Gemeenteblad van Nissewaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nissewaard | Gemeenteblad 2024, 547574 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nissewaard | Gemeenteblad 2024, 547574 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, houdende nadere regels voor het verstrekken van voorzieningen op grond van de Jeugdwet (Nadere regels jeugdhulp Nissewaard 2025)
Artikel 1.1 Reikwijdte van deze nadere regels
Er zijn artikelen in de Jeugdwet en in de Verordening jeugdhulp Nissewaard 2024 die normen bevatten die met algemene woorden zijn aangeduid. Deze normen vragen om een nadere invulling. Daardoor worden concrete rechten en plichten voor een ieder nader bepaald. De onderwerpen in deze nadere regels dienen in samenhang te worden gelezen met de betreffende artikelen uit de wet en de verordening. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de wettelijke begrippen en definities uit de verordening ook van toepassing zijn bij deze nadere regels.
Hoofdstuk 2 Inzet van eigen kracht en gebruikelijke hulp
Artikel 2.1 Waarom rekening wordt gehouden met eigen kracht en gebruikelijke hulp
Het gemeentelijk beleid inzake jeugdhulp is gericht op het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij voor zover mogelijk wordt uitgegaan van hun eigen inbreng. Het behouden of herstellen van de autonomie van het gezinsleven en het dagelijks leven is het uitgangspunt. Uitgegaan wordt van de eigen kracht van de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk. Zij hebben meestal mogelijkheden om zelf of met een klein beetje hulp de problemen op te lossen. Daarom wordt de zorg, hulp en ondersteuning gericht op het herstel van de opgroei- en opvoedsituatie en een zelfstandige participatie van jeugdigen aan de samenleving.
Alleen als de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, kan een voorziening op het gebied van jeugdhulp worden getroffen.
Dit staat in de artikelen 2.1 en 2.3 van de Jeugdwet en in meer artikelen in de Verordening jeugdhulp.
Artikel 2.2 Onderscheid tussen eigen kracht en gebruikelijke hulp
De eigen kracht van de jeugdige en zijn ouders omvat hun mogelijkheden tot behoud of herstel van het gezinsleven en het dagelijks leven. De inzet van mensen uit het sociaal netwerk en van vrijwilligers hoort hier ook bij, net als de aanspraak op een verzekering. Hiernaast wordt bovengebruikelijke hulp verwacht, dat is hulp die veel intensiever is dan wat gemiddeld gebruikelijk is bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd.
Gebruikelijke hulp is de gangbare hulp die een ouder geacht wordt aan zijn kind te bieden.
Artikel 2.3 Hoofdlijnen voor de beoordeling van boven gebruikelijke en gebruikelijke hulp
Voor de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid van hun kind zijn ouders verantwoordelijk voor:
Het is gebruikelijk dat ouders hun kind de dagelijkse zorg, hulp en ondersteuning bieden die past bij de levensfase van het kind. Het kan ook gaan om activiteiten die niet standaard bij alle jeugdigen noodzakelijk zijn, maar die wel als gangbare hulp en zorg van ouders aan kinderen kunnen worden gezien. Bij jeugdigen met een chronische aandoening, ziekte, stoornis of beperking is het gebruikelijk dat ouders zo veel mogelijk de dagelijkse zorg leveren, ook als dat meer is dan gemiddeld bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd. Dit is een belangrijk uitgangspunt. Immers, ook bij gezonde kinderen van dezelfde leeftijd verschilt de inzet van de dagelijkse zorg van kind tot kind. Het ene kind ontwikkelt zich nu eenmaal anders dan het andere kind en heeft meer of minder begeleiding en zorg nodig.
Permanent toezicht is onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor men op tijd kan ingrijpen als dat nodig is. Na het derde levensjaar is permanent toezicht geen gebruikelijke hulp meer.
Uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep kan worden afgeleid dat bovengebruikelijke hulp onder bepaalde omstandigheden ook van ouders kan worden verwacht en dus onder 'eigen kracht' kan vallen. Hierbij zijn de volgende factoren in ieder geval van belang:
Wat in redelijkheid verwacht mag worden van de ouders, het gezin en hun sociaal netwerk gaat verder dan de normaal of gangbaar te achten ondersteuning.
Als alle relevante factoren en belangen gewogen zijn en dit tot de conclusie leidt dat ouders de nood- zakelijke hulp kunnen bieden, is sprake van voldoende eigen kracht en wordt geen jeugdhulp geboden.
