Gemeenteblad van Berkelland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berkelland | Gemeenteblad 2025, 383776 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Berkelland | Gemeenteblad 2025, 383776 | beleidsregel |
Beleidsregels voor de handhaving van de Apv en bijzondere wetten Berkelland 2025
In onze gemeente streven we naar een veilige en leefbare omgeving voor al onze inwoners en bezoekers. Berkelland is een gemeente met een breed scala aan activiteiten en ondernemingen, waaronder de wel 400 evenementen. Deze evenementen variëren van kleine lokale bijeenkomsten tot grotere festiviteiten. Berkelland heeft daarnaast ongeveer 955 ondernemers in de sector handel en horeca. Evenementen en horeca dragen bij aan de leefbaarheid en gezelligheid binnen de gemeenschap. Om de openbare orde en veiligheid te waarborgen, zijn vergunningen en ontheffingen noodzakelijk voor alle activiteiten en ondernemingen die onder de Algemene plaatselijke verordening (Apv) en bijzondere wetten (zoals de Alcoholwet) vallen. Deze vergunningen en ontheffingen zorgen ervoor dat evenementen, horecagelegenheden en andere gezelligheidsactiviteiten binnen de gestelde kaders plaatsvinden en mogelijke risico’s en onveilige situaties worden geminimaliseerd.
Naast de activiteiten waarvoor vergunningen en ontheffingen vereist zijn, zijn er ook overtredingen van de Apv waarvoor geen vergunning of ontheffing mogelijk is. In dat soort gevallen kunnen wij bestuurlijke maatregelen treffen om herhaling te voorkomen of de overtreding te doen stoppen. Door deze aanpak zorgen we ervoor dat de regels worden nageleefd en de veiligheid en leefbaarheid binnen onze gemeente gewaarborgd blijft.
De procedures voor het verlenen en verstrekken van dergelijke vergunningen en ontheffingen zijn helder en goed geregeld. In de praktijk blijkt het echter lastig om vanuit de handhaving effectief op te treden in situaties waarin overtredingen worden geconstateerd en de aanwijzingen van de boa's niet worden opgevolgd. Bij geconstateerde overtredingen van de Apv waarvoor geen vergunning of ontheffing mogelijk is, ontbreekt het eveneens aan richtlijnen. Er ontbreekt een eenduidige aanpak voor dit soort situaties. Daarnaast is het ook niet altijd duidelijk welke (juridische) mogelijkheden er zijn om de overtreding ongedaan te maken en/of een volgende overtreding te voorkomen. Dit kan leiden tot onduidelijkheid en inconsistentie in de handhaving, wat de effectiviteit van onze inspanningen ondermijnt.
Om deze uitdaging aan te pakken, is handhavingsbeleid ontwikkeld. Dit beleid zal niet alleen richtlijnen bieden voor het optreden bij overtredingen, maar ook zorgen voor een uniforme en transparante aanpak.
1.2 Doel en begripsomschrijving
De Beleidsregels voor de handhaving van de Apv en bijzondere wetten Berkelland 2025 is beleid dat wordt opgesteld om overtredingen van wetten en regels effectief aan te pakken.
Het handhavingsbeleid heeft tot doel:
Handhaving is er voor het waarborgen van normconform gedrag en is op zijn plaats als duidelijk is dat de normen niet worden nageleefd. Handhaving is dan ook vaak repressief. Daarnaast kan handhaving ook gericht zijn op herstel, waarbij maatregelen worden genomen om de overtreding ongedaan te maken en toekomstige overtredingen te voorkomen. Of er handhavend wordt opgetreden is steeds afhankelijk van ernst en aard van de geconstateerde overtreding.
Handhaving is uiteindelijk het sluitstuk van dit proces. Handhaving is alleen nodig als er ondanks alle inspanningen vooraf van de betrokken partijen toch (risico’s op) onwenselijke situaties ontstaan vanwege een overtreding van de regels of voorschriften.
