Gemeenteblad van Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2025, 369286 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Groningen | Gemeenteblad 2025, 369286 | beleidsregel |
BKP Deelgebied West Beeldkwaliteitsplan
BKP Stadshavens Deelgebied West
Kernwaardes, Essenties en Eenheden
Specifiek en samenhangend stadsbeeld
Het stedenbouwkundige uitgangspunt is nadrukkelijk niet dat de verschillende buurtblokken zich ten opzichte van elkaar als ruimtelijke en programmatische eilanden onderscheiden. De opgave is om de verschillende buurtblokken op te laten gaan in een overkoepelend beeld dat past bij de verschillende openbare ruimtes waar de bebouwing aan komt te staan. De overkoepelende openbare ruimtes zijn het Damsterdiep, het Dwaalmilieu en het Eemskanaal.
De bebouwing aan het Damsterdiep is meer representatief (steviger en alles op één rij), en aan het Eemskanaal meer expressief (afwisselend, met op de hoeken haaks op de kade de hoogste bebouwing). De verschijning van de bebouwing aan de Dwaalstraat is interactiever (meer verspringend en fijnmaziger) ingevuld.
Op deze wijze ontstaat er een afwisselend maar samenhangend beeld waarbij maat en schaal van de bebouwing overeenkomen met de openbare ruimte.
De bebouwing van Stadshavens is stedelijk en afwisselend. Verschillende individuele gebouwen vormen samen een contrastrijke pandenstad. Om de verschijning van de verschillende zones en hun overkoepelende stadsbeeld (representatie, interactie, expressief) te sturen en te waarborgen, is een korrelcocktail per zone gedefinieerd.
De korrelcocktail legt de verhoudingen van hoogte ten opzichte van de breedte van een gebouw vast. Een ruime bandbreedte per zone waarborgt de flexibiliteit.
De volgende verhoudingen en bandbreedtes zijn voor Damsterdiep (DD), Dwaalmilieu (DM) grondgebonden woningen & appartementen en Eemskanaal (EK) gedefinieerd:
Breed-hoogte bebouwing / bandbreedtes per zone
De twee voorbeelduitwerkingen aan de rechterkant brengen in beeld hoe de proporties van de bebouwing veranderen, afhankelijk van de gekozen bandbreedte/percentages.
De werfvloer waarin de buurtblokken komen te staan creëert een doorlopende openbare ruimte die zich in alle richtingen uitstrekt. De contouren van de bebouwing van de blokken zijn vastgesteld en worden afgebakend door rooilijnen. Langs de werfvloer bevinden zich informele zones en formele entrees, ontworpen met aandacht voor de juiste mate van privacy voor de woningen, zodat actieve bewoning aan de werfvloer kan plaatsvinden.
De bebouwing aan de werfvloer heeft een stedelijke en open uitstraling.
De werfvloer loopt door in de openingen van buurtblokken en maakt de groene binnenhoven toegankelijk. De binnencontour van de blokken volgt uit het specifieke ontwerp van (delen van) de blokken. Goed ontworpen overgangen zijn belangrijk: de overgangszones naar de groene binnengebieden zijn tastbaar, open, uitnodigend en goed gedefinieerd.
De twee grote blokken met Stadstuinen (tussen Damsterdiep en Dwaalstraat) zijn gekenmerkt door een grote, samenhangende centrale groene tuin in volle grond. De adressen en overgangen zijn onderdeel van de architectuur en dragen bij aan de groene kwaliteit van het hof.
De hoven van de blokken aan het Eemskanaal zijn compacte groene hoven in volle grond. De overgangen tussen de bebouwing en het groene hof zijn onderdeel van het landschapsontwerp van het hof als geheel.
De buurtblokken verschijnen als ‘open’ blokken met ruime, groene binnenhoven die toegankelijk zijn voor het publiek.
Elk buurtblok heeft doorgaans vier openingen. Bij het positioneren van deze openingen en het ontwerpen van de routes wordt een bijzondere verbinding gecreëerd tussen het Damsterdiep en het Eemskanaal. Dit vereist een doordachte afstemming tussen de locatie van de openingen, de markering van deze openingen door omliggende gebouwen, de positionering van entrees langs de route en natuurlijk het ontwerp van de route zelf.
