Gemeenteblad van Borger-Odoorn

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Borger-OdoornGemeenteblad 2020, 81921Beleidsregels



VTH-uitvoeringsprogramma 2020

Op 17 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn het VTH-uitvoeringsprogramma 2020 vastgesteld.

 

U kunt het uitvoeringsprogramma terugvinden op de site of opvragen bij het Klantcontactcentrum.

 

1. Inleiding

 

 

1.1 Aanleiding en context

Op 2 maart 2017 is de beleidsnota Toezicht 2020 voor toezicht en handhaving in de gemeente Borger-Odoorn vastgesteld door de raad, waarin het toezichts- en handhavingsbeleid voor de periode tot 2020 is beschreven.

 

Uit het Besluit omgevingsrecht (Bor) volgt dat gemeenten beleid en jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en jaarverslagen vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten vaststellen op het gebied van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Om aan die verplichting te voldoen hebben we in 2019 beleidsregels over vergunningverlening aan de nota Toezicht 2020 toegevoegd. Samen vormen deze beleidsregels, in een eerste stap naar integraal VTH-beleid, het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020. Daarnaast zijn er verschillende beleidsdocumenten over toezicht en handhaving, bijvoorbeeld op het gebied van de Opiumwet, de Drank- en Horecawet en evenementen. Hiernaar wordt verderop in dit stuk verwezen.

 

Deze beleidsnota’s beschrijven op strategisch niveau de uitgangspunten die we hanteren en de keuzes die we maken. Om dit beleid te vertalen naar tactisch en operationeel niveau moet jaarlijks een uitwerking gemaakt worden in een uitvoeringsprogramma. Dit stelt de gemeente in staat om op basis van actuele ontwikkelingen en opgedane ervaringen vast te leggen hoe het beleid in de praktijk vorm krijgt.

 

Dit uitvoeringsprogramma beschrijft de uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de eventueel daarop volgende handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Borger-Odoorn en een aantal andere wetten en regelingen met relatie tot de fysieke omgeving, het sociaal domein en het domein van openbare orde en veiligheid.

 

Het cluster VSO is verantwoordelijk voor de VTH-beleidscyclus. En raamt daarvoor uren in het clusterplan. In 2020 zijn hier 480 uur voor geraamd.

 

1.2 Leeswijzer

Dit uitvoeringsprogramma is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 behandelt de manier waarop we toezicht en handhaving integraal willen benaderen en welke gevolgen dat in de komende jaren heeft. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 een aantal actuele en relevante ontwikkelingen in dit werkgebied beschreven die van invloed zijn op het uitvoeringsprogramma. Hoofdstukken 4, 5 en 6 beschrijven de uitvoering van respectievelijk de Wabo-vergunningverlening, de overige vergunningverlening en toezicht en handhaving.

 

2. Integraliteit van beleid

 

Onder meer in het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020 wordt geconstateerd dat het streven naar meer geïntegreerd(e) vergunningverlening, toezicht en handhaving een belangrijke wens van de raad is. Dit betekent ten eerste dat we integraal VTH-beleid willen ontwikkelen, dus vergunningverlening, toezicht en handhaving in één beleidscyclus willen meenemen (zoals op grond van de Wet VTH al vereist is voor het omgevingsrecht; dit is onderwerp van interbestuurlijk toezicht door de provincie). Als eerste stap hierin zijn in 2019 beleidsregels over vergunningverlening toegevoegd aan ons toezichts- en handhavingsbeleid (in een apart hoofdstuk). Daarnaast willen we integraal gaan werken tussen de verschillende domeinen (het fysiek en sociaal domein en het domein van openbare orde en veiligheid). We willen toe naar VTH-beleid met een generiek gedeelte (toezicht en handhaving breed, inclusief het sociaal domein) en een specifiek gedeelte met daarin het VTH-beleid op het gebied van het omgevingsrecht. Na de evaluatie van het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020, die dit jaar zal plaatsvinden, gaan we hieraan verder vorm geven.

 

Integratie tussen openbare orde en veiligheid enerzijds en het fysieke domein anderzijds bestaat al langer. Met onder meer de komst van de sociale teams is het mogelijk de samenhang tussen het fysieke en het sociale domein ook handen en voeten te geven.

 

Om die reden is ook speerpunt 1 in het beleid opgenomen dat expliciet aandacht schenkt aan toezicht en handhaving in het sociaal domein. Dit speerpunt beschrijft dat er toezicht en handhaving op het sociaal domein geprioriteerd dient te worden en dat hierin geïnvesteerd dient te worden. Daarmee wordt geen harde keuze gemaakt voor intensivering van toezicht en handhaving in dit domein ten opzichte van de andere domeinen, of voor het stellen van prioriteiten binnen dit domein.

 

Op basis van de raam- en deelovereenkomst tussen de gemeenten Emmen en Borger-Odoorn voert de gemeente Emmen momenteel toezicht en handhaving uit voor wat betreft de Participatiewet. De gemeente Borger-Odoorn is verantwoordelijk voor de verordening die ten grondslag ligt aan de handhaving. Hetzelfde geldt voor de Wet kinderopvang waarop de GGD namens de gemeente het toezicht uitvoert. De feitelijke uitvoering is daarmee uit handen gegeven, terwijl de afdeling Maatschappelijke ontwikkeling vanuit de gemeente op afstand regie voert en bij complexe gevallen een rol neemt bij de handhaving.

 

Voor toezicht op uitvoering van de Wmo is per 1 juni 2017 een toezichthouder op basis van 0,5 FTE aangesteld door de gemeente Borger-Odoorn. Er is gestart met een oriënterend jaar: toezicht op dit gebied heeft vooralsnog in lijn met de aanpak vóór deze datum plaatsgevonden op basis van signalen en niet vanuit een risicoanalyse. Daarna zal bekeken worden in hoeverre een dergelijke aanpak doelmatig is en welke stappen ondernomen kunnen worden om het toezicht meer systematisch in te richten. Ook zullen de eerste stappen worden ondernomen in de integrale uitvoering van toezicht. Op basis van overleggen met toezichthouders in het fysieke domein zal bekeken worden hoe de samenwerking opgezet kan worden en welke werkvormen daarvoor geschikt zijn. Deze samenwerking moet in 2020 nog worden geformaliseerd. De planning van het Wmo-toezicht voor 2020 is opgenomen in bijlage 1.

 

In de praktijk heeft de integrale aanpak ook al zijn meerwaarde laten zien in die zin dat toezichthouders hun signalen regelmatig afstemmen met de sociale teams en zo inhoud geven aan een van de doelstellingen van de decentralisaties in het sociaal domein: proactief en dicht bij de burger georganiseerde uitvoering. Wanneer sprake is van overlastproblematiek nemen toezichthouders contact op met de sociale teams in Borger-Odoorn, waardoor een geïntegreerde en meer doeltreffende aanpak tot stand komt. Dat werkt ook in omgekeerde richting: op zijn beurt schakelt het sociaal team de toezichthouders in om eventuele problemen zo vroeg mogelijk te kunnen aanpakken. In paragraaf 3.2.4 is meer te lezen over welke stappen we de afgelopen tijd hebben gezet in de verdere ontwikkeling van het integraal toezicht.

 

Ook binnen het domein openbare orde en veiligheid zijn er aparte beleidssporen die meegenomen dienen te worden in de integrale aanpak. De VTH-beleidsnota benoemt twee beleidsdocumenten expliciet. Toezicht en handhaving met betrekking tot de Drank- en Horecawet is vastgelegd in het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!'. Vergunningverlening, toezicht en handhaving bij evenementen dient in lijn te gebeuren met de Nota evenementenbeleid en bijbehorende beleidsregels 2018. Daarnaast heeft de gemeente ook het Handhavingsbeleid hard- en softdrugs gemeente Borger-Odoorn 2013 (2e gewijzigde versie) vastgesteld. Aansluiting op deze beleidsstukken is ook in lijn met speerpunt 3 uit het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020. Om die reden hebben we de vergunningverlening op het domein van de openbare orde en veiligheid verder uitgewerkt in hoofdstuk 5 van dit uitvoeringsprogramma.

 

3. Ontwikkelingen

 

Er is een aantal ontwikkelingen die spelen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en die ook relevant zijn voor de uitvoering hiervan. Deze bespreken we hier kort, waarbij we waar mogelijk ook aandacht schenken aan de eventuele gevolgen voor de inzet van capaciteit op bepaalde onderwerpen. We lopen achtereenvolgens enkele landelijke en gemeentelijke/regionale ontwikkelingen langs.

 

3.1 Landelijke ontwikkelingen

 

3.1.1. Kwaliteitscriteria 2.1 en 2.2

Provincies en gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van de taken ten aanzien van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het omgevingsrecht (de VTH-taken). Met de vastgelegde Kwaliteitscriteria 2.1 zijn er op landelijk niveau afspraken gemaakt tussen Rijk, VNG en IPO over de minimale kwaliteit van de uitvoering. Hierbij is een modelverordening opgesteld (zowel door het IPO voor de provincies als door de VNG voor de gemeenten) die ingaat op de kritieke massa die van belang wordt geacht voor verschillende taken. Het overnemen van deze verordening is niet verplicht: indien gewenst kan gemotiveerd worden afgeweken zodat maatwerk nog steeds mogelijk is, zo lang de doelstellingen die ten grondslag liggen aan de kwaliteitscriteria maar wel gehaald kunnen worden.

Per 1 juli 2019 zijn de Kwaliteitscriteria 2.1 vervangen door de geactualiseerde Kwaliteitscriteria 2.2. De VNG-Modelverordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht is aangepast. De actualisatie betreft alleen onderdeel B (kritieke massa); de onderdelen A (algemene uitgangspunten) en C (procescriteria) blijven ongewijzigd. De herziening was nodig vanwege een aantal verouderde verwijzingen en omdat enkele nieuwe onderwerpen, zoals klimaat, energie en circulaire economie, nog niet in de Kwaliteitscriteria waren opgenomen.

 

Er is naar aanleiding van de Kwaliteitscriteria 2.1 een Drentse verordening opgesteld door en voor Drentse gemeenten die enkele problemen oplost die werden voorzien indien deze gemeenten de landelijke verordening onverkort over zouden nemen. In deze Drentse verordening zijn voor vier deskundigheidsgebieden zogenaamde explainmodules opgesteld waarmee een gemeente onderbouwd kan afwijken van landelijke richtlijnen zonder dat de kwaliteit van VTH in het geding komt (volgens het principe ‘comply or explain’). Borger-Odoorn heeft ervoor gekozen om drie van deze vier modules over te nemen, te weten die met betrekking tot:

  • Vergunningverlening Bouwen en RO (2)

  • Toezicht en handhaving Bouwen en RO (4)

  • Cultuurhistorie (26)

 

Daarnaast is een gemeentelijke explainmodule opgesteld voor het deskundigheidsgebied ‘Behandelen juridische aspecten Afwijkingsbesluiten (10)’, omdat op dit gebied (met uitzondering van één activiteit) volledig kon worden voldaan aan de landelijke verordening. De activiteiten die onder deze deskundigheidsgebieden vallen en de beredenering van het huidig gekozen stelsel van explainmodules is beschreven in het Verbeterplan Kwaliteitscriteria 2.1 Gemeente Borger-Odoorn, vastgesteld op 2 maart 2017. Een en ander is vertaald in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving gemeente Borger-Odoorn.

 

We gaan dit jaar intern een onderzoek (laten) uitvoeren in hoeverre en op welke manier we aan de aangepaste Kwaliteitscriteria 2.2 kunnen voldoen. Praktisch betekent het bovenstaande dat, om de kwaliteit van uitvoering van VTH in de bovengenoemde deskundigheidsgebieden te borgen, gekozen is voor ‘het aangaan van een samenwerkingsverband met een gemeente welke kan voldoen aan de gestelde criteria’. Een optie hiervoor is het BOCE-verband dat al een vorm van samenwerking kent (met Coevorden en Emmen), maar ook andere opties zoals andere gemeenten, de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD Drenthe) en de Veiligheidsregio Drenthe (VRD) moeten worden meegenomen in deze keuze voor uitbesteding of samenwerking. Ook moet nog worden bezien hoe de samenwerking verder moet worden ingericht. Wel staat vast dat voor een aantal activiteiten toezicht en handhaving niet bij de gemeente zelf belegd worden.

 

We streven ernaar om – in samenwerking met andere partijen en met inachtneming van de explainmodules – in 2020 aan de Kwaliteitscriteria 2.2 te voldoen.

 

3.1.2. Interbestuurlijk toezicht

Vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot de Wabo is een van de domeinen die vallen onder het interbestuurlijk toezicht dat de provincie uitoefent op uitvoering van wettelijke taken door de gemeente. Dit uitvoeringsprogramma houdt rekening met de richtlijnen die de provincie hanteert bij de uitoefening van dit toezicht. Daarnaast worden de VTH-stukken (het beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag) na vaststelling toegestuurd aan de provincie.

 

3.1.3. Omgevingswet

Op 1 januari 2021 wordt de nieuwe omgevingswet van kracht: één wet die de regels voor de hele leefomgeving omvat. De Omgevingswet voegt tientallen wetten en AMvB’s op het gebied van het omgevingsrecht samen. Het doel is een betere, snellere en simpelere dienstverlening op het gebied van het omgevingsrecht, onder meer bij vergunningverlening (‘één wet, één loket en één proces’).

 

Het kabinet beoogt met de Omgevingswet meer integraliteit te bereiken op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling. Dit betekent dat ook gemeenten meer integraal moeten gaan werken. Dat sluit aan bij de wens van de raad wat betreft vergunningverlening, toezicht en handhaving.

 

Als gemeente Borger-Odoorn hebben we in de “Contourennota Implementatie Omgevingswet” de uitgangspunten vastgelegd waarmee we de invoering van deze wet ter hand willen nemen. In 5 projecten werken we aan de invoering hiervan.

 

In het project beleid en bestuurlijke organisatie werken we aan de nieuwe instrumenten die de omgevingswet van ons vraagt: de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Ten behoeve van de omgevingsvisie stellen we in 2020 een nota van uitgangspunten op en maken we een start met het proces om tot de omgevingsvisie te komen. Deze wordt naar verwachting eind 2021 opgeleverd. Ook willen we dit jaar onze eerste ervaringen opdoen met het instrument omgevingsplan. Een volledig nieuw omgevingsplan voor het hele grondgebied van onze gemeente zal echter pas later worden opgesteld. Daarom zorgen we er ook voor dat onze huidige regels (uit bestemmingsplanen en verordeningen) via het digitaal stelsel omgevingswet worden ontsloten.

