Gemeenteblad van Amersfoort
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 295303 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amersfoort | Gemeenteblad 2025, 295303 | beleidsregel |
Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2025 & Jaarverslag VTH 2024
Vergunningverlening Wabo, brandveiligheid, APV
Toezicht en handhaving Wabo, APV en bijzondere wetten
Doelstellingen en aanpassingen 2025
De geprioriteerde thema’s uit 2024 blijven hoofdzakelijk gelden in 2025 alsmede de daaraan gekoppelde doestellingen (zie 3.2). Enkel de airco’s en warmtepompen wordt vooruitlopend op verruimde wetgeving, als prioriteit geschrapt.
Openbare orde, leefbaarheid en APV
Voor 2025 zien we weinig aanleiding om de geprioriteerde thema’s aan te passen zoals die in 2024 zijn vastgelegd en besproken met de raad. Enkel airco’s en warmtepompen is, vooruitlopend op wetgeving, als prioriteit geschrapt.
Daarnaast hebben we de prioriteit ‘Interne meldingen’ toegevoegd. We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s die bij VTH opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom. Voor de aanpak van zwerfafval in de binnenstad loopt een eigenstandig traject.
Aanvullende op de doelstellingen uit paragraaf 3.2 werken we in 2025 aan de volgende concrete doelen;
Kleine aanpassingen toezichtsprioriteiten
Uit een analyse van de risicomatrix en daarmee samenhangende prioriteiten is blijkt dat er meer prioriteit nodig is voor reclame-uitingen bij monumenten, toezicht op gevolgklasse 1, bouwtoezicht bij evenementen en minder prioriteit bij toezicht op illegale bewoning van vakantieparken, airco’s en warmtepompen. Ten aanzien houtrook en mutatiedetectie zal in 2025 de werkwijze aangepast worden.
We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s bij VTH die opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom.
1.1 Waarom een jaarverslag en een Uitvoeringsprogramma?
Dit Uitvoeringsprogramma en jaarverslag is een uitwerking van de Uitvoering- en Handhavingstrategie 2023 – 2027 (vanaf nu U&H strategie). Daarin is de basis gelegd hoe de gemeente Amersfoort haar rol, en die van haar inwoners ziet als het gaat om taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH).
Het jaarverslag beschrijft wat de gemeente in 2024 heeft uitgevoerd op het gebied van Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Het Uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de activiteiten die de gemeente op het gebied van VTH in 2025 wil gaan uitvoeren. Hierbij worden de activiteiten die worden uitgevoerd door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) meegenomen. Het Uitvoeringsprogramma van de RUD Utrecht is ook als bijlage 2 opgenomen.
De gemeente wil hiermee bereiken dat het voor iedereen helder en duidelijk is hoe de gemeente uitvoering geeft aan haar VTH-beleid. Duidelijkheid en transparantie over het beleid en de uitvoering draagt namelijk bij aan het vergroten van het begrip bij diegenen die hiermee te maken krijgen.
Het jaarlijks vaststellen van een Uitvoeringsprogramma is een plicht die voortvloeit uit hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit.
In het Omgevingsrecht zijn er regels waar overheden zich aan moeten houden bij het uitvoeren van VTH-taken. Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen.
Eisen aan de inrichting van deze processen zijn wettelijk vastgelegd in het Omgevingsbesluit. Dit zijn de zogenaamde procescriteria. De procescriteria bevatten de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus: de zogenaamde en bekende ´BIG-8´-cyclus.
De provincie beoordeelt of gemeenten het uitvoeren van de wettelijke VTH-taken adequaat uitvoert. Het VTH-beleid en het Uitvoeringsprogramma vormen hiervoor de basis.
Met dit Uitvoeringsprogramma en jaarverslag wordt invulling gegeven aan deze wettelijke verplichtingen.
Dit jaarverslag en Uitvoeringsprogramma bestaat enerzijds uit een algemene beschrijving van wat de gemeente heeft gedaan en wat de gemeente wil gaan doen aan de uitvoering van haar VTH-taken.
Anderzijds bestaat het uit ‘Productbladen’ waarin per product of activiteit toelichting wordt gegeven op vragen als ‘Wat doen we? Waarom doen we het? Wat vinden we belangrijk?’ etc.
De productbladen zijn tot stand gekomen vanuit de provincie brede samenwerking op VTH-gebied. Er is een ‘menukaart’ ontwikkeld van alle VTH-taken. Per gemeente wordt bepaald welke productbladen in de gemeente van toepassing zijn. Deze productbladen worden jaarlijks ‘gekozen’. De opzet en opbouw van de productbladen is altijd hetzelfde en wordt als zodanig door alle gemeenten gebruikt. Hiermee is bereikt dat per product inzichtelijk is hoe voor de betreffende taak/activiteit invulling is/wordt gegeven aan de beleids- en uitvoeringscyclus. Ook wordt de inhoud van de productbladen zoveel mogelijk met elkaar afgestemd. Aan de andere kant staat het gemeenten vrij om een eigen invulling te geven aan de inhoud van de productbladen. Er blijft ruimte om maatwerk mogelijk te maken en lokale nuances aan te brengen.
2.1 Welke taken voeren we uit?
Dit Uitvoeringsprogramma gaat over (de uitvoering van) de VTH-taken waarvoor wij het bevoegd gezag zijn. Het gaat over wet- en regelgeving die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving in een zo breed mogelijk zin.
Concreet zijn dit de volgende landelijke en gemeentelijke kaders:
Welke VTH-taken de gemeente Amersfoort precies uitvoert en hoe hieraan concreet invulling wordt gegeven staat beschreven in de Productbladen (bijlage 3).
2.2 Wie voeren de VTH-taken uit?
De VTH-taken worden niet alleen door de gemeente zelf uitgevoerd, er wordt samengewerkt met meerdere VTH-partners.
Uitvoeringsorganisatie gemeente Amersfoort
De gemeente Amersfoort heeft de uitvoering van haar VTH-taken georganiseerd binnen de afdeling VTH. Daarbij zijn vrijwel alle VTH-taken op het gebied van milieu ondergebracht bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (hierna: RUD). Op het gebied van brandveiligheid wordt nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio Utrecht (hierna: VRU).
Binnen de afdeling VTH zijn Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving functioneel en per medewerker gescheiden. Hiermee wordt voorkomen dat een bedrijf een vergunning én daarna een controle krijgt van dezelfde medewerker.
De beschikbare capaciteit bij de afdeling VTH voor de uitvoering van de VTH-taken over 2025 staat opgenomen in bijlage 4 Doelstellingen en formatie 2025.
Aan de doelstellingen voor 2025 uit hoofdstuk 5 hebben we inzet en formatie gekoppeld.
De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de nodige middelen ligt vast in de gemeentelijke jaarlijkse begroting.
De benodigde middelen voor Vergunning, Toezicht en Handhaving worden deels gedekt door inkomsten uit de leges en deels door financiering vanuit de algemene middelen. Werkzaamheden die gerelateerd zijn aan het vergunningenproces worden gefinancierd uit de legesinkomsten. De overige kosten worden gedekt uit de algemene middelen. Dit bedrag is financieel gewaarborgd in de begroting.
Uit de leges worden de kosten voor vergunningverlening, administratieve zaken en de helft van beleid en kwaliteitszorg bekostigd. Dit betreft namelijk werkzaamheden die zowel omgevings- als evenementenvergunning betreffen. Beleid en kwaliteitszorg wordt slechts voor de helft betrokken omdat zij ook werkzaamheden buiten het vergunningenproces verrichten. Dat geldt ook voor juristen en bouwinspecteurs.
Het budget voor het management en voor de overige inzet op toezicht en handhaving, juridische zaken en beleid en kwaliteitszorg, komt uit de algemene middelen.
Zodra de vraag om vergunningen toeneemt, en ook het daaraan verbonden toezicht, wordt er extra ingehuurd vanuit het budget dat ontstaat door de toegenomen leges.
Voor 2025 zijn deze legesinkomsten nog steeds onzeker door de wijziging van de legesverordening als gevolg van de inwerkingtreding van de Ow en Wkb. Het stelsel van kwaliteitsborging is in 2024 nog niet op gang gekomen. Het blijft dus zaak goed te monitoren hoe de legesinkomsten zich in de loop van 2025 ontwikkelen om hier ook de eventuele formatie op aan te passen. Voor 2024 waren de legesinkomsten en algemene middelen afdoende om de kosten voor VTH te dekken.
De RUD voert voor de gemeente Amersfoort milieutaken uit. De samenwerkingsafspraken tussen de RUD en Amersfoort liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (hierna: DVO). De RUD rapporteert ieder half jaar en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Ook stelt de RUD jaarlijks een uitvoeringsplan op. Dat uitvoeringsplan maakt jaarlijks integraal onderdeel uit van het Uitvoeringsprogramma. Dit Uitvoeringsprogramma is op basis van de regionale U&H strategie zoals die ook door het college van Amersfoort is vastgesteld.
De VRU adviseert de gemeente Amersfoort en de Provincie Utrecht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van brandveilig gebruik. Ook voert de VRU op dit gebied het toezicht uit. De VRU controleert daarnaast risicogericht op bestaande bouwwerken en geeft voorlichting over brandveiligheid aan consumenten en ondernemers. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Amersfoort liggen vast in een DVO. De VRU rapporteert jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Amersfoort een jaarplan op.
De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. In de provincie Utrecht is al jaren een breed samengesteld Provinciaal Samenwerkings Overleg (PSO) operationeel, dat is doorontwikkeld in een Bestuurlijk Overleg VTH. Hiermee wordt invulling gegeven aan de formele eisen uit de Omgevingswet. Naast de overheden (gemeenten, provincie, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie), landelijke inspectiediensten (NVWA, RWS, Belastingdienst, SZW, ILT) en de Veiligheidsregio, nemen ook een aantal beherende instanties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts Landschap) en belangenorganisaties, zoals Utrechts Particulier Grondbezit deel aan het overleg. Daarnaast nemen ook de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) als adviseurs deel aan het overleg.
In het kader van de invoering van de Omgevingswet is er intensief samengewerkt en zijn de afspraken bestuurlijk vastgelegd en verder uitgewerkt in praktische afspraken tussen alle samenwerkende partners.
Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT)
De Provincie Utrecht ziet toe of- en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen. Het IBT richt zich zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten.
In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het Omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kon het oordeel uitkomen op “voldoet niet”, “voldoet deels” of “voldoet”.
De beoordeling over 2023-2024 is uitgekomen op ‘voldoet deels’. Met enkele gerichte verbeteringen en een continue aandacht voor kwaliteit is de ambitie om bij de volgende beoordeling op “voldoet” uit te komen.
De samenwerking tussen de waterschappen en gemeenten in de provincie Utrecht heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit, medegebruik van openbaar water en nautisch toezicht op vaarbewegingen.
Door de invoering van de Omgevingswet zijn de afspraken weer herzien en praktisch vertaald in werkafspraken.
In incidentele gevallen wordt gezamenlijk opgetrokken. In dat kader vindt uitwisseling van gegevens plaats. In voorkomende gevallen vindt er signaaltoezicht plaats.
In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt afstemming plaats met het functioneel parket. De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het Openbaar Ministerie Midden-Nederland. Inzet van OM en politie is conform de landelijke handhavingsstrategie, die geborgd is in ons handhavingsbeleid.