Conceptdiagram "Open en doorwaadbaar"
Stad voor iedereen - Sociaal en divers
Een buurtblok vormt de kern van sociale kwaliteit, met een sterke nadruk op diversiteit. Binnen elk blok wordt de diversiteit van een wijk of stadsdeel nagestreefd.
Architectonisch uit zich dit in een rijke en gevarieerde opbouw, met verschillende gebouwtypologieën, sociale ontmoetingsplekken en voorzieningen. Dit draagt bij aan een inclusieve benadering van ontwikkeling.
Een buurtblok is opgebouwd uit verschillende ‘ensembles’ van individuele gebouwen, elk met een eigen verschijning. Op het niveau van deze ensembles wordt een divers en levendig stadsbeeld gecombineerd met een doordachte en efficiënte indeling.
In de praktijk betekent dit dat niet elk gebouw afzonderlijk wordt behandeld in zijn organisatie, maar dat meerdere gebouwen gezamenlijk worden bekeken. Dit ‘schaalvoordeel’ biedt verschillende voordelen en mogelijkheden.
Bijvoorbeeld, ontsluitingen die op ensemble-niveau zijn ontworpen, kunnen ervoor zorgen dat meerdere volumes gebruikmaken van gedeelde faciliteiten zoals liften en trappenhuizen. De koppeling van verschillende gebouwen kan ook samengaan met het combineren van verschillende typologieën en categorieën van woningen.
Schematische plattegrond van een ensemble
De gebouwen van een ensemble rijzen aan de werfzijde doorgaans recht omhoog, terwijl het aan de hofzijde wenselijk is om te werken met getrapte volumes, gecombineerd met terrassen en daktuinen. Hierdoor ontstaat een gevarieerde en diverse verschijning van de bebouwing en een verschil tussen de 'hof'-zijde en de 'stad'-zijde.
De getraptheid van de bebouwing en de verschillende gebouwdieptes vormen de basis voor een diversiteit aan typologieën binnen een ensemble.
De overgangen tussen bebouwing en openbare ruimte, zowel aan de buitenzijde (werfvloer/kades) als aan de binnenzijde (hoven), zijn specifiek ontworpen. De overgangen aan de hofzijde zijn daarbij collectief vormgegeven, wat betekent dat meerdere gebouwen dezelfde aanpak volgen.
Schematische doorsnede noordelijke Stadstuin
Het schaalvoordeel van een (functioneel) ensemble kan mogelijkeden bieden voor de verschijning en het gebruik van het dakenlandschap van Stadshavens.
Door het samenvoegen van verschillende gebouwen ontstaat een groot, samenhangend daklandschap binnen een ensemble. Daardoor kunnen meerdere functies van substantiële maat en schaal worden gerealiseerd. Denk bijvoorbeeld aan daken die dienen als daktuinen voor bewoners of als energiedaken. Bovendien profiteren thema's zoals biodiversiteit en klimaatadaptatie van dit schaalvoordeel.
Schema dakenlandschap van een ensemble
Het schaalvoordeel van het (functioneel) ensemble biedt kansen voor gemeenschappelijke voorzieningen, zoals gedeelde fietsenstallingen, werk- en ontmoetingsruimtes, en gezamenlijke buitenruimtes. Dit bevordert ook de sociale duurzaamheid van de ontwikkeling.
Gebouwen uit één stuk met industriële uitstraling
De diversiteit van gebouwen en architectuur in Stadshavens is essentieel voor het creëren van een levendig en dynamisch stadsbeeld. Deze diversiteit draagt bij aan de esthetische, functionele en sociale kwaliteit van de wijk, wat resulteert in een aantrekkelijke stedelijke omgeving. Het beeldkwaliteitsplan omarmt de variatie in individuele gebouwen.
In Stadshavens wordt monotonie vermeden door een diverse mix van gebouwen naast elkaar te plaatsen: klein, groot, dik, slank, enzovoort. Elk gebouw is een herkenbare architectonische verschijning, schouder aan schouder.
Elk gebouw begint op het maaiveld en loopt door tot aan het dak, met een duidelijke identiteit en één hoofdmateriaal. Complexe, gefragmenteerde geometrie en veelvormigheid worden vermeden.
Het gevelthema en het karakter van het gebouw 'wikkelen' zich gelijkmatig om alle zijden, wat de alzijdigheid van de volumes versterkt. Achterkanten worden zoveel mogelijk vermeden.
