Gemeenteblad van Vlissingen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlissingen | Gemeenteblad 2025, 366853 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlissingen | Gemeenteblad 2025, 366853 | ander besluit van algemene strekking |
Integraal Handhavings- en Uitvoeringsprogramma gemeente Vlissingen 2025
Het Integraal Handhavings- en Uitvoeringsprogramma (lees: IHUP) beschrijft wat de gemeente Vlissingen in 2025 gaat doen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het IHUP is de gedetailleerde uitwerking van de begroting op het gebied van VTH. Daarnaast is het een belangrijk onderdeel van de wettelijk verplichte beleidscyclus. Het college van B&W evalueert jaarlijks de uitvoering van het IHUP in het VTH-jaarverslag en actualiseert daarnaast iedere vier jaar het VTH-beleid.
Samenvattend bestaat het IHUP uit de volgende onderdelen: de kaders, uitgangspunten, Zeeuwse en lokale prioriteiten waarbinnen wij onze VTH-taken uitvoeren. Gevolgd door een beschrijving per taakveld/prioriteit op welke wijze wij deze taak uitvoeren.
Team VTH en daarmee de uitvoering van de VTH-taken is in ontwikkeling. De Zeeuwse prioriteiten zijn opgesteld op basis van een gezamenlijk vastgestelde risico- en probleemanalyse. Sommige Zeeuwse prioriteiten zijn niet of minder relevant voor de gemeente Vlissingen.
Omdat dit het eerste jaar is dat we op deze wijze een IHUP opstellen kunnen we nog niet gericht aan de hand van een Vlissingse risicoanalyse de frequentie en diepgang van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken bepalen. In dit IHUP leggen we dan ook onze bestaande taken en waar we in 2025 aan willen werken vast. In 2025 gaan we een nieuwe Vlissingse risico-analyse maken. Deze risico-analyse vormt de input voor het IHUP in 2026.
Zoals gezegd is VTH in ontwikkeling. In hoofdstuk 6 onder ontwikkelingen en risico’s beschrijven we dat de huidige wettelijke verplichte kwaliteitsstandaard voor VTH-taken en nieuwe wet- en regelgeving met bijbehorende taken maken dat de huidige capaciteit binnen het team VTH niet meer voldoende is.
Gemeenten en provincie zijn volgens artikel 13.8 Omgevingsbesluit verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te stellen. Dit is het VTH-uitvoeringsprogramma van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen. Alle bevoegde gezagen in Zeeland hanteren dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit vloeit voort uit het gezamenlijke VTH-beleid dat gericht is op een eenduidige en voor burgers en bedrijven herkenbare uitvoering van VTH-taken. Deze eenduidigheid maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak.
Het VTH-uitvoeringsprogramma beschrijft wat de gemeente Vlissingen allemaal gaat doen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving om bij te dragen aan doelen in de fysieke leefomgeving. Dit uitvoeringsprogramma vormt de onderlegger voor de begroting. Het is te zien als een gedetailleerde uitwerking van de begroting op het gebied van VTH. Op basis van dit uitvoeringsprogramma worden ook afspraken met externe partners gemaakt.
Het uitvoeringsprogramma is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden alle kaders op een rij gezet. Het gaat om wettelijke kaders, bestuurlijke uitgangspunten en een beschrijving van de organisatie van VTH.
In hoofdstuk 3 behandelen we het deelonderwerp vergunningen met een beschrijving van de taken, de huidige werkwijze en de operationele uitgangspunten en doelen voor 2025. In hoofdstuk 4 beschrijvingen we deze aspecten voor de deelonderwerpen onder het taakveld toezicht & handhaving en in hoofdstuk 5 voor de deelonderwerpen vallend onder ondermijning/integrale controles. Tot slot beschrijven we in hoofdstuk 6 de ontwikkelingen en risico’s die we op ons af zien komen.
Paragraaf 2.1. Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8
Bevoegde gezagen zijn wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma (art. 18.1 Omgevingswet). Het voorliggende document voorziet in deze wettelijke verplichting. Hierbij vindt afstemming plaats met partners die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving en zorgen de bestuursorganen richting de omgevingsdienst voor een uniform uitvoeringsprogramma. Het bestuursorgaan moet de voor het bereiken van doelen benodigde financiële en personele middelen in de begroting waarborgen (art. art. 13.10 Omgevingsbesluit), alsmede het bereiken van de doelen en de uitvoering van het uitvoeringsprogramma monitoren (art. 13.09 Omgevingsbesluit). Jaarlijks wordt de uitvoering en het doelbereik geëvalueerd (art. 13.11 Omgevingsbesluit). Deze evaluatie leggen wij vast in het jaarverslag VTH, dat net als dit uitvoeringsprogramma door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Vlissingen wordt vastgesteld.
