Gemeenteblad van Hollands Kroon
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2024, 448721 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hollands Kroon | Gemeenteblad 2024, 448721 | beleidsregel |
Nota Reserves en Voorzieningen 2024
Voor u ligt de geactualiseerde Nota reserves en voorzieningen 2024. Conform de bepalingen van de Financiële Verordening wordt deze Nota periodiek herzien en aan de raad voorgelegd ter vaststelling.
Het doel van de Nota is het vastleggen hoe Hollands Kroon wil omgaan met reserves en voorzieningen, die daarmee inzicht biedt in de financiële positie – inclusief het weerstandsvermogen - van de gemeente.
Begripsbepalingen reserves en voorzieningen
De regels voor reserves en voorzieningen zijn opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV.) Daarnaast geeft de commissie BBV nadere richtlijnen voor de toepassing van het BBV.
De reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn. In artikel 43, lid 1 van het BBV worden de reserves onderscheiden naar:
De algemene reserve heeft een permanent karakter en vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. De algemene reserve functioneert als buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s.
In artikel 43, lid 2 van het BBV wordt een bestemmingsreserve gedefinieerd als een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze door de raad is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden aangepast.
De reserves kunnen vier verschillende functies hebben:
Reserves met een bufferfunctie dienen primair om bepaalde risico’s en exploitatietekorten op te vangen. Ook worden schommelingen in de exploitatie geabsorbeerd: tekorten en overschotten in de exploitatie komen ten laste respectievelijk ten gunste van deze reserve. Reserves met een bufferfunctie maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Het aanspreken van een van deze reserves verlaagt de weerstandscapaciteit.
Reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatiebegroting kunnen zo worden vermeden. Zo ook kunnen ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen.
Reserves kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen van de gemeente. Binnen de gemeente kan het vermogen worden aangewend als intern financieringsmiddel. Door reserves in te zetten kan het beroep op middelen van derden worden beperkt.
De gemeente kan besluiten te sparen voor toekomstige uitgaven. Een reserve kan daarbij worden ingezet om incidentele uitgaven te doen. Hierbij kan de reserve ook ter dekking van de kapitaallasten worden ingezet; kapitaallasten die voortkomen uit bestaande activa of nieuwe investeringen.
Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Er liggen verplichtingen voor de toekomst aan ten grondslag (verplichte bestedingsrichting). Om die reden is een voorziening niet vrij besteedbaar. Een voorziening is een apart gezet bedrag voor voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan het tijdstip van optreden of de omvang per balansdatum niet exact bekend zijn. De uitgave zal in de toekomst plaatsvinden maar hangt dus wel samen met de periode voorafgaande aan de balansdatum.
Verplichte vorming voorziening
Er is in een aantal gevallen sprake van een verplichte vorming van een voorziening in een jaar, in ieder geval per balansdatum:
Bij 1. gaat het om min of meer onzekere verplichtingen die te zijner tijd tot schulden kunnen leiden, zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter (artikel 44 lid 1a BBV), of om voorzieningen die een (beste) schatting betreffen van de lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals rechtsgedingen of reorganisaties (artikel 44 lid 1b BBV).
Bij 2. betreft het overschotten die zijn gerealiseerd op de exploitatie van de riolering die het gevolg zijn van achterstand in de besteding van vervangingsinvesteringen. Dergelijke overschotten kunnen niet ten gunste van de exploitatie c.q. algemene middelen worden gebracht, omdat dit geld is van de belastingbetaler dat de gemeente in de toekomst nog moet besteden aan vervangings¬investeringen riolering. Een dergelijk overschot wordt toegevoegd aan de desbetreffende voorziening. Naderhand worden deze bedragen besteed om lastenstijgingen te dempen.
Bij 3. gaat het om bijvoorbeeld schenkingen van derden (niet-overheidslichamen) met een specifieke bestedings¬verplichting, of de van derden verkregen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen als dekking van lasten in volgende begrotingsjaren.
Het is niet toegestaan om voorzieningen te vormen voor:
Niet verplichte vorming voorziening
Verder is er nog sprake van een niet verplichte, dus facultatieve, voorziening. Dit betreft de voorziening ter egalisatie van kosten (artikel 44 lid 1c BBV).