In hoofdstuk 2 wordt het juridische kader uitgewerkt. De wettelijke basis voor het toezicht en de handhaving wordt in paragraaf 2.1 toegelicht. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de relevante wet- en regelgeving uiteengezet. Paragraaf 2.2.1 behandelt relevante wet- en regelgeving voor horeca en evenementen en paragraaf 2.2.2 de overige relevante overtredingen van de Apv. In hoofdstuk 3 wordt eerst in paragraaf 3.1 een toelichting gegeven op het handhavingsbeleid. Daarna wordt in paragraaf 3.2 een toelichting gegeven op de mogelijke bestuurlijke maatregelen. Ter illustratie en onderbouwing van dit handhavingsbeleid is in bijlage A een stappenplan opgenomen. Vervolgens volgt in bijlage B een handhavingsmatrix voor evenementen, in bijlage C een handhavingsmatrix voor horeca en in bijlage D een handhavingsmatrix voor relevante overige overtredingen van de Apv.
Artikel 174, eerste lid, Gemeentewet draagt het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven op aan de burgemeester. Het is de burgemeester die de evenementenvergunning verleent. Dit staat in artikel 2:25, eerste lid, Apv. Daarnaast is de burgemeester bevoegd tot vergunningverlening bij horecabedrijven. Dit staat in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet. De handhaving ligt dus ook primair bij de burgemeester.
Voor een klein aantal onderdelen is het college bevoegd (onder andere geluid, gebruik van de weg en standplaatsen buiten een evenemententerrein).
De burgemeester is bij het toezicht bevoegd om bevelen te geven in concrete, acute situaties waarin de veiligheid of gezondheid wordt bedreigd. Dit staat in artikel 174, tweede lid, Gemeentewet. Zo kan de burgemeester het verstrekken van alcoholhoudende drank gedurende een bepaalde tijd verbieden bij een evenement dat door overmatig alcoholgebruik uit de hand dreigt te lopen. Ook kan hij beslissen om een café te sluiten indien een voorschrift betreffende de sluitingstijden herhaaldelijk niet wordt nageleefd. Verder kan worden gedacht aan een bevel tot het beëindigen van een evenement of het sluiten van een inrichting op grond van een acute brandgevaarlijke situatie.
Daarnaast heeft de burgemeester (in normale/reguliere situaties, dus buiten acute situaties) twee herstelmaatregelen om handhavend op te treden wanneer de voorwaarden van de vergunning en ontheffing of de regels van de Apv niet worden nageleefd. Op grond van artikel 125, derde lid, Gemeentewet is de burgemeester bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen indien de last dient tot handhaving van regels welke hij uitvoert. Een last onder bestuursdwang is een maatregel waarbij de overheid een overtreding laat beëindigen en de situatie laat herstellen, waarbij de kosten voor de uitvoering bij de overtreder worden gelegd als deze zelf niet tijdig actie onderneemt. Artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen. Een last onder dwangsom is een maatregel waarbij de overtreder een geldsom moet betalen als deze niet binnen een bepaalde termijn een overtreding beëindigt of herstelt. Ook kan de burgemeester een preventieve last onder dwangsom opleggen op grond van artikel 5:7 Awb om te voorkomen dat een overtreding plaatsvindt. Deze preventieve dwangsom wordt opgelegd als er een duidelijk dreigend gevaar is dat een overtreding zal plaatsvinden.
2.2 Relevante wet- en regelgeving
Voor dit handhavingsbeleid zijn de volgende wet- en regelgeving relevant:
En de eventuele rechtsopvolgers van deze regelgeving.
Hierna volgt een opsomming van relevante wet- en regelgeving in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid bij evenementen, horeca en overige overtredingen van de Apv. Deze opsomming richt zich op de meest voorkomende vormen van overtredingen en is niet uitputtend.
De onderstaande opsomming is niet uitputtend voor de geldende wet- en regelgeving met betrekking tot horeca en evenementen.