Korrel en architectonische eenheden
In principe is elk gebouw ook een architectonische eenheid. In bepaalde delen van het gebied, zoals de Dwaalstraat, waar de ontwikkeling vooral bestaat uit kleinere korrels, kunnen verschillende individuele gebouwen worden gecombineerd tot één grotere architectonische eenheid. Dit zou voor meer variatie zorgen en eentonige rijen van kleinere volumes voorkomen.
Individuele gebouwen uit één stuk
De industriële uitstraling van de bebouwing is een belangrijk uitgangspunt van het beeldkwaliteitsplan. De vormgeving van de gebouwen is eenvoudig en functioneel, met nadruk op heldere lijnen en open, flexibele plattegronden. De gevels van de gebouwen worden gekenmerkt door herhaling.
De bebouwing heeft een strakke en logische gevelindeling. De gevels bestaan uit grote ramen of glazen delen die het ontwerp definiëren. Hoeken en overgangen tussen de gebouwen zijn strak en duidelijk vormgegeven. Verschillende gevelontwerpen zijn gewenst, bijvoorbeeld door variaties op neutrale rasterstructuren.
Gevels met industriële uitstraling
Gebouwen uit één stuk met industriële uitstraling
In de Stadswerf, aan de werfvloer is het beeld ‘stads’: het is een actieve, uitnodigende en rijke stad op ooghoogte. Door samenspel van mooie entrees, dieptewerking in de gevel, rijke materialisatie en actieve/te activeren voorzones (door o.a. groen en bankjes).
Adressen komen in verschillende soorten voor en zijn altijd onderdeel van de architectuur. Dit geldt ook voor de adressen en aansluitingen van de groene binnenhoven. Er moet gezorgd worden voor een gezonde, afwisselende mix van (formele en informele) adressen en privéruimtes aan de binnenhoven.
De eerste 6-7 meter vormt een architectonisch verbijzondering binnen de gevel van het pand. Gevels staan in principe in de rooilijn van het gebouw en voorzien in goed ontworpen ontmoetingen tussen binnen en buiten. Actieve voorzones zijn wenselijk, met name wanneer er wordt gewoond aan de openbare ruimte. De voorzone is als het ware een buitenkamer van de woning en biedt identiteit en privacy.
Een goed ontworpen overgang biedt de bewoners voldoende comfort (privacy) om actief aan de openbare ruimte te wonen. Bijvoorbeeld met een grote woonkeuken, eventueel zelfs met opendeuren naar buiten toe, of een aparte werk- of atelierruimte.
Het westelijke deelgebied van Stadshavens wordt de buurt van de ‘entrees’.
De begane grond van gestapelde woningtypen (appartementen) heeft altijd een directe toegang vanuit de openbare ruimte. Hierdoor wordt het aantal “voordeuren aan de straat” gemaximaliseerd, wat bijdraagt aan het levendige straatbeeld van Stadshavens.
De entrees van grondgebonden woningen en appartementen hebben een uitnodigend karakter. Ze zijn duidelijk herkenbaar en geaccentueerd in de vormgeving van het gebouw. De entrees van de appartementen zijn ontworpen als ruimtelijk aantrekkelijke lobby's.
Interactie tussen gebouw en openbare ruimte
In Stadshavens staat alle bebouwing 'groots' en 'uitnodigend' aan de openbare ruimte. De programmering van de begane grond zorgt voor een actieve en levendige uitstraling. Langs alle zijden van het blok zijn entrees gesitueerd om binnen-buitenrelaties te bevorderen.
Binnen en buiten vloeien in Stadshavens in elkaar over en stimuleren interactie. Dit geldt voor verschillende functies: wonen, werken, maar ook voor commerciële activiteiten en voorzieningen. Om deze interactie te optimaliseren, is het onwenselijk dat autoparkeren of bergingen direct achter de gevels van de entreezones liggen. Dit geldt in principe ook voor slaapkamers, maar deze functie kan eventueel op beschutte plekken in het plan worden gerealiseerd.
Inactieve gevels voor voorzieningen voor fietsparkeren, net als die voor autoparkeren, mogen het straatbeeld niet domineren. Ze moeten goed ontworpen zijn en mogen de actieve en levendige uitstraling van de bebouwing in Stadshavens niet verstoren.
Programmering van de begane grond
Attractief leven en werken op de begane grond is kenmerkend voor Stadshavens! De plinten zijn levendig en afwisselend in gebruik, en de ontmoeting tussen privé en openbaar is zorgvuldig ontworpen.