Politie, OM, belastingdienst en gemeenten werken regionaal samen met het RIEC. Regionaal Informatie en Expertise Centrum. (Landelijk LIEC). Het RIEC Midden Nederland heeft een actieplan “wie praat, die gaat” opgesteld, hierin zijn de regionale prioriteiten voor de komende jaren vastgelegd, gericht op het tegengaan van ondermijning. Casuïstiek wordt opgepakt onder het werkproces van signaal tot interventie; hieronder val onder andere de lokale casuïstiek uit het ondermijningsoverleg, maar ook casuïstiek in het Districtelijk Team Ondermijning. Bij de lokale casuïstiek, indien relevant, betrekken wij ook onze partners zoals de RUD.
De Interbestuurlijk Toezichthouder heeft gevraagd om een verbeterde afstemming tussen gemeente OM, met name waar het gaat om de doelen die we willen bereiken en de inspanningen die we daartoe verrichten. Deze afstemming tussen een individuele gemeenten en het OM hebben weinig toegevoegde waarde. Amersfoort zal via het platform Provinciaal Samenwerkingsoverleg verzoeken om tot een regionale afstemming te komen voor de Uitvoeringsprogramma’s van de gemeenten, provincie en ODU voor 2026.
De politie treedt als partner vooral zichtbaar op bij de handhaving van de openbare orde. De politie werkt nauw samen met de BOA’s, bijvoorbeeld tijdens de horecaconctroles in de weekenden. Ook tijdens de reguliere werkzaamheden van de BOA’s ondersteunt de politie wanneer dat gevraagd wordt. En vice versa.
De politie besteedt daarnaast op drie niveaus aandacht aan milieudelicten:
Het opsporen en bestrijden van (middel)zware milieucriminaliteit gebeurt door een Regionaal Milieuteam. Ook is er een landelijke recherche die zich bezighoudt met (inter)nationale milieumisdaden.
Amersfoort beschikt over een handhavingsarrangement met de politie waarin nadere afspraken over o.a. de samenwerking zijn gemaakt.
2.3 Ontwikkelingen in het vakgebied
Label-C verplichting kantoorgebouwen
In 2023 is er gestart met het toezicht en handhaving op de energielabel-C verplichting van kantoorgebouwen. In 2023 schreven we alle pandeigenaren aan waarbij we aangeven dat ze moeten voldoen aan de labelverplichting. Tevens hebben we ze de mogelijkheid gegeven om in een plan van aanpak aan te geven hoe ze per 1 januari 2024 wel voldoen aan de labelplicht indien dit nog niet het geval was.
Vanaf 2024 zijn we gestart met juridische handhaving bij panden die niet voldoen. De inspanningen over 2023 hebben effect gesorteerd. Zo is het aantal adressen dat niet aan de verplichting voldeed tussen zomer 2023 en 1 januari 2024 teruggelopen van 104 naar 50.
Om 2024 is dit aantal verder gedaald naar 37.
De doelstelling blijft dat eind 2025 alle panden aan de gestelde labelplicht voldoen.
Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen
Private kwaliteitsborging is het technisch toetsen van bouwplannen en het houden van toezicht op de realisatie van de bouw door private partijen in plaats van door de overheid. De bouwsector is hierbij zelf verantwoordelijk voor de bouwkwaliteit. De invoering van de Wkb heeft effecten op legesinkomsten in combinatie met capaciteitsbehoefte, nieuwe werkprocessen etc.
Per 1 januari 2024 is de wet gedeeltelijk in werking getreden. Met name bij grondgebonden woningen verlenen we geen technische vergunningen meer en voeren we geen toezicht meer uit op de technische aspecten.
In 2024 zijn er nog geen 20 bouwmeldingen onder de Wkb ingediend. En slechts in een enkel geval is in 2024 het hele traject doorlopen van melding tot oplevering van het bouwwerk. Dit zorgt ervoor dat de vastgelegde invoeringsstrategieën in de U&H strategie nog niet geëvalueerd kunnen worden en dat ook 2025 een jaar zal blijven van pionieren. Ook blijven de inkomsten uit leges onder het stelsel van de Wkb nog onzeker. Mogelijk gaan in de loop van 2025 ook de verbouwingen en renovaties onder de Wkb vallen. Dit zal leiden tot een verschuiving in werkzaamheden en in het opdoen van meer ervaring met het werken onder de Wkb.
De gemeente Amersfoort beschikt over een soortenmanagementplan (smp) op basis waarvan we inwoners en bedrijven onder voorwaarden werkzaamheden kunnen laten uitvoeren waarvoor ze dan geen quickscan of nader onderzoek hoeven te doen of een ontheffing voor soortenbescherming bij de provincie Utrecht hoeven aan te vragen.
Het toepassen van smp’s krijgt meer aandacht binnen de provincie Utrecht en ook is de provincie Utrecht voornemens om meer te handhaven op natuurwetgeving. Amersfoort zal in 2025 het proces van het smp vereenvoudigen en ook toepasbaar maken voor vergunningsvrije activiteiten. Zo ontstaat er meer aandacht voor soortenbescherming zowel aan de voorkant van het proces bij de gemeente als aan de achterkant bij de provincie door middel van toezicht en handhaving.
Bescherming van het rijkelijk aanwezige erfgoed binnen Amersfoort heeft al jaren de aandacht. Met namen in de vergunningverlening waarin eisen worden gesteld aan de sloop en verbouw van erfgoed. Op de uitvoering conform vergunning wordt ook toezicht ingezet en gehandhaafd als niet aan de vergunningvoorschriften wordt voldaan. Niet vergunning gebonden toezicht vindt minder frequent plaats. In 2024 was de doelstelling om op ten minste 1 thema (bijvoorbeeld reclame-uitingen) projectmatig toezicht te organiseren. Dat is in 2024 niet gerealiseerd en blijft de ambitie voor 2025. Concrete activiteiten zijn opgenomen in productblad 5.
Het stroomnet raakt ook in Amersfoort steeds voller. Steeds meer bedrijven en instellingen krijgen te maken met netcongestie waardoor zij geen nieuwe (bedrijfsmatige) stroomaansluiting meer krijgen van de netbeheerder.
Om met dit probleem om te gaan zal in 2025 een toetsingskader worden ontwikkeld waaruit blijkt op welke wijze de gemeente Amersfoort wil meewerken aan het mogelijk maken van alternatieve oplossingen voor een stroomaansluiting. Voor met name vergunningverleners zal het veel tijd en flexibiliteit vergen om initiatiefnemers te begeleiden naar de juiste oplossing bij congestieproblemen.
Door het oplopende woningtekort wordt er ook in Amersfoort gezocht naar alternatieve oplossingen. In 2025 komt het college met regelgeving waardoor het onder voorwaarden mogelijk wordt gemaakt om een tijdelijke woning te realiseren in de achtertuin. Voor VTH betekent dit dat dergelijke aanvragen moeten worden getoetst en zal het leiden tot meer handhaving bij misbruik van de regelgeving.
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn er ook een aantal informatieplichten in het leven geroepen ten aanzien van stikstofuitstoot tijdens de bouw en sloop- en bouwveiligheid. Het toetsen van deze informatieplichten behoeft nog wat meer aandacht en zal in 2025 worden opgepakt.
Amersfoort kent een kapvergunningenstelsel voor het kappen van bomen. Het proces hiertoe dient te worden herzien. In 2025 wordt heroverwogen welke bomen kapvergunningsplichtig zijn en wordt het proces aangepast waar nodig. Ook wordt toezicht en handhaving op de herplantplicht vorm gegeven.
Voor de bovenstaande ontwikkelingen staan in hoofdstuk 5 doelstellingen opgenomen.
Om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken te optimaliseren en borgen, is de Wet VTH in het leven geroepen. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en handhaving van het Omgevingsrecht.
De wet regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van handhaving te komen. Zo is het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en is het aan gemeenten een verordening kwaliteit VTH te hebben.
In bijlage 6 “Kwaliteitscriteria Comply or Explain” is opgenomen waarin we beschrijven hoe we omgaan met de kwaliteitscriteria. Amersfoort wil voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria. Voldoen aan de kwaliteitscriteria is niet eenvoudig en vergt continu investeren en onderhoud. In deze bijlage staat dan ook verantwoordt in welke mate we voldoen aan de kwaliteitscriteria en waar we niet voldoen leggen we dat uit.
De kwaliteitscriteria bestaan uit 3 delen:
In grote lijnen voldoen we aan de inhoudelijke criteria. Het merendeel is geborgd in de U&H strategie en via dit Uitvoeringsprogramma.
De procescriteria zijn een gedetailleerde uitwerking van de inhoudelijke criteria. De procescriteria samen leiden tot een sluitende beleidscyclus en kwaliteitsborging. Deze beleidscyclus is in Amersfoort gesloten door middel van het VTH Uitvoeringsbeleid, Probleemanalyse, Uitvoeringsstrategien, VTH uitvoeringsprogramma, Begroting, Jaarrekening, de uitvoering, het monitoren van de doelstellingen en de beleidsevaluatie.
De criteria voor kritieke massa zorgen voor voldoende vakmanschap in de vorm van voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en het borgen daarvan.
In bijlage 6 is gedetailleerd opgenomen in welke mate in Amersfoort wordt voldaan aan de criteria. In bijlage 5 staat het meest recente overzicht van de RUD Utrecht in hoeverre de RUD Utrecht aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoet. Bovendien zal eind 2025 de fusie tussen RUD en ODRU worden afgerond waarbij een grote stap zal worden gezet om aan de criteria te voldoen.
Door de invoering van zowel de Wkb als de Omgevingswet gaat het VTH-speelveld1 er heel anders uitzien, wat grote gevolgen zal hebben in welke mate aan de gestelde kwaliteitscriteria kan worden voldaan.
Zoals in bijlage 6 en 7 te lezen valt voldoet Amersfoort op vrijwel alle deskundigheidsgebieden aan de gestelde eisen. Die deskundigheidsgebieden waar niet wordt voldaan zijn vrijwel allemaal belegd bij de RUD. In bijlage 5 geeft de RUD aan hoe zij ook op deze deskundigheidsgebieden ook wil voldoen aan die eisen.
Ten aanzien van opleidingen is in 2024 vooral geleerd om te werken onder de OW en Wkb. Voor 2025 zal dat niet anders zijn. Het ontwikkelen van een opleidingsplan in een aandachtspunt voor 2025.
In onze U&H strategie is vastgelegd wat we belangrijk vinden als het gaat om de uitvoering van de VTH-taken. Op basis van de visie en de risicoanalyse is aangegeven aan welke thema’s en taken we prioriteit geven. Dit jaarverslag en Uitvoeringsprogramma is hier een uitwerking van. Daarbij is het goed om in het algemeen en ook specifiek (per productblad) nogmaals aan te geven wat we belangrijk vinden.
Onderstaande visie op het uitvoeren van de VTH-taken hebben we vastgelegd in het VTH-beleid en vertalen we zo goed mogelijk in doelstellingen en prioriteiten.
Hieronder de doelstellingen die in de U&H Strategie 2024 -2027 zijn opgenomen.
Deze doelstellingen zien op hoe we ons werk doen. Hier zijn dus geen specifieke activiteiten aan gekoppeld. Voor de prioriteitsdoelstellingen is dit wel het geval.
