Gemeenteblad van Hollands Kroon

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Hollands KroonGemeenteblad 2014, 33374Beleidsregels

Paardenbeleid Hollands Kroon

Vaststelling “Paardenbeleid”

De gemeenteraad van de gemeente Hollands Kroon heeft op 22 mei 2014 “Paardenbeleid” vastgesteld.

Wat kunt u met dit beleid?

Er worden randvoorwaarden mee gegeven waardoor helder is waar rekening mee gehouden moet worden bij het houden van een of meerdere paarden.

Dit beleid is van toepassing op beleidsregels zoals genoemd in artikel 4:81 Awb.

De beleidsnotitie wordt gebruikt om individuele aanvragen te toetsen of om te gebruiken in het handhavingstraject. Het alleen vaststellen van beleid als een gemeentelijke beleidsregel is in de praktijk onvoldoende. Een goede wettelijke basis is noodzakelijk. Deze beleidsnotie zal worden verwerkt in een paraplubestemmingsplan.

Heeft u opmerkingen over dit beleid?

Tegen het vaststellen van dit beleid kan geen bezwaar worden gemaakt. Wel kunt u een zienswijze indienen als de regeling wordt verwerkt in de nieuwe bestemmingsplannen. Ook kunt u bezwaar maken als er een omgevingsvergunning wordt verleend, waarbij er van het bestemmingsplan wordt afgeweken.

Inwerkingtreding

De nota treedt in werking op de dag na publicatie.

Inleiding

  • 1.Waarom paardenbeleid

  • 1.Ruimte voor paarden met enkele spelregels

  • 1.Hobbymatig en bedrijfsmatig

  • 1.Landschappelijke inpassing

  • 2.De beleidsregels

2.1 Definities

2.2 De randvoorwaarden

  • 3.Handhaving

  • 4.Integreren van de beleidsregel

  • 1. Inleiding

1.1 Waarom paardenbeleid

In de gemeente Hollands Kroon worden door veel inwoners paarden gehouden. Soms klagen andere inwoners over stof- en geuroverlast van paarden en paardenbakken of over de verlichting en hekken die bij de bakken zijn geplaatst. Omdat er nog geen eenduidig beleid is, weten de inwoners niet altijd wat wel of niet mag. Door randvoorwaarden mee te geven is helder waar rekening mee gehouden moet worden bij het houden van een of meerdere paarden.

Op vragen over het onderwerp 'paarden' kan de gemeente Hollands Kroon ook niet goed handhaven. Er zijn immers geen duidelijke regels om op te handhaven. Kortom: eenduidig beleid is nodig voor de gemeente en haar inwoners. De raad van Hollands Kroon heeft om die reden verzocht om paardenbeleid te maken. In het kader van deregulering zullen alleen regels in het nieuwe beleid worden opgenomen, die echt nodig zijn. De spelregels zijn er met name op gericht om overlast te voorkomen en om de landschappelijke uitstraling van het grondgebied van Hollands Kroon te beschermen.

1.2 Ruimte voor paarden met wat spelregels

Een paardenbak, een longeercirkel en een stapmolen zijn omgevingsvergunningplichtig voor de activiteit bouwen en vaak ook voor de activiteit planologisch strijdig gebruik en/of het uitvoeren van een werk (voorheen aanlegvergunning). Ook een paardenbak zonder hekwerk wordt vaak gezien als bouwen en hiervoor is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanbrengen van diverse lagen materiaal in de grond (folie, stenen, zand) met hieromheen een rand van beton of hout, wordt namelijk als bouwen gezien. Het ministerie LNV vraagt de gemeenten de groei van de paardenhouderij in het landelijk gebied in goede banen te leiden. Om overlastsituaties te beperken en om de landschappelijke kwaliteit van ons prachtige buitengebied te beschermen heeft de gemeente Hollands Kroon regels opgesteld.

1.3 Hobbymatig en bedrijfsmatig

Het op voorhand vaststellen welke situatie als hobby- of bedrijfsmatig aangemerkt dient te worden

is niet mogelijk. Eerdere pogingen hiertoe door het ministerie van VROM zijn gestrand. Het

benoemen van een aantal dieren als grens tussen het hobby- en bedrijfsmatig houden van paarden, is weliswaar een bestuurlijke keuze, maar blijft arbitrair. Per concrete situatie moet steeds opnieuw beoordeeld en gemotiveerd worden of het houden van paarden als een bedrijfsmatige activiteit aangemerkt dient te worden. In deze beleidsnota is ervoor gekozen om geen onderscheid te maken tussen bedrijfsmatig en hobbymatig voor wat betreft de mogelijkheden om voorzieningen voor het houden van paarden te realiseren. Dit onderscheid is er echter wel voor wat betreft de bouwmogelijkheden van gebouwen. Dit is geregeld in de bestemmingsplannen.

