Gemeenteblad van Heerlen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Heerlen | Gemeenteblad 2024, 340039 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Heerlen | Gemeenteblad 2024, 340039 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Heerlen
Overwegende dat:
de gemeente wil zorgen voor een evenwichtige spreiding van maatschappelijke gebruiksmogelijkheden over de hele stad, rekening houdend met wat buurten en wijken nodig hebben én aankunnen, met als doel deze te versterken;
Maatschappelijke initiatieven vaak passen binnen de brede omschrijving van de maatschappelijke bestemmingen in ons omgevingsplan en dus niet kunnen worden tegengehouden;
de gemeente de regie terug wil pakken over de hele stad en door deze omgevingsplanwijziging een instrument in handen hebben dat zorgt voor een beperking van het aantal maatschappelijke gebruiksvormen die rechtstreeks mogelijk zijn.
Besluit;
De ontwerp omgevingsplanwijziging"Maatschappelijke gebruiksmogelijkheden" opgenomen in Bijlage A wordt vastgesteld.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders , 30 juli 2024
college van burgemeester en wethouders
A
Hoofdstuk 21 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De regels in deze afdeling 'Voorrangsbepaling maatschappelijke gebruiksvormen' zijn van toepassing op alle maatschappelijke gebruiksvormen die zijn toegestaan op grond van het tijdelijke omgevingsplan.
In afwijking van het eerste lid zijn de voorrangsbepalingen niet van toepassing op de regels in het tijdelijk omgevingsplan die uitsluitend één specifieke maatschappelijke gebruiksvorm toelaat op de betreffende locatie.
De voorrangsregels in deze afdeling 'Voorrangsbepaling maatschappelijke gebruiksvormen' zijn gesteld met het oog op:
Voor de toepassing van de artikelen 21.1, 21.2, 21.4 en 21.5, worden de onder de volgende begrippen verstaan:
maatschappelijke gebruiksvormen:
maatschappelijke functies: gebouwen en terreinen ten behoeve van maatschappelijke activiteiten;
maatschappelijke activiteiten: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben, seksinrichtingen uitgezonderd;
buurtpunt: een (deel van een) maatschappelijke functie in de buurt, die beheerd wordt door een door de gemeente gecontracteerde/ gesubsidieerde zorgaanbieder, waar iedere inwoner terecht kan voor vragen over maatschappelijke ondersteuning (inloop) en waar (welzijns)activiteiten voor inwoners worden georganiseerd die zorgen voor een sterke sociale basis.
buurtontmoetingsplaats: een (deel van een) maatschappelijke functie in de buurt, waar (welzijns)activiteiten voor en door inwoners worden georganiseerd die zorgen voor een sterke sociale basis.
Legaal maatschappelijk gebruik dat ten tijde van de vaststelling van deze omgevingsplanwijziging aanwezig is en niet langer is toegestaan op grond van artikel 21.4, mag worden voortgezet.
B
Het opschrift van hoofdstuk 22 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
C
Het opschrift van hoofdstuk 23 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
D
Het opschrift van toelichting 'Toelichting' wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
E
Voor artikelgewijzetoelichting 'Artikelsgewijze Toelichting' wordt een algemenetoelichting ingevoegd, luidende:
F
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB’s geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22.
Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling.
[Vervallen]
G
Voor sectie '' worden vijf secties ingevoegd, luidende:
Het plan heeft betrekking op alle maatschappelijke gebruiksvormen (maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening maatschappelijk) die rechtstreeks mogelijk zijn volgens de regels in het tijdelijk omgevingsplan.
Op die locaties waar slechts één maatschappelijke functie of – activiteit mogelijk is, is deze wijziging niet van toepassing.
In dit artikel wordt aangegeven wat het doel is van de voorrangsbepaling.
In de ruimtelijke plannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan worden de begrippen “maatschappelijke voorzieningen” en “dienstverlening – maatschappelijk” gebruikt.
Voor de voorrangsbepaling wordt nu gekozen voor de begrippen maatschappelijke functies en maatschappelijke activiteiten.
Maatschappelijke functies zijn gebouwen en terreinen ten behoeve van maatschappelijke activiteiten. In de regels van het tijdelijk omgevingsplan komen deze functies vaak samen onder de noemer “maatschappelijke voorzieningen”.