In onderstaande tabel is door middel van smileys aangegeven of de doelstelling is bereikt
Voor deze doelstellingen geldt een looptijd voor de duur van de U&H Strategie. Het is dus ook niet vreemd dat doelstellingen na 1 jaar nog niet bereikt zijn. `
Na gesprekken met de gemeenteraad heeft het college in de U&H strategie opnieuw de thema’s vastgesteld die zijn geprioriteerd voor 2024 en verder. Voor elk geprioriteerd thema is tenminste 1 doelstelling opgenomen en in de productbladen van activiteiten voorzien.
In onderstaande tabellen zijn de thema’s per domein op alfabetische volgorde opgenomen en voorzien van doelstellingen. Hierbij is tevens aangegeven of de doelstelling is bereikt en de activiteit is uitgevoerd.
Prioriteiten en activiteiten die in 2025 vervallen zijn doorgehaald. Nieuwe prioriteiten en acties zijn in het grijs weergegeven.
Openbare orde, leefbaarheid en APV
In bijlage 4 ‘Doelstellingen en formatie 2025’ zijn de geprioriteerde thema’s gekoppeld aan de inzet van boa’s.
In bijlage 4 ‘Doelstellingen en formatie’ zijn bovenstaande doelstellingen gekoppeld aan concrete inzet.
Voor 2025 schrappen we, vooruitlopend op wetgeving, de prioriteit airco’s en warmtepompen.
In het VTH-beleid zijn voor vergunningverlening en toezicht en handhaving uitvoeringsstrategieën vastgesteld. In dit Uitvoeringsprogramma volstaan we met een verwijzing naar deze algemene werkwijzen en komen ze dus ook niet terug in de productbladen. In deze strategieën is namelijk al rekening gehouden met de prioriteit die we toekennen aan het uitvoeren van een bepaalde taak.
4 Wat hebben we gedaan? – Jaarverslag-
Jaarlijks wordt een Uitvoeringsprogramma en een jaarverslag opgesteld. In het afgelopen jaar hebben we gewerkt aan het uitvoeren van het Uitvoeringsprogramma zoals dat was vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt zowel in algemene zin teruggeblikt op dit Uitvoeringsprogramma, als gedetailleerd verslag gelegd per taak/activiteit. Hiervoor wordt verwezen naar de productbladen in bijlage 3 en ‘bijlage 1 Indicatoren overzicht 2024’. Dit maakt dit hoofdstuk het Jaarverslag van 2024. Tenslotte wordt ingegaan op de lessen die hierbij zijn geleerd en of en in hoeverre we hierdoor moeten bijsturen in de toekomst.
In de bijlagen bij dit programma zijn in het indicatoren overzicht de belangrijkste gegevens terug te vinden over de behaalde resultaten van het afgelopen jaar. Deze gegevens zijn gebruikt om de doelbereiking te scoren (zie hoofdstuk 3), de prioriteitstelling aan te passen (hoofdstuk 5) en verder verwerkt in de productbladen (bijlage 2) voor het aanpassen van de doelstellingen.
Hieronder per thema de belangrijkste conclusies uit het indicatoren overzicht gecombineerd met de kwalitatieve analyse van de collega’s / experts. Daaronder staan ook de resultaten per doelstelling weergegeven.
Vergunningverlening Wabo, brandveiligheid, APV
Toezicht en handhaving Wabo, APV en bijzondere wetten
Uit een analyse van de risicomatrix en daarmee samenhangende prioriteiten is blijkt dat er meer prioriteit nodig is voor reclame-uitingen bij monumenten, toezicht op gevolgklasse 1, bouwtoezicht bij evenementen en minder prioriteit bij toezicht op illegale bewoning van vakantieparken, airco’s en warmtepompen. Ten aanzien houtrook en mutatiedetectie zal in 2025 de werkwijze aangepast worden.
We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s bij VTH die opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom.
In hoofdstuk 3 is al aangegeven in welke mate de doelstellingen zijn bereikt en de activiteiten zijn uitgevoerd.
4.4 Welke lessen hebben we geleerd en wat gaan we bijsturen?
Ten aanzien van de lange termijn doelstellingen, welke lopen voor 4 jaar, is te zien dat er voortgang is geboekt. Voor veel doelstellingen geldt dat, ook al zijn voor nu behaald de doelstelling wel relevant blijft. Voor een aantal doelstellingen die nog niet volledig zijn bereikt geldt dat we in de komende jaren nog wat stappen moeten zetten om ze te halen. Deze lange termijn doelstellingen vergen dus geen aanpassing.
Voor de doelen en activiteiten gekoppeld aan de gestelde prioriteiten geldt hetzelfde. De prioriteiten zijn in medio 2024 vastgesteld en nog steeds actueel. Met name door de trage opstart van de werking van de Wkb zorgt er voor dat de accenten die zijn gelegd op werken onder die Wkb nog steeds relevant zijn.
Aanvullende onderkennen we een aantal ontwikkelingen die wel meer aandacht behoeven en waar we doelen en acties aan koppelen:
In de productbladen staat verder per product beschreven wat we in 2025 willen bereiken en verbeteren.
Aanpassing prioriteitstelling op basis van de risicoanalyse
Op basis van de risicoanalyse in de U&H Strategie zijn de prioriteiten bepaald voor zowel (preventief) toezicht als het handhaven als gevolg van meldingen en handhavingsverzoeken.
Op basis van ervaringen uit 2024, o.a. door het werken onder de Wkb en de Omgevingswet, passen we deze prioriteitstelling voor 2025 aan. Mocht dit tot een structurele aanpassing leiden dan passen we daar ook de risicoanalyse en dus de U&H Strategie op aan.
In de risicoanalyse staat het toezicht op gevolgklasse 1 op prio ‘hoog’. In de praktijk is dit nog ‘zeer hoog’ als gevolg van het leren werken onder de Wkb. Vooralsnog zijn toezichthouders hier juist drukker mee dan gevolgklasse 2 en 3. Op termijn zal dit afnemen door ervaring met en vertrouwen in het systeem van private kwaliteitsborging.’
In de risicomatrix staat ‘illegale handelsreclame’ in het toezicht op gemiddeld en in bij de afhandeling van meldingen en handhavingsverzoeken zelfs op laag. Daarentegen is erfgoed zelfs als thema geprioriteerd. We maken voor 2025 dan ook een onderscheid tussen reclame op panden met een beschermde status en niet beschermde status. Voor reclame-uitingen op panden met een monumentale status starten we een project op om dit te voorkomen of te handhaven.
In de risicomatrix staan airco’s en warmtepompen op prio hoog. Airco’s en warmtepompen kunnen illegaal op de verkeerde plek worden geplaatst en geluidsoverlast opleveren. Ten aanzien van het plaatsen is wetgeving in voorbereiding om dit vergunningsvrij te maken. Hier zullen we dus ook geen actief toezicht meer op uitvoeren. Het aantonen van geluidsoverlast is zeer arbeidsintensief en ook niet altijd haalbaar. Ook hier gaan we in 2025 dus terughoudend mee om.
Mutatiedetectie is een geprioriteerd thema en staat ook in de risicomatrix voor toezicht op zeer hoog. Dat komt omdat er ook veel inzet op wordt gepleegd. In de praktijk is het lastig om alle waarnemingen te onderzoeken en eventueel met handhaving op te volgen. Ook zijn de geconstateerde overtredingen zeer divers en niet allemaal de moeite waard om op te volgen. In 2025 ontwikkelen we een werkwijze die meer aansluit bij wat we echt belangrijk vinden. Dus niet elke waarneming opvolgen, maar gericht kiezen per wij of per thema.
Het aantal evenementen waarbij bouwwerken neer worden gezet die bouwtoezicht op de constructie behoeven neemt toe. In de risicomatrix staat deze bij toezicht op gemiddeld. De ervaring is dat dit veel impact heeft op het werkpakket van de bouwinspecteurs. Voor 2025 prioriteren we deze vorm van toezicht dan ook als hoog.
Het stookverbod (onder omstandigheden) is in 2024 ingevoerd. In 2025 zal er vaker gehandhaafd worden als waarschuwen geen zin meer heeft. De prio gemiddeld die nu volgt uit de risicomatrix doet wellicht geen recht aan de handhavingspraktijk die gaat ontstaan.
Illegaal gebruik van vakantiewoningen
Het illegaal gebruiken van vakantiewoningen staat in de risicomatrix voor toezicht op ‘hoog’. In de praktijk houden we hier geen intensief toezicht. Ook heeft de minister eind 2024 gemeenten opgeroepen om in afwachting van aanpassing van wetgeving ook wat terughoudend om te gaan om met handhaving op illegale bewoning. Bij een verzoek om handhaving zal het college een afweging maken. Toezicht zal terughoudend zijn.
De lessen die we hebben geleerd in het voorgaande jaar nemen we mee in het komende jaar. Dit hoofdstuk beschrijft zowel in algemene zin, als in gedetailleerde zin per taak/activiteit wat het komende jaar in het Uitvoeringsprogramma komt. In paragraaf 5.2 de geprioriteerde thema’s waar we in 2025 gerichte acties op plannen. De doelstellingen die hier bij horen staan al opgesomd in paragraaf 3.2 en komen terug in de productbladen. We sluiten dit hoofdstuk en het Uitvoeringsprogramma als geheel af, met de productbladen van alle activiteiten die we binnen VTH het komende jaar uit zullen voeren.
De geprioriteerde thema’s waar we concrete doelstellingen op geformuleerd hebben (zie paragraaf 3.2) zijn:
Openbare orde, leefbaarheid en APV
Voor 2025 zien we weinig aanleiding om de geprioriteerde thema’s aan te passen zoals die in 2024 zijn vastgelegd en besproken met de raad. Enkel airco’s en warmtepompen is, vooruitlopend op wetgeving, als prioriteit geschrapt.
Daarnaast hebben we de prioriteit ‘Interne meldingen’ toegevoegd. We willen meer zicht krijgen op de interne meldingen die worden gedaan bij VTH. Dit betreffen meldingen van collega’s die bij VTH opvallende zaken melden die mogelijk in strijd zijn met de regels. Deze meldingen gaan we eenduidiger registreren waarbij we ook aangeven hoe de melding is opgevolgd (geen actie, onderzoek, toezicht, handhaving etc.) en waarom. Voor de aanpak van zwerfafval in de binnenstad loopt een eigenstandig traject.
Aanvullend op de doelstellingen uit paragraaf 3.2 werken we in 2025 aan de volgende concrete doelen;
Per productblad van uit te voeren VTH-taak staan de volgende onderdelen zo concreet mogelijk beschreven:
De lijst met producten is samen met de regiogemeenten ontwikkeld. Wij leveren niet alle producten die in de lijst opgenomen staan, omdat niet elke gemeente dezelfde afbakening hanteert voor dit Uitvoeringsprogramma.
5.4 Overzicht productbladen VTH-samenwerking
Onderstaand de productbladen zoals die voor Amersfoort gelden. De productbladen die regionaal wel ontwikkeld zijn, maar die we in Amersfoort niet gebruiken (bijvoorbeeld omdat ze niet binnen de scope van dit plan passen, of omdat de taken in een ander productblad op zijn genomen) zijn uitgegrijsd. De productbladen zijn te vinden in bijlage 3.
Bijlage 1 Indicatoren overzicht 2024
In dit indicatorenoverzicht staan de belangrijkste gegevens die nodig zijn om de werkzaamheden van VTH over 2024 te kunnen duiden en te beoordelen in welke mate de doelstelling over 2024 zijn gerealiseerd.
Door de invoering van zowel de Omgevingswet (OW) als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zijn veel vergunningen veranderd van naam en inhoud. Vergelijkiing met voorgaande jaren heeft daarom geen toegevoegde waarde
Deze aantallen komen in de breedte overeen met de cijfers uit voorgaande jaren. Wat opvalt is dat het aantal bouwmeldingen achterblijft bij de verwachting. Enerzijds doordat verbouwingen nog niet onder het stelsel van de Wkb vallen. Anderzijds omdat er eind 2023 nog veel vergunningen zijn aangevraagd vlak voordat de Wkb in werking is getreden.
3. APV, Verordening Fysieke leefomgeving Amersfoort (floA) en Alcoholwet
Voor de APV, floA en Alcoholwet zijn we al eerder in de nieuwe applicatie gaan werken en veranderen de vergunningen op de inhoud ook niet wezenlijk. Een vergelijk met 2023 is hierdoor beter mogelijk.
4. Samenwerking met ketenpartners
Het jaarverslag inclusief alle indicatoren is opgenomen in bijlage 2.
5.1 Indicatoren behorende bij de doelstellingen uit de geprioriteerde thema’s
*We onderzoeken nog of deze stijging het gevolg is van een ander meldingssysteem dat wordt gebruikt. Het aantal meldingen bij de politie is namelijk van 2023 (1248) op 2024 (1184) juist wat afgenomen.
|
Aantal opgelegde sancties op het gebied van dronkenschap, wildplassen en baldadigheid (D505, D530, F121a en b, F185) |
||||
|
Aantal opgelegde sancties op het gebied van alcoholgebruik onder minderjarigen |
||||
Brandveiligheid en constructieve veiligheid bestaande bouw en Brandveilig gebruik + landelijke bouwincidenten
Toezicht op sociale veiligheid waaronder ondermijning
|
Percentage van de tijd die boa's besteden aan het bevorderen van sociale veiligheid (jeugd, alcohol, wijkboa’s). |
Milieu en energie bij bedrijven
Gedetailleerd jaarverslag voor de milieutaken en het Uitvoeringsprogramma is als bijlage 2 toegevoegd.
Grofvuil en huishoudelijk afval
Een deel van het toezichtwerk wordt bepaald door de meldingen ‘Handhaving Openbare Ruimte’ die binnenkomen. Onderstaand de trend in het aantal meldingen over jaren, de spreiding per thema en per wijk.
Bijlage 2 Jaarverslag en Uitvoeringsprogramma (JUP) RUD Utrecht
We sluiten 2024 af met mooie cijfers: over de hele linie hebben onze vergunningverleners, toezichthouders, juristen, ondersteuners en IT-ers zo’n 96% van de afgesproken producten en diensten gerealiseerd. Daar ben ik trots op, zeker omdat dit het eerste jaar was dat er met de Omgevingswet werd gewerkt. Deze goede resultaten zijn te danken aan de inzet van de RUD-ers. Zij zijn gemotiveerd om in hun werk het verschil te maken voor natuur en milieu. Deze rol van omgevingsdiensten als beschermer van de leefomgeving is er één die steeds belangrijker wordt en ook steeds meer wordt gezien en gewaardeerd. Dit is ook zichtbaar in de toename van de hoeveelheid producten en diensten die er worden afgenomen door onze eigenaren. De ontvangen prijs voor beste werkgever in de categorie overheid is wat mij betreft dan ook een mooie bekroning op ons werk en onze organisatie.
Onze rol in de naamsbekendheidscampagne van de gezamenlijke omgevingsdiensten, van afgelopen jaar, heeft geholpen in het centraal stellen van de kwaliteit onze leefomgeving. Deze campagne heeft veel opgebracht en laat het mooie van werken bij omgevingsdiensten zien: we hebben echt iets toe te voegen voor natuur en milieu. Dat gaat niet automatisch goed. Daar moeten we met elkaar voor staan en voor blijven staan.
Afgelopen jaar is er een start gemaakt met de doorontwikkeling van ons natuur toezicht. Hierbij gaan we naar een meer integrale manier van toezicht houden welke gestoeld is op actuele informatie en risico’s, in lijn met onze bewezen RGT-systematiek voor milieu.
Vanaf 2026 werken we met de grotere, robuustere Omgevingsdienst Utrecht voor natuur en milieu. Vorig jaar zijn de bestuurlijke fundamenten voor deze nieuwe organisatie gelegd. Inmiddels zijn de werkzaamheden voor de daadwerkelijke integratie van de ODRU en de RUD in volle gang. 2025 wordt dan ook een druk, spannend jaar voor vooral de medewerkers van beide diensten. Waar de fusie vorig jaar vooral een aangelegenheid van en met jullie als opdrachtgevers was, zal er dit jaar een beroep op de RUD-ers uit de hele organisatie worden gedaan. Uiteraard doen we er alles aan om ook dit jaar weer mooie resultaten te halen en de afspraken uit de dienstverleningsovereenkomsten te halen. Voor jullie als opdrachtgevers, en vooral voor een veilige, schone leefomgeving.
De gehele rapportage is in dit hoofdstuk kort samengevat.
De realisatie heeft de begroting licht overschreden. Er werd op een aantal thema’s meer werk gevraagd dan vooraf begroot. Door het recente besluit van het Algemeen Bestuur hoeft de gemeente Amersfoort deze overschrijding niet te betalen. De aandachtpunten van 2024 lichten we hier per thema kort toe. Voor verdere specificering verwijzen we u graag door naar de thema bladen.
Het spontaan naleefgedrag bij milieu toezicht is 42% dit is iets onder de regionale benchmark. Dit wil zeggen dat we in 58% van de controles overtredingen constateren. Het toezichtseffect is wel erg hoog in Amersfoort, in slechts 13% van de overtredingen is handhaving noodzakelijk om de overtreding te laten herstellen. Klachten zijn stabiel ten opzichte van vorig jaar en betreffen met name geur en geluidsklachten.
De overschrijding op dit thema komt met name door de inzet op het adviesproduct ‘Advisering Algemeen/Integraal’. Na 1 jaar ervaring met de Omgevingswet en opgedane nieuwe inzichten, hebben we vastgesteld dat de thema algemeen/integraal niet optimaal functioneerde. Om de sturing en effectiviteit te verbeteren, hebben we besloten tot een herschikking van het thema tot 'juridische ondersteuning’.
Onze adviseurs waren dit jaar betrokken bij veel projecten op het gebied van Ruimtelijke Ontwikkeling binnen de gemeente Amersfoort. Afgelopen jaar is hard gewerkt aan grote projecten zoals Bovenduist, Trapezium, De Nieuwe Stad en Kop van Isselt. Dit jaar zijn onze adviseurs aangesloten bij verschillende 'Dedicated Teams'. Daarmee bewaken we samen de milieuaspecten gedurende de verschillende fases van initiatief tot realisatie.
Naast de reguliere adviezen op QuickScans en vervolgonderzoeken ondersteunen we de gemeente ook met adviezen bij groencompensatie.
De samenwerking is goed en zorgt voor kwalitatief onderbouwde beslissingen binnen zowel maatschappelijke, sociale en ruimtelijke vraagstukken. De aanvullende opdracht is ook bijna benut. De behoefte van gemeente Amersfoort wordt al jaren via een aanvullende opdracht gerealiseerd. Omwille van leveringszekerheid op dit relevante thema is in de DVO 2025 een structurele urenuitbreiding gerealiseerd.
Met onze adviezen, toetsing, toezicht en handhaving dragen we actief bij aan het behoud en de verbetering van de kwaliteit van onze leefomgeving. Drie keer per jaar rapporteren we aan onze eigenaren om de inspanningen te monitoren, ontwikkelingen te signaleren en eventueel bij te sturen in de operatie. Door te rapporteren op de uitvoering en outcome dragen deze rapportages bij aan een sluitende beleidscyclus.
Het uitvoeringskader en de instrumenten
De kaders waarbinnen we werken zijn te vinden in: de Omgevingswet, het Omgevingsplan, de Omgevings- verordening, Omgevingsprogramma, Algemene wet bestuursrecht (Awb), Wet milieubeheer (Wm) geldende handhavingsstrategie (vastgesteld door het AB) en de vastgestelde onderdelen van de (uniforme) VTH- strategie voor de RUD Utrecht.
We beschikken over een breed scala aan instrumenten in de uitvoering, waaronder toezicht en handhaving, vergunningverlening en advisering.
Deze vormen de ruggengraat van onze operationele aanpak. De keuzes voor de inzet die zijn gemaakt in het uitvoeringsprogramma zijn leidend voor de uitvoering. We beschrijven in de jaarrapportage de gerealiseerde aantallen producten (adviezen, vergunningen en toezicht) en overige activiteiten van het afgelopen jaar. Ook geven we een overzicht van het uitvoering voor het huidige jaar.
Samenhang met strategisch VTH- beleid
In de regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie (UHS) zijn de kaders en doelstellingen van onze opdrachtgevers vastgesteld om een kwaliteitsimpuls te realiseren in de fysieke leefomgeving. Onze inspanningen sluiten aan op dit strategisch VTH-beleid. Door actief de bevindingen uit het veld te monitoren en te evalueren, streven we naar het leveren van input voor de beleidsvorming. Zo ontstaan iteratieve beleidscycli, in lijn met de principes van de Omgevingswet.
Ons doel is helder: een veilige en gezonde leefomgeving.
Door slim gebruik te maken van informatie en risicobenaderingen zetten we onze middelen en mensen op een zo effectief mogelijke manier in. Alle activiteiten moeten voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. We streven naar een leefomgeving vrij van verslechtering en beschermen deze door proactief gebruik te maken van onze risicobeperkende instrumenten. We stimuleren een preventieve aanpak, waarbij we illegale en schadelijke handelingen voorkomen en waar nodig milieuovertredingen laten herstellen.
Vanuit de Uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) zijn doelen gesteld omtrent de monitoring en toezicht n.a.v. klachten. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de milieuklachten.
Via de milieuklachtentelefoon ontvangen wij meldingen waarmee mensen ons informeren over verschillende milieuproblemen. Deze klachten kunnen verschillende milieuaspecten omvatten, zoals geur- of geluidsoverlast, water- of bodemverontreiniging, ongeoorloofde afvalstortingen, etc.
Om een duidelijk beeld te geven van de meest voorkomende klachten, zijn de verschillende milieuaspecten in de cirkeldiagram weergegeven. Het aantal klachten is stabiel ten opzichte van vorig jaar. Het betreffen met name geur- en geluidsklachten.
Aantal klachten ter plaatse geweest (%)
De klachtmeldingen die we via de milieuklachtentelefoon ontvangen zijn divers van aard. Niet in alle gevallen is het nodig om ter plaatse te gaan om de klachtmelding af te handelen. Om een beeld te geven in hoeveel van de gevallen het noodzakelijk is om ter plaatse gaan, is in bovenstaande staafdiagram en het percentage weergegeven.
Na ontvangst van een milieuklacht (incidentmelding) kan een toezichthouder ter plaatse gaan om de klacht te valideren. Dit doen we door middel van een fysieke milieucontrole bij het bedrijf. Bij een eventuele overtreding kan er gelijk ingegrepen worden om de klachtoorzaak te verhelpen. Het percentage klachten dat op deze manier fysiek wordt gecontroleerd, wordt hier weergegeven.
In Amersfoort zijn een flink aantal additionele controles uitgevoerd naar aanleiding van klachten. Hierbij sprong één zaak met betrekking tot een restaurant in het oog. In samenspraak met de gemeente is, na een grote hoeveelheid klachten, een strategie bepaald. Inmiddels is de situatie onder controle.
Vanuit de Uniforme Uitvoerings en Handhavingsstrategie (UHS) zijn doelen gesteld omtrent milieutoezicht. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de milieutoezicht. Spontaan naleefgedrag wordt gemeten door te kijken naar het aantal controles waarbij geen overtredingen worden vastgesteld. Dit is een belangrijke graadmeter voor de effectiviteit van toezicht en onderstreept de noodzaak om controlemechanismen te blijven inzetten.
Het spontaan naleefgedrag bij milieutoezicht is 42%, wat betekent dat in 58% van de gevallen een overtreding wordt geconstateerd.
In het taartdiagram worden de verschillende soorten overtredingen in percentages weergegeven. Dit laat zien op welk milieuaspect tijdens de reguliere controles overtredingen zijn vastgesteld.
Aantal overtredingen dat wordt opgeheven door toezicht
Het toezichtseffect wordt gemeten aan de hand van het aantal controles met overtredingen dat zonder verdere handhaving wordt opgelost. Dit toont de effectiviteit van het toezicht bij het oplossen van overtredingen en het laten herstellen schadelijke situaties. Het toezichtseffect bedraagt 87%.
In 13% van de overtredingen is handhaving noodzakelijk.
Blauw = Overige zaken (niet op jaarlijst)
Groen = Aangemaakte zaken op jaarlijst
Grijs = Nog aan te maken zaken op jaarlijst
De bovenstaande afbeelding toont de voortgang van het aantal controles uit de jaarlijst voor bedrijven. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de controles die op de jaarlijst stonden en de controles die buiten de jaarlijst om zijn uitgevoerd.
De cirkeldiagram aan de rechterkant geeft een overzicht van de meest aangevraagde activiteiten. Deze gegevens worden nauwkeurig bijgehouden om trends te kunnen identificeren en om inzicht te krijgen in de soorten meldingen, informatieplicht en vergunningen die het vaakst voorkomen.
Dit helpt ons bij het verbeteren van ons vergunningverleningsproces en stelt ons in staat om gerichter te reageren op veelvoorkomende aanvragen. Door deze patronen te begrijpen, kunnen we onze dienstverlening efficiënter maken en beter inspelen op de behoeften van de aanvragers.
Het inzicht in deze meldingspatronen stelt ons daarnaast in staat om gerichter toezicht te houden en proactief in te spelen op terugkerende kwesties.
< 92 % (achter op schema), 92% - 108% (op schema), > 108% (voor op schema)
Over de totale realisatie (DVO, aanvullende opdracht en project) is de verwachte omzet gerealiseerd (103,4%). Dit geldt ook op DVO-niveau.
Dat is prettig, zeker gezien de onzekerheden en nieuwe werkprocessen onder de Omgevingswet.
Desalniettemin zijn er vanuit de uitvoering een aantal aandachtspunten. Voor de thema’s Algemeen/integraal, Natuur en ecologie en Ruimtelijke ordening lopen we in de uitvoering tegen de grenzen aan van onze capaciteit, hierop is bijsturing gerealiseerd in het uitvoeringsprogramma 2025. Voor verdere specificering verwijzen we u graag door naar de thema bladen.
De realisatie in 2025 op projecten is 116%, ook de aanvullende opdrachten zijn bijna volledig benut met een realisatie van 89%.
In onderstaande tabel staat een overzicht van de realisatie tot en met december 2024.
Vanwege de omzetting van de oude PDC naar de PDC Omgevingswet, zijn er dit jaar nog oude zaken afgesloten op basis van de oude PDC. Dit jaar is het echter wel zichtbaar in de tabel als ' - '. De realisatie cijfers geven per thema daarom een vertekend beeld omdat de realisatie eigenlijk hoger is indien je de realisatie van oude producten en diensten daarbij optelt. Volgend jaar zal de impact van de omzetting van de PDC bijna niet zichtbaar meer zijn.
In dit overzicht is alleen selectie van projecten beschreven met een minimale opdracht van € 25.000. De voortgang van alle projecten wordt via de projectstructuur met de opdrachtgever besproken.
Project Vetgasfabriek Amersfoort
Voor het project de vetgasfabriek bekleed de RUD de rol van adviseur alsmede de rol van bevoegd gezag (de VTH taken). Het integraal advies waar in de vorige rapportage naar verwezen werd (deze notitie moet leiden tot beter inzicht in de effectiviteit van de sanering en het bereiken van de saneringsdoelstelling), is ingediend, alsmede een memo van het saneringsteam, die dient als oplegnotitie. Eind januari vindt een overleg plaats tussen de adviseurs, het bevoegd gezag RUD en Paul Camps een overleg plaats waarbij de rapportage en de memo worden besproken.
Er kunnen nu nog geen uitspraken worden gedaan over de uitkomst van dit gesprek, mogelijk wordt het saneringssysteem deels aangepast, of wordt aanvullend onderzoek noodzakelijk geacht. De uitkomst kan ook zijn, dat er op dit moment geen verdere acties plaats zullen vinden.
Er is inmiddels 17 m3 teer onttrokken. Voor 2025 is er een intensieve begeleiding van deze complexe bodemsanering noodzakelijk, zowel vanuit de VTH taken als vanuit de adviesrol. De duur van de sanering is op dit moment moeilijk in te schatten, maar zal nog minstens 4 jaar.
Project migratie Bodeminformatie
In voorbereiding op de Omgevingswet is in opdracht van de Provincie Utrecht t.b.v. de “warme overdracht” het Knooppunt Bodeminformatie ontwikkeld. Daarin wordt ook bodeminformatie van de gemeente Amersfoort digitaal ontsloten. Deze bodeminformatie betreft nu echter alleen de bodeminformatie die al in beheer was van de RUD.
Om te komen tot een uniforme en integrale registratie en ontsluiting van Amersfoortse bodeminformatie worden in dit project ook de overige bodemdocumenten van de gemeente naar de RUD gemigreerd, geüniformeerd, verbeterd en ontsloten op het Knooppunt Bodeminformatie. Inmiddels is een inventarisatie gemaakt van de missende gemeentelijke bodemdocumenten bij de gemeente Amersfoort en de RUD Utrecht. Een deel van de documenten van Amersfoort moet nog worden gedigitaliseerd, hiervoor is gemeente Amersfoort in overleg met archief Eemland.
In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de uren in 2024 en het UP voor 2025 per thema. In de thema bladen is een nadere toelichting opgenomen.
We werken gericht per thema en door middel van onze inzet dragen we ook bij aan deze thema’s. We werken elke dag om een positieve impact te hebben aan deze maatschappelijke thema’s. Naast onze uitvoering gaat het ook over de outcome. We zijn actief op 18 verschillende thema’s. Per thema blad vind u een beknopte weergave van onze inzet en de outcome.
Algemeen integraal / Juridische ondersteuning
Waarom: Het kunnen aanbieden van advisering op nieuwe thema's en het waarborgen van juridisch kwalitatieve besluiten, procedures en adviezen.
Hoe: Door te adviseren en adequaat uitvoeren van de juridische procedures, waaronder: handhavingsverzoeken, bezwaar, (hoger) beroep.
We hebben met name inzet gerealiseerd op het adviesproduct ‘Advisering Algemeen/Integraal’. We hebben geadviseerd op diverse korte of uitgebreide adviesvragen en deelgenomen aan landelijke overleggen. Daarnaast is gerealiseerd op de juridische producten.
Na 1 jaar ervaring met de Omgevingswet en opgedane nieuwe inzichten, hebben we vastgesteld dat de post algemeen/integraal niet optimaal functioneerde. Om de sturing en effectiviteit te verbeteren, hebben we besloten tot een herverdeling van de uren. De inzet die wij hebben geleverd, betrof met name juridische producten, aangevuld met een grote diversiteit aan algemene producten.
Het grootste gedeelte van de algemene producten was toegewezen aan bestaande thema's, de overgebleven producten zijn onder een nieuw thema geplaatst: 'juridische ondersteuning'.
Deze aanpassingen stelt ons in staat om onze werkzaamheden beter te structureren en de inzet van onze middelen te optimaliseren.
Waarom: Het beschermen van de gezondheid en veiligheid van mensen in de omgeving bij de sloop en verwijdering van asbest.
Hoe: Door slim en effectief toezicht uit te oefenen en waar nodig handhavend op te treden. De nadruk ligt bij toezicht op de risicovolle asbestsaneringen. Zo beperken we de emissie van asbestvezels in onze leefomgeving.
Het aantal overtredingen bij bedrijfsmatige asbestsaneringen blijft laag. Geconstateerde overtredingen bij illegaal uitgevoerde werkzaamheden en particulieren vallen op dit moment buiten de opdracht van de RUD.
Gezien het structureel lage aantal overtredingen bij bedrijfsmatige asbestverwijdering is de RUD voornemens om in 2025 verder te verkennen of er mogelijkheden zijn de beschikbare toezichtcapaciteit voor asbestverwijdering in de toekomst
Het aantal meldingen voor asbestverwijdering in Amersfoort is duidelijk afgenomen ten opzichte van voorgaande jaren en met name in het laatste kwartaal was het aantal meldingen beperkt. Het aantal adviezen (combinatie van asbestverwijdering en sloop) is wel iets hoger dan eerdere jaren. Er is geen duidelijk verklaring voor de afname van het aantal meldingen richting het eind van het jaar.
De provincie Utrecht gaat in 2025 verder met het uitrollen van een ecologische preventiecheck. Bij zowel meldingen als toezicht bij verwijdering van asbestdaken wordt hierbij door de asbesttoezichthouder aandacht aan aanwezige fauna besteed, zodat overtredingen van wetgeving op dit vlak voorkomen kunnen worden.
Ondanks het beperktere aantal meldingen in het laatste kwartaal is de DVO dit jaar wederom overschreden. Inclusief de producten oude stijl kwam de realisatie op 105%.
In 2024 is door de RUD verder gewerkt aan het invoeren van het systeemtoezicht. Het uitgangspunt hierbij is dat bij de inzet van toezicht en het beoordelen van meldingen meer rekening wordt gehouden met het naleefgedrag van bedrijven die de asbestinventarisatie uitvoeren en asbestsaneerders. Indien structureel conform wet- en regelgeving wordt gewerkt en geen bijsturing nodig is, komen bedrijven in aanmerking voor een minder uitgebreide beoordeling. Nadat de systemen waar nodig zijn aangepast, heeft de RUD vanaf september het systeemtoezicht ingevoerd voor het beoordelen van meldingen. In de periode september tot en met december viel op basis van deze systematiek ongeveer 20% van de meldingen in de beoordelingscategorie licht. De verwachting is dat dit percentage naarmate het systeemtoezicht langer in werking is verder zal oplopen.
Verwacht wordt dat met de invoering van het systeemtoezicht de inzet op meldingen met een laag risico kan worden verminderd, waardoor extra capaciteit beschikbaar komt om in te zetten op locaties waar hogere risico's aanwezig zijn. De periode waarin het systeem heeft gefunctioneerd is nu nog te kort om hier definitieve conclusies aan te verbinden. In 2025 wordt het systeemtoezicht daarom verder gemonitord en waar nodig verder verfijnd.
Waarom: Het beschermen van de leefomgeving.
Hoe: Door slim en effectief toe te zien op naleving van de regels bij bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten (mba's), het herstellen van overtredingen en door adequate vergunningen te verlenen die gezondheid en het milieu in achtnemen.
Met de inwerkingtreding van de omgevingswet is het uitvoeren van bedrijfscontroles flink veranderd. Natuurlijk zijn er nog controles uitgevoerd bij bedrijven, maar de grondslag voor eventueel geconstateerde overtredingen is wezenlijk anders. Desalniettemin is binnen de gemeente Amersfoort in 58 procent van de gevallen minimaal één overtreding geconstateerd.
Ook bij vergunningverlening is de invloed van de inwerkingtreding van de Omgevingswet merkbaar. De afstemming en het uitzoekwerk zowel intern als bij adviesverzoeken is meer
Bij vergunningplichtige bedrijven geldt o.a. overgangsrecht voor bestaande situaties, wat handhaving ingewikkelder maakt door wisselende regels per geval. Er zijn in de uitvoering nog geen aanvragen geweest voor vergunningplichtige activiteiten, wel hebben we enkele maatwerkvoorschriften in behandeling. Vergunningverlening heeft in het laatste kwartaal extra ingezet op het beoordelen van deze situaties.
Er zijn enkele uren van het thema 'algemeen integraal' naar bedrijfsmatige mba's geschoven.
De RUD heeft in de eerste periode van het jaar veel inzet geleverd met betrekking tot de in Amersfoort aanwezi ge biomassacentrales. Nadat er uit de omgeving meldingen kwamen over grote rookpluimen, welke uit de schoorstenen naar bovenkwamen, is in samenspraak met de gemeente Amersfoort een handhavingsstrategie tot stand gekomen om de overlast te beperken en het toezicht te verbeteren. Hiervoor is contact gezocht met andere omgevingsdiensten en gemeenten om te zien hoe er in de rest van het land wordt omgegaan met dergelijke installaties.
De nieuwe strategie is uitgevoerd en heeft geleid tot een forse vermindering in het aantal klachten. Hierdoor heeft de RUD goede hoop dat de overlast ook in de toekomst beheersbaar zal blijven. Een sterk staaltje samenwerking mogen we wel zeggen.
Het Omgevingsplan van de gemeente stelt voorschriften en een informatieplicht voor het lozen van grondwater bij sanering of ontwatering. De RUD Utrecht verwerkt deze informatieplicht. Tot op heden vindt er geen toezicht plaats bij deze activiteit. Wij hebben in projectvorm bij één gemeente afgelopen voorjaar zo’n twintig controles uitgevoerd, gedeeltelijk na aanleiding van aangeleverde gegevens, gedeeltelijk bij lozingen die niet waren gemeld. De conclusie is helder: het naleefgedrag laat te wensen over. De aangeleverde informatie is vaak te laat of onjuist en de lozingskwaliteit onvoldoende. Een voorbeeld hiervan is, een te hoog ijzergehalte, wat de gemeentelijke riolering kan beschadigen. Controles uitvoeren bij grondwaterlozingen is dan ook zinvol gebleken.
Waarom: Het zorgdragen voor een goede bodemkwaliteit en de juiste toepassing van grond(stromen).
Hoe: Door toe te zien op naleving van de regels bij graaf/ grondwerkzaamheden, het herstellen van overtredingen en door adequate vergunningen te verlenen die gezondheid en kwaliteit van de bodem in achtnemen.
Er was met name in het begin van het jaar veel onduidelijkheid over de nieuwe regelgeving onder de Omgevingswet. Als gevolg daarvan is er sprake van een toename van het aantal locaties waar niet, of niet correct, is gemeld. Dit heeft gevolgen voor de inzet op toezicht bodem. Omdat het over het algemeen administratieve overtredingen zonder noemenswaardige impact op het milieu betreft is vooral ingezet op voorlichten en instrueren.
Eind 2023 is er sprake geweest van een toename van het aantal meldingen/aanvragen onder de Wet bodembescherming (Wbb). Als gevolg hiervan is het aantal meldingen (ex Wbb) onder de omgevingswet in de eerste maanden van het jaar gering geweest en is met name inzet geweest op het overgangsrecht. Dit is een algemene trend voor vrijwel alle gemeenten in Utrecht. De inzet op het overgangsrecht loopt gedurende het jaar geleidelijk terug.
De meldingen voor toepassen van grond, waar de wijzigingen in wetgeving beperkt zijn, lagen al snel op een vergelijkbaar niveau als voorgaande jaren. Vanaf september is ook de inzet op de andere activiteiten onder de omgevingswet duidelijk toegenomen waardoor de gehele realisatie in lijn is met de begroting.
Er zijn binnen de gemeente Amersfoort in totaal 18 spoedlocaties waarvan ook rapportage van de voortgang aan het Ministerie plaatsvindt. Van deze 18 zijn er inmiddels 10 afgerond. Acht saneringen bevinden zich in de voorbereidende, de uitvoerende of de monitoringsfase.
De komende periode zal een verdere verschuiving plaatsvinden van taken onder het overgangsrecht naar de Omgevingswet. Uit de realisatie op met name de activiteiten onder de Omgevingswet blijkt duidelijk dat de wijzigingen van wetgeving aan het begin van het jaar effect hebben gehad op het aantal meldingen. De realisatie voor 2024 is daarmee niet representatief voor de komende jaren. Het blijft daarom ook in 2025 van belang goed te monitoren op de inzet onder de Omgevingswet om een beter beeld te vormen van de verwachte inzet op de verschillende bodemactiviteiten op de langere termijn.
Waarom: Bijdragen aan het Klimaatakkoord door het verlagen van energieverbruik en het terugdringen van de CO2-uitstoot in onze regio.
Hoe: Door bedrijven te controleren op hun wettelijke verplichtingen op het gebied van energiebesparing. Deze verplichtingen zijn de Plicht tot Verduurzaming van het Energiegebruik (energiebesparingsplicht) en de label C verplichting voor kantoorgebouwen. Tevens worden bedrijven/organisaties bovenwettelijk gestimuleerd om extra energie te besparen, via stimulerend toezicht en lichtcontroles.
De realisatie op energietoezicht is positief. De 75% realisatie geeft echter een vertekenend beeld, aangezien er aanvullend op de huidige realisatie ook 33.000 euro is gerealiseerd op energiecontroles (met stimulerend toezicht) onder de oude productcode. In het algemeen wordt energietoezicht als nuttig en positief ervaren door bedrijven en organisaties die wij bezoeken.
In Amersfoort zijn in 2024 159 energiecontroles uitgevoerd (vanuit de DVO en de SPUK-subsidie), waarbij 81 bedrijven niet volledig voldeden aan de wettelijke verplichtingen. Van deze 159 controles zijn 87 controles gefinancierd vanuit de SPUK-subsidie, de overige controles vanuit de DVO. Op de volgende pagina is meer informatie te vinden over de meest voorkomende overtredingen en de ontwikkeling van het energiedashboard.
Vanaf juli 2025 moeten bedrijven en organisaties met meer dan 100 werknemers rapporteren over de werkgebonden personenmobiliteit van hun werknemers. Dit wordt een basistaak voor de RUD Utrecht. In Amersfoort hebben 98 bedrijven deze verplichting.
De vijf meest voorkomende overtredingen (besparingskansen) in 2024 voor energietoezicht in de provincie Utrecht (met EML code achter de maatregel), zijn:
Door bedrijven/organisaties aan de voorkant al voor te lichten over bovenstaande verplichtingen, kan er veel energie bespaart worden en scheelt dit inzet achteraf.
Tot nu toe hebben wij bij alle bedrijven die wij controleren geconstateerd dat de overtredingen binnen de hersteltermijnen ongedaan gemaakt zijn. In sommige gevallen is er gevraagd om uitstel. Handhaving is tot nu toe nog niet nodig geweest.
Om onnodig aanstaan van verlichting te verminderen, voert de RUD lichtcontroles uit, waarbij bedrijven gestimuleerd worden om het licht buiten gebruikstijden uit te schakelen. Vanuit de SPUK-subsidie is het mogelijk om gezamenlijk met gemeenten projecten/initiatieven te organiseren voor de stimulering van extra energiebesparing bij bedrijven/organisaties. Heeft u mooie ideeën in gedachte? Neem dan vooral contact op met de accountmanager.
Om het effect van energietoezicht beter te kunnen duiden, is de RUD in 2024 samen met de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU), begonnen aan de ontwikkeling van een energiedashboard om de CO2- besparing te kunnen duiden. Het dashboard is op dit moment nog in ontwikkeling en geeft nog niet de hoeveelheid bespaarde CO2 correct weer. Dit komt door de overgang van oude- naar nieuwe productcodes door de Omgevingswet en technische problemen aan de kant van IV/IT. In de loop van 2025 zal het naar verwachting mogelijk zijn om op gemeenteniveau de correcte besparingen weer te geven.
Waarom: Overlast door geluid en trillingen te minimaliseren in de leefomgeving en de gezondheid van mens en dier te beschermen.
Hoe: Door juiste advisering en berekeningen, geluidsmetingen en fysieke controles voor komen we geluidsoverlast en verslechtering van de leefomgeving.
We hebben voor ongeveer de helft van de gerealiseerde omzet bij het thema geluid/trillingen advies geleverd. Er zijn verschillende korte en uitgebreide adviesvragen behandeld. Voorbeelden hiervan zijn: een toelichting en toepassing van het omgevingsplan en een memo over de geluidsverkaveling van De Isselt. Daarnaast is er ook een plan van aanpak voor de dezonering van het emplacement en adviezen met betrekking tot de woningen aan de Barchman Wuytierslaan opgesteld.
We hebben inzet geleverd op hogere waarden voor wegverkeerslawaai en er zijn geluidvraagstukken rond buurttheater De Kamer besproken.
We hadden de plannen getoetst aan de geluidszone van het industrieterrein en de geluidsbijdragen van de top 5 bedrijven geanalyseerd. Daarnaast is er een conceptplan opgesteld voor de omzetting naar de GPP (geluidproductieplafond). De realisatie van de inzet op ‘industrielawaai’ is op een product uit de oude Producten- en dienstencatalogus (PDC) en is daarom niet weergegeven in het huidige percentage van het thema geluid.
We hebben in 2024 de meeste evenementencontroles uitgevoerd. Volgens de DVO had de gemeente Amersfoort voor 2024 voor 10 evenementen geluidmetingen opgenomen en 5 horecaronden. Op verzoek van de gemeente zijn er een aantal metingen toegevoegd aan de planning van 2024. Hiermee hebben we dit jaar 15 controles gedaan in plaats van de geraamde evenementencontroles. We hebben 5 horecaronden uitgevoerd in 2024.