Bij het handhaven van de Alcoholwet wordt strikt toegezien op de naleving van de regels zoals vastgesteld in de Alcoholwet.1 Deze wet ziet onder andere op de vergunningsplicht bij het uitoefenen van een horecabedrijf of slijterijbedrijf, de eis dat de leidinggevende van het horecabedrijf en het slijtersbedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag moet zijn en het verbod op het schenken van alcoholhoudende dranken aan personen van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
Evenementen Algemene plaatselijke verordening
In artikel 2:24 van de Apv wordt een definitie van het begrip evenement gegeven. Onder evenement wordt verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Onder een evenement wordt ook verstaan:
Artikel 2:25, eerste lid, Apv bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden. Op grond van het bepaalde in artikel 2:25, derde lid, Apv kan het bevoegd gezag in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor evenementen. Op grond van artikel 1:6, eerste lid, sub c Apv kan een vergunning of ontheffing worden ingetrokken of gewijzigd als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen.
Geluidsvoorschriften Omgevingswet, Omgevingsplan, Algemene plaatselijke verordening
Er kunnen geluidsvoorschriften worden verbonden aan een horecavergunning. In het Omgevingsplan – Omgevingsplan gemeente Berkelland2 – staan de regels over geluid waaraan een horecabedrijf moet voldoen.
In de regels voor evenementen in gemeente Berkelland - regels3 - zijn de normen voor geluidsbelasting van verschillende soorten evenementen bepaald, uitgedrukt in decibel (dB). Deze normen worden (door het college) aan de evenementenvergunning als voorschrift verbonden en kunnen op grond van artikel 1:6 Apv (door het college) gehandhaafd worden.
Ontheffing sluitingstijden Algemene plaatselijke verordening
Op grond van artikel 2:29, eerste lid, Apv zijn openbare inrichtingen gesloten op maandag tot en met zondag tussen 2.00 uur en 6.00 uur. Op grond van artikel 2:29, tweede lid, Apv is het verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
In artikel 2:29, derde lid, Apv staat dat de burgemeester een ontheffing van de sluitingstijd kan verlenen. Deze ontheffing kan men verkrijgen door het horecaconvenant te ondertekenen. Dit convenant is privaatrechtelijk. Als men zich verbindt aan het horecaconvenant kan men een publiekrechtelijke ontheffing verkrijgen op grond van artikel 2:29, derde lid, Apv. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Wanneer de aan deze ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen, kan de ontheffing worden ingetrokken op grond van artikel 1:6, eerste lid, aanhef en sub c Apv.
Het horecabedrijf moet aan inrichtingseisen voldoen. Deze staan in de Alcoholwet4 en de Omgevingswet5 .
Evenementen hebben invloed op de buitenruimte. Naast een evenementenvergunning is er in steeds meer gevallen ook een ruimtelijke vergunning nodig, een zogenaamde omgevingsvergunning. Dit is volgens de rechtspraak onder andere afhankelijk van de duur, de mate van terugkeer, de omvang en de uitstraling van het desbetreffende evenement en het gebied waar het evenement wordt gehouden. De regels voor evenementen in gemeente Berkelland- regels6 - stelt kaders voor de vergunningverlening.
2.2.2 Overige overtredingen Apv
Bij het handhaven van de Algemene plaatselijke verordening (Apv) wordt strikt toegezien op de naleving van de regels zoals vastgelegd in deze verordening.7 De Apv bevat bepalingen die bijdragen aan de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid binnen de gemeente. Bijlage D bevat de ‘Matrix handhavingsstappenplan overige overtredingen Apv’. Deze matrix bevat de meest voorkomende overtredingen van de Apv en is niet uitputtend. Dit betekent dat ook gehandhaafd kan worden op overtredingen van de Apv die niet in deze matrix zijn opgenomen. Er kunnen bestuursrechtelijke maatregelen worden ingezet, zoals het opleggen van een dwangsom. Dit om overtredingen te beëindigen en herhaling te voorkomen. Daarnaast zijn de overtredingen in de Apv overtredingen waarbij zowel buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) als politieagenten de bevoegdheid hebben om zelfstandig op te treden tegen overtredingen van deze regels. Dit kan bijvoorbeeld door het opleggen van een strafbeschikking.
3.1 Toelichting handhavingsbeleid
De onderstaande toelichting van de handhavingsstrategie richt zich op de (praktische) tenuitvoerlegging van de handhaving op het gebied van openbare orde en veiligheid en vormt daarmee een aanvulling op de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024 Gemeente Berkelland8 en de VTH-strategie9 .