Maatschappelijke activiteiten bestaat dan uit de verschillende vormen van maatschappelijke dienstverlening. In de regels van het tijdelijk omgevingsplan wordt dan gesproken over dienstverlening maatschappelijk.
Uit de bepalingen volgt de volgende reductie:
De onderbouwing volgt uit het Integraal Maatschappelijk Accommodatiebeleid 2017-2024. De uitgangspunten van het spreidingsbeleid voor maatschappelijke accommodaties worden ondergraven door een ruime benadering van maatschappelijke functies en maatschappelijke activiteiten op een veelvoud van locaties in principe rechtstreeks mogelijk te maken.
Uitgangspunten spreiding
De gemeente Heerlen streeft naar een evenwichtige spreiding van functies en accommodaties over de verschillende buurten en stadsdelen, met als doel om buurten en wijken te versterken.
Op buurtniveau en stadsdeelniveau wordt rekening gehouden wordt met wat buurten en wijken nodig hebben én aan kunnen.
Bij locatiekeuzes wordt rekening gehouden met bereikbaarheid voor gebruikers; het gaat dan bijvoorbeeld om afstand, veilige toegangsroutes en voldoende parkeergelegenheid.
Op alle niveaus wordt ook gekeken naar het aanbod aan functies en accommodaties over de gemeentegrenzen, met uitzondering van functies op het niveau ‘buurt’.
Regionale en bovenregionale functies worden zoveel mogelijk ook regionaal verspreid, om de inhoudelijke, organisatorische en financiële risico’s voor de gemeente(n) zoveel mogelijk te beperken.
Bestaande maatschappelijke gebruiksvormen die al legaal en feitelijk aanwezig zijn worden geëerbiedigd. Dat wil zeggen dat deze maatschappelijke gebruiksvormen mogen worden voortgezet. Deze planwijziging verandert daar niets aan.
H
Na artikelgewijzetoelichting 'Artikelsgewijze Toelichting' wordt een bijlage ingevoegd, luidende:
Aanleiding en Doel
Ongewenste maatschappelijke initiatieven kunnen wij onvoldoende tegenhouden. Onze bestemmingsplannen zijn daarvoor te ruim opgesteld.
Met het voorbereidingsbesluit “Bescherming tegen toename ongewenste
gebruiksvormen binnen de bestemming Maatschappelijk” kunnen we tot 25
april 2025 nieuwe ongewenste initiatieven tegenhouden. Voor deze datum
moet het omgevingsplan zijn gewijzigd om voldoende bescherming te bieden.
Besluitgebied
Het besluitgebied waarop deze omgevingsplanwijziging betrekking heeft is het hele ambtsgebied van de gemeente Heerlen waar maatschappelijke gebruiks-vormen rechtstreeks worden toegestaan.
Onder maatschappelijke gebruiksvormen wordt verstaan:
Maatschappelijke functies: voorheen beter bekend als maatschappelijke voorzieningen
Maatschappelijke activiteiten: voorheen beter bekend als dienstverlening maatschappelijk en/of maatschappelijke doeleinden.
Doel van de omgevingsplanwijziging
Het doel van de omgevingsplanwijziging is het reduceren van de grote diversiteit aan maatschappelijke gebruiksvormen (maatschappelijke functies en maatschappelijke activiteiten) die rechtstreeks zijn toegelaten binnen de diverse bestemmingen sterk te beperken.
Om te borgen dat alle inwoners in of nabij hun eigen omgeving toegang hebben tot de gewenste maatschappelijke accommodaties moet ook worden nagedacht over een evenwichtige spreiding ervan over de stad. Een evenwichtige spreiding ontstaat door rekening te houden met geografische
kenmerken, maar ook door aan te sluiten op specifieke behoeften van bewoners. Dat betekent concreet dat op buurtniveau en stadsdeelniveau rekening gehouden wordt met
het ‘DNA’ van de omgeving. Een buurt met veel ouderen vraagt om andere functies en accommodaties dan een omgeving waarin veel kinderen wonen.
