de ontwikkeling van De Frans zullen verschillende initiatiefnemers en architecten, met allen hun eigen voorkeur ervoor, zorgen dat er een rijkdom aan verschijningsvormen van de verschillende gebouwen ontstaat.
Daarnaast zijn er in De Frans ook bestaande maatschappelijke gebouwen. De bestaande gebouwen fungeren door hun maatschappelijke karakter als ‘ankers’ in de stedelijke structuur, zoals de verschillende scholen. Daarbij is het wenselijk dat in het geval van bestaande maatschappelijke gebouwen niet alleen sloop-nieuwbouw plaatsvindt, maar er ook (en vooral!) gestreefd wordt naar hergebruik en transformatie. Doorbouwen op het bestaande is niet alleen duurzamer, het versterkt ook de verscheidenheid en gelaagdheid in De Frans.
Tegelijkertijd streeft de gebiedsontwikkeling in De Frans naar een herkenbare eenheid. Dit doen we aan de hand van een aantal basisprincipes die ervoor zorgen dat De Frans zowel op stedenbouwkundig- als op gebouwniveau als één gebiedsontwikkeling afleesbaar is. Hiervoor zijn de onderstaande basisprincipes gedefinieerd:
Door te sturen op deze basisprincipes ontstaat bij een wandeling door De Frans een ‘doorlopend verhaal’ op het gebied van openbare ruimte, kleur, textuur en architectonische elementen, maar ontstaan accent verschillen per deelgebied en gebouw. Kortom: eenheid en verscheidenheid.
De basisprincipes worden op de volgende pagina’s nader toegelicht.
3.1. Basisprincipe - eenheid in kleurtoon
Een gebalanceerd kleurenpalet zorgt De Frans breed voor eenheid en maakt het gebied als dusdanig visueel direct herkenbaar. Het kleurenpalet vindt zijn oorsprong in kleurkeuzes gemaakt in de verschillende wijken van de groeikern Heerhugowaard. Doordacht kleurgebruik op gebouwniveau zorgt voor heldere afleesbare gebouwvolumes. Om de afleesbaarheid van de gebouwen te versterken zijn de verschillende gevelelementen in kleur gelijkwaardig of lichter dan de kleur van het gevelmateriaal. Hierdoor wordt eerst het gebouwvolume ‘gelezen’, en daarna pas gevelopeningen en andere gebouwonderdelen.
3.3 Basisprincipe - eenheid in textuur
De transformatie van De Frans is een meerjarig proces waarin tegelijkertijd ook een materiaaltransitie plaats zal vinden. Om die reden is besloten om in De Frans niet specifiek op één materiaal te sturen. De initiatiefnemer en architect zijn vrij in de materiaalkeuze voor het gebouw. Uitgangspunt is echter wel het gebruik van materialen met een duidelijke textuur. Dit zorgt voor afleesbaarheid van materialiteit in de gevel, schaduwwerking en versterking van de identiteit van een gebouw.
3.4 Basisprincipe - eenheid in architectuur
In dit beeldkwaliteitsplan wordt specifiek op een aantal architectonische elementen gestuurd. Door hierop te sturen ontstaat De Frans breed een eenduidig beeld dat uitgaat van de afleesbaarheid van het bouwvolume. Alle gevels gaan uit van menselijke schaal en maat. In elk ontwerp wordt er binnen dezelfde architectuurtaal een onderscheid gemaakt tussen de plint (begane grond) en de hoger gelegen verdiepingen.
In het verlengde van de criteria op p.12 onderscheidt de plint zich op een subtiele wijze van de boven gelegen verdiepingen. Zowel programmatisch als architectonisch is de plint belangrijk: het is de plek waar bewoners en bezoekers van De Frans gebouwen benaderen en aanraken. De ervaring op ooghoogte, gericht op de gebruiker vraagt, daarom een kwalitatief hoogwaardige uitwerking.
Gedeelde woonentree van de woonblokken
In de plint bevinden zich ook de gedeelde entrees voor de bovengelegen woningen. De route van de gedeelde entree naar de eigen woning is zorgvuldig vormgegeven. Dit begint bij de gedeelde woonentree die in het straatbeeld als zodanig helder afleesbaar is.
De Delftse stoep vormt een zachte overgang tussen de openbare ruimte en de woning. De Delftse stoep is een relatief eenvoudig ontwerpelement dat sociale cohesie stimuleert. Het is enerzijds een ruimte waar bewoners hun individualiteit kunnen uitdrukken en anderzijds is het ook de plek waar je je buren ontmoet. In alle deelgebieden, op De Tuin na vormt de Delftse stoep een belangrijk onderdeel van de ontwerpopgave. In het deelgebied De Tuin De Tuin wordt de Delftse stoep vormgegeven als een terras.