Een belangrijk uitgangspunt van de handhavingsstrategie is het aanmerken van de overtreder. Artikel 5:1, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft als definitie van overtreder ‘degene die de overtreding pleegt of medepleegt’. Een overtreder kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn (artikel 5:1, derde lid Awb). Er zijn verschillende overtreders, namelijk: de pleger, de medepleger, de medeplichtige en rechtspersonen en feitelijk leidinggevenden. Artikel 5:1, eerste lid, Awb omschrijft een overtreding als ‘een gedraging die in strijd is met bepaalde bij of krachtens enig wettelijke voorschrift’.
Artikel 1:4, tweede lid, Algemene plaatselijke verordening (Apv) stelt dat degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, verplicht is de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Het verbod en gebod richten zich tot de houder van de vergunning. In de regel zal de organisator van het evenement of de uitbater, leidinggevende en/of eigenaar van de horecaonderneming de houder van de vergunning of ontheffing zijn.
Het incidentele en kortdurende karakter van evenementen brengt met zich mee dat handhaven tijdens het evenement zelf lastig is. Het opleggen van een last vereist - spoedeisende situaties uitgezonderd - een schriftelijk besluit en het bieden van een zienswijzemogelijkheid. Hoewel het doorlopen van de verschillende stappen van de handhavingsstrategie gedurende de duur van een evenement mogelijk is, en de inzet van de handhavers daar ook op gericht zal zijn, is het stappenplan nadrukkelijk niet beperkt tot alleen het evenement waar een overtreding is geconstateerd. De op te leggen stappen hebben ook betrekking op volgende evenementen van de organisator.
Concreet: als er tijdens de kermis overtredingen worden geconstateerd, wordt een last onder dwangsom opgelegd (stap 1). Deze last is ook van toepassing op het eerst volgende evenement van de organisator (dus niet alleen de daarop volgende kermis). Wordt tijdens het volgende evenement dezelfde soort overtreding geconstateerd, dan verbeurt de overtreder de dwangsom en wordt het besluit tot invorderen genomen (stap 2). Er wordt dus nadrukkelijk voor gekozen de organisator als overtreder van artikel 2:25, eerste lid, Apv te beschouwen. Organisaties organiseren vaak niet eenmalig een evenement, maar doen dit regelmatig. De afzonderlijke evenementen kunnen worden beschouwd als opeenvolgende activiteiten van een en dezelfde entiteit. Indien organisatoren er voor kiezen om – ogenschijnlijk teneinde de opeenvolgende stappen te ontlopen – per evenement een vennootschap op te richten wordt zo nodig door een vennootschapsstructuur heen gekeken naar de moedermaatschappij.
Voor horecaondernemers geldt een vergelijkbare aanpak. Bij overtredingen van de Apv of andere relevante regelgeving, zoals het niet naleven van sluitingstijden, worden bestuurlijke maatregelen getroffen. Dit kan variëren van waarschuwingen en boetes tot het opleggen van een last onder dwangsom. Hierbij kan de persoon die zelf fysiek de verboden handeling verricht, de rechtspersoon of de feitelijke leidinggevende worden aangemerkt als overtreder. Indien een ondernemer herhaaldelijk in overtreding is, kunnen de maatregelen worden uitgebreid en verzwaard om herhaling te voorkomen en de naleving van de regels te waarborgen. Ook hier geldt dus dat het stappenplan niet beperkt is tot de dag waarop de overtreding is geconstateerd en de op te leggen stappen ook betrekking hebben op de komende periode.
Voor overtreders van de Apv geldt een vergelijkbare aanpak. Bij overtredingen van de Apv, zoals het vervoeren van inbrekerswerktuigen, kunnen bestuurlijke maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen kunnen variëren van waarschuwingen en boetes tot het opleggen van een last onder dwangsom. Indien een overtreder herhaaldelijk in overtreding is, kunnen de maatregelen worden uitgebreid en verzwaard om herhaling te voorkomen en de naleving van de regels te waarborgen.