De begane grond en de eerste verdieping worden in principe als één geheel ontworpen. De eerste 6 à 7 meter hebben een open uitstraling en gaan in dialoog met de openbare ruimte. Dit betekent niet dat de eerste bouwlaag in Stadshavens altijd per se 6 meter hoog is; het gaat om de architectonische uitstraling.
De diverse niet-woonprogramma's hebben een specifieke verdiepingshoogte voor de begane grond; een voorbeeld hiervan is de verdiepingshoogte van een supermarkt.
Met het oog op duurzaamheid en mogelijke veranderingen in de functie van de begane grond kan een ruimere verdiepingshoogte voordelen bieden voor toekomstige aanpassingen.
Voorbeeld dubbelhoge begane grond
De ingrediënten van Stadshavens op ooghoogte
De illustraties op de volgende pagina's brengen de ingrediënten en ruimtelijke karakteristieken van de eerste 6-7 meter van de bebouwing in beeld. Daarbij worden verschillende ruimtelijke situaties in beeld gebracht, namelijk de eerste 6-7 meter van:
Illustratieve voorbeelduitwerkingen
Grondgebonden wonen/ woon-werken aan de Werfvloer
Illustratieve voorbeelduitwerking
Een typische situatie aan een groen binnenhof
Illustratieve voorbeelduitwerking
Commerciële en maatschappelijke functies aan een plein
Illustratieve voorbeelduitwerking
Illustratieve voorbeelduitwerking
De bebouwing aan het Eemskanaal
Sprekend en expressief dakenlandschap en buitenruimte
Dubbelgebruik van daken is een belangrijk uitgangspunt voor het ontwerp van de daken in Stadshavens. De dakvlakken van de gebouwen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt als privé buiten- en/of gemeenschappelijke ruimtes. Ook zijn groene daken gewenst! Ze kunnen worden gecombineerd met dakterrassen, houden water vast en verkoelen het kwartier. Dit daktype kan ook worden gecombineerd met bijvoorbeeld zonnepanelen. Goed ontworpen dakenlandschap bevordert bovendien mogelijkheden voor goed uitzicht vanaf de hogere bebouwing naar het Eemskanaal.
Er zijn in principe drie verschillende types daken:
1. Privé-/gemeenschappelijke daken en terrassen: Groene en leefbare buitenruimtes op de hogere verdiepingen. De terrassen bieden een groene omgeving, zelfs op hogere woonlagen, en maken mooie. uitzichten naar het Eemskanaal mogelijk. Op deze manier wordt de relatie met het water ook op de hogere verdiepingen voelbaar.
2. Groene/blauwe daken: Daken met beplanting die bijdragen aan de biodiversiteit en een aangename leefomgeving. Deze daken spelen ook een belangrijke rol in de hemelwaterhuishouding.
3. Energiedaken/techniek: Daken met zonnepanelen of andere duurzame energie-oplossingen. Ook daken die ingericht worden met zonnepanelen kunnen gecombineerd worden met groendaken. De technische installaties van deze daken moeten geïntegreerd zijn in het ontwerp van de daken en mogen de beeldkwaliteit van Stadshavens niet belemmeren.
Een divers daklandschap is wenselijk in Stadshavens. Verschillende dakvormen kunnen naast elkaar bestaan, zoals flauwe hellingen, sheddaken of platte daken. Deze vormen zijn herkenbaar en leesbaar vanuit de openbare ruimte. De nokrichting staat in principe altijd haaks op de straat. Torens krijgen een passende beëindiging, passend bij de maat en schaal van het gebouw.
Sprekend en expressief dakenlandschap en buitenruimte
Sprekend en expressief dakenlandschap en buitenruimte
Stadshavens biedt een variëteit aan buitenruimtes. Deze zijn deels als voorzones/entreezones ontworpen, maar ook balkons, loggia's en terrassen op de verdiepingen zijn privé buitenruimtes die directe invloed hebben op de beeldkwaliteit.
Privé buitenruimtes moeten logisch en ruimtelijk goed aansluiten op de plattegrond van een woning. De relatie tussen de privé buitenruimte en de leefruimte of keuken van de individuele huizen bepaalt de woonkwaliteit.