Dit komt de veiligheid en leefbaarheid ten goede. De te ruime mogelijkheden in het tijdelijk omgevingsplan zorgen ervoor dat de gemeente onvoldoende regie heeft op de evenwichtige spreiding van maatschappelijke functies en maatschappelijke activiteiten.
Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Deze regels moeten strekken ter behartiging van de doelen van de Omgevingswet.
De gemeente zorgt dat de regels in het omgevingsplan samen leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 Ow).
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevings-plan kan worden bereikt door:
regels aan activiteiten te stellen voor (een gedeelte van) het grond-gebied (activiteiten);
functieaanduidingen met de toegelaten activiteiten (met regels) te koppelen gekoppeld aan locaties (functies).
Functies en activiteiten
In de Omgevingswet worden de begrippen ‘functies’ en ‘activiteiten’ gebruikt.
Functies
Functies verwijzen naar de rol, taak of dienstbaarheid die kan worden toegekend aan een deel van de fysieke leefomgeving. Het kan bijvoorbeeld gaan om het aanwijzen van een locatie als bedrijventerrein, detailhandel, kantoor, monument, waterwingebied, natuur of wonen. Bij het toewijzen van deze functies worden regels gesteld. Uit deze regels volgt op welke wijze en onder welke voorwaarden deze functies kunnen worden uitgevoerd.
Activiteiten
Activiteiten zijn acties die burgers, bedrijven en overheden kunnen uitvoeren en die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. In de Omgevingswet staan regels over deze activiteiten. Het kan bijvoorbeeld gaan om activiteiten op bedrijventerreinen of de functies wonen of recreatie.
Regels over activiteiten
Regels over activiteiten kunnen met het oog op de doelen van de wet regels worden gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
De regels moeten dus:
strekken ter behartiging van de doelen van de Omgevingswet;
gaan over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
Doelen van de Omgevingswet
De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:
bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en
doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving
Onder de fysieke leefomgeving wordt in ieder geval verstaan (artikel 1.2 Ow):
bouwwerken
infrastructuur
water
watersystemen
bodem
lucht
landschappen
natuur
cultureel erfgoed
werelderfgoed
Als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden in ieder geval aangemerkt gevolgen die kunnen voortvloeien uit:
het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan;
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt;
het nalaten van activiteiten.
Als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden ook aangemerkt gevolgen voor de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving.
Voor deze omgevingsplanwijziging gaat het om een beperking van de maatschappelijke gebruiksvormen, die enerzijds bestaan uit maatschappelijke functies (voorheen in bestemmingsplannen: ‘maatschappelijke voorzieningen’) en anderzijds maatschappelijke activiteiten (voorheen in bestemmingsplannen vaak aangeduid als dienstverlening – maatschappelijk). Het gaat om het wijzigen van het gebruik en het nalaten van activiteiten.
Het doel van deze omgevingsplanwijziging is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit met het oog op bewoonbaarheid en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
Bij het wijzigen van een omgevingsplan moet worden nagegaan of:
1. het plan nadelige gevolgen voor het milieu heeft (MER);
2. dit in overeenstemming is met de dienstenrichtlijn;
3. financieel uitvoerbaar is (kostenverhaal en nadeelcompensatie).
Voor het wijzigen van een omgevingsplan kan een plan-milieueffectrapportage nodig zijn. Dat is het geval als de wijziging van het omgevingsplan een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten. Of dat er ook een passende beoordeling voor het plan of programma nodig is.
Deze omgevingsplanwijziging heeft alleen betrekking op het beperken van maatschappelijke functies die al mogelijk zijn op grond van voorgaande ruimtelijke plannen. Er wordt met de wijziging alleen gereduceerd en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De wijziging is dan ook geen kaderstellend plan. Een plan-MER-beoordeling is dan ook niet nodig.
Kostenverhaal geldt voor de volgende kostenverhaalplichtige activiteiten:
Het beperken van de maatschappelijke activiteiten is niet aangewezen als een kostenverhaalsplichtige activiteit. Kostenverhaal is dus niet aan de orde.
Wat is nadeelcompensatie?
Nadeelcompensatie is een tegemoetkoming van de gemeente voor schade die wordt veroorzaakt door een overheidshandeling die in overeenstemming met het recht is.
