Gemeenteblad van Venray
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venray | Gemeenteblad 2024, 532865 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Venray | Gemeenteblad 2024, 532865 | beleidsregel |
Beleidsregel gebiedsontzegging 2:76 APV Venray 2024
Op grond van artikel 2:76 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Venray (verder APV) aan een persoon een verbod kan worden opgelegd door de burgemeester voor een bepaalde periode om zich op te houden op een openbare plaats c.q. in het openbaar gebied in een bepaald gedeelte van de gemeente Venray in het belang van de openbare orde;
Artikel 1 Waarschuwen en opleggen gebiedsontzegging
De gedragingen, waarvoor de burgemeester een gebiedsontzegging kan opleggen, zijn opgenomen in artikel 2:76, lid 1 te weten bij een ernstige verstoring van de openbare orde of overtreding van een wettelijke bepaling zoals nader uitgewerkt in lid 6, sub a. (lichte feiten) en sub b., c. en d. (zware feiten) van de APV.
De burgemeester kan een gebiedsontzegging zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing opleggen aan een persoon, die tijdens een evenement zich schuldig maakt aan een ernstige verstoring van de openbare orde en/of een gedraging ex. artikel 2:76, lid 6 APV, waarbij er sprake is van een vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde tijdens dit evenement door deze persoon.
Artikel 2 Gebieden, waarvoor gebiedsontzegging kan gelden
Artikel 4 Duur gebiedsontzegging
In het geval een persoon binnen één jaar na het opleggen van een gebiedsontzegging opnieuw voor overlast zorgt door gedragingen zoals vastgelegd in artikel 2:76, lid 6 van de APV dan kan de burgemeester opnieuw een gebiedsontzegging opleggen. Deze keer voor een tijdvak van ten hoogste 12 aaneengesloten weken (artikel 2:76, lid 3 APV).
Bij het bepalen van het tijdvak, zoals benoemd in de leden 1 en 2, wordt rekening gehouden met de toename van de ernst van de overtreding, vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde alsook met de bekendheid van betrokkene bij de politie en/of gemeente als pleger van veel strafbare en/of overlast gevende feiten.
Als eenzelfde persoon zich schuldig maakt aan gedragingen, zoals vastgelegd in artikel 2:76, lid 1 jo. lid 6 APV, in een ander gebied dan waarvoor al een gebiedsontzegging is opgelegd, dan kan als gevolg van een cumulatie van gebiedsontzeggingen, de duur van een gebiedsontzegging per gebied gaan verschillen.
Artikel 5 Zienswijze en zwaarwegend belang
Als de betrokkene kan aantonen dat hij/zij een zwaarwegend belang heeft om zich op een bepaalde plaats in het gebied op te houden, dan wordt – in het geval artikel 2, lid 3 van deze beleidsregel niet uitvoerbaar is – in het besluit tot oplegging van een gebiedsontzegging een looproute opgenomen. Het is de betrokkene in dat geval slechts toegestaan om de desbetreffende locatie via de aangegeven looproute te bereiken. Deze looproute houdt in dat betrokkene zich direct naar de betreffende locatie begeeft en zich niet op de looproute ophoudt.
Of de betrokkene een zwaarwegend belang heeft om zich in het gebied op te houden, zal door betrokkene zelf moeten worden aangetoond. Doorgaans zal het daarbij gaan om belangen in de persoonlijke sfeer, zoals wonen, werken, naar school moeten gaan, het bezoek aan een huisarts, advocaat of hulpverleningsinstantie.
Artikel 7 Inhoud gebiedsontzegging
In de gebiedsontzegging is de mogelijkheid tot het aanwenden van rechtsmiddelen opgenomen. Een gebiedsontzegging is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen dit besluit kan een belanghebbende bezwaar maken bij de burgemeester. Daarnaast kan belanghebbende, hangende het bezwaar, bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening indienen.
De bevoegdheid in het geval van recidive tot het opleggen van een gebiedsontzegging voor ten hoogste twaalf aaneengesloten weken is niet gemandateerd en voorbehouden aan de burgemeester. In het geval van recidive wordt door de boa en/of politie een bestuurlijke rapportage overlegd aan de burgemeester, waarin alle relevante bij de boa en/of politie bekende en geregistreerde gedragingen van de betrokkene zijn vastgelegd met als doel om een totaalbeeld van de gedragingen van betrokkene te schetsen en inzicht te geven in de wijze van totstandkoming van de eerder opgelegde gebiedsontzegging. Daarnaast adviseert de boa en/of politie over het gebied, waarvoor een gebiedsontzegging dient te worden opgelegd. Een afschrift van een eerder in mandaat opgelegde gebiedsontzegging wordt gevoegd bij de bestuurlijke rapportage.