De beoordeling of hulp gebruikelijk is, hangt mede af van de leeftijd van het kind. De meeste kinderen vanaf 4 jaar zijn overdag zindelijk en gaan zelf naar het toilet, maar het is niet ongewoon dat een kind van deze leeftijd hier stimulans, hulp of toezicht bij nodig heeft. Ook bij andere algemene dagelijkse levensverrichtingen heeft het ene kind meer of langer sturing en begeleiding nodig dan het andere. Als een kind van 10 jaar nog toezicht nodig heeft bij het tandenpoetsen, is het gebruikelijk dat de ouder dit toezicht biedt. Van ouders kan onder meer worden verwacht dat zij hun kind:
Opgemerkt wordt dat extra hulp bij het leren en maken van huiswerk valt onder het passend onderwijs, waarvoor geen jeugdhulp wordt ingezet. Het leerlingenvervoer valt ook niet onder de jeugdhulp. Voor ander vervoer, als de jeugdige om medische redenen of een gebrek aan zelfredzaamheid niet in staat is om zelfstandig te reizen én ouders niet in staat zijn de jeugdige zelf te vervoeren of te laten vervoeren met het openbaar vervoer, kan mogelijk wel een voorziening worden getroffen.
Artikel 2.4 Beoordeling bij uitval of overbelasting van een ouder
Bij uitval of overbelasting van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de jeugdige over. Hiervoor moet de ouder, als dat mogelijk is, aanspraak maken op zorgverlof. Is dit niet mogelijk, dan worden andere voorliggende voorzieningen, zoals kinderopvang, opvang op school en naschoolse opvang, ingezet. Daarbij wordt gekeken naar wat in redelijkheid met mantelzorg of het sociaal netwerk van het gezin kan worden opgevangen. Zijn deze mogelijkheden maximaal benut of afwezig, dan kan een jeugdhulpvoorziening worden getroffen.
Dezelfde beoordeling geldt bij uitval of overbelasting van de ouder in een éénoudergezin.
Wanneer de uitval van de ouder naar verwachting langer gaat duren en een langduriger oplossing nodig is, wordt naar een alternatieve en meer blijvende oplossing gezocht. Hierbij wordt ook de aanwezigheid van mantelzorg betrokken. Sommige hulp kan vanuit de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg worden ingezet, zeker als het kind ernstig en langdurig gehandicapt is.
Een jeugdhulpvoorziening wordt niet getroffen als de uitval of overbelasting niet wordt veroorzaakt door de hulp aan de jeugdige. Bij overbelasting door een drukke baan of nevenactiviteiten, zijn de ouders zelf verantwoordelijk voor een oplossing, bijvoorbeeld in aanpassingen in de leefsituatie, op het werk of in de nevenactiviteiten.
Het kan zijn dat er andere factoren zijn waardoor ouders geen of niet voldoende gebruikelijke hulp kunnen leveren, zoals bij jeugdigen met ernstige verslavingsproblematiek of psychiatrische problematiek, of wanneer de ouders zelf een licht verstandelijke beperking hebben. In alle gevallen wordt de inzet van de eigen kracht en gebruikelijke hulp verwacht voordat jeugdhulp geboden wordt.
Artikel 2.5 Regels voor gebruikelijke hulp per leeftijdscategorie
Voor de beoordeling van de noodzaak, de aard en omvang van de jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, wordt het ontwikkelingsprofiel van de jeugdige vergeleken met een normaal ontwikkelingsprofiel. De gebruikelijke hulp die kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel van ouders nodig hebben is als volgt.
Jeugdigen van 0 tot en met 2 jaar:
Jeugdigen van 5 tot en met 11 jaar:
Jeugdigen van 12 tot en met 17 jaar:
Bij een normaal ontwikkelingsprofiel worden jeugdigen vanaf het 18e levensjaar in staat geacht zelfstandig te kunnen wonen, al dan niet met begeleiding en een steunend netwerk.
Artikel 3.1 Vervoersvoorziening voor een jeugdige tot en met 11 jaar
Een jeugdige in de leeftijd tot en met 11 jaar is niet zelfredzaam in het verkeer en heeft begeleiding nodig van een ouder of een persoon die tot zijn sociale omgeving behoort. Hun gebruikelijke zorg omvat dus ook het vervoer van de jeugdige tussen het woonadres dan wel het adres waar hij daadwerkelijk verblijft en de locatie waar jeugdhulp aan hem wordt geboden.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard op 10 december 2024.
de secretaris,
de burgemeester,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-547574.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.