Gemeenteblad van Rotterdam

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
RotterdamGemeenteblad 2021, 384268beleidsregel



Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen milieuzone Stad Rotterdam 2022

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

 

gelezen het voorstel van de algemeen directeur cluster Stadsontwikkeling d.d. 12 oktober 2021; registratienummer BS21/00630; 21bb011199;

 

gelet op:

  • Wegenverkeerswet 1994;

  • Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990), artikel 87;

  • Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW);

  • Kentekenreglement;

  • Verkeersbesluit Milieuzone Rotterdam van 16 november 2015 of zoals nadien;

  • Algemene wet bestuursrecht, artikel 1:3 en titel 4.3;

 

overwegende dat:

  • vanaf 1 januari 2022 in het gebied zoals aangegeven op bijgevoegde kaart in de bijlage “Contour van de milieuzone Stad Rotterdam“ een aangescherpte milieuzone geldt;

  • per 1 januari 2020 de landelijke harmonisatie van milieuzones in werking is getreden door het ‘besluit harmonisatie milieuzones’ van 29 oktober 2019, waarmee het RVV 1990, het BABW en het Kentekenreglement zijn gewijzigd;

  • de in het besluit tot wijziging van het RVV 1990, het BABW en het Kentekenreglement in verband met de harmonisatie van milieuzones in artikel IV lid 1 bepaalde en de overgangstermijn voor het vervangen van alle verkeersborden C22a/z tot 1 januari 2022 is;

  • de aangescherpte milieuzone Stad Rotterdam opmaat is naar de invoering van de invoering van een Zero Emissie-zone Stadslogistiek in 2025;

 

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • bedrijf: zelfstandige rechtsvorm met winstoogmerk, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel;

  • bedrijfstimer: vrachtauto met een DET van 25 jaar tot en met 39 jaar oud, die aantoonbaar zelf door zijn uitstraling en karakter de aard van het bedrijf vormt en als bedrijf kan worden aangemerkt;

  • bijzonder voertuig: een verhuisvrachtauto, een kermis- en circusvrachtauto, een trekker met vier of meer assen of een vrachtauto met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer, als bedoeld in artikel 86d, zesde lid, onderdeel b, en die in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer zijn opgenomen, voor zover met een datum van eerste toelating van twaalf jaar of jonger;

  • datum van eerste toelating (DET): datum waarop een voertuig voor het eerst in gebruik is genomen, zoals voor in Nederland geregistreerde voertuigen is vastgelegd in het kentekenregister van de Dienst Wegverkeer;

  • emissieklasse: emissieklasse als bedoeld in het Kentekenreglement en artikel 86c RVV 1990;

  • evenement: evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV Rotterdam 2012;

  • film: film en mediaproducties die zijn ingeschreven in de centrale filmplanning als bedoeld in het Filmprotocol gemeente Rotterdam, mei 2021;

  • foodtruck: vrachtauto uitsluitend ingericht voor de verkoop van etenswaren en/of dranken;

  • inwoner van de gemeente Rotterdam/ milieuzone Stad Rotterdam: een persoon die blijkens de gemeentelijke basisadministratie woont op een adres of op een geregistreerd binnenvaartuig in de gemeente Rotterdam en meer specifiek in de milieuzone Stad Rotterdam;

  • kermis- en circusvrachtauto: vrachtauto als bedoeld in artikel 86c van het RVV 1990;

  • milieuzone: ruimtelijk begrensd gebied dat is gelegen binnen de grenzen van een gemeente, waar om reden van leefbaarheid, in het bijzonder milieuhinder met betrekking tot lucht en geluid, een selectief toelatingsbeleid voor voertuigen wordt gehanteerd in relatie tot de door die voertuigen veroorzaakte milieuhinder, dat is ingesteld bij verkeersbesluit door middel van de zonaal uitgevoerde verkeersborden C22a/z en C22b/ez, milieuzone, met op onderborden aangegeven voor welke motorvoertuigen met welke emissieklassen deze borden gelden, volgens bijlage I van het RVV 1990;