Bij een geconstateerde overtreding wordt een proces-verbaal opgesteld door de politie dan wel een rapport door een boa. Meldingen van inwoners en omwonenden kunnen worden meegenomen in de overwegingen over het te nemen besluit. Deze meldingen kunnen slechts dienen als steunbewijs. Er dient altijd een proces-verbaal door de politie dan wel een rapport door een boa aanwezig te zijn voordat er kan worden overgegaan op handhaving.
Bij het doorlopen van het stappenplan geldt een verjaringstermijn. Deze termijn bedraagt twee jaar. Zijn er twee jaar verstreken zonder dat er nieuwe overtredingen zijn geconstateerd, dan start het stappenplan in beginsel weer van voor af aan. Dit om redenen van rechtszekerheid en het voorkomen van bewijsnood. Bij evenementen geldt een termijn van vijf evenementen. Dit om te voorkomen dat evenementen die slechts eenmaal per jaar worden georganiseerd feitelijk nooit het stappenplan kunnen doorlopen.
Afwijken van het handhavingsbeleid
Bij de keuze van de stappen wordt rekening gehouden met de eisen van de proportionaliteit en subsidiariteit. Artikel 3:4, tweede lid Awb stelt dat de nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Artikel 4:84 stelt dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.
In het geval van een ernstige overtreding, dan wel een cumulatie van overtredingen, kan maatwerk worden toegepast. In die situatie wordt er geen bestuurlijke waarschuwing gegeven, maar wordt er meteen een bestuurlijke maatregel opgelegd. Ook kunnen er in geval van een cumulatie van overtredingen of bij zeer ernstige overtredingen stappen uit het stappenplan worden overgeslagen. In het geval van een evenement kunnen verschillende maatregelen in één dag opgelegd worden aan een organisator indien er bij elke controle blijkt dat de overtreding plaatsvindt, deze voortduurt dan wel niet ongedaan gemaakt is.
Als de individuele situatie daarom vraagt, kan gemotiveerd worden afgeweken van de geldende maatregel uit het handhavingsbeleid. Er kan een maatregel worden overslagen of een extra maatregel worden ingebouwd en/of een hogere of lagere dwangsom worden opgelegd. Het afwijken van de handhavingsstrategie dient gemotiveerd te worden. Hierbij kan de ernst van de overtreding, een cumulatie van overtredingen en/of de mate waarin overlast en/of risico’s voor de openbare orde en veiligheid worden veroorzaakt worden meegenomen in de motivering.
3.2 Mogelijke bestuurlijke maatregelen
De volgende maatregelen vormen de stappen in het stappenplan. Los van de onderstaande stappen in het handhavingsbeleid kan de burgmeester op elk moment besluiten een situatie, zoals een evenement, stil te leggen als er sprake is van een concrete en acute situatie waarbij de veiligheid en/of gezondheid in het gedrag komt. Het voorgeschreven stappenplan wordt gevolgd in meer reguliere situaties, maar wordt niet gevolgd in bepaalde uitzonderlijke situaties zoals noodsituaties, grote verstoringen van de openbare orde, herhaaldelijke veelplegers en overtredingen met een grote maatschappelijke impact.
In het geval de (mogelijke) gevolgen van de overtreding nihil zijn en de overtreder goedwillend en proactief is door uit eigen beweging de overtreding te beëindigen, is het aanspreken/informeren van de overtreder passend. De overtreding wordt wel gedocumenteerd door de boa’s in het kader van dossieropbouw, maar er worden geen verdere bestuurlijke maatregelen ondernomen als de overtreding wordt hersteld en/of ongedaan wordt gemaakt.
Waarschuwing/ bestuurlijk gesprek
Afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding wordt een (mondelinge) waarschuwing gegeven als de aanwijzingen van de boa’s niet worden opgevolgd. Het gaat dan om situaties die in strijd zijn met vergunnings- of ontheffingsvoorschriften en/of andere wet- en/of regelgeving en die geen acute dreiging vormen voor de veiligheid, openbare orde of gezondheid maar de (mogelijke) gevolgen wel van belang zijn. In het geval van evenementen kan dit ook tijdens de opbouw van het evenement dan wel voor aanvang van het evenement gebeuren als de organisator niet de aanwijzingen van de boa’s opvolgt. Als de waarschuwing mondeling wordt gegeven, dient deze later alsnog schriftelijk bevestigd te worden.
