Omgevingsplanwijziging 1 gemeente Groningen

15 mei 2024

Vaststelling Omgevingsplanwijziging 1 gemeente Groningen

De raad van de gemeente Groningen

gelet op het bepaalde in artikel 2.4 Omgevingswet

heeft besloten:

Artikel I Besluit

De 'Omgevingsplanwijziging 1 gemeente Groningen' gewijzigd vast te stellen.

Artikel II Wijzigingen in het omgevingsplan

De 'Omgevingsplanwijziging 1 gemeente Groningen' vast te stellen zoals vermeld in 'bijlage A'. Het overzicht van de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp-wijzigingsbesluit is opgenomen in 'bijlage C'.

Artikel III Vervallen planologische besluiten

Door dit besluit vervallen de besluiten die zijn opgesomd in de leden a, b, c, g, h, i, j, k, l, m en p van artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, althans voor zover die betrekking hebben op het gebied 'Planologische besluiten tijdelijk deel omgevingsplan vervallen' (/join/id/regdata/gm0014/2024/pons/nld@2024‑07‑04;185).

Artikel IV Vervallen Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen 2023

In het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens' komt de Verordening afvoer hemel- en grondwater Groningen 2023 te vervallen.

Artikel V Inwerkingtreding

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit bekend is gemaakt.

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 15 mei 2024.

voorzitter, Koen Schuiling

griffier, Josine Spier

Mogelijkheid beroep en voorlopige voorziening

Personen die het niet eens zijn met dit besluit kunnen met een brief beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat kan alleen als die personen ‘belanghebbend’ zijn of eerder een zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerp van dit wijzigingsbesluit. De brief moet worden verstuurd binnen de ‘beroepstermijn’, die zes weken duurt. De eerste dag van de beroepstermijn is de eerste dag na dag waarop dit besluit is geplaatst in het Gemeenteblad. De laatste dag van de beroepstermijn is zes weken later, op de 42e dag na plaatsing.

Het besluit gaat gelden na vier weken, op de 29e dag na de plaatsing in het Gemeenteblad. De wijziging van het omgevingsplan treedt dan in werking, of er nu beroep wordt ingesteld of niet. Personen die beroep hebben ingesteld en die niet willen dat de wijziging al gaat gelden terwijl hun beroep nog loopt, kunnen de Afdeling met een brief vragen om uitstel van de werking van de wijziging: een ‘verzoek om voorlopige voorziening’. Dat kan overigens ook nog als het besluit al is gaan gelden.

De rechter beslist daarna of de wijziging van het omgevingsplan al dan niet uitgesteld of onderbroken wordt.

De brief met het beroep kan worden gestuurd aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De brief met het verzoek om voorlopige voorziening kan worden gestuurd aan de voorzitter van die Afdeling. Het adres voor beide is Postbus 20019, 2500 EA, Den Haag.

Bijlage A

Omgevingsplan gemeente Groningen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Afdeling 1.1 Begripsbepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen
  • 1

    Voor dit omgevingsplan gelden de begripsbepalingen in bijlage I van dit omgevingsplan.

  • 2

    Voor dit omgevingsplan gelden ook de begripsbepalingen uit:

    • a.

      de bijlage bij de Omgevingswet;

    • b.

      bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving;

    • c.

      bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • d.

      bijlage I van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

    • e.

      bijlage I van het Omgevingsbesluit;

    • f.

      bijlage I van de Omgevingsregeling.

  • 3

    De begripsbepalingen bedoeld in artikel 1.1, tweede lid volgen steeds de nieuwste geldende versie van de genoemde regelingen.

  • 4

    De begripsbepalingen van dit omgevingsplan gelden niet voor de regels van hoofdstuk 32. Voor de regels van hoofdstuk 32 gelden de begrippen van de laatste versie van de 'Bruidsschat omgevingsplan'.

Afdeling 1.2 Meet- en rekenregels

Artikel 1.2 Meetregels
  • 1

    Afstanden worden gemeten op de volgende manier:

    • a.

      afstanden tussen bouwwerken: loodrecht;

    • b.

      afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen, bouwgrenzen en te vergelijken grenzen: loodrecht;

    • c.

      afstanden die afgelegd of overbrugd moeten worden via een route, zoals aansluitafstanden, ontsluitingen en loopafstanden: de kortste afstand die via de route mogelijk is, c.q. de kortste route die redelijkerwijs mogelijk is;

    • d.

      afstand tussen schepen: loodrecht.

  • 2

    Maten worden gemeten op de volgende manier:

    lengte, breedte en diepte van een gebouw:

    tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevelvlakken en/of de buitenkant dakoverstek en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven.

    hoogte van bouwwerken op het land:

    de hoogte van het aangrenzend terrein. Het aangrenzende terrein is het natuurlijk verloop van het terrein rond het bouwwerk.

    hoogte van een bouwwerk op of in het water dat niet meebeweegt met het wateroppervlak:

    de afstand van het wateroppervlak tot aan het hoogste punt van het gebouw of een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.

    hoogte van drijvende bouwwerken:

    de afstand van het wateroppervlak tot aan het hoogste punt van het gebouw of een ander bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.

    hoogte van schepen (en andere drijvende objecten die geen bouwwerk zijn):

    de afstand van het wateroppervlak tot de bovenkant (dek of dak) van het schip, masten, antennes en schoorstenen daaronder niet begrepen.

    lengte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf:

    De afstand tussen de voorkant en achterkant van een schip over alles gemeten, inclusief eventuele aanbouwsels, maar exclusief roer en een eventuele boegspriet of kluiverboom.

    breedte van drijvende bouwwerken en varende schepen voor verblijf:

    de afstand tussen de zijkanten van het schip, daarin begrepen gangboorden en eventuele aanbouwsels aan de zijkanten.

    gebruiksoppervlakte van een woning:

    de vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580, waarbij niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld.

    oppervlakte van een bouwwerk:

    tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

    inhoud van een gebouw:

    tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuur en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

    dakhelling:

    langs het dakvlak, ten opzichte van het horizontale vlak.

    ondergrondse oppervlakte:

    oppervlakten in dit plan gelden zowel boven- als ondergronds, tenzij het omgevingsplan iets anders meldt.

Afdeling 1.3 Algemene regels

Artikel 1.3 Waar regels gelden

Als niet is genoemd waar een regel geldt, geldt de regel voor het gebied 'nieuwe regels'.

Artikel 1.4 Meten in grensgevallen

Als een activiteit zich uitstrekt over plaatsen waar de regels verschillen, dan moet de activiteit op elke plaats voldoen aan de regels die daar gelden. Dat geldt ook voor getalsmatige of tekstuele normen: de activiteit moet op elke plek voldoen aan de daar geldende waarde(n).

Deze regel geldt niet als een andere regel het expliciet anders regelt.

Hoofdstuk 2 Doelen

Afdeling 2.1 Doelen omgevingsplan

Paragraaf 2.1.1 Algemene doelen
Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan

Met dit omgevingsplan streven we, binnen de doelen van de Omgevingswet, het volgende hoofddoel na: het zorgen voor een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in een groene, gezonde en veilige omgeving.

Om het hoofddoel te bereiken zijn de volgende subdoelen geformuleerd:

  • a.

    het zorgen voor een groter, meer gespreid en toegankelijk aanbod van woningen;

  • b.

    het ontwikkelen van gemengde stedelijke gebieden met zowel ruimte voor woningen als bedrijven;

  • c.

    het realiseren van meer groen in de gemeente;

  • d.

    het laten meegroeien van voorzieningen, passend bij de specifieke behoeften van wijken en dorpen;

  • e.

    het autoluw maken van de binnenstad en het bieden van ruimte aan voetgangers en fietsers;

  • f.

    het beschermen en versterken van de karakteristieke waarden in de gemeente;

  • g.

    het inpassen van de energietransitie op een landschappelijk verantwoorde wijze.

Hoofdstuk 3 Aanwijzing van gebieden en objecten

Afdeling 3.1 Aanwijzing bebouwingscontouren

Artikel 3.1 Aanwijzing bebouwingscontour houtkap (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Afdeling 3.2 Aanwijzingen bodem

Artikel 3.2 Aanwijzing bodembeheergebied

Het 'bodembeheergebied' zoals bedoeld in artikel 5.89o van het Besluit kwaliteit leefomgeving omvat het grondgebied van de Provincie Groningen, aangevuld met de boezemkades van de waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aa’s binnen de provincies Drenthe en Fryslân.

Artikel 3.3 Aanwijzing bodemfunctieklasse wonen
  • 1

    Voor het gebied aangewezen als ‘bodemfunctieklasse wonen' geldt voor het functioneel toepassen van grond en baggerspecie, zoals bedoeld in paragraaf 4.124 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de bodemfunctieklasse ‘wonen’ zoals bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hierbij geldt voor het functioneel toepassen van grond en baggerspecie in het gebied ‘bodemfunctieklasse wonen’ de lokale maximale waarden van de kwaliteitsklasse ‘GR2L’ zoals bedoeld in de Nota bodembeheer 2021 van de gemeente Groningen.

  • 2

    Voor het gebied aangewezen als ‘bodemfunctieklasse wonen’ geldt niet de kwaliteitsklasse ‘GR3’ zoals bedoeld in de Nota bodembeheer 2021 van de gemeente Groningen.

Afdeling 3.3 Aanwijzingen cultureel erfgoed

Paragraaf 3.3.1 Aanwijzingen archeologie
Artikel 3.4 Aanwijzing aandachtsgebied archeologische verwachting

Een 'aandachtsgebied archeologische verwachting' is een gebied, dat is aangewezen op een locatie met de functie aandachtsgebied archeologische verwachting.

Artikel 3.5 Aanwijzing archeologisch gemeentelijk monument

[Gereserveerd]

Paragraaf 3.3.2 Rijksmonumenten
Artikel 3.6 Rijksmonumenten

In het gebied 'rijksmonumenten' bevinden zich door het Rijk aangewezen rijksmonumenten.

Paragraaf 3.3.3 Aanwijzing gemeentelijke monumenten
Artikel 3.7 Aanwijzing gemeentelijke monumenten

Een gemeentelijk monument is een monument dat is opgenomen in Bijlage V'Lijst gemeentelijke monumenten', en dat is aangewezen op een locatie met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument'.

Paragraaf 3.3.4 Aanwijzingen overige gebouwen en objecten
Artikel 3.8 Aanwijzing karakteristieke gebouwen en objecten

karakteristieke gebouwen en objecten zijn gebouwen en objecten die zijn opgenomen in Bijlage VI'Lijst karakteristieke gebouwen en objecten', en die zijn aangewezen met de functie 'karakteristieke gebouwen en objecten'.

Paragraaf 3.3.5 Aanwijzing monumentale bomen en houtopstanden
Artikel 3.9 Aanwijzing monumentale bomen en houtopstanden

Monumentale houtopstanden zijn aangewezen met de functie 'monumentale bomen en houtopstand'.

Afdeling 3.4 Aanwijzingen beperkingengebieden, aandachtsgebieden etc.

Paragraaf 3.4.1 Aanwijzingen infrastructuur
Artikel 3.10 Aanwijzing beperkingengebied radarverstoring post Noord (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 3.11 Aanwijzing vrijwaringsgebied rioolpersleiding

Het gebied rioolpersleiding is aangewezen als 'vrijwaringsgebied rioolpersleiding'.

Artikel 3.12 Aanwijzing vrijwaringsgebied vaarweg (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 3.4.2 Aanwijzingen geluid
Artikel 3.13 Aanwijzing geluidaandachtsgebied gemeentewegen

In het gebied 'geluidaandachtsgebied wegen' kunnen plichten en beperkingen gelden vanwege het geluidaandachtsgebied dat daar ligt volgens artikel 3.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In dit geval gaat het om een geluidaandachtsgebied rond gemeentelijke wegen en waterschapswegen.

Artikel 3.14 Aanwijzing industrieterreinen Wet geluidhinder
  • 1

    De industrieterreinen in de volgende leden zijn aangewezen als een industrieterrein zoals bedoeld in de ingetrokken Wet geluidhinder.

  • 2

    Het 'industrieterrein Zuidoost'.

Artikel 3.15 Aanwijzing geluidzones Wet geluidhinder
  • 1

    De geluidzones in de volgende leden zijn aangewezen als een geluidzone voor een industrieterrein zoals bedoeld in de ingetrokken Wet geluidhinder.

  • 2

    De 'geluidzone industrie Zuidoost' is de geluidzone die hoort bij industrieterrein Zuidoost.

Hoofdstuk 4 Ontwikkelgebieden

Afdeling 4.1 Ontwikkelgebieden algemeen (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Afdeling 4.2 Ontwikkelgebied Stadshavens

Paragraaf 4.2.1 Ontwikkelgebied Stadshavens - aanwijzingen
Artikel 4.1 Stadshavens ontwikkelgebied - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens' is aangewezen als ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.2 Stadshavens deelgebied Noordoost - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost' is aangewezen als deelgebied Noordoost in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.3 Stadshavens deelgebied Noordwest - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest' is aangewezen als deelgebied Noordwest in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.4 Stadshavens deelgebied Zuidoost - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost' is aangewezen als deelgebied Zuidoost in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Artikel 4.5 Stadshavens deelgebied Zuidwest - aanwijzing

Het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidwest' is aangewezen als deelgebied Zuidwest in het ontwikkelgebied Stadshavens.

Paragraaf 4.2.2 Ontwikkelgebied Stadshavens - doelen
Artikel 4.6 Ontwikkelgebied Stadshavens - doelen

De stad Groningen blijft groeien. Het gebied Stadshavens is één van de 'ontwikkelzones' in Groningen waaraan in de komende jaren een nieuwe invulling zal worden gegeven, om zo (een deel van) de groei van de stad op korte termijn te kunnen opvangen. Om dit te bereiken en ervoor te zorgen dat de invulling aansluit op de lokale behoeften en het karakter van Groningen, zijn meerdere doelen voor Stadshavens geformuleerd.