  • milieuzone Stad Rotterdam: milieuzone zoals aangegeven in het verkeersbesluit Milieuzone Rotterdam van 16 november 2015 of zoals nadien gewijzigd. Zie voor de contour van de milieuzone Stad Rotterdam de bijbehorende bijlage bij dit besluit “Contour van de milieuzone Stad Rotterdam“;

  • ontheffinghouder: degene op wiens naam de ontheffing staat;

  • organisator: zoals bedoeld in artikel 2:24, vijfde lid, van de APV Rotterdam 2012 en genoemd in de Nota evenementenvergunningen;

  • verhuisvrachtauto: vrachtauto als bedoeld in artikel 86c van het RVV 1990;

  • vrachtauto: vrachtauto als bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

  • vrachtauto voor exceptioneel transport: voertuig voor exceptioneel transport, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer;

  • wettelijke- of overheidstaak: overheidstaak in het kader van werkzaamheden op of aan de weg en gemeentelijke taken behorende tot de publieke taak in het algemeen belang, zoals het onderhoud van wegen, het veilig houden van wegen, de doorstroming bevorderende werkzaamheden op deze wegen of het ophalen van huishoudelijk vuil, die zonder een daartoe strekkend publiekrechtelijk besluit kunnen worden uitbesteed aan derden. Niet zijnde de hulpdiensten.

Artikel 2 Dagontheffingen op aanvraag

  • 1.

    Het college kan op aanvraag en onder de in dit besluit of in de ontheffing opgenomen voorwaarden en beperkingen voor incidenteel vrachtverkeer met een bestemming in de milieuzone Stad Rotterdam voor vrachtauto’s een dagontheffing van de milieuzone Stad Rotterdam verlenen.

  • 2.

    Een dagontheffing wordt per kenteken aangevraagd en wordt verleend voor de duur van telkens 24 uur, geldend vanaf het tijdstip dat bij de aanvraag is aangegeven. Een dagontheffing wordt niet met terugwerkende kracht verleend.

  • 3.

    Per kenteken worden per kalenderjaar ten hoogste twaalf dagontheffingen verleend.

  • 4.

    Per afgegeven dagontheffing kan de ontheffinghouder eenmalig en tot een half uur voor het op de ontheffing aangegeven ingangstijdstip het college verzoeken de datum of het ingangstijdstip van de dagontheffing te wijzigen. Het college wijst het verzoek af indien het nieuwe ingangstijdstip meer dan zeven kalenderdagen voor of na het op de ontheffing aangegeven tijdstip ligt. Het college wijst het verzoek eveneens af indien het nieuwe ingangstijdstip is gelegen vóór het tijdstip van de indiening van het verzoek.

  • 5.

    De dagontheffing kan per 1 januari 2025 niet meer worden aangevraagd voor vrachtauto’s met emissieklasse Euro 5 en lager. Het college wijst het verzoek af indien het ingangstijdstip na 31 december 2024 is gelegen.

Artikel 3 Ontheffing bijzonder voertuig/ exceptioneel transport op aanvraag

  • 1.

    Het college verleent op aanvraag en onder de in dit besluit of in de ontheffing opgenomen voorwaarden en beperkingen voor bijzondere voertuigen met een bestemming in de milieuzone Stad Rotterdam, ontheffing van de milieuzone.

  • 2.

    Het college verleent op aanvraag en onder de in dit besluit of in de ontheffing opgenomen voorwaarden en beperkingen voor vrachtauto’s voor exceptioneel transport, niet zijnde een trekker met vier of meer assen, met een datum van eerste toelating van twaalf jaar of jonger, met een bestemming in de milieuzone Stad Rotterdam, ontheffing van de milieuzone na aanmelding van het kenteken van het (trekkende) voertuig en onder vermelding van RDW-klantnummer en e-mailadres van de aanvrager.

Artikel 4 Langdurige ontheffingen op aanvraag bedrijfseconomische omstandigheden

  • 1.