Een bestuurlijk waarschuwing is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat tegen een bestuurlijke waarschuwing geen bezwaar- en beroepsmogelijkheid open staat.
Indien er sprake is van een matige- tot ernstige overtreding en/of een cumulatie van overtredingen, kan de overtreder ook uitgenodigd worden voor een waarschuwend gesprek op het gemeentehuis.
Indien er sprake is van een dusdanige ernstige overtreding met aanzienlijke en/of onomkeerbare (mogelijke) gevolgen, zoals het houden van een evenement zonder vergunning, is een waarschuwing niet op zijn plaats en wordt deze stap overgeslagen. Dit soort overtreden worden zo ernstig geacht, mede gelet op de bescherming van de openbare orde en veiligheid, dat er meteen een bestuurlijke maatregel wordt opgelegd. Uit de matrix B, C en D blijkt over welke overtredingen dit gaat.
Opleggen van een bestuurlijke maatregel: (preventieve) last onder dwangsom of last onder bestuursdwang
Indien de overtreder, al dan niet na de waarschuwing, de overtreding niet ongedaan heeft gemaakt dan wel de aanwijzingen van de toezichthouders niet heeft opgevolgd, wordt er een bestuurlijke maatregel opgelegd.
De maatregel dient aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit te voldoen. Dit betekent dat de maatregel niet verder dient te strekken dan strikt noodzakelijk. Daarnaast wordt bij de keuze uit verschillende bevoegdheden geen zwaardere bevoegdheid gebruikt dan op basis van redelijkheid gewenst is.
De bestuurlijke maatregel kan bestaan uit een last onder bestuursdwang (artikel 5:21 Awb) of een last onder dwangsom (artikel 5:32 Awb).
De hoogte van de dwangsom wordt bepaald op grond van de zwaarte van het geschonden belang enerzijds en anderzijds de beoogde effectieve werking van de dwangsomoplegging. Bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom wordt rekening gehouden met het economische voordeel dat de overtreder naar verwachting heeft behaald door de overtreding. Bij het opleggen van de dwangsom wordt uitgegaan van de bedragen zoals deze zijn genoemd in matrix B, C en D. Als de omstandigheden daar aanleiding voor geven, kan van deze bedragen worden afgeweken en gekozen worden voor een hoger of lager bedrag. Dit dient gemotiveerd te worden.
In beginsel dient iedere last een begunstigingstermijn te bevatten, tenzij er geen tijd nodig is om een overtreding (gedeeltelijk) te beëindigen of om herhaling van een overtreding te voorkomen. De begunstigingstermijn moet redelijk zijn. Dit betekent dat de termijn niet korter of langer mag zijn dan noodzakelijk is om de overtreding op te heffen. Wat redelijk is verschilt per geval.
Bij een constatering ter plaatse kan, afhankelijk van de situatie en de mogelijkheden, een begunstigingstermijn worden gegeven waarbij de overtreding binnen een ter plaatse te bepalen redelijke termijn dient te worden beëindigd. Na afloop van die termijn wordt de dwangsom verbeurd of de bestuursdwang toegepast. Bij veel overtredingen gaat het echter niet om het ongedaan maken van een overtreding, maar om het voorkomen dan wel nalaten van een herhaling van de overtreding. Bij deze gevallen hoeft geen begunstigingstermijn gegeven te worden, omdat de overtreder alleen moet stoppen met het opnieuw overtreden van de regels.
Voordat daadwerkelijk een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang wordt opgelegd, zal de overtreder op grond van artikel 4:8 Awb in de gelegenheid moeten worden gesteld een (mondelinge of schriftelijke) zienswijze naar voren te brengen.
Invorderen van de verbeurde dwangsom
Na het opleggen van een last onder dwangsom wordt bij een volgende overtreding de verbeurde dwangsom ingevorderd. Hiervoor wordt een invorderingsbeschikking vastgesteld volgens artikel 5:37 Awb. De overtreder wordt op de hoogte gesteld hoe hoog de dwangsom is die hij dient te betalen en binnen welke termijn dit dient te gebeuren.