Doel 1: het faciliteren van een deel van de groei van de stad Groningen in Stadshavens

Het eerste doel volgt uit de Omgevingsvisie ‘Levende Ruimte’ van de gemeente Groningen, waarin de behoefte en noodzaak centraal staat om de gemeente leefbaar te houden voor iedereen. Stadshavens zal één van de gebieden zijn waarin de groei van de stad gedeeltelijk zal worden opgevangen. De gemeenteraad heeft naast de Omgevingsvisie ook een Woonvisie vastgesteld met als ondertitel ‘Een thuis voor iedereen’, waarin enkele speerpunten uit de Omgevingsvisie nader worden uitgewerkt. Deze ondertitel geeft al aan dat bij het tegemoetkomen aan de groeiende vraag naar woningen in Groningen niet alleen rekening gehouden wordt met de hoeveelheid woningen die nodig is, maar ook met de verschillende doelgroepen voor wie deze woningen worden gebouwd.

Specifiek wordt de groei van Groningen in Stadshavens opgevangen door daar ruimte te maken voor 2.400 woningen in de deelgebieden Noordwest, Noordoost en Zuidoost, waarbij wordt ingezet op minimaal 15% sociale huurwoningen bij nieuwbouw, en 10% middenhuur. Dit is afgestemd op de lokale vraag, waarbij ook rekening is gehouden met de bestaande woningvoorraad en de vraag naar woningen in overige stadsdelen, om uiteindelijk te zorgen voor een goede balans tussen vraag en aanbod in de gehele stad. Naast huurwoningen zullen in Stadshavens ook koopwoningen gebouwd worden in verschillende prijssegmenten. Dit laat zien hoe bij de ontwikkeling van het gebied maatwerk wordt geleverd en hoe dit zich vertaalt in plannen die zijn afgestemd op de lokale behoefte.

Naast het deels voorzien in de vraag naar woningen in Groningen, valt onder dit doel ook het bieden van de mogelijkheid aan maatschappelijke organisaties en ondernemers om zich te vestigen in Stadshavens. Om dit te faciliteren wordt minimaal 24.000 en maximaal 30.000 m2 aan commerciële en maatschappelijke bedrijfsruimte gerealiseerd. Op deze manier wordt niet alleen voorzien in de groeiende woningbehoefte die in Groningen bestaat, maar is er ook ruimte voor andere voorzieningen in het gebied die de levendigheid en het voorzieningenniveau versterken. Daarnaast zal een park worden aangelegd met ruimte voor ontmoeting, spelen, sport, horeca en cultuur op de huidige locatie van de zandoverslag. Zo wordt Stadshavens een divers en levendig stadsdeel, met ruimte om te wonen, werken en ontspannen.

Doel 2: het beschermen van de cultuurhistorische waarden door de instandhouding van karakteristieke gebouwen en objecten en gemeentelijke monumenten

Naast het faciliteren van een deel van de groei van de stad geldt er nog een doel voor de ontwikkeling van het gebied, namelijk het behoud van de cultuurhistorische en karakteristieke waarden van Stadshavens. Niet voor niets luidt één van de uitgangspunten van de Omgevingsvisie: ‘Benutten en beschermen van bestaande kwaliteiten en zorgdragen voor cultuurhistorische, natuur- en landschappelijke waarden’.

Zo zijn in Stadshavens enkele historische gebouwen aanwezig die karakter geven aan het gebied en daarom behouden blijven, wat zal resulteren in een interessante en aantrekkelijke combinatie van nieuw en oud. Een voorbeeld van het in stand houden van het karakter van Stadshavens is de oude Cova-fabriek aan het Damsterdiep. Het stookhuis en de schoorsteen van de fabriek worden behouden en zullen geïntegreerd worden in de plannen voor Stadshavens. Ook blijven bijvoorbeeld de zakkenloods en de EMG-silo behouden. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met het cultureel erfgoed in en rondom Stadshavens.

Doel 3: het versterken van groen en het realiseren van een netwerk van verbindingen

Een derde doel is om Stadshavens zo in te richten dat ook ruimte over blijft voor het realiseren, dan wel het behouden van een natuurlijke omgeving. Daarbij valt onder meer het zorgen voor een groene inrichting van de (openbare) ruimte. Om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van de beschikbare ruimte zal nieuwbouw in Stadshavens met name bestaan uit hogere bouw, zodat in de openbare ruimte voor een groene en blauwe invulling bestaat. Zowel ter plaatse van het Havenpark, park damsterdiep, als in de nieuwe bouwvelden wordt groen gerealiseerd. Bij de concrete uitwerking wordt gekeken op welke wijze verbindingen tussen groen in en om Stadshavens tot stand kan worden gebracht. Door het groen met elkaar te verbinden, krijgt dit een meerwaarde voor de biodiversiteit.

Doel 4: het benutten van de diversiteit en karakteristieke kwaliteiten in Stadshavens

Stadshavens moet een divers en eigenzinnig deel van de stad Groningen worden. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in het gebied langs de kade. Hier wordt specifiek gezorgd voor het realiseren van bebouwing die aantrekkelijk en afwisselend is, maar waarbij toch aandacht wordt besteed aan het creëren van een goede samenhang met de bebouwing in de directe omgeving.

Doel 5: heroriëntatie op het water

Onder meer vanwege de gunstige ligging van Stadshavens speelt water een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het gebied. Zo wordt een deel van het gebied langs het water ingericht als een plek waar mensen samen kunnen komen om te ontspannen en genieten. Daarnaast speelt Stadshavens als onderdeel van de Eemskanaalzone een belangrijke rol bij het creëren van een verbinding tussen de verschillende delen van de stad onderling, en de bereikbaarheid van de stad in het algemeen. Deze heroriëntatie op het water draagt hiermee bij aan het realiseren van een gezonde, aantrekkelijke, en daarmee toekomstbestendige stad.

Doel 6: het ontwikkelen van een levendige, sociaal veilige woon-, werk- en leefomgeving in Stadshavens

Dit zesde en laatste doel heeft in feite raakvlakken met alle eerdergenoemde doelen. Door maatwerk toe te passen wordt Stadshavens een divers gebied waarin zowel gewoond als gewerkt kan worden, maar het is van groot belang dat het gebied tegelijk veilig en leefbaar blijft.

Hierbij hoort onder meer het zorgen voor een goede bereikbaarheid van het gebied. In het bijzonder omdat Stadshavens een verbinding vormt tussen de Groningse binnenstad en het ommeland. Daarom worden voet- en fietspaden aangelegd ten behoeve van de bereikbaarheid van Stadshavens voor zowel bezoekers als bewoners. Verder blijft het gebied autoluw, wat ten goede komt aan de veiligheid in Stadshavens. Ook worden de parkeerplaatsen bij hoogbouw inpandig aangelegd, zodat niet in openbaar gebied geparkeerd hoeft te worden.

Doordat er geen auto’s meer in het openbaar gebied zijn creëren we dus leefkwaliteit. Door bewust om te gaan met de beschikbare ruimte, ontstaat de mogelijkheid om deze in te richten ten behoeve van het verbeteren van de leefkwaliteit in Stadshavens. Zo is er in het openbaar gebied aandacht voor het creëren van plaatsen waar men kan ontspannen en samenkomen, zowel voor omwonenden als voor bezoekers van de stad. Onder meer het in doel 3 genoemde park waarin gerecreëerd en gesport kan worden is hier een voorbeeld van, net als de ontmoetingsplekken langs het water waarover gesproken wordt in doel 5 en de plekken en tussenpleintjes die in de deelgebieden worden gerealiseerd.

Conclusie

Aan de hand van bovenstaande doelen is te zien dat in Stadshavens ruimte zal zijn om te wonen, werken en te recreëren. Hierbij wordt per deelplan specifiek onderzocht aan welk soort woningen en bedrijven behoefte bestaat, om zo de groei van de stad Groningen te faciliteren. Dat het gebied desondanks autoluw zal zijn, draagt bij aan het creëren van een rustige, veilige en leefbare omgeving. Ook wordt het karakter van Stadshavens niet uit het oog verloren, zowel door het behoud van bestaande cultuurhistorische en karakteristieke elementen als het versterken van groen in de omgeving. Zo wordt Stadshavens ingericht als een levendig en veelzijdig gebied voor iedereen.

Paragraaf 4.2.3 Ontwikkelgebied Stadshavens - regels voor de ontwikkeling
Artikel 4.7 Stadshavens - functietoedeling

Voor het 'ontwikkelgebied Stadshavens' wordt een industrie- en bedrijventerrein getransformeerd naar een levendige, compacte woonwijk met maatschappelijke en commerciële voorzieningen.

Artikel 4.8 Stadshavens deelgebied Zuidoost - functietoedeling

In aanvulling op het bepaalde in artikel 4.7 wordt, in het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost', een Havenpark gerealiseerd. Het park krijgt, naast het wonen en SES-compensatie, onder andere een bijzondere rol als kunst-, sport-, cultuur- en beweegpark: een openbare ruimte waar sport- en spelfaciliteiten, culturele broedplaatsen samenkomen in een parkachtige setting met een duidelijke verbinding met het water en waar ruimte is voor kleinere (culturele en muziek)evenementen. De kracht van de combinatie’ voegt een geheel nieuwe dimensie toe aan bewegen, verblijven en de openbare ruimte in Groningen. Door de integrale aanpak ontstaat één parkgebied dat als geheel werkt als groene, culturele en sportieve broedplaats. Dus een vrije ruimte die de inwoners de kans geeft om te ontmoeten, te verblijven en actief te zijn.

Artikel 4.9 Gouden regels ontwikkelgebied Stadshavens

Ter plaatse van het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens' gelden de volgende gouden regels als kader voor de ontwikkeling van Stadshavens:

Regel 1: een ongedeelde wijk

Stadshavens is voor iedereen toegankelijk om te wonen, te verblijven en te gebruiken. De belangrijkste pijlers hiertoe zijn: een evenwichtig woon- en werkprogramma, verschillende typen publieke functies en een voor iedereen toegankelijke openbare ruimte.

Regel 2: klimaatrobuust, sociaal en energetisch duurzaam

Stadshavens heeft een klimaatrobuuste groenstructuur en een systematiek om regenwater voldoende vast te houden. De structuur is bedoeld om verblijfscomfort maar ook verkoeling en beschutting te bieden voor mens, flora en fauna. Stadshavens is natuurinclusief en aardgasloos; er wordt geanticipeerd op duurzame energiestromen. In de openbare ruimte is er de mogelijkheid om te bewegen en te ontmoeten.

Regel 3: vaste plandelen

Het ontwerp en profiel voor het Damsterdiep en de kade aan de noordzijde van het Eemskanaal staan vast om de kwaliteit en samenhang van de wijkoverstijgende elementen te borgen. Deze 'lange lijnen' vormen de eerste orde openbare ruimtes. Hierin is de aanhechting aan de grotere stad georganiseerd: de routes, de doorlopende straatbeelden maar ook het ondergrondse pakket van kabels en leidingen. Ook is het Havenpark - in het verlengde van de Sontweg - als een van de vaste plandelen gedefinieerd.

Regel 4: de groene werf

De kade aan de noordzijde van het Eemskanaal is met het Damsterdiep verbonden door een schakering van openbare ruimtes die samen de (groene) werfvloer vormen.

Regel 5: dooradering

Volgend uit de uitwerking van de gebouwensembles ontstaat een kleinschalig netwerk van straatjes, hoven, binnenterreinen en pleinen. Randvoorwaarde is het bewerkstellingen van een dwaalmilieu en een dooradering van routes door het hele gebied heen. De dwarsverbanden in noord-zuid richting tussen het Damsterdiep en de kade aan de noordzijde van het Eemskanaal en het oost-west verband tussen Balkgat en Eltjo Ruggeweg in het midden van de zone tussen Damsterdiep en kade, vormen de tweede orde openbare ruimtes. Op de kruispunten tussen de noord-zuid en oost-west routes ontstaan buurtpleinen. Het dwaalmilieu en de dooradering vormen de derde orde openbare ruimtes. Het principe en een indicatie van de maatvoering van de tweede en derde openbare orde ruimtes liggen vast, de uitwerking is flexibel: volgend uit de uitwerking van de gebouwensembles.

Regel 6: deelgebieden en gebouwensembles: expressie en samenhang

Een ontwikkelgebied is onderverdeeld in deelgebieden en daarbinnen in gebouwensembles. Gebouwen kunnen binnen het deelgebied en binnen de gebouwensembles een eigen expressiviteit hebben en divers zijn, maar het geheel van gebouwen spreekt één taal en zet een samenhangend beeld neer. Een bijzonder gebouw of gebouwensemble is in het Havenpark als landmark gepositioneerd.

Regel 7: diversiteit in één gezicht

Diversiteit in één gezicht ontstaat doordat het gebied als geheel één samenhangende uitstraling heeft; verschillende gebouwensembles maken deel uit van de totaalsamenhang. De gebouwen beslaan daarin vijf sporen:

  • representatief naar het Damsterdiep;

  • eigenzinnig en expressief aan de kade, maar wel op basis van een plint;

  • het middendeel legt relaties tussen het Damsterdiep, de kade aan de noordzijde van het Eemskanaal (noord- zuid richting) en Balkgat en Eltjo Ruggeweg (oost-west-verbinding). De gebouwensembles maken een dwaalmilieu met straatjes, binnenterreinen, hoven en pleinen;

  • de buurtpleinen aan het kruispunt tussen de oost-west en noord-zuid routes door het gebied (tweede orde) zijn drager voor een actief straatbeeld;

  • een bijzondere landmark in het Havenpark.

Regel 8: transparantie in het bouwpatroon

Het bouwpatroon heeft als geheel een transparante opzet. De relatie met het water is door het hele ontwikkelgebied heen ervaarbaar. Dit wordt bijvoorbeeld bereikt door te ontwerpen aan gebouwen en gebouwensembles met vizieren en zichtrelaties, aan de positionering van binnenterreinen en aan de compositie, richting en geleding van de gebouwgevels.

Regel 9: de groene werf & binnenterreinen in de volle grond

Naast de groenstructuur in de openbare ruimte hebben de binnenterreinen hun eigen groene uitwerking. Ieder deelgebied heeft minimaal één groot binnenterrein in de volle grond. Een hof dat daadwerkelijk als flinke 'stadstuin' wordt ingericht, met volwaardige bomen en minimale verharding. Overige binnenterreinen, eventueel bovenop een parkeergarage, zijn ook groen ingericht en werken als verblijfsruimte voor de bewoners. Per deelgebied ligt de balans onbebouwd - bebouwd op 60%-40%. Daarbij tellen de (half)verdiepte parkeergarages en het parkeren in gebouwen niet mee als bebouwd oppervlak.