Artikel 10 Samenloop bestuursrecht, strafrecht, hulpverlening
Als een persoon zich schuldig maakt aan één van de in artikel 2:76, lid 6 van de APV opgesomde strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen, dan kan en wordt in beginsel zowel een (bestuursrechtelijke) gebiedsontzegging opgelegd als (strafrechtelijk) proces-verbaal opgemaakt. De strafrechtelijke maatregel is daarbij gericht op het bestraffen van de overtreder vanwege het door hem/haar begane strafbare feit. De gebiedsontzegging is gericht op het herstel van de openbare orde c.q. het voorkomen van een verdere verstoring van de openbare orde in het gebied waarop de gebiedsontzegging betrekking heeft.
Artikel 11 Afbakening t.o.v. gebiedsverbod ex. artikel 172a Gemeentewet
Als de burgemeester het opleggen van een gebiedsontzegging op basis van artikel 2:76 APV niet toereikend acht, bijvoorbeeld gelet op de ernst van de openbare orde verstoringen die hebben plaatsgevonden of bij ernstige vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde, kan de burgemeester een gebiedsverbod op grond van artikel 172a Gemeentewet opleggen voor ten hoogste drie maanden met de mogelijkheid deze maatregel driemaal te verlengen en/of in combinatie met een groepsverbod en/of meldplicht op te leggen.
Artikel 12 Afwijken van beleidsregel
De burgemeester kan onder bijzondere omstandigheden, gelet op de ernst van het specifieke geval, afwijken van deze beleidsregel.
Artikel 14 Inwerkingtreding, citeertitel en intrekking
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking op www.overheid.nl en wordt aangehaald als: ‘Beleidsregel gebiedsontzegging 2:76 APV Venray’.
Toelichting Beleidsregel gebiedsontzegging 2:76 APV Venray
De burgemeester kan op grond van artikel 2:76 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Venray (verder APV) een gebiedsontzegging opleggen bij (ernstige vrees voor) een openbare orde verstoring of overlastgevend gedrag. Bij de toepassing van de gebiedsontzegging wordt beoogd de overlast in de openbare ruimte of tijdens een evenement te verminderen, de openbare orde te handhaven, het woon- en leefklimaat te beschermen en onveiligheidsgevoelens tegen te gaan.
Wanneer kan een gebiedsontzegging worden opgelegd?
Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd in het belang van de openbare orde aan een persoon die in de gemeente Venray handelingen verricht die de openbare orde ernstig verstoren of één of meer wettelijke bepalingen overtreedt. In artikel 2:76, lid 6 van de APV voor de gemeente Venray is vastgelegd om welke wettelijke bepalingen het gaat, namelijk:
Uit het Wetboek van Strafrecht:
Onder bepaalde omstandigheden, zoals beschreven in artikel 3 van de beleidsregel, kan de burgemeester (of de gemandateerde) afzien van het opleggen van een gebiedsontzegging of de gebiedsontzegging intrekken.
Uitgangspunt: eerst waarschuwen
Een gebiedsontzegging kan worden opgelegd nadat de betrokken persoon schriftelijk of mondeling is gewaarschuwd voor een gedraging waarvoor de gebiedsontzegging kan worden opgelegd. Dit in het licht van de proportionaliteit en subsidiariteit. De waarschuwing geldt voor de gehele gemeente Venray voor de duur van twaalf maanden. De waarschuwing wordt namens de burgemeester gegeven door de daartoe gemandateerde of aangewezen personen.
Van een mondelinge waarschuwing wordt een aantekening gemaakt in een proces-verbaal, in een dag/nachtrapportage of andere registratie. Belangrijk is in ieder geval dat ergens geregistreerd staat dat betrokkene - met vermelding van in elk geval de gedraging, dag, tijdstip, plaats en door wie - is gewaarschuwd. Deze waarschuwing dient, in geval van het opleggen van een gebiedsontzegging, in het dossier te worden vermeld. Het dient uit het dossier duidelijk te zijn, dat de betrokkene, door de waarschuwing had kunnen weten dat bij het continueren van zijn overlastgevende gedrag, de burgemeester (of de gemandateerde) over kan gaan tot het opleggen van een gebiedsontzegging.
Nadat de betrokkene is gewaarschuwd, maar toch overlast blijft veroorzaken, kan de burgemeester (of de gemandateerde), op basis van een voldoende duidelijk en onderbouwd dossier, besluiten tot het opleggen van een gebiedsontzegging.
Wanneer kan een gebiedsontzegging direct worden opgelegd?