    Het college kan op aanvraag op kenteken en onder de in dit besluit of in de ontheffing opgenomen voorwaarden en beperkingen aan een ondernemer/eigenaar van een vrachtauto, die deze bedrijfsmatig in gebruik heeft, met bestemming milieuzone Stad Rotterdam, voor de duur van telkens één jaar ontheffing verlenen van de milieuzone Stad Rotterdam.

  • 2.

    Het college verleent de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

    • a.

      de ondernemer/eigenaar van de vrachtauto, inwoner is van de gemeente Rotterdam of aantoonbaar vast werk heeft in de milieuzone Stad Rotterdam; en

    • b.

      de aanvrager aantoont dat bedrijfseconomische omstandigheden dit noodzakelijk maken omdat de financiële mogelijkheden van het bedrijf niet toereikend zijn om aan de vereisten van de milieuzone te voldoen; en

    • c.

      de te verwachten frequentie van het binnenrijden van de milieuzone per kalenderjaar, zeven keer of meer bedraagt; en

    • d.

      er aantoonbare noodzaak is voor de aanvrager om met het betreffende voertuig in de zone te zijn; en

    • e.

      er geen alternatieven, binnen en buiten het eigen bedrijf voor handen zijn; en

    • f.

      het werk vóór de ingangsdatum van deze beleidsregel is aangenomen; en

    • g.

      het voertuig voor de ingangsdatum van deze beleidsregel tenaam is gesteld.

  • 3.

    De ondernemer toont het gestelde onder het tweede lid, onderdeel b, aan door de volgende documenten ter bewijs in te dienen:

    • a.

      de jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar; en

    • b.

      een overzicht van het motorvoertuigenpark, van het bedrijf, van de aanvrager of waarbij deze werkzaam is; en

    • c.

      rittenstaten; en

    • d.

      contract(en); en

    • e.

      kentekenbewijs;

    • f.

      indien aanwezig een offerte van de leverancier van een voor de milieuzone geschikt voertuig inclusief eventueel noodzakelijke kostbare aanpassingen aan het motorvoertuig;

    • g.

      indien aanwezig: standplaatsvergunning(en), marktvergunning(en).

  • 4.

    Langdurige ontheffingen onder dit artikel kunnen op aanvraag worden verleend tot en met uiterlijk 31 december 2024 met als geldende einddatum 31 december 2024. Het college wijst het verzoek af indien het ingangstijdstip na 31 december 2024 is gelegen.

Artikel 5 Langdurige ontheffingen op aanvraag bedrijfstimer

  • 1.

    Het college kan op aanvraag en onder de in dit besluit of in de ontheffing opgenomen voorwaarden en beperkingen aan een eigenaar van een bedrijfstimer met een bestemming in de milieuzone Stad Rotterdam, voor de duur van telkens één jaar ontheffing verlenen van de milieuzone. Bij het besluit tot verlening van deze ontheffing betrekt het college in ieder geval de noodzaak voor de aanvrager om met het betreffende voertuig in de zone aanwezig te zijn en de voorhanden zijnde alternatieven.

  • 2.

    Het college verleent de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

    • a.

      de te verwachten frequentie van het binnenrijden van de milieuzone binnen een kalenderjaar, zeven keer of meer bedraagt; en

    • b.

      de bedrijfstimer voor de ingangsdatum van deze beleidsregel is tenaamgesteld op naam van de aanvrager; en

    • c.

      het bedrijf aantoonbaar is opgestart vóór de in onderdeel b genoemde datum.

  • 3.

    Bij de aanvraag voegt de aanvrager ten minste drie foto’s van het voertuig bij, waarvan in ieder geval een foto waarop het kenteken samen met het voertuig duidelijk zichtbaar is en een foto van een zijaanzicht van het voertuig en een foto van de inrichting.

  • 4.

    Het college kan van de aanvrager aanvullende documenten verlangen ter bewijs van het bovenstaande, waaronder in ieder geval een kopie van het kentekenbewijs, contracten, rittenstaten, standplaats-vergunningen en marktvergunningen.

Artikel 6 Ontheffingen ten behoeve van evenement of filmopname(n)

  • 1.