Regel 10: een autovrij straatbeeld

In Stadshavens is het straatbeeld autovrij; in principe staan er geen auto's in de openbare ruimte, er worden gebouwde parkeergarages gerealiseerd. Incidenteel verkeer (hulpdiensten, afvalinzameling, etc.) is wel mogelijk. In de openbare ruimte worden plekken aangewezen voor laden en lossen bij de commerciële en maatschappelijke voorzieningen.

Regel 11: inpandig fietsparkeren

Het fietsparkeren voor de nieuwe functies wordt inpandig per gebouw/gebouwensemble in een gezamenlijke fietsenstalling gerealiseerd. Makkelijk toegankelijk op hetzelfde niveau als het aansluitende terrein. De fietstoegang is duidelijk zichtbaar, herkenbaar en zoveel mogelijk gericht op de doorfietsroute. De voetgangerstoegang is nabij de eindbestemming, dichtbij de in- en uitgang van het gebouw/gebouwensemble. De fietsenstalling en de toegangen tot de fietsenstalling zijn sociaal veilig.

Regel 12: een actieve, open en transparante begane grond

Stadshavens kenmerkt zich door een actieve begane grond gecombineerd met hoogwaardige openbare ruimtes. De interactie tussen beiden staat centraal in het toekomstige straatbeeld. Daarom is de begane grond met bijzondere aandacht ontworpen - zowel ruimtelijk als ook programmatisch. Flexibel wonen/werken en commerciële en maatschappelijke voorzieningen op de begane grond creëren een levendige sfeer en bruisend straatbeeld.

Extra hoogte op de begane grond en een maximaal open en transparant gevelbeeld vormen het uitgangspunt. Daarom worden de fietsenstallingen en de installatieruimtes voor nutsvoorzieningen in de gebouwen en kunstwerken ingepast, uitgezonderd voorzieningen voor varende schepen. Er mag geen dicht gevelbeeld ontstaan. Een goede programmering van de begane grond mag niet belemmerd worden.

Regel 13: markante plekken en bestaande karakteristieken zijn identiteitsdragers

Bestaande karakteristieken worden ingezet ter verankering van de 'eigenheid' van het gebied. Het samenspel van Stadshavens met (nieuwe) markante plekken maakt als geheel de identiteitsdragers voor het nieuwe ontwikkelgebied.

Artikel 4.10 Ontwikkelregels Stadshavens

Voor de gebieden ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest, ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost en ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost gelden de volgende ontwikkelregels.

Woonprogramma

  • a.

    Het totaal aantal woningen (exclusief het bestaande aantal) is maximaal 2.400, met de volgende verdeling per deelgebied:

    • 1.

      Noordwest: 1.200

    • 2.

      Noordoost: 750

    • 3.

      Zuidoost: 450

  • b.

    Het aandeel aan sociale huurwoningen is per deelgebied minimaal 15%.

  • c.

    Het aandeel aan grondgebonden woningen is per deelgebied minimaal 10%. Hieronder wordt tevens verstaan een appartement op de begane grond van een gebouw.

Werkprogramma

  • a.

    De totale bruto vloeroppervlakte aan commerciële en maatschappelijke voorzieningen is minimaal 24.000 m2 en maximaal 30.000 m².

Bebouwing

  • a.

    De autotoegangen om de ontwikkelgebieden te ontsluiten zijn minimaal 15 meter breed.

  • b.

    Parkeren vindt uitsluitend plaats in gebouwen. In de deelgebieden Noordwest, Noordoost en Zuidoost worden maximaal 2.400 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarvan minimaal 1.200 parkeerplaatsen in (half)verdiepte parkeergarages.

  • c.

    Per deelgebied dient sprake te zijn van een gesloten parkeerbalans (zowel voor auto’s als fietsen).

  • d.

    De bebouwing:

    • 1.

      is representatief naar het Damsterdiep (bandbreedte van 5 tot 9 bouwlagen);

    • 2.

      is eigenzinnig & expressief aan de kade, maar wel op basis van een plint (bandbreedte van 5 tot 10 bouwlagen, accenten tot 15 bouwlagen);

    • 3.

      legt in het middendeel in ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest en ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost relaties tussen beide en maakt milieu binnenhoven, plekken en tussenstraatjes (bandbreedte van 5 tot 9 bouwlagen);

    • 4.

      het ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Zuidoost wordt gekenmerkt door een 'landmark' gebouw (maximaal 21 bouwlagen).

  • e.

    Het minimum aantal bouwlagen in onderdeel d. geldt niet voor grondgebonden woningen.

  • f.

    Er wordt natuurinclusief gebouwd.

  • g.

    Benodigde installatieruimtes voor nutsvoorzieningen worden ingepast in de gebouwen en kunstwerken, uitgezonderd voorzieningen voor varende schepen.

Openbare ruimte

  • a.

    De autotoegangen om de ontwikkelgebieden te ontsluiten zijn minimaal 15 meter breed.

  • b.

    In ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordwest en ontwikkelgebied Stadshavens deelgebied Noordoost wordt per deelgebied of gebouwensemble minimaal 1 doorbreking, derde orde openbare ruimte gerealiseerd, één van noord naar zuid, één van oost naar west.

  • c.

    Er wordt rekening gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.

Water

  • a.

    Er dient per deelgebied geborgd te worden dat een bui van 73 mm/uur kan worden opgevangen, met dien verstande dat hierdoor geen overlast ontstaat.

Cultureel erfgoed

  • a.

    Er wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed in Stadshavens met inbegrip van het voorkomen van aantasting van de omgeving van monumenten, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd.

Artikel 4.11 Ontwikkelregels Stadshavens Noord

In het gebied 'ontwikkelgebied Stadshavens noord' gelden de volgende regels:

  • a.

    In het gebied mag maximaal 40% van de oppervlakte bovengronds bebouwd worden. De (half)verdiepte parkeergarages tellen hierbij niet mee.

  • b.

    In het gebied is minimaal 20% van het gebied ingericht met groen en water.

Hoofdstuk 5 Activiteiten - regels voor alle activiteiten

Afdeling 5.1 Regels voor alle activiteiten - inleidende regels

Artikel 5.1 Activiteiten - waar de regels over gaan

De regels in dit hoofdstuk gelden voor alle activiteiten die zijn geregeld in dit omgevingsplan, behalve als een regel in dit omgevingsplan iets anders zegt.

Artikel 5.2 Actviteiten - waarom we regels stellen over activiteiten (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 5.3 Activiteiten - waar de regels gelden

De regels voor alle activiteiten gelden voor het gebied 'nieuwe regels', behalve als een regel in dit omgevingsplan iets anders zegt.

Artikel 5.4 Activiteiten - voor wie de regels gelden

De regels over activiteiten gelden voor degene die een activiteit uitvoert, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

De regels voor activiteiten gelden ook voor degene die gelegenheid geeft om een activiteit uit te voeren, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

Beiden houden zich aan de regels en zorgen dat ze worden nageleefd.

Artikel 5.5 Activiteiten - de activiteit valt in meerdere gebieden

Een activiteit kan in meerdere gebieden vallen. De activiteit moet op elke plek voldoen aan de regels die op die plek gelden, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

Artikel 5.6 Activiteiten - bevoegd gezag

Als een provinciale- of rijksregeling een ander bevoegd gezag aanwijst dan het college, houdt dat bevoegd gezag zich aan de regels van dit omgevingsplan. Dit geldt niet als een provinciale- of rijksregeling iets anders zegt.

Artikel 5.7 Activiteiten - indeling activiteiten
  • 1

    De activiteiten in dit omgevingsplan zijn ingedeeld op meerdere niveaus. Elke activiteit valt onder een hogere activiteit, de zogenaamde bovenliggende activiteit. De regels van die hogere activiteit gelden ook voor de activiteiten eronder, behalve als een regel in het omgevingsplan iets anders zegt.

  • 2

    Alle activiteiten in dit omgevingsplan zijn direct of indirect gerangschikt onder de activiteit 'Omgevingsplanactiviteit Groningen', die op zijn beurt gerangschikt is onder de 'Activiteit gereguleerd in het omgevingsplan van de gemeente Groningen'.

Afdeling 5.2 Regels voor alle activiteiten - gebruik wettelijke termen

Artikel 5.8 Activiteiten - namen van activiteiten

Voor activiteiten in dit omgevingsplan gebruiken we voor de leesbaarheid verkorte namen van de officiële juridische benamingen.

Artikel 5.9 Activiteiten - omschrijving toestemmingsvrij

Als in dit omgevingsplan staat dat een activiteit “toestemmingsvrij” is, is voor de activiteit geen toestemming of actie nodig.

Als een activiteit onder voorwaarden toestemmingsvrij is, is die activiteit alleen “toestemmingsvrij” zolang voldaan wordt aan deze voorwaarden.

Artikel 5.10 Activiteiten - omschrijving verbod

Als in dit omgevingsplan staat dat voor een activiteit een “verbod” geldt of dat een activiteit verboden is, bedoelen wij daarmee dat het verboden is de activiteit uit te voeren of voort te zetten.

Artikel 5.11 Activiteiten - omschrijving vergunning

Als in dit omgevingsplan staat dat een activiteit “vergunningplichtig” is, dat een “vergunningplicht” geldt of dat een vergunning nodig is, bedoelen wij daarmee een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit geregeld in dit omgevingsplan, zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. Het is verboden de activiteit uit te voeren of voort te zetten zonder die vergunning.

Artikel 5.12 Activiteiten - omschrijving melding

Als in dit omgevingsplan staat dat een activiteit “meldingsplichtig” is, dat een “meldingsplicht” geldt, of dat een melding nodig is, bedoelen wij daarmee een melding zoals bedoeld in artikel 4.4 eerste lid van de Omgevingswet.

Het is verboden de activiteit uit te voeren of voort te zetten zonder melding vooraf.

Als een activiteit onder voorwaarden meldingplichtig is, is het verboden de activiteit uit te voeren of voort te zetten zolang niet aan die voorwaarden is voldaan.

Artikel 5.13 Activiteiten - omschrijving informatieplicht

Als in dit omgevingsplan staat dat voor een activiteit een “informatieplicht” geldt, is de activiteit informatieplichtig.

Afdeling 5.3 Regels voor alle activiteiten - regels vóór, tijdens en na de activiteit

Paragraaf 5.3.1 Regels voor alle activiteiten - vóór de activiteit
Artikel 5.14 Regels vóór de activiteit (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 5.3.2 Regels voor alle activiteiten - tijdens de activiteit
Artikel 5.15 Algemene zorgplicht
  • 1

    Als een activiteit nadelige gevolgen kan hebben, en degene die de activiteit uitvoert of gelegenheid geeft om de activiteit uit te voeren, weet dat of kan dat redelijkerwijs vermoeden, dan moet diegene:

    • a.

      alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

    • b.

      als die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken; en

    • c.

      als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit niet uitvoeren als dit redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

  • 2

    In een regel in dit omgevingsplan kan een specifieke zorgplicht staan die dit artikel aanvult of uitwerkt.

Artikel 5.16 Ongewoon voorval - zorgplicht

De veroorzaker van een ongewoon voorval die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dat nadelige gevolgen kan hebben, moet:

  • a.

    de gevolgen zoveel mogelijk beperken of ongedaan maken;

  • b.

    voorkomen dat het voorval verergert, voortduurt of zich herhaalt; en

  • c.

    de oorzaak van het voorval wegnemen.

Artikel 5.17 Ongewoon voorval - informeren college

De veroorzaker informeert het collegezo spoedig mogelijk over een ongewoon voorval.

Ook degene van wie redelijkerwijs kan worden gevraagd het college over een ongewoon voorval te informeren moet dit doen.

Artikel 5.18 Ongewoon voorval - gegevens en stukken

De veroorzaker van een ongewoon voorval levert alle relevante gegevens en stukken aan. Dat geldt ook voor anderen die over die gegevens en stukken beschikken en van wie redelijkerwijs kan worden gevraagd deze gegevens en stukken te leveren. In bijlage IV onder 2.5 staat welke gegevens en stukken in ieder geval moeten worden aangeleverd.

Afdeling 5.4 Regels voor alle activiteiten - bijzondere omstandigheden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Afdeling 5.5 Regels voor alle activiteiten - maatwerk

Artikel 5.19 Voorschriften
  • 1

    Het college kan maatwerkvoorschriften stellen.

  • 2

    Het college kan voorschriften aan een vergunning verbinden.

  • 3

    Deze bevoegdheid komt ook toe aan andere bestuursorganen die op grond van de Omgevingswet bevoegd zijn.

Artikel 5.20 Maatwerk - maatwerkbevoegdheid
  • 1

    Het college kan met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift afwijken van de regels voor activiteiten en de beoordelingsregels over een onderwerp in dit omgevingsplan.

  • 2

    Het college gebruikt geen maatwerkvoorschrift als hetzelfde geregeld kan worden met een vergunningvoorschrift.

  • 3

    Het college gebruikt geen maatwerkvoorschrift en verbindt geen voorschrift aan een vergunning als een regel in het omgevingsplan dit verbiedt.

  • 4

    Het college gebruikt maatwerkvoorschriften en vergunningvoorschriften alleen met het oog op het doel van de regels voor de activiteit en de beoordelingsregels over een onderwerp.

Afdeling 5.6 Regels voor alle activiteiten - gelijkwaardige maatregelen (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Afdeling 5.7 Regels voor alle activiteiten - eisen aan aanvragen, meldingen, informatieplicht, stukken en gegevens

Paragraaf 5.7.1 Aanleveren van stukken en gegevens
Artikel 5.21 Waar deze regels over gaan

De regels in deze Afdeling gelden voor aanvragen, meldingen en het verstrekken van informatie om te voldoen aan een informatieplicht.

Artikel 5.22 Voor wie deze regels gelden

Als we spreken over een aanvrager, bedoelen we daarmee ook iedereen die een melding doet of informatie verstrekt om te voldoen aan een informatieplicht.

Artikel 5.23 Eisen vullen elkaar aan
  • 1

    De eisen in dit omgevingsplan aan aanvragen, meldingen en het verstrekken van informatie komen bovenop de eisen die staan in hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling.

  • 2

    Als ergens anders in dit omgevingsplan extra eisen staan, gelden ook die eisen. Dit geldt niet als in een regel in dit omgevingsplan iets anders staat.