1 .4 Landschappelijke inpassing

De paardenbak, longeercirkels en stapmolens kunnen wat betreft de landschappelijke inpassing het best op het eigen erf worden gerealiseerd. Bovendien is het erg praktisch om de voorziening niet te ver van de stal te situeren. Als aanleg op het eigen erf niet mogelijk is, dan kan het erf visueel worden vergroot. Dit kan worden gedaan door de voorziening aangrenzend aan het erf te plaatsen en de randen van het erf te beplanten met opgaande beplanting. Het planten van een haag van ongeveer een meter van de paardenbak, longeercirkel en stapmolen met een haag van ongeveer één meter hoogte betekent wel een ruimtelijke meerwaarde.

image2ia389c0a0-8660-4ef6-abc4-a54398ff0fef.jpg

image3i13b4c8db-309c-4036-bcc0-37cd7989f7e2.jpg

Fout: Paardenbak te dominant aanwezig Goed: paardenbak “verstopt” in het groen

image4i1d3f4be2-a115-4ac1-9c94-b7bd55f517a4.jpg

Fout: paardenbak dominant in het landschap aanwezig

image5if8ca6055-720f-47e1-b0b9-230074c91677.jpg

Goed: door een simpele aardenwal te laten begroeien met gras is de paardenbak uit het zicht onttrokken. 2 De beleidsregel

2.1 Definities

Paardenbak: een door middel van een afscheiding (hekwerk, haag of opsluitbanden) afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony’s en/of het anderszins beoefenen van de paardensport met of zonder de daarbij behorende voorzieningen.

Stapmolen: ruimte in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen door middel van aansturing via een computergestuurde bedieningskast.

Longeercirkel: ruimte in de vorm van een cirkel, waarin aan een paard onder begeleiding een specifieke training gegeven kan worden.

Paddock: een door middel van een afscheiding (hekwerk, haag of opsluitbanden) afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond (bv. Zand) dan gras waar een of meerdere paarden ter ontspanning en naar eigen inzicht vrij kunnen bewegen.

Voorgevelrooilijn: langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend bij de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft.

(Zie de groene stippellijn bij afbeelding 1)

image6if75fb56b-c084-4e8b-998a-f38f5526478a.jpg

afbeelding 1

Schuilstal : een bouwwerk dat aan ten minste één zijde geheel open is (geen wand of af te sluiten wand) en uitsluitend dient c.q. wordt gebruikt voor het laten schuilen van paarden en pony’s.

Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.

2.2 Randvoorwaarden

Randvoorwaarden

toelichting/opmerking

•Algemeen

∘Het hoofdgebouw op het woonperceel is een(bedrijfs) woning.

∘De paardenvoorzieningen bevinden zich achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw/woning of het verlengde daarvan.

∘Het beweiden van paarden op gronden met een agrarische bestemming is toegestaan.

∘Paddocks in het achtererfgebied zijn toegestaan.

•Mest

∘De afstand van een mestopslag tot woningen van derden bedraagt tenminste 30 meter;

∘De mest wordt opgeslagen in luchtdichte containers, indien de afstand tot woningen van derden minder dan 30 meter bedraagt.

-bij een mestopslag >10 m3 is de Wet milieubeheer van toepassing.

-bij een mestopslag zijn altijd bodem beschermende voorzieningen vereist op grond van de Wet Bodembescherming

•Paardenbakken

∘Maximaal één paardenbak per bijbehorend bouwblok/(woon)erf.

∘De paardenbak is gesitueerd:

1.Binnen het bouwblok/(woon)erf;

2.Indien situering binnen het bouwblok/(woon)erf niet mogelijk is, kan de paardenbak op gronden met een agrarische bestemming worden gesitueerd, mits:

∘die gronden direct grenzen aan het eigen bouwblok/(woon)erf;

∘De paardenbak moet achter de voorgevelrooilijn gesitueerd te worden, tenzij plaatsing van de paardenbak niet anders gesitueerd kan worden.

∘De paardenbak dient met gebiedseigen gesloten beplanting (heggen, houtwallen, aardenwal) te worden omsloten.

∘De paardenbak mag voorzien zijn van niet-hinderlijke en geen overlast gevende lichtmasten van maximaal 8 meter hoog, die alleen op de paardenbak zijn gericht.

