Programma actieplan geluid 2024-2028 gemeente Zaanstad

Actieplan geluid 2024-2028

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Zaanstad heeft op 19 november 2024 besloten om:

  • Akkoord te gaan met het programma actieplan geluid 2024-2028 gemeente Zaanstad, met daarin voorgenomen geluidreducerende maatregelen, een ongewijzigde plandrempel van 55dB Lden voor wegverkeerslawaai afkomstig van gemeentelijke wegen en een ongewijzigde plandrempel van 55 Letm voor gemeentelijke industrieterreinen.

 

Artikel I

Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Zaanstad maakt bekend dat zij het "Programma actieplan geluid gemeente Zaanstad " opgenomen in Bijlage A heeft vastgesteld.

Artikel II

Het Programma actieplan geluid gemeente Zaanstad treedt in werking op 18‑12‑2024

Aldus  besloten door het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Zaanstad.

Bijlage A Bijlage bij artikel I

Programma actieplan geluid gemeente Zaanstad

1 Samenvatting

1.1 Samenvatting

Directe aanleiding voor het opstellen van het Actieplan geluid 2024-2028 is de wettelijke verplichting om eens in de vijf jaar een Actieplan geluid vast te stellen. Deze verplichting vloeit voort uit de EU Richtlijn omgevingslawaai. Onder de Omgevingswet is een Actieplan geluid een verplicht programma. Het voorliggende Actieplan is gebaseerd op de Geluidskaarten 2021, zoals vastgesteld door B&W op 26 september 2023. Uit de geluidskaarten blijkt dat in Zaanstad wegverkeer de belangrijkste bron van omgevingslawaai is.

De ontwerp Omgevingsvisie “Ruimte maken voor morgen, Zaanse Omgevingsvisie 2040 en verder” zet ondermeer in op het doorontwikkelen van de woon-werkstad door binnenstedelijk mengen en verdichten. Daarbij worden woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen toegevoegd op goed bereikbare locaties. Meer woningen betekent over het algemeen meer auto’s en daardoor meer verkeerslawaai. Dit geeft een grotere druk op de woonomgeving en vraagt om een nieuwe balans tussen vervoerswijzen met aandacht voor schone en gezonde mobiliteit.

In het Actieplan geluid zijn maatregelen benoemd om de geluidhinder terug te dringen voor bronnen waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Dit zijn gemeentelijke wegen en industrieterreinen. De maatregelen waar op wordt ingezet zijn ondermeer het toepassen van snelheidsverlaging op gebiedsontsluitingswegen en het stimuleren en faciliteren van elektrisch vervoer. 

Op omgevingslawaai afkomstig van provinciale en rijkswegen, railverkeer en luchtvaart heeft de gemeente geen directe invloed. Hierbij wordt ingezet op lobby en overleg.

Het Actieplan geluid gaat niet over geluid dat afkomstig is van horeca, evenementen, bouwactiviteiten, scheepvaart en geluid van bronnen uit andere gemeenten.

Voorheen was het Actieplan omgevingslawaai samengevoegd met de Beleidsregel hogere waarden.

Onder de Omgevingswet vervallen hogere waarden en wordt uitgegaan van een andere systematiek. Op dit moment wordt gewerkt aan het opstellen van geluidbeleid, onder meer ter vervanging van de beleidsregel hogere waarden. Dit doorloopt een apart besluitvormingstraject, los van het Actieplan geluid.

Het Actieplan geluid heeft van 14 juni t/m 25 juli 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Er zijn vier zienswijzen binnengekomen. Dit heeft geleid tot een aantal aanvullingen in het Actieplan geluid:

  • Cijfers geluidoverlast uit de Gezondheidsmonitor van de GGD zijn toegevoegd

  • Informatie over de WHO-advieswaarden en gezondheidskundige richtwaarden van de GGD zijn toegevoegd

  • Geluidwinst snelheidsverlaging gaat grotendeels verloren als asfalt wordt vervangen door klinkers

  • Geluidoverlast HoogTij en Westelijk havengebied toegevoegd

 

De zienswijzen zijn beantwoord in een Nota van beantwoording.

Daarnaast is de tekst op een aantal punten geactualiseerd.

 

 

2 Inleiding

2.1 Wettelijk kader Actieplan geluid

 

Op grond van de EU Richtlijn omgevingslawaai hebben grote gemeenten, zoals de gemeente Zaanstad, een vijfjaarlijkse verplichting voor het vaststellen, beheersen en zo nodig verlagen van geluidsniveaus in de leefomgeving. De EU Richtlijn is gericht op omgevingslawaai waaraan mensen worden blootgesteld. In het bijzonder gaat het om woningen en geluidgevoelige gebouwen zoals scholen en ziekenhuizen. Onder de Omgevingswet is een Actieplan geluid een verplicht programma. In artikel 3.6 van de Omgevingswet is vastgelegd dat het College van B&W een actieplan vaststelt voor de volgende bronnen: wegen, spoorwegen, luchtvaart en activiteiten waarvoor een regel voor geluid is gesteld, zoals Industrie.

Het Actieplan geluid gaat niet over geluid dat afkomstig is van horeca, evenementen, bouwactiviteiten, scheepvaart en geluid van bronnen uit andere gemeenten.

Doel van het Actieplan geluid is:

  • Omgevingslawaai zo nodig te voorkomen en te beperken waar het schadelijke effecten kan hebben voor de gezondheid;

  • Handhaven van de milieukwaliteit met betrekking tot omgevingslawaai als deze goed is.

 

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)(1) is vastgelegd welke onderdelen het Actieplan geluid in ieder geval moet bevatten (zie ook bijlage 1):

  • Een beschrijving van de geluidbronnen in de gemeente, de beheerder van de bronnen en het wettelijk kader dat betrekking heeft op de bronnen;

  • Een samenvatting van de Geluidskaarten waarop het Actieplan is gebaseerd;

  • een evaluatie van de uitvoering en de resultaten van het vorige actieplan;

  • Maatregelen om de geluidbelasting te beheersen en te beperken;

  • Een plandrempel, zijnde een geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight op geluidgevoelige gebouwen (artikel 4.22, lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving); 

  • Maatregelen om overschrijdingen van de plandrempel te voorkomen of ongedaan te maken;

  • Verslag van de resultaten van de monitoring van geluidproductieplafonds (GPP's) van industrieterreinen;

  • Er kan voor gekozen worden om ook de verplichte monitoring van de basisgeluidsemissie (BGE) van gemeentelijke wegen te koppelen aan het Actieplan geluid. Dit is niet verplicht.