Artikel 5.24 Algemene eisen aan aanvragen, meldingen en het verstrekken van informatie (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 5.25 Houdbaarheid van informatie (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 5.26 Tijdstip van aanleveren stukken

De aanvrager voegt alle benodigde gegevens en stukken bij de aanvraag, melding of informatieplicht. Dit geldt niet als in een regel in dit omgevingsplan iets anders staat.

Artikel 5.27 Opvragen ontbrekende en onvolledige stukken

Als het college onvoldoende informatie heeft voor een melding of informatieplicht, kan het college extra gegevens en stukken vragen.

Artikel 5.28 Opvragen nieuwe stukken (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 5.7.2 Eisen aan aanvragen (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 5.7.3 Eisen aan meldingen (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 5.7.4 Eisen aan informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 6 Activiteiten - bouwen - regels voor alle bouwwerken

Afdeling 6.1 Regels voor alle bouwwerken - inleidende regels

Artikel 6.1 Bouwen - waar de bouwregels over gaan
  • 1

    De regels in dit hoofdstuk en hoofdstuk 7 gelden voor de activiteit “Bouwactiviteit (omgevingsplan)”. Deze activiteit gaat over het ‘bouwen’ van ‘bouwwerken’. In dit omgevingsplan noemen we deze activiteit kortweg ‘bouwen’ of de ‘bouwactiviteit’.

    Deze ‘bouwactiviteit’ is niet de bouwactiviteit zoals genoemd in artikel 5.1 van de Omgevingswet (ook wel technische bouwactiviteit genoemd).

    Ook het slopen van bouwwerken valt er niet onder. Het slopen van bouwwerken is geregeld in hoofdstuk 8.

  • 2

    De regels in dit hoofdstuk zijn algemene regels voor het bouwen van alle bouwwerken. In hoofdstuk 7 staan regels voor specifieke bouwwerken. De regels van dit hoofdstuk gelden ook voor de bouwwerken in hoofdstuk 7.

Artikel 6.2 Bouwen - waarom we bouwregels stellen

Met de regels in dit hoofdstuk willen we:

  • a.

    de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden beschermen;

  • b.

    de architectonische kwaliteit van bouwwerken beschermen;

  • c.

    het woon- en leefklimaat beschermen;

  • d.

    de gezondheid beschermen;

  • e.

    een woonomgeving maken met passende voorzieningen; en

  • f.

    hinder en overlast voorkomen.

Artikel 6.3 Bouwen - voor wie de bouwregels gelden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 6.4 Bouwen - waar de bouwregels gelden

Als niet is genoemd waar een bouwregel geldt, geldt de bouwregel voor het gebied 'nieuwe regels'.

Artikel 6.5 Bouwen - vangnetverbod niet geregelde bouwactiviteiten

Alleen die bouwactiviteiten zijn toegestaan:

  • a.

    die expliciet worden genoemd of toegestaan in dit omgevingsplan;

  • b.

    die vergund zijn;

  • c.

    vergunningvrij bouwen volgens §2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • d.

    die zijn begonnen voor 1 januari 2024 en waren toegestaan volgens het recht van het moment dat de bouw begon.

Artikel 6.6 Bouwen - in stand houden en gebruik van een bouwwerk
  • 1

    Een bouwwerk mag alleen in stand worden gehouden en worden gebruikt:

    • a.

      als het op moment van het bouwen gebouwd mocht worden volgens het recht van dat moment; of

    • b.

      er later alsnog toestemming is verleend het bouwwerk in stand te houden.

    Dit geldt niet als het omgevingsplan in een regel iets anders zegt.

  • 2

    Hoofdstuk 31 kan uitzonderingen regelen op artikel 6.6, eerste lid.

Artikel 6.7 Bouwen - maatwerkvoorschrift bouwwerkpeil

Het college kan een maatwerkvoorschrift stellen over het begrip bouwwerkpeil.

Artikel 6.8 Bouwen - voorkant en voorgevel
  • 1

    De voorkant van een bouwwerkperceel is de kant die aan de weg ligt of die naar de weg gericht is. De voorgevel van een gebouw is gericht naar de voorkant van het bouwwerkperceel.

  • 2

    Het college kan een (andere) voorkant aanwijzen als:

    • a.

      een bouwwerkperceel niet aan of bij een weg ligt;

    • b.

      gebouwen kennelijk met de achterkant naar de weg staan;

    • c.

      er om andere reden twijfel is over wat de voorkant is.

  • 3

    Artikel 6.8, eerste lid en artikel 6.8, tweede lid gelden niet als op een bouwwerkperceel een voorkantlijn ligt, dan geeft die lijn aan wat de voorkant van het bouwwerkperceel is.

Afdeling 6.2 Regels voor alle bouwwerken - bouwproces en formaliteiten

Paragraaf 6.2.1 Bouwproces - inleidende regels (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 6.2.2 Bouwproces - aanvragen, meldingen, berichten en mededelingen (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 6.2.3 Bouwproces - plichten vóór start bouw
Artikel 6.9 Bouwproces - uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en bouwwerkpeil
  • 1

    De bouw van een bouwwerk waarvoor een vergunning is verleend op grond van dit omgevingsplan, mag niet beginnen voordat:

    • a.

      de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en

    • b.

      het bouwwerkpeil is uitgezet.

    Dat geldt niet als de vergunning iets anders zegt.

  • 2

    De bouw van een bouwwerk waarvoor volgens dit omgevingsplan een meldingsplicht geldt, mag niet beginnen voordat:

    • a.

      de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en

    • b.

      het bouwwerkpeil is uitgezet.

    Dat geldt niet als het college iets anders zegt.

Artikel 6.10 Informatieplicht start bouw van een bouwwerk
  • 1

    Ten minste vier weken voor de start van de bouw van een bouwwerk zoals bepaald in artikel 6.9, is de vergunninghouder verplicht om de start van de bouw aan het college aan te kondigen.

  • 2

    De aankondiging start van de bouw bevat de in bijlage IV in 2.1 opgenomen gegevens. Daarnaast bevat de aankondiging de in 2.3 opgenomen stukken en gegevens.

Artikel 6.11 Bouwproces - beoordeling bouwveiligheidsplan

Als een bouwveiligheidsplan aangeleverd moet worden, mogen de bouwwerkzaamheden pas beginnen als het bouwveiligheidsplan is ingediend bij de gemeente en vervolgens is goedgekeurd.

Artikel 6.12 Bouwproces - verplicht aankondigen start bouw

De start van de bouwwerkzaamheden moet uiterlijk 2 werkdagen van tevoren worden aangekondigd bij het college. Dit geldt alleen als er een vergunning voor een bouwactiviteit is verleend of als er een melding voor het bouwen nodig is.

Paragraaf 6.2.4 Bouwproces - plichten tijdens de bouw
Artikel 6.13 Bouwproces - zorgplicht bescherming omgeving bouwwerkzaamheden

De zorgplicht voor bouwactiviteiten houdt in dat:

  • a.

    beschadiging van bestaande bouwwerken zo veel mogelijk wordt voorkomen;

  • b.

    belemmering van het gebruik van bestaande bouwwerken zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; en

  • c.

    degene die bouwwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren alle maatregelen moet nemen om beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren voor:

    • 1.

      wegen;

    • 2.

      werken in de weg;

    • 3.

      van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel; of

    • 4.

      op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen.

Paragraaf 6.2.5 Bouwproces - plichten na de bouw (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Afdeling 6.3 Regels voor alle bouwwerken - gebruik van bouwwerken

Artikel 6.14 Gebruik bouwwerken - inleidende regels (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 6.15 Gebruik bouwwerken - zorgplicht voorkomen gevaar, overlast en hinder
  • 1

    Als een gebruiker van een bouwwerk weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik kan leiden tot gevaar voor de gezondheid of de veiligheid, moet die gebruiker alles doen wat redelijkerwijs haalbaar is om dat gevaar te voorkomen of te beëindigen. Deze regel gaat niet over het gebruik van een bouwwerk zoals bedoeld in afdeling 6.2 Brandveiligheid van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  • 2

    Als iemand weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat er voor de omgeving overlast of hinder kan ontstaan door datgene diegene doet of niet doet in, op of aan een bouwwerk, moet diegene alles doen wat redelijkerwijs haalbaar is om die overlast of hinder te voorkomen of te beëindigen. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door:

    • a.

      het op hinderlijke manier verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal;

    • b.

      het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en

    • c.

      onvoldoende normaal onderhoud waardoor het bouwwerk in een verwaarloosde staat verkeert.

Artikel 6.16 Gebruik bouwwerken - gebruiksverbod vanwege bouwvalligheid bouwwerk in de buurt

Een bouwwerk wordt niet gebruikt als door of namens het college is medegedeeld dat het gebruik gevaarlijk is vanwege bouwvalligheid van een bouwwerk in de buurt.

Afdeling 6.4 Regels voor alle bouwwerken - gebruik van bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie

Artikel 6.17 Meldingsplicht en verbod start bouw bodemgevoelig gebouw of deel hiervan op een bodemgevoelige locatie
  • 1

    Ten minste vier weken voor de start van de bouw van een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, is de vergunninghouder verplicht om de start van de bouw aan het college aan te kondigen.

  • 2

    Het is verboden zonder voorafgaande aankondiging, zoals bepaald in lid 1 van dit artikel, tot de bouw van een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie over te gaan.

  • 3

    De aankondiging start bouw bevat de in bijlage IV in 2.4 opgenomen gegevens.

Artikel 6.18 Meldingsplicht en verbod in gebruik name bodemgevoelig gebouw of deel hiervan op een bodemgevoelige locatie na voltooiing bouw
  • 1

    Ten minste vier weken voor in gebruik name van een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, is de vergunninghouder verplicht om de start van de ingebruikname aan het college aan te kondigen.

  • 2

    De aankondiging start gebruik bevat de in bijlage IV onder 2.4 opgenomen gegevens.

Artikel 6.19 Verbod in gebruik name bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie verontreinigde bodem na voltooiing bouw

Het is verboden een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw, op een bodemgevoelige locatie in gebruik te nemen, voordat het college is geïnformeerd over de wijze waarop er één of meer sanerende of andere beschermende maatregelen zijn getroffen, zoals bepaald in artikel 20.2.

Artikel 6.20 Verbod in gebruik houden bodemgevoelig gebouw of deel hiervan op een bodemgevoelige locatie: plicht in stand houden sanerende of andere maatregelen

Wanneer één of meer sanerende maatregelen zijn getroffen, is het verboden om een bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw in gebruik te houden zonder dat deze sanerende of andere maatregelen in stand worden gehouden zolang het gebruik van het bodemgevoelig gebouw of een deel van een bodemgevoelig gebouw, na de melding aan het college zoals bepaald in artikel 6.18, voortduurt zoals bepaald in artikel 20.2.

Afdeling 6.5 Regels voor alle bouwwerken - algemene bouwregels

Paragraaf 6.5.1 Algemene bouwregels - inleidende regels
Artikel 6.21 Waarvoor de algemene bouwregels gelden

De regels in dit hoofdstuk gelden voor alle bouwactiviteiten. Ze gelden ook voor een bouwwerk waarvoor geen toestemming nodig is, behalve als in een of meer regels iets anders staat.

Artikel 6.22 Voor wie de algemene bouwregels gelden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 6.23 Waar de algemene bouwregels gelden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 6.5.2 Algemene bouwregels - minimumeisen ruimtelijke kwaliteit
Artikel 6.24 Uiterlijk van bouwwerken
  • 1

    Het uiterlijk van een bouwwerk moet voldoen aan de minimumeisen van ruimtelijke kwaliteit.

  • 2

    Artikel 6.24, eerste lid geldt niet:

    • a.

      bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor bouwactiviteiten. Die aanvragen worden namelijk beoordeeld met strengere eisen;

    • b.

      voor een bouwwerk waarvoor geen eisen van ruimtelijke kwaliteit gelden; en

    • c.

      voor een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.

  • 3

    Of voldaan wordt aan de minimumeisen van ruimtelijke kwaliteit wordt beoordeeld met beleidsregels voor ruimtelijke kwaliteit. De gemeenteraad stelt de beleidsregels vast.

  • 4

    Zolang er geen nieuwe beleidsregels zijn vastgesteld, geldt als beleidsregel de welstandsnota van de gemeente Groningen zoals die gold op 1 januari 2024. Als voor die datum een ontwerp van een welstandsnota ter inzage is gelegd, geldt als beleidsregel de welstandsnota zoals deze luidt nadat dit ontwerp in werking is getreden. Situaties die in Hoofdstuk 5 van de Welstandsnota worden aangemerkt als exces, voldoen niet aan de minimumeisen voor ruimtelijke kwaliteit.

Paragraaf 6.5.3 Algemene bouwregels - ruimte tussen bouwwerken
Artikel 6.25 Bouwen - ruimte tussen bouwwerken
  • 1

    Als bouwwerken aan weerskanten van een perceelsgrens niet aan elkaar zijn gebouwd, moeten ze 1 meter of verder uit elkaar staan. Deze afstand geldt in ieder geval vanaf het bouwwerkpeil tot 2,2 meter daarboven.

  • 2

    De in artikel 6.25, eerste lid genoemde afstanden mogen kleiner zijn als er voldoende mogelijkheid is voor reiniging en onderhoud van de ruimte tussen de bouwwerken.

  • 3

    De ruimte tussen de bouwwerken moet toegankelijk zijn.

Paragraaf 6.5.4 Algemene bouwregels - aansluitingen op voorzieningen
Artikel 6.26 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit

Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als:

Artikel 6.27 Aansluiting op distributienet voor gas

Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk moet zijn aangesloten op het distributienet voor gas als:

  • a.

    artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en

  • b.

    de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of de aansluitafstand groter is dan 40 meter maar de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.

Artikel 6.28 Aansluiting op distributienet voor warmte
  • 1

    Een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden moet worden aangesloten op het distributienet voor warmte zoals bedoeld in het warmteplan als:

    • a.

      op het moment van de vergunningaanvraag voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet nog niet is bereikt; en

    • b.

      de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of de aansluitafstand groter is dan 40 meter maar de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.

  • 2

    Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft minimaal dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.

  • 3

    Als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) voor een gebied een aansluitplicht gold op het distributienet voor warmte, blijft die aansluitplicht voor dat gebied gelden. Het gaat om de aansluitplicht op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012.

