Vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Afvalstoffenverordening 2010

 

De raad van de gemeente Den Haag,

 

gezien het voorstel van het college van 20 februari 2018,

 

gelet op artikel 10.21 en 10.26 van de Wet milieubeheer,

 

besluit vast te stellen de volgende Verordening tot wijziging van de Afvalstoffenverordening 2010:

 

Artikel I

De Afvalstoffenverordening 2010 wordt gewijzigd als volgt:

 

A In artikel drie, eerste lid onder e. wordt “kunststof verpakkingen” vervangen door: plastic, metalen verpakkingen en drankkartons.

 

B Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Huishoudelijk restafval, groente-, fruit- en tuinafval en plastic, metalen verpakkingen en drankkartons worden ten minste een maal per twee weken bij elk perceel ingezameld. In afwijking kan het college bepalen dat huishoudelijk restafval, groente-, fruit- en tuinafval in de zomermaanden wekelijks wordt ingezameld.

2. In het tweede lid wordt na “huishoudelijk restafval” toegevoegd: groente-, fruit- en tuinafval en plastic, metalen verpakkingen en drankkartons.

3. Het derde, vierde en vijfde lid vervallen.

4. In het zesde lid wordt “vierde lid” vervangen door: eerste lid.

5. In het zesde lid vervalt onderdeel g.

6. Na het zesde lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

7. Het college stelt vast bij welke percelen de categorieën huishoudelijk restafval, groente-, fruit- en tuinafval en plastic, metalen verpakkingen en drankkartons ten minste een maal per twee weken worden ingezameld.

 

C In artikel 15, vierde lid onder e. wordt “de Wet bodembescherming, Besluit bodemkwaliteit of het Bouwstoffenbesluit” vervangen door: de Wet bodembescherming of het Besluit bodemkwaliteit.

 

D Artikel 18 komt te luiden:

1. Degene die een inrichting drijft waar eet- en/of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting, van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.

2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting.

3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.

 

Artikel II

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2018.

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1A

Artikel 3, eerste lid van de Afvalstoffenverordening 2010 kent een opsomming van categorieën huishoudelijke stoffen die apart worden ingezameld. De categorie kunststofverpakkingen is uitgebreid in die zin dat plastic, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD) tegenwoordig als één categorie worden ingezameld.

 

Artikel 1B

Met dit artikel wordt het zogenaamde alternerend huis-aan-huis inzamelen van huishoudelijk restafval ingevoerd en is van toepassing voor gebieden waar het restafval huis-aan-huis ingezameld wordt. In de Velden in Leidschenveen is een proef gedaan met alternerend huis-aan-huis inzamelen. Deze proef was een succes: de gescheiden inzamelresultaten zijn aanzienlijk verbeterd. Dit resultaat is in lijn met resultaten van vergelijkbare proeven in andere steden. Om deze reden is in het eerdergenoemde Huishoudelijk Afvalplan opgenomen dat het alternerend inzamelen verder ingevoerd wordt. Gebleken is dat gedeelten van de stad geschikt zijn om het systeem van alternerend inzamelen toe te passen, omdat daar woningen zijn met voldoende ruimte voor het plaatsen van de benodigde minicontainers. In het Huishoudelijk Afvalplan zijn de kansrijke gebieden opgenomen, in de stadsdelen Leidschenveen-Ypenburg, Loosduinen, Scheveningen, Segbroek en Escamp (Wateringse Veld). Met deze wijziging maken we alternerend inzamelen mogelijk. De wettelijke basis hiervoor is te vinden in artikel 10.26, eerste lid en onder c van de Wet milieubeheer. Op grond hiervan is de raad bevoegd om een andere regelmaat dan wekelijks vast te stellen voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. Onder alternerend inzamelen verstaan we dat de ene week het restafval en gft-afval worden ingezameld en de andere week het PMD-afval, hiermee wordt dus afgeweken van de plicht om wekelijks het restafval in te zamelen. Voor veel huishoudens (‘percelen’ in de terminologie van de Afvalstoffenverordening) is alternerend inzamelen geen goede optie. Dit geldt met name voor de hoogbouw. Deze huishoudens hebben geen of weinig ruimte om verschillende containers op te slaan. In het artikel wordt aan het college de bevoegdheid gegeven om vast stellen bij welke percelen alternerend inzamelen wordt toegepast.

 

Artikel 1C

Artikel 15, vierde lid onder e van de Afvalstoffenverordening 2010 wordt gewijzigd omdat in dit artikel nu verwijzingen naar inmiddels vervallen regelgeving staat.

 

Artikel 1D

Artikel 18 van de Afvalstoffenverordening 2010 wordt gewijzigd om de regeling ten aanzien van afvalbakken beter te laten aansluiten op het Activiteitenbesluit milieubeheer.

 

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 19 april 2018.

De griffier, Ineke Seuren en de voorzitter, Pauline Krikke

 

Naar boven