  • Een beknopte samenvatting.

(1) Het Bkl is gekoppeld aan de Omgevingswet en geldt voor het Rijk en decentrale overheden.

 

2.2 Geluidbronnen in de gemeente Zaanstad

In onderstaande tabel zijn de geluidbronnen in de gemeente Zaanstad weergegeven.

Tabel 1 Geluidbronnen, beheerders en wettelijk kader

Geluidbron

Beheerder

Wettelijk kader

Rijkswegen

Rijk

Omgevingswet, Bkl, Omgevingsbesluit

Provinciale wegen

Provincie

Omgevingswet, Bkl, Omgevingsbesluit

Gemeentelijke wegen

Gemeente

Omgevingswet, Bkl, Omgevingsbesluit

Spoorwegen

Rijk

Omgevingswet, Bkl, Omgevingsbesluit

Luchtvaart

Rijk

Wet luchtvaart

Industrieterreinen

Gemeente, provincie

Omgevingswet, Bkl, Omgevingsbesluit

 

3 Monitoring geluid

3.1 Resultaten van geluidsbelastingkaarten 2021

Voor het vaststellen van geluidniveaus in de gemeente worden geluidskaarten opgesteld. Het College van B&W heeft op 26 september 2023 de geluidsbelastingkaarten Zaanstad 2021 vastgesteld. De geluidsbelastingkaarten zijn gebaseerd op berekeningen. Wettelijk is voorgeschreven welk rekenmodel daarvoor moet worden gebruikt. 

Normaal gesproken zouden voor de geluidskaarten 2021 de verkeersintensiteiten van 2021 worden gebruikt. Door COVID-19 is het verkeersbeeld in 2020 en 2021 niet representatief.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies zijn bij het opstellen van hun geluidsbelastingkaarten daarom uitgegaan van de verkeersintensiteiten van 2019. Zij adviseren gemeenten daarbij aan te sluiten. Ook de geluidsbelastingkaarten van Zaanstad zijn daarom gebaseerd op de verkeersintensiteiten 2019.

De geluidsbelastingkaarten zijn online in te zien via Externe link: Atlas · Gemeente Zaanstad.

afbeelding binnen de regeling
Geluidbelastingkaart Wegverkeer totaal 2021

Uit de geluidsbelastingkaarten blijkt dat inwoners van Zaanstad het meest worden blootgesteld aan geluid door wegverkeer (zie kaart hierboven) en in mindere mate aan railverkeer en industrie. Luchtvaart scoort erg laag. Er zijn door het Rijk geen geluidsmodellen van Schiphol beschikbaar gesteld. Luchthaven Schiphol heeft de geluidscontouren beschikbaar gesteld. Daar is mee gerekend. 

Op basis van de geluidsbelastingkaarten is vervolgens per geluidsklasse bepaald hoeveel mensen hinder ondervinden van omgevingslawaai. Hieruit blijkt dat in de geluidsklasse van 55-60 dB door de meeste mensen hinder wordt ervaren. Verder blijkt uit de geluidsbelastingkaarten dat circa 9% van de inwoners van Zaanstad ernstige hinder ondervindt van wegverkeerslawaai.

Ernstige geluidhinder en slaapverstoring kunnen leiden tot gezondheidsklachten. Daarom moet ook in kaart worden gebracht hoeveel inwoners een verhoogde kans op hartziekten hebben als gevolg van geluidhinder. Dit is meegenomen bij het opstellen van de geluidskaarten. In Zaanstad gaat het om 300 inwoners.

In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van het aantal inwoners dat wordt blootgesteld aan geluid en van de ervaren hinder.

3.2 Geluidhinder op basis van de Zaanpeiling en de Gezondheidsmonitor GGD

De geluidskaarten geven een beperkt beeld van de geluidhinder in Zaanstad. Hinder van industrielawaai ontbreekt en de hinder van luchtvaartlawaai is veel lager dan uit andere onderzoeken blijkt. 

Daarom is ook gekeken naar de ervaren geluidhinder die uit de Zaanpeiling van de gemeente Zaanstad en de Gezondheidsmonitor van de GGD Zaanstreek-Waterland naar voren komt.

De Zaanpeiling laat zien dat met name lawaai van auto’s en van vliegtuigen als hinderlijk wordt ervaren in Zaanstad. Van de respondenten van de Zaanpeiling 2023 geeft 42% aan enigszins of ernstige hinder te ondervinden van lawaai van auto’s, 46% geeft aan hinder te ondervinden van lawaai van vliegtuigen, 12% ondervindt hinder van lawaai van treinen en 22% van de inwoners geeft aan hinder te ondervinden van industrielawaai. De resultaten zijn grafisch weergegeven in figuur 1.

Figuur 1: Percentage inwoners dat enigszins/ernstige hinder ondervindt door lawaai (Zaanpeiling 2019 t/m 2023) 
afbeelding binnen de regeling

Opvallend is de relatief sterke toename van hinder van auto’s en vliegtuigen in 2021. Mogelijk houdt dit verband met het weer op gang komen van het auto- en vliegverkeer na de stille coronaperiode. Ten opzichte van 2019 is de hinder voor de meeste bronnen in 2023 min of meer gelijk gebleven. Alleen de hinder van auto’s is in 2023 iets hoger dan in 2018.

De Gezondheidsmonitor 2022 van de GGD Zaanstreek-Waterland laat eenzelfde beeld zien. Ook uit de Gezondheidsmonitor komt naar voren dat vliegtuigen (38%) en wegverkeer (44%) bij de meeste respondenten geluidhinder veroorzaken. Bij wegverkeer is onderscheid gemaakt tussen geluidhinder van wegverkeer bij een snelheid van meer en minder dan 50 km/uur. De meeste hinder wordt ervaren bij wegen waar harder wordt gereden dan 50 km/uur. Zie ook figuur 2 op de volgende bladzijde.

Meer cijfers over ervaren geluidhinder zijn te vinden op Externe link: www.gezondheidincijfers.ggdzw.nl

Figuur 2: Percentage volwassenen dat matige of ernstige geluidhinder ondervindt              (Gezondheidsmonitor volwassenen GGD Zaanstreek-Waterland 2022)
afbeelding binnen de regeling       

       

3.3 Verschillen tussen geluidskaarten 2016 en 2021

De geluidskaarten 2021 zijn niet vergelijkbaar met de geluidskaarten 2016. Hiervoor zijn twee redenen:

  • Voor de geluidskaarten 2021 is (wettelijk verplicht) een andere berekeningsmethodiek gebruikt voor het bepalen van de geluidbelasting dan in 2026 (CNOSSOS-NL i.p.v. SRM2);

  • Voor de berekening van het aantal bewoners per adres, moet worden uitgegaan van de meest recente CBS-cijfers (2,2 bewoners per adres in 2016 versus 2,14 bewoners per adres in 2021).