Artikel 6.29 Aansluiting op distributienet voor drinkwater
  • 1

    Een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk moet aangesloten zijn op het distributienet voor drinkwater als:

  • 2

    Het doel van dit artikel is het beschermen van de gezondheid.

Artikel 6.30 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater
  • 1

    Een ondergrondse doorvoer voor een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk moet zoveel mogelijk haaks op die scheidingsconstructie liggen. Dit om de gezondheid te beschermen.

  • 2

    De gebouwaansluiting van een afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de riolering, of een andere voorziening voor de afvoer van afvalwater op het eigen gebouwerf of terrein, moet dicht blijven en moet de afvoer blijven werken, ook als er zetting optreedt.

  • 3

    Een terreinleiding voor huishoudelijk afvalwater:

    • a.

      mag geen vernauwing in de stroomrichting hebben;

    • b.

      moet een vloeiend beloop hebben;

    • c.

      moet waterdicht zijn;

    • d.

      moet een inwendige middellijn van voldoende grootte hebben; en

    • e.

      mag geen beer- of rottingput bevatten.

  • 4

    Het college kan bij maatwerkvoorschrift bepalen:

    • a.

      als de afvoer van huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten op een openbaar vuilwaterriool of een systeem zoals bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet: hoe de perceelaansluitleiding wordt aangelegd bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het gebouwerf of terrein: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn;

    • b.

      als de afvoer van hemelwater kan worden aangesloten op een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool, én hemelwater op dat stelsel of riool mag worden geloosd: hoe de perceelaansluitleiding wordt aangelegd bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het gebouwerf of terrein: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn;

    • c.

      of, en zo ja welke, voorzieningen gemaakt moeten worden in de afvoervoorziening of de op het gebouwerf of terrein gelegen riolering om te zorgen dat de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater blijven functioneren.

Paragraaf 6.5.5 Algemene bouwregels - voorzieningen voor hulpverlening
Artikel 6.31 Hulpverlening - waarom we deze regels stellen

We stellen de regels in deze paragraaf met het oog op het waarborgen van de veiligheid.

Artikel 6.32 Hulpverlening - bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
  • 1

    Er moet een verbindingsweg liggen tussen de openbare weg en minimaal één toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen.

  • 2

    Een verbindingsweg is niet verplicht:

    • a.

      als de verbindingsweg niet nodig is door de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk;

    • b.

      als de toegang van het bouwwerk niet verder dan 10 meter van een openbare weg ligt;

    • c.

      voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van 50 m² of minder;

    • d.

      voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van niet meer dan 500 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090; of

    • e.

      voor een lichte industriefunctie voor alleen het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee te vergelijken producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090.

  • 3

    De verbindingsweg moet geschikt zijn voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.

  • 4

    De verbindingsweg:

    • a.

      moet minstens 4,5 meter breed zijn;

    • b.

      heeft een verharding van minstens 3,25 meter breed. De verharding is geschikt voor motorvoertuigen met een massa van 14.600 kilogram of meer;

    • c.

      moet een obstakelvrije hoogte hebben van minstens 4,2 meter boven de kruin van de weg; en

    • d.

      heeft een doeltreffende afwatering.

    Deze eisen gelden niet als in een verordening of ergens anders in dit omgevingsplan iets anders is geregeld.

  • 5

    De verbindingsweg wordt vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten, over de hoogte en breedte bedoeld in artikel 6.32, vierde lid.

  • 6

    Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, moeten door hulpdiensten snel en gemakkelijk geopend kunnen worden of worden ontsloten met een systeem dat is bepaald in overleg met het college.

Artikel 6.33 Hulpverlening - bluswatervoorziening
  • 1

    Bij een bouwwerk moet een toereikende bluswatervoorziening aanwezig zijn, behalve als die niet nodig is door de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk.

  • 2

    De bluswatervoorziening ligt niet verder dan 40 m van een brandweeringang zoals bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Als er geen brandweeringang is, ligt de bluswatervoorziening niet verder dan 40 m van een andere toegang van het bouwwerk.

  • 3

    De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 6.34 Hulpverlening - opstelplaatsen voor brandweervoertuigen
  • 1

    Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen moeten een of meer opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig zijn.

  • 2

    Opstelplaatsen zijn niet verplicht:

    • a.

      als geen opstelplaats niet nodig is door de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk;

    • b.

      voor een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m² en een vuurbelasting van niet meer dan 500 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090;

    • c.

      voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m²; of

    • d.

      voor een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee te vergelijken producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m², bepaald volgens NEN 6090.

  • 3

    De hoeveelheid opstelplaatsen en de plaats ervan moeten zijn afgestemd op een doeltreffende bluswatervoorziening voor het gebouw. De opstelplaatsen zijn zo aangelegd dat een doeltreffende verbinding kan worden gelegd tussen de voertuigen en de bluswatervoorziening.

  • 4

    Een opstelplaats ligt niet verder dan 40 meter van een brandweeringang zoals bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Als er geen brandweeringang is, ligt de opstelplaats niet verder dan 40 meter van een andere toegang van het bouwwerk.

  • 5

    Een opstelplaats voor brandweervoertuigen moet worden vrijgehouden voor brandweervoertuigen over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 6.32, vierde lid.

  • 6

    Hulpdiensten moeten hekwerken die een opstelplaats afsluiten, snel en gemakkelijk kunnen openen of ontsluiten met een systeem dat is bepaald in overleg met het college.

Paragraaf 6.5.6 Algemene bouwregels - toegankelijkheid (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 6.5.7 Algemene bouwregels - gebruik van bouwwerken
Artikel 6.35 Gebruik van bouwwerken

Een bestaand bouwwerk of nog te bouwen bouwwerk mag alleen worden gebruikt voor het gebruik dat is toegestaan volgens dit plan of volgens een verleende vergunning.

Hoofdstuk 7 Activiteiten - bouwen - regels voor specifieke bouwwerken

Afdeling 7.1 Bouwen - wegwijzer regels specifieke bouwwerken

Artikel 7.1 Bouwen - wegwijzer, samenloop en rangorde
  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk zijn de regels voor de verboden, geboden, vergunningplichten, meldingsplichten, informatieplichten en zorgplichten te vinden in:

  • 2

    Als een bouwwerk in meerdere activiteiten valt, dan gelden de regels van die activiteit steeds voor zover het bouwwerk in die activiteit valt.

Artikel 7.2 Bouwen - rangorde in activiteiten

De activiteiten in dit hoofdstuk hebben de activiteit ‘Bouwen (omgevingsplan)’ zoals opgenomen in artikel 6.1 als bovenliggende activiteit.

Afdeling 7.2 Bouwen - hoofdgebouw

Paragraaf 7.2.1 Bouwen hoofdgebouw - inleidende regels
Artikel 7.3 Bouwen hoofdgebouw - omschrijving activiteit
  • 1

    De regels in deze afdeling gelden voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’. Hieronder verstaan wij het nieuw bouwen van een hoofdgebouw en het voor meer dan 50% vernieuwen van een hoofdgebouw.

  • 2

    Deze afdeling geldt niet voor het uitbreiden van een bestaand hoofdgebouw. Het uitbreiden van een hoofdgebouw en het bouwen van aanbouwen en uitbouwen is geregeld in afdeling 7.3.

  • 3

    De regels in deze afdeling gelden niet voor zover het bouwen vergunningvrij is volgens §2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 7.4 Bouwen hoofdgebouw - waar gelden de regels

De regels in deze afdeling gelden in het gebied 'hoofdgebouwen', behalve als een regel in deze afdeling iets anders zegt.

Artikel 7.5 Bouwen hoofdgebouw - bovenliggende activiteit
  • 1

    De activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’ is onderdeel van de activiteit ‘bouwen’.

  • 2

    De regels van de activiteit ‘bouwen’ gelden ook voor de subactiviteit ‘bouwen hoofdgebouw’.

  • 3

    Een vergunning voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’ wordt aangevraagd als vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Paragraaf 7.2.2 Bouwen hoofdgebouw - algemene regels
Artikel 7.6 Bouwen hoofdgebouw - specifieke zorgplichten (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.7 Bouwen hoofdgebouw - specifieke geboden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.8 Bouwen hoofdgebouw - maatwerkregels (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 7.2.3 Bouwen hoofdgebouw - toestemming en beoordeling
Subparagraaf 7.2.3.1 Bouwen hoofdgebouw - vergunning en melding - het systeem

Artikel 7.9 Bouwen hoofdgebouw - vergunning of melding nodig?

  • 1

    Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat er geldt voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’:

    • a.

      een verbod: de activiteit is verboden.

    • b.

      een meldingsplicht: de activiteit is toegestaan, maar we willen het wel weten. Daarom is een melding nodig. De regels bepalen ook hoe en wanneer de melding moet worden gedaan.

    • c.

      een informatieplicht: de activiteit is toegestaan, maar wij willen iets weten. Daarom moet informatie worden aangeleverd. De regels bepalen ook hoe en wanneer.

    • d.

      de activiteit is toestemmingsvrij: voor de activiteit is geen toestemming nodig en we hoeven ook niet te worden geïnformeerd.

    • e.

      een vergunningplicht: we willen de activiteit beoordelen en daarom is een vergunning nodig. De regels bepalen ook hoe de vergunningaanvraag daarna wordt beoordeeld.

  • 2

    Wat er precies geldt, hangt af van de volgende subparagrafen. Elke subparagraaf behandelt een onderwerp en trekt een of meer conclusies. Alle conclusies samen bepalen wat er geldt, volgens het stappenplan hieronder. Let op: een vergunningplicht, een meldingsplicht en een informatieplicht kunnen tegelijkertijd gelden.

    Stap 1

    Verbod

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “verboden”?

    Zo ja, dan is de activiteit verboden. Er is dan geen andere uitkomst meer mogelijk. Stap 2 tot en met 5 vervallen.

    Zo nee: ga door naar stap 2.

    Stap 2

    Melding

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “melding nodig”?

    Zo ja, dan is een melding nodig.

    Ga door naar stap 3.

    Stap 3

    Informatie

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “informatie nodig”?

    Zo ja, dan moet er informatie worden aangeleverd.

    Ga door naar stap 4.

    Stap 4

    Vergunning

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “vergunning nodig”?

    Zo ja, dan is de activiteit vergunningplichtig. Stap 5 vervalt.

    Zo nee: ga door naar stap 5.

    Stap 5

    Niets nodig

    -

    Was er in de stappen 1 tot en met 4 géén verbod, géén vergunningplicht, géén meldingsplicht en géén informatieplicht? Dan is de activiteit toestemmingsvrij.

  • 3

    De eisen in de conclusies voor de onderwerpen gelden als voorwaarden voor de activiteit.

  • 4

    Als er een vergunningplicht is, wordt de aanvraag beoordeeld:

    • a.

      met de algemene beoordelingsregels van hoofdstuk 14 en hoofdstuk 15; en

    • b.

      op die onderwerpen waarvoor de conclusie "vergunning nodig" is. Bij elk onderwerp staat vermeld aan welke regels moet worden getoetst.

  • 5

    Als er een meldingsplicht is kan bij de conclusie “meldingsplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de melding.

  • 6

    Als er een informatieplicht is kan bij de conclusie “informatieplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de informatieplicht.

Artikel 7.10 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.2 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw

Artikel 7.11 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - waar de regels gelden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.12 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp stedenbouw de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.13 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - verbod

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp stedenbouw is ‘verboden’ in één of meer van de volgende gevallen.

  • 2

    Het bouwwerk staat geheel of gedeeltelijk buiten het gebied 'hoofdgebouwen'.

  • 3

    Gereserveerd voor bouwverbod .

  • 4

    Het gaat om het vernieuwen van een illegaal hoofdgebouw.

Artikel 7.14 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.15 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.16 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.17 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp stedenbouw - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.18 Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp stedenbouw

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp stedenbouw beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.19 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.3 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels

Artikel 7.20 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - waar de regels gelden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.21 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.22 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - verbod

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp gebruiksregels is ‘verboden’ in het volgende geval.

  • 2

    Voor het gebruik of het beoogde gebruik, zoals bedoeld in hoofdstuk 10, van het bouwwerkperceel:

    • a.

      geeft het omgevingsplan geen toestemming;

    • b.

      is geen vergunning verleend;

    • c.

      zal geen vergunning worden verleend tegelijk met de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ worden verleend.

Artikel 7.23 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.24 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.25 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - toestemmingsvrij (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.26 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gebruiksregels - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.27 Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp gebruiksregels

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp gebruiksregels beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.28 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.4 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten

Artikel 7.29 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ gelden in het gebied met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument'. De regels voor dit onderwerp gelden ook voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten.

Artikel 7.30 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.31 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.32 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.33 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.34 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij

  • 1

    De conclusie voor het bouwen hoofdgebouw onderwerp gemeentelijke monumenten is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het gaat om het bouwen:

    • a.

      in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of

    • b.

      bij een monument, of

    • c.

      er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

      • 1.

        voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en

      • 2.

        de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt van het monument,

    • d.

      waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

  • 3

    Het gemeentelijk monument wordt niet gesloopt, verstoord, verplaatst of op welke manier dan ook veranderd.

  • 4

    Het gemeentelijk monument wordt niet hersteld en/of gebruikt en/of te laten gebruiken op een manier waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Artikel 7.35 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.36 Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp gemeentelijke monumenten

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.37 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.5 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Artikel 7.38 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ gelden in het gebied 'karakteristieke gebouwen en objecten'.

Artikel 7.39 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.40 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.41 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.42 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.43 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    De bestaande hoofdvorm van het gebouw of object verandert niet.

  • 3

    Het bouwwerk of object blijft op dezelfde plaats.

  • 4

    De bestaande gevelindeling van het bouwwerk of object verandert niet.

Artikel 7.44 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.45 Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.46 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.6 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting

Artikel 7.47 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp archeologische verwachting gelden in het 'aandachtsgebied archeologische verwachting'

Artikel 7.48 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.49 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.50 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.51 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.52 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - toestemmingsvrij

Artikel 7.53 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp archeologische verwachting - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.54 Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp archeologische verwachting

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.55 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.7 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Artikel 7.56 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen gelden in het gebied ondergrondse hoogspanningsleidingen.

