Gemeenteblad van Zandvoort

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
ZandvoortGemeenteblad 2019, 311640Verordeningen



Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Zandvoort 2020

De raad van de gemeente Zandvoort:

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019;

 

gelet op de overwegingen van de raadscommissie van 3/4 december 2019

 

gelet op artikel 216 en 228 van de Gemeentewet;

besluit de volgende verordening, inclusief tarieventabel, vast te stellen:

 

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting Zandvoort 2020

 

1.1 BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    jaar: een kalenderjaar;

  • b.

    maand: een kalendermaand;

  • c.

    week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;

  • d.

    dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

  • e.

    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort;

  • f.

    bestuursorgaan: de raad, het college of de burgemeester van de gemeente Zandvoort;

  • g.

    vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

  • h.

    ambtenaar belast met de heffing: de gemeenteambtenaar die door het college is aangewezen als de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen.

1.2 NORMSTELLING

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien een bestuursorgaan een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4 Vrijstellingen

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:

  • a.

    voorwerpen, waarvan de gemeente genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;

  • b.

    voorwerpen die ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;

  • c.

    voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

  • d.

    voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, geestelijk, wereldbeschouwelijk, sociaal, weldadig doel dan wel, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel, recreatief of mediadoel;

  • e.

    voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten;

  • f.

    voorzieningen, aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom;

  • g.

    vlaggen die niet bestemd zijn voor commerciële doeleinden, vlaggenmasten, vlaggenstokhouders en dergelijke voorwerpen;

  • h.

    alarminstallaties, camera’s en dergelijke voorwerpen die ten behoeve van de veiligheid van het perceel zijn aangebracht;

  • i.

    voor het gebruik of genot van voorwerpen die niet gesloopt, verplaatst of verandert mogen worden door plaatsing op de Rijksmonumentenlijst of gemeentelijke monumentenlijst;

  • j.

    voorwerpen aangebracht aan een perceel ten behoeve van de afvoer van hemelwater van dat betreffende perceel;

  • k.

    kabels voor elektriciteitsvoorziening welke zijn aangebracht aan het perceel;

  • l.

    spionnetjes, buitenbrievenbussen, rolluiken, receptenbussen, antennes en andere soortgelijke voorwerpen, huisnummerplaatjes en dergelijke voorwerpen;

  • m.

    balkons en andere soortgelijke open uitbouwen met balustrade aan een bovenverdieping van een onroerende zaak of aan een flat, die slechts voor woondoeleinden door de gebruiker van die onroerende zaak kan worden gebruikt;

  • n.

    ten behoeve van het publiek aangebrachte brievenbussen;

  • o.

    wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere overeenkomstige instellingen dan wel soortgelijke voorwerpen ten dienste van het wegverkeer om het gebruik van wegen door zich daarop voortbewegend verkeer te vergemakkelijken, waaronder in ieder geval worden begrepen algemene bewegwijzeringen waarmee een algemeen belang wordt gediend;

  • p.

    borden, masten, palen e.d. die in verband met verkiezingen van vertegenwoordigende lichamen zijn aangebracht;

  • q.

    een mobiele onderzoek unit die wordt gebruikt voor het doen van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet op het bevolkingsonderzoek, voor welk onderzoek op grond van die wet vergunning is verleend, gedurende dat gebruik;

  • r.

    Bloemen- en/of plantenbakken, voor zover die 1) voor of aan de gevel van een woning geplaatst of bevestigd is, 2) voorzien zijn van planten en/of bloemen, 3) uitsluitend gebezigd ten behoeve van opluistering, sfeer of versiering en niet is voorzien van enige reclame-uiting in letters, logo’s of kleuren of als reclamevoorwerp is aan te merken.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 6 Berekening van de precariobelasting

  • 1.

    Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid Aangemerkt.

  • 3.

    Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

  • 4.

    De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

  • 5.

    Indien een bestuursorgaan een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere of langere periode heeft voorgedaan. Bij een kortere periode bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.

  • 6.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

  • 7.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt voor de berekening van de precariobelasting:

    • a.

      Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

    • b.

      Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

  • 8.

    Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1.

    In de gevallen waarin een bestuursorgaan een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

  • 2.

    In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8 Wijze van heffing

De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak.

  • 3.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.

  • 5.

    Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

1.3 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 12 Bevoegdheden

De ‘ambtenaar belast met de heffing’ is belast met de uitvoering van deze verordening.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De 'Verordening precariobelasting 2019', vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking;

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening precariobelasting Zandvoort 2020'.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2019

De griffier,

De voorzitter,

TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PRECARIOBELASTING 2020

 

Hoofdstuk 1 - Algemeen

 

1.1

Het tarief bedraagt voor voorwerpen waarvoor in deze tarieventabel geen afzonderlijk tarief is opgenomen per voorwerp

 

1.1.1

per m² per dag

€ 1,35

1.1.2

per m² per week

€ 3,60

1.1.3

per m² per maand

€ 7,20

1.1.4

per m² per jaar

€ 31,85

 

 

 

Hoofdstuk 2 - Benzinepompinstallaties e.d.

