Gemeenteblad van Utrecht

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
UtrechtGemeenteblad 2017, 21044Beleidsregels



Beleidsregels over het in behandeling nemen van aanvragen om medewerking aan het vestigen van een coffeeshop gemeente Utrecht 2017

De burgemeester van Utrecht;

Gelet op artikel 174 Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet,

Overwegende dat een doorlopende tekst van het beleid gewenst is sinds het besluit tot instellen van een wachtlijst voor ieder één coffeeshop buiten de woonwijken (gepubliceerd op 11 november 2015) en dat regel nummer 6a is toegevoegd om af te kunnen wijken van de regels bij overname van een bestaande coffeeshop en dat enkele tekstuele wijzigingen zijn doorgevoerd.

 

BESLUIT

vast te stellen de beleidsregels over het in behandeling nemen van aanvragen om medewerking aan het vestigen van een coffeeshop gemeente Utrecht.

A

Aanvragen om medewerking voor de vestiging van een coffeeshop in Utrecht worden getoetst aan de landelijke richtlijn voor het gedoogbeleid en het lokale beleid voor coffeeshops. Het lokale beleid luidt als volgt:

1. Het maximum aantal te gedogen coffeeshops is 17, inclusief 4 reserveringen:

-1 voor het experiment “social cannabisclub”

-1 voor de pilot coffeeshop aan de rand van de stad, voor het initiatief "de binnenstad voorbij"

-2 voor initiatieven buiten de woonwijken, op bedrijventerreinen langs doorgaande wegen.

2. Binnen de singels geldt een afstandscriterium van 250 meter tussen coffeeshops. Buiten de singels, in de woonwijken, geldt een afstandscriterium tussen coffeeshops van 350 meter. Geen afstandscriterium wordt gehanteerd tussen coffeeshops aan de rand van de stad, buiten de woonwijken.

3. Tussen een coffeeshop en een school voor voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs geldt een afstandscriterium van 250 meter.

4. Voor een locatie waar een coffeeshop als gevolg van handhavend optreden is gesloten, wordt pas een nieuwe aanvraag voor een coffeeshop in behandeling genomen nadat de sluitingstermijn van het pand is verlopen.

5. Geen coffeeshop wordt gedoogd in een straat dan wel een duidelijk herkenbaar afzonderlijk gedeelte daarvan, waaraan bebouwing ligt die in hoofdzaak dient voor bewoning

6. Bovenstaande vestigingscriteria worden toegepast bij de beoordeling van nieuwe vestigingen, waarbij een overname van een bestaande coffeeshop als een nieuwe vestiging wordt beschouwd.

6a. In afwijking van het bepaalde onder 6 wordt bij een overname van een coffeeshop die ten tijde van het vastleggen van het lokale coffeeshopbeleid in 2003 (“notitie softdrugsbeleid gemeente Utrecht”) werd gedoogd, niet getoetst op de beleidsregels genoemd onder 2, 3 en 5, mits de betreffende coffeeshop op dezelfde locatie wordt voortgezet en in omvang niet toeneemt.

7. Een aanvraag dient de voor een horeca-aanvraag gebruikelijke informatie te bevatten zoals beschreven in de Horecaverordening. In het bij te voegen huurcontract moet duidelijk blijken dat de pandeigenaar akkoord gaat met vestiging van een coffeeshop.

8. Aan de voor een coffeeshop te verlenen horeca-exploitatievergunning en gedoogverklaring worden voorwaarden verbonden, die toezien op het omgevingsbeheer en op medewerking aan het verstrekken van informatie over risico's aan de gebruiker van softdrugs.

9. Het Ingezetenencriterium, als onderdeel van de landelijke gedoogcriteria (AHOJGI), zal worden vermeld in de Utrechtse handhavingsstrategie Horeca waarbij wordt aangegeven dat handhaving ter hand zal worden genomen als objectief wordt vastgesteld dat het bezoek van niet-ingezetenen aan de Utrechtse coffeeshops leidt tot overlast.

10. Er kan een gebied worden aangewezen waar voor maximaal 3 jaar, indien nodig te verlengen tot 5 jaar, geen gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid tot gedogen.