Artikel 7.57 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.58 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.59 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.60 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.61 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - toestemmingsvrij (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.62 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.63 Bouwen hoofdgebouw - extra boordelingsregels bij onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.64 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.8 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen

Artikel 7.65 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp rioolpersleidingen gelden in het gebied 'vrijwaringsgebied rioolpersleiding'.

Artikel 7.66 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.67 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.68 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.69 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.70 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - toestemmingsvrij (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.71 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.72 Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp rioolpersleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp rioolpersleidingen beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.73 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.2.3.9 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen

Artikel 7.74 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp bodemgevoelige gebouwen gelden in het gebied nieuwe regels.

Artikel 7.75 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘bodemgevoelige gebouwen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.9, tweede lid.

Artikel 7.76 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.77 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.78 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.79 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - toestemmingsvrij (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.80 Bouwen hoofdgebouw - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.81 Bouwen hoofdgebouw - extra beoordelingsregels bij onderwerp bodemgevoelige gebouwen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.82 Bouwen hoofdgebouw - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Afdeling 7.3 Bouwen - bouwwerk met een dak

Paragraaf 7.3.1 Bouwen bouwwerk met een dak - inleidende regels
Artikel 7.83 Bouwen bouwwerk met een dak - omschrijving activiteit
  • 1

    De regels in deze afdeling gelden voor de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’. Hieronder valt het bouwen van bouwwerken met een dak. Een bouwwerk met een dak is een overdekte en voor mensen toegankelijke ruimte.

  • 2

    Uitzondering: deze afdeling geldt niet voor het nieuw bouwen van een hoofdgebouw. Dat is geregeld in afdeling 7.2.

  • 3

    De regels in deze afdeling gelden ook niet voor zover het bouwen vergunningvrij is volgens § 2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 7.84 Bouwen bouwwerk met een dak - waar gelden de regels

De regels in deze afdeling gelden in het gebied ‘bouwwerken met een dak’, tenzij een regel in deze afdeling iets anders zegt.

Artikel 7.85 Bouwen bouwwerk met een dak - bovenliggende activiteit
  • 1

    De activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ is onderdeel van de activiteit ‘bouwen’.

  • 2

    De regels van de activiteit ‘bouwen’ gelden ook voor de subactiviteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’.

  • 3

    Een vergunning voor de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ wordt aangevraagd als vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Paragraaf 7.3.2 Bouwen bouwwerk met een dak - algemene regels
Artikel 7.86 Bouwen bouwwerk met een dak - specifieke zorgplichten (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.87 Bouwen bouwwerk met een dak - specifieke geboden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.88 Bouwen bouwwerk met een dak - maatwerkregels (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 7.3.3 Bouwen bouwwerk met een dak - toestemming en beoordeling
Subparagraaf 7.3.3.1 Bouwen bouwwerk met een dak - vergunning en melding - het systeem

Artikel 7.89 Bouwen bouwwerk met een dak - vergunning of melding nodig?

  • 1

    Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat er geldt voor de activiteit ‘bouwen hoofdgebouw’:

    • a.

      een verbod: de activiteit is verboden.

    • b.

      een meldingsplicht: de activiteit is toegestaan, maar we willen het wel weten. Daarom is een melding nodig. De regels bepalen ook hoe en wanneer de melding moet worden gedaan.

    • c.

      een informatieplicht: de activiteit is toegestaan, maar wij willen iets weten. Daarom moet informatie worden aangeleverd. De regels bepalen ook hoe en wanneer.

    • d.

      de activiteit is toestemmingsvrij: voor de activiteit is geen toestemming nodig en we hoeven ook niet te worden geïnformeerd.

    • e.

      een vergunningplicht: we willen de activiteit beoordelen en daarom is een vergunning nodig. De regels bepalen ook hoe de vergunningaanvraag daarna wordt beoordeeld.

  • 2

    Wat er precies geldt, hangt af van de volgende subparagrafen. Elke subparagraaf behandelt een onderwerp en trekt een of meer conclusies. Alle conclusies samen bepalen wat er geldt, volgens het stappenplan hieronder. Let op: een vergunningplicht, een meldingsplicht en een informatieplicht kunnen tegelijkertijd gelden.

    Stap 1

    Verbod

     

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “verboden”?

    Zo ja, dan is de activiteit verboden. Er is dan geen andere uitkomst meer mogelijk. Stap 2 tot en met 5 vervallen.

    Zo nee: ga door naar stap 2.

    Stap 2

    Melding

     

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “melding nodig”?

    Zo ja, dan is een melding nodig.

    Ga door naar stap 3.

    Stap 3

    Informatie

     

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “informatie nodig”?

    Zo ja, dan moet er informatie worden aangeleverd.

    Ga door naar stap 4.

    Stap 4

    Vergunning

     

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “vergunning nodig”?

    Zo ja, dan is de activiteit vergunningplichtig. Stap 5 vervalt.

    Zo nee, ga door naar stap 5.

    Stap 5

    Niets nodig

     

    Was er in de stappen 1 tot en met 4 géén verbod, géén vergunningplicht, géén meldingsplicht en géén informatieplicht? Dan is de activiteit toestemmingsvrij.

  • 3

    De eisen bij de conclusies voor de onderwerpen zijn voorwaarden voor de activiteit.

  • 4

    Als er een vergunningplicht is, wordt de aanvraag beoordeeld:

    • a.

      met de algemene beoordelingsregels van hoofdstuk 14 en hoofdstuk 15; en

    • b.

      op die onderwerpen waarvoor de conclusie "vergunning nodig" is. Bij elk onderwerp staat vermeld met welke regels moet worden beoordeeld.

  • 5

    Als er een meldingsplicht is kan bij de conclusie "meldingsplicht" worden doorverwezen naar extra eisen aan de melding.

  • 6

    Als er een informatieplicht is kan bij de conclusie “informatieplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de informatieplicht.

Artikel 7.90 Bouwen bouwwerk met een dak - extra stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.2 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw

Artikel 7.91 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘stedenbouw’ de conclusies zijn zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.92 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - verbod

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp ‘stedenbouw’ is ‘verboden’ in één of meer van de volgende gevallen.

  • 2

    Het bouwwerk staat buiten het gebied bouwwerken met een dak.

  • 3

    Gereserveerd voor bouwverbod .

  • 4

    Het te bouwen of uit te breiden bouwwerk staat bij een illegaal hoofdgebouw.

  • 5

    Het gaat om een uitbreiding van een illegaal bouwwerk.

Artikel 7.93 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.94 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.95 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij algemeen

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.95, eerste lid tot en met artikel 7.95, negende lid.

  • 2

    Het gaat om:

    • a.

      een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of

    • b.

      een bouwwerk op hetzelfde perceel als een 'hoofdgebouw'. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk staat in het 'achtererfgebied'.

  • 5

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 6

    Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

  • 7

    Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

  • 8

    Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

  • 9

    Het bouwwerk:

  • 10

    De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn:

    • a.

      het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

      • 1.

        een woonwagen;

      • 2.

        een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of

      • 3.

        een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;

    • b.

      Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

      • 2.

        Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen:

        • i.

          het heeft een schuin dak,

        • ii.

          de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken,

        • iii.

          de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°;

        • iv.

          de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter;

        • v.

          de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en

        • vi.

          de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter;

    • c.

      Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

      • 2.

        Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en

      • 3.

        Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf;

    • d.

      De oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.95, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

    • e.

      Artikel 7.95, tiende lid onder d geldt niet als het bouwwerk wordt gebruikt als mantelzorgverblijf en:

      • 1.

        in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;

      • 2.

        een oppervlakte heeft van niet meer dan 100m2; en

      • 3.

        buiten de bebouwde kom ligt.

Artikel 7.96 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij agrarisch bedrijf

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een bouwwerk bij een agrarisch bedrijf is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 3

    Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

  • 4

    Het bouwwerk is geen gebouw.

  • 5

    Het bouwwerk is een silo of is 2 meter of lager.

  • 6

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 7

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.97 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij recreatief nachtverblijf

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een bouwwerk voor een recreatief nachtverblijf is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is bestemd voor recreatief nachtverblijf.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk is 5 meter of lager.

  • 5

    Het bouwwerk heeft een oppervlakte van 70 m² of minder.

  • 6

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 7

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.98 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij veranderen

  • 1

    Voor het inpandig veranderen van een bouwwerk met een dak en/of het aanbrengen van ondergeschikte bouwwerkinstallaties in of aan een bouwwerk met dak is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Er is geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

  • 3

    Er is geen uitbreiding van het bouwvolume.

  • 4

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

  • 5

    Het gaat niet om bouwwerken die vergunningvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

  • 6

    Het gaat niet om bouwwerken die mogelijk toestemmingsvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 7.95 tot en met artikel 7.97, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

Artikel 7.99 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet is ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.100 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp stedenbouw

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘stedenbouw’ beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.101 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.3 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels

Artikel 7.102 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - waar de regels gelden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.103 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.104 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - verbod

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ is ‘verboden’ in het volgende geval:

  • 2

    Voor het gebruik of het beoogde gebruik van het bouwwerkperceel:

    • a.

      geeft het omgevingsplan geen toestemming;

    • b.

      is geen vergunning verleend;

    • c.

      zal geen vergunning worden verleend tegelijk met de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Artikel 7.105 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.106 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.107 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - toestemmingsvrij (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.108 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.109 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp gebruiksregels

Als de activiteit ‘Bouwen bouwwerk met een dak’ vergunningplichtig is, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.110 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.4 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten

Artikel 7.111 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ gelden in het gebied 'gemeentelijk monument'. De regels voor dit onderwerp gelden ook voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten.

Artikel 7.112 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘bouwen bouwwerk met een dak’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.113 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.114 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.115 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.116 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij bij agrarisch bedrijf

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een bouwwerk bij een agrarisch bedrijf is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het gaat om het bouwen:

    • a.

      in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of

    • b.

      bij een monument, of

    • c.

      er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

      • 1.

        voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en

      • 2.

        de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt van het monument.

    • d.

      waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

  • 5

    Het bouwwerk is geen gebouw.

  • 6

    Het bouwwerk is een silo of is niet hoger dan 2 meter.

  • 7

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 8

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.117 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij veranderen

  • 1

    Voor het inpandig veranderen van een bouwwerk met een dak en/of het aanbrengen van ondergeschikte bouwwerkinstallaties in of aan een bouwwerk met dak is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het gaat om het bouwen:

    • a.

      in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of

    • b.

      bij een monument, of

    • c.

      er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

      • 1.

        voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, of

      • 2.

        de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt van het monument.

    • d.

      waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

  • 3

    Er is geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

  • 4

    Er is geen uitbreiding van het bouwvolume.

  • 5

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

  • 6

    Het gaat niet om bouwwerken die vergunningvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

  • 7

    Het gaat niet om bouwwerken die mogelijk toestemmingsvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 7.116, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

Artikel 7.118 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp ‘gemeentelijke monumenten’ is ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het gemeentelijk monument wordt niet gesloopt, verstoord, verplaatst of op welke manier dan ook veranderd.

  • 3

    Het gemeentelijk monument wordt niet hersteld en/of gebruikt en/of te laten gebruiken op een manier waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Artikel 7.119 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.120 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp gemeentelijke monumenten

Als de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ vergunningplichtig is, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.121 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.5 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Artikel 7.122 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ gelden in het gebied 'karakteristieke gebouwen en objecten'.

Artikel 7.123 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.124 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.125 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.126 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.127 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    De bestaande hoofdvorm van het gebouw of object verandert niet.

  • 3

    De bestaande gevelindeling van het bouwwerk of object verandert niet.

  • 4

    Het bouwwerk of object blijft op dezelfde plaats.

Artikel 7.128 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij algemeen

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.128, tweede lid tot en met artikel 7.128, negende lid.

  • 2

    Het gaat om:

    • a.

      een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of

    • b.

      een bouwwerk op hetzelfde perceel als een hoofdgebouw. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

  • 5

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 6

    Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

  • 7

    Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

  • 8

    Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

  • 9

    Het bouwwerk:

  • 10

    De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn:

    • a.

      het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

      • 1.

        een woonwagen;

      • 2.

        een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of

      • 3.

        een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;

    • b.

      Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

      • 2.

        Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen:

        • i.

          het heeft een schuin dak,

        • ii.

          de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken,

        • iii.

          de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°;

        • iv.

          de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter;

        • v.

          de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en

        • vi.

          de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter;

    • c.

      Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

      • 2.

        Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en

      • 3.

        Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf;

    • d.

      De oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.128, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

    • e.

      Artikel 7.128, tiende lid onder d geldt niet als het bouwwerk wordt gebruikt als mantelzorgverblijf en:

      • 1.

        in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;

      • 2.

        een oppervlakte heeft van niet meer dan 100m2; en

      • 3.

        buiten de bebouwde kom ligt.

Artikel 7.129 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.130 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Als de activiteit ‘bouwen bouwwerk met een dak’ vergunningplichtig is, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.131 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.6 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting

Artikel 7.132 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ gelden in het gebied dat is aangewezen met de functie 'aandachtsgebied archeologische verwachting'.

Artikel 7.133 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.134 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.135 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.136 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.137 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - toestemmingsvrij

Artikel 7.138 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.139 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp archeologische verwachting

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.140 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.7 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Artikel 7.141 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ gelden in het gebied 'ondergrondse hoogspanningsleidingen'.

Artikel 7.142 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.143 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.144 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.145 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.146 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - toestemmingsvrij algemeen

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.146, eerste lid tot en met artikel 7.146, negende lid.

  • 2

    Het gaat om:

    • a.

      een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of

    • b.

      een bouwwerk op hetzelfde perceel als een hoofdgebouw. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

  • 5

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 6

    Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

  • 7

    Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

  • 8

    Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

  • 9

    Het bouwwerk:

  • 10

    De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn:

    • a.

      het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

      • 1.

        een woonwagen;

      • 2.

        een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of

      • 3.

        een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;

    • b.

      Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

      • 2.

        Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen:

        • i.

          het heeft een schuin dak,

        • ii.

          de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken,

        • iii.

          de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°;

        • iv.

          de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter;

        • v.

          de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en

        • vi.

          de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter;

    • c.

      Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

      • 2.

        Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en

      • 3.

        Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf;

    • d.

      de oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.146, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

    • e.