Het IHUP vult in de big 8 (zie figuur 1) de stap in van ‘(strategische) plannen op het gebied van VTH. Erna volgt de opdrachtverlening ten behoeve van de feitelijke uitvoering.
Paragraaf 2.2. Zeeuwse afspraken VTH-beleid
In het gezamenlijke VTH-beleid Zeeland 2024, vastgesteld op 9 januari 2024 door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen hebben de Zeeuwse VTH-partners afspraken gemaakt over de wijze waarop VTH-taken worden uitgevoerd. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn:
We werken als 1- loket (met behulp van casemanagement) en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit doen we door werken volgens de volgende doelstellingen:
We richten ons op de grootste risico’s (op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse) en zorgen dat deze bedrijven en burgers de regels naleven. Bij onze prioriteitstelling wegen we de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden.
We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We toetsen daarom de integriteit van aanvragers. Als hier onaanvaardbare risico’s uit komen maken we gebruik van bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). We kunnen gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging.
We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet.
We gaan ondermijning tegen door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH-taken. Zoals met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit. We vinden het wenselijk een eenduidig Zeeuws Bibob beleid te hanteren.
4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen
We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk, toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en eenduidig handhaven volgens dezelfde strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid.
We voeren de VTH-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten. Denk aan het publiceren van vergunningen (EU-verplichting) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan.
6. Professioneel: kwaliteit, kennis en kunde
De uitvoering van taken voldoet minimaal aan de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria (zie: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/vergunningverlening-toezicht-handhaving/kwaliteitscriteria-vergunningverlening-toezicht/).
De kwaliteitseisen zijn wettelijk geborgd met de inwerkingtreding van de Wet VTH op 14 april 2016 en het nieuwe besluit omgevingsrecht (Bor) op 1 juli 2017. Het uitgangspunt van de Wet VTH is dat gemeenten gemotiveerd worden om op eigen wijze de kwaliteit naar een hoger niveau te tillen. Concreet betekent dit dat gemeenten inzichtelijk moeten maken hoe de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken binnen de organisatie is geborgd. Dit zowel op het niveau van de capaciteit en opleidingen (kritieke massa) als ook op het gebied van beleid en proces (procescriteria).
In 2025 gaan we het Uitvoeringsprogramma verder door ontwikkelen met een inventarisatie en analyse van de kritieke massa van de gemeente Vlissingen. We maken per taakveld/functiegroep inzichtelijk in welke mate wordt voldaan aan de kwaliteitseisen ten aanzien van benodigde kennis, gevolgde opleidingen, beschikbare capaciteit en werkervaring (vlieguren).
7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort
We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden.
We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door:
De uitwerking van deze uitgangspunten in onze vergunningen-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategie is te vinden in deel B van het gezamenlijke VTH-beleid.
Paragraaf 2.3. Zeeuwse prioriteiten
Op basis van een gezamenlijke probleem- en risicoanalyse zijn de Zeeuwse VTH-prioriteiten bepaald. De probleem- en risicoanalyse is gebaseerd op de volgende criteria:
Uit de Zeeuwse probleem- en risicoanalyse, opgenomen in het VTH-beleid Zeeland 2024, zijn de volgende Zeeuwse prioriteiten naar voren gekomen:
Figuur 2: Schematische weergave Zeeuwse VTH-prioriteiten
In dit IHUP presenteren wij onze Vlissingse VTH-inzet voor deze prioriteiten. Het kan voorkomen dat een specifieke Zeeuwse prioriteit lokaal minder relevant is dan elders. De komende jaren ontwikkelen we de gezamenlijke probleem- en risicoanalyse door.
Paragraaf 2.5. Risicogericht werken
Voor alle relevante activiteiten die in het kader van het Omgevingsrecht, APV & Bijzondere wetten worden uitgevoerd dient een risico-inschatting te worden gemaakt. We gaan in 2025 een nieuwe Vlissingse risico-analyse maken. We brengen voor dit doel de wettelijke taken van de afdeling in kaart, aangevuld met de wensen van de andere beleidsvelden en de politiek/bestuurlijke keuzes.
Een belangrijk onderdeel van deze analyse wordt het onderzoeken en vastleggen in normuren van de behandeling van een vergunningaanvraag en de toezicht- en/of handhavingsactie. Daarbij kijken we naar alle facetten die bij de behandeling komt kijken.
De vastgestelde normuren samen met de risicoanalyse vormen de basis voor het voldoen aan het wettelijk vereiste risicogerichte toezicht. De risicoanalyse die in 2025 wordt gemaakt levert de informatie voor de planvorming voor 2026.