We hebben acht geluidsmetingen uitgevoerd bij bedrijven (263 uur gerealiseerd). Er zijn controles uitgevoerd naar aanleiding van geluidsklachten o.a. over het laden en het lossen bij een supermarkt, muziekgeluid en een afzuiginstallatie. Daarnaast hebben we twee metingen laag frequent geluid en drie metingen bij particulier, n.a.v. geluidsklachten afkomstig van een waterpomp en/of airco uitgevoerd.
De uitgevoerde metingen waren niet geraamd. In afstemming is afgesproken deze wel op te pakken binnen de DVO. We zien dat we structureel inzet leveren voor geluidsmetingen n.a.v. klachten over geluidsoverlast.
We stellen hierom voor om een gedeelte van de uren uit de post algemeen/integraal te verplaatsen naar het thema geluid en trillingen en een ophoging van het budget met 100 uur.
Waarom: Het bevorderen van de natuur kwaliteit in de provincie en het beschermen van de natuur tegen verdere schade.
Hoe: We adviseren bedrijven en overheden hoe de natuur kan worden beschermd bij het verlenen van toestemmingen voor ruimtelijke ontwikkelingen en bij bouw- en sloopactiviteiten. Daarnaast zien we er op toe dat natuur wet en regelgeving wordt nageleefd in de hele regio.
Het afgelopen jaar hebben we via aanvullende opdrachten adviezen verleend voor zowel ecologie als stikstof. Voor de ecologische adviezen hebben we een realisatie gehaald van 91%, waarbij in december nog extra uren zijn aangevraagd. Dit laat zien dat de vraag naar samenwerking groot is.
Voor de adviezen in het kader van stikstof is 76% van de beoogde uren gebruikt.
Naast de adviezen op quickscans en vervolg vervolgonderzoeken hebben we de gemeente afgelopen jaar ook geholpen met adviezen bij groencompensatie. De samenwerking is goed en zorgt voor goed onderbouwde beslissingen binnen zowel maatschappelijke, sociale als ook ruimtelijke ordening vraagstukken.
Het gebruik van het instrument SoortenManagementPlan (SMP) vraagt om goede begeleiding. Op dit moment zien we vanuit de RUD, dat hier verbetering mogelijk is. Wij kunnen de gemeente zeker ondersteunen bij de juiste keuzes m.b.t. gebruik, mogelijke doorschrijvingen aan derden en ook de monitoringsverplichtingen. Tot slot komt met het verplaatsen van de verantwoordelijkheid rondom de wolf, van provincie richting gemeenten, een nieuwe uitdaging waarin de gemeente de ecologische maar ook expertises rondom toezicht van natuur van de RUD in kan zetten. In de DVO 2025 zijn nu structureel 1100 uur opgenomen voor dit thema.
Waarom: De veiligheid van mensen in de buurt van een activiteit met gevaarlijke stoffen waarborgen en milieuschade als gevolg van calamiteiten minimaliseren.
Hoe: Met kwalitatieve ruimtelijke adviezen leveren wij een bijdrage aan een veilige leefomgeving en door de inzet van de VTH-instrumenten beperken we calamiteiten en schadelijke handelingen.
Er is geadviseerd op diverse (ruimtelijke) casussen. Dit betrof onder andere advisering op het aspect omgevingsveiligheid voor de ontwikkeling van het Trapezium, Bovenduist, Houtrust (Heideweg) en de ontwikkelgebieden (Kamers) in de Nieuwe Stad. We hebben daarnaast twee ontheffingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ontvangen, deze zijn afgehandeld. De realisatie op het thema Omgevingsveiligheid bleef in 2024 achter.
Het veiligheidsbeleid is in 2024 gemoderniseerd naar aanleiding van de Omgevingswet. Ingewikkelde groepsrisicoberekeningen zijn lang niet altijd meer nodig, maar bij ruimtelijke besluiten is het wel verplicht om rekening te houden met het groepsrisico binnen een aandachtsgebied. Nog niet alle gemeenten hebben beleid hoe zij deze afweging willen maken.
Royal HaskoningDHV heeft in opdracht van de Provincie Utrecht en in samenwerking met onder andere de Veiligheidsregio Utrecht, de RUD en de ODRU het handboek omgevingsveiligheid opgesteld waarin deze afweging wordt toegelicht en wat handvatten geeft om hierin keuzes te maken. Dit handboek is verspreid naar betrokken binnen de gemeenten.
Een deel van de regels over omgevingsveiligheid over de hoofd vaar- weg- en spoorroutes is vastgelegd in het Basisnet. Hiervoor zijn onder andere risicoplafonds langs deze routes vastgelegd. In de praktijk blijkt dat deze plafonds op sommige plekken overschreden werden, op andere trajecten met hoge plafonds vond maar beperkt transport plaats. Verschillende gemeenten liepen hier tegenaan. Het Ministerie van I&W werkt daarom aan een robuust basisnet.
De RUD vertegenwoordigd de regionale belangen in diverse kennistafels en overleggen. Er is nog geen richting gekozen voor dit basisnet. Gedacht wordt onder andere aan vaste veiligheidsafstanden. Wanneer meer bekend is over de ontwikkeling van dit robuuste basisnet zal dit onder de deelnemers worden gecommuniceerd.
Waarom: We dragen bij aan het realiseren van een goed woon- en leefklimaat door (vroegtijdig) te adviseren over natuur en milieu bij activiteiten en initiatieven.
Hoe: We leggen de verbinding tussen de lokale opgaven van de gemeente en de kennis en expertise die bij de RUD Utrecht aanwezig is op het gebied van natuur en milieu.
Onze adviseurs waren dit jaar betrokken bij een aantal grote en een aantal kleinere projecten op het gebied van Ruimtelijke Ontwikkeling binnen de gemeente Amersfoort. Afgelopen jaar is hard gewerkt aan grote projecten zoals Bovenduist, Trapezium, De Nieuwe Stad en Kop van Isselt. Dit zijn complexe en intensieve projecten waarbij op meerdere momenten in het proces kennis en expertise vanuit de RUD Utrecht gevraagd wordt. Daarnaast zijn we regelmatig aanwezig bij de gemeente Amersfoort voor sparmomenten en kleinere vragen.
Dit jaar zijn onze adviseurs aangesloten bij verschillende 'Dedicated Teams'. Daarmee zijn we direct betrokken bij ontwikkelingen binnen Amersfoort en bewaken we de milieuaspecten gedurende de verschillende fases van initiatief tot realisatie. Ook hebben we bestuurlijke advisering verzorgd op het gebied van milieu voor een casus met betrekking tot een koffiebranderij in de binnenstad.
De realisatie inclusief de adviesproducten van voor de Omgevingswet is 94%. Daarnaast de aanvullende opdracht van 765 uur volledig benut. De behoefte van gemeente Amersfoort aan advisering is dus groter dan het huidige beschikbare uren in het DVO. Door het aansluiten bij de dedicated teams en komst van nieuwe thema's zoals gezondheid zal de vraag niet afnemen in 2025. De komende jaren verwachten we dat er structurele uitbreiding van de uren nodig is.
Waarom: Ten alle tijden een veilige leefomgeving.
Hoe: Door scherpe controle op opslagen van vuurwerk worden ongelukken en calamiteiten zoveel mogelijk voorkomen. Dit draagt bij aan een veilige leefomgeving.
Ieder jaar worden alle vuurwerklocaties binnen de gemeente bezocht. Zo ook dit jaar. Tijdens deze controles zijn geen bijzonderheden gemeld en is alles voorspoedig verlopen.
De afgelopen jaren is er in Nederland een afnemende trend te zien in de verkoop van consumentenvuurwerk, een ontwikkeling die van invloed zal zijn op het aantal controles dat we in de toekomst zullen uitvoeren.
Met betrekking tot de realisatie op het thema vuurwerk is er in 2024 veel gerealiseerd op producten uit de oude producten catalogus. Hierdoor is hetgeen gerealiseerd een vertekende weergave van de werkelijkheid. Inclusief de producten oude stijl kwam de realisatie op 84%.
Waarom: Een eerlijk en duurzaam gebruik van de bodem (optimale energieefficiëntie) waarborgen indien gesloten bodemenergiesystemen toegepast worden.
Hoe: Door het beoordelen van de impact van het toepassen van gesloten bodemenergiesystemen. En effectief toe te zien op naleving van de regels bij de aanleg en het gebruik van de systemen.
Het aantal meldingen voor aanleg GBES is achtergebleven op de verwachting. De mogelijke redenen zijn benoemd in de oktoberrapportage 2024.
De afgesproken werkwijze bij grotere projecten houden we in stand voor 2025.
Wij kunnen de gemeente ook ondersteunen bij het opstellen van beleid. De gemeente heeft hierover contact gezocht met ons (capaciteitsberekening Ondergrond) en in 2025 zullen we dit met elkaar verder uitwerken.
Inclusief de producten oude stijl kwam de realisatie op 37%.
Wettelijke verplichtingen en organisatie
Met het maken van de jaarrapportage geven we invulling aan diverse wettelijke plichten. Er is voor gekozen om diverse bestaande rapportageverplichtingen samen te voegen tot één document. Hieronder worden de verplichtingen benoemd en verdere toelichting gegeven in drie paragrafen: evaluatierapportage, uitvoeringsprogramma en kwaliteitscriteria.
In de jaarrapportage is het uitvoeringsprogramma voor 2025 toegevoegd. Met het maken van dit jaarprogramma geven we invulling aan diverse wettelijke plichten, te weten:
Het opstellen van een jaarlijkse evaluatierapportage over de uitvoering en handhaving is een wettelijk vereiste op grond van artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit (Ob). Artikel 13.11 lid 1 stelt dat er gerapporteerd dient te worden op twee onderdelen:
De mate waarin de uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden wordt toegelicht in het hoofddocument. Hieraan wordt gedeeltelijk invulling gegeven in het hoofdstuk ‘Beleidsdoelrealisatie’. Er zijn daarnaast in de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) ook een aantal overkoepelende doelstellingen gesteld voor de organisatie. We geven hierna een toelichting op de ‘doorlooptijd’ en ‘juridische procedures’.
Om inzicht te geven in hoe de RUD Utrecht presteert op het bewaken van wettelijke termijnen, wordt gemonitord op het aantal procedures die binnen of buiten de wettelijke termijn zijn geleverd. In bijgevoegde afbeelding is dit percentage weergegeven.
Wettelijke verplichtingen en organisatie (vervolg)
In bovenstaande afbeelding is het totale resultaat van de (40) juridische procedures weergegeven van op organisatie niveau. Een groot percentage van de zaken is ingetrokken, niet ontvankelijk of ongegrond verklaard. Bij ingetrokken zaken kan dit betekenen dat er onderlinge afstemming en overeenstemming heeft plaatsgevonden.
In bovenstaande afbeelding zijn de totale resultaten van de (18) handhavingsverzoeken weergegeven op organisatie niveau. Een groot percentage van de zaken wordt afgewezen, afgebroken of ongegrond verklaard.