      Artikel 7.146, tiende lid onder d geldt niet als het bouwwerk wordt gebruikt als mantelzorgverblijf en:

      • 1.

        in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;

      • 2.

        een oppervlakte heeft van niet meer dan 100 m2; en

      • 3.

        buiten de bebouwde kom ligt.

Artikel 7.147 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.148 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.149 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.8 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen

Artikel 7.150 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ gelden in het gebied 'vrijwaringsgebied rioolpersleiding'.

Artikel 7.151 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.152 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.153 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.154 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.155 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - toestemmingsvrij algemeen

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan artikel 7.155, tweede lid tot en met artikel 7.155, negende lid.

  • 2

    Het gaat om:

    • a.

      een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of

    • b.

      een bouwwerk op hetzelfde perceel als een hoofdgebouw. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

  • 5

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 6

    Als het bouwwerk een buitenruimte heeft, ligt die buitenruimte op de grond (dus bijvoorbeeld geen balkon of dakterras).

  • 7

    Als het bouwwerk meer dan een bouwlaag heeft, zijn er alleen verblijfsgebieden op de eerste bouwlaag.

  • 8

    Het aantal woningen neemt niet toe. Dit geldt niet voor een mantelzorgverblijf zolang dit wordt gebruikt als mantelzorgverblijf.

  • 9

    Het bouwwerk:

  • 10

    De alternatieve eisen voor een bouwwerk zijn:

    • a.

      het bouwwerk staat niet bij één van de volgende bouwwerken en is ook geen uitbreiding van:

      • 1.

        een woonwagen;

      • 2.

        een tijdelijk hoofdgebouw. Een tijdelijk hoofdgebouw is een hoofdgebouw waarover in de vergunning (voor de bouwactiviteit en/of de omgevingsplanactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit) staat dat de vergunninghouder de toestand zoals die bestond vóór de verlening van de vergunning moet herstellen en wel binnen een bij die vergunning gestelde termijn; of

      • 3.

        een bouwwerk voor recreatief nachtverblijf door één huishouden;

    • b.

      Staat het hele bouwwerk op meer dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        het gebruik van het bouwwerk is ondergeschikt aan het gebruik van het hoofdgebouw, tenzij het gaat om een mantelzorgverblijf;

      • 2.

        Is het bouwwerk hoger dan 3 meter? Dan gelden ook deze eisen:

        • i.

          het heeft een schuin dak,

        • ii.

          de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken,

        • iii.

          de dakhelling van de dakvlakken is niet meer dan 55°;

        • iv.

          de dakvoet van de dakvlakken is niet hoger dan 3 meter;

        • v.

          de nok van het dak is niet hoger dan 5 meter; en

        • vi.

          de nok van het dak is ook niet hoger dan de uitkomst van de volgende formule: (afstand daknok tot de perceelsgrens in meters x 0,47) + 3 meter;

    • c.

      Staan delen van het bouwwerk op 4 meter of minder van het oorspronkelijk hoofdgebouw? Dan gelden ook deze eisen:

      • 1.

        Het bouwwerk is niet hoger dan 5 meter;

      • 2.

        Het bouwwerk is ook niet hoger dan 0,3 meter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en

      • 3.

        Het bouwwerk is niet hoger dan het hoofdgebouw zelf;

    • d.

      de oppervlakte van bouwwerken bedoeld onder artikel 7.155, tweede lid in het bebouwingsgebied mag niet meer zijn dan:

    • e.

      artikel 7.155, tiende lid onder d geldt niet als het bouwwerk wordt gebruikt als mantelzorgverblijf en:

      • 1.

        in zijn geheel of in delen verplaatsbaar is;

      • 2.

        een oppervlakte heeft van niet meer dan 100m2; en

      • 3.

        buiten de bebouwde kom ligt.

Artikel 7.156 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.157 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp rioolpersleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.158 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.3.3.9 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen

Artikel 7.159 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘bodemgevoelige gebouwen’ gelden voor bodemgevoelige gebouwen.

Artikel 7.160 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘bodemgevoelige gebouwen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.89, tweede lid.

Artikel 7.161 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.162 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.163 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.164 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - toestemmingsvrij

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is geen bodemgevoelig gebouw met een oppervlakte van meer dan 50 m2 op een bodemgevoelige locatie en het bouwwerk is:

    • a.

      een uitbreiding van een hoofdgebouw; en/of

    • b.

      een bouwwerk op hetzelfde perceel als een hoofdgebouw. Het bouwwerk mag tegen het hoofdgebouw aangebouwd zijn, maar dat hoeft niet en dat past binnen het gebruik genoemd in hoofdstuk 10.

Artikel 7.165 Bouwen bouwwerk met een dak - conclusie onderwerp bodemgevoelige gebouwen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.166 Bouwen bouwwerk met een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp bodemgevoelige gebouwen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp ‘bodemgevoelige gebouwen’ beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.167 Bouwen bouwwerk met een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Afdeling 7.4 Bouwen - bouwwerk zonder een dak

Paragraaf 7.4.1 Bouwen bouwwerk zonder een dak - inleidende regels
Artikel 7.168 Bouwen bouwwerk zonder een dak - omschrijving activiteit
  • 1

    De regels in deze paragraaf gelden voor de activiteit ‘bouwen bouwwerk zonder een dak’. Hieronder valt het bouwen van een bouwwerk zonder een dak.

  • 2

    De regels in deze afdeling gelden niet als het bouwen vergunningvrij is volgens §2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 7.169 Bouwen bouwwerk zonder een dak - waar de regels gelden

De regels in deze afdeling gelden in het gebied 'bouwwerken zonder een dak', behalve als een regel in deze afdeling iets anders zegt.

Artikel 7.170 Bouwen bouwwerk zonder een dak - bovenliggende activiteit
  • 1

    De activiteit ‘bouwen bouwwerk zonder een dak’ is onderdeel van de activiteit ‘bouwen’.

  • 2

    De regels van de activiteit ‘bouwen’ gelden ook voor de subactiviteit ‘bouwen bouwwerk zonder een dak’.

  • 3

    Een vergunning voor de activiteit ‘bouwen bouwwerk zonder een dak’ wordt aangevraagd als vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Paragraaf 7.4.2 Bouwen bouwwerk zonder een dak - algemene regels
Artikel 7.171 Bouwen bouwwerk zonder een dak - speciale zorgplichten (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.172 Bouwen bouwwerk zonder een dak - specifieke geboden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.173 Bouwen bouwwerk zonder een dak - maatwerkregels (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 7.4.3 Bouwen bouwwerk zonder een dak - toestemming en beoordeling
Subparagraaf 7.4.3.1 Bouwen bouwwerk zonder een dak - vergunning en melding - het systeem

Artikel 7.174 Bouwen bouwwerk zonder een dak - vergunning of melding nodig?

  • 1

    Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat er geldt voor de activiteit ‘bouwen bouwwerk zonder een dak’:

    • a.

      Een verbod: de activiteit is verboden.

    • b.

      Een meldingsplicht: de activiteit is toegestaan, maar we willen het wel weten. Daarom is een melding nodig. De regels bepalen ook hoe en wanneer de melding moet worden gedaan.

    • c.

      Een informatieplicht: de activiteit is toegestaan, maar wij willen iets weten. Daarom moet informatie worden aangeleverd. De regels bepalen ook hoe en wanneer.

    • d.

      De activiteit is toestemmingsvrij: voor de activiteit is geen toestemming nodig en we hoeven ook niet te worden geïnformeerd.

    • e.

      Een vergunningplicht: we willen de activiteit beoordelen en daarom is een vergunning nodig. De regels bepalen ook hoe de vergunningaanvraag daarna wordt beoordeeld.

  • 2

    Wat er precies geldt, hangt af van de volgende subparagrafen. Elke subparagraaf behandelt een onderwerp en trekt een of meer conclusies. Alle conclusies samen bepalen wat er geldt, volgens het stappenplan hieronder. Let op: een vergunningplicht, een meldingsplicht en een informatieplicht kunnen tegelijkertijd gelden.

    Stap 1

    Verbod

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “verboden”?

    Zo ja, dan is de activiteit verboden. Er is dan geen andere uitkomst meer mogelijk. Stap 2 tot en met 5 vervallen.

    Zo nee: ga door naar stap 2.

    Stap 2

    Melding

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “melding nodig”?

    Zo ja, dan is een melding nodig.

    Ga door naar stap 3.

    Stap 3

    Informatie

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “informatie nodig”?

    Zo ja, dan moet er informatie worden aangeleverd.

    Ga door naar stap 4.

    Stap 4

    Vergunning

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “vergunning nodig”?

    Zo ja, dan is de activiteit vergunningplichtig. Stap 5 vervalt.

    Zo nee, ga door naar stap 5.

    Stap 5

    Niets nodig

    -

    Was er in de stappen 1 tot en met 4 géén verbod, géén vergunningplicht, géén meldingsplicht en géén informatieplicht? Dan is de activiteit toestemmingsvrij.

  • 3

    De eisen in de conclusies voor de onderwerpen gelden als voorwaarden voor de activiteit.

  • 4

    Als er een vergunningplicht is, wordt de aanvraag beoordeeld:

    • a.

      met de algemene beoordelingsregels van hoofdstuk 14 en hoofdstuk 15; en

    • b.

      op die onderwerpen waarvoor de conclusie "vergunning nodig" is. Bij elk onderwerp staat vermeld aan welke regels moet worden getoetst.

  • 5

    Als er een meldingsplicht is kan bij de conclusie “meldingsplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de melding.

  • 6

    Als er een informatieplicht is kan bij de conclusie “informatieplicht” worden doorverwezen naar extra eisen aan de informatieplicht.

Artikel 7.175 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.2 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw

Artikel 7.176 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘stedenbouw’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.174, tweede lid.

Artikel 7.177 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - verbod

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp stedenbouw is ‘verboden’ in één of meer van de volgende gevallen.

  • 2

    Het bouwwerk staat buiten het gebied bouwwerken zonder een dak.

  • 3

    Gereserveerd.

  • 4

    Het te bouwen of uit te breiden bouwwerk staat bij een illegaal hoofdgebouw.

  • 5

    Het gaat om een uitbreiding van een illegaal bouwwerk.

Artikel 7.178 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.179 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.180 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij erf- en terreinafscheidingen

  • 1

    Als het bouwen een bouwwerk zonder een dak een erf- of terreinafscheiding betreft, is de conclusie ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden van dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is hoger dan 1 meter.

  • 3

    Het bouwwerk is 2 meter of lager.

  • 4

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 5

    Het bouwwerk staat op een gebouwerf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee het bouwwerk in functionele relatie staat.

  • 6

    Het bouwwerk staat achter de lijn die langs de voorkant van het gebouw bedoeld in artikel 7.180, vijfde lid evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 7.181 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij sport- en speeltoestellen

  • 1

    Als het bouwen van een bouwwerk zonder een dak een speeltoestel betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het betreft een sport- of speeltoestel.

  • 3

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 4

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.182 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij agrarisch bedrijf

  • 1

    Als het bouwen van een bouwwerk zonder een dak een bouwwerk bij een agrarisch bedrijf betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 3

    Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

  • 4

    Het bouwwerk is geen gebouw.

  • 5

    Het bouwwerk is een silo of heeft een hoogte van 2 meter of lager.

  • 6

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 7

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.183 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij recreatief nachtverblijf

  • 1

    Als het bouwen van een bouwwerk zonder een dak een bouwwerk voor een recreatief nachtverblijf betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is bestemd voor recreatief nachtverblijf.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk is 5 meter of lager.

  • 5

    Het bouwwerk heeft een oppervlakte van 70 m² of minder.

  • 6

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 7

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.184 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij zwembaden e.d.

  • 1

    Als het bouwen van een bouwwerk zonder een dak een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is gelegen op het gebouwerf bij een woning of woongebouw.

  • 3

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 4

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.185 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij bij buisleidingen

  • 1

    Als het bouwen van een bouwwerk zonder een dak een buisleiding betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    De buisleiding is geen buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is.

  • 3

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 4

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.186 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - toestemmingsvrij veranderen

  • 1

    Voor het veranderen van een bouwwerk zonder een dak, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Er is geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

  • 3

    Er is geen uitbreiding van het bouwvolume.

  • 4

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 5

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

  • 6

    Het gaat niet om bouwwerken die vergunningvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

  • 7

    Het gaat niet om bouwwerken die mogelijk toestemmingsvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 7.180 tot en met artikel 7.185, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

Artikel 7.187 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp stedenbouw - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.188 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp stedenbouw

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp stedenbouw beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.189 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.3 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels

Artikel 7.190 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘gebruiksregels’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.174, tweede lid.

Artikel 7.191 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - verbod

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp gebruiksregels is ‘verboden’ in het volgende geval.

  • 2

    Voor het gebruik of het beoogde gebruik van het bouwwerkperceel:

    • a.

      geeft het omgevingsplan geen toestemming;

    • b.

      is geen vergunning verleend;

    • c.

      zal geen vergunning worden verleend tegelijk met de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’.

Artikel 7.192 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.193 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.194 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - toestemmingsvrij (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.195 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gebruiksregels - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.196 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp gebruiksregels

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.197 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.4 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten

Artikel 7.198 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp gemeentelijke monumenten gelden in het gebied met de functie-aanduiding 'gemeentelijk monument'. De regels voor dit onderwerp gelden ook voor voorbeschermde gemeentelijke monumenten.

Artikel 7.199 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘bouwen bouwwerk zonder dak’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.174, tweede lid.

Artikel 7.200 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.201 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.202 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.203 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij bij erf- en terreinafscheidingen

  • 1

    Als het bouwwerk zonder een dak een erf- of terreinafscheiding is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden van dit artikel.

  • 2

    Het gaat om het bouwen:

    • a.

      in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of

    • b.

      bij een monument, of

    • c.

      er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

      • 1.

        voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en

      • 2.

        de aanleg van een tuin, park of andere aanleg van het monument niet wijzigt.

    • d.

      waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

  • 3

    Het bouwwerk is hoger dan 1 meter.

  • 4

    Het bouwwerk is 2 meter of lager.

  • 5

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 6

    Het bouwwerk staat op een gebouwerf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee het bouwwerk in functionele relatie staat.