Esthetiek speelt een cruciale rol bij het ontwerpen van balkons en loggia's, aangezien deze elementen niet alleen functioneel zijn maar ook bijdragen aan de uitstraling van het gebouw. De uitstraling van de privé buitenruimtes moet altijd onderdeel zijn van het specifieke architectuurontwerp. Balkons, loggia's en terrassen moeten geïntegreerd worden in het architectuurontwerp van het gebouw. Dit omvat bijvoorbeeld afstemming in vorm, materiaalgebruik, kleurenschema's en textuur.
Balkons moeten passen bij de ruimtelijke context waarin de gebouwen staan. De balkons van gebouwen mogen bijvoorbeeld de heldere verschijningsvorm van het gebouwvolume niet verstoren of overheersen. Als balkons al op de eerste verdieping worden toegepast, mag dat geen negatieve invloed hebben op het gebruik van de openbare ruimte onder het balkon. Een extra hoge eerste verdieping kan bijvoorbeeld helpen balkons op de eerste laag goed te integreren.
De detaillering van balustrades, randafwerkingen en met name de onderaanzichten kan een groot verschil maken in de uitstraling. Daarom is de detaillering van bijzonder belang.
Balkons en loggia's en ook leefgalerijen bieden kansen voor landschapsarchitectuur, zoals plantenbakken, klimplanten of geïntegreerde irrigatiesystemen. Het gebruik van groen draagt bij aan de esthetiek door het toevoegen van natuurlijke elementen en het verbeteren van het microklimaat.
Privé buitenruimte mogelijkheden ter illustratie
Sprekend en expressief dakenlandschap en buitenruimte
Materiaal en duurzaam materiaalgebruik
Het materiaalgebruik in Stadshavens is divers en kleurrijk. Er wordt een breed scala aan materialen toegepast.
De materialisatie en detaillering sluiten aan bij de ongepolijste uitstraling van industriële architectuur. Grotere volumes kunnen worden gevarieerd met fijnere, meer gedetailleerde elementen in dezelfde materialiteit om zo een balans te vinden tussen de schaal van de gebouwen en de menselijke maat. Dit draagt bij aan een samenhangend en onderscheidend stadsbeeld dat de industriële roots van het gebied eer aandoet en tegelijkertijd een moderne leefomgeving biedt.
Binnen een individueel gebouw is het materiaalgebruik beperkt tot een hoofdmateriaal om een coherente uitstraling van het gebouw te waarborgen.
Het stadsbeeld van Stadshavens communiceert de kwaliteit van materialen, hun duurzaamheid en hun robuustheid. De veroudering van het materiaal en de tactiele kwaliteit spelen daarom een belangrijke rol in de materiaalkeuze. Ook de vervuiling van gevelmaterialen is een belangrijk aspect van de solide verschijning.
Vanuit de ambitie circulair te bouwen is het mogelijk om elementen en materialen uit oude bebouwing te recupereren en te hergebruiken in de nieuwbouw van Stadshavens. De focus ligt op het minimaliseren van afval, het maximaliseren van hergebruik en het verminderen van de milieu-impact gedurende de hele levenscyclus van een gebouw.
Hergebruik van materialen wordt gestimuleerd. Materialen zoals hout, beton, plastic en natuurlijke bouwstenen uit gesloopte gebouwen, evenals elementen van elders zoals hout uit de scheepsbouw, kunnen worden geïntegreerd in de nieuwe bebouwing van Stadshavens. Dit draagt bij aan CO2-reductie en het naleven van de afspraken van Parijs.
Het "PARIS LOOK" wordt zichtbaar door hergebruikte materialen en innovatieve toepassingen.
Materiaal en duurzaam materiaalgebruik
Gevelgroen wordt in Stadshavens als integraal onderdeel van het gevelbeeld ontworpen en is een volwaardig onderdeel van de beeldtaal en gevelcompositie.
In Stadshavens zijn groene gevels een deel van de verschijning van de wijk. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de gevels aan de Werf en de gevels van de binnenhoven van de blokken.
De binnenhoven en de steegjes er naartoe zijn groen, wat betekent dat de gevels van de gebouwen hier een structureel groene uitstraling gewenst is. De vergroening van de overige gevels van de buurtblokken is optioneel en afhankelijk van de architectonische compositie van het ensemble. De vergroening kan plaatsvinden door klimplanten en/of hangplanten.