Paragraaf 2.6. Organisatie van VTH-taken
Vergunningen, toezicht en handhaving is binnen de gemeente Vlissingen belegd binnen het Team VTH. Team VTH is onderdeel van de directie Bedrijfsvoering & Dienstverlening. Het cluster Veiligheid met 4 adviseurs Openbare orde en Veiligheid vormt ook onderdeel van het Team VTH. Dit cluster heeft een aparte beleidscyclus met een 4-jaarlijks Integraal veiligheidsbeleid, een jaarlijks uitvoeringsprogramma en een jaarlijkse voortgangsrapportage. Cluster veiligheid levert wel een bijdrage in dit IHUP aan de aanpak van ondermijning in de integrale controles en in de haven.
Bereikbaarheid buiten kantooruren
Binnen en buiten kantooruren moet de gemeente Vlissingen bereikbaar zijn voor meldingen en behandeling van incidenten en acute klachten voor APV-, bouw- en milieuzaken. Dit gaat via een piketdienst. We hebben een Zeeuwse milieuklachtenlijn, dit is een commerciële meldkamer die de binnenkomende klachten doorzet naar de piketmedewerker van de RUD Zeeland. Binnen de VTH-afdeling van de gemeente Vlissingen hebben we een piket milieu en een piket AOV ingericht.
Paragraaf 3.1. Vergunningverlening bouwen
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. We toetsen aanvragen die vanaf die datum binnen komen aan de hand van deze nieuwe wet. Vanaf diezelfde datum zijn we ook aan het werk aan het subdoel om de vergunningprocedure vast te leggen in een transparant en toegankelijk dossier. Dit doen we in het zaaksysteem SBA Leef. Deze transparante dossiervorming levert ook sturingsinformatie op om de indicatoren en streefwaarden te kunnen bepalen en inzicht te krijgen in de benodigde capaciteit en middelen.
Op 1 januari 2024 is de nieuwe Huisvestingsverordening 2024 in werking getreden. In deze verordening is een aanscherping van de percentages opgenomen wat betreft onttrekking-, splitsing- en omzettingsvergunningen. Bovendien hebben we vanuit landelijke wetgeving een aantal nieuwe vergunningsvormen ingevoerd in het kader van de Wet Goed Verhuurderschap en de Wet Toeristische Verhuur. De huisvestingsvergunningen zijn opgenomen in het zaaksysteem SBA Leef.
We zijn in 2024 gestart met het structureren van de telefonische bereikbaarheid. Op deze manier streven we naar een betere bereikbaarheid voor de inwoners en meer tijd voor de vergunningverleners voor het behandelen van de aanvragen/meldingen.
We publiceren alle omgevingswetdocumenten digitaal conform de Wet Elektronische Publicatie (Wep).
In 2025 behandelen we de volgende aanvragen:
Wat gaan we doen om het doel te bereiken
Paragraaf 3.2. Vergunningverlening APV/Horeca/Bijzondere wetten
We hebben 2024 vooral gebruikt om achterstanden in de afhandeling van vergunningsaanvragen in het kader van de alcoholwet en APV (exploitatie) in te halen en de capaciteit op orde te krijgen. De verwachting is dat we in Q1 2025 alle achterstand hebben weggewerkt zodat we vanaf Q2 2025 met een relatief “schone lei” kunnen beginnen. De achterstanden zijn vooral veroorzaakt door de impact van de evenementenvergunningen op de tijd en capaciteit van de afdeling. De verwachting is dat we in 2025 het evenementenproces dusdanig verbeterd hebben dat dit niet snel meer zal gebeuren. We zijn in 2024 gestart met het opstellen van de werkprocessen in het zaaksysteem SBA Leef, om een volledig en transparant vergunningendossier op te bouwen.
We hebben ook een inhaalslag gemaakt in het verlenen van terrasvergunningen. In coronatijd zijn de afmetingen voor de terrassen verruimd. Dit heeft geleid tot een structurele wens vanuit de horeca voor grotere terrassen en dus aanpassing van de vergunningen. De verwachting is dat we in Q1 van 2025 de inhaalslag voor het verlenen van terrasvergunningen hebben afgerond. We hebben de pilot winterterrassen verlengd met als doel deze pilot in 2025 in definitief beleid vast te leggen. In 2025 moet dit alles leiden tot een aangepast terrassenbeleid om de regels beter te laten aansluiten op de praktijk.
Evenementen en het proces van vergunningenverlening rond evenementen heeft een grote bestuurlijke en organisatorische impact op de gemeentelijke organisatie. We hebben in 2024 belangrijke stappen gezet om meer grip te krijgen op het proces.