Aan het vormen van deze voorziening zijn twee eisen gesteld, te weten:
Het gaat bij de laatste categorie over (toekomstige) lasten waar de gemeente niet ‘onderuit’ kan. Hierbij valt met name te denken aan het cyclisch (terugkerend) onderhoud van kapitaalgoederen zoals wegen, waterwegen, riolering en gebouwen. Het vormen van een voorziening is in dit geval niet verplicht; er kan ook voor gekozen worden de ongelijkmatig gespreide lasten in de komende begrotingsjaren voor de te verwachten bedragen in de meerjarenraming op te nemen of er een reserve voor te vormen.
Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. Dit beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd en financieel te zijn getoetst. De commissie BBV doet de aanbeveling om tenminste éénmaal in de vier jaar een integrale beleidsnota over het beleidskader onderhoud kapitaalgoederen door de raad te laten vaststellen en de hoofdlijnen daarvan jaarlijks op te nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Indien er geen (recent) beheerplan aanwezig is, is het vormen van een voorziening groot onderhoud dus niet toegestaan, maar kunnen de kosten van groot onderhoud wel door vrijval via resultaatbestemming vanuit een (daartoe gevormde) bestemmingsreserve worden gedekt.
Wettelijke regels voor voorzieningen
Ook voor voorzieningen geldt dat de regels zijn vastgelegd in het BBV.
De hoogte van de voorziening heeft conform de wettelijke spelregels een directe relatie met het risico en/of met de toekomstige verplichting. Bij de voorzieningen dient het niveau in overeenstemming te zijn met het doel waarvoor ze zijn gevormd. Omdat voorzieningen een verplichtend karakter hebben, heeft de raad niets te kiezen bij het al dan niet instellen. Formeel dient de raad de desbetreffende lasten echter wel te autoriseren. Daarvoor gelden de normale budgetregels.
Schattingsmethoden vormen voorziening
Het kan lastig zijn om precies te bepalen hoe hoog een voorziening moet zijn: het schattingselement speelt bij voorzieningen in het bijzonder een rol omdat deze naar hun aard een groot onzekerheidselement kennen. De best mogelijke schatting wordt gebruikt bij het vormen van de voorziening. Als iets echt niet te schatten is dan kan ook geen voorziening worden gevormd. Dan past vermelding als niet in de balans opgenomen verplichting, of een vermelding in de risicoparagraaf.
Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen daarom niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat het noodzakelijk niveau anders wordt, wordt de omvang van de voorziening daarop afgestemd. Andere onttrekkingen dan voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld, zijn niet toegestaan. Toevoegingen (stortingen) aan voorzieningen of het vormen van een nieuwe voorziening worden, conform de vastgestelde (meerjaren)begroting als last bij de taakvelden en clusters opgenomen en door vaststelling van de clusters geautoriseerd. Omdat voorzieningen zijn gevormd om onder meer toekomstige verplichtingen te kunnen waarborgen, is het van belang periodiek te beoordelen of het niveau van de voorziening op termijn de gewenste dekking zal bieden.
Een voorziening wordt opgeheven als een verplichting of een risico waarvoor een voorziening is ingesteld, is weggevallen. Aangezien opheffing van de voorziening in deze situatie verplicht is conform BBV, is voor het opheffen van de voorziening geen raadsbesluit nodig. Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt dat deze na besluitvorming door de gemeenteraad worden opgeheven. Het saldo van een op te heffen voorziening komt ten gunste van de exploitatie (algemene middelen).
Het verloop van een voorziening wordt – net als bij de reserves - beschreven in de begroting en de jaarstukken.
Beleidsuitgangspunten reserves en voorzieningen
In dit hoofdstuk worden de beleidsuitgangspunten geformuleerd die betrekking hebben op de reserves en voorzieningen van de gemeente Hollands Kroon.
De algemene richtlijnen voor reserves en voorzieningen zijn:
De raad stelt periodiek1 (minimaal eenmaal per raadsperiode) de Nota reserves en voorzieningen vast.
De algemene reserve dient primair als buffer voor risico’s en ter egalisatie van rekeninguitkomsten. Afzonderlijke risicoreserves voor deelactiviteiten worden zoveel mogelijk vermeden tenzij de raad expliciet anders besluit.