De verschillende gevels vormen een eenheid door het gebruik van dieptewerking in de gevel. Gevelopeningen zijn voorzien van diepe neggen om ritmiek, schaduw en afleesbaarheid te creëren. Elke gevelopening is zorgvuldig en hoogwaardig vormgegeven door middel van bijvoorbeeld een latei of rollaag.
Goede buitenruimte op hoogte is van wezenlijke betekenis voor het wooncomfort. Het vergroenen van buitenruimtes om bijvoorbeeld de biodiversiteit te stimuleren wordt aangemoedigd. In De Frans wordt ingezet op buitenruimtes (balkons) die onderdeel zijn van het architectonisch volume die aansluiten op de geometrie en materialisering van het gebouw.
Entrees voor techniekruimtes (trafo’s, afvalcontainers, etc.), fiets- en autoparkeervoorzieningen zijn zorgvuldig ingepast in het gevelontwerp. Ook deze elementen zijn een onderdeel van de architectonische taal van het gebouwontwerp.
In De Frans wordt uitgegaan van platte daken die samen een daklandschap creëren dat varieert in hoogte, maar rustig van vorm is. De daken zijn zorgvuldig ontworpen en worden gezien als een vijfde gevel van het gebouw. Daar waar gedeelde daktuinen ontstaan wordt ingezet op vergroening.
Om goed te kunnen sturen en toetsen op kwaliteit en samenhang in het gebied De Frans zal een gemeentelijk kwaliteitsteam (Q-team) de ontwikkelplannen begeleiden. De vuistregels en het beeldkwaliteitsplan zijn daarbij de leidende kaders samen met het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Het Q-team voor De Frans bepaald gedurende het proces wanneer de plannen in de afzonderlijke fases van het ontwerpproces worden voorgelegd aan de CRK. Dat kan zowel voor collegiaal overleg of voor toetsing van een ontwerpfase. Na akkoord van zowel het ontwerpteam als de CRK kan doorgegaan worden met de volgende ontwerpfase. We onderscheiden hierin: initiatieffase (stedenbouwkundige inpassing en concept), het schetsontwerp (SO), het voorlopig ontwerp (VO) en het definitief ontwerp (DO).
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)
De formele kwaliteitstoetsing van planinitiatieven zal in de verschillende fasen van de ontwikkeling worden gedaan door Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. (CRK).
Het Q-Team komt maandelijks bij elkaar en bestaat uit de gemeentelijk projectleider, de projectsecretaris, een stedenbouwkundige van de gemeente, een vertegenwoordiger van de CRK en een extern stedenbouwkundige supervisor. Het is ook mogelijk om in de initiatieffase van een planontwikkeling een workshop te houden met het Q-team.
De complexiteit van deze transformatieopgave, de schaal van het plangebied en de verschillende snelheden waarmee de planvorming tot stand komt, vraagt om een flexibele benadering van de vuistregels en het beeldkwaliteitskader. Daarom is het mogelijk om, mits in de geest van de regel en goed beargumenteerd, in overleg met het Q-team en de CRK, af te wijken van het beeldkwaliteitskader.
Het kwaliteitsbeoordelingsproces is weergegeven in onderstaand schema:
|
Visie op opgave, stedenbouw- kundig en architectonisch concept, situatie, massa en volume, doorsneden, 3D, maquette 1:500, programma |
|||
Op grond van het gewenste woningbouwprogramma waarvan een aanzienlijk deel betaalbaar is, weten we uit ervaring dat de haalbare bouwkundige kwaliteit (zoals beschreven in dit beeldkwaliteitsplan) in relatie staat tot de financiële haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling. Dit kan leiden tot discussie bij de betrokken ontwerpteams. Dit spanningsveld en discussie kan aanleiding zijn om op onderdelen af te wijken van de uitgangspunten. Met afwijken wordt bedoeld afwijkingen in kwalitatieve zin of afwijkingen in het aangeboden woningbouwprogramma. Dit zijn situaties waarbij de ontwikkelaar en architect of de toetsende instanties behoefte hebben om te overleggen over het maken van keuzen. Om hierop te kunnen anticiperen wordt voorgesteld om de mogelijkheid van sparringmomenten in het proces in te bouwen. Momenten waarop ontwikkelaar/architect, projectleiding/planeconomie en kwaliteitsbewaking om de tafel gaan. Gezamenlijk kunnen dan keuzen worden gemaakt waarbij het belang van het gewenste woningbouwprogramma en de gewenste kwaliteit niet uit het oog wordt verloren. Eventuele afwijkingen worden alleen besproken wanneer de ontwikkelende partij volledige transparantie biedt in het stichtingskostenoverzicht. Indien nodig kunnen keuzen vroegtijdig in de vorm van collegiaal overleg worden voorgelegd aan het Q-team en/of de CRK.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-401199.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.