Wat betreft verbetering van de procedure hebben we een aantal wijzigingen in de termijnen geadviseerd in de APV. Dit geeft meer tijd in het hele proces, zowel voor de organisatoren als de gemeentelijke organisatie (subsidies, beleid, vergunningverleners), zodat we in 2025 een eerste stap kunnen zetten naar de doelstelling voor kwalitatief hoogwaardige evenementen.
Markt- en standplaatsvergunningen zijn binnen de huidige (Europese) regelgeving schaarse vergunningen. Het gaat namelijk bij de verdeling van standplaatsen en markten over een limitatief aantal standplaatsen en branches per gemeente. In de Beleidsregel Standplaatsen 2016 en in de Marktverordening Vlissingen 2005 is nog geen beleid opgenomen ten aanzien van schaarse vergunningen.
Dit heeft gespeeld bij de toewijzing van het organiseren van de grote markten (braderieën) in Vlissingen. Daarom hebben we een nieuwe beleidsregel opgesteld ter verdeling van deze vergunning, waarbij we bij concurrerende aanvragen voor dezelfde vergunning gebruik maken van loting om de vergunningen te verdelen.
In 2025 behandelen we de volgende aanvragen:
Wat gaan we doen om het doel te bereiken
Paragraaf 3.3. Vergunningverlening milieu
Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn de taken op het gebied van milieu veranderd. In de nieuwe Omgevingswet is er in juridische zin niet meer sprake van een inrichting waar activiteiten plaatsvinden, maar van milieubelastende activiteiten (hierna: mba) op een locatie. Er zijn meer mba's als basistaak ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (hierna: RUD Zeeland). Dit zijn alle mba's uit hoofdstuk 3 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving. De mba's uit de zogenaamde Bruidsschat, die onderdeel worden van het Omgevingsplan, blijven als uitvoerende taak bij de gemeente. Denk hierbij aan geluid bij horeca, lozingen of trillingen (niet limitatief).
De melding Activiteitenbesluit is gewijzigd in een melding activiteit behandelen of informatieplicht. Wanneer meerdere activiteiten op een locatie plaatsvinden kan het zijn dat er een aantal informatieplichten bij de gemeente ondergebracht zijn en een aantal bij de RUD Zeeland. Dit vergt een goede afstemming. De extra taken die met ingang van 1 januari 2024 als basistaak ondergebracht zijn bij de RUD Zeeland moeten nog overgedragen worden. Hiervoor is een projectgroep aan de slag.
Onder de Omgevingswet heeft er een verschuiving plaatsgevonden van bevoegdheden. Daarmee zijn er meer gemeentelijke taken bijgekomen. Omdat de RUD Zeeland deze bodemtaken al jaren onder mandaat van de Provincie uitvoert is Zeeland breed gekozen om de bodemtaken grotendeels bij de RUD Zeeland te leggen.
In 2025 behandelen we de volgende aanvragen:
Wat gaan we doen om het doel te bereiken
Rechtmatige afhandeling meldingen/adviesverzoeken
Tijdige afhandeling meldingen/adviesverzoeken
Hoofdstuk 4.Toezicht en handhaving
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
Gelijktijdig met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Per 1 januari 2024 moeten inwoners en andere instellingen die vergunningen aanvragen voor bepaalde bouwactiviteiten een kwaliteitsborger inschakelen. Deze controleur kijkt mee of de bouwactiviteit aan de technische regels voldoet. De nieuwe wet gaat als eerste gelden voor nieuwbouw van bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Gevolgklassen zijn in de Omgevingswet bepaald aan de hand van de mogelijke gevolgen voor gebruikers. Hoe groter de gevolgen als er iets misgaat, hoe hoger de gevolgklasse. Na een overgangsperiode van 6 maanden komen ook verbouwingen van deze bouwwerken onder gevolgklasse 1 te vallen. Voor overige vergunningplichtige bouwactiviteiten geldt dat een vergunning bij de gemeente moet worden aangevraagd.
Dit vraagt ons om een andere manier van werken. De kwaliteitsborger treedt op als toezichthouder, waarbij de kwaliteitsborger een gereed melding indient bij het bevoegd gezag.
Als gemeente zullen wij handhaven indien:
Wij houden in 2025 toezicht op de landelijke risicothema’s onder de Omgevingswet. Dit zijn voor bouwtoezicht de volgende onderwerpen:
Alle aanvragen omgevingsvergunning en ‘meldingen brandveilig gebruik’ worden door Veiligheidsregio Zeeland (hierna: VRZ) getoetst aan de regels voor brandveilig gebruik. Ook aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, voor zover brandveiligheid daarbij relevant is, worden door de VRZ inhoudelijk getoetst. Wat betreft toezicht en handhaving, worden alle inrichtingen brandveilig gebruik periodiek gecontroleerd door VRZ.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken
De meeste bedrijven leven de milieuregels goed na. Mede door de structurele bezoeken van de milieu-inspecteurs weten de bedrijven aan welke wet- en regelgeving zij moeten voldoen. Bij een aantal bedrijven is het naleefgedrag niet goed. Bij deze bedrijven is de controle frequentie hoger. Bij situaties waar het nodig is, wordt gehandhaafd. De meeste klachten gaan over het geluid van horecabedrijven. Er worden regelmatig geluidsmetingen uitgevoerd.