 

Binnen het project participatie vertalen we de participatievereisten zoals die voortvloeien uit de omgevingswet naar concrete richtlijnen voor de praktijk in onze gemeente. Deze concretisering dient te passen in een breed gedragen kader over hoe we als inwoners, bestuur en initiatiefnemers met elkaar om willen gaan in onze gemeente. Daarom wordt tegelijkertijd gewerkt aan een gemeentebrede visie op participatie. De concrete tools en richtlijnen voor de omgevingswet (bij voorbeeld de omgevingsdialoog) zullen hier op aansluiten. Het is voorstelbaar dat er – aan de hand van de ervaringen die we na de invoeringsdatum op doen- gaandeweg nog optimalisaties van onze participatie-richtlijnen nodig zijn.

 

De procedure tot het verkrijgen van en omgevingsvergunning ondergaat als gevolg van de omgevingswet een aantal belangrijke veranderingen. In het project werkprocessen ontwerpen en implementeren we de werkprocessen die van belang zijn voor een goede invoering van de omgevingswet. Dit gebeurt in nauwe samenhang met het project DSO (digitaal stelsel omgevingswet). Een goede en tijdige procedure en informatie-uitwisseling (met initiatiefnemers, ketenpartners, andere betrokkenen) kan alleen als we beschikken over goede ICT voorzieningen. Daarbij is aandacht voor een goede aansluiting op de landelijke voorzieningen voor vergunningverlening en bekendmaking en efficiënte koppelingen met de ICT systemen van onze ketenpartners. We zorgen er voor dat we op 1januari 2021 in ieder geval aan de minimumvereisten voldoen. Verwacht mag worden dat het optimalieren van de informatiehuishouding ook na de invoeringsdatum nog inspanningen zal vragen.

 

Het project houding en gedrag richt zich op de cultuurverandering binnen onze organisatie die nodig is om de verbeterdoelen van de omgevingswet te realiseren. 2020 wordt vooral benut om de consequenties van de nieuwe wet voor onze organisatie concreet te maken en dit te spiegelen aan de binnen onze gemeente aanwezig kennis en vaardigheden. Dit levert een beeld op van het verschil (gap-analyse) tussen dat wat de wet vraagt en wat we op dit moment hebben. Op basis daarvan wordt een ontwikkelingsstrategie opgesteld die vanaf 2021 kan worden uitgevoerd.

 

Bij de herijking van het VTH-beleid in 2020 zal afstemming worden gezocht met de verschillende projectteams. Zodat de in het programma gemaakte keuzes/beslissingen en het VTH-beleid op elkaar aansluiten.

 

3.1.4. Private kwaliteitsborging bouwen

Het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen is op 21 februari 2017 aangenomen door de Tweede Kamer. En op 14 mei 2019 heeft ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel aangenomen. Naar verwachting zal de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) per 1 januari 2021 (als onderdeel van de Omgevingswet) in werking treden.

 

De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De wet gaat gefaseerd in. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere.

 

De regels van de Wet kwaliteitsborging zullen worden overgenomen in een AMvB onder de Omgevingswet: het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012.

 

Bouwen blijft onder de Omgevingswet in principe vergunningplichtig. Wel wordt er een ‘knip’ gemaakt tussen de ruimtelijk regels en de technische regels in het Bbl. De ruimtelijke regels en de regels voor welstand worden vastgelegd in het omgevingsplan en dus heeft de vergunning voor het bouwen – voor zover het plan niet afwijkt van de ruimtelijke regels – alleen nog betrekking op de technische regels. Onder de Omgevingswet zal nog steeds sprake zijn van vergunningsvrij bouwen en zullen ook de Bouwbesluittoetsvrije bouwwerken van de Wkb – als gevolg van de ‘knip’ – hieronder vallen. Voor al het andere bouwen zal dus nog een vergunning nodig zijn.

 

Bij bouwen onder kwaliteitsborging zal een meldingplicht worden ingevoerd. Net als voorgesteld in de Wkb zal de initiatiefnemer van het bouwen aan de gemeente moeten melden welk instrument wordt toegepast en welke kwaliteitsborger toeziet op de bouw. Tevens zal de melder een borgingsplan moeten overleggen bij de melding. De melding moet uiterlijk 4 weken voor start bouw worden ingediend.

 

De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en blijft het bevoegd gezag. De vergunninghouder legt inhoudelijk verantwoording af aan het bevoegd gezag. Dit doet hij door de risicobeoordeling voor de aanvang van de bouw en het dossier bevoegd gezag tijdens en bij de afronding van het bouwtraject. De risicobeoordeling kan door de gemeente worden gebruikt om zijn handhavende taak van waarnemen, beoordelen en interveniëren vooraf inhoud en richting te geven. Voor zijn handhavende taak kan de gemeente, als daarvoor in specifieke gevallen aanleiding bestaat op basis van deze risicoanalyse en het bijbehorende borgingsplan, tijdens de bouw informatiemomenten en stopmomenten aan de vergunninghouder opleggen.

 

Het Rijk en VNG hebben bestuurlijke afspraken gemaakt over hoe de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) kan worden ingevoerd. Deze afspraken en de Wkb zorgen dat er belangrijke stappen worden gezet om de bouwkwaliteit in Nederland te verhogen. Met het bestuursakkoord blijft de rol van bevoegd gezag voor de handhaving uitvoerbaar voor gemeenten.

Dit zijn de belangrijkste afspraken uit het bestuursakkoord.

  • Publiek toezicht door gemeenten op de bouw blijft belangrijk. De rol van de gemeente bij vergunningverlening en handhaving verandert wel. Gemeenten kunnen meer dan nu, daar waar zij risico’s zien, meekijken met het bouwproces en zo nodig handhaven.

  • De wet gaat gelijktijdig met de Omgevingswet in, om het implementatieproces bij gemeenten beheersbaar te houden.

  • Het vernieuwde toezicht geldt in eerste instantie voor eenvoudige bouwwerken in de laagste risicoklasse.

  • Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet, doen de VNG en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een groot aantal proefprojecten. Met deze projecten wordt de werking van het stelsel verfijnd en kunnen gemeenten, bouwers en toezichthouders zich inhoudelijk en qua capaciteit, goed voorbereiden op de invoering van het stelsel.

  • De Wet kan alleen in werking treden als er voldoende waarborgen zijn dat de bouwprojecten onder het nieuwe stelsel doorgang kunnen vinden. De ondersteunende ICT dient op tijd in op orde te zijn, er zijn voldoende kwaliteitsborgers en de toelatingsorganisatie die zorgt voor toezicht op de werking van het stelsel is van start.

  • De VNG zorgt voor collectieve ondersteuning van gemeenten.

 

Gelet op bovenstaande gaan we ons in 2020 voorbereiden op de invoering van de Wkb op 1 januari 2021. En zullen we de nodige maatregelen treffen om volgens de Wkb te kunnen werken. Ook zal hierbij aandacht zijn voor de afspraken die zijn vastgelegd in het bestuursakkoord van 17 januari 2019 tussen het Rijk en de VNG.

 

3.1.5. Landelijke handhavingsstrategie

De Landelijke handhavingsstrategie (LHS) biedt een processtructuur op basis waarvan kan worden besloten in welke handhavingssituatie bepaalde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten passend zijn. Op basis van de zogenaamde interventiematrix kan een Wabo-consulent of jurist een tijdens toezicht gedane bevinding inschatten op (a) de ernst van de (mogelijke) gevolgen en (b) het gedrag (en de motivatie) van de overtreder. De combinatie van deze twee factoren bepaalt welke vorm (bestuurs- of strafrechtelijk, of een combinatie) van optreden gevolgd dient te worden en welke instrumenten binnen deze vorm geschikt zijn voor de specifieke situatie. De RUD werkt al volgens de LHS. Bij de herijking van het VTH-beleid in 2020 zal de LHS worden meegenomen.

 

Onderdeel van dit programma is de Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen, waarmee sancties, dwangsommen en begunstigingstermijnen per activiteit zijn opgesteld. Deze is terug te vinden in bijlage 2.

 

3.1.6. Programma Aanpak Stikstof

Op 29 mei 2019 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee belangrijke uitspraken over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). De uitspraken gingen over de gehanteerde methode met “PAS-maatregelen”. Het oordeel luidde dat het PAS niet als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast.

 

Door de uitspraak van de Raad van State is de drempelwaarde 0,05 aan depositie is geschrapt. Daar vielen de meeste activiteiten onder qua vergunningverlening. De nieuwe insteek is: alle activiteiten zorgen voor depositie, tenzij aangetoond wordt dat dit 0,00 is. Hierdoor krijgen alle (niet-onherroepelijke) aanvragen te maken met een extra eis voordat tot verlening kan worden overgegaan. Er was lange tijd onduidelijkheid over de mogelijkheden en vervolgstappen vanuit het Rijk en de Provincie. Het college van de gemeente Borger-Odoorn heeft een standpunt ingenomen over de behandeling van aanvragen in het licht van de PAS-uitspraak.

 

Te veel stikstof is slecht voor onze natuur, voor onze gezondheid en onze voedselproductie. Daarom zijn er maatregelen nodig die zorgen voor een daling van stikstofneerslag. Tegelijkertijd willen we dat er ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen. De gemeente Borger-Odoorn kiest voor een praktische en haalbare insteek. Ook proberen we met vergunning aanvragers mee te denken om oplossingen te bedenken die nieuwe initiatieven mogelijk maken, zonder de natuur te beschadigen.

 

De nieuwe maatregelen betekenen concreet het volgende:

  • We gaan in een straal van drie kilometer van een natura-2000 gebied de aanvrager wijzen op een verplichte berekening in Aerius.

  • We gaan onze gemeentelijke projecten berekenen in Aerius.

  • We gaan aanvragers van grote projecten in de hele gemeente wijzen op een berekening in Aerius. Bij kleinere projecten wijzen wij de aanvragers op de 0-grens voor de depositie en de risico’s van het weglaten van de berekening.

  • We verwijzen daar waar nodig en mogelijk door naar de Provincie.

 

3.2. Gemeentelijke en regionale ontwikkelingen

 

3.2.1. Gemeente Borger-Odoorn: proactief en outcomegericht toezicht in de openbare ruimte

Uit het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020 volgt de intentie om minder te focussen op prestaties en output en meer de nadruk te leggen op outcomes en de relatie met de doelstelling van (vergunningverlening), toezicht en handhaving. Toezicht en handhaving zijn immers, zoals al eerder benadrukt, geen doel op zichtzelf. Het gaat er uiteindelijk om de normnaleving te verbeteren, zodat publieke belangen als veiligheid en gezondheid worden gerealiseerd. Hierbij hoort een proactieve houding van de gemeente en in het verlengde daarvan toezichthouders. In 2020 is het aantal thema’s waarin outcome indicatoren en doelen zijn opgenomen uitgebreid. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 6.2.2.

 

3.2.2. Project wind en inzet toezichthouders

Tijdens de PSU wind is aangegeven dat dit jaar naar verwachting ook inzet van de gemeentelijke toezichthouders wordt gevraagd rondom de windparken Oostermoer en de Drentse Monden. Voor de technische aspecten wordt de Omgevingsdienst (ODG) gevraagd. Voor de gemeentelijk toezichthouders van KCC, Omgeving moet in 2020 rekening worden gehouden met toezichtscontroles ten aanzien van de niet technische aspecten, combinatiewerkzaamheden met de ODG en verkeersbewegingen tijdens de bouwwerkzaamheden.

 

3.2.3. Evalueren en herijken VTH-beleid

Het integrale VTH-beleid 2020 is vastgesteld voor de periode 2017-2020. Daarom zal het beleid in 2020 worden geëvalueerd en herijkt. Er zal worden gestart met het opstellen van een plan van aanpak. Hierin komt te staan hoe wordt geëvalueerd/input wordt gevraagd en wie daarbij wordt betrokken. Ook zal het plan van aanpak een tijdlijn bevatten.

 

3.2.4. Gemeente Borger-Odoorn: verdere ontwikkeling van het integraal toezicht

In het VTH-beleid is tevens aandacht voor de wens van de raad om te streven naar een verdere integratie van toezicht tussen het fysieke domein, het sociaal domein en het domein van openbare orde en veiligheid (zie ook hoofdstuk 2, Integraliteit van beleid). In dit uitvoeringsprogramma is voor de inzet op invoering en toepassing integraal werken en afstemming tussen de domeinen/partijen 200 uur geraamd. Inzet op invoering en toepassing integraal werken gaan vooral over het maken van werkafspraken, het vastleggen van processen en het monitoren van de voortgang. Dit ligt deels bij de toezichthouders, maar ook bij anderen binnen de organisatie, bijvoorbeeld bij de medewerkers van het bedrijfsbureau.

 

Onze inwoners kunnen beter geholpen worden als er sprake is van een aanpak waarbij aandacht is voor al hun problemen, de samenhang daartussen en waarbij de behoeften van de klant leidend zijn. Op organisatorisch vlak kun je ervoor zorgen dat bureaucratische verkokering wordt tegengegaan en dat de verschillende instellingen, hulpverleners en overheden met elkaar samenwerken. Integraal werken zorgt er zo voor dat de dienstverlening van de gemeente op de lange termijn effectiever wordt.

 

We zien dat binnen de gemeente integraal toezicht steeds meer toeneemt, bijvoorbeeld bij evenementen. Sinds enkele jaren wordt er voor een aanpak gekozen waarbij overleg en het gesprek aangaan centraal staan. Zo wordt er een overleg gepland waarbij de gemeente, externe partijen en initiatiefnemer aanwezig zijn. Tijdens dit overleg worden ideeën gedeeld en hoort initiatiefnemer hoe de adviserende diensten en de gemeente tegenover het initiatief staan. Zo wordt initiatiefnemer tijdig betrokken. In 2018 is er een project gestart om deze werkwijze te concretiseren met betrekking tot werkafspraken en werkprocessen.

 

Ook de gemeentelijke toezichthouders hebben oog voor het aspect integraal werken. In 2020 zal de lijn die de afgelopen jaren al is ingeslagen worden voortgezet. En zal waar dat mogelijk is worden gekozen voor een integrale aanpak. Hierbij moet gedacht worden aan samenwerking tussen het gemeentelijk toezicht, de oov’er, de Wmo- toezichthouder, medewerkers van Sociale Teams Borger-Odoorn, de politie, milieuagenten, de VRD, de RUD en GGD. Zie hierbij een voorbeeld van integraal toezicht: de gemeente heeft een melding ontvangen over een zogenaamd rommelerf. Tijdens het gesprek met de bewoner ontdekt de toezichthouder dat ook de situatie achter de voordeur niet op orde is. Hij zoekt contact met het sociaal team, de politie, eventueel de Veiligheidsregio Drenthe VRD (over brandveiligheid) en indien nodig buurtbemiddeling. In het voorbeeld zien we dat er aandacht is voor de gehele situatie van betrokkene en dat meerdere partijen worden betrokken. Op deze manier kan de benodigde hulp worden geboden. Tijdens het vervolgtraject blijven de verschillende partijen met elkaar in gesprek. Hierdoor kunnen keuzes op elkaar worden afgestemd. Uit een dergelijk voorbeeld blijkt dat deze inwoner beter is geholpen doordat de situatie integraal is opgepakt. In dit geval door de aanpak van de toezichthouder.

 

Er komt steeds meer besef van de voordelen van elkaar tijdig informeren en het bundelen van krachten. Voor een betere toepassing van integraal toezicht moet er nog wel meer structuur in de werkwijze worden aangebracht. Ook is er behoefte aan concretere werkafspraken hierover. Deze zijn in 2019 nog niet tot stand gekomen.

Ook in 2020 moeten we in (de doorontwikkeling van) integraal toezicht investeren, bijvoorbeeld door het concretiseren van de interne werkafspraken en werkafspraken met samenwerkingspartners. Daardoor komt er meer structuur en duidelijkheid over de volgende vragen:

  • Wie organiseert?

  • Wat wordt er van wie verwacht en op welk moment?

  • Waar liggen de verantwoordelijkheden?

Deze werkafspraken zullen schriftelijk worden vastgelegd in 2020. En worden gedeeld met alle betrokken partijen/personen.

 

3.2.5. RUD Drenthe: ontwikkeling naar risicogestuurd toezicht

In het Ontwikkelprogramma RUD Drenthe 2019-2020 geeft de RUD aan dat zij versneld toe wil werken naar risicogestuurd toezicht en effect-/outcomegericht werken. De achtergrond hiervan is dat de RUD gaat voor gerichte inzet van middelen waar dat onderbouwd bijdraagt aan een schoon en veilig Drenthe. De dienst wil komen tot een risico- en milieubewust afwegingskader om de taakuitvoering te programmeren op basis van risico-inschatting en milieurendement binnen de beschikbare financiële kaders. Hierbij hoort dat werkzaamheden worden ingericht op activiteiten en bedrijven die de grootste risico’s met zich meebrengen. Dit betekent een verandering naar risicogericht toezicht in plaats van het uitvoeren van frequentiegericht toezicht. De eerste fase van dit project, op basis van landelijke ervaringen en aanwezige expertise en data, is gestart in 2019 en heeft geleid tot een meer risicogerichte programmering van het toezicht door de RUD in het jaarprogramma voor 2020. In 2020 en verder wil de RUD de methodiek verfijnen en organisatiebreed toewerken naar effect- en outcomegericht werken, mede in het kader van de afspraken rondom de invoering van de Omgevingswet.

 

3.2.6. Veiligheidsregio Drenthe: risicogericht toezicht en toezicht op afstand

De Veiligheidsregio Drenthe (VRD) voert namens de gemeente Borger-Odoorn de toezicht op brandveiligheid uit. De VRD voert de brandveiligheidscontroles op een risicogerichte wijze uit. Dit betekent dat men meer vanuit de aanwezige risico’s in en rond een gebouw toezicht houden en daarop adviseren.

Middels een risico inschatting zijn gebruiksfunctie ingedeeld in risicoklasse. Zo zijn gebouwen waar niet zelfredzame personen aanwezig zijn, gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen of waarbij gelijkwaardigheid is toegepast ingedeeld in een hogere risicogroep. De wijze waarop toezicht gehouden wordt op brandveiligheid bij de verschillende gebruiksfuncties is weergegeven in de risicomatrix van de VRD (zie bijlage 3). Er zijn met de gemeente afspraken gemaakt over deze andere aanpak van het toezicht zoals in de risicomatrix wordt weergegeven.

 

De kern van deze aanpak is dat men in gesprek gaat met gebruikers gaat om de veiligheid van het object integraal te beoordelen en samen tot een aanpak te komen die de risico’s op schade/slachtoffers minimaliseert. De gedachte erachter is dat bij deze aanpak de gebruiker mee wordt genomen in het denken over brandveiligheid, de risico’s van niet-naleving van regels en zelf in staat is om ook in de toekomst brandveiligheid te optimaliseren. Daarnaast is gekeken in voor welke functies toezicht ook anders gerealiseerd kan worden. Voor de minder risico volle objecten is gekozen om dit niet meer fysiek te doen maar op een ander wijze vorm te geven, hierdoor hebben meer mogelijkheden om doelmatiger te werken en komt er meer capaciteit beschikbaar voor gebouwen met een hogere risicoclassificering.

 

Met de risicogerichte aanpak kunnen we toezicht als volgt indelen:

  • 1.

    Bezoek aan bedrijf – Een toezichthouder maakt een afspraak met het object. Het toezicht vindt risicogericht plaats. Samen met de beheerder wordt een rondje door het object gelopen en wordt gekeken wat de risico’s zijn en hoe deze nog verbeterd kunnen worden.

  • 2.

    Online zelfcontrole – Deze controle vindt plaats doordat de eigenaar van een gebouw digitaal een vragenlijst invult met betrekking tot brandveiligheid. De eigenaar is immers zelf verantwoordelijk voor de brandveiligheid van zijn gebouw. Voorafgaand aan de digitale vragenlijst krijgt de eigenaar een brief waarin hij/zij geïnformeerd wordt over deze wijze van controle. Aan de hand van de score die volgt uit de digitale vragenlijst zal worden bepaald of er een bezoek door een toezichthouder moet plaatsvinden. Op basis van steekproeven zullen daadwerkelijk bezoeken blijven plaatsvinden bij objecten die hiervoor in aanmerking komen.

  • 3.

    Geen nood bij brand – Dit is een landelijk project voor zorginstellingen. Zorginstellingen die hieraan mee willen werken worden op een andere manier benaderd waarbij we samen met de gebruikers, zorgverleners en directie een op expeditie gaan door een zorginstelling om te kijken wat de risico’s zijn en wat wij er gezamenlijk aan kunnen doen om dit te verbeteren. Met de zorginstellingen die hieraan niet mee willen doen toezicht worden afspraken gemaakt voor een bezoek.

  • 4.

    Lessen op school – De onderwijsfunctie krijgt geen toezicht meer. Wel kunnen de scholen zich aanmelden voor lessen op school.

  • 5.

    Projectmatige aanpak – Er is ruimte om elk jaar een bepaalde functie projectmatig samen met de gemeente aan te pakken. Denk hierbij aan brandveiligheid keten, winkels of B&B.

  • 6.

    Brandveilig leven – Binnen de VRD houdt team Brandveilig leven zich bezig met alle aspecten van Brandveilig leven. Voor met name woongebouwen wordt op deze manier gewerkt. Op verzoek van woningstichtingen of een Vereniging van Eigenaren geeft de brandweer voorlichting.

  • 7.

    Evenementen – Bij de grotere evenementen wordt de advisering gedaan door het team Evenementen van de VRD. Op verzoek van de gemeente kan een adviseur meelopen met de controles.

 

4. Programma Wabo-vergunningverlening

 

 

4.1. Wabo-producten – probleemanalyse, doelstellingen en prioriteiten

 

4.1.1. Inleiding

Dit onderdeel van het uitvoeringsprogramma betreft vergunningverlening en afhandeling van meldingen voor de volgende activiteiten:

  • bouwen van bouwwerken;

  • uitvoeren van een werk/werkzaamheden (aanleggen);

  • oprichten van een inrichting;

  • brandveilig gebruik (omgevingsvergunning of melding);

  • slopen (omgevingsvergunning of melding);

  • afwijken van de planologische regels;

  • aanpassen van een monument;

  • aanleggen/wijzigen van een weg;

  • aanleggen/wijzigen van een uitweg;

  • kappen;

  • handelsreclame maken;

  • principeverzoeken/legalisatieverzoeken.

 

4.1.2. Probleemanalyse

Wettelijk kader

Het wettelijk kader voor vergunningverlening op het gebied van het omgevingsrecht bestaat in ieder geval uit de volgende wet- en regelgeving:

  • Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);

  • Besluit omgevingsrecht (Bor);

  • Woningwet;

  • Bouwbesluit 2012;

  • Bouwverordening;

  • Wet ruimtelijke ordening (Wro);

  • Wet milieubeheer (Wm);

  • Activiteitenbesluit milieubeheer;

  • Wet natuurbescherming;

  • Bestemmingsplannen;

  • Monumentenwet;

  • Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

 

Doelen van de wet- en regelgeving en gevolgen niet-naleving

 

Het doel van bovengenoemde regelingen is onder andere:

  • veilige en bruikbare bouwwerken, die geen gevaar opleveren voor de gezondheid;

  • veilige wijze van bouwen en slopen;

  • beschermen van monumenten;

  • een goede ruimtelijke ordening;

  • bewaken en beschermen van natuur en milieu;

  • bescherming van de natuur;

  • borgen van (verkeers)veiligheid.

Het risico van het niet naleven van de wet- en regelgeving op het fysieke domein is dat bovenstaande doelen niet of onvoldoende worden bereikt; dat de veiligheid en gezondheid van inwoners worden aangetast, het milieu wordt vervuild of de bescherming van zeldzame flora en fauna niet is gegarandeerd. Deze risico’s perken we zoveel mogelijk in, doordat we de relevante wet- en regelgeving (soms uitgewerkt in aanvullend(e) gemeentelijk(e) beleid en regelgeving) altijd betrekken bij de besluitvorming over een omgevingsvergunning of melding, op de wijze omschreven in hoofdstuk 6 van het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020, en de betrokken belangen afwegen. In elk besluit motiveren we hoe we dit doen en nemen we waar nodig extra voorschriften op.

 

Gemeentelijke uitgangspunten en doelstellingen

In hoofdstuk 6 van het VTH-beleid hebben we de volgende uitgangspunten en doelstellingen geformuleerd:

Uitgangspunten

  • Veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en woonaantrekkelijkheid moeten worden geborgd in de gemeente; het vergunningverleningsbeleid moet in dienst staan van deze ambitie.

  • De gemeente waarborgt rechtszekerheid voor burgers en ondernemers.

  • De gemeente zet bij vergunningverlening in op goede, toegankelijke, klantgerichte en zorgvuldige dienstverlening en communicatie.

  • De gemeente streeft naar afhandeling van vergunningaanvragen binnen de door de wet gestelde termijnen.

  • Bij vergunningverlening denken we mee en kijken we naar wat wél kan (‘ja, tenzij’-principe).

  • We wijzen inwoners en organisaties op hun eigen verantwoordelijkheid om te voldoen aan wet- en regelgeving bij een aanvraag om omgevingsvergunning en om draagvlak in de omgeving te creëren voor hun plannen.

 

Doelstellingen

Met inachtneming van de bovenstaande uitgangspunten stelt de gemeente stelt zich het volgende ten doel:

  • De gemeente streeft ernaar in 2020 te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2, ook bij vergunningverlening.

  • Bij elke vraag van een klant op het gebied van vergunningverlening omgevingsrecht wordt bekeken of vooroverleg zinvol is. Dit vooroverleg dient binnen vier weken afgerond te zijn.

  • Vergunningverlening moet binnen de door de wet gestelde termijnen gebeuren.

 

4.1.3. Prioriteiten

Risicothema’s provincie

De provincie Drenthe heeft voor de VTH-taken een aantal risicothema’s vastgesteld. Wij geven de prioriteit aan deze risicothema’s bij vergunningverlening. Waar binnen de wettelijke kaders discretionaire ruimte is, komen deze thema’s bij het invullen daarvan op de eerste plaats.

 

Milieu

  • De asbestregelgeving door het toezicht op en de handhaving van sloopmeldingen.

  • De regelgeving met betrekking tot verontreinigde grond door toetsing van meldingen en toezicht op het gebruik en de afvoer van bouwstoffen.

  • De regelgeving met betrekking tot brandveiligheid bij opslag gevaarlijke stoffen door het opnemen van de juiste voorschriften in de omgevingsvergunning en het handhaven van deze vergunning.

  • Vergunningverlening en handhaving van de regelgeving met betrekking tot risicovolle inrichtingen.

 

Bouwen

  • De regelgeving met betrekking tot constructieve veiligheid en brandveiligheid door aandacht hiervoor bij vergunningverlening.

 

Monumentenzorg

  • Deskundige uitvoering van vergunningverlening ten behoeve van het aanbrengen van wijzigingen aan rijksmonumenten.

Overig

Bij vergunningverlening wordt gewerkt in lijn met de risicoanalyse en daaruit volgende prioriteitsstelling zoals die in hoofdstuk 6 van dit uitvoeringsprogramma (Programma toezicht en handhaving) is vastgesteld. In dit hoofdstuk is onder meer vastgelegd hoe de inzet op vergunninggericht toezicht is ingepland. Tot slot zijn normen voor bijvoorbeeld afhandelingstermijnen en dienstverlening voor alle categorieën vergunningen van toepassing. Hierin worden verder geen prioriteiten gesteld; alle aanvragen worden afgehandeld volgens dezelfde eisen.

 

4.2. Wabo-producten – aanpak 2020

Een beschrijving van onze werkwijze per Wabo-product is opgenomen in het beleidsplan vergunningverlening. In dit uitvoeringsprogramma gaan we daarom vooral in op de werklast die de verschillende producten in 2020 met zich meebrengen. Bij uitvoering van de werkzaamheden leggen we de accenten overeenkomstig de in paragraaf 4.1 gestelde doelen en prioriteiten. Dit betekent bijvoorbeeld dat we deskundig advies vragen bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor wijziging van een monument.

 

4.2.1. Raming werkzaamheden 2020

Er werken vier Wabo-consulenten bij de afdeling KCC, cluster Omgeving, van de gemeente Borger-Odoorn, die zich bezig houden met Wabo-gerelateerde producten. Er zijn op jaarbasis 4330 uren nodig om de aantallen Wabo-producten, zoals hieronder weergegeven, te kunnen leveren en tevens kwaliteit, toegankelijkheid, klantgerichtheid en zorgvuldigheid van de dienstverlening en communicatie te kunnen waarborgen. De extra tijd die soms gaat zitten in het vooroverleg, wat we erg belangrijk vinden, wordt weer gecompenseerd door de tijdswinst als daardoor de aanvraag sneller kan worden afgehandeld of geen aanvraag wordt ingediend.

 

Intern

Onderstaande tabel bevat een raming van het aantal activiteiten op het gebied van vergunningverlening in 2020. De cijfers zijn gebaseerd op de aantallen van voorgaande jaren.

 

Tabel 4.1: raming aantal op te leveren Wabo-producten 2020

Omgevingsvergunning (gebouwen/bouwwerken)

Geschat aantal

Maatschappelijke gebouwen, (kinder)dagverblijven, scholen, zorg, ziekenhuis, sport etc.

1

Logiesgebouw/restaurant/café/horeca/bedrijf/kantoor/winkel

1

Woongebouwen, appartementen, kamerverhuur

1

Gebouw/gebouwen op een erf met een agrarische functie en het daarbij behorende woonhuis

5

Bijbehorende grotere (agrarische) bouwwerken (loods, industriehal etc.)

15

Woningen

50

Uitbouw, aanbouw, bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging, bijbehorende bouwwerken

136

Monument

1

Bouwwerken geen gebouw zijnde

20

Omgevingsvergunning (anders)

 

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden

5

Omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking

10

Omgevingsvergunning voor tijdelijke afwijking

15

Omgevingsvergunning voor buitenplanse afwijking

6

Omgevingsvergunning voor buitenplanse afwijking (voormalig projectbesluit)

2

Omgevingsvergunning voor activiteit uitweg

16

Omgevingsvergunning voor activiteit kap

85

Rioolaansluitvergunning

12

Buitenplanse afwijking voor B- evenementen

5

Vooroverleg

225

Totaal

611

 

In onderstaande tabel is dit vertaald in een prognose van het aantal uren dat de medewerkers van het KCC, cluster Omgeving, in 2020 zullen besteden aan vergunningverlening omgevingsrecht.

 

Tabel 4.2: urenraming vergunningverlening omgevingsrecht – KCC, cluster omgeving 2020

Product/dienst/activiteit

Nadere omschrijving

Prognose uren

Vooroverleg, principeverzoek

vooroverleg, principeverzoek

1125

Omgevingsvergunning activiteit bouw

bouwen, legalisatieverzoeken

1323

Omgevingsvergunning activiteit uitweg

uitweg, inrit

80

Omgevingsvergunning activiteit kappen

particuliere en gemeentebomen

128

Omgevingsvergunning activiteit aanleg

aanleg werken

23

Omgevingsvergunning en melding brandveilig gebruik

brandveilig gebruik

14

Omgevingsvergunning activiteit afwijking bestemmingsplan

binnenplans, buitenplans, tijdelijk, evenementen

270

Omgevingsvergunning en melding activiteiten milieu

vergunning milieu, melding AIM, WKO, opslag vaste mest

10

Sloopmelding en melding asbest light

sloopmelding asbest, asbest light, monumenten

88

Rioolaansluitvergunning

rioolaansluiting

36

Huisnummerbesluit

huisnummerbesluit

63

Makelaarsvraag/verzoek bodeminformatie

makelaarsvraag, bodeminformatie, notarisvraag

45

Baliedienst/afspraken

baliedienst/afspraken

375

Informatieverstrekking algemeen Wabo en APV

vragen via telefoon, mail, bestemmingsplan

750

Totaal

 

4330

 

Taken uit te besteden aan de RUD Drenthe

Zoals eerder genoemd voert de RUD Drenthe voor de gemeente de VTH-taken op het gebied van milieu uit. In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de in 2020 aan de RUD Drenthe uit te besteden VTH-taken. Daarnaast heeft de gemeente Borger-Odoorn onderstaande onderwerpen als prio 1 meegegeven aan de RUD voor 2020.

 

4.2.2. Monitoring en evaluatie

De Wabo-consulenten letten bij de uitvoering van de werkzaamheden op het vastleggen van in ieder geval aantallen, doorlooptijden (voor zowel vooroverleg als vergunningverleningsprocedures) en bijzondere gevallen. Ook leggen we, conform de algemene afspraak in de organisatie, de contactmomenten met belanghebbenden goed vast en kijken we regelmatig wat we van deze informatie kunnen leren. Met de RUD Drenthe spreken we af dat zijn medewerkers hetzelfde doen. Deze gegevens komen in het VTH-jaarverslag voor de gemeenteraad terecht. Halfjaarlijks willen we gesprekken voeren op medewerkersniveau om te kunnen beoordelen of sturing op het uitvoeringsprogramma nodig is. Wanneer dit het geval is, wordt er opgeschaald naar het MT.

 

Ten aanzien van de kwaliteit worden er in het kader van juridische kwaliteitszorg met ingang van 2020 zeswekelijkse kwaliteitsoverleggen gepland met alle betrokken medewerkers.

 

5. Programma vergunningverlening overig

 

 

5.1 Inleiding

 

5.1.1. Wettelijk kader

Dit hoofdstuk gaat over de verlening van vergunningen en ontheffingen (anders dan omgevingsvergunningen) en het afhandelen van meldingen op grond van de volgende wet- en regelgeving:

  • Drank- en Horecawet (DHW);

  • Wet op de kansspelen; Besluit speelautomaten; Verordening speelautomaten Borger-Odoorn;

  • APV (onder meer: evenementen, markt/standplaatsen, vuurwerk, prostitutie, collecte);

  • Wegenverkeerswet 1994; Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; Regeling gehandicaptenparkeerkaarten (parkeren);

  • Wet kinderopvang; Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzalen

 

Hiervoor zijn de volgende beleidsstukken van belang:

  • Preventie- en handhavingsplan DHW;

  • Nota Evenementenbeleid 2018 gemeente Borger-Odoorn;

  • Beleidsregels Evenementen 2018;

  • Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP);

  • Beleidsregels Gehandicaptenparkeerkaarten en Gehandicaptenparkeerplaatsen gemeente Borger-Odoorn 2012;

  • Beleidsregels standplaatsen gemeente Borger-Odoorn.

 

Het doel van deze wet- en regelgeving en het daarop gebaseerde gemeentelijke beleid is onder meer veiligheid, gezondheid, het voorkomen van overlast en verstoring van de openbare orde, een goede ruimtelijke ordening en het waarborgen van het woon- en leefklimaat . De vergunningverlening is een instrument om deze doelen te bereiken. Ook hier zetten we in op tijdige en kwalitatief goede vergunningverlening, waarbij we het belang van zowel aanvrager als derden in het oog houden en door uniforme toepassing van de regels en het beleid de rechtszekerheid gewaarborgd is.

 

We gaan waar dat mogelijk en nuttig is in een vroeg stadium in gesprek met de aanvrager en eventuele andere betrokken partijen (ook in het kader van integraal werken), om aan verwachtingsmanagement te doen en het proces zo soepel mogelijk te laten verlopen. Een voorbeeld is het integraal overleg bij evenementen, waarbij vanaf het begin de organisator, de gemeente en de adviserende partijen (politie, Veiligheidsregio) samen om de tafel zitten.

 

5.1.2. Hoofdpunten DHW- en evenementenbeleid

Hieronder lichten we het DHW- en evenementenbeleid kort nader toe (voor wat betreft het vergunningverleningsaspect).

 

DHW: regels in de APV en het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!'

Op grond van art. 3 DHW is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een horeca- of slijtersbedrijf uit te oefenen. Art. 35 DHW biedt de mogelijkheid ontheffing te verlenen van dat verbod voor het schenken van zwak-alcoholhoudende dranken bij een bijzondere, zeer tijdelijke gelegenheid. In de APV heeft de raad nadere regels gesteld. Het is bijvoorbeeld zonder ontheffing van de burgemeester verboden bedrijfsmatig/voor geld sterke drank te schenken op scholen, bij jeugdorganisaties of in eetgelegenheden die kleine eetwaren verkopen. Art. 2:34A APV bevat regels voor paracommerciële rechtspersonen (bijvoorbeeld sportverenigingen met een kantine). Paracommerciële rechtspersonen met een sociaal/cultureel karakter, zoals dorpshuizen, mogen in Borger-Odoorn maximaal twaalf keer per jaar een bijeenkomst huisvesten waar zwak alcoholische dranken geschonken worden. Er kan dan ontheffing worden verleend. Sportkantines en andere gelegenheden (kerkelijke gebouwen bijvoorbeeld) mogen maximaal vier keer per jaar zo’n bijeenkomst onderdak bieden. In alle gevallen geldt een meldplicht bij de burgemeester van veertien dagen vooraf.

 

Vergunningverlening voor evenementen hangt nauw samen met vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de DHW; zo stelt de APV regels voor alcoholverstrekking bij evenementen en kunnen op grond van het evenementenbeleid DHW-ontheffingen of voorwaarden/voorschriften rondom (de leeftijdsgrens bij) alcoholverstrekking in evenementenvergunningen worden opgenomen.

 

Evenementen: regels in de APV, de Nota Evenementenbeleid en de Beleidsregels Evenementen

 

Afdeling 7 van de APV (art. 2:24-2:26) vormt het algemene kader voor het organiseren van evenementen in Borger-Odoorn. Centraal staat de evenementenvergunning van de burgemeester: het is verboden zonder vergunning een evenement te organiseren. Onder bepaalde voorwaarden (onder meer een organisator en een bezoekersaantal onder de 250) geldt geen vergunningplicht maar een meldingsplicht; voor kleine evenementen geldt geen van beide. Voor met het bestemmingsplan strijdige evenementen is ook een omgevingsvergunning vereist. De Nota Evenementenbeleid werkt dit uit in de volgende uitgangspunten:

 

  • het stimuleren van en zo weinig mogelijk in de weg staan aan evenementen passend bij een levendige, maar duurzame, gemeente als Borger-Odoorn;

  • reductie van hinder voor de omgeving tot een aanvaardbaar niveau;

  • borgen van de veiligheid van de bezoekers en omwonenden van een evenement.

 

In de nota en de Beleidsregels Evenementen is de gemeentelijke visie ten aanzien van specifieke onderdelen vastgelegd: wanneer een besloten feest toch een evenement is in de zin van de APV en het beleid; hoe de gemeente omgaat met vechtevenementen en evenementen in strijd met de menselijke waardigheid, evenementen met dieren en met motorvoertuigen. Vervolgens worden het aanvraagproces en de inhoudelijke beoordeling (onder meer een risicoanalyse aan de hand van een checklist) behandeld. Er is een ‘witte lijst’ van evenementen die aan de algemene regels voldoen, en waarvoor zonder verdere vergunning reclame geplaatst mag worden. Evenementen waarvoor de burgemeester een evenementenvergunning afgeeft komen op de witte lijst.

 

5.2. Vergunningverlening overig: aanpak 2020

 

5.2.1. Raming werkzaamheden 2020

Het KCC is verantwoordelijk voor de vergunningverlening op grond van bovenstaande wet- en regelgeving. Hiervoor is 2,5 fte beschikbaar, verdeeld over vier medewerkers. Het cluster VSO is verantwoordelijk voor de beleidscyclussen over de APV en evenementen.

 

Daarnaast kunnen de volgende medewerkers van de volgende afdelingen betrokken zijn:

  • Beleidsmedewerker ruimtelijke ordening (afdeling Grondgebiedzaken, cluster Ontwikkeling);

  • Archeoloog (afdeling Grondgebiedzaken, cluster Ontwikkeling);

  • Verkeersdeskundige (afdeling Grondgebiedzaken, cluster Realisatie);

  • OO&V-medewerker (afdeling Bestuurs- en Concernondersteuning, cluster VSO);

  • Jurist (afdeling Bestuurs- en Concernondersteuning, cluster VSO).

 

Ook wordt indien nodig de RUD, de VRD, MBALL, VZD of politie betrokken.

Tabel 5.1 geeft de prognose weer voor het aantal aan de verlening van vergunningen, anders dan omgevingsvergunningen, te besteden uren in 2020.

 

Tabel 5.1: urenraming vergunningverlening overig 2020

Product/dienst/activiteit

Nadere omschrijving

Uren (schatting)

Vergunning drank en horeca

drank en horecawet incl. art 35

81

Vergunning speelautomaten

speelautomaten

2

Vergunning Wet kinderopvang incl. wijzigingen doorvoeren

kinderopvang inclusief wijzigingen

75

Ontheffing vreugdevuur

paasvuur, oudjaarsvuur

21

Melding carbid

carbid

18

Kennisgeving incidentele festiviteit

12-dagen regeling, incidentele festiviteit

42

Evenementen

grote en politiek gevoelige evenementen en meldingen

980

Gehandicaptenparkeerkaart GPK

gehandicaptenparkeerkaart GPK

100

Gehandicaptenparkeerplaats GPP

gehandicaptenparkeerplaats GPP

7

Digitale publicatie DROP/ ter inzage legging

bekendmakingen; E-mail-attendering;

150

Verloting, bingo en collectevergunning

verlotingen, bingo, kienen, collectes

13

Besluit verkeersregelaars, geluidswagen, wedstrijd ad weg

verkeersregelaars, geluidswagen, wedstrijd a/d weg, demonstraties

45

Ontheffing blauwe zone, helikopter, luchtballon

blauwe zone, landen helikopter, luchtballon

20

Woningontruiming en Leegstandswet

woningontruiming en Leegstandswet

8

Marktvergunning en incid. standplaats; plaatsen gem.grond

permanente- en incidentele standplaats; plaatsen gem.grond

18

Beleidscyclus evenementen

procesverbetering en overleg intern/extern

100

Beleidscyclus APV

procesverbetering en overleg intern/extern

40

Totaal

 

1702

5.3. Monitoring en evaluatie

De (monitoring en) evaluatie van evenementen is geregeld in de Nota evenementenbeleid. Voor alle vergunningen, ontheffingen en meldingen in dit hoofdstuk geldt dat het, net als bij omgevingsvergunningen, nuttig is om in ieder geval aantallen, doorlooptijden, bijzondere gevallen en contactmomenten met belanghebbenden goed vast te leggen, om hierop terug te kunnen blikken in het VTH-jaarverslag voor de raad. Monitoring en evaluatie gebeurt door middel van dit jaarverslag. Halfjaarlijks willen we gesprekken voeren op medewerkersniveau om te kunnen beoordelen of sturing op het uitvoeringsprogramma nodig is. Wanneer dit het geval is, wordt er opgeschaald naar het MT.

 

Ten aanzien van de kwaliteit zijn met ingang van 1 januari 2020 in het kader van juridische kwaliteitszorg zeswekelijkse kwaliteitsoverleggen gepland met alle betrokken medewerkers.

 

6. Programma toezicht en handhaving

 

 

6.1. Speerpunten uit het beleid

In het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020 staat over onze visie op toezicht en handhaving onder meer het volgende:

Door duidelijke regels te stellen maken we duidelijk aan welke normen burgers, bedrijven en instellingen moeten voldoen. Daarbij hebben we ook oog voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Toezicht en handhaving zijn geen doel op zichzelf. We streven naar optimale naleving van de regels, maar het gaat daarbij vooral om het doel dat we met de regels beogen. Door de proactieve inzet van duidelijk zichtbare toezichthouders beogen we te voorkomen dat zaken escaleren en dat we aan de achterkant moeten handhaven. Maar waar dat nodig is, zullen we dat uiteraard doen.

Twee uitgangspunten zijn hierbij dus van belang: Ten eerste een pragmatische aanpak waarbij toezicht en handhaving geen doel op zich zijn, maar in dienst staan van het positief beïnvloeden van nalevingsgedrag. Ten tweede is de keuze gemaakt voor een proactieve inzet, in lijn met het adagium ‘voorkomen is beter dan genezen’.

In het beleid zijn zeven speerpunten geformuleerd die in negen voorstellen geconcretiseerd zijn. Deze zijn als aanknopingspunt gebruikt in de verdere uitwerking van het beleid in dit programma.

  • 1.

    We prioriteren toezicht en handhaving op het sociaal domein: Jeugdwet, Wmo 2015, Participatiewet en kinderopvang/peuterspeelzalen.

  • 2.

    Verdere integratie van toezicht tussen het fysieke domein, het sociaal domein en het domein van openbare orde en veiligheid.

  • 3.

    De inzet op vergunningsgericht toezicht spitsen we toe op toezicht op de bouw, op DHW-vergunningen en op evenementenvergunningen.

  • 4.

    Het objectgericht toezicht richt zich op het gebruik van bouwwerken (brandveiligheid, strijdigheid met bestemming) en op de inrichtingsgebonden milieueisen.

  • 5.

    Het gebiedsgericht toezicht richt zich op het gebruik van de openbare ruimte (illegale bouwwerken, illegale reclame; opslag bouwmaterialen, standplaatsen etc.).

  • 6.

    We zetten samen met de Regionale UitvoeringsDienst Drenthe (RUD Drenthe) een stap richting outcomegericht toezicht Wabo/milieu. Hierbij kiezen we als eerste thema voor duurzaamheid, meer concreet energiebesparing.

  • 7.

    We blijven inzetten op meldingen en (handhavings)verzoeken.

Deze speerpunten zijn meegenomen in de onderstaande uitwerking van het beleid.

 

6.2. Inzet van capaciteit

In dit hoofdstuk bespreken we de inzet van capaciteit bij toezicht en handhaving. Per toezichtcategorie zullen we bespreken welke veranderingen en ontwikkelingen relevant zijn. Vervolgens zullen we de beschikbare en in te zetten capaciteit per uitvoerende partij beschrijven. Sinds 2018 is door de gemeenteraad besloten dat de inzet van capaciteit behandeld op basis van acht hoofdcategorieën. Voorheen werd een zeer gedetailleerde prioriteitenmatrix met 94 categorieën gebruikt, maar dit detailniveau had voor sturing door de gemeenteraad geen meerwaarde. In bijlage 5 bij dit uitvoeringsprogramma is de onderliggende prioriteitenmatrix nog wel terug te vinden.

 

6.2.1. Inzet van capaciteit per toezichtscategorie

Per categorie bespreken we de beoogde inzet is, waarbij aandacht wordt geschonken aan de berekende benodigde inzet op basis van voorgestelde prioriteiten en eventuele gemotiveerde afwijkingen daarvan.

 

1. Gemeentelijk toezicht op bouw

Voor deze activiteiten geldt dat ze momenteel in principe door de gemeente worden uitgevoerd. Met de toepassing van het verbeterplan Kwaliteitscriteria VTH is ervoor gekozen een deel van de controles uit te laten voeren door een nog te bepalen externe partij. Deze externe partij is momenteel nog niet gevonden.

Op basis van de vastgestelde prioriteiten is een capaciteit van 1526 uur aan deze categorie benodigd binnen de gemeente. Daarnaast is beraamd dat voor 1628 uur aan werkzaamheden uitbesteed zal worden aan de externe partij.

 

2. Gemeentelijk toezicht op evenementen (in overeenstemming met evenementenbeleid)

Het toezicht op grote evenementen wordt in lijn met het evenementenbeleid uitbesteed aan externe partijen. Veiligheidszorg Drenthe controleert bij evenementen waar personen onder achttien jaar aanwezig zijn. De omvang van deze inzet is niet vooraf bekend, maar is outcome gericht weggezet in dit programma. Ook de VRD voert controles uit bij evenementen. In bijlage 6 is de planning van inzet door de VRD terug te vinden. De gemeente heeft zelf 92 uren geraamd voor toezicht bij evenementen.

 

3. Toezicht op de DHW

Vergunningverlening, toezicht en handhaving op de DHW wordt uitgevoerd in overeenstemming met het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!'. In dit plan stelt de gemeente zich het volgende ten doel:

  • 1.

    Preventief inzetten op informeren van jongeren en hun ouders over de schadelijke gevolgen van alcohol- en lachgas gebruik.

  • 2.

    Afname van alcoholgebruik en van de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik onder de achttien jaar.

  • 3.

    Signaleren en terugdringen van problematisch alcoholgebruik bij zowel volwassenen als jongeren onder de 18.

  • 4.

    Stijging realiseren van het aantal positieve controles en terugdringen van het aantal incomplete of onjuiste vergunningen bij horecagelegenheden, detailhandelaren en paracommerciële organisaties.

De prioriteit gaat daarbij uit naar de doelgroep onder de achttien en tussen de achttien en 24 jaar.

De uitvoering van dit toezicht wordt verzorgd door Veiligheidszorg Drenthe i.s.m. gemeente en MB-ALL. De toezichtactiviteiten door Veiligheidszorg Drenthe en MB-ALL worden conform onderlinge afspraken ingepland. In het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!' staan de stappen beschreven die zullen worden ondernomen om de gestelde doelen te halen. De gemeente heeft zelf 43 uren geraamd voor toezicht op de DHW.

 

4. Toezicht op gebruik van bouwwerken

Dit toezicht wordt uitgevoerd door twee partijen. De gemeente handelt zelf het toezicht af op activiteiten die te maken hebben met strijdig gebruik van bouwwerken en het handelen zonder afwijking. Daarvoor wordt een inzet van in totaal 234 uur geraamd (respectievelijk 197,5 en 36,5).

Daarnaast houdt de Veiligheidsregio Drenthe (VRD) toezicht met betrekking tot brandveiligheid van gebouwen. Deels vindt dit fysiek (ter plekke) plaats, maar ook een deel van de controles wordt op afstand gedaan. Deze verdeling is terug te vinden in bijlage 6.

 

5. Toezicht door RUD op milieu

Het volledige milieu-gerelateerde toezicht, zowel ten aanzien van objecten als in gebieden en inclusief toezicht op slopen (i.v.m. asbestverwijdering) is uitbesteed aan de RUD. In de RUD-begroting van 2020 is 1977 uren ingekocht voor toezicht en handhaving. Daarnaast is 53 uren ketentoezicht ingecalculeerd. En is ruimte voor 153 uren bodemtoezicht. De planning van de RUD voor 2020 is terug te vinden in bijlage 4 van dit programma. De gemeente voert op dit gebied zelf geen toezicht uit en hiervoor is dan ook geen capaciteit ingeruimd.

 

6. Toezicht door gemeente op gebruik openbare ruimte

Voor het toezicht op het gebruik van de openbare ruimte (voornamelijk op basis van de APV) wordt gewerkt met outcome gerichte indicatoren. Deze worden toegelicht in paragraaf 6.2.2.

 

7. Toezicht in het sociaal domein

Het toezicht in het sociaal domein wordt door verschillende partijen uitgevoerd. Zowel de gemeente Emmen (Participatiewet) als de GGD (Wet kinderopvang, ook op basis van het Afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen) voeren toezicht uit namens de gemeente Borger-Odoorn. Daarnaast is de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente verantwoordelijk voor het toezicht op de Wmo. Het gaat hier om een inzet van 693 uren per jaar. De verdeling van inzet over verschillende activiteiten is uiteengezet in bijlage 1.

 

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Zoals in 2019 al is aangegeven is Wmo-toezicht relatief nieuw en volop in ontwikkeling. Signalen uit de omgeving zijn onmisbaar om toezicht te houden, echter voorkomen is beter. Daarom zal in 2020 meer op preventie worden ingezet. De aanbesteding Wmo begeleiding en dagbesteding is hier een uitgelezen kans voor: controle bij de toegangspoort.

 

Hoofddoel: Kwalitatief goede maatschappelijke ondersteuning voor onze inwoners die dit nodig hebben.

Onderliggende doelen:

  • Alleen gebruik maken van zorgaanbieders die aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoen;

  • Nalevingsgedrag bij zorgaanbieders bevorderen om risico’s te verminderen en kwaliteit te verbeteren;

  • Fraude met zorggelden voorkomen.

Acties om bovenstaande doelen te bereiken:

  • Onderzoek naar kwaliteit van de zorg bij zorgaanbieders. Dit in samenwerking met GGD-Drenthe;

  • Optrekken met omliggende gemeenten bij kwaliteits- en rechtmatigheidsonderzoeken;

  • Kwaliteitscriteria en terugvorderingsmogelijkheden opnemen in aanbesteding Wmo begeleiding en dagbesteding 2020 en verordening Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;

  • Voorlichting sociaal werkers, pgb-houders en zorgaanbieders;

  • PGB verstrekking alleen wanneer noodzakelijk en als pgb-houder of vertegenwoordiger in staat is om pgb te beheren; pgb als bewuste keuze;

  • Controleren op rechtmatigheid van de geleverde zorg.

Meten effect acties:

  • Hercontrole bij kwaliteitscontroles;

  • ‘Afvallers’ noteren bij aanbesteding Wmo begeleiding en dagbesteding;

  • Overzicht verstrekte en geweigerde pgb’s bijhouden;

  • Teruggevorderde bedragen bijhouden.

 

Participatiewet

Voor toezicht en handhaving op de Participatiewet is de volgende outcome indicator geformuleerd.

Doelstelling: Het bevorderen van een rechtmatige uitvoering van de Participatiewet door het actief reageren op signalen en meldingen.

Acties:

  • De Stichting Inlichtingenbureau Gemeenten (IB) verzorgt het gegevensverkeer van de gemeente met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de Belastingdienst (BD) en de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) in het kader van de bestrijding van witte fraude. Wanneer er een signaal van het inlichtingenbureau wordt ontvangen wordt er een onderzoek gestart. Het gaat om samenloopsignalen. Bijvoorbeeld wanneer iemand een uitkering ontvangt en er ook loon wordt doorgegeven aan de belastingdienst.

  • Men kan een melding doen bij de gemeente als het vermoeden bestaat dat een persoon met een bijstandsuitkering handelt in strijd met de Participatiewet. En daardoor misschien geen of minder recht op bijstand heeft. Er is een telefoonnummer waar naartoe kan worden gebeld om hiervan melding te maken. Deze meldingen worden door de gemeente Emmen op volgorde van binnenkomst onderzocht.

  • Daarnaast doet ook de politie melding wanneer zij vermoeden dat er in strijd met de Participatiewet wordt gehandeld. De meldingen van de politie zijn een prioriteit. En gaan voor meldingen die (anoniem) telefonisch worden gedaan. Reden hiervoor is onder andere de grotere slagingskans.

 

Meten: De uitkomsten van de signalen en meldingen worden bijgehouden door de gemeente Emmen. We hebben hierdoor inzage in de hoeveelheid meldingen die leiden tot handhaving. En in hoeveel van de gevallen geen handhaving nodig is. Door het bijhouden van de aantallen kan worden gemeten of meer, evenveel of minder signalen leiden tot handhaving dan in voorgaande jaren. Hierdoor kan worden vastgesteld of er sprake is van een toe- of afname van de naleving van de wet- en regelgeving. Wat wel van belang is om in het oog te houden is dat dit inzage geeft in de resultaten van reactief toezicht.

 

Kinderopvang

De toezichthouder van de GGD bezoekt namens de gemeente jaarlijks de geregistreerde kinderopvanglocaties per gemeente, de zogenaamde reguliere inspecties. Opvanglocaties die regulier geïnspecteerd worden zijn kinderdagverblijven, kinderdagverblijven met een registratie van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, nieuwe gastouders en een steekproef (in 2020 10%) bij geregistreerde gastouders. In onderstaande tabel staat per soort het aantal geplande reguliere inspecties voor 2020 aangegeven.

 

Soort

Kinderopvang

Buitenschoolse opvang

Gastouders

Totaal

Aantal geplande inspecties in 2020

20

11

8

39

 

Daarnaast voeren de toezichthouders de onvoorziene inspecties uit, waarvan drie typen zijn. Het eerste type zijn de onderzoeken die voor en na registratie van een nieuwe opvanglocatie (zonder of met VVE-registratie) worden uitgevoerd. Het tweede type zijn incidentele onderzoeken, waarbij n.a.v. een concrete aanleiding, zoals klachten of signalen, gekeken wordt naar de naleving van de regels. Een incidenteel onderzoek wordt ook uitgevoerd bij een aanvraag tot wijziging, bijvoorbeeld een uitbreiding van het aantal kindplaatsen of een houderwijziging. Het derde type onvoorziene inspecties zijn nadere onderzoeken, die plaatsvinden als na een regulier of incidenteel onderzoek tekortkomingen zijn geconstateerd. Ook het aantal onvoorziene inspecties wordt jaarlijks per gemeente geprognotiseerd, waarbij rekening gehouden wordt met de aantallen in voorafgaande jaren, landelijke en regionale ontwikkelingen. In 2020 houdt de GGD rekening met 37 onvoorziene inspecties voor de gemeente Borger-Odoorn.

 

8. Overig toezicht

Dit is toezicht op een restcategorie aan activiteiten waarbij toezicht door gemeente wordt uitgevoerd maar die niet binnen een speerpunt uit het VTH-beleid vallen. Dit betreft naar schatting 61 uur aan personele inzet.

 

6.2.2. Outcomegericht toezicht omgevingsrecht en overig

Ten aanzien van onderstaande onderwerpen willen we inzetten op toezicht waarbij de inzet wordt gebaseerd op outcomegerichte indicatoren. Hierbij wordt de focus dus niet gelegd op het aantal uren dat aan toezicht wordt besteed, maar aan de gewenste resultaten (de outcome) van het toezicht op dit gebied. Op basis van de ervaring met deze manier van werken kijken we daarna op welke terreinen we nog meer op deze manier kunnen gaan werken.

 

Outcome indicatoren bij toezicht op de Drank- en horecawet

Hoofddoel: geen alcoholverkoop aan personen onder de achttien jaar.

Achterliggende doeleinden:

  • Ervoor zorgen dat de overlast op straat vermindert;

  • tegengaan van gezondheidsnadelen bij jongeren onder de 18 jaar.

Acties (om het doel te bereiken): staan beschreven in het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!'

Meten: door middel van steekproefcontroles en leeftijdscontroles. Of anderszins zoals beschreven in het alcoholpreventieplan.

 

Outcome indicatoren toezicht in de openbare ruimte

Hoofddoel: een ‘opgeruimde’ openbare ruimte en een net straatbeeld

Achterliggende doeleinden:

  • De ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten borgen en versterken.

  • Behouden en waar nodig vergroten van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

  • Voorkomen van verrommeling van de fysieke leefomgeving.

Acties (om het doel te bereiken): De toezichthouders gaan proactief in de openbare ruimte controleren. Hierbij hebben zij aandacht voor zaken die onze inwoners raken zoals illegale bouwwerken, illegale reclames, verrommeling, opslag van materiaal, brandgevaarlijke situaties en dumpingen van afval (zoals tuinafval, grofvuil, asbest en drugsafval). Wanneer de toezichthouder dergelijke zaken constateert wordt de situatie vastgelegd. Vervolgens wordt het onderzoek naar de overtreder gestart. Wanneer de overtreder bekend is gaat de toezichthouder met diegene in gesprek en vraagt de strijdige situatie te beëindigen (dus de openbare ruimte op te ruimen). Hiervoor wordt een termijn gesteld. Wanneer de overtreder niet kan worden achterhaald dan zorgt de toezichthouder ervoor dat de strijdige situatie wordt beëindigd (bijvoorbeeld door het inschakelen van buurtbeheer). In beide gevallen wordt dus zorggedragen voor het opruimen van de openbare ruimte, door de overtreder of door de gemeente.

Meten: door het aantal meldingen openbare ruimte (MOR-meldingen) in beeld te brengen en deze te vergelijken met het aantal meldingen van voorgaande jaren. Wanneer er in 2020 minder MOR-meldingen worden ontvangen dan in de voorgaande jaren kan worden geconcludeerd dat de acties het gewenste effect hebben.

 

Verdieping outcomes ten aanzien van reclame-uitingen

Steeds vaker wordt door de gemeentelijk toezichthouders geconstateerd dat er wordt geplakt en geklad in de openbare ruimte. Dit gebeurt op elektriciteitskasten, lantarenpalen en ander beplakbare objecten. Ook worden er regelmatige reclame-uitingen aangetroffen die niet passen binnen het beleid van de gemeente. Dit beleid volgt uit de Apv en de Beleidsnotitie ‘reclame-uitingen en uitstallingen langs en op de gemeentelijke (invals)wegen’). Zo worden er reclame-uitingen aangetroffen buiten de daarvoor aangewezen zone. Of gaan de reclame-uitingen niet over een evenement dat in de gemeente zal plaatsvinden.

 

In 2020 zullen de toezichthouders ook ten aanzien van reclame-uitingen proactief te werk gaan. Dit betekent dat er actie wordt ondernomen ten aanzien van reclame-uitingen die niet conform het beleid van de gemeente zijn geplaatst. Bij overtreding wordt er op dezelfde wijze gehandeld als beschreven onder het kopje ‘outcome indicatoren toezicht in de openbare ruimte’. Dit ligt anders als er sprake is van een acuut gevaar. Bijvoorbeeld als er sprake is van een verkeersgevaarlijke situatie. In dat geval mogen en zullen de toezichthouders direct overgaan tot verwijdering van de reclame-uiting (het obstakel). Meting zal plaatsvinden door middel van het in kaart brengen van het aantal meldingen openbare ruimte die over reclame-uitingen gaan. Hiervoor is een aparte toezichtszaak in het medewerkersportaal beschikbaar.

 

Openbare orde en veiligheid

 

Outcome indicatoren toezicht BOA’s domein 2 (openbare ruimte) van VZD

Hoofddoel: het bevorderen van de naleving van wet- en regelgeving.

Achterliggende doelen:

  • Het verminderen/voorkomen van diverse vormen van overlast.

  • Het verbeteren van de leefbaarheid.

  • Mensen ertoe bewegen zich te houden aan de parkeerregels in Borger (Centrum). En het voorkomen van chaotische parkeersituaties.

Acties:

De BOA’s werken ook in 2020 in Borger-Centrum, om daar het parkeerbeleid te handhaven. Sinds april 2019 is het parkeerregime van de “blauwe zone” daar namelijk van toepassing. De BOA’s hebben eerst voor een periode van 3 maanden waarschuwingen met een informatieflyer over het nieuwe parkeerregime uitgedeeld aan foutparkeerders. Na deze waarschuwingsperiode zijn ze begonnen met het uitschrijven van boetes.

De BOA’s zullen naar verwachting vanaf mei 2020 ook elders in de gemeente worden ingezet om andersoortige overlast te helpen bestrijden/voorkomen. Hierbij kan dan bijvoorbeeld gedacht worden aan de hondenpoep problematiek in Nieuw-Buinen. De mogelijkheid tot het uitdelen van boetes is hierbij één van de instrumenten die de BOA’s hebben om deze doelen te bereiken. Het informeren van mensen over de relevante wet- en regelgeving (en de daaruit voortvloeiende verplichtingen) waarop gehandhaafd wordt en het beantwoorden van vragen van burgers daarover, is echter een minstens zo belangrijk middel.

Meten:

Door de hoeveelheid uitgedeelde waarschuwingen (indien van toepassing) en/of boetes voor bepaalde overtredingen in kaart te brengen en te monitoren, kan worden vastgesteld of er sprake is van een toe- of afname van de naleving van de wet- en regelgeving. Dit uiteraard wel bij een gelijkblijvende inzet van de BOA’s over de meetperiode (dus bijv. elke week 4 uur handhaving op het parkeerbeleid in Borger). Indien de hoeveelheid boetes in 2020 een dalende lijn vertoont ten opzichte van 2019, dan kan er worden geconcludeerd dat de mate waarin mensen zich confirmeren aan de regels waarop gehandhaafd wordt, gestegen is, hetgeen het beoogde hoofddoel is.

 

Outcome indicatoren evenementen(beleid)

Hoofddoel: het faciliteren van evenementen, met borging van de leefbaarheid en veiligheid van de omgeving en bezoekers.

Achterliggende doelen:

  • Het stimuleren van toerisme -en daarmee de lokale economie- in de gemeente.

  • Bijdragen aan het imago van Borger-Odoorn als aantrekkelijke woon- en recreëergemeente.

  • Het zoveel mogelijk voorkomen en beperken van hinder voor de omgeving.

  • Zorgdragen voor de veiligheid van bezoekers en omwonenden van evenementen

Acties (om het doel te bereiken):

Het evenementenbeleid heeft tot doel om kaders te stellen voor de manier waarop wij als gemeente evenementen kunnen faciliteren, met borging van de leefbaarheid en veiligheid voor omgeving en bezoekers. Om dit te bewerkstelligen bevat het beleid een nadere uitwerking van de relevante wet- en regelgeving op het gebied van evenementen; dit zijn hoofdzakelijk de APV en de Wabo, met de daarbij relevante jurisprudentie. Door deze uitwerking is de procedure voor het indienen van een vergunningsaanvraag helder uiteengezet, met daarbij ook de bijbehorende voorwaarden inzichtelijk gemaakt. Op deze manier faciliteert de gemeente een ieder die een evenement bij ons wil organiseren, doordat zij direct kunnen zien wat daarvoor nodig is en wat de voorwaarden zijn. Deze voorwaarden zien onder meer op wanneer er wel of niet een evenementvergunning nodig is (of kan worden volstaan met een melding), maar ook op zaken als welk type evenementen wij wenselijk achten en welke juist niet. Ook worden er voorschriften gesteld t.a.v. aspecten die zien op geluid, alcohol, gezondheid & hygiëne, verkeer en veiligheid. Deze voorschriften zijn er om te waarborgen dat evenementen op een ordelijke en veilige wijze plaatsvinden, met zo min mogelijk hinder voor de omgeving. Tot slot bevat het evenementenbeleid ook de procedure voor de risicoanalyse, die voor elk evenement doorlopen wordt. Op grond van de uitkomsten hiervan, wordt bepaald of en zo ja in welke mate, advisering door (externe) adviespartners noodzakelijk is. Hierbij kan dan gedacht worden aan de politie, brandweer, afdeling OOV van de gemeente, GHOR etc.

Ook dit proces staat weer ten dienste van het faciliteren van evenementen, met waarborging van de veiligheid en leefbaarheid voor de omgeving en bezoekers.

Meten:

Door middel van het monitoren van de hoeveelheid aangevraagde/gemelde evenementen, kan inzichtelijk worden gemaakt of er sprake is van een toe- of afname van de wens om in Borger-Odoorn evenementen te organiseren. Door vervolgens te kijken hoeveel van deze aangevraagde/gemelde evenementen feitelijk worden toegestaan, hetzij omdat er een vergunning voor verleend is of hetzij omdat er voldaan wordt aan de voorwaarden voor het vergunningsvrij of alleen met melding mogen plaatsvinden, kan bekeken worden of er in een jaar meer of juist minder evenementen hebben plaatsgevonden. Deze informatie kan dan weer worden gekoppeld aan de hoeveelheid klachten/incidentmeldingen die er in een jaar zijn binnengekomen over evenementen. Indien er, bij een gelijkblijvende of zelfs stijgende hoeveelheid evenementen, minder klachten/meldingen zijn binnengekomen dan het jaar ervoor, kan er worden geconcludeerd dat het eerdergenoemde hoofddoel steeds beter behaald wordt. Ook bij een (licht) dalende hoeveelheid evenementen in vergelijking met het jaar ervoor kan hiervan overigens sprake zijn, indien de hoeveelheid klachten/meldingen naar verhouding harder is gedaald dan de hoeveelheid evenementen.

 

Outcome indicatoren handhavingsbeleid hard- en softdrugs

Hoofddoel: het optreden tegen illegale drugshandel en productie

Achterliggende doelen:

  • Het voorkomen van herhaling van de overtreding en het ontstaan van ongewenste precedentwerking.

  • Het afgeven van een signaal naar de omgeving dat drugscriminaliteit niet getolereerd wordt.

  • De loop naar drugspanden door telers, dealers, klanten en bezoekers beëindigen.

  • Het tegengaan van verloedering en de vergroting van de veiligheid en leefbaarheid in de samenleving.

Acties:

Het handhavingsbeleid hard- en soft drugs biedt diverse mogelijkheden om als gemeente handhavend op te kunnen treden tegen illegale drugshandel en productie. Het beleid biedt ook handvatten voor het te volgen handhavingstraject. Dit is namelijk afhankelijk van de situatie ter plaatse. De mogelijkheid om woningen, lokalen en/of erven waar illegale drugsgerelateerde zaken hebben plaatsgevonden voor een bepaalde periode te sluiten, is daarbij het belangrijkste instrument. Indien het besluit luidt dat er wordt overgegaan tot sluiting van woning/lokaal/erf, dan zal de gemeentelijke toezichthouder datgene dat gesloten moet worden verzegelen en er tevens duidelijk zichtbaar een plakkaat op aanbrengen. Op dit plakkaat staat aangegeven waarom en tot wanneer de sluiting plaatsvindt. Ook bestaat de mogelijkheid om een last onder dwangsom op te leggen. Door toepassing van deze handhavingsinstrumenten, wordt beoogd daadkrachtig op te treden tegen drugscriminaliteit.

Meten:

Door het aantal woning/lokaal/erf sluitingen en de hoeveelheid uitgegane lasten onder dwangsom i.v.m. illegale drugsgerelateerde activiteiten per jaar in beeld te brengen en te vergelijken met voorgaande jaren, kan worden bezien of er sprake is van een stijging of een daling m.b.t. de frequentie van handhavend optreden t.a.v. drugsgerelateerde zaken.

Hierbij is het echter lastiger om te duiden wat een dergelijke stijging of een daling zegt over de omvang van de drugscriminaliteit. Voor de input voor handhaving op dit onderwerp is de gemeente immers afhankelijk van de politie, en hun handhavingscapaciteit hiervoor kan per jaar verschillen. Bij een gelijkblijvende politie-inzet op dit onderwerp over de meetperiodes die vergeleken worden, kan een daling/of stijging van de hoeveelheid drugsgerelateerde handhavingsprocedures wel een indicatie zijn voor de groei of daling van de lokale drugscriminaliteit.

 

6.2.3. Urenraming

Hieronder is een overzicht gegeven van de urenraming voor de uitvoering van het toezicht. Het overzicht is een samenvatting van de in de voorgaande paragraaf beschreven toezichtvormen. In de tabel is naast de eerder beschreven categorieën een extra post toegevoegd. Wij achten dit nodig omdat er twee factoren zijn die naar verwachting extra capaciteit vergen, zonder dat deze onder te brengen zijn bij een bepaalde toezichtcategorie. Voor het integraal oppakken van toezicht en handhaving conform speerpunt 2 uit Toezicht 2020 (zie hoofdstuk 2) is extra inzet nodig. Er moet tijd worden vrijgemaakt voor het maken van werkafspraken, vastleggen van afstemmingsprocessen en monitoren van de voortgang op dit punt. We schatten de inzet op dit speerpunt op 300 uren.

 

Ten tweede willen we capaciteit reserveren voor het toezicht naar aanleiding van handhavingsacties. Als vuistregel wordt voor de benodigde inzet aangehouden dat ongeveer 10% van de totale inzet op toezicht extra benodigd is voor ondersteuning van handhavingsacties, bijvoorbeeld in de vorm van controles op handhavingsgevallen. In 2020 willen we hiervoor 505 uur inplannen.

 

Afhandeling van meldingen en signalen van burgers blijft in lijn met speerpunt 7 uit de beleidsnota Toezicht 2020 van belang. Hiervoor plannen we echter niet apart uren in. De verwachting is doordat bij veel activiteiten sprake is van een geïntensiveerd toezicht, het aantal meldingen aanzienlijk zal afnemen. Hierdoor verwachten we binnen de ingeplande capaciteit te kunnen voldoen aan de ambitie om signalen voortvarend op te blijven pakken.

 

Op basis van de cijfers uit de tabel en de beschikbare uren is in onderstaande tabel aangegeven hoeveel uren voor verschillende taakvelden nodig zijn en hoeveel uren zijn opgenomen in de ureninzet (vaste formatie) van het Klantcontactcentrum. Er zijn 3 fte (1 fte =1550 productieve uren) beschikbaar voor gemeentelijk toezicht. Deze uren zijn belegd bij de toezichthouders van KCC, Omgeving. Bij het bepalen van de beschikbare uren is uitgegaan van 1427 beschikbare uren per toezichthouder. Er zijn op de beschikbare 4500 uren in mindering gebracht vanwege onder andere de inzet op organisatieontwikkeling.

 

Voor het toezicht op de Wmo is eerder al ongeveer 0,5 fte (693 uren) inzet vastgelegd, belegd bij de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling. In bijlage 1 staat de planning van de Wmo-toezichthouder.

 

Tabel 6.1: Geplande inzet per toezicht categorie, per uitvoerende partij 2020

 

Toezichtcategorie

Geplande inzet (uren)

Uitvoerende partij

Gemeentelijk toezicht op bouw

1526

1628

Gemeente

n.t.b. externe partij

Toezicht op evenementen

 

92

Niet bekend

Conform budget

Gemeente

VZD

VRD

Toezicht op de DHW

43

Outcome-gericht toezicht

Conform budget

Gemeente

 

VZD en MB-ALL

Toezicht op gebruik van bouwwerken

 

234

Conform budget

Gemeente

VRD

Toezicht op milieu

2183

RUD

Toezicht op gebruik openbare ruimte

1439

Outcome-gericht toezicht

Conform budget

Gemeente

 

 

 

VZD

Toezicht in het sociaal domein

Wmo

Participatiewet

Wet kinderopvang

 

693

Conform budget

Conform budget

 

Gemeente (MO)

Gemeente Emmen

GGD

Overig toezicht

61

Gemeente

Inzet op invoering en toepassing integraal werken afstemming tussen domeinen/partijen

381

Gemeente

Inzet op toezicht voor ondersteuning handhaving

505

Gemeente

Totale inzet toezicht

4281

1628

2183

Budget

Budget

Budget

Gemeente

Extern (n.t.b.)

RUD

VRD

VZD en MB-ALL

Gemeente Emmen

 

Inzet op handhaving door juridisch team

VTH-beleidscyclus

900

480

Gemeente

6.2.4. Overzicht van uit te besteden activiteiten

Uit het bovenstaande overzichten blijkt dat voor 1628 uur toezichtactiviteiten niet door de gemeente uitgevoerd zullen worden. Dit betreft hoofdzakelijk toezicht dat in lijn met het Verbeterplan Kwaliteitscriteria 2.2 (zie paragraaf 3.1.1) niet door de gemeente zelf kan worden uitgevoerd, omdat de benodigde expertise niet aanwezig is of op peil kan worden gehouden gezien het aantal gevallen waarop per jaar toezicht gehouden wordt. De keuze voor de partij en de inrichting van deze uitvoeringspraktijk zal in de komende periode moeten worden bepaald. Daarbij moet worden opgemerkt dat deze uitbesteding een tijdelijke overbrugging betreft. De verwachting is dat met inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (zie paragraaf 3.1.4) deze toezicht activiteiten grotendeels bij marktpartijen worden belegd.

6.3. Organisatie van het toezicht

In de gemeente Borger-Odoorn is het grootste deel van het toezicht ondergebracht in het Klantcontactcentrum, cluster Omgeving. Het toezicht op het sociaal domein is ondergebracht bij de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling (MO). Handhaving is ondergebracht bij afdeling BCO, cluster VSO. De volgende functionarissen en organisaties zijn betrokken bij de uitvoering:

  • Wabo-consulenten;

  • Regionale uitvoeringsdienst (RUD);

  • Veiligheidsregio Drenthe (VRD);

  • Veiligheidszorg Drenthe (toezicht Drank en Horeca);

  • MB-ALL (toezicht Drank en Horeca);

  • Toezichthouder sociaal domein;

  • Toezichthouders openbaar gebied;

  • BAG-beheerder, voor administratief toezicht op bouwwerken;

  • Juridisch medewerker (vanuit het cluster VSO voor handhaving);

  • Coördinator.

 

Met ingang van 1 januari 2014 worden taken op het gebied van milieutoezicht uitgevoerd door de RUD. Naast bovengenoemde toezichthoudende taken, zijn er nog de taken die voortvloeien uit de Wabo, Apv, ruimtelijke ordening en gebruik (van bouwwerken en de openbare ruimte) en de overige toezichthoudende taken op het gebied van de fysieke leefomgeving. Borger-Odoorn beschikt over een BOA bij het toezicht dat wordt uitgevoerd door een externe partij voor de Drank- en Horecawet. Vanaf 23 april 2019 is er BOA-capaciteit (Domein 2 BOA’s van Veiligheidszorg Drenthe) ingezet voor het uitvoeren van toezicht en handhaving op het geldende parkeerregime in Borger met specifieke aandacht voor het centrum (onder andere de blauwe zone). Ook in 2020 wordt op dit punt BOA-capaciteit ingezet. Zie hiervoor verder paragraaf 6.2.2 waarin de outcome indicator over dit onderwerp staat benoemd. De inzet van BOA’s in de openbare ruimte wordt daarnaast in 2020 uitgebreid met 8 uren per week. Welke taken de BOA’s in deze tijd zullen uitvoeren is nog niet vastgelegd. Het zullen in ieder geval taken in de openbare ruimte betreffen.

 

De administratieve afhandeling, waaronder het opstellen van brieven en het bijwerken van registratiesystemen, wordt uitgevoerd door de Wabo-consulenten of de toezichthouders zelf, of door de jurist. Uren die vanuit toezicht hiervoor nodig zijn, zijn onderdeel van de normurenbesteding die de gemeente hanteert.

Als er een overtreding wordt geconstateerd, dan zal – als eerste stap in het handhavingstraject – de overtreder worden uitgenodigd voor een gesprek met de Wabo-consulent. De overtreder krijgt hierbij de kans om de illegale situatie eerst zelf binnen een bepaalde termijn te beëindigen. Mocht de overtreder de afspraken niet nakomen of de aanwijzingen niet opvolgen dan zal het handhavingstraject worden voortgezet. Hoe dan ook worden de afspraken vastgelegd in een gespreksverslag.

De juristen zijn verantwoordelijk voor het afhandelen van het juridische traject van de handhaving. Hieronder valt onder meer het eventueel opstellen van een advies aan het college van B&W voor een te nemen besluit en het opstellen van juridische documenten daarbij, en eventueel het behandelen van bezwaren en andere vervolgprocedures tegen het betreffende besluit.

De taken van de verschillende betrokken medewerkers zijn beschreven in de functieomschrijvingen die opgenomen zijn in het functieboek van de gemeente. De functiebeschrijvingen bevatten in algemene bewoordingen en beschrijving van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen.

 

6.4. Werkwijze en administratieve verslaglegging

 

6.4.1. Toezicht

In de eerdere hoofdstukken is beschreven hoe de verschillende vormen van toezicht plaatsvinden. Hierbij is vooral gekeken naar de specifieke werkzaamheden die aan een bepaalde vorm van toezicht zijn verbonden. Maar alle vormen van toezicht kennen een aantal stappen die moeten worden doorlopen om te waarborgen dat het toezicht adequaat plaatsvindt en dat inzicht blijft bestaan in de situatie en mogelijke ontwikkelingen hierin. De stappen waarin ieder toezichtbezoek uiteenvalt zijn:

Stap 0: Aanleiding voor toezicht

Stap 1: Voorbereiden bezoek

Stap 2: Uitvoeren toezicht

Stap 3: Afronding administratief

Stap 4: Uitvoeren eventueel vervolgtraject

 

Stap 0: is de stap die vooraf gaat aan het daadwerkelijke toezicht. Deze stap geeft aan waarom het toezicht plaatsvindt. Dit kan zijn omdat het toezicht is gepland in dit uitvoeringsprogramma, maar ook omdat een vergunning of ontheffing is aangevraagd of omdat een klacht of signaal binnenkomt dat toezicht nodig maakt. Voor ieder toezichtbezoek geldt dat er een document is waarop de aanleiding is terug te vinden.

 

Stap 1: Voorbereiden bezoek is de stap waarin wordt bekeken wat er bekend is over de situatie waarop het toezicht zich richt. Hier wordt gekeken of er informatie is te vinden in dossiers en wordt bepaald waarop tijdens het toezicht moet worden gelet. Voor een aantal vormen van toezicht wordt gebruik gemaakt van (standaard)checklisten. Onder andere voor vergunninggericht bouwtoezicht, slooptoezicht en routinematige controles milieu wordt gebruik gemaakt van checklists. Voor inrichtingen en bouwprojecten zijn relevante documenten te vinden in het betreffende dossier.

 

Stap 2: in deze stap vindt het daadwerkelijke toezicht plaats. De situatie ter plekke wordt bekeken en relevante gegevens worden genoteerd, al dan niet met behulp van een checklist uit de vorige stap. Eventueel worden foto’s gemaakt en afspraken gemaakt over het aanleveren van aanvullende informatie. Ook worden afspraken gemaakt met degene op wie het toezicht zich richt over vervolgstappen die de gemeente onderneemt.

 

Stap 3: omvat de administratieve vastlegging van de verzamelde gegevens en de constateringen die zijn gedaan. In bepaalde gevallen worden de bevindingen schriftelijk gemeld aan degene op wie het toezicht zich richt. Alle relevante documenten worden vastgelegd in het dossier. Indien het toezicht leidt tot vervolgstappen worden deze in deze stap aangekondigd en wordt vastgelegd welke stappen wanneer moeten worden gezet.

 

Stap 4: omvat eventuele hercontroles, het starten van een handhavingstraject door het aankondigen van bestuursrechtelijke stappen en dergelijke. In stap 4 wordt de jurist betrokken bij de werkzaamheden en het bepalen van de te volgen werkwijze. Voor het bepalen van passende handhavingsacties en begunstigingstermijnen wordt gebruik gemaakt van de Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen die als bijlage 2 is opgenomen bij het uitvoeringsprogramma. In het handhavingstraject neemt de jurist het voortouw en ondersteunt de toezichthouder. In het toezichttraject liggen de rollen net andersom.

 

6.4.2. Handhaving

Toezicht kan leiden tot handhaving. Wanneer er sprake is van een overtreding dan heeft de gemeente de beginselplicht tot handhaving. Tenzij er sprake is van concreet zicht op legalisatie of dat handhaving evident onevenredig is met de door handhaving te bereiken doelen. Dit zal per handhavingszaak worden beoordeeld. . Het juridisch team heeft 900 uur voor handhaving gereserveerd in hun werkplan van 2020.

 

Voor handhaving zijn 4 werkprocessen opgesteld die in het eerste of begin tweede kwartaal van 2020 zullen worden voorgelegd aan het MT. Na eventuele vaststelling zal conform deze processen worden gewerkt. Het gaat om de volgende handhavingsprocessen:

  • Proces verzoek om handhaving Wabo/Apv;

  • Proces handhaving uit toezichtscontrole;

  • Proces handhaving na een bijtincident;

  • Proces handhaving bij overtreding van de Opiumwet.

In de processen staat stapsgewijs beschreven welke stappen er moeten worden gezet en door wie. De stappen moeten worden doorlopen door de administratief juridisch medewerker van het cluster VSO, de Wabo-consulenten van KCC, cluster Omgeving en de juristen van het cluster VSO. Het inschakelen van de ketenpartners (bijvoorbeeld VRD of RUD) is ook gewaarborgd in de handhavingsprocessen.

 

Totdat de 4 nieuwe processen zijn vastgesteld door het MT blijven de Wabo-consulenten en juristen werken volgens de bestaande afspraken. Deze afspraken staan in een instructie. De instructie beschrijft de taakverdeling tussen Wabo-consulenten en juristen bij zowel geconstateerde overtredingen als handhavingsverzoeken.

 

6.5 Faciliteiten, middelen en applicaties

Om toezicht en handhaving adequaat uit te voeren moet een aantal afspraken zijn gemaakt en moeten ondersteunende voorzieningen goed geregeld zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om scholing, benodigde apparatuur en software voor onder meer de registratie van gegevens, maar ook om informatievoorziening en contact met andere overheden. In deze paragraaf komen deze vereisten aan bod.

 

6.5.1. Communicatie met andere overheden

Twee keer per jaar is er een regionaal handhavingsoverleg waarin op operationeel niveau handhaving wordt besproken. De drie BOCE-gemeenten zijn daarin vertegenwoordigd met de provincie en de politie.

Borger-Odoorn beschikt alleen over een BOA-capaciteit bij het toezicht voor de Drank- en Horecawet die wordt ingehuurd bij de stichting Veiligheidszorg Drenthe. Aangezien de politie in hetzelfde gebouw is gevestigd als het Klantcontactcentrum zijn de lijntjes kort. Er zijn geen formele afspraken over communicatie over handhavingszaken, maar in de praktijk informeren politie en gemeente elkaar over relevante ontwikkelingen.

 

Een van de speerpunten van het VTH-beleid Borger-Odoorn 2020 is verdere integratie van toezicht tussen het fysieke domein, het sociaal domein en het domein van openbare orde en veiligheid. Sinds enkele jaren wordt gewerkt aan deze integratie. Daarbij wordt ook nadrukkelijk aandacht geschonken aan de manier waarop contacten met andere organisaties en overheden ingericht wordt. De gemeente Borger-Odoorn wil daarbij zelf de regie in handen nemen om het toezicht binnen de eigen grenzen, uitgevoerd door verschillende partijen, optimaal te integreren.

 

6.5.2. Scholing en ontwikkeling

Toezichthouders en handhavers (juristen) van de gemeente Borger-Odoorn worden geacht op de hoogte te zijn van de laatste stand van zaken op het gebied van wet- en regelgeving en ontwikkelingen hierin. Om goed op de hoogte te blijven, kunnen de medewerkers cursussen en opleidingen volgen en bijeenkomsten bijwonen. Hiervoor is geen formeel opleidingsplan opgesteld en uren voor scholing en opleiding zijn niet apart begroot. Tijd voor scholing en ontwikkeling is opgenomen in de indirecte uren.

De afdelingsmanagers zijn verantwoordelijk voor het signaleren van opleidingsbehoeften, zowel vanuit de eisen die het werk stelt als vanuit de persoonlijke wensen van de medewerkers. Om opleidingsbehoeften te inventariseren wordt gebruik gemaakt van persoonlijke ontwikkelingsplannen die de medewerkers opstellen en met hun leidinggevende bespreken.

In het kader van juridische kwaliteitszorg komt er volgend jaar een juridisch opleidingsprogramma voor de juristen.

In het geval dat wetswijzigingen bijscholing noodzakelijk maken, wordt dit veelal regionaal aangepakt. Medewerkers van de gemeente kunnen scholing volgen bij de noordelijke handhavingsacademie. Ook kunnen in overleg met de afdelingsmanager cursussen worden gevolgd of in company worden georganiseerd.

Om inzichtelijk te maken welke tijd besteed wordt aan scholing, dienen deze uren als tijd voor scholing te worden geregistreerd in het tijdschrijfsysteem.

Om te kunnen voldoen aan de Kwaliteitscriteria VTH 2.2 zal scholing niet altijd voldoen. Voor een aantal activiteiten is uitbesteding aan een andere partij een meer doelmatige oplossing, zoals ook vastgesteld in het gerelateerde verbeterplan. Zie hiervoor ook de volgende paragraaf.

 

6.5.3. Kwaliteit van uitbesteding

In 2014 is een begin gemaakt met het uitbesteden van bepaalde toezichttaken op het gebied van milieutoezicht. Dit kan door het werk uit te laten voeren door medewerkers van een andere gemeente of door het werk uit te besteden aan een hierin gespecialiseerde marktpartij. De gemeente heeft hiervoor een raamovereenkomst met een aantal partijen. De werving verloopt via personeelszaken. Bij kleine opdrachten wordt een beroep gedaan op één of meerdere partijen waarmee in het verleden goede ervaringen zijn opgedaan. Deze partij(en) wordt gevraagd een passende aanbieding te doen, die wordt beoordeeld op prijs en kwaliteit van het aanbod.

 

Daarnaast wordt er gewerkt aan de kwaliteitscriteria 2.2. Dit is echter al aan bod gekomen in paragraaf 3.1.1.

 

6.5.4. Apparatuur en voorzieningen

Voor het uitvoeren van controles beschikken de toezichthouders over persoonlijke beschermingsmiddelen en over middelen om metingen te verrichten. Voorbeelden zijn meetlinten, peilstokken en andere meetmiddelen. Voor indicatieve geluidmetingen, analyses en metingen van overlast door geur, licht en andere zaken wordt een beroep gedaan op de RUD.

 

Toezichthouders beschikken over een werkplek op het gemeentehuis. Ook beschikken zij over een mobiele telefoon waarmee zij contact op kunnen nemen met de gemeente als ze `in het veld´ zijn. Voor het vastleggen van situaties beschikt de gemeente over twee fototoestellen die de toezichthouders meenemen op controle.

Toezichthouders kunnen gebruik maken van een dienstauto van de gemeente als zij op controle gaan. Deze auto moet van te voren worden gereserveerd. Voor het uitvoeren van reguliere, te plannen, werkzaamheden voldoet dit goed. Indien (snel) gereageerd moet worden op meldingen, kan het gebeuren dat er niet direct een voertuig beschikbaar is. In de praktijk leidt dit niet tot problemen. Er komen digitale voorzieningen die het mogelijk maken om zaken op locatie digitaal te benaderen en de administratie ter plekke bij te werken.

 

6.5.5. Programmatuur

De gemeente gebruikt het Medewerkersportaal (MP) om gegevens over toezicht en handhaving te registreren en om de afhandeling hiervan vast te leggen en te monitoren. De brieven die naar aanleiding van controles en hercontroles worden geschreven en overige correspondentie die de toezichthouder verstuurd, worden ook opgeslagen in het MP. Ditzelfde geldt voor de correspondentie van de juristen. Hierbij kan worden gedacht aan het handhavingsbesluit of correspondentie met derde-belanghebbenden.

 

6.6. Planning en monitoring

 

6.6.1. Planning en monitoring toezicht

Het uitvoeringsprogramma beschrijft welke werkzaamheden zijn voorzien. De middelen die nodig zijn voor de geplande uitvoering zijn geborgd in de programma- en productbegroting van de gemeente. De aantallen controles die in het uitvoeringsprogramma zijn opgenomen, zijn indicatief en gelden als planning. Het is zaak om in de loop van het jaar te volgen (monitoren) in hoeverre de planning wordt gehaald. Dit is van belang om in de toekomst betere inschattingen te kunnen maken van de benodigde capaciteit per activiteit (en daarmee per categorie activiteiten). Monitoring richt zich op twee zaken:

  • verloopt het toezicht voor bepaalde (categorieën van) activiteiten zoals gepland?

  • zijn de aannames die zijn gedaan correct?

 

Zoals hiervoor aangegeven is het aantal voor toezicht en handhaving beschikbare uren beperkt. Dit betekent dat de uren efficiënt moeten worden ingezet en dat nieuwe inzichten die op grond van monitoring ontstaan tot actie moeten leiden. Indien blijkt dat een bepaalde toezichttaak meer of minder tijd vraagt, moet worden bekeken hoe met deze afwijking wordt omgegaan.

 

Monitoring en evaluatie voor wat betreft het toezicht en handhaving uitgevoerd door de gemeente gebeurt door middel van het Jaarverslag Toezicht en Handhaving. Daarnaast worden halfjaarlijks gesprekken gevoerd op medewerkersniveau om te kunnen beoordelen of sturing op het Uitvoeringsprogramma nodig is. Wanneer dit het geval is wordt er opgeschaald naar het niveau van het managementteam.

 

In het jaarverslag wordt verslag gedaan van de doelen ten aanzien van vergunningsgericht, objectgericht en gebiedsgericht toezicht. Telkens wordt bekeken in hoeverre de doelen zijn behaald en of de geplande inzet is gehaald, is overschreden of dat er minder uren zijn ingezet. Ook het integrale toezicht (over de domeinen heen) wordt expliciet beschreven en geëvalueerd.

 

Tevens wordt de handhaving in dit verslag gerapporteerd, met aandacht voor (toezicht en) handhaving bij kindcentra en voor handhaving in het kader van omgevingsrecht, de Apv en de Opiumwet. Ook cijfers over de geplande en daadwerkelijke personele inzet en het aantal zaken (met ondernomen stappen) worden meegenomen in dit jaarverslag. In dit jaarverslag worden de jaarrapportages van samenwerkingspartijen zoals de RUD, VRD, GGD en andere toezichthoudende partijen meegenomen. Deze partijen stellen ook zelf jaarverslagen op die aan de gemeente als opdrachtgever worden verstrekt.

 

Bij de monitoring gelden de volgende aandachtspunten:

  • 1.

    het aantal daadwerkelijk te controleren/gecontroleerde bouwwerken;

  • 2.

    voortgang van het aantal milieucontroles (uitgevoerde controles ten opzichte van de planning);

  • 3.

    het aantal geconstateerde overtredingen;

  • 4.

    de ontwikkeling in het aantal klachten, meldingen en signalen;

  • 5.

    het aantal zaken waarvoor handhavingstrajecten worden doorlopen;

  • 6.

    de urenbesteding ten opzichte van de urenbegroting.

 

Ad 1. Toezicht op bouwwerken vraagt per geval veel tijd omdat meerdere controles per bouwwerk nodig zijn en iedere controle een aantal uren vraagt. Gevolg is dat een kleine wijziging in het aantal te contoleren objecten veel invloed heeft op de benodigde uren. Naast het aantal te controleren bouwwerken, wordt ook gemonitord of de te controleren bouwwerken daadwerkelijk zijn gecontroleerd. Met een nader te bepalen externe partij moeten hier afspraken over worden gemaakt.

 

Ad 2. Milieucontroles worden uitgevoerd door de RUD conform een jaarlijks opgestelde planning (zie bijlage 4). In het VTH-jaarverslag wordt jaarlijks gerapporteerd of de planning daadwerkelijk gehaald is.

 

Ad 3. Via de checklists die de toezichthouders gebruiken en op basis van rapportages over afgehandelde meldingen wordt in het MP geregistreerd hoeveel overtredingen er zijn geconstateerd. Door deze registraties te raadplegen ontstaat er inzicht in ontwikkelingen, wat informatie oplevert die voor de komende programmering van toezichttaken nuttig is.

 

Ad 4. Het aantal klachten en meldingen is een onzekere factor. Er zijn gegevens uit het verleden beschikbaar, maar in hoeverre deze een beeld geven van de te verwachten situatie, is moeilijk te zeggen. Omdat de afhandeling van klachten gecombineerd moet worden met de reguliere werkzaamheden en omdat klachten meestal binnen afzienbare tijd moeten worden afgehandeld, is in de planning van toezichthouders ruimte opgenomen voor deze afhandeling. Door middel van outcomegericht toezicht in de openbare ruimte willen we klachten en meldingen verminderen.

 

Ad 5. Een toezichtbezoek dat uiteindelijk resulteert in de noodzaak van handhavend optreden, betekent dat uren moeten worden besteed. Op voorhand is moeilijk te bepalen hoeveel handhavingszaken zich gaan voordoen en hoeveel tijd deze gaan vragen. Door hierop te monitoren, blijft in beeld welke werkvoorraad is te verwachten. Door altijd het gesprek aan te gaan met overtreden en eventuele belanghebbenden, wordt gestuurd op het minimaliseren van het aantal handhavingstrajecten waarvoor juridische vervolgstappen genomen moeten worden.

 

Ad 6. In de ureninzet vaste formatie van de afdeling Klantencontactcentrum cluster Omgeving en de ureninzet voor handhaving door de juristen van het juridisch team is aangegeven waar de beschikbare uren waarschijnlijk aan besteed worden. Daarnaast is in dit uitvoeringsprogramma beschreven welke uren nodig zijn om de taken die de gemeente zichzelf oplegt te realiseren.

 

De medewerkers van de gemeente schrijven tijd. Het systeem hiervoor is geoptimaliseerd, zodat medewerkers beter kunnen aangeven aan welke taken zijn daadwerkelijk hebben gewerkt. Op deze manier ontstaat een goed inzicht in ontwikkelingen en mogelijke ruimte in de planning. Tevens leveren de gegevens uit het tijdschrijfsysteem input voor komende uitvoeringsprogramma’s en het jaarverslag waarin de uitvoering van het uitvoeringsprogramma wordt geëvalueerd.

 

Samenvattend; om zicht te houden op en om in te kunnen spelen op ontwikkelingen en om de planning tijdig bij te sturen worden de volgende indicatoren gemeten:

  • Het aantal bouwwerken dat gecontroleerd moet worden (a.d.h.v. verleende vergunningen);

  • Het aantal uitgevoerde milieucontroles ten opzichte van de planning;

  • Het aantal geconstateerde overtredingen en het aantal hercontroles;

  • Het aantal meldingen (klachten) dat is binnengekomen;

  • Het aantal lopende en op te starten handhavingszaken;

  • De uren die zijn besteed aan taken (aan de hand van het tijdschrijfsysteem).

 

6.6.2. Monitoring en evaluatie handhaving

Met de nieuwe processen komt de regie en monitoring op één afdeling te liggen. De administratief juridisch medewerker houdt een overzicht bij van alle binnengekomen en lopende handhavingszaken. Hierdoor kunnen gemakkelijk de doorlooptijden en termijnen worden bijgehouden en gemonitord. En we verwachten dat dit hierop ook een positief effect zal hebben.

 

Als de nieuwe handhavingsprocessen worden vastgesteld dan worden deze jaarlijks geëvalueerd. Bijvoorbeeld door middel van kwaliteitscontroles op thema’s (bijvoorbeeld doorlooptijden of juiste toepassing van de leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen).

 

Verder komt handhaving jaarlijks terug in het VTH-jaarverslag.

Bijlagen

 

  • Bijlage 1: Planning Wmo-toezichthouder

  • Bijlage 2: Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen

  • Bijlage 3: Risicomatrix toezicht VRD

  • Bijlage 4: Overzicht VTH-activiteiten uitgevoerd door de RUD

  • Bijlage 5: Risicomatrix toezicht KCC Omgeving

  • Bijlage 6: Planning toezicht uitgevoerd door de VRD

 

Bovengenoemde bijlagen worden door terinzagelegging bekendgemaakt.

 

Bijlage 1: Planning Wmo-toezichthouder

 

Activiteit: Opleveren handboek Toezicht en handhaving Wmo 2015.

Planning: Concept in april naar Adviesraad Sociaal Domein en college van B&W. In mei definitief vaststellen door college van B&W.

Uren: 150

 

Activiteit: Inrichten preventief toezicht

Planning: maart t/m december

Uren: 120

 

Activiteit: Controleren gecontracteerde zorgaanbieders op kwaliteit en

rechtmatigheid, steekproefsgewijs en op basis van signalen.

Planning: Doorlopend.

Uren: 180

 

Activiteit: Controleren op rechtmatige besteding van de

persoonsgebonden budgetten, steekproefsgewijs en op basis

van signalen.

Planning: Doorlopend

Uren: 110

 

Activiteit: Organiseren bijeenkomsten Drents Toezichthoudersoverleg.

Planning: Donderdag 2 april, 14.00-16.00 uur, Emmen

Donderdag 2 juli, 14.00-16.00 uur, Exloo

Donderdag 8 oktober, 14.00-16.00 uur, Assen

Uren: 20

 

Bijlage 2: Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen

De leidraad wordt als apart document (PDF) bijgevoegd.

 

Bijlage 3: Risicomatrix toezicht VRD

Bijlage 4: Overzicht VTH-activiteiten uitgevoerd door de RUD

Bijlage 5: Risicomatrix toezicht KCC Omgeving

De prioriteitenmatrix wordt als apart document (PDF) bijgevoegd.

 

Bijlage 6: Planning toezicht uitgevoerd door de VRD

 

functie

2020

 

fysiek

afstand

Wonen met zorg

30

 

Kamerverhuur

1

 

Bed- en Breakfast

 

 

Logies > 10 pers.

31

 

Industrie gelijkwaardigheid

 

 

Vuurwerkopslag

4

 

Bijeenkomst > 50 pers.

 

3

Multifunctioneel Accommodatie

8

 

Kinderopvang

3

 

Gezondheidszorg met bedgebied

5

 

Gezondheidszorg

 

 

Cel

 

 

Parkeerkelder > 1000 m²

 

 

Evenementen > 250 pers.

5

 

Recreatie > 50 pers.

3

4

Onderwijs

 

9

Winkelfunctie > 50 pers.

 

 

Kantoorfunctie > 50 pers.

 

 

Sportfunctie > 50 pers

 

 

Totaal

90

16