Besluit nr. DIR/SO/1600512
Overwegende dat:
dat de Havik gelegen is binnen de bebouwde kom van Amersfoort;
dat de Havik in beheer is bij de gemeente Amersfoort;
dat de Havik een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op dit artikel het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor de genoemde weg;
dat op 10 april 2018 deze bevoegdheid in het Bevoegdhedenbesluit Gemeente Amersfoort 2018 door het college van burgemeester en wethouders is gemandateerd aan de afdelingsmanager Stad en Ontwikkeling;
dat de gemeentelijke wegcategorisering van Amersfoort is opgenomen in het verkeer- en vervoerplan 2030;
dat de categorisering aansluit op de categorisering zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;
dat de Havik conform de verkeersvisie van de gemeente Amersfoort is gecategoriseerd als een erftoegangsweg en daarmee deel uitmaakt van een verblijfsgebied;
dat de Havik gelegen is in de stadskern van Amersfoort;dat in de stadskern van Amersfoort meerdere infrastructurele en woningbouw gerelateerde projecten hebben plaatsgevonden;
dat door deze projecten een aantal gehandicaptenparkeerplaatsen zijn te komen vervallen;dat om de toegankelijkheid voor minder validen in de binnenstad te waarborgen, het gewenst is om een gehandicaptenparkeerplaats aan te wijzen in de Havik nabij nummer 21;
dat de gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd kan worden door het plaatsen van verkeersbord E6 van het RVV 1990 bijlage 1, conform situatieschets;
dat ingevolgde het bepaalde in artikel 26 RVV 1990 een gehandicaptenparkeerplaats slechts geparkeerd mag worden met een gehandicaptenvoertuig of met een motorvoertuig op meer dan 2 wielen waarin een gehandicaptenparkeerkaart zichtbaar aanwezig is;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats een verkeersbesluit is vereist;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats op de Havik strekt tot het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid ervan;dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregel;
dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de korpschef van de politie;
dat de politie een positief advies heeft afgegeven voor het nemen van dit besluit;