3.4 Plandrempel

Artikel 4.22 van het Besluit kwaliteit leefomgeving schrijft voor dat het actieplan een ‘plandrempel’ bevat voor de geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen. De plandrempel is een geluidniveau waarboven het bestuursorgaan maatregelen overweegt om de geluidbelasting te beperken. Wat de plandrempel is, bepaalt de gemeente zelf. De plandrempel wordt uitgedrukt in de dosismaten Lden en Lnight. De plandrempel kan voor verschillende bronnen anders zijn. 

Een plandrempel geeft het ambitieniveau voor het Actieplan aan en treedt niet in de plaats van de wettelijke grenswaarden uit de Omgevingswet. 

In dit Actieplan wordt dezelfde plandrempel gehanteerd als in het voorgaande Actieplan. Zaanstad heeft de ambitie om te zorgen voor een gezonde leefomgeving. Daarom is bewust gekozen voor een relatief lage plandrempel die aansluit bij de WHO advieswaarde. Voor verkeerslawaai is de WHO advieswaarde 53 dB Lden. Daarboven heeft geluid een negatieve invloed op de gezondheid. Omdat 55 dB Lden de laagste geluidbelasting is die is vastgelegd op de geluidsbelastingkaarten, hanteert Zaanstad 55 dB Lden als plandrempel. Veel woningen in Zaanstad hebben een geluidbelasting die hoger is dan de plandrempel. Zaanstad heeft in het Actieplan geluid dan ook vooral maatregelen opgenomen die in een groter gebied geluidvermindering met zich meebrengen.

De wetgeving in Nederland is geheel gericht op het beheersen van de waarde van Lden. Wanneer de Lden-waarden aan de normen blijven voldoen, wordt ook de waarde van Lnight voldoende beperkt, aangezien Lnight een onderdeel is van Lden. De Lden-waarde van het geluid stijgt dan weliswaar minder dan de Lnight-waarde. Uit praktische overwegingen wordt daarom voor Lnight dezelfde plandrempel vastgesteld als voor Lden. 

Voor industrielawaai wordt een plandrempel voor woningen gehanteerd van 55 dB Letm. 

Gezondheidskundige richtwaarden geluid

De GGD gaat uit van gezondheidskundige richtwaarden (50 dB Lden en 40 dB Lnight). Dit zijn waarden waaronder een goede akoestische kwaliteit van de leefomgeving is bereikt. Onder deze waarden worden behalve een beperkt percentage hinder en slaapverstoring geen andere gezondheidseffecten verwacht. Deze richtwaarden zijn strenger dan de WHO-advieswaarden voor geluid (53 dB Lden en 45 dB Lnight). In een stedelijke omgeving als Zaanstad zijn deze waarden echter zeer moeilijk te realiseren, zeker langs drukke wegen. 

3.5 Monitoring GPP’s industrieterreinen

In de Omgevingswet is vastgelegd dat de gemeente geluidproductieplafonds vaststelt voor industrieterreinen. Geluidproductieplafonds geven de maximaal toegelaten geluidbelasting weer op een referentiepunt nabij een geluidbron. In het Actieplan geluid wordt (verplicht) verslag gedaan van de monitoring van de GPP’s.

De gemeente mag zelf het moment voor de eerste vaststelling van de GPP’s kiezen. Het tijdstip moet wel liggen tussen 1 januari 2024 en 31 december 2031. Zaanstad bepaalt de GPP’s gefaseerd per industrieterrein. In 2024 worden de GPP’s bepaald voor het eerste industrieterrein.

Omdat er nog geen geluidproductieplafonds voor industrieterreinen zijn vastgesteld is de monitoring van GPP’s nog niet opgenomen in het Actieplan geluid 2024-2028. 

3.6 Monitoring BGE gemeentelijke wegen

Op grond van de Omgevingswet moeten gemeenten de basisgeluidemissie (BGE) vaststellen voor gemeentelijke wegen. De BGE is het referentieniveau (nulsituatie) van geluid afkomstig van lokale wegen. Het uiterste basisjaar is 2026. Dit sluit aan bij de volgende ronde van het opstellen van de geluidsbelastingkaarten. De gemeente bewaakt de toename van het geluid ten opzichte van de basisgeluidemissie. De gemeente legt de basisgeluidemissie vast in het geluidregister (Centrale Voorziening Geluid Gegevens van het RIVM). Na vastlegging monitort het bevoegd gezag de ontwikkeling van het geluid elke vijf jaar, te beginnen bij (uiterlijk) 18 juli 2029. Het college van burgemeester en wethouders brengt verslag uit aan de gemeenteraad. Bij een toename van 1,5 dB van de geluidemissie ten opzichte van de basisgeluidemissie overweegt de gemeente of zij geluidmaatregelen moet nemen.

Monitoring van de BGE is geen verplicht onderdeel van het Actieplan geluid.

4 Terugblik Actieplan omgevingslawaai 2019-2023

4.1

In het Actieplan omgevingslawaai 2019-2023 waren maatregelen opgenomen om de geluidbelasting van gemeentelijke wegen en industrieterreinen te beperken. In onderstaande tabel is opgenomen in hoeverre de maatregelen zijn uitgevoerd. Op een aantal wegen is een snelheidsverlaging ingevoerd. Het verlagen van de snelheid leidt tot geluidreductie. Bij een snelheidsverlaging wordt in het algemeen geen stil wegdek toegepast.

Tabel 2  Resultaten Actieplan 2019-2023
afbeelding binnen de regeling

5 Beleidsontwikkelingen en infrastructurele projecten

5.1 Beleidsontwikkelingen

Hieronder worden de belangrijkste beleidsontwikkelingen beschreven die invloed kunnen hebben op de geluidbelasting in Zaanstad.

Ontwerp Omgevingsvisie Zaanstad 2040 en verder

De ontwerp-omgevingsvisie “Ruimte maken voor morgen, Zaanse omgevingsvisie 2040 en verder” schetst de gewenste ontwikkeling van Zaanstad in de periode tot 2040. Er wordt ingezet op het verder ontwikkelen van de woon-werkstad door mengen en verdichten. Woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen worden toegevoegd op goed bereikbare locaties. Om het groene buitengebied te behouden, moeten woningen binnenstedelijk worden gebouwd. In bestaande buurten en wijken wordt de leefbaarheid verbeterd door te kiezen voor kwaliteit.