Controles worden uitgevoerd op basis van de risicoanalyse op het bedrijvenbestand in het zaaksysteem SBA Leef. De risicoanalyse bepaalt de controlefrequentie. De controles vinden periodiek plaats. Het zaaksysteem SBA Leef levert aan de hand van de controlefrequentie en de laatste controle een controlelijst op, dit noemen we de HUP-lijst milieu.
Bij de milieu inrichtingen waar ook horeca van toepassing is doen de milieu-inspecteurs ook de controle op de alcoholwet en exploitatie. Zo bereiken we dat de horeca inrichtingen ook dezelfde periodieke controlefrequentie hebben.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken
Paragraaf 4.3. Toezicht en handhaving APV/bijzondere wetten
We zijn bezig om de randvoorwaarden te creëren om toezicht en handhaving in de horeca in 2025 prioriteit te geven. We hebben daarvoor gewerkt en werken nog steeds aan een goede uitgangspositie die recht doet aan de huidige situatie in het horecagebied. De meest belangrijke randvoorwaarden voor deze goede uitgangspositie liggen op het gebied van vergunningverlening en zijn in 3.2 aan de orde geweest.
In 2024 is de nieuwe evenementencoördinator gestart. Dit zorgt voor meer rust in het voortraject van het evenementenproces en er wordt aan 'de voorkant’ hard getimmerd aan het juist aanleveren van vergunningsaanvragen. De evenementencoördinator legt ook de contacten met alle belanghebbenden (organisatoren, horeca, omwonenden)
De evenementencoördinator zorgt ook voor een goed verloop van het evenement tijdens de opbouw en uitvoering. Vanuit deze basis willen we in 2025 het toezicht bij evenementen op gaan zetten.
Toezicht op Markten/Standplaatsen
In 2024 is het marktmeesterschap overgegaan van stadsbeheer naar team VTH. We hebben in 2024 geïnventariseerd hoe we het toezicht op de weekmarkten kunnen versterken en daarbij ook hetzelfde toezicht kunnen verzorgen op de vergeven standplaatsen. In 2024 hebben we een vastomlijnd takenpakket met bijbehorende urentoedeling voor de functie marktmeester opgesteld.
13B Opiumwet/174A gemeentewet ( Damocles en Victoria beleid)
Op basis van bestuurlijke rapportages van politie en justitie vullen we deze burgemeestersbevoegdheid in. Het zijn vaak politiek/bestuurlijk gevoelige zaken met vaak bezwaar- en beroepsprocedures. Dit betekent relatief veel inzet van onze handhavingsjuristen op deze dossiers.
Het opleggen van gebiedsontzeggingen is een belangrijk en bewezen effectief instrument voor het handhaven van de leefbaarheid en veiligheid in de daarvoor aangewezen gebieden. Uit ervaring weten we dat de focus op de inzet van dit instrument ligt in de maanden april en mei. Als het beter weer wordt komen de notoire overlastplegers weer meer op straat en moeten we het proces van gebiedsontzeggingen opstarten.
In 2025 hebben de volgende toezichtstaken prioriteit vanwege de diversiteit aan bijzondere wetten.:
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Paragraaf 4.4. Toezicht en handhaving openbare ruimte
Parkeren/Leefbaarheid en veiligheid/wijkgericht werken
De inzet van het BOA-team in openbare ruimte verschuift steeds meer van hoofdzakelijk handhaving in het kader van parkeren in de richting van toezicht en handhaving in het kader van de leefbaarheid en veiligheid. De Boa’s zijn per tweetal verdeeld over de wijken en werken daarbij (nauw) samen met de ketenpartners zoals wijkagenten en de interventieteams/buurtteams.
We hebben in 2024 de eerste stappen gezet om de parkeerorganisatie anders te gaan organiseren en in te richten. Een belangrijk doel is daarbij het vrij maken van het BOA-team voor handhavingstaken op het gebied van leefbaarheid en veiligheid en de inzet op het taakveld parkeren verder te beperken tot strafbare feiten.
Samenwerking, gezamenlijke controles en uitruil
De Boa’s voeren gericht toezicht uit waarbij zij inspelen op informatie van onze vergunning verstrekkers. Dat kan zijn voor de horeca, evenementen maar ook een vraag vanuit bouwen en wonen. Ze ondersteunen ook andere teams van de gemeente wanneer daar gevraagd wordt om toezicht dat binnen de taken van de Boa valt.