    Het college kan op aanvraag en onder de in dit besluit of in de ontheffing opgenomen voorwaarden en beperkingen aan de organisator van een evenement of aan de producent van een film voor meerdere voor het evenement of de filmopnamen aangemelde kentekens van vrachtauto’s met een bestemming in de milieuzone Stad Rotterdam, ontheffing verlenen van de milieuzone.

  • 2.

    De ontheffing wordt verleend voor de duur van het evenement of de filmopnamen en voor de periode waarvoor vergunning dan wel een verklaring van geen bezwaar is verkregen. De ontheffing wordt uitsluitend verleend voor het gebruik voor het evenement of de filmopnamen.

  • 3.

    Het college verleent de ontheffing, bedoeld in het zesde lid uitsluitend indien:

    • a.

      de aangemelde vrachtauto’s onmisbare attributen zijn voor de voortgang van het evenement of de filmopnamen;

    • b.

      de organisator of de producent het evenement of de film heeft aangemeld bij het college van burgemeester en wethouders conform de nota Evenementenvergunningen danwel het Filmprotocol Rotterdam én hiervoor een vergunning is verkregen of een verklaring van geen bezwaar van de directie Veiligheid;

    • c.

      de te verwachten frequentie van het binnenrijden van de milieuzone binnen een jaar gerekend vanaf datum aanvraag, zeven keer of meer bedraagt.

  • 4.

    Bij de aanvraag overlegt de aanvrager de vergunning of de verklaring van geen bezwaar bedoeld in het derde lid, onderdeel b.

  • 5.

    In afwijking van artikel 3, eerste lid, kan voor bijzondere voertuigen voor zover het kermis- en circusvrachtauto’s betreft met deze ontheffing ook worden afgeweken van de daar bepaalde DET-toelating.

Artikel 7 Ontheffing overheidstaak na aanmelding

Vrachtauto’s die door of namens een overheidsinstantie worden ingezet voor de uitvoering van een wettelijke- of overheidstaak, en die blijkens het kenteken twaalf jaar of jonger zijn, zijn op aanmelding van het kenteken ontheven van de milieuzone, voor een maximumperiode van het aangegane contract, mits deze is aangegaan vóór het inwerking treden van deze beleidsregel. Hiertoe moet in ieder geval het aangegane contract worden overlegd. Dit betreft het contract dat door een overheidsinstantie is aangegaan met het betreffende bedrijf voor het uitvoeren van de wettelijke of overheidstaak.

Artikel 8 (Hardheidsclausule) Afwijkingsmogelijkheid ontheffingen op aanvraag

  • 1.

    Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels tenzij dat voor één of meerdere belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere onvoorziene omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Slechts in die gevallen kan het college op aanvraag op kenteken en onder de navolgende voorwaarden en beperkingen voor vrachtverkeer met bestemming milieuzone Stad Rotterdam een langdurige ontheffing verlenen aan vrachtauto’s van de milieuzone voor de duur van telkens maximaal één jaar.

  • 2.

    Indien de vrachtauto bedrijfsmatig wordt gebruikt, is het werk waarvoor het motorvoertuig wordt ingezet, aangenomen vóór de ingangsdatum van deze beleidsregel, en het voertuig voor die datum tenaamgesteld op naam van de aanvrager.

  • 3.

    Bij de afweging tot het verlenen van deze langdurige ontheffing neemt het college naast de eerdergenoemde omstandigheden in dit artikel onder meer ook mee:

    • a.

      de noodzaak voor de aanvrager om met het betreffende voertuig in de zone te zijn; en

    • b.

      de te verwachten frequentie van het binnenrijden van de milieuzone bedraagt 7x of meer binnen één jaar vanaf datum aanvraag; en

    • c.

      de voorhanden zijnde alternatieven; en

    • d.

      dat het voertuig al was gekocht vóór de ingangsdatum van deze beleidsregel, en het voertuig vóór die datum tenaamgesteld was op naam van de aanvrager; en

    • e.

      de financiële mogelijkheden van de aanvrager.

Artikel 9 Aanvragen ontheffingen digitaal

  • 1.