11. Er is een wachtlijst voor gegadigden voor vestiging van een coffeeshop.

12. Er is een tweede wachtlijst voor gegadigden voor vestiging van een coffeeshop buiten de woonwijken, op bedrijventerreinen langs doorgaande wegen.

 

B

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.

C

De beleidsregels Gemeente Utrecht inzake het in behandeling nemen van aanvragen om medewerking aan het vestigen van een coffeeshop (Jaargang 2015, nr. 88762, gepubliceerd op 25 september 2015) worden ingetrokken met ingang van het moment waarop deze beleidsregels in werking treden.

D

Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels over het in behandeling nemen van aanvragen om medewerking aan het vestigen van een coffeeshop gemeente Utrecht 2017”.

 

 

Puntsgewijze toelichting:

1. Maximumbeleid

Het percentage gebruikers van cannabis onder de bevolking heeft zich in de afgelopen jaren gestabiliseerd. Een te gering aanbod t.o.v. de vraag leidt tot het ontstaan van niet gedoogde verkooppunten, te grote (verkeers)druk op shops en coffeeshops met hele grote omzet. Een hele grote omzet in een coffeeshop maakt de achterdeurproblematiek heviger en leidt eerder tot overlast. Het eerstgenoemde argument geldt ook voor vestigingen aan de rand van de stad.

De volksgezondheid en de leefbaarheid zijn ermee gediend dat het systeem in stand blijft waarbij de verkoop van softdrugs plaats vindt via de bekende en daardoor te controleren verkooppunten. Waar aan het systeem afbreuk wordt gedaan neemt straathandel toe en de daarmee gepaard gaande overlast. Een redelijk evenwicht tussen vraag en aanbod draagt, in combinatie met een zekere kleinschaligheid van de coffeeshops, bij aan het beheersbaar houden van verkeer- en parkeerbewegingen en daarmee aan de leefbaarheid in de omgeving van de coffeeshop. Vandaar de keuze om het maximumbeleid van 17 coffeeshops te handhaven.

Indien het maximum toegestane aantal coffeeshops (inclusief reserveringen) is bereikt, worden aanvragen voor horeca-exploitatievergunningen en gedoogverklaringen niet verleend. Bij de vraag of het maximum aantal coffeeshops is bereikt, tellen coffeeshops die voor onbepaalde tijd zijn gesloten en geweigerde aanvragen van coffeeshops mee gedurende de periode dat bezwaar openstaat tegen de sluiting c.q. de weigering en tot de beslissing op bezwaar en uitspraak in evt. voorlopige voorziening is afgehandeld. Na de beslissing op bezwaar wordt er maximaal zes weken gewacht. Is er na deze termijn geen voorlopige voorziening aangevraagd tegen de beslissing op bezwaar dan telt de gesloten coffeeshop of geweigerde aanvraag niet meer mee in het aantal coffeeshops.

 

2. Tegengaan concentratie van coffeeshops

Met deze regel wordt (ongewenste) concentratie van coffeeshops in de stad voorkomen. Waar coffeeshops hinder veroorzaken, gaat het in de regel om het komen en gaan van klanten. In de binnenstad zal die hinder eerder wegvallen tegen de achtergrond van verkeersbewegingen rond andere voorzieningen dan in de wijken rond de binnenstad. Het is daarom redelijk in de binnenstad een kleiner minimum afstand tussen coffeeshops te hanteren dan in de omliggende wijken. Ook is het redelijk voor coffeeshops aan de rand van de stad, buiten de woonwijken, geen afstandscriterium tussen coffeeshops te hanteren. Het aantal mogelijke vestigingsplaatsen aan de rand van de stad is gering. Het hanteren van een afstandscriterium vormt hier een onnodige beperking van concurrentie.

Het afstandscriterium van 250 meter/350 meter geldt over de kortste loopafstand over de openbare weg tussen coffeeshops, gemeten van hoofdingang tot hoofdingang.