Schade die de gemeente veroorzaakt door te handelen in strijd met het recht - onrechtmatige schade - valt niet onder de Omgevingswet.
Wanneer nadeelcompensatie?
De Omgevingswet bevat een limitatieve en exclusieve lijst van schadeoorzaken die voor nadeelcompensatie in aanmerking komen. Alleen als de schade wordt veroorzaakt door het vaststellen, verlenen, stellen, treffen of, voor zover van toepassing, wijzigen of intrekken van één van deze schadeoorzaken, kan een recht op nadeelcompensatie bestaan.
Wijzigen omgevingsplan als schadeoorzaak
Het aanpassen van regels over activiteiten die rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven, zoals regels over het gebruiken van gronden in het omgevingsplan zijn als schade-oorzaak aangewezen (artikel 15.1 lid 1 onder d Ow).
Welke schade?
Nadeelcompensatie, waaronder ook begrepen planschade, bestaat in de praktijk vaak uit economische schade in de vorm van inkomensderving of in de vorm van waardevermindering van een onroerende zaak.
Ook de kosten die een benadeelde maakt om te voldoen aan voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning of aan eisen die opgenomen zijn in algemene regels komen voor vergoeding in aanmerking (titel 4.5 Awb).
Directe en indirecte schade
In de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte schade.
Directe schade is schade die het gevolg is van het aanpassen van bestaande rechten.
Indirecte schade is schade veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. Bijvoorbeeld waardedaling door de bouw van een hoge flat.
De wijziging van het omgevingsplan bestaat uit het beperken van maatschappelijke functies die eerder wel mogelijk waren. Nadeelcompensatie zal bij dit plan dus betrekking hebben op directe planschade omdat de beperking van de gebruiksmogelijkheden de eigenaren van de locaties raakt.
Voorwaarden voor vergoeding van schade
De schade moet redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de schadeoorzaak. De schade moet:
het rechtstreekse gevolg zijn van het besluit of de maatregel. Bijvoorbeeld de bouw van een woning of aanleg van een weg.
het gevolg zijn van de feitelijke uitvoering van de activiteit. Bijvoorbeeld een tijdelijke wegafsluiting.
het gevolg zijn van de activiteit, die pas later zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld schade door grondwateronttrekking kan zich jaren later openbaren.
Als er nadeelcompensatie optreedt, dan is dat het gevolg van deze omgevingsplanwijziging. De schade zal in ieder geval kunnen bestaan uit waardevermindering van panden omdat de gebruiksmogelijkheden minder worden. Of ook daadwerkelijk aanspraak zal bestaan op nadeelcompensatie en hoe hoog die vergoeding dan is, is op voorhand niet vast te stellen.
Wel kan rekening worden gehouden met het volgende:
Als op een locatie meerdere gebruiksmogelijkheden aanwezig zijn, dan wordt nadeelcompensatie doorgaans alleen aangenomen als de functie die wordt beperkt, de functie is die ook het hoogste financieel wordt gewaardeerd;
Als een eigenaar van het pand passieve risico-aanvaarding (stilzwijgend stilzitten) kan worden tegengeworpen, dan kan nadeelcompensatie achterwege blijven;
Normaal maatschappelijk risico
Passieve risicoaanvaarding concreet geregeld
Onbenutte mogelijkheden die een omgevingsplan op een locatie biedt, kunnen worden gewijzigd. De ruimtelijke plannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijk omgevingsplan bieden een veelheid aan maatschappelijke functies op de locaties. Als eigenaren van de locaties deze mogelijkheid niet gebruiken, dan kunnen deze mogelijkheden worden geschrapt.
De eigenaren van de betreffende locaties kunnen door deze omgevingsplanwijziging schade lijden. De Omgevingswet regelt dat als iemand de kans heeft gekregen om nieuwe mogelijkheden te benutten, maar dat niet heeft gedaan, hij geen recht meer heeft op schadevergoeding. Dit wordt ook wel passieve risicoaanvaarding genoemd. Dit is risicovol stil zitten van een aanvrager als hij vergoeding van directe schade vraagt.
Voor passieve risicoaanvaarding gelden de volgende eisen:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-340039.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.