Vanuit het handhavingsconvenant 2013 van de Zeeuwse gemeenten is er de mogelijkheid om BOA’s uit te wisselen. Vanuit het convenant is er ook de mogelijkheid om toezicht uit te ruilen. Een voorbeeld hiervan is inzet van boa's bij evenementen bij andere gemeenten.
Wij controleren binnen de horeca op de vergunningvereisten, zoals vastgelegd in de verstrekte horecavergunningen. Met name controleren we op de vergunningvereisten die de openbare orde en veiligheid raken (aanwezigheid leidinggevende, openingstijden, indeling terrassen, alcohol minderjarigen) Hetzelfde doen we bij de controle op de naleving van de evenementenvergunningen.
Om deze taken uit te voeren zijn er BOA's opgeleid om bevoegdheden uit de Alcoholwet toe te kunnen passen.
We werken hard aan het vastleggen van digitale procesbeschrijvingen en werkprocessen. Hierbij geldt eveneens dat op basis van deze werkprocessen op eenduidige wijze een handhavingsdossier wordt opgebouwd. De Boa’s leggen hun waarnemingen vast in een handhavingsapplicatie, vanaf 2025 gaan de boa's ook bestuurlijk handhaven in deze applicatie.
Registratie klachten, meldingen en handhavingsverzoeken
Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken worden geregistreerd in een digitaal meldsysteem. We hebben stappen gemaakt met de inzet van administratieve ondersteuning om meer eenduidigheid in de registratie te krijgen met als doel het nog sneller en efficiënter kunnen reageren op een melding/klacht.
In 2025 hebben de volgende toezichts- en handhavingstaken in de openbare ruimte prioriteit.
Het goede gesprek en waarschuwen in het kader van toezicht heeft prioriteit voor het oplossen van problemen op straat. Indien dit toezicht niet het gewenste resultaat oplevert moeten we uiteindelijk handhaven. In 2025 gaan we ons handhavingsarsenaal stapsgewijs uitbreiden met bestuurlijke handhaving naast de strafbeschikkingen die we nu gebruiken. Het geeft ons beter de mogelijkheid om preventief te handhaven om verdere escalatie/overlast te voorkomen.
We zetten in 2025 stappen in de inrichting van een nieuwe parkeerorganisatie. Belangrijk doel is dat de BOA’s uiteindelijk worden ingezet op strafbare parkeersituaties die de openbare orde en veiligheid raken. Betaald/fiscaal parkeren en de bijbehorende capaciteit wordt uit het takenpakket van de BOA’s gehaald om te kunnen inzetten op de andere genoemde prioriteiten. In de tussentijd pakken we deze taken (met de bijbehorende capaciteit) nog op.
Hoe gaan we onze doelen bereiken
Hoofdstuk 5.Ondermijning/Integrale controles
Vanuit het VTH-beleid 2024 is als doel gesteld dat we ondermijning tegengaan door integraal samen te werken in de uitvoering van onze VTH-taken, zoals met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners.
In 2024 hebben we door het wegwerken van achterstanden in horecavergunningen het toetsen aan de wet Bibob lager geprioriteerd. We zijn in 2024 wel gestart met een onderzoek naar het digitaliseren van het Bibob-proces en de grenzen die daarbij gelden in relatie tot geheimhouding. De basis waarop we Bibob-aanvragen toetsen is goed. We hebben een goede aansluiting bij het Zeeuwse Bibob-beleid en de Zeeuwse norm Weerbare Overheid.
Ondermijningsmatrix Basisteam Walcheren
Vanuit de Walcherse ondermijningsmatrix wordt een beroep gedaan op de inzet van de twee ondermijning BOA's en toezichthouders op de juiste domeinen. Standaard worden er vier (integrale) ondermijningscontroles per jaar georganiseerd. Met de inzet van de twee BOA's kunnen signalen worden opgehaald en snel gewenste controles uitgevoerd worden, al dan niet integraal. Wel dient rekening gehouden te worden met de nodige juridische ondersteuning en administratieve afhandeling.
Signalen kunnen via het LIO-overleg of rechtstreeks bij AOV worden ingebracht. Deze signalen kunnen eventueel worden meegenomen bij het RIEC (Regionaal expertisecentrum ondermijning). Dit betreft een integrale aanpak tussen politie, belastingdienst en gemeente. We verwachten dat er een sluitende aanpak op zorgfraude komt, zowel vanuit beleid als uitvoering. Het CZW-bureau pakt voor Zeeland de controles op zorgfraude op.
In 2025 liggen de prioriteiten op de volgende taken/acties.