 

3. Afstand tussen coffeeshops en onderwijsinstellingen

Er is geen bewijs voor een relatie tussen omvang en frequentie van gebruik van cannabis door scholieren in het voortgezet onderwijs en de afstand van een coffeeshop tot hun school. Wel wordt gezien dat scholieren in deze leeftijdscategorie bij coffeeshops rondhangen in de hoop via passanten cannabis te kunnen verkrijgen. Het is niet aannemelijk dat ze dit bij voorkeur doen in de buurt van hun eigen school.

Onder voorgezet onderwijs en middelbaar onderwijs wordt verstaan: onderwijs voor scholieren tussen 12 en 18 jaar zoals praktijkonderwijs, havo, vwo en (v)mbo op niveau 1,2, 3 en 4.

Toetsing van het afstandscriterium gebeurt op dezelfde manier als onder punt 2: via de openbare weg van hoofdingang tot hoofdingang. Is er een schoolplein dan wordt het begin van (het toegangshek van) het schoolplein aangehouden.

 

4. Nieuwe aanvraag na sluiting van eerdere coffeeshop

Een definitieve sluiting is in de regel het gevolg van een forse overtreding van de gedoogcriteria of van de horecaverordening, die een zeer negatieve uitstraling op de omgeving heeft. Direct weer een aanvraag in behandeling nemen houdt geen rekening met de verstoorde situatie. Een pandsluiting in deze gevallen duurt in de regel 1 jaar. De afhandeling van een aanvraag voor een coffeeshop, die door invoering van deze bepaling pas na dat jaar kan worden ingediend, duurt geruime tijd. In die periode kan de rust terugkeren, wat ook bijdraagt aan een goede afweging.

 

5. Geen coffeeshop in woonstraten

Dit criterium heeft een rechtstreekse relatie met de meest voorkomende hinder vanuit coffeeshops voor omwonenden: hinder door verkeer, parkeren en rondhangen. Bij een acceptabele vestigingslocatie kan worden gedacht aan een locatie in een straat, of een bouwblok daarbinnen, waar de bebouwing op de begane grond voor meer dan 50 % bestaat uit bedrijvigheid.

 

6. Toepassing vestigingscriteria

De vestigingscriteria zijn te beschouwen als objectivering voor de beoordeling van het overlastcriterium, onderdeel van de gedoogcriteria. Anders gezegd, waaraan moet een locatie voldoen om er vertrouwen in te kunnen hebben dat er geen overlast ontstaat. Een bestaande coffeeshop met een bekende exploitant hoeft niet te worden beoordeeld op basis van een objectivering, maar kan worden beoordeeld op basis van de praktijk. Als het daar in overlastzin aan schort, kan en zal worden opgetreden, tot een sluiting aan toe. Objectivering is nodig bij beoordeling van een nieuwe vestiging, dan wel een bestaande vestiging in combinatie met een nieuwe ondernemer.

Deze vorm van toepassing geeft ook de mogelijkheid op een redelijke manier om te gaan met situaties waarin een gevestigde coffeeshop in strijd raakt met de vestigingscriteria door een beslissing van derden (bv. de vestiging van een school of wijziging van bestemming van panden in de directe omgeving). Deze bepaling laat onverlet dat met bestaande coffeeshops waarvan de omgeving verandert, afspraken gemaakt zullen worden over extra (beheer)maatregelen, als dat nodig is.

Er is sprake van een overname wanneer;

• een ondernemer/ondernemers de coffeeshop overneemt/overnemen;

• er een wijziging in de ondernemingsvorm en/of ondernemers plaatsvindt.

 

6a. Toetsing bij overname bestaande coffeeshop op dezelfde locatie

Een overname van een coffeeshop geldt als een nieuwe vestiging en moet dus voldoen aan de vestigingscriteria. Diverse coffeeshops in Utrecht voldoen daar niet aan. Verklaring hiervoor is dat de coffeeshops er eerder waren dan de landelijke en lokale gedoogcriteria.

 

Voor de coffeeshops die niet voldoen aan de huidige vestigingscriteria geldt de afwijkende regel onder 6a: wil de huidige ondernemer de coffeeshop overdragen, dan volgt geen toets op de genoemde vestigingscriteria (2, 3 en 5).