Onder bepaalde omstandigheden, kan de burgemeester (of de gemandateerde) besluiten om niet eerst te waarschuwen, echter direct een gebiedsontzegging op te leggen. Dit kan als er sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde. Hiervan is in elk geval sprake als de hierboven benoemde bepalingen uit het Wetboek van Strafrecht, de Opiumwet of de Wet wapens en munitie overtreden zijn. Ook in het geval dat de openbare orde verstoord wordt tijdens een evenement en de vrees bestaat dat door de aanwezigheid van de persoon een verdere verstoring tijdens dit evenement te verwachten is, kan een gebiedsontzegging worden opgelegd zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing.
Voor welk gebied geldt een gebiedsontzegging?
Een gebiedsontzegging geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen de ordeverstorende gedraging heeft plaatsgevonden. Elk gebied wordt begrensd door de grenzen van de 23 dorpen en wijken in de gemeente Venray. De CBS gebiedsindeling is hierbij gevolgd.
Echter als de plek waar de ordeverstoring heeft plaatsgevonden op loopafstand (minder dan 100 meter) van een ander gebied ligt, kan ook dat andere gebied (deels) worden meegenomen in de gebiedsontzegging. Daarnaast kan de burgemeester (of de gemandateerde) besluiten om de gebiedsontzegging niet te laten gelden voor een gedeelte van het gebied, zodat betrokkene in dat deel van het gebied gedurende het tijdvak van de ontzegging kan blijven wonen, werken of gebruik kan maken van hulpverlening.
Als dit – gelet op locatie van bijv. wonen, werken of hulpverlening – niet haalbaar is, dan kan de burgemeester (of de gemandateerde) besluiten om een looproute op te nemen in de gebiedsontzegging. De betrokkene zal in zijn/haar zienswijze het belang hiervan moeten aantonen. Voor een incidenteel bezoek c.q. incidentele omstandigheid, kan de burgemeester (of de gemandateerde) een tijdelijke ontheffing verlenen op basis van artikel 3, 2e lid van de beleidsregel.
Indien de ordeverstorende gedraging heeft plaatsgevonden tijdens een evenement dan wordt de gebiedsontzegging in beginsel opgelegd voor het gebied waar het evenement plaatsvindt en de directe omgeving. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied, noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen.
Voor welk tijdvak geldt een gebiedsontzegging?
Als een gebiedsontzegging voor de eerste keer wordt opgelegd, dan geldt hiervoor een periode van maximaal twee aaneengesloten weken. In het geval van herhaling binnen één jaar, dan geldt een periode van maximaal twaalf aaneengesloten weken. Bij het bepalen van de periode wordt rekening gehouden met de ernst van de gedraging, de vrees voor verdere verstoring van de openbare orde alsook met de bekendheid van betrokkene bij de politie en gemeente als pleger van veel strafbare en/of overlastgevende feiten.
In het geval de herhaling plaatsvindt in hetzelfde gebied voordat het tijdvak van de eerste gebiedsontzegging is afgelopen, dan begint het tijdvak van de volgende gebiedsontzegging te lopen zodra de werking van de geldende gebiedsontzegging geëindigd is.
In het geval herhaling plaatsvindt in een ander gebied voordat het tijdvak van de eerste gebiedsontzegging is afgelopen, dan ontstaat er een cumulatie van gebiedsontzeggingen, waarbij de looptijd per gebied verschillend is.
De Algemene wet bestuursrecht is van toepassing
Het besluit om een gebiedsontzegging op te leggen is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan het niet nakomen een overtreding is. In de lijn van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de burgemeester (of gemandateerde) de belanghebbende in de gelegenheid om een zienswijze te geven. Dit is vormvrij en kan zelfs telefonisch gebeuren. In de zienswijze wordt in elk geval een reactie gevraagd op het voornemen om een gebiedsontzegging op te leggen.
Artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht stelt dat de mogelijkheid om een zienswijze te geven achterwege gelaten kan worden als er sprake is van spoedeisendheid, als de belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze te geven en daarna geen nieuwe feiten meer hebben voorgedaan of als het doel van de gebiedsontzegging slechts dan bereikt kan worden als de belanghebbende daarover vooraf niet geïnformeerd is.
Daar waar er een vrees bestaat voor een verdere verstoring van de openbare orde en/of in geval van een evenement wordt direct en mondeling om een reactie van de belanghebbende gevraagd.
Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een zienswijze besluit de burgemeester (of de gemandateerde) of de gebiedsontzegging daadwerkelijk opgelegd wordt. Bij deze besluitvorming wordt de eventueel ingebrachte zienswijze in de beoordeling meegewogen.