Intrekken/weigeren vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan op grond van artikel 1:6, eerste lid aanhef en sub c, Apv worden ingetrokken of gewijzigd als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen. Mocht de overtreder herhaaldelijk de voorschriften van de vergunning of ontheffing niet nakomen en de aanwijzingen van de toezichthouders niet opvolgen, dan kan besloten worden om tot een intrekking van de vergunning voor (on)bepaalde tijd over te gaan dan wel een volgende aanvraag te weigeren. Dit zal met name het geval zijn in situaties waarbij er geen vertrouwen meer in de overtreder is dat hij of zij alsnog zichtbare inspanningen gaat leveren om volgens de regels en de voorschriften te handelen en te zorgen voor een veilige en ordelijke situatie.
Een bestuurlijke boete is een straf die de overheid kan opleggen als iemand de wet overtreedt, waarbij de overtreder een geldboete moet betalen. Dit staat in artikel 5:40 van de Awb. Anders dan de voorgaande maatregelen is de bestuurlijke boete een ‘bestraffende sanctie’, bedoeld om pijn te doen (‘leed toe te voegen’).
Bij bepaalde overtredingen van de Alcoholwet kan een bestuurlijke boete bij besluit worden opgelegd. Uit de matrix C blijkt over welke overtredingen dit gaat.
26 augustus 2025
De burgemeester van Berkelland,
drs. J.H.A. van Oostrum.
Burgemeester en wethouders van Berkelland,
de secretaris,
drs. J. Jonker drs.
de burgemeester,
J.H.A. van Oostrum
Bijlage A: Stappenplan handhaving openbare orde en veiligheid
Binnen gemeente Berkelland werken wij met het onderstaande stappenplan. Afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding is het mogelijk om stappen over te slaan. Bij de totstandkoming van het onderstaande stappenplan is de interventiematrix van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) in acht genomen. 10
Dit stappenplan ziet op bestuursrechtelijke maatregelen. Naast de genoemde bestuursrechtelijke maatregelen kan bij ernstige of herhaaldelijke overtredingen eveneens strafrechtelijk worden opgetreden.
⃰ OOV = Openbare Orde en Veiligheid
Bijlage B: Matrix handhavingsstapenplan Evenementen
De evenementen worden in vier categorieën verdeeld. Hierbij wordt uitgegaan van de onderverdeling van evenementen zoals vermeld in de Regels voor evenementen. 11
Bij het bepalen van de hoogte van de last onder dwangsom wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen evenementen. De percentages geven aan welk deel van de totale last onder dwangsom van toepassing is op elk type evenement:
Bijlage C: Matrix handhavingsstapenplan Horeca
|
Het zonder daartoe strekkende vergunning het horecabedrijf of slijtersbedrijf uitoefenen (art. 3, lid 1, Alcoholwet) |
|||||
|
Het zich niet houden aan de verbonden voorschriften en beperkingen van een vergunning (art. 25a Alcoholwet) |
|||||
|
Het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank zonder ontheffing bij een bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard (artikel 35 Alcoholwet) |
|||||
|
Het niet naleven van de evenementenregels door een horecaondernemer op diens terras of op de openbare weg tijdens een evenement op het evenemententerrein |
|||||
|
Overtreden openingstijden terrassen (art. 7 Nadere regels voor terrassen gemeente Berkelland 2024) |
|||||
|
(Toegestaan: Alleen tijdens een evenement op een evenemententerrein met een geldige evenementenvergunning.) |
|||||
|
Vrije doorgang en obstakelvrije zone op en boven de weg (ar. 1 en 2 Nadere regels voor terrassen gemeente Berkelland 2024) |
|||||
|
Slecht levensgedrag en gevaar openbare orde, veiligheid of zedelijkheid (art. 8 Alcoholwet) |
|||||
|
Alcohol schenken aan personen die de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt (art. 20 Alcoholwet) |
Bestuurlijke boete 12 |
||||
|
Het niet aanwezig zijn van de op de alcoholvergunning vermelde leidinggevende (art. 24 Alcoholwet) |
Bijlage D: Matrix handhavingsstappenplan overige overtredingen Apv
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-383776.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.