 

Voor alle voorgenomen overnames geldt onverkort dat de nieuwe ondernemer een aanvraag voor een nieuwe horeca-exploitatievergunning en gedoogverklaring moet indienen. Een Bibob-onderzoek blijft ook onverkort onderdeel van de procedure.

 

De uitzondering uit regel 6a van het vestigingsbeleid geldt niet zodra het bedrijf van overheidswege is gesloten.

 

7. Gegevens bij de aanvraag

Deze bepaling voorkomt dat na een lange vergunningprocedure uiteindelijk privaatrechtelijke problemen optreden. De toekomstige ondernemer moet instemming van de pandeigenaar aantonen.

 

8. Nadere voorwaarden aan de exploitatievergunning

In de horeca-exploitatievergunning en gedoogverklaring kunnen voorwaarden worden gesteld als aanvulling op of als uitwerking van de gedoogcriteria. Daarbij gaat het vaak om voorwaarden voor het (omgevings)beheer, zoals: inzet van een portier, sluitingstijden, toezicht op verkeer- en parkeergedrag, maatregelen tegen geluidsoverlast van klanten etc. Het kan ook gaan over geven van informatie aan klanten over risico's van gebruik van softdrugs. Op deze wijze is het lokale gedoogbeleid met maatwerk aan te vullen.

De volgende regels gelden in elk geval:

1. De openingstijden blijven (maximaal) beperkt tot dagelijks tussen 10.00 uur en 24.00 uur;

2. Er is naast een leidinggevende een aparte toezichthouder aanwezig in/bij het bedrijf gedurende de tijden dat het horecabedrijf geopend is voor publiek. Hij ziet toe op het voorkomen van overlast van bezoekers van het horecabedrijf;

3. U dient zich aan de AHOJGI-criteria te houden opgenomen in de Aanwijzing behorende bij de Opiumwet van het Openbaar Ministerie: geen affichering, geen harddrugs, geen overlast, geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop (leeftijdsgrens 18 jaar), geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie (dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (=5 gram) en onder transactie wordt begrepen alle koop en verloop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper), en slechts een beperkte handelsvoorraad (niet meer dan 500 gram).

4. Aan personen die hun auto fout parkeren, met draaiende motor wachten of anderszins overlast voor de woon- en leefomgeving veroorzaken, worden geen softdrugs verkocht;

5. Er dient een rookruimte in het horecabedrijf aanwezig te zijn;

6. Bezoekers zijn verplicht legitimatie te tonen;

 

9. Ingezetenencriterium

Het vereiste van ingezetenschap maakt vanaf januari 2013 deel uit van de landelijke gedoogcriteria. Tot nu toe is er in Utrecht geen sprake van dat de omvang van het bezoek van niet-ingezetenen een relevante factor is voor overlast. Het wordt in Utrecht niet hoog ingeschat. Dit criterium handhaven betekent niet alleen dat schaarse capaciteit wordt besteed aan een probleem dat er niet is, maar ook dat deze niet-ingezetenen, én mogelijk een deel van de wel ingezetenen dat daardoor coffeeshops gaat mijden, bij niet gedoogde verkooppunten hun softdrugs aanschaffen.

 

 

10. Aanwijzing gebied

De gemeente kan een gebied/straat of deel daarvan aanwijzen waarvoor geen aanvragen voor het gedogen van een coffeeshop in behandeling worden genomen of verleend.

Het economische -maatschappelijk functioneren van een bepaald gebied, een straat of een deel van een straat, kan met (in voorkomende gevallen) zwaardere vormen van overlast door ondernemingen in het gebied zo onder druk staan dat het verstandig is geen medewerking te verlenen aan de vestiging van een coffeeshop.