    De aanvraag van een ontheffing wordt in beginsel digitaal door of namens de eigenaar of bestuurder van het motorvoertuig op het daartoe bestemde aanvraagformulier via het daartoe bestemde digitale portaal op www.rotterdam.nl ingediend.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid worden ontheffingen voor de verkeersborden C22a/z, bedoeld in artikel 3, eerste lid, digitaal aangevraagd via www.milieuzones.nl.

Artikel 10 Voorschriften ontheffing

  • 1.

    Aan de ontheffingen kunnen voorschriften in het belang van de handhaving, de openbare veiligheid, de verkeersveiligheid of het milieu worden verbonden.

  • 2.

    De bestuurder van een voertuig die zich met dat voertuig bevindt in de milieuzone Maasvlakte Rotterdam toont de ontheffing, of een kopie daarvan, op verzoek van de handhaver. Aan een kopie van de ontheffing wordt gelijkgesteld een afbeelding daarvan op een smartphone, laptop, tablet of ander mobiel digitaal device, apparaat of toestel.

Artikel 11 Intrekking- en of weigeringsgronden ontheffingen

  • 1.

    Een ontheffing kan worden ingetrokken:

    • a.

      wanneer de voorwaarden genoemd in de ontheffing niet zijn nageleefd;

    • b.

      wanneer geconstateerd is dat met een ontheffing, die is verkregen op basis van artikel 3, tweede lid, van deze beleidsregels, door een vrachtauto ander transport is uitgevoerd in de milieuzone dan in artikel 1 van deze beleidsregels onder een vrachtauto voor exceptioneel transport is omschreven;

    • c.

      wanneer verwijtbaar onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt door de aanvrager;

    • d.

      wanneer veranderde wet- en regelgeving dan wel beleid daarop dit noodzakelijk maakt;

    • e.

      op verzoek van de ontheffinghouder.

  • 2.

    Een ontheffing kan worden geweigerd:

    • a.

      wanneer onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt door de aanvrager;

    • b.

      wanneer het maximum van twaalf dagontheffingen per kenteken in een kalenderjaar is bereikt;

    • c.

      wanneer een eerder verleende ontheffing voor een vrachtauto voor exceptioneel transport is ingetrokken op basis van het eerste lid, onderdeel b, van dit artikel;

    • d.

      wanneer de aanvraag niet binnen het doel of de voorwaarden van het verkeers/wijzigingsbesluit en deze beleidsregels past.

Artikel 12 Intrekking en overgangsrecht

  • 1.

    Het besluit Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen Milieuzone Rotterdam 2020 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Een ontheffing die is verleend op grond van het besluit Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen Milieuzone Rotterdam 2016 of Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen Milieuzone Rotterdam 2020 blijven van kracht voor de periode waarvoor zij zijn verleend.

  • 3.

    Het besluit Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen Milieuzone Rotterdam 2020 blijft van toepassing op een aanvraag die is ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist.

  • 4.

    Op een bezwaar of beroep tegen een besluit dat is genomen vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit, wordt, totdat de beslissing daarop onherroepelijk is geworden, beslist overeenkomstig de Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen Milieuzone Rotterdam 2020.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 14 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen milieuzone Stad Rotterdam 2022.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van 12 oktober 2021.

De secretaris,

V.J.M. Roozen

De burgemeester,

A. Aboutaleb

 

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 22 oktober 2021 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

 

Toelichting

Op grond van het vastgestelde Wijzigingsbesluit milieuzone Stad Rotterdam 2022, vastgesteld op 1 juli 2021, geldt vanaf 1 januari 2022 in het gebied zoals aangegeven op bijgevoegde kaart in de bijbehorende bijlage bij dit besluit “Contour van de milieuzone Stad Rotterdam“ een milieuzone. Deze zone is gemarkeerd door C22a/z borden (zonaal) en C22b/ez borden met daaronder geplaatste onderborden C22a5 (symbool “vrachtauto” en in een paarse cirkel het getal 6) en geldt voor vrachtauto’s met emissieklasse 5 of lager.