 

2.1

Het tarief bedraagt voor een enkele benzine- of oliepompinstallatie of dergelijke inrichting, met inbegrip van de daarbij behorende pompheuvel, vulput en leidingen

 

2.1.1

per voorwerp per jaar

€ 513,85

2.2

Het tarief bedraagt voor een dubbele benzine- of oliepompinstallatie of dergelijke inrichting, met inbegrip van de daarbij behorende pompheuvel, vulput en leidingen

 

2.2.1

per voorwerp per jaar

€ 1.027,90

2.3

Het tarief bedraagt voor een mengpomp voor benzine en olie ten behoeve van bromfietsen, voor zover deze niet is geïncorporeerd in de normale benzine- of oliepomp als bedoeld in 2.1 en/of 2.2

 

2.3.1

per voorwerp per jaar

€ 25,70

2.4

Het tarief bedraagt voor een water- en/of luchtpompinstallatie met inbegrip van de daarbij behorende geleidingen

 

2.4.1

per voorwerp per jaar

€ 64,30

2.5

Het tarief bedraagt voor een benzine- of olietank of dergelijke inrichting met een inhoud van 5.000 liter of minder

 

2.5.1

per voorwerp per jaar

€ 77,25

2.6

Het tarief bedraagt voor een benzine- of olietank of dergelijke inrichting met een inhoud van meer dan 5.000 liter

 

2.6.1

per voorwerp per jaar

€ 127,90

2.7

Het tarief bedraagt voor een vulput en leidingen, niet behorende bij een benzine- of oliepompinstallatie

 

2.7.1

per voorwerp per jaar

€ 25,70

 

 

 

Hoofdstuk 3 - Reclamevoorwerpen

 

3.1

Het tarief bedraagt voor aankondigings- of andere reclameborden, waaronder (driehoek) sandwichborden

 

3.1.1

per voorwerp per dag

€ 1,35

3.2

Het tarief bedraagt voor lichtbakken, lantaarns, letterreclame, uithangborden of –tekens, gevelborden, alsmede alle andere soortgelijke tot reclamedoeleinden dienende of gebezigde voorwerpen, voor zover deze buiten het gevelvlak uitsteken

 

3.2.1

per m² per jaar

€ 45,10

3.3

Het tarief bedraagt voor een vitrine-, uitstal- of etalagekast en dergelijke

 

3.3.1

per m² per jaar

€ 51,35

 

 

 

Hoofdstuk 4 - Bouw- en onderhoudswerken

 

4.1

Het tarief bedraagt voor bouwmaterialen, waaronder ook een werk- of bergloods, schaft-, directieketen of -wagens, steiger of stelling

 

4.1.1

per m² per dag

€ 0,75

4.1.2

per m² per jaar

€ 28,00

4.2

Het tarief bedraagt voor een heikar of –stelling, kraan, betonmolen, asfaltketel, trechter of enig ander werktuig ten dienste van bouwwerken

 

4.2.1

per m² per dag

€ 0,75

4.2.2

per m² per jaar

€ 28,00

4.3

Het tarief bedraagt voor containers, laadbakken

 

4.3.1

per m² per dag

€ 0,75

4.3.2

per m² per jaar

€ 28,00

4.4

Het tarief bedraagt voor een hek of andere afschutting, andere dan die genoemd in hoofdstuk 5.4

 

4.4.1

per strekkende meter per dag

€ 0,75

4.4.2

per strekkende meter per jaar

€ 28,00

4.5

Indien de onder hoofdstuk 4 genoemde voorwerpen zich bevinden op de in hoofdstuk 7 aangeduide parkeervakken zullen voor de berekening van het tarief de tarieven van hoofdstuk 7 van toepassing zijn.

 

 

 

 

Hoofdstuk 5 - Objecten bij (on)roerende zaken

 

5.1

Het tarief bedraagt voor een fundering, licht- en luchtopening (koekoek), kelderingang of baldakijn

 

5.1.1

per m² per jaar

€ 10,85

5.2

Het tarief bedraagt voor een transportbaan, tunnel of leidingkoker, afvoerputje e.d.