Het gaat hier immers om een voorziening waarvan niet bij voorbaat vast staat dat daarmee een positieve bijdrage wordt geleverd aan het economisch functioneren van dat gebied, die straat of dat deel daarvan. Gelet op de uitstraling die het slecht economisch en maatschappelijk functioneren (ook) op de directe omgeving heeft en het belang het economisch functioneren van aanliggende gebieden te beschermen, juist om het geheel weer beter te laten functioneren, kan de begrenzing van deze aanwijzing ruimer zijn dan het in economische en maatschappelijke zin slecht functionerende gebied, straat of deel ervan. Het is niet de bedoeling delen van de stad blijvend aan te wijzen, maar slechts voor die periode die nodig is om structurele maatregelen te nemen en uit te voeren.

 

11. Wachtlijst aanvragen coffeeshops

Werkwijze wachtlijst:

• Per 6 januari 2014 is een wachtlijst ingesteld bij het horecaloket.

• Op volgorde van binnenkomst vanaf 6 januari 2014 worden de aanvragers op de wachtlijst geplaatst.

• Bij het plaatsen van de aanvrager op de wachtlijst worden de volgende gegevens geregistreerd: Naam, telefoonnummer, emailadres aanvrager en het adres van het beoogde pand.

• De aanvrager is steeds zelf verantwoordelijk voor het achterlaten van een juist telefoonnummer en emailadres bij de gemeente waarop hij/zij bereikbaar is

• De aanvrager ontvangt een email ter bevestiging dat hij/zij op de wachtlijst staat.

• De gegevens van de aanvrager worden op de wachtlijst geplaatst als deze beschikt over een ontvankelijke aanvraag zoals is bedoeld in de Horecaverordening Utrecht. De aanvraag wordt aan het horecaloket getoetst op deze criteria en bij akkoord worden de gegevens van de aanvrager op de wachtlijst wordt geplaatst.

• Een verzoek voor een pand dat geen horecabestemming kent, kan alleen op de wachtlijst worden geplaatst wanneer dit pand of locatie ligt buiten de woonwijken, op een bedrijventerrein of langs doorgaande wegen.

• Voor een pand/locatie dat nog geen horecabestemming kent, zal ook een planologische procedure gevolgd moeten worden voor deze horecabestemming. Deze procedure kan worden gestart op het moment dat de aanvrager de mogelijkheid krijgt om een formele aanvraag te doen. De gemeente houdt zich het recht voor om de wijziging van de bestemming van het pand te weigeren. Het risico dat planologisch gezien geen medewerking zal worden verleend aan de locatie is voor aanvrager.

• Als de aanvrager (vervolgens) zijn gegevens op de lijst wil aanpassen, naar bijvoorbeeld een ander adres of andere ondernemingsvorm, wordt dit gezien als een nieuwe aanvraag.

• Wanneer de mogelijkheid zich voor doet voor vestiging van een nieuwe coffeeshop wordt degene die als eerste op de wachtlijst staat door de gemeente gedurende twee weken in de gelegenheid gesteld een formele aanvraag in te dienen.

• Indien de eerste aanvrager niet reageert binnen de gestelde termijn, wordt er contact opgenomen met de volgende aanvrager op de wachtlijst enzovoort.

 

12. Wachtlijst aanvragen coffeeshops buiten woonwijken en buiten binnenstad

Het besluit tot instellen van een wachtlijst voor de invulling van twee reserveringen voor ieder één coffeeshop buiten de woonwijken, gepubliceerd op 11 november 2015 (Link publicatie besluit ).

 

Het maximum aantal te gedogen coffeeshops is in Utrecht vastgesteld op 17, inclusief onder andere 2 reserveringen voor initiatieven buiten de woonwijken, op bedrijventerreinen, langs doorgaande wegen. Per 1 december 2015 is er een wachtlijst ingesteld voor de invulling van deze twee reserveringen voor ieder één coffeeshop buiten de woonwijken. Deze wachtlijst is vormgegeven door middel van een loting door een notaris die op voornoemde datum plaatsvond en waarmee een rangvolgorde van de wachtlijst is bepaald. Latere aanvragers voor coffeeshops buiten woonwijken en buiten de binnenstad worden als eerstvolgende op deze wachtlijst geplaatst.