In artikel 43, lid 2 van het BBV wordt een bestemmingsreserve gedefinieerd als een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze door de raad is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden aangepast.
Voor de gemeente Hollands Kroon worden de volgende uitgangspunten voorgesteld:
De minimale omvang van een bestemmingsreserve bedraagt bij aanvang € 500.0002.
Toevoeging en onttrekking aan reserves
Het toevoegen en onttrekken aan reserves is een bevoegdheid van de raad.
Toevoeging en onttrekking aan voorzieningen
Voorzieningen moeten dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen daarom niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Mutaties in voorzieningen komen uitsluitend voort uit het aanpassen van de omvang van een voorziening aan een nieuw noodzakelijk niveau.
De omvang van een voorziening wordt bepaald bij het opstellen van de begroting of de jaarstukken. Het college is na de instelling van een voorziening gemandateerd om toevoegingen of onttrekkingen te doen. Dit wordt te allen tijde toegelicht in de jaarrekening.
Richtlijnen voor het instellen en opheffen van reserves en voorzieningen
Het instellen en opheffen van reserves en voorzieningen is wettelijk een bevoegdheid van de raad. Het is aan de raad voorbehouden om reserves in te stellen en op te heffen. Het is wenselijk om reserves overzichtelijk en qua aantal beperkt te houden. Reserves worden alleen ingesteld voor een concreet doel en – in voorkomende gevallen - met een bepaalde looptijd. Het verdient de voorkeur dit door middel van een integrale afweging te doen.
In dit onderdeel wordt een toelichting gegeven over het rentebeleid ten aanzien van reserves en voorzieningen.
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
Bij reserves heeft de gemeente de beleidsvrijheid wel of geen rente toe te voegen. Wanneer er rente wordt toegerekend aan de reserves zijn hiervoor in het BBV randvoorwaarden opgenomen. Op dit moment is het beleid dat aan onze (bestemmings)reserves geen rente wordt toegevoegd. Wij zien geen aanleiding dit te willen veranderen.
Reserves en voorzieningen van Hollands Kroon
Herschikking bestemmingsreserves
Op grond van de uitgangspunten als hiervoor beschreven kunnen onze bestemmingsreserves worden herschikt. Door zowel doel als besteding wat algemener te formuleren kunnen ze een robuuster omvang krijgen en breder worden ingezet. Daarnaast zijn er reserves die vanwege hun beperkte grootte (zoals Egalisatie Afvalstoffenheffing) of hun relatie met een heel specifiek of uit beeld verdwenen onderwerp (zoals Openbare voorzieningen Agriport A7) geen functie meer hebben. Door die saldi samen te voegen met andere reserves blijft hun functie behouden.
Om deze redenen stellen wij voor de bestemmingsreserves te herschikken volgens de tabel hieronder3. Een specificatie per reserve treft u aan in het daarop volgende hoofdstuk.
In dit hoofdstuk worden de reserves en voorzieningen van Hollands Kroon per onderdeel besproken en toegelicht. We hanteren daarbij de volgende indeling:
|
Positieve jaarrekeningresultaten voor zover die niet op een andere manier worden bestemd en eventuele incidentele baten voor zover hiertoe is besloten. |
|
|
Negatieve jaarrekeningresultaten en ter dekking van incidentele eenmalige kosten. Zo nodig het aanvullen van bestemmingsreserves wanneer die door hun minimum-omvang dreigen te zakken. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de reeds genomen besluiten tot toevoeging of onttrekking. |
|
|
De Algemene reserve vormt een vast onderdeel van het weerstandsvermogen en daarmee van de begroting en jaarstukken. Vanuit het rijk wordt de mogelijkheid geboden om vanaf 2024 een deel van het weerstandvermogen in te zetten om een structureel tekort in de begroting af te dekken. In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 21 november 2023 is de Notitie incidenteel/structureel vastgesteld waarin afspraken zijn vastgelegd. Zo staan met ingang van 2024 de provinciale financieel toezichthouders onder voorwaarden een verruimde inzet toe bij gemeenten van het surplus4 in de algemene reserve. |
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-448721.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.