Mobiliteitshubs zijn grootschalige bouwvolumes. Om de kwaliteit van de leefomgeving van Stadshavens niet te belemmeren, zijn goed in de bebouwingsstructuur geïntegreerd. Ze dragen bij aan een levendig Stadshavens. Verschillende ontwerpmaatregelen maken de integratie mogelijk:
1. Buurthub met uitnodigende en actieve begane grond
De mobiliteitshub is een buurthub met basisvoorzieningen, gericht op mobiliteit en uitgewerkt naar ‘sociale infrastructuur’. Met name de begane grond is actief geprogrammeerd en draagt bij aan een levendig straatbeeld. Aanvullende voorzieningen versterken het comfort en de verblijfsfunctie en maken veelzijdig gebruik mogelijk. Functies en voorzieningen voor omwonenden dragen bij aan de leefbaarheid in de wijk (bijvoorbeeld een lokale huiskamer, faciliteiten zoals een waterpunt, toilet, flexwerkplekken, oplaadpunten, pakketophaalpunten en lockers). Ook kunnen er andere deelprojecten bij de mobiliteitshub worden gerealiseerd, zoals het delen van gereedschap.
Hubs grenzen aan de openbare ruimte als gemengd stedelijke structuur (wonen, bedrijvigheid, ontmoetingsruimte). Daarom zijn de gevels van de mobiliteitshub/parkeervoorziening op bijzondere plekken, zoals aan pleinen of langs de Dwaalstraat, door bebouwing 'ingepakt'. Qua functie kan wonen, maar ook werkprogramma als invulling dienen die de parkeervoorziening ommantelt.
De gevel van de parkeervoorziening kan worden geactiveerd door het ontsluitingssysteem van de hub. Trappen kunnen de architectonische verschijning benadrukken en interactie en ruimte voor ontmoeting bieden.
De gevels die niet door bebouwing zijn ingepakt krijgen bijzondere aandacht wat betreft materialisering en vormgeving. Houten en groene gevels helpen bijvoorbeeld de verschijning van de hub goed in de leefomgeving te integreren. Door de toepassing van groen wordt ook de biodiversiteit van de buurt verhoogd.
Daken boven de laatste laag auto's zijn groen ingericht en geprogrammeerd met functies zoals sportmogelijkheden, gemeenschappelijke tuinen, energievoorziening en/of biodiversiteit. Op deze manier kan de hub o.a. een kindvriendelijke omgeving worden, bijvoorbeeld met een speeltuin of een sportveld.
Markant gebouw in hart aan het Stadshavensplein
Het Stadshavenshuis, gelegen aan het Stadshavensplein, fungeert als knooppunt en vormt het ruimtelijke en programmatische hart van Stadshavens. Vanuit de binnenstad is dit de eerste bestemming in Stadshavens, in een reeks van bijzondere plekken langs het Eemskanaal, waaronder ook de EMG- campus.
Het Stadshavenshuis is een opvallend en markant gebouw, een herkenningspunt en oriëntatiepunt in de stad. Het heeft een centrale positie binnen het netwerk van de Stadswerf en onderscheidt zich visueel van de meer 'normale' bebouwing in Stadshavens.
De gebouwopzet bestaat uit een grotere onderbouw (sokkel) en een opbouw (toren). De onderbouw biedt ruimte aan commerciële en maatschappelijke functies, terwijl de opbouw is bestemd voor woningen. Beide bouwdelen zijn architectonisch met elkaar verbonden, wat betekent dat hun uitstraling op elkaar is afgestemd en niet fundamenteel van elkaar verschilt.
De sokkel van het Stadshavenshuis vormt samen met het Stadshavensplein een dynamische nieuwe schakel in het openbare ruimtenetwerk van Groningen. De onderbouw wordt gekenmerkt door een open en transparante uitstraling. In, op en rond de sokkel kunnen werkruimtes worden gecombineerd met gastvrijheid en bijvoorbeeld evenementenruimte, in een open en bij voorkeur modulair opgebouwd volume. Het programma kan aangevuld worden met horeca en commerciële ruimtes.
Het woon-, werk-, commerciële en horecaprogramma zijn in principe geen gescheiden werelden, maar werken samen aan een ruimtelijk programmatisch concept.
Het volume zou van hout gemaakt kunnen worden, terwijl de toren wellicht een hybride constructie van bijvoorbeeld beton en hout krijgt. Dit is onderdeel van de verdere uitwerking.