In het besluit zelf wordt aangegeven of er een zienswijze is ingediend, wat deze zienswijze inhoudt en wat de burgemeester (of de gemandateerde) met deze zienswijze bij de besluitvorming heeft gedaan. De ingebrachte zienswijze kan een aanleiding zijn om het besluit aan te passen.
De gebiedsontzegging wordt in beginsel persoonlijk uitgereikt en toegelicht. Tevens wordt de betrokkene geattendeerd op de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen de gebiedsontzegging dan wel om een voorlopige voorziening aan te vragen. Na bekendmaking van het besluit aan de betrokkene, treedt de gebiedsontzegging in werking.
Als de betrokkene, die een gebiedsontzegging opgelegd krijgt, minderjarig is, worden ook de ouder(s)/voogd(en) ingelicht. De politie of gemeente kan de jongere voor de keus stellen dit zelf te doen of het door de politie of gemeente te laten doen. Ook hierbij is het van belang om de inhoud van het gesprek met de ouder(s) of voogd(en) een aantekening te maken in het dossier. Idem geldt ook in het geval van een waarschuwing. Als er van gemeentewege een schriftelijke waarschuwing naar een minderjarige wordt gestuurd, kan hiervan – binnen de geldende privacyregels – een afschrift naar de ouder(s)/voogd(en) worden verstuurd.
Wie is bevoegd om een gebiedsontzegging op te leggen?
Vanuit praktisch oogpunt mandateert de burgemeester de bevoegdheid om te waarschuwen en om een gebiedsontzegging voor een tijdvak van ten hoogste twee weken op te leggen aan de politie en boa’s van de gemeente Venray. Hetzelfde geldt in geval van een evenement. De burgemeester blijft te allen tijde zelf bevoegd gebiedsontzeggingen en waarschuwingen op te leggen. Het mandaat aan de politie en boa’s is uitgewerkt in het ‘Mandaatbesluit Gebiedsontzegging 2:76 APV Venray 2024’.
Wie informeert wie en waarover?
Als de boa of de politie een waarschuwing geeft of een gebiedsontzegging oplegt in mandaat, dan wordt de burgemeester hierover geïnformeerd via team MO/OOV. Ook als de boa of de politie een overtreding van een opgelegde gebiedsontzegging constateert, wordt de burgemeester geïnformeerd via team MO/OOV. Team MO/OOV houdt een registratie bij van afgegeven waarschuwingen, opgelegde gebiedsontzeggingen en overtredingen.
Als er naast een bestuursrechtelijke maatregel in de vorm van een gebiedsontzegging ook een strafrechtelijke maatregel volgt, vindt hierover – zo nodig - afstemming plaats tussen de burgemeester, politie en/of het Openbaar Ministerie.
Welke mogelijkheden heeft de burgemeester nog meer om een persoon tijdelijk te weren uit een gebied?
Naast artikel 2:76 van de APV zijn er andere grondslagen op basis waarvan een burgemeester een gebiedsontzegging kan opleggen, zoals artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet (de lichte bevelsbevoegdheid), artikel 172a Gemeentewet of artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet (noodbevelsbevoegdheid). De lichte bevelsbevoegdheid is in het leven geroepen voor situaties waarin de geldende regelgeving (zoals de APV) geen voorziening bevat voor een concreet openbare orde probleem. In het geval van de gebiedsontzegging geldt dat als er een beroep gedaan kan worden op zowel artikel 2:76 APV als op artikel 172, lid 3 Gemeentewet, dan gaat de APV voor.
Voor deze beleidsregel is vooral de afbakening ten opzichte van artikel 172a van de Gemeentewet interessant. Bij toepassing van artikel 172a Gemeentewet moet er een onderscheid gemaakt worden tussen ernstige en niet-ernstige verstoringen van de openbare orde.
In het geval van een ernstige verstoring van de openbare orde is niet vereist dat deze ordeverstoring herhaaldelijk heeft plaatsgevonden alvorens een bevel (in de vorm van een gebiedsverbod) gegeven kan worden. In het geval van een niet-ernstige openbare-ordeverstoring is een enkel incident onvoldoende om een bevel (in de vorm van een gebiedsverbod) op te kunnen leggen. Voor die situaties kan een maatregel op grond van artikel 2:76 APV prevaleren boven artikel 172a Gemeentewet. Als een combinatie met een groepsverbod en/of meldplicht nodig is of als de redelijke verwachting is dat een langdurige maatregel noodzakelijk is1, dan kan artikel 172a Gemeentewet prevaleren boven artikel 2:76 van de APV. De bevoegdheid om een gebiedsverbod op grond van artikel 172a Gemeentewet op te leggen is overigens voorbehouden aan de burgemeester.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-532865.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.