De gemeente Vlissingen heeft op 8 maart 2022, samen met alle Zeeuwse gemeenten, Waterschap Scheldestromen en de Provincie, de intentieverklaring “Zeeuwse Norm weerbare overheid” ondertekend. Het doel van deze intentieverklaring is om gezamenlijk de weerbaarheid en integriteit van de Zeeuwse overheden te versterken. In 2025 gaan we onderzoeken welke stappen we kunnen zetten om deze norm te kunnen behalen en te behouden. Zowel wat betreft organisatorische inbedding (team ondermijning) als capaciteit aan en kwaliteit van medewerkers.
Vanaf januari 2025 willen we een doorstart maken met het LIO. Waarbij VTH-zitting heeft in het overleg. Signalen uit de gemeentelijke organisatie op het gebied van ondermijning worden hier ingebracht en gebundeld. Daarnaast zetten we in op het alert maken en houden van de gemeentelijke medewerkers op signalen van ondermijning.
In 2025 zal er actief voorlichting worden gegeven in werkoverleggen van verschillende afdelingen over het belang van ondermijning. Dit ook omdat het vernieuwde Zeeuws brede Bibob-beleid naar verwachting in Q1 van 2025 vastgesteld wordt. Het actief informeren heeft als gevolg dat er meer Bibob-toets aanvragen ontvangen worden. We verwachten in 2025 daarom ook een stijging te zien in de aantallen. In 2025 zullen we onderzoeken wat de impact hiervan is en het eventueel inrichten van een onafhankelijk Bibob kernteam.
Hoe gaan we onze doelen bereiken
Versterken van de weerbaarheid
Tegengaan van ondermijnende activiteiten
Paragraaf 5.2. Integrale controles
Zoals vastgelegd in het VTH-beleid 2024 richten we het toezicht op de meest risicovolle situaties. In bepaalde situaties en bij bepaalde objecten is een integrale controle met verschillende instanties het meest effectief en efficiënt.
|
We richten het toezicht op de meest risicovolle situaties om de risico’s in de openbare ruimte zo klein mogelijk te houden. |
|
|
De handhaving op de kamerverhuur is geïntensiveerd en verbreed tot illegale bewoningssituaties. Klachten en meldingen over woonoverlast vanuit kamerverhuurpanden of andere bewoningssituaties volgen wij actief op door middel van daadwerkelijke handhavingsacties. Daarnaast controleren wij maandelijks, op basis van meldingen van bewoners of signalen van de samenwerkingspartners, meerdere kamerverhuurpanden en andere illegale bewoningssituaties. Dit doen wij samen met diverse gemeentelijke teams, met de brandweer, Belastingdienst, politie en Orionis. Leidende thema's zijn:
In juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (Wgv) in werking getreden. Onder de Wgv hebben gemeenten een extra toezichtstaak gekregen op het handhaven van de algemene regels van goed verhuurderschap. Per 1 januari 2024 zijn gemeenten verplicht om een meldpunt te hebben waar inwoners laagdrempelig een melding kunnen doen en een handhavingsverzoek kunnen indienen, als zij denken dat de algemene regels op goed verhuurderschap worden overtreden door hun verhuurder of verhuurbemiddelaar. Binnengekomen meldingen worden door ons in behandeling genomen binnen het bestaande project woonfraude. De bouwinspecteurs organiseren het toezicht op deze meldingen. Wij hebben het meldpunt begin 2024 ingevoerd.
Thematische integrale controles
Naast de reguliere periodieke controles vinden ook thematische integrale controles plaats. De controles op thema zijn divers, afhankelijk wat het bestuur of waar de situatie om vraagt.
Kennis wordt uiteraard overgedragen en informatie wordt vastgelegd in systemen.
De integrale controles op thema voeren we uit met diverse afdelingen binnen de gemeente en handhavingspartners zoals de politie, brandweer, veiligheidsregio, douane, arbeidsinspectie, RUD, waterschap en Rijkswaterstaat. Op deze manier draaien we periodiek in het kader van ondermijning controles in garageboxen.
We gaan in 2025 door met onze integrale projectmatige aanpak van woonfraude. Wel gaan we in 2025 onderzoeken op welke wijze we dit project kunnen onderbrengen in de lijnorganisatie. We zullen dit thema inbrengen in de kadernota voor 2026. Het taakveld woonbeleid/woonfraude is flink uitgebreid als gevolg van lokale en landelijke wetgeving. Naast de aanscherping van de Vlissingse huisvestingsverordening, is er ook landelijke wetgeving bijgekomen in het kader van regulering van het woninggebruik in de woningvoorraad: Wet betaalbare huur, wet Goed Verhuurderschap, Wet Toeristische Verhuur. Om de bouwinspecteurs te ontlasten om zich te focussen op het bouwtoezicht huren we in 2025 met rijksmiddelen een toezichthouder woninggebruik.