Bij het investeren in een aantrekkelijke leefomgeving is ook de milieukwaliteit van belang. Dat speelt op twee fronten. Aan de ene kant draagt een goede milieukwaliteit bij aan de kwaliteit van de woonomgeving. Aan de andere kant moet voorkomen worden dat milieucontouren de ontwikkeling van woningbouwlocaties gaan belemmeren.

Om de gemeente bereikbaar en leefbaar te houden is een mobiliteitstransitie nodig waarin een nieuwe balans wordt gezocht tussen vervoerswijzen. Korte afstanden worden dan zoveel mogelijk lopend of fietsend afgelegd. Vervoer van en naar de regio vinden idealiter plaats met de (elektrische) fiets en het openbaar vervoer. De (elektrische) auto is er voor reizen waarbij andere opties nog te weinig mogelijkheden bieden. Lopen, fietsen en (H)OV moeten ruimte leveren voor een kwalitatieve verstedelijking.

Zaans Mobiliteitsplan (ZMP)

In 2021 is het Zaans Mobiliteitsplan vastgesteld. Het ZMP vormt het kader voor hoe Zaanstad de mobiliteit wil organiseren, nu en in de toekomst. Verduurzaming en verbetering van de leefomgeving zijn belangrijke doelen van het plan. Dit moet worden bereikt door o.a. elektrificatie van gemotoriseerd vervoer, het stimuleren van (elektrisch) fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer, verlaging van de snelheid op verschillende wegen, en het bevorderen van schone, efficiënte stadslogistiek. Stuk voor stuk zijn dit maatregelen die leiden tot minder geluidhinder in de stad. 

5.2 Infrastructurele projecten

De komende vijf jaar zijn in Zaanstad een aantal grote infrastructurele projecten gepland:

  • Afwaardering A7 

  • Herinrichting Thorbeckeweg (AVANT)

  • Project Guisweg

  • De verbindingsweg Dorpsstraat - Communicatieweg 

  • De hoofdinfrastructuur Kogerveldwijk, herinrichting Heijermansstraat, Dr. Scholtenstraat en Paltrokstraat 2023-2030

  • Verbinding A8-A9

 

Stadsweg A7 

De ombouw van de A7/Prins Bernhardweg tot stadsweg heeft de ontsluiting van de gehele gebiedsontwikkeling rondom station Kogerveld als hoofddoelstelling en betreft naast het sportpark Hoornseveld met een regionaal zwembad o.a. ook de woningbouwlocaties Oostzijderpark en Gouwpark. Het project betreft het verlagen van de snelheid van 100 naar 70/50 km/uur (en op termijn mogelijk geheel naar 50 km/uur) en een meer stedelijke en groene inrichting van het stuk A7 tussen Prins Bernhardplein en knooppunt Zaandam. Dit sluit goed aan bij de ambities en ontwikkelingen vanuit MAAK.Zaanstad m.b.t. de Kogerveldwijk e.o.. 

Met het creëren van een stadsweg met een ander profiel en een groene aankleding worden de barrièrewerking en de negatieve milieueffecten van de weg namelijk verminderd. Door de verlaging van de snelheid en de meer stedelijke inrichting van de A7/Prins Bernhardweg is het tevens mogelijk om Sportpark Hoornseveld volwaardig te ontsluiten, namelijk met twee T-aansluitingen vanaf de nieuwe stadsweg. Als onderdeel van fase 1 van het project Stadsweg A7 is recent de meest westelijke T-aansluiting aangelegd (net ten oosten van de Gouw) en in gebruik genomen. In het knooppunt Zaandam zijn in afwachting van de uitgestelde ombouw van het knooppunt (rijksproject A7-A8) tijdelijke maatregelen overeengekomen om in de volgende fase (fase 2) de meest oostelijke T-aansluiting (tussen tankstations en knooppunt Zaandam) aan te kunnen leggen en terugslag (congestie) op het knooppunt te voorkomen.

Herinrichting Thorbeckeweg (AVANT)

In 2024 gaat de Thorbeckeweg - N516 op de schop. De verkeersdrukte wordt aangepakt en de doorstroming van het openbaar vervoer wordt verbeterd. Er komen veiliger en comfortabeler oversteekmogelijkheden voor langzaam verkeer en de omgeving van de weg wordt beter bereikbaar gemaakt. Als de Thorbeckeweg is aangepast, geldt een andere maximum snelheid. Tussen de afrit van de A8 en de Dr. J.M. den Uylbrug wordt de snelheid verlaagd van 80 naar 70 kilometer per uur. Dit zorgt voor een betere doorstroming van het verkeer.

Project Guisweg

Het project Guisweg omvat het opheffen van de spoorwegovergang bij de Guisweg en het realiseren van twee ongelijkvloerse kruisingen (onderdoorgangen), één voor de auto en één (aparte) voor de fietser en voetganger. Dit zorgt voor een veiligere verkeerssituatie, een betere doorstroming (auto’s en fietsers staan niet meer te wachten voor de spoorwegovergang) en een betere leefbaarheid in de buurt. Ook maken de onderdoorgangen het mogelijk dat er meer treinen gaan rijden op de Zaanlijn, het zogenaamd Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). Zonder het project Guisweg is dit niet mogelijk, aangezien er dan een overwegveiligheidsprobleem ontstaat. Het project Guisweg verbetert verder de bereikbaarheid van de stad zowel voor de fietser/voetganger, de automobilist als de treinreiziger. Bereikbaarheid is eveneens een belangrijke voorwaarde om de gewenste gebiedsontwikkeling rondom station Zaandijk Zaanse Schans mogelijk te maken. 

De verbindingsweg Dorpsstraat - Communicatieweg 

Door deze verbinding neemt het huidige verkeer over de Communicatieweg en Dorpstraat in Assendelft af en stroomt het verkeer directer door. 

De hoofdinfrastructuur Kogerveldwijk, herinrichting Heijernanstraat, Dr. Scholtenstraat, en Paltrokstraat 

De planvorming is gestart en de realisatie zal in fasen plaatsvinden tussen 2022 en 2030. Doorstroming en verkeersveiligheid worden bevorderd voor openbaar vervoer, fiets en auto, met ruimte voor meer bomen en vergroening. De snelheid op de Paltrokstraat gaat naar 30 km per uur.