  • 7

    Het bouwwerk staat achter de lijn die langs de voorkant van het gebouw bedoeld in artikel 7.203, zesde lid evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 7.204 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij bij agrarisch bedrijf

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een bouwwerk bij een agrarisch bedrijf is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het gaat om het bouwen:

    • a.

      in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of

    • b.

      bij een monument, of

    • c.

      er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

      • 1.

        voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, of

      • 2.

        de aanleg van een tuin, park of andere aanleg van het monument niet wijzigt.

    • d.

      waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

  • 3

    Het bouwwerk staat op de grond.

  • 4

    Het bouwwerk staat in het achtererfgebied.

  • 5

    Het bouwwerk is geen gebouw.

  • 6

    Het bouwwerk is een silo of is niet hoger dan 2 meter.

  • 7

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 8

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.205 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij bij zwembaden e.d.

  • 1

    Voor het bouwen van een bouwwerk met dak dat een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of een vijver is, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het gaat om het bouwen:

    • a.

      in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of

    • b.

      bij een monument, of

    • c.

      er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

      • 1.

        voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen of

      • 2.

        de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt.

    • d.

      waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

  • 3

    Het bouwwerk staat op het gebouwerf bij een woning of woongebouw.

  • 4

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 5

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

Artikel 7.206 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij veranderen

  • 1

    Voor het inpandig veranderen van een bouwwerk met een dak en/of het aanbrengen van ondergeschikte bouwwerkinstallaties in of aan een bouwwerk met dak is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het gaat om het bouwen:

    • a.

      in, aan of op een onderdeel van het monument dat geen waarde heeft uit het oogpunt van monumentenzorg, of

    • b.

      bij een monument, of

    • c.

      er sprake is van het uitvoeren van normaal onderhoud:

      • 1.

        voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, of

      • 2.

        de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt.

    • d.

      waarbij er sprake is van inpandige veranderingen van het monument, wanneer dit alleen gebeurt aan onderdelen die uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben.

  • 3

    Er is geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte.

  • 4

    Er is geen uitbreiding van het bouwvolume.

  • 5

    Het bouwwerk voldoet aan de gebruiksregels van hoofdstuk 10 die op die plek gelden.

  • 6

    Het bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van hoofdstuk 15 en hoofdstuk 16 die op die plek gelden.

  • 7

    Het gaat niet om een bouwwerken die zijn vergunningvrij zouden kunnen zijn volgens artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, maar dat toch niet zijn omdat ze niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

  • 8

    Het gaat ook niet om een toestemmingsvrij bouwwerk dat voldoet aan de eisen van artikel 7.203 tot en met artikel 7.205.

Artikel 7.207 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - toestemmingsvrij

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp gemeentelijke monumenten is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    Het monument wordt niet gesloopt, verstoord, verplaatst of op welke manier dan ook veranderd.

  • 3

    Het monument wordt niet hersteld en/of gebruikt en/of te laten gebruiken op een manier waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Artikel 7.208 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.209 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp gemeentelijke monumenten

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.210 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.5 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Artikel 7.211 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ gelden in het gebied 'karakteristieke gebouwen en objecten'.

Artikel 7.212 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.174, tweede lid.

Artikel 7.213 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.214 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.215 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.216 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij

  • 1

    De conclusie voor het onderwerp ‘karakteristieke gebouwen en objecten’ is ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden in dit artikel.

  • 2

    De bestaande hoofdvorm van het gebouw of object verandert niet.

  • 3

    Het bouwwerk of object blijft op dezelfde plaats.

  • 4

    De bestaande gevelindeling van het bouwwerk of object verandert niet.

Artikel 7.217 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - toestemmingsvrij bij erf- en terreinafscheidingen

  • 1

    Als het bouwen van een bouwwerk zonder een dak een erf- of terreinafscheiding betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden van dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is hoger dan 1 meter.

  • 3

    Het bouwwerk is 2 meter of lager.

  • 4

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 5

    Het bouwwerk staat op een gebouwerf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee het bouwwerk in functionele relatie staat.

  • 6

    Het bouwwerk staat achter de lijn die langs de voorkant van het gebouw bedoeld in artikel 7.217, vijfde lid evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 7.218 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.219 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp karakteristieke gebouwen en objecten

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.220 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.6 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische monumenten

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.7 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting

Artikel 7.221 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘archeologische verwachting’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.174, tweede lid.

Artikel 7.222 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.223 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.224 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.225 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - toestemmingsvrij algemeen

Artikel 7.226 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp archeologische verwachting - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.227 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp archeologische verwachting

Als in het artikel hiervoor de conclusie is‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor dit onderwerp beoordeeld met de volgende regels:

Artikel 7.228 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.8 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Artikel 7.229 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen gelden in het gebied 'ondergrondse hoogspanningsleidingen'.

Artikel 7.230 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘ondergrondse hoogspanningsleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.174, tweede lid.

Artikel 7.231 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.232 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.233 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.234 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - toestemmingsvrij bij erf- en terreinafscheidingen

  • 1

    Als het bouwen een bouwwerk zonder een dak een erf- of terreinafscheiding betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden van dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is hoger dan 1 meter.

  • 3

    Het bouwwerk is 2 meter of lager.

  • 4

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 5

    Het bouwwerk staat op een gebouwerf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee het bouwwerk in functionele relatie staat.

  • 6

    Het bouwwerk staat achter de lijn die langs de voorkant van het gebouw bedoeld in artikel 7.234, vijfde lid evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 7.235 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.236 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp ondergrondse hoogspanningsleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp rioolpersleidingen beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.237 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 7.4.3.9 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen

Artikel 7.238 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - waar de regels gelden

De regels voor het onderwerp rioolpersleidingen gelden in het gebied 'vrijwaringsgebied rioolpersleiding'.

Artikel 7.239 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - hoe het werkt

Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat voor het onderwerp ‘rioolpersleidingen’ de conclusie is zoals bedoeld in artikel 7.174, tweede lid.

Artikel 7.240 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - verbod (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.241 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - meldingsplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.242 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - informatieplicht (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Artikel 7.243 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - toestemmingsvrij bij erf- en terreinafscheidingen

  • 1

    Als het bouwen een bouwwerk zonder een dak een erf- of terreinafscheiding betreft, is de conclusie ook ‘niets nodig’ als voldaan wordt aan alle volgende leden van dit artikel.

  • 2

    Het bouwwerk is hoger dan 1 meter.

  • 3

    Het bouwwerk is 2 meter of lager.

  • 4

    Het bouwwerk staat meer dan 1 meter vanaf openbaar toegankelijk gebied.

  • 5

    Het bouwwerk staat op een gebouwerf of perceel waarop al een gebouw staat waarmee het bouwwerk in functionele relatie staat.

  • 6

    Het bouwwerk staat achter de lijn die langs de voorkant van het gebouw bedoeld in artikel 7.243, vijfde lid evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied.

Artikel 7.244 Bouwen bouwwerk zonder een dak - conclusie onderwerp rioolpersleidingen - vergunningplicht

Als de conclusie in de artikelen hiervoor niet ‘verboden’, ‘melding nodig’, 'informatie nodig' of 'niets nodig’ is, is de conclusie 'vergunning nodig'.

Artikel 7.245 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra beoordelingsregels bij onderwerp rioolpersleidingen

Als in het artikel hiervoor de conclusieis‘vergunning nodig’, wordt de vergunningaanvraag voor het onderwerp rioolpersleidingen beoordeeld met de volgende regels.

Artikel 7.246 Bouwen bouwwerk zonder een dak - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Hoofdstuk 8 Activiteiten - slopen

Afdeling 8.1 Slopen - wegwijzer slopen

Artikel 8.1 Wegwijzer, samenloop en rangorde
  • 1

    Voor het slopen van een bouwwerk zijn de regels voor de verboden, geboden, vergunningplichten, meldingsplichten, informatieplichten en zorgplichten te vinden in:

    Activiteit

    (Sub)paragraaf

    Slopen - algemene regels

    paragraaf 8.2.2

    Slopen - cultureel erfgoed

    subparagraaf 8.2.3.2

    subparagraaf 8.2.3.3

    subparagraaf 8.2.3.4

  • 2

    Als een bouwwerk in meerdere activiteiten valt, dan gelden de regels van die activiteit steeds zover het bouwwerk in die activiteit valt.

Afdeling 8.2 Slopen - algemene regels

Paragraaf 8.2.1 Slopen - inleidende regels
Artikel 8.2 Slopen - omschrijving activiteit

De regels in deze afdeling gelden voor de activiteit ‘Bouwwerk slopen’. Deze activiteit gaat over het slopen van een bouwwerk: de sloopactiviteit zoals opgenomen in de Omgevingswet. In dit omgevingsplan noemen we deze activiteit ook wel kortweg 'slopen' of de 'sloopactiviteit'.

Artikel 8.3 Slopen - waar de regels gelden

De regels in deze paragraaf gelden in het gebied 'nieuwe regels', behalve als een regel in deze afdeling iets anders zegt.

Artikel 8.4 Slopen - vangnetverbod niet geregelde sloopactiviteiten

Alleen die sloopactiviteiten zijn toegestaan:

  • a.

    die expliciet worden genoemd of toegestaan zijn in dit omgevingsplan;

  • b.

    die vergund zijn;

  • c.

    die sloopactiviteiten die vergunningvrij zijn volgens [§ 2.3.3 Vergunningvrije gevallen omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwwerken] van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • d.

    sloopactiviteiten die zijn begonnen voor 1 januari 2024 en op basis van dat geldende recht waren toegestaan volgens het recht van het moment dat de sloop begon.

Artikel 8.5 Slopen - bovenliggende activiteit (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.2 Slopen - algemene regels
Subparagraaf 8.2.2.1 Slopen - plichten vóór de sloop (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 8.2.2.2 Slopen - plichten tijdens de sloop

Artikel 8.6 Slopen - zorgplicht tijdens de sloop

  • 1

    Diegenen die een sloopactiviteit uitvoert of gelegenheid geeft om een sloopactiviteit uit te voeren, zorgt ervoor dat bij de werkzaamheden:

    • a.

      aanwezige bouwwerken die niet gesloopt worden, zo weinig mogelijk worden beschadigd;

    • b.

      het gebruik van aanwezige bouwwerken niet of zo weinig mogelijk wordt belemmerd;

    • c.

      objecten in en op terreinen in de buurt niet worden beschadigd;

    • d.

      het gebruik van terreinen in de buurt en de zaken daarop niet wordt belemmerd.

  • 2

    Als het voorkomen van de onder het eerste lid bedoelde beschadiging of belemmering redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt de beschadiging of belemmering zo beperkt mogelijk gehouden en zo snel mogelijk verholpen respectievelijk beëindigd.

Subparagraaf 8.2.2.3 Slopen - plichten na de sloop (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 8.2.2.4 Slopen - specifieke geboden (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 8.2.2.5 Slopen - maatwerkregels (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Paragraaf 8.2.3 Slopen - toestemming en beoordeling
Subparagraaf 8.2.3.1 Slopen - vergunning en melding - het systeem

Artikel 8.7 Slopen - vergunning of melding nodig?

  • 1

    Uit de regels in deze paragraaf blijkt wat er geldt voor de activiteit ‘slopen’:

    • a.

      Een verbod: de activiteit is verboden.

    • b.

      Een meldingsplicht: de activiteit is toegestaan, maar we willen het wel weten. Daarom is een melding nodig. De regels bepalen ook hoe en wanneer de melding moet worden gedaan.

    • c.

      Een informatieplicht: de activiteit is toegestaan, maar wij willen iets weten. Daarom moet informatie worden aangeleverd. De regels bepalen ook hoe en wanneer.

    • d.

      De activiteit is toestemmingsvrij: voor de activiteit is geen toestemming nodig en we hoeven ook niet te worden geïnformeerd.

    • e.

      Een vergunningplicht: we willen de activiteit beoordelen en daarom is een vergunning nodig. De regels bepalen ook hoe de vergunningaanvraag daarna wordt beoordeeld.

  • 2

    Wat er precies geldt, hangt af van de volgende subparagrafen. Elke subparagraaf behandelt een onderwerp en trekt één of meer conclusies. Alle conclusies samen bepalen wat er geldt, volgens het stappenplan hieronder. Let op: een vergunningplicht, een meldingsplicht en een informatieplicht kunnen tegelijkertijd gelden.

    Stap 1

    Verbod

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “verboden”?

    Zo ja, dan is de activiteit verboden. Er is dan geen andere uitkomst meer mogelijk. Stap 2 tot en met 5 vervallen.

    Zo nee: ga door naar stap 2.

    Stap 2

    Melding

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “melding nodig”?

    Zo ja, dan is een melding nodig.

    Ga door naar stap 3.

    Stap 3

    Informatie

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “informatie nodig”?

    Zo ja, dan moet er informatie worden aangeleverd.

    Ga door naar stap 4.

    Stap 4

    Vergunning

    -

    Is voor een of meer van de onderwerpen de conclusie “vergunning nodig”?

    Zo ja, dan is de activiteit vergunningplichtig. Stap 5 vervalt.

    Zo nee, ga door naar stap 5.

    Stap 5

    Niets nodig

    -

    Was er in de stappen 1 tot en met 4 géén verbod, géén vergunningplicht, géén meldingsplicht en géén informatieplicht? Dan is de activiteit toestemmingsvrij.

  • 3

    De eisen in de conclusies voor de onderwerpen gelden als voorwaarden voor de activiteit.

  • 4

    Als er een vergunningplicht is, wordt de aanvraag beoordeeld:

    • a.

      met de algemene beoordelingsregels van hoofdstuk 14 en hoofdstuk 15, en

    • b.

      op die onderwerpen waarvoor de conclusie 'vergunning nodig' is. Bij elk onderwerp staat vermeld aan welke regels moet worden getoetst.

  • 5

    Als er een meldingsplicht is kan bij de conclusie 'meldingsplicht' worden doorverwezen naar extra eisen aan de melding.

  • 6

    Als er een informatieplicht is kan bij de conclusie 'informatieplicht' worden doorverwezen naar extra eisen aan de informatieplicht.

Artikel 8.8 Slopen - extra aan te leveren stukken en gegevens (gereserveerd)

[Gereserveerd]

Subparagraaf 8.2.3.2 Slopen - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten

Artikel 8.9 Slopen - conclusie onderwerp gemeentelijke monumenten - waar de regels gelden

De regels voor het onde