 

5.2.1

per m² per jaar

€ 10,85

5.3

Het tarief bedraagt voor een markies of zonnescherm

 

5.3.1

per strekkende meter per jaar

€ 10,85

5.4

Het tarief bedraagt voor een tochtscherm, windscherm, hek of andere afschutting, andere dan die genoemd in hoofdstuk 4.4

 

5.4.1

per strekkende meter per jaar

€ 25,70

5.5

Het tarief bedraagt voor een automatisch weeg- of verkooptoestel, verrekijker of ander dergelijk toestel

 

5.1.1

per m² per maand

€ 15,15

5.1.2

per m² per jaar

€ 72,35

5.6

Het tarief bedraagt voor een luifel, arcade e.d.

 

5.6.1

per m² per jaar

€ 25,70

 

 

 

Hoofdstuk 6 - Gebruik van grond voor andere doeleinden

 

6.1

Het tarief bedraagt voor een terras, waaronder mede begrepen de daarop geplaatste banken, tafels, parasols, stoelen e.d.

 

6.1.1

In gebied A

 

6.1.1.1

per m² per dag

€ 0,75

6.1.1.2

per m² per maand

€ 8,55

6.1.1.3

per m² per jaar

€ 68,65

6.1.2

In gebied B

 

6.1.2.1

per m² per dag

€ 0,35

6.1.2.2

per m² per maand

€ 4,55

6.1.2.3

per m² per jaar

€ 36,75

6.2

Het tarief bedraagt voor uitgestalde zaken langs gevels

 

6.2.1

In gebied A

 

6.2.1.1

per m² per maand

€ 8,55

6.2.1.2

per m² per jaar

€ 68,65

6.2.2

In gebied B

 

6.2.2.1

per m² per maand

€ 4,55

6.2.2.2

per m² per jaar

€ 36,75

6.3

Het tarief bedraagt voor het plaatsen van voorwerpen in verband met het houden van een evenement of particuliere markt op grond van de APV Zandvoort, zoals buitenpodia of een andere verhoging voor publieke optredens, tenten, parasols, kramen, buitentaps, mobiele urinoirs of toiletten, geluidsinstallaties

 

6.3.1

In gebied A

 

6.3.1.1

per m² per dag

€ 0,75

6.3.1.2

per m² per week

€ 2,65

6.3.1.3

per m² per maand

€ 9,00

6.3.2

In gebied B

 

6.3.2.1

per m² per dag

€ 0,35

6.3.2.2

per m² per week

€ 1,25

6.3.2.3

per m² per maand

€ 4,20

6.4

Onder de gebieden welke in hoofdstuk 6 zijn opgenomen dient te worden verstaan:

 

6.4.1

Gebied A: de wegen, straten en pleinen e.d. van de gemeente gelegen tussen de noordzijde J. van Heemskerckstraat, oostzijde Burg. Engelbertsstraat in aansluiting met hoek Zeestraat, noordzijde Zeestraat, oostzijde Haltestraat, noordzijde Louis Davidsstraat, noordzijde Prinsesseweg, de oostzijde van de Koninginneweg, de noordzijde van de Haarlemmerstraat, zuidzijde Hogeweg, de oostzijde van de Westerparkstraat,

 

 

de zuidzijde van de Torenstraat, zuidzijde Thorbeckestraat in aansluiting met Boulevard Paulus Loot, de Boulevard Paulus Loot tot aan de Boulevard de Favauge, Boulevard de Favauge tot Boulevard Barnaart; en voorts aan de binnen dit gebied liggende wegen, straten, pleinen e.d. uitkomende zijstraten tot een afstand van 20 meter van het snijpunt van de rijbaankanten of de verlengden daarvan. Indien de onder hoofdstuk 6 genoemde voorwerpen zich gedeeltelijk bevinden binnen voormelde afstand van 20 meter, worden voor de berekening van het tarief de voorwerpen geacht geheel binnen die afstand te zijn gelegen.

 

 

 

6.4.2

Gebied B: alle niet onder gebied A (6.4.1.) genoemde wegen, straten, pleinen e.d.

 

6.5

Indien de onder hoofdstuk 6 genoemde voorwerpen zich bevinden op de in hoofdstuk 7 aangeduide parkeervakken zal voor de berekening van het tarief de tarieven in hoofdstuk 6 van toepassing zijn.

 

 

 

 

Hoofdstuk 7 - Plaatsen van voorwerpen in parkeervak

 

7.1

Het tarief bedraagt voor het plaatsen van voorwerpen anders dan een voertuig in een parkeervak waar parkeren slechts tegen betaling van parkeerbelasting of met gebruikmaking van een vergunning is toegestaan:

 

7.1.1

per parkeervak per dag

€ 24,30

 

 

 

Hoofdstuk 8 - Leidingen, kabels en buizen

 

8.1

Het tarief bedraagt voor leidingen, kabels en buizen

 

8.1.1

Voor de eerste 20 strekkende meters per jaar

€ 30,60

8.1.2

Voor elke volgende strekkende meter per jaar

€ 2,75

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2019

De griffier,

De voorzitter,