Per 1 januari 2020 is de landelijke harmonisatie van milieuzones in werking getreden door het ‘besluit harmonisatie milieuzones’ van 29 oktober 2019, waarmee het RVV 1990, het BABW en het Kentekenreglement zijn gewijzigd. Onderdeel van dit besluit is de introductie van het begrip ‘emissieklasse’. In grote lijnen komen de emissieklasses overeen met de Euronormen. Deze normen zijn in Europees verband gestelde eisen aan de maximale uitstoot van schadelijke uitlaatgassen. Wanneer bekend is dat een voertuig aan een bepaalde Euronorm voldoet, dan valt hij daarmee automatisch ook in dezelfde emissieklasse. Een vrachtauto die bijvoorbeeld aan de Euro 6-norm voldoet, valt automatisch ook in emissieklasse 6. De Europese EEV-norm is door het genoemde ‘besluit harmonisatie milieuzones’ gelijkgesteld aan emissieklasse 5. Wanneer de Euronorm van een voertuig niet bekend is, dan wordt de emissieklasse bepaald aan de hand van de datum eerste toelating (DET).

Daarvoor worden voor de verschillende emissieklasses dezelfde data gebruikt als waarop de corresponderende Euronorm is ingevoerd.

Door het genoemde verkeers-/wijzigingsbesluit is de milieuzone per 1 januari 2022 alleen nog toegankelijk voor vrachtauto’s met een emissieklasse 6 of hoger. Mede gezien de in het besluit tot wijziging van het RVV 1990, het BABW en het Kentekenreglement in verband met de harmonisatie van milieuzones in artikel IV lid 1 bepaalde en de overgangstermijn voor het vervangen van alle verkeersborden C22a/z tot 1 januari 2022, geeft dit reden ook de “Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen Milieuzone Rotterdam 2020” (hierna: Beleidsregels-oud) te wijzigen. Dit heeft geresulteerd in de nu voorliggende Beleidsregels en ontheffingenbesluit ontheffingen milieuzone Stad Rotterdam 2022.

 

Op grond van artikel 87 juncto 62 van het RVV 1990, de WVW en het Wijzigingsbesluit milieuzone Stad Rotterdam 2022 is het college bevoegd ontheffing te verlenen van deze geslotenverklaring, c.q. de daarin genoemde verkeersborden C22a/z met onderborden en is het noodzakelijk daarop beleid te formuleren, om zo zoveel mogelijk tot objectivering te komen van de ontheffingverlening.

 

Het college kan ontheffingen verlenen in gevallen waarbij vanwege de bijzondere aard of het doel van het transport ongehinderde toegang tot de milieuzone Stad Rotterdam noodzakelijk is (bijvoorbeeld in geval van calamiteiten), waarin anders sprake zou zijn van een verhoudingsgewijs onevenredige benadeling van de kentekenhouder of van zijn diensten afhankelijke partijen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ontheffingen voor bijzondere voertuigen, exceptioneel transport, dagontheffingen voor incidenteel vervoer, langdurige ontheffingen voor bepaalde doelgroepen en een ‘hardheidsclausule’.

 

Ten aanzien van vrachtauto’s is in het gewijzigde RVV 1990 in verband met de harmonisatie van milieuzones vastgelegd dat een milieuzone geldt voor vrachtauto’s met een dieselmotor èn niet geldt voor motorvoertuigen met een dieselmotor voor zover het betreft:

  • voertuigen met een datum van eerste toelating van veertig jaar of ouder (oldtimers);

  • voor rolstoelen toegankelijke voertuigen;

  • vrachtauto’s, met de in het kentekenregister vastgelegde carrosseriecode 15, 16, 19, 23, 26, 27, 31 of de aanduiding voor speciale doeleinden SB en SF, en met een datum van eerste toelating van twaalf jaar of jonger.

Voor alle motorvoertuigen die niet aan de borden voldoen en niet onder de hierboven genoemde vrijstellingen en/of ontheffingsmogelijkheden vallen, zijn dagontheffingen mogelijk (12x per jaar).

 

Langdurige ontheffingen kunnen worden aangevraagd bijvoorbeeld voor bedrijven vanwege bedrijfseconomische omstandigheden en voor bedrijfstimers.