Wettelijke verplichtingen en organisatie (vervolg)
De Model Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht), is voor gemeenten en provincies gelijkluidend door de VNG en het IPO opgesteld. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) heeft deze verordening de artikelen 18.20 en 18.23 van de Ow als grondslag. Op grond van artikel 5 van de modelverordening moet jaarlijks mededeling over de naleving van de kwaliteitscriteria aan de gemeenteraad en/of Provinciale Staten worden gedaan.
Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, dient dit te worden gemotiveerd. Op dit moment gelden de kwaliteitscriteria versie 2.3 deel B. Op 1 januari 2025 worden de nieuwe kwaliteitscriteria 3.0 vastgesteld. In Q1 van 2026 is dat dus voor het eerst het geval over de kwaliteitscriteria 3.0.
In 2024 is geen afzonderlijke analyse op de kenniscriteria uitgevoerd, aangezien de focus ligt op de geplande fusie die in 2026 zal plaatsvinden. Binnen het fusietraject, in 2025, zal een uitgebreide en gedetailleerde analyse worden uitgevoerd. We zijn voornemens om alle harde kwalitatieve eisen (diploma's, certificaten en opleidingen) in kaart te brengen in 2025. De resultaten hiervan zullen zorgvuldig worden vastgelegd en hierop zal worden gerapporteerd. De kwantitatieve eis, met name de vlieguren per werknemer zal, afhankelijk van het gekozen tijdschrijfsysteem, in de nieuwe dienst kunnen worden vastgelegd en gemonitord.
Eventuele aspecten die momenteel niet volledig voldoen aan de benodigde criteria, worden naar verwachting opgelost door de schaalvergroting en de versterking van de organisatie die de fusie met zich meebrengt. Deze aanpak waarborgt een duurzame en weerbare toekomst voor de organisatie.
Bijlage 3 Productbladen Amersfoort
Bijlage 4 Doelstellingen en formatie 2025
Bovenstaand formatieoverzicht geeft de formatieve ruimte weer. Bij met name vergunningverlening wordt daarnaast gebruik gemaakt van een flexibele schil als het aanbod aan werk toeneemt.
Berekening benodigde personele en financiële middelen
Bovenstaande formatie is verwerkt in de meerjarenbegroting van de gemeente Amersfoort.
Voor de VTH-taken hebben we kentallen ontwikkeld. In onderstaande tabellen wordt op basis van verwachte aantallen vergunningen uitgerekend welke formatie benodigd is voor het toetsen van vergunningen en het houden van toezicht.
Bovenstaande taken worden uitgevoerd door (senior) casemanagers omgevingsrecht. Hier hebben we circa 10.5 fte voor nodig. Formatief is er 10.34 fte. De afgelopen jaren hebben we hier echter ook ten minste 3 fte aan casemanagers aan toegevoegd via de flexibele schil. Hier ontstaat dus ruimte voor het realiseren van doelstellingen die buiten de reguliere werkzaamheden om worden gesteld.
De verwachtte verschuiving van werkzaamheden in 2024 als gevolge van de inwerkingtreding van de OW en de Wkb heeft nog zeer beperkt plaatsgevonden. Veel aanvragers kiezen nog voor een vergunning waarbij de gemeente nog bevoegd gezag voor de technische vergunning. Naar verwachting zal eind 2025 meer inzicht aanwezig zijn over de verschuiving in werkzaamheden.
Bovenstaande taken worden uitgevoerd door bouwinspecteurs en adviseurs constructieve veiligheid. Hier hebben we ruim 9 fte voor nodig. Formatief beschikken we over 9.22 fte aan bouwinspecteurs en adviseurs constructieve veiligheid. Voldoende om de te verwachten taken uit te voeren. Wel krap om ook alle meldingen die worden gedaan met de gewenste prioriteit op te pakken.
In 2024 hebben we geconstateerd dat het werken onder de Wkb nog meer vorm moet krijgen. Met name omdat er nog weinig bouwwerken zijn die vanaf aanvraag tot oplevering onder de Wkb het hele proces doorlopen hebben. Ook voor 2025 zal leren werken onder de Wkb voor bouwinspecteurs dus nog een aanzienlijke taak worden.
Bovenstaande taken worden uitgevoerd door (senior) casemanagers APV. Hier hebben we circa 2.51 fte voor nodig. We beschikken echter over meer dan het dubbele aantal. Dit wordt met name veroorzaakt doordat deze casemanagers vaak meer doen dan enkel het toetsen van vergunningaanvragen. Het begeleiden van een evenementenproces of het komen tot een geschikte locatie voor een coffeeshop is een tijdrovend proces.
Voor het toezicht in de openbare ruimte beschikken we niet over kentallen. We beschikken over circa 33 fte aan formatieve boa-capaciteit. In 2025 is dit aantal dus uitgebreid met 5 fte. Zij werken op basis van onderstaande prioriteiten en doelstellingen. De overige tijd werken zij aan binnengekomen meldingen handhaving openbare ruimte, waar we over 2024 ruim 9600 meldingen van ontvingen. Naar elke melding wordt gekeken en teruggekoppeld. Niet elk melding wordt ook opgevolgd. De toename van het aantal boa’s is benodigd om het toegenomen aantal meldingen ook op te kunnen volgen.
Koppeling doelstellingen aan formatie Omgevingsrecht
Voor het bereiken van de algemene doelstellingen en de prioriteitsdoelstellingen binnen het Omgevingsrecht (zie hieronder) geldt dat deze worden bereikt door een accentverschuiving of nadere aandacht binnen de reguliere taakuitvoering van met name de vergunningverleners en toezichthouders. Ze zijn door de prioritring al meegenomen in de dagelijkse taakuitvoering.
Die doelstellingen die aanvullen worden opgepakt door de beleids- en kwaliteitsmedewerkers (2.78 fte) die niet werkzaam zijn binnen het primaire VTH-proces. Denk hierbij aan het ontwikkelen van een infographic, het opvolgen van landelijke incidenten en het bestuur informeren. Voor de taken op het gebied van groen en ecologie is 1 groene boa aangesteld om de doelstellingen te realiseren.
Bijlage 6 Kwaliteitscriteria Comply or Explain
Landelijk is een set aan criteria ontwikkeld om de kwaliteit van de uitvoering van de VTH taken te meten, de Kwaliteitscriteria 2.24 (per 1 januari 2025 Kwaliteitscriteria 3.0). Het is geen wettelijke verplichting om je aan deze criteria te houden, maar ze staan wel centraal in de discussie. Ook is in de wet opgenomen dat elke gemeente een verordening vast moet stellen waarin zij aangeeft hoe zij de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken wil waarborgen. In Amersfoort is deze verordening ook vastgesteld. In deze verordening is opgenomen dat de kwaliteitscriteria gelden voor de taken die door de RUD uit worden gevoerd. Voor de taken die niet door de RUD worden uitgevoerd, en dus in overwegende mate binnen onze eigen organisatie, gelden de criteria voor zover nader door het college bepaald. Door middel van het vaststellen van deze strategie gelden deze criteria ook voor de taken die we in eigen huis uitvoeren. In het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma zal verslag worden gedaan van de mate waarin aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan.
Inhoudelijke criteria en Procescriteria
Op de inhoudelijke criteria voldoen we voor het overgrote merendeel. Veel van deze criteria zijn weer opgenomen in deel 2 “procescriteria”.
De procescriteria betreffen eisen aan het proces dat doorlopen wordt. De eis is dat de “Big-8” wordt doorlopen. In Amersfoort doorlopen we deze “Big-8” ook elke beleidsperiode. De procescriteria betreffen een lange lijst aan eisen waar aan voldoen moet worden. We voldoen aan de overgrote merendeel van deze criteria. Ruimte voor verbetering is er altijd. Met het vaststellen van deze strategie zetten we hierin ook weer een grote stap voorwaarts. Onder meer door het vaststellen van de ‘Richtlijn dwangsommen en begunstigingstermijnen’ het updaten van de uitvoerings- en handhavingsstrategie en het koppelen van de formatie aan de kentallen en doelstellingen.
In bijlage 7 is per deskundigheidsgebied op persoonsniveau een analyse gedaan van de mate waarin we als gemeente aan de kwaliteitscriteria voldoen. Deze analyse stamt uit 2024 en is het afgelopen jaar niet herzien. Ten aanzien van beschikbare fte’s is er het afgelopen jaar ook niets gewijzigd.
In totaal zetten we in Amersfoort ruim 40 fte in op de taken zoals beschreven in de kwaliteitscriteria. Exclusief de inzet van de VRU en de RUD. Overall is de bezetting dus meer dan robuust. Wel zijn er verschillen per deskundigheidsgebied. Hieronder per cluster deskundigheidsgebieden de conclusies.
Generieke deskundigheidsgebieden
Voor deze deskundigheidsgebieden geldt dat zowel opleiding, aantal, frequentie als ervaring ruimschoots voldoen. Het ontwikkelen van een opleidingsplan in een aandachtspunt voor 2025.
Juridische deskundigheidsgebieden
Voor de juridische deskundigheidsgebieden geldt dat we ruimschoots voldoende bezetting hebben. Ook aan de eisen ten aanzien van opleiding, kennis, frequentie en ervaring wordt ruimschoots voldaan. Doordat de juridische deskundigheidsgebieden in Amersfoort anders zijn georganiseerd is het lastig ze af te zetten tegenover de kwaliteitscriteria. Zo wordt een deel van elk juridisch deskundigheidsgebied uitgevoerd door een aparte juridische afdeling. Om kwaliteitsredenen worden bezwaren en beroepen afgehandeld door juridisch specialisten die niet betrokken zijn geweest bij de vergunningverlening en handhaving.
Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen
Ook hier voldoende aantal, frequentie, opleiding en ervaring. Voor bouwfysica moet nader onderzocht worden of de aanvullende kennis hier ook afdoende is bij alle medewerkers. Met verdergaande private kwaliteitsborging wordt dit wel steeds minder belangrijk.
Complexe brandveiligheidstaken zijn uitbesteed aan de Veiligheidsregio. Dat geldt voor sloop en asbest bij de Omgevingsdienst. De frequentie-eis bij het afhandelen van de eenvoudige sloopmeldingen wordt niet altijd gehaald omdat zit belegd is bij meerdere junior casemanagers die wijkgericht werken.
Met 2 goed opgeleide en ervaren adviseurs constructieve veiligheid wordt hier voldaan aan de eisen.
Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu
Volledig uitbesteed aan de Omgevingsdienst.
Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening en duurzaamheid
In grote lijnen voldoet Amersfoort ook op deze deskundigheidsgebieden. Voor kostenverhaal, gebiedsontwikkeling en planeconomie hebben we ruimschoots gekwalificeerde mensen in dienst. Echter het aanbod van werk voor de taken zoals ze omschreven staan in de kwaliteitscriteria is dusdanig beperkt dat de frequentie-eis niet wordt gehaald. Het biedt echter meer kwaliteit om deze taken wel door onze eigen planeconomen uit te laten voeren dan hiervoor aanspraak te maken op de markt.
Ook monumentenzorg en archeologie is zeer robuust georganiseerd in Amersfoort met zeer veel (over)gekwalificeerde collega’s. Ook hier geld dat niet iedereen de frequentie-eis haalt. Echter deze gespecialiseerde collega’s in dienst van Amersfoort leveren juist de kwaliteit die benodigd is voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden.
Bijlage 7: Kwaliteitscriteria Kritieke massa gemeente Amersfoort
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-295303.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.