Verbinding A8-A9

Een nieuwe weg tussen de A8 en de A9 zorgt voor een betere bereikbaarheid en leefbaarheid van de regio Zaanstreek en de regio IJmond. Samen met de Vervoerregio Amsterdam, de gemeenten Zaanstad, Uitgeest, Heemskerk, Beverwijk en Velsen en de rijksoverheid onderzoekt de provincie Noord-Holland de mogelijkheden. Uitvoering van het in 2021 gemaakte landschapsplan kost ruim € 900 miljoen. Deze kosten zijn onmogelijk op te brengen door alleen de provincie en de gemeenten en een bijdrage van het Rijk is onzeker. De partijen werken vanaf 2024 met elkaar aan een mogelijke robuuste oplossing. 

6 Maatregelen verkeerslawaai gemeentelijke wegen

6.1 Typen maatregelen verkeerslawaai

 

Maatregelen om de geluidoverlast door verkeer te verminderen kunnen worden onderverdeeld in bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger.

Bronmaatregelen zijn maatregelen die de sterkte van de geluidbron verminderen. Daarbij kan gedacht worden aan:

  • Minder verkeer

  • Lagere maximum snelheid

  • Geluidreducerende wegdekken

  • Stillere banden

  • Stillere voertuigen

 

Overdrachtsmaatregelen zijn maatregelen die de voortplanting van het geluid tussen de bron en de ontvanger belemmeren. Bij overdrachtsmaatregelen kan gedacht worden aan:

  • Geluidschermen

  • Geluidwallen

  • Afscherming door gebouwen

 

Maatregelen bij de ontvanger beperken het geluid dat het gebouw binnendringt. Deze maatregelen hebben geen effect op het geluid op het terrein rondom het gebouw, zoals een tuin. Bij ontvangermaatregelen kan gedacht worden aan:

  • Afschermende onderdelen op gebouwen

  • Gevelisolatie

  • Dove gevels

 

6.2 Herinrichting wegen: toepassen stille wegdekken of snelheidsverlaging 

Het aantal wegen dat een bijdrage levert aan een geluidbelasting op woningen van 55dB of meer is groot. Vanwege beperkte financiële middelen van de gemeente is het niet mogelijk op al deze wegen geluidreducerend wegdek toe te passen. Toepassen van stil wegdek is alleen kosteneffectief wanneer dit samenloopt met onderhoudswerkzaamheden. 

Zaanstad gaat de komende jaren op een groot aantal gebiedsontsluitingswegen de snelheid verlagen van 50 naar 30 km/uur. Naast verkeersveiligheid is het doel van snelheidsverlaging ook het verbeteren van de leefbaarheid. Omdat deze wegen zich vooral in woongebieden bevinden, kan de snelheidsverlaging leiden tot een behoorlijke geluidsreductie. Aangezien 30km-wegen meestal worden uitgevoerd in klinkers, levert snelheidsverlaging op bestaande klinkerwegen de meeste geluidreductie op. Als asfalt wordt vervangen door klinkers, gaat de geluidswinst van snelheidsverlaging grotendeels verloren.

Tegelijkertijd wordt de inrichting van deze wegen aangepast. Door het versmallen van het wegprofiel om een lagere snelheid af te dwingen ontstaat er meer ruimte voor fietsers, voetgangers en in sommige gevallen het openbaar vervoer.

De snelheidsverlaging en herinrichting wordt stapsgewijs ingevoerd, waarbij wordt aangesloten bij MIP- en MAAK-projecten. In het algemeen kan er van uit worden gegaan dat bij een snelheidsverlaging niet ook nog stil wegdek wordt toegepast. 

In tabel 3 is aangegeven voor welke gebiedsontsluitingswegen een snelheidsverlaging van 50 naar 30 km/uur is gepland. 

Daarnaast wordt ook op een aantal andere wegen de snelheid verlaagd. In Zaandam wordt de A7 tussen knooppunt Zaandam en de Prins Bernhardrotonde afgewaardeerd tot een stadsweg. De snelheid wordt hier teruggebracht van 100 naar 70 en 50 km/uur. Bij reconstructie van de Thorbeckeweg wordt de snelheid verlaagd van 80 naar 70 km/uur. Bij de Guisweg gaat de N203 tussen de Leliestraat en de Guisweg naar 50 km per uur.

Tabel 3 Planning snelheidsverlaging gebiedsontsluitingswegen
afbeelding binnen de regeling

6.3 Stillere voertuigen

Verkeerslawaai wordt veroorzaakt door twee factoren: motorgeluid en bandengeluid. Het motorgeluid is bepalend bij snelheden onder de 30 tot 50 km/uur. Boven de 50 km/uur wordt bandengeluid bepalend. Lawaai door bandengeluid vermindert door stil wegdek. Lawaai door motorgeluid kan worden verminderd door betere geluidsisolatie van de motor maar ook door stillere motoren. Isolatie van verbrandingsmotoren is iets wat internationaal geregeld moet worden. Elektrische motoren zijn van nature stil. Een elektrisch voertuig is bij lage snelheden stiller dan een voertuig op conventionele brandstof. Bij hoge snelheden is het bandengeluid het meest bepalend. Elektrisch vervoer biedt daarom kansen voor het verbeteren van de leefbaarheid van de directe woonomgeving (woonwijken). Bijkomend voordeel is dat elektrisch vervoer een sterke reductie van de uitstoot van fijn stof, NO2 en CO2 geeft. Uit studies van het RIVM blijkt dat wegverkeer veel invloed heeft op de luchtkwaliteit.

6.4 Verbeteren laadinfrastructuur

Om het gebruik van elektrisch vervoer te stimuleren is de aanwezigheid van een goede laadinfrastructuur een randvoorwaarde. Het aantal gebruikers van laadpalen stijgt sterk. Begin 2024 waren er in Zaanstad 750 openbare laadpunten en waren 120 laadpunten in voorbereiding. Streven is dat het aantal laadpunten in 2026 is uitgebreid tot 1500. Zaanstad is aangesloten bij MRA-E. Inwoners kunnen via de MRA-E een verzoek indienen voor het plaatsen van een laadpaal.

Er is gezamenlijk met de MRA-E een regionaal laadplan opgesteld, dit vertaalt Zaanstad in 2024 naar het Actieplan uitrol laadinfra 2040. De gemeente streeft naar een dekkend en toekomstbestendig laadnetwerk voor elektrische voertuigen binnen de gemeente. Naast het creëren van dit uitgebreide laadnetwerk is het doel om het netwerk toegankelijk, betaalbaar en veilig te maken. Dit geldt voor zowel woongebieden als bedrijventerreinen.