De toren sluit aan op de modulaire verschijning van de onderbouw, hoewel met andere afmetingen en detaillering. De architectonische relatie tussen de onderbouw en bovenbouw is cruciaal voor de herkenbaarheid van het gebouw. De toren is niet centraal bovenop de sokkel geplaatst, maar iets naar het oosten verschoven, zodat deze goed in de zichtlijn ligt tussen de Slachthuisstraat en de nieuwe fiets- en voetgangersbrug over het Eemskanaal. Om te voorkomen dat de toren te massief oogt, is deze iets teruggezet ten opzichte van de dakrand van de sokkel, wat bijdraagt aan een betere integratie van de toren in het geheel.
Het Stadshavenshuis is ontworpen als een open, flexibel en uitnodigend gebouw met een warme uitstraling. Het gebouw kan sterk modulair zijn opgebouwd en mogelijk worden uitgevoerd in hout. Stadshavens heeft een industriële geschiedenis, gekenmerkt door houtbewerking en watergebonden industrie. Een houten constructie en afwerking van het Stadshavenshuis zou een eerbetoon zijn aan de rijke historie van de locatie.
De EMG-campus is een boeiend en levendig gebied dat een harmonieuze mix van historische transformaties en eigentijdse nieuwbouw biedt. Het industriële erfgoed wordt hier op innovatieve wijze gevierd, terwijl de campus een moderne, dynamische leefomgeving creëert met een rijke diversiteit aan functies en vormen. Elk gebouw in dit project heeft zijn eigen unieke identiteit en karakter, en draagt bij aan de algehele sfeer van het gebied. De verschillende gebouwen worden samengebracht door een centrale groene ruimte die doorloopt tot de pleinen aan het Eemskanaal, wat bijdraagt aan samenhang en verbinding tussen de gebouwen.
1. Het EMG-gebouw blijft een iconisch herkenningspunt langs de kade en het gebied Stadshavens. Met zijn karakteristieke bakstenen gevels, die onaangeroerd blijven, blijft het trouw aan zijn industriële verleden. Het gebouw krijgt een nieuwe bestemming waar kunst, cultuur en beleidsvrijheid samenkomen. De integratie van de kraanstructuur in het ontwerp van de openbare ruimte verbindt het gebouw met zijn historische gebruik en voegt een bijzonder element toe aan de sfeer van het gebied.
2. De Silo wordt op een inventieve manier hergebruikt door het deel uit te laten maken van een nieuw woongebouw. De bestaande structuur wordt geïntegreerd, mogelijk als ontsluiting of voor secundaire ruimtes, terwijl de toegevoegde bebouwing alle ontwerpvrijheid biedt om een opvallende verschijning te creëren. De transformatie van de silo laat zien hoe hergebruik een onderscheidend ontwerp kan opleveren.
3. De Mobiliteitshub biedt een functionele maar ook architectonisch opvallende oplossing voor het parkeren. De begane grond is actief en levendig, De gevel van het parkeervoorziening aan het plein is ingepakt door hoogwaardige programma (werkprogramma) met een open uitstraling. Bij de overige gevels worden de auto's uit het zicht gehouden door slimme geveloplossingen, zoals hout en groene gevels. Het dak / gevel wordt benut voor sport- en speelmogelijkheden, waardoor het dak dubbel wordt gebruikt en bijdraagt aan de dynamiek van de omgeving. Het waarborgen van sociale veiligheid is hierbij een punt van aandacht.
4. De Zakkenloods wordt getransformeerd, uitgebreid en 'opgetopt'. De bestaande structuur blijft behouden, wordt naar het noorden uitgebreid en gecombineerd in een actieve, open sokkel. Bovenop de sokkel komt een nieuw, schitterend modulair en golvend woonlandschap. Dit modulaire systeem kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd in hout of andere lichtgewicht structuren. Het golvende landschap, met zijn expressieve terrassen, biedt spectaculaire buitenruimtes voor de nieuwe woningen.
5. Het Pakhuis, gelegen aan de noordwestelijke hoek van de campus, heeft een opvallende, iconische uitstraling. Het gebouw is eigenzins en richt zich ruimtelijk ook naar het buurtplein en de Dwaalstraat. Het gebouw heeft een sterk herkenbare silhouet en voegt een element van verrassing en herkenbaarheid toe aan de omgeving.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-369286.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.