In 2025 gaat VTH tenminste 4 integrale controles organiseren waarbij de horeca aan controle onderworpen wordt. Hierbij laten we ons vergezellen door onder andere politie, Douane, sociale recherche en de Arbeidsinspectie. Het doel is om illegaliteit te bestrijden, met name illegale arbeid en het gelegenheid geven daaraan. Daarnaast wordt er gecontroleerd op de geldende vergunningsvoorwaarden voor de betreffende onderneming.
Wat gaan we doen om het doel te bereiken?
Hoofdstuk 6 . Ontwikkelingen en risico's
In het kader van de aanpak van ondermijnende criminaliteit heeft de gemeente Vlissingen op 8 maart 2022, samen met alle Zeeuwse gemeenten, Waterschap Scheldestromen en de Provincie, de intentieverklaring “Zeeuwse Norm weerbare overheid” ondertekend. Het doel van deze intentieverklaring is om gezamenlijk de weerbaarheid en integriteit van de Zeeuwse overheden te versterken. In 2025 gaan we onderzoeken welke stappen we kunnen zetten om deze norm te kunnen behalen en te behouden. Zowel wat betreft organisatorische inbedding (team ondermijning) als capaciteit aan en kwaliteit van medewerkers. Onderdeel van deze ontwikkeling is de inrichting van een BIBOB-kernteam. Dit nemen we mee in de kadernota voor 2026.
Paragraaf 6.3. Wettelijk verplichte kwaliteit en capaciteit
Zoals eerder in dit document aangegeven gaan we in 2025 een nieuwe Vlissingse risico-analyse maken. We brengen voor dit doel de wettelijke taken van de afdeling in kaart, aangevuld met de wensen van de andere beleidsvelden en de politiek/bestuurlijke keuzes.
Een belangrijk onderdeel van deze analyse wordt het onderzoeken en vastleggen in normuren van de behandeling van onze wettelijke VTH-taken. Daarbij kijken we naar alle facetten die bij de behandeling komt kijken.
De vastgestelde normuren samen met de risicoanalyse vormen de basis voor het voldoen aan het wettelijk vereiste risicogerichte toezicht. De risicoanalyse die in 2025 wordt gemaakt levert de informatie voor de planvorming voor 2026 en geeft concrete input voor de beoordeling van de personele capaciteit.
Zoals onder 2.2. is aangegeven gaan we in 2025 een wettelijk verplichte inventarisatie en analyse maken van de kritieke massa van de gemeente Vlissingen. Dit betekent dat we per taakveld/functiegroep inzichtelijk maken in welke mate wordt voldaan aan de kwaliteitseisen ten aanzien van benodigde kennis, gevolgde opleidingen, beschikbare capaciteit en werkervaring (vlieguren).
Op basis van dit huidige plan en de daarin genoemde nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ondermijning en het nieuwe woonbeleid kunnen we reeds constateren dat de huidige capaciteit niet voldoende is om deze extra taken op te vangen. Zoals concreet in dit plan is aangegeven onderzoeken we de formatie van een team/cluster woninggebruik en een ondermijningsteam. We nemen de bevindingen mee in de kadernota 2026.
Los van deze ontwikkelingen is het zeer aannemelijk dat wij niet voldoen aan de minimum vereisten van de wettelijk vastgestelde landelijke proces- en kwaliteitscriteria VTH. Daarnaast maken vergelijkingen met andere vergelijkbare middelgrote gemeenten duidelijk dat wij op een aantal aspecten, met name op het gebied van veiligheid, toezicht en handhaving tekortschieten. Zeker gelet op onze huidige zichtbare kwetsbare veiligheidssituatie. Dit is verklaarbaar. Gelet op de financiële situatie in Vlissingen is de mogelijkheid om structureel te investeren in de kwaliteit en capaciteit van team VTH al jarenlang beperkt en zijn we niet meegegroeid kunnen met de ontwikkelingen op VTH-gebied. We zullen een inhaalslag moeten maken die past bij de huidige financiële mogelijkheden. Dit betekent dat we deze inhaalslag stapsgewijs moeten aanpakken, gebaseerd op een goede prioritering en een goede strategische personeelsplanning. De eerste aanzet zullen we aanleveren bij de Kadernota 2026.
We zetten al stappen om steeds dichter te komen bij de landelijke proces- en kwaliteitscriteria. Dit betekent dat we nu al een inhaalslag maken en meer moeten investeren in applicatiekosten om de elektronische procesdossiers nog beter toegankelijk en inzichtelijk te maken. Voorts investeren we ook in opleidings- en trainingskosten van onze VTH- medewerkers. De meerkosten maken we inzichtelijk in de Kadernota 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-366853.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.