∘De paardenbak bedraagt maximaal 20 x 60 meter

∘De paardenbak ligt op minimaal 30 meter vanaf de naastgelegen woningen van derden, met de mogelijkheid om onder voorwaarden deze afstand te verkleinen.

∘De omheining van een paardenbak is maximaal 1.70 meter hoog.

∘Paardenbakken zijn niet toegestaan in Natura 2000-gebieden en EHS-gebieden.

∘De provinciale milieuverordening mag zich niet verzetten tegen de aanleg van een paardenbak.

Voor het realiseren van een paardenbak is een omgevingsvergunning nodig.

-er wordt geen medewerking verleend aan het realiseren of legaliseren van solitaire paardenbakken die op een kavel/perceel zijn gesitueerd, die niet aan het eigen woonperceel grenzen.

-Het heeft de voorkeur dat de paardenbak op gronden met een aan wonen gerelateerde functie wordt gerealiseerd. In het agrarische gebied wordt onder voorwaarden de ruimte geboden op gronden met een agrarische bestemming aansluiting op het –kleine- woonperceel een paardenbak te realiseren.

-de beplanting is bedoeld als beperking van hinder en deels om reden van landschappelijke inpassing

-20 x 60 meter zijn de afmetingen van een wedstrijd paardenbak.

-Er kan van de minimale afstand van 30 meter worden afgeweken indien het niet mogelijk is om deze afstand aan te houden en het bijvoorbeeld gaat om het houden van een gering aantal dieren. Voor het toestaan van een kortere afstand zullen wel extra maatregelen (maatwerk) getroffen moeten worden om de overlast te minimaliseren.

-Om te voorkomen dat de paarden uit de paardenbak springen dient het hekwerk voldoende hoog te zijn. 1.70 meter is voldoende hoog.

•Longeercirkels/stapmolens/paddocks

∘Maximaal één longeercirkel en één stapmolen per bouwblok/(woon)erf.

∘Maximale diameter 15 meter. De omheining is maximaal 1.70 meter hoog.

∘ De cirkel en molen dienen met gebiedseigen gesloten beplanting (heggen, houtwallen, aardenwal) te worden omsloten.

∘De longeercirkels/stapmolens liggen op minimaal 30 meter vanaf de naastgelegen woningen van derden, met mogelijkheid om

onder voorwaarden deze afstand te verkleinen

∘Indien situering binnen het bouwblok/ (woon)erf niet mogelijk is, kan longeercirkel, stapmolen en paddocks op gronden met een agrarische bestemming worden gesitueerd. Paddocks op agrarische grond mogen maximaal 400 m2 bedragen

Voor het realiseren van longeercirkels en stapmolens is een omgevingsvergunning nodig.

De standaardafmetingen van een stapmolen bedragen Ø12 of Ø15 meter.

•Schuilstallen op gronden met een agrarische bestemming zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:

∘de oppervlakte van een schuilstal mag niet meer dan 30 m2 bedragen.

∘De goot- en bouwhoogte mogen niet meer dan respectievelijk 2.30 en 3 meter bedragen

∘het bouwen van een schuilstal is uitsluitend toegestaan wanneer dit noodzakelijk en doelmatig is in het kader van dierenwelzijn.

∘bij de landschappelijke inpassing moet aansluiting worden gezocht bij bestaande opstanden aan de rand van een agrarisch perceel.

∘naast de schuilstal mogen er ter plaatse geen andere bouwwerken worden gerealiseerd.

∘schuilstallen zijn niet toegestaan in Natura 2000-gebieden en EHS-gebieden.

∘De provinciale milieuverordening mag zich niet verzetten tegen de aanleg van een schuilstal

Voor het realiseren van een schuilstal is een omgevingsvergunning nodig.

Handhaving

In Hollands Kroon zijn er veel paardenbakken, longeercirkels en stapmolens gerealiseerd. Voor de meeste is nooit een vergunning aangevraagd. Tegen alle bestaande gevallen, die passen binnen de uitgangspunten van dit beleid, wordt niet actief opgetreden. Het kan zijn dat een bestaande paardenbak niet past binnen het nieuwe paardenbeleid. Hollands Kroon houdt rekening met bestaande paardenbakken (peildatum 1 maart 2014) die direct aan het bouwblok/(woon)erf grenzen. Indien er geen overlast wordt veroorzaakt mogen zij blijven bestaan. Dit wordt per geval bekeken. Er kan de buren om een verklaring van geen bezwaar worden gevraagd. