Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2020, 311566 | Overige besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2020, 311566 | Overige besluiten van algemene strekking |
Gemeente Haarlem - instemming met het saneringsplan - Oudeweg 6, Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem heeft op 23 juli 2020 een melding als bedoeld in artikel 28 van de Wet bodembescherming (Wbb) ontvangen. De melding is gedaan door NS Stations Vastgoed en heeft betrekking op de locatie Oudeweg 6, NSTM-terrein in Haarlem
Bij de melding is ter beoordeling het volgende rapport gevoegd:
Verder zijn recente onderzoeksrapporten aangeleverd, die gebruikt zijn bij het opstellen van dit plan:
De melding betreft het voornemen om, ten behoeve van nieuwbouw (na plaatselijke sloop) en herinrichting van het terrein, projectmatig grond te ontgraven ter plaatse van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Voor dit geval is een beschikking genomen: ‘Raambeschikking instemming raamsaneringsplan en vaststelling ernst en urgentie Oudeweg 6 (NS Hoofdwerkplaats) te Haarlem’, gemeente Haarlem, kenmerk: SB/Mil/RZ/hl/2004/1979, projectcode: NH/0392/00036, d.d. 8 november 2004.
De geldigheid van het raamsaneringsplan is met de beschikking “Wijziging tenaamstelling beschikking plus verlenging beschikking raamsaneringsplan” STZ/MIL/OJ/hl/2016/451976 van 19 oktober 2016 verlengd met vier jaar.
Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging omdat de grond in een bodemvolume van meer dan 25 m3 verontreinigd is met zware metalen, PAK, minerale olie, asbest en VOCl tot boven de interventiewaarde. Tevens wordt meer dan 100 m3 (bodemvolume) sterk met minerale olie en VOCl verontreinigd grondwater (boven de interventiewaarde) aangetroffen.
Omdat is vastgesteld dat er een ontoelaatbaar actueel verspreidingsrisico aanwezig is, is de sanering van dit geval als urgent beoordeeld.
Daarop is voor deze locatie een nazorgplan opgesteld en goedgekeurd:
- Nazorgplan (monitoringsverslag) grondwater terrein NedTrain, Oudeweg 6 Haarlem, Cauberg-Huygen, kenmerk 20081675-07 van 22 juli 2009 (beschikking gemeente Haarlem met kenmerk STZ/MIL/RZ/hl/2009/145300, van 4 februari 2010, geldig tot 4 februari 2014, Wbb-code NH/0392/00036). Project-nummer SBNS: 013.011;
- Beschikking Nazorgplan, locatie Oudeweg 6 (NS Hoofdwerkplaats) te Haarlem, gemeente Haarlem, Wbb-code NH/0392/00036, kenmerk STZ/MIL/RZ/hl/2009/145300, d.d. 1 februari 2010.
Het doel van de nazorg is door middel van grondwatermonitoring te bepalen of op de locatie, ten gevolge van natuurlijke afbraak van de verontreiniging, een stabiele situatie aanwezig blijft. Deze nazorg valt niet onder de werkzaamheden zoals beschreven in het ingediende deelsaneringsplan en zal dus verder niet worden beoordeeld in deze beschikking.
De ingediende onderzoekrapportages zijn alleen beoordeeld voor zover ze van belang zijn voor het ingediende deelsaneringsplan.
De aanvrager heeft aangegeven voor de nu geplande werkzaamheden geen gebruik te willen maken van het bestaande raamsaneringsplan. De werkwijze van het deelsaneringsplan passen wel binnen dit saneringsplan.
Op grond van artikel 39 lid 2 Wet bodembescherming (Wbb) behoeft het deelsaneringsplan onze instemming.
Op de totstandkoming van dit besluit is titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Wij hebben besloten de verkorte procedure te volgen omdat de geplande werkzaamheden gebaseerd zijn op de werkwijze van een BUS-melding tijdelijk uitplaatsen. In het gefaseerd deelsaneringsplan wordt uitgegaan van het door middel van ontgraving tot civieltechnisch benodigde ontgravingdiepte creëren van ruimte voor het realiseren van de voorgenomen herinrichting. Wij verwachten dan ook niet dat er belanghebbenden zijn buiten het terrein.
Op grond van artikel 39 Wbb stemmen wij slechts in met het saneringsplan, indien wij van oordeel zijn dat de daarin beschreven sanering voldoet aan het bepaalde in artikel 38 Wbb. Aan de hand van de gegevens uit het saneringsplan hebben wij, gelet op artikel 39 en 38 Wbb en de Circulaire Bodemsanering 2013 het volgende besloten.
Wij stemmen in met het gefaseerde deelsaneringsplan.
De saneringswerkzaamheden dienen per fase ten minste vijf werkdagen voor de aanvang schriftelijk te worden gemeld met behulp van het bij de beschikking gevoegde formulier aan het Meldpunt Bodem van de gemeente Haarlem, e-mail meldpuntbodem@haarlem.nl. Hierbij moet worden aangegeven wat de omvang en de diepte van de werkzaamheden is en wat de te verwachten grondstromen zijn.
Moet er voor de werkzaamheden grondwater worden bemalen, dan moet een bemalingsplan worden opgesteld. Hieruit moet blijken dat de onttrekking van het grondwater het belang van de bescherming van de bodem niet schaadt. Conform artikel 28 lid 4 van de Wet bodembescherming ontvangen wij een afschrift van de benodigde meldingen en/of vergunningen voor onttrekking en lozing van verontreinigd grondwater.
De sanering moet overeenkomstig het deelsaneringsplan, deze beschikking en de daaraan verbonden voorschriften worden uitgevoerd. Elke afwijking van of wijziging op het deelsaneringsplan of de beschikking op het deelsaneringsplan die zich voorafgaand en tijdens de uitvoering van de sanering voordoet, moet onmiddellijk gemeld worden aan het Meldpunt Bodem. (Artikel 39, lid 4 Wbb)
Binnen drie maanden na de beëindiging van de sanering dient per fase een evaluatieverslag te worden ingediend. In het evaluatieverslag moet in ieder geval de bestemming en hoeveelheden van de eventueel afgevoerde grond met de daarbij behorende afvalstroomnummers te worden vermeld. (artikel 39c). Dit evaluatieverslag moet minimaal de gegevens bevatten zoals die benodigd zijn voor een evaluatie conform de BUS categorie “Tijdelijk uitplaatsen”.
De instemming met het deelsaneringsplan is geldig tot vier jaar na de bekendmaking van de beschikking. De instemming vervalt indien niet binnen vier jaar na de bekendmaking van de beschikking is begonnen met de sanering. Binnen vier jaar na de bekendmaking van de beschikking kan worden verzocht de instemming te verlengen.
Overwegingen die ten grondslag liggen aan dit besluit
De voorgenomen herinrichting bestaat uit:
Verder wordt overwogen de duiker (zuidzijde locatie ± km 100.6-100) te ontgraven en alhier weer een watergang te realiseren, in het verlengde van de bestaande watergang (‘Amsterdamse Vaart’ geheten).
De immobiele verontreiniging van de grond met asbest, zware metalen en PAK wordt verspreid over het gehele terrein aangetroffen. Plaatselijk zijn kernen met mobiele verontreinigingen (minerale olie en VOCl) aangetroffen. De verontreinigingen zijn ontstaan als gevolg van de werkzaamheden die op het terrein door de Nederlandse Spoorwegen zijn uitgevoerd.
Uit de meegeleverde in 2020 uitgevoerde (actualiserende) onderzoeken blijkt dat de verontreinigingen van de volgende ‘vlekken’ met mobiele stoffen binnen het geval, (gedeeltelijk) overlap hebben met de herinrichtingsdeellocaties:
• Vlek B: Verontreiniging met VOCl in het grondwater
Bij de laatste monitoringsronde (2020) is voor vlek B geconcludeerd: “De concentratie aan VC is sterk afgenomen in het middeldiepe grondwater. De streefwaarde wordt nog overschreden. Verder is de situatie vergelijkbaar met 2016: er worden enkel nog streefwaarden overschreden voor DCE en VC.”. Uit de interpretatie van de analyseresultaten blijkt dat in het ondiep grondwater al sinds 2014 enkel licht verhoogde concentraties aanwezig zijn.
• Vlek Voormalige Botsloods: Verontreiniging met VOCl in het grondwater
Ter plaatse van de Vlek voormalige botsloods is in de meest actuele onderzoekrapportage een sterke verbetering vastgesteld. Er zijn geen verhoogde concentraties aan VOCl meer aangetoond ten opzichte van de detectiegrenzen.
• Vlek 20: Verontreiniging met olieproducten in grond en grondwater
Uit de meest actuele onderzoeksgegevens blijkt dat de vlek 20 inmiddels dusdanig beperkt is dat ontgraving/sanering ervan separaat van de eveneens tot het geval behorende met zware metalen verontreinigde grond niet mogelijk is. Bij vlek 20 is in het grondwater geen verontreiniging boven de interventie-waarde gemeten.
• Vlek 85: Verontreiniging met koper, lood, zink en minerale olie >i-waarden in de grond en VOCl, minerale olie, naftaleen en nikkel >i-waarden in het grondwater
Vlek 85 blijkt nu uit twee kleinere kernen te bestaan (85A + 85B).
Verder bevestigt het actualisatieonderzoek de aanwezigheid van immobiele verontreinigingen met zware metalen, PAK en asbest op de locatie.
Met de genoemde bodemonderzoeksrapporten uit 2020 is de verontreinigingssituatie ter plaatste van en nabij de werkzaamheden voldoende vastgelegd.
Het deelsaneringsplan is gericht op het gebruik “bedrijventerrein”. Omdat er (rest)verontreinigingen na sanering in de bodem achterblijven, kan, bij toekomstig gewijzigd bodemgebruik, de urgentie om het geval te saneren veranderen en kan een aanvullende sanering nodig zijn.
Het doel van de sanering is het – in samenloop met de herinrichting - door middel van ontgraving tot civieltechnisch benodigde ontgravingdiepte creëren van ruimte voor het realiseren van de voorgenomen herinrichtingen.
Alle graafwerkzaamheden in de verontreinigde bodem (en het grondverzet met betrekking tot het ontgraven verontreinigde bodem) worden onder saneringscondities uitgevoerd. De civieltechnisch voor de herinrichting benodigde ontgravingen zijn als saneringsgrenzen aan te houden. Er is hierbij geen sprake van getalsmatige terugsaneerwaarden in de vorm van restconcentraties van de verontreinigende stoffen. De werkwijze wordt afgestemd op de werkwijze volgens de Regeling Uniforme Saneringen “Categorie tijdelijk uitplaatsen”
Daar waar de ontgraving dieper reikt dan de verontreinigde bodemlaag wordt – onder milieukundige begeleiding - selectief ontgraven.
Voor een (relatief beperkt) deel van de ontgraven grond geldt dat deze teruggebracht wordt in – of in de nabijheid van - hetzelfde ontgravingsprofiel onder dezelfde bodemomstandigheden (dezelfde diepte + grondslag) zonder dat de grond een bewerking heeft ondergaan.
De overtollige verontreinigde grond wordt van de locatie afgevoerd. De grond met antropogene bijmenging (en - indien om civieltechnische redenen te ontgraven - de grond uit de vlekken Vlek 20, Vlek 85A en/of Vlek 85B) wordt zonder meer afgevoerd naar een erkend verwerker (reiniger).
De bij selectief ontgraven vrijkomende grondstromen (nagenoeg) zonder antropogene bijmenging, wordt op het terrein van NSTM in depot geplaatst en bemonsterd. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt bepaald of de grond naar een grondbank kan worden gevoerd of moet worden gereinigd.
Daar waar voor de herinrichtingswerkzaamheden noodzakelijk, worden voornoemde ontgravingswerkzaamheden onder toepassing van bemaling uitgevoerd.
De nieuwe situatie na herinrichting verschilt in beginsel niet van de huidige inrichting: er is en blijft sprake van een grotendeels verhard/bebouwd spoorwegbedrijfsterrein. Voor de herontwikkeling van de locatie wordt plaatselijk wel verontreinigde grond afgevoerd. Maar dit is geen doel op zich. De verontreinigingssituatie na uitvoering van de werkzaamheden verschilt in principe niet van de huidige situatie.
Het deelsaneringsplan is geldig gedurende een periode van vier jaar. Indien na deze vier jaar saneringswerkzaamheden worden uitgevoerd, zal door ons - voorafgaand aan de werkzaamheden - het deelsaneringsplan op actualiteit moeten worden beoordeeld. Indien het deelsaneringsplan dan nog actueel is, kunnen wij op verzoek de geldigheidstermijn verlengen.
Registratie publiekrechtelijke beperkingen
Omdat dit besluit geen wijziging inhoudt van de ernst of spoedeisendheid van het geval van bodemverontreiniging en er geen wijziging optreedt van de gebruiksbeperkingen als gevolg hiervan, wordt dit besluit niet geregistreerd in het gemeentelijke beperkingenregister. De registratie in dat register blijft dus ongewijzigd.
Deze beschikking heeft betrekking op het navolgende perceel.
De beschikking wordt gezonden naar de aanvrager: NS Stations Vastgoed
Een kopie van de beschikking wordt verzonden aan:
Voor nadere inlichtingen kunt u contact opnemen met de afdeling Omgevingsbeleid, Bevoegd gezag Wet Bodembescherming, telefoonnummer 14023 of per mail naar meldpuntbodem@haarlem.nl.
Bekendmaking en beschikbaarheid voor inzage
Dit besluit wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager en publicatie van de kennisgeving van het besluit op www.officielebekendmakingen.nl
Op grond van artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht zijn deze beschikking, het bijbehorende deelsaneringsplan en de daarop betrekking hebbende stukken gedurende een periode van zes weken (van 16 september tot 30 oktober 2020) digitaal in te zien bij de Publieksdienst, afd. PBO, Raakspoort, Zijlvest 39, 2011 VB Haarlem.
Belanghebbenden kunnen op grond van artikel 7:1 jo. 8:1 Algemene wet bestuursrecht schriftelijk bezwaar maken tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop deze beschikking wordt verzonden (tot 30 oktober 2020). Het bezwaar dient te worden gezonden aan:
Gemeente Haarlem, College van Burgemeester en Wethouders
t.a.v. De Concernstaf, Commissie bezwaar- en beroepschriften
Het bezwaarschrift dient ondertekend te worden en dient tenminste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht en de gronden van het bezwaar bevatten. De indiening is vrij van kosten.
Belanghebbenden kunnen ook digitaal een bezwaarschrift indienen via de website van gemeente Haarlem (https://www.haarlem.nl/bezwaar-tegen-gemeentelijk-besluit).
U heeft hiervoor een elektronische handtekening (DigiD) nodig.
Na afloop van de bezwaartermijn treedt de beschikking in werking. Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Een verzoek om een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als u ook bezwaar maakt. Het verzoek om voorlopige voorziening dient binnen zes weken te worden gericht aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Voor een verzoek om een voorlopige voorziening zijn griffierechten verschuldigd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2020-311566.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.