Gemeenteblad van Roosendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2025, 280940 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Roosendaal | Gemeenteblad 2025, 280940 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Voorschoolse educatie 2026
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
basisondersteuning+: extra ondersteuning aan kinderen op voorschoollocaties, voor kinderen die meer nodig hebben dan de basisondersteuning die geboden wordt op reguliere voorschool-locaties om mee te kunnen doen, maar die nog geen gespecialiseerde ondersteuning nodig hebben. Het betreft gerichte inzet op de omgeving van het kind door de inzet van (een) extra professional(s) en versterking van professionals in competenties, kennis, vaardigheden, gedrag en attitude; Verwacht wordt dat kinderen hierdoor in mindere mate doorverwezen naar (duurdere) vormen van speciaal (basis)onderwijs en/of specialistische jeugdhulp;
pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie: medewerker die wordt ingezet op/ voor gesubsidieerde locatie(s) met voorschoolse educatie, met als doel om de kwaliteit van voorschoolse educatie op de locatie(s) te verhogen, zoals bedoeld in het ‘besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met de verhoging van het minimum aantal uren aanbod voorschoolse educatie en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker'(Staatsblad 2019, 315);
VE-programma: een erkend programma voor voor- en vroegschoolse educatie dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Ook het programma Uk en Puk wordt hiertoe gerekend. Dit programma wordt doorontwikkeld. In afwachting hiervan geldt de opname in de databank van het huidige programma;
warme overdracht: schriftelijke en mondelinge overdracht van informatie (passend binnen de wet gegevensbescherming) van de kinderopvang naar het basisonderwijs over hoe het kind is, hoe de ontwikkeling van het kind verloopt en welke ondersteuning het kind nodig heeft om te zorgen voor een doorgaande ontwikkellijn van het kind;
Artikel 2 Doelstelling subsidieregeling
Doelstelling van de regeling is het met behulp van voorschoolse educatie voorkomen en inlopen van onderwijsachterstanden bij de doelgroeppeuters, zodat de gelijke kansen van deze doelgroep worden bevorderd en de doelgroep zich optimaal kan ontwikkelen zonder daarbij belemmerd te worden door factoren die deze kinderen niet zelf kunnen beïnvloeden. Subdoelen van de regeling zijn het tegengaan van segregatie en het bevorderen van integratie van kinderen en het bieden van een passende plek voor kinderen, bij voorkeur dicht bij huis.
Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Activiteiten die voor een jaarlijkse subsidie in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de in artikel 2 genoemde doelstelling en subdoelen. Activiteiten die hieraan bijdragen zijn:
Aantoonbare/ meetbare bijdrage aan de doelstelling: het aantal peuters dat naar regulier onderwijs doorstroomt en het aantal peuters dat in speciaal onderwijs start, het aantal peuters/ ouders dat een vooruitgang heeft geboekt in de ontwikkeling, het aantal peuters waarbij de activiteit is ingezet ter ondersteuning van het kind en het gezin en de ervaringen van de ouders hiermee.
Artikel 4 Voorwaarden aan de aanvrager
Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen voldoen aan de volgende vereisten:
Subsidie voor activiteiten genoemd onder artikel 3, lid 1, 2, 3, 4 en 6 kan uitsluitend worden aangevraagd door houders die voldoen aan de kwaliteitseisen van de Inspectie van het Onderwijs en GGD en werken conform de eisen op grond van de Wet. Subsidie kan worden geweigerd als blijkt dat bij een bestaande of nieuwe houder sprake is van een herstellend of bestraffend handhavingstraject. Per situatie wordt dan met de houder besproken of er subsidie voor de betreffende locatie zal worden toegekend.
Een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal kan in aanmerking komen voor subsidie indien naar het oordeel van het college aantoonbaar is dat een peuter wonend in de gemeente Roosendaal met gegronde redenen gebruik maakt van een locatie van een houder kinderopvang gevestigd buiten de gemeente Roosendaal.
Het subsidiebedrag is gebaseerd op de noodzakelijke en werkelijke kosten. Subsidiabele kosten zijn:
het subsidietarief voor de pedagogisch beleidsmedewerker VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 526,00 per doelgroeppeuter. De totaal aan te vragen subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE wordt berekend op basis van het geschatte aantal doelgroeppeuters per locatie voor het betreffende jaar;
voor eenmalige projecten of pilots genoemd onder artikel 3, lid 5 kan een eenmalige subsidie worden aangevraagd. Deze projecten of pilots dragen bij aan de in artikel 2 genoemde doelstelling, zijn in lijn met de in artikel 3 genoemde activiteiten en sluiten aan bij het onderwijsachterstandenbeleid van de gemeente Roosendaal voor de periode 2023 – 2026.
Het subsidieplafond voor het aanbieden van een erkend VE-programma aan de geïndiceerde doelgroep dat voldoet aan de wettelijke norm genoemd onder artikel 3, lid 1 en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker in de VE genoemd onder artikel 3, lid 2 bedraagt € 2.650.000,-per jaar. Dit is gebaseerd op een totaal van 392 VE-doelgroeppeuters per jaar, maximaal 640 uur op jaarbasis voor peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar.
€ 3.027.094,- Dit totale plafond wordt gevormd door de subsidieplafonds zoals benoemd in leden 1, 2, 3 en 4. Wanneer er na het verlenen van subsidies nog budget resteert, vormt het resterende bedrag tot het subsidieplafond van artikel 7, lid 1, 2, 3 en 4 samen het budget voor eenmalige subsidie, zoals benoemd in artikel 3 lid 6.
Artikel 10 Samenloop van subsidies
De aanvraag voor subsidie wordt afgewezen indien voor de activiteiten, als bedoeld in artikel 3, op grond van andere nadere regels subsidie is of wordt verstrekt.
De subsidieontvanger is verplicht:
zich in te spannen om zo veel mogelijk in te zetten op de vorming van gecombineerde groepen (groepen met doelgroeppeuters en niet- doelgroeppeuters). Subsidie voor nieuwe groepen kan worden geweigerd als een groep bij aanvraag van de subsidie gemiddeld per week op groepsniveau minder dan 3 doelgroeppeuters telt;
De eindverantwoording van de subsidie over het jaar 2026 wordt door de aanvrager uiterlijk op 30 april 2027 digitaal ingediend met de daarvoor door het college vastgestelde formulieren en formats. Vaststelling vindt plaats op basis van de vergelijking van de prognose van het verwachte aantal te bereiken doelgroepkinderen bij de subsidieaanvraag en de werkelijke situatie die is opgegeven in de eindverantwoording. De vaststelling vindt plaats op basis van de werkelijke realisatie. Hierbij wordt uitgegaan van een minimale bezettingsgraad van 92 procent. Daaronder volgt een terugvordering op basis van werkelijke realisatie. Boven een bezettingsgraad van 100 procent volgt een additionele subsidie op basis van werkelijke realisatie voor zover het subsidieplafond daartoe ruimte biedt.
Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Roosendaal op 23 juni 2025,
de secretaris, de burgemeester,
Bijlage: Berekening betreffende subsidiebedragen
Voor het toekennen en vaststellen van het subsidiebedrag hanteert de gemeente Roosendaal de volgende uitgangspunten:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-280940.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.