 

Mede vanwege de landelijke harmonisatie van milieuzones die per 1 januari 2020 van kracht is, is een aantal wijzigingen in de Beleidsregels doorgevoerd ten aanzien van ontheffingen voor vrachtauto’s.

Omdat onder het regiem van verkeersbord C22a/z alleen vrachtauto’s vallen die op diesel kunnen rijden, is een ontheffing voor vrachtauto’s die niet op diesel kunnen rijden niet nodig. Ook de oldtimers zijn bij wet vrijgesteld.

In gevallen die op voorhand bepaalbaar zijn wordt krachtens de artikelen 3, 4 en 5 ontheffing verleend. In de artikelen 2 en 6 heeft het college criteria en beperkingen voor het verlenen van ontheffingen in overige gevallen vastgesteld.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 betreft de definities van de gebruikte begrippen in deze Beleidsregels.

Datum eerste toelating: Deze datum staat op het kentekenbewijs Deel 1A, bij code B.

RDW: Volgens artikel 4a Wegenverkeersweg 1994 is de officiële naam van de RDW ‘Dienst Wegverkeer’ maar wordt de dienst in het maatschappelijke verkeer aangeduid als RDW.

Wettelijke- of overheidstaak: hieronder worden mede verstaan voertuigen ingezet voor de verkeersveiligheid of de doorstroming van wegen, waaronder bergings-, strooi- en takelvoertuigen. En voertuigen die worden gebruikt voor overheidstaken, zoals voor inzameling van huishoudelijk afval en onderhoud van de openbare ruimte. Niet zijnde de hulpdiensten met een algemene vrijstelling, zoals die worden gebruikt voor het handhaven van de openbare orde, de infrastructuur en de nationale veiligheid, de brandweer of de ambulances.

 

In artikel 2 is aangegeven wanneer iemand in aanmerking komt voor een dagontheffing.

 

In artikel 3.1 zijn de ontheffingen geregeld voor bijzondere voertuigen.

Door de wijzigingen in het RVV 1990 vanaf 1 januari 2020 is nog slechts een beperkt aantal categorieën vrachtauto’s waaraan door het bevoegd gezag ontheffing moet worden verleend, nl.: kermis- en circusvrachtauto’s, vrachtauto’s voor exceptioneel transport, verhuisauto’s en vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer. Ontheffingen voor kermis- en circusvrachtauto’s, trekkers met vier of meer assen, verhuisauto’s en vrachtauto’s met een laadkraan met een hefvermogen van 35 tonmeter of meer worden in mandaat verleend door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).

 

In artikel 3.2 is geregeld dat vrachtauto’s die exceptioneel transport uitvoeren, niet zijnde trekkers met vier of meer assen, die niet aan de borden voldoen en slechts incidenteel voor het laden en lossen van goederen in de milieuzone Stad Rotterdam moeten zijn, op aanmelding zijn ontheven. Dit voorkomt dat een bedrijf moet investeren in een nieuw bijzonder, vaak zeer kostbaar, voertuig voor incidentele bezoeken aan de milieuzone Stad Rotterdam. Deze ontheffing geldt niet voor vrachtauto’s die geen bijzondere aanpassingen hebben ondergaan voor het uitvoeren van exceptioneel transport. Dit transport kan dan namelijk ook worden uitgevoerd door reguliere vrachtauto’s met emissieklasse 6.

Opgemerkt wordt dat de kentekens van de in artikel 3 lid 1 genoemde bijzondere voertuigen door de RvO worden verzameld op basis van gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en door het college worden gebruikt bij de uitvoering van dit besluit.

 

In artikel 4 zijn de categorieën geregeld waarvoor een langdurige ontheffing kan worden aangevraagd.

Artikel 4.1: Bedrijven die door bedrijfseconomische omstandigheden niet aan de eisen van de milieuzone Stad Rotterdam kunnen voldoen, kunnen op aanvraag een ontheffing krijgen. Het is niet de bedoeling om bedrijven die in financiële problemen verkeren of door de invoering van deze maatregel in financiële problemen zouden kunnen geraken en al vóór

1 januari 2022 grote economische belangen hebben in de milieuzone met het risico van een faillissement te confronteren door direct een verplichte investering op te leggen.

 

Artikel 5: Voor bedrijfstimers bestaat de mogelijkheid van ontheffing als het voertuig tussen de 25 en 40 jaar oud is en als het voertuig aantoonbaar zelf door zijn uitstraling en karakter de aard van het bedrijf vormt èn als bedrijf kan worden aangemerkt, te denken valt aan foodtrucks, e.d.

 

Artikel 6: De evenementenontheffing is bedoeld voor vrachtauto’s bij filmopnamen die als rekwisieten worden ingezet. Er wordt nauwelijks mee gereden. De te verwachten effecten op de luchtkwaliteit zijn nagenoeg nihil. Dit geldt ook voor wagens van de Kermis en de Parade. Al deze voertuigen staan stil wanneer ze op hun bestemming zijn aangekomen. De extra milieubelasting is nihil. Het is wenselijk om evenementen te kunnen organiseren en te filmen in Rotterdam om gestalte te geven aan ‘Rotterdam gastvrije Stad’.

 

In artikel 7 zijn de overige categorieën ontheffingen geregeld. In lid 1 is geregeld dat bedrijven niet worden beperkt in de uitvoering van hun taken die door of namens hen worden uitgevoerd in het kader van wettelijke en/of overheidstaken op contract met een overheidsinstantie, bijvoorbeeld op het gebied van strooien, douaneactiviteiten en/of hun taken op het gebied van doorstroming en verkeersveiligheid. Twaalf jaar of jonger is gelijk aan de leeftijd van de bijzondere voertuigen bedoeld in artikel 3.

In lid 2 worden de zogenaamde handelaarskentekens uitgezonderd van de geslotenverklaring voor vrachtauto’s, omdat deze kentekens binnen de milieuzone worden gebruikt voor het maken van bijvoorbeeld proefritten. Deze kentekens zijn bedrijfsgebonden en niet voertuiggebonden.

Het kenteken zegt niets over de uitvoering van de motor noch de emissieklasse van het betreffende motorvoertuig.

 

Artikel 8 geeft het college een afwijkingsmogelijkheid tot het verlenen van ontheffingen op aanvraag wanneer door bijzondere onvoorziene omstandigheden de gevolgen van handelen overeenkomstig deze Beleidsregels onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.

 

In artikel 9 is aangegeven dat ontheffingen in beginsel digitaal worden aangevraagd bij de gemeente Rotterdam. Uitzondering daarop zijn de ontheffingen van bord C22a/z voor zover het de bijzondere voertuigen betreft als bedoeld in artikel 3.1 omdat deze ontheffing in mandaat door de RvO worden verleend.

 

In artikel 10 wordt vermeld op basis waarvan en/of welke extra voorwaarden aan een ontheffing op basis van deze Beleidsregels kunnen worden verbonden.

 

In artikel 11 zijn de intrekkings- en weigeringsgronden opgenomen voor aangevraagde ontheffingen. De weigeringsgrond die is gericht op het verminderen van het aantal meest vervuilende voertuigen in het Rotterdamse wagenpark is onderdeel van de bredere aanpak van de luchtkwaliteit die binnen Rotterdam plaatsvindt. Het niet toekennen van ontheffingen voor vervuilende voertuigen draagt bij aan het behalen van de ambitie van het Coalitieakkoord Rotterdam 2018–2022 voor een betere luchtkwaliteit in Rotterdam.

Toegevoegd is de mogelijkheid tot het intrekken van een ontheffing wanneer veranderde wet- en regelgeving en daarop gebaseerd beleid dit noodzakelijk maakt. De onderhavige wijziging van het RVV 1990 en het Wijzigingsbesluit voor de milieuzone maken deze extra intrekkingsgrond noodzakelijk omdat niet alle ontheffingen een einddatum hebben.

 

Artikelen 12 tot en met 14 bevatten intrekkings-, slot- en overgangsbepalingen.

Bijlage 1: Contour van de milieuzone Stad Rotterdam