Voor nieuwe woningbouwprojecten zorgen landelijk vastgestelde wettelijke eisen voor een basisniveau aan laadvoorzieningen. Zaanstad gaat met ontwikkelaars in gesprek, zodat de laadinfra gereed is als de woningen worden opgeleverd.

6.5 Zero emissie stadslogistiek

Zaanstad neemt samen met andere overheden en brancheorganisaties van vervoerders en verladers deel aan de Green deal zero emissie stadslogistiek. Stadslogistiek is het vervoer dat nodig is om bedrijven, winkels en bewoners in stedelijk gebied van producten te voorzien en om afval bij hun op te halen. Dit vervoer is van groot belang voor het functioneren van de stad, maar de vracht- en bestelauto’s die hiervoor nodig zijn brengen ook uitstoot van CO2, NO2 en fijnstof, geluidoverlast, verkeersonveiligheid en ruimtebeslag met zich mee. Het is daarom wenselijk om dit vervoer efficiënter (met minder voertuigen)  te organiseren en het transport zo veel mogelijk met schone en stille voertuigen te laten plaatsvinden. 

Zaanstad was een zero emissiezone aan het voorbereiden in het centrum van Zaandam. Invoering van deze zero emissiezone is inmiddels uitgesteld naar 2030. De zero emissiezones die waren gepland voor Krommenie en Wormerveer waren al eerder uitgesteld.

6.6 Zero emissie openbaar vervoer

Sinds december 2023 is een nieuwe concessie voor het openbaar vervoer in Zaanstad van kracht. Onderdeel van de concessie is dat het openbaar vervoer 100% zero emissie moet zijn. Elektrische bussen zijn stiller, geven minder luchtverontreiniging en helpen mee om de CO2 uitstoot te reduceren. 

6.7 Elektrificeren wagenpark gemeente

Sinds 2019 worden alleen nog elektrische personenauto’s en kleine bestelauto’s gevraagd in aanbestedingen van de gemeente. Bij het verduurzamen van het gemeentelijk wagenpark worden afgeschreven personenauto's vervangen door elektrische auto's. Zaanstad had begin 2024 34 elektrische auto’s, 18 hybride auto’s en 90 fossiele auto’s. Doelstelling is dat in 2030 alle voertuigen fossielvrij zijn. 

Het doelgroepenvervoer, leerlingenvervoer en aanvullend openbaar vervoer, met uitzondering van de rolstoelvoertuigen, rijdt elektrisch. 

6.8 Stimuleren deelmobiliteit

Deelmobiliteit houdt in dat mensen gebruik maken van vervoersvormen die worden gedeeld met anderen. Zaanstad streeft er naar dat alle inwoners toegang hebben tot deelmobiliteit op korte afstand van de woning en bij openbaar vervoer knooppunten. Het gaat daarbij om deelauto’s, maar ook om deelfietsen, e-bikes en dergelijke. Voor autodelen wil Zaanstad gaan voldoen aan de ambities van de Green Deal Autodelen. Doel van de Green Deal is dat bedrijven, overheden en burgers maximaal gebruik gaan maken van de mogelijkheden van autodelen. 

De gemeente heeft een stimulerende/faciliterende rol en is in gesprek met verschillende aanbieders van deelmobiliteit over hun wensen en mogelijkheden in Zaanstad. Vandaaruit wordt toegewerkt naar een beleidskader.

Bij gebiedsontwikkeling wordt deelmobiliteit al meegenomen in de plannen.

6.9 Stimuleren wandelen en fietsen

Inwoners van Zaanstad gebruiken relatief vaak de auto, ook voor korte ritten tot 7,5 km. Het aandeel van fiets, lopen en openbaar vervoer is lager dan je zou verwachten in een relatief verstedelijkte gemeente als Zaanstad. Het is dus van belang om lopen en fietsen te stimuleren. Dit kan onder andere door het realiseren van een fijnmazig netwerk van fiets- en wandelroutes, die ook aansluiten op het openbaar vervoer. De routes moeten comfortabel en aantrekkelijk zijn en uitnodigen om er gebruik van te maken.

Het Actieplan Fiets is in concept gereed en gaat binnenkort ter besluitvorming naar B&W. In het Actieplan Fiets staan acties en maatregelen die helpen om inwoners vaker de fiets te laten pakken. 

7 Maatregelen industrielawaai

7.1 Typen maatregelen industrielawaai

De Zaanstreek is het oudste industriegebied van Europa en heeft van oudsher een sterke menging van wonen en zware industrie. Door deze functiemenging ontstaat hinder van vooral geur en geluid. Binnen Zaanstad liggen een aantal gezoneerde industrieterreinen. Doelstelling van het Actieplan  geluid is het terugbrengen van de geluidbelasting waar dat mogelijk is, zonder dat daarbij de bestaande rechten van bedrijven worden aangetast. 

Bij industrielawaai geven vooral de zogenaamde “grote lawaaimakers” hinder. Om de hinder van deze grote lawaaimakers te reguleren wordt bij deze bedrijven vastgesteld wat de geluidbelasting op de omgeving mag zijn door het industrieterrein en de geluidszone daaromheen vast te leggen. Kleinere lawaaimakers geven minder hinder, maar meerdere kleine lawaaimakers samen kunnen door cumulatie toch hinder geven op woningen of andere geluidsgevoelige objecten in de directe omgeving. 

Onder de Omgevingswet wordt niet meer uitgegaan van gezoneerde industrieterreinen, maar wordt de geluidproductie van industrieterreinen bewaakt door geluidproductieplafonds (GPP’s, zie ook paragraaf 2.6). In de overgangssituatie tot 1‑1‑2032 zullen steeds meer gezoneerde industrieterreinen overgaan op GPP’s.

Bij industrielawaai zijn de volgende maatregelen mogelijk:

  • Geluidsisolatie bij de bedrijven;

  • Goede planologische indeling (grootste lawaaimakers het verst van de geluidsgevoelige objecten);

  • Voorkomen van toekomstige hinder door actuele zones bij gezoneerde industrieterreinen en beheer van lawaai bij overige bedrijfsterreinen. Onder de Omgevingswet worden rondom gezoneerde industrieterreinen Geluidproductieplafonds bepaald. Geluidproductieplafonds geven de maximaal toegelaten geluidbelasting aan op een referentiepunt nabij een geluidbron.

 

Overdrachtsmaatregelen zoals geluidsschermen zijn vaak minder effectief door de grote afstand tussen industrie en geluidsgevoelig object. Wel kan afscherming door gebouwen effect hebben. Ontvangermaatregelen zoals geluidsisolatie van de woningen zijn wel effectief.

7.2 Maatregelen industrielawaai Actieplan geluid 2024-2028

Achtersluispolder

De geluidszone rond een industrieterrein geeft bedrijven een vaste geluidsruimte. Ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van zo’n terrein dienen rekening te houden met deze geluidzone. Om ruimtelijke ontwikkelingen in Zaanstad mogelijk te maken is het soms gewenst dat de geluidzone van een industrieterrein wordt aangepast. Dit speelt bij het gezoneerde industrieterrein Achtersluispolder-Westerspoor. Een deel van de Achtersluispolder wordt op termijn getransformeerd tot een woon-werkgebied. Wonen is alleen mogelijk als het industrieterrein gedeeltelijk gedezoneerd wordt. Voor Achtersluispolder is een gedeeltelijke dezonering noodzakelijk. 

Nu de Omgevingswet van kracht is geworden kan dit worden opgepakt na het vaststellen van de GPP’s voor deze terreinen. De provincie gaat GPP’s opstellen voor Achtersluispolder als onderdeel van bedrijventerrein Westpoort. Het bevoegd gezag heeft tot eind 2031 de tijd om GPP’s vast te stellen. 

HoogTij

In Westzaan-Zuid en Nauerna ondervinden bewoners geluidhinder van HoogTij en het Westelijk havengebied. De geluidoverlast in Nauerna en Westzaan is afkomstig van veel verschillende bronnen, variërend van straatraces, toeterende vrachtauto’s tot luidruchtige partyschepen. Het gaat hierbij om specifieke geluiden op specifieke momenten. Het Actieplan geluid gaat over gemiddelde geluidniveaus gerekend over een jaar en beperkt zich tot gemeentelijke wegen en industrieterreinen. Het Actieplan geluid is daarom niet geschikt om deze overlast aan te pakken. De geluidoverlast in Nauerna en Westzaan wordt daarom in een apart traject opgepakt. 

8 Railverkeerslawaai, provinciale- en rijkswegen en luchtvaartlawaai

8.1 Railverkeer

Algemeen

Zoals al eerder vermeld, heeft de gemeente geen directe invloed op wegverkeerslawaai afkomstig van provinciale- en rijkswegen, railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Hiervoor worden door de provincie en het rijk actieplannen geluid gemaakt. Inzet van de gemeente richt zich vooral op lobby en overleg met deze partijen om zo invloed uit te oefenen om de geluidoverlast te beperken. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke maatregelen de betreffende partijen nemen die de geluidoverlast verminderen en wordt –voor zover relevant- aangegeven wat de rol van de gemeente is.

Railverkeer

ProRail neemt in het kader van het MeerJarenProgramma Geluidsanering (MJPG) geluidmaatregelen op een aantal locaties in Zaanstad. Het gaat voornamelijk om aanpassingen aan het spoor.

In 2022 is een geluidsscherm geplaatst tussen de woningen in Kreekrijk en het spoor. Dit was onderdeel van de planontwikkeling Kreekrijk en was geen onderdeel van het MJPG van ProRail.

8.2 Provinciale wegen

Er lopen een aantal provinciale wegen door Zaanstad, waaronder de N203 en de N246. 

De N203 zorgt voor veel hinder in Krommenie en Wormerveer. De provincie heeft samen met de gemeente Zaanstad een pakket met maatregelen opgezet om de leefbaarheid langs de N203 op de korte termijn te verbeteren. Dit omdat de realisatie van dé oplossing, namelijk de verbinding A8-A9, nog op zich laat wachten. Er worden o.a. geluiddempende vangrails geplaatst langs de N203 en diverse fietspaden en fietsroutes worden heringericht en verbeterd, o.a.:

  • 2 richtingen fietspad Wandelweg zuidzijde, Wormerveer

  • MRA-fietsroutes N203 Krommenie-Uitgeest

8.3 Rijkswegen

Rijkswaterstaat heeft in 2020 een pakket aan maatregelen uitgevoerd om de geluidsoverlast van de A8 te beperken. Tussen knooppunt Zaandam en de N246 is in beide richtingen dubbellaags Zoab aangebracht. Verder zijn de voegovergangen met de Coenbrug en de viaducten Guisweg en Middel vervangen om de geluidoverlast op de omgeving te beperken.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2023 het saneringsplan ‘Rijkswegen West-Nederland Noord A7, A8, N9, A10’ vastgesteld. Hierin is opgenomen dat langs de A8 34 woningen in Kogerveldwijk in aanmerking komen voor een onderzoek naar gevelisolatie. 

Het was de bedoeling om gelijktijdig met de verbreding A7-A8 de geluidschermen langs Kogerveldwijk (tussen knooppunt Zaandam en de oostoever van de Zaan) te verhogen tot 7 en 8 meter. Omdat de verbreding van de A7-A8 vanwege stikstofproblemen voorlopig niet wordt uitgevoerd, is ook het verhogen van de geluidschermen uitgesteld. De verhoging moet uiterlijk binnen 10 jaar na vaststelling van het saneringsplan (2023) zijn uitgevoerd.

Onderzoek dat RHDHV in 2024 in opdracht van de gemeente heeft uitgevoerd, heeft uitgewezen dat het verhogen van de geluidsschermen bij de Coenbrug onvoldoende geluidsreductie met zich meebrengt en daarom niet effectief is.

Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat tegelijk met het herstel van het val van de Coenbrug, ook het isoleren van de klankkastwerking van de brug onderdeel is van het werk.

8.4 Luchtvaart

Zaanstad ligt onder de aan- en uitvliegroutes van de Polderbaan en de Zwanenburgbaan. Dit brengt (in delen van de gemeente) veel hinder met zich mee. Zaanstad is aangesloten bij de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS). Dit is een samenwerkingsverband van 56 gemeenten en 4 provincies rondom Schiphol. De BRS richt zich op het verbeteren van de leefomgeving in de Schipholregio.  

In 2023 is een motie aangenomen waarin de gemeenteraad van Zaanstad het college oproept om in de diverse relevante luchtvaartgremia te blijven pleiten tot afschaffing van de nachtvluchten en erop toe te zien dat deze vluchten niet naar de randen van de nacht worden verschoven. En om tevens te bepleiten dat er een toetsbare geluidsnorm wordt opgesteld voor vliegtuiglawaai die aantoonbaar de gezondheid van individuele bewoners beschermt.

De effecten van Schiphol op de omgeving krijgen inmiddels meer aandacht, zowel bij het Rijk als bij Schiphol. Het kabinet heeft in 2022 besloten dat Schiphol moet krimpen. Daarvoor moet een Europese procedure doorlopen worden (de balanced approach procedure) waaruit moet blijken dat bij dit besluit alle mogelijke opties om de hinder te beperken, zijn onderzocht. Het nieuwe kabinet dat in juli 2024 aantrad zet minder in op krimp dan het vorige kabinet.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voert een onderzoek uit naar de effecten van een nachtsluiting. Hierbij worden ook de economische effecten in beeld gebracht.

In de komende periode is de luchtruimherziening en de introductie van een vierde aanvliegpunt van belang. Dit zorgt er voor dat de routes vooral op grotere afstand van Schiphol zullen wijzigen. Dichtbij de luchthaven (circa 15 km) zullen de veranderingen minder groot zijn. Door de luchtruimherziening kunnen landende vliegtuigen via vaste routes, vanaf hogere afstand en via glijvluchten de landingsbaan naderen. Het concentreren van vluchten via vaste routes leidt in een groter gebied tot minder hinder, maar tot meer hinder in het gebied onder deze vaste routes.

Verder is het ministerie van I&W bezig met het ontwikkelen van een nieuw geluidstelsel dat de omgeving beter moet beschermen tegen vliegtuiglawaai.

In de NOVEX(2) Schiphol werkt het Rijk, samen met de BRS, aan verschillende opgaven in de Schipholregio. Doel is de leefbaarheid in de Schipholregio te verbeteren. 

In het kader van het project Geluidisolatie Schiphol (GIS) van het Rijk komen 25 woningen in Assendelft in aanmerking voor geluidisolatie. Dit project is gestart in 2023.



(2)NOVEX: Nationale Omgevingsvisie Extra.

9 Bescherming stille gebieden

9.1 Bescherming stille gebieden

Stilte wordt in Nederland steeds schaarser. Zeventig procent van de Nederlandse woningen staat bloot aan meer dan 50 decibel omgevingsgeluid. Zelfs in officiële stiltegebieden klinkt steeds vaker ongepast lawaai, vooral van vlieg- en wegverkeer. En dat terwijl blijkt dat mensen meer behoefte krijgen aan plekken waar nog rust heerst. Stille, groen gebieden kunnen bovendien helpen om te herstellen van stress. Bij voorkeur zijn zulke gebieden dicht bij huis te vinden. Maar ook rustige plekken in de stad zijn van belang (Stille gebieden en gezondheid, Gezondheidsraad, 2006).

Verblijf in een stil gebied kan op twee manieren een gunstige invloed hebben op gezondheid. In de eerste plaats kan het bijdragen aan herstel of compensatie van ongunstige gezondheidseffecten door lawaai in de woonomgeving. In de tweede plaats kan blootstelling aan lage niveaus van als prettig ervaren (gewenst) geluid een eigen, gunstige invloed hebben op gezondheid. Zeer beperkt onderzoek naar de gezondheidsbaten van stille gebieden in de woonomgeving suggereert dat een stille kant van het huis, maar ook een stillere wijdere omgeving, hinder door lawaai in de directe woonomgeving doet afnemen. Het is niet ondenkbaar dat er gezondheidswinst kan worden behaald door ruimtelijke variatie in de geluidbelasting (Stille gebieden en gezondheid, Gezondheidsraad, 2006).

Het belang van stilte wordt ook onderkend in Europa. De EU Richtlijn omgevingslawaai geeft daarom aan dat Actieplannen geluid zich niet alleen moeten richten op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, maar ook op stille gebieden.

In Zaanstad zijn geen officiële stiltegebieden en Zaanstad heeft ook geen stille gebieden aangewezen. Door de ligging van de gemeente onder de aan- en uitvliegroutes van twee banen van Schiphol en met een spoorlijn en een snelweg dwars door de stad, zijn er weinig stille plekken in de gemeente. Wel zijn er plekken die rust uitstralen, zoals de Natura-2000 gebieden en diverse parken. Ook in rustige woonwijken zijn nog wel stillere plekken te vinden.

10 Samenvatting, effect en financiering van maatregelen Actieplan geluid  2024-2028

10.1 Samenvatting van de maatregelen Actieplan geluid 2024-2028

In onderstaande tabel zijn de maatregelen samengevat die zijn gepland in de periode 2024-2028.

Tabel 4: Samenvatting en planning geluidmaatregelen planperiode 2024-2028
afbeelding binnen de regeling

 

10.2 Effect van de maatregelen Actieplan geluid 2024-2028

De verwachting is dat het aantal woningen de komende jaren nog flink zal toenemen. Daarmee zullen functies dichter bij elkaar komen en zal het aantal auto’s voorlopig blijven toenemen. De verwachting is dan ook dat de geluidhinder de komende vier jaar niet zal afnemen. In het beste geval zal de geluidbelasting stabiliseren. 

In het algemeen zijn maatregelen die plaatsvinden in de directe woonomgeving (woonwijken) het meest effectief.

Bij de Omgevingsvisie 2040 is een milieueffectrapportage opgesteld. Hieruit komt naar voren dat de geluidbelasting in Zaanstad op de langere termijn af zal nemen.

10.3 Financiering van de maatregelen Actieplan geluid 2024-2028

In het Actieplan geluid zijn bestaande maatregelen opgenomen die een eigen besluitvormingstraject hebben gevolgd en waarvan de financiering is geregeld. Aan het Actieplan geluid 2024-2028 is geen budget gekoppeld.

II Overzicht Documentenbijlagen

Bijlage 1 Actieplan geluid in het Besluit kwaliteit leefomgeving

/join/id/regdata/gm0479/2024/d8acffe99fc143c597f094967affb94e/nld@2024‑12‑16;15330229

Bijlage 2 Resultaten geluidsbelastingkaarten 2021

/join/id/regdata/gm0479/2024/fba9dd3e2a204ed4b9c51af667416db8/nld@2024‑12‑16;15330229

Bijlage 3 Vergelijking geluidskaarten 2016 en 2021

/join/id/regdata/gm0479/2024/01afa6bf71f94cae938823e032b2d2eb/nld@2024‑12‑16;15330229

Naar boven