Met het doen van een aanvraag geeft u te kennen een coffeeshop te willen realiseren buiten een woonwijk en buiten de binnenstad. De aanvraag verplicht u niet tot het voortzetten van uw aanvraag. De gemeente is niet verplicht tot medewerking aan de aanvraag. De inhoudelijke toetsing van een aanvraag vindt pas plaats op het moment dat een daadwerkelijke aanvraag wordt gedaan omdat uw plaats op de wachtlijst aan de orde is. Bij inschrijving voor de wachtlijst vindt geen definitieve toetsing plaats voor ontvankelijkheid of inhoudelijke criteria.

Werkwijze wachtlijst:

• Bij het doen van een inschrijving dienen de volgende gegevens geregistreerd te zijn: Naam, telefoonnummer, emailadres aanvrager en het adres van het beoogde pand/ locatie van het perceel.

• Het adres/perceel van de inschrijving dient duidelijk te zijn.

• Een aanvrager kan slechts voor 1 adres/perceel een inschrijving doen. Inschrijvingen voor meerdere adressen is niet mogelijk.

• Het adres/perceel dient gelegen te zijn buiten een woonwijk en buiten de binnenstad. Het dient te gaan om een pand anders dan voor wonen (een woning is dus niet toegestaan).

• Per adres kan slechts één inschrijving worden gedaan; volgende inschrijvingen voor hetzelfde adres zullen niet in behandeling worden genomen.

• De aanvrager dient bij de inschrijving een toestemmingsbrief in van de eigenaar van het pand/perceel dat hij instemt met de vestiging van een coffeeshop op die locatie.

• Het pand/gedeelte van een pand/ te bouwen pand dient niet groter te zijn dan 150 m². De ruimte waarde coffeeshop gevestigd zal worden, dient volledig afgesloten te zijn van andere ruimten in hetzelfde gebouw en niet toegankelijk vanuit deze andere ruimten. Wanneer dit van toepassing is dient op tekening de concrete situatie te worden aangegeven.

• Het adres/perceel hoeft niet beschikken over een horecabestemming. Deze bestemming zal in een later stadium op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden aangevraagd.

• Het feit dat de inschrijving wordt gedaan, geeft geen garantie op daadwerkelijke medewerking door de gemeente; de planologische beoordeling, milieutechnische eisen, eisen op basis van het horeca-en/of coffeeshopbeleid of omgevingseisen kunnen redenen zijn om alsnog geen medewerking te verlenen aan een ontheffing van het bestemmingsplan voor een horecavestiging. Dit risico is voor de aanvrager.

• De ontheffing van het bestemmingsplan die verleend wordt voor een horecavestiging, wordt in eerste instantie voor maximaal 5 jaar verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

• Wanneer na een bepaald termijn blijkt dat de coffeeshop geen onacceptabele overlast veroorzaakt zal de horecabestemming kunnen worden opgenomen in een bestemmingsplan/omgevingsplan.

• De definitieve aanvraag voor een gedoogbeschikking voor een coffeeshop dient volledig te voldoen aan het coffeeshopbeleid en de daarin gestelde vestigingseisen.

 

Procedure:

- De aanvrager ontvangt een email ter bevestiging dat hij/zij op de wachtlijst staat.

- Als de aanvrager zijn gegevens op de lijst wil aanpassen, naar bijvoorbeeld een ander adres of andere ondernemingsvorm, wordt dit gezien als een nieuwe aanvraag en wordt hij als eerstvolgende op de wachtlijst geplaatst.

- Wanneer met inachtneming van het maximumstelsel voor coffeeshops de mogelijkheid zich voordoet voor vestiging van een nieuwe coffeeshop buiten de woonwijken /binnenstad wordt de persoon die als eerste op de wachtlijst is geplaatst door de gemeente voor twee weken in de gelegenheid gesteld een formele aanvraag in te dienen en te betalen.

- Indien de aanvrager niet reageert binnen twee weken, wordt er contact opgenomen met de eerstvolgende aanvrager op de wachtlijst.

- De aanvrager is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het achterlaten van een juist telefoonnummer en emailadres bij de gemeente waarop hij/zij bereikbaar is.

Aldus vastgesteld door de burgemeester van Utrecht op 30 januari 2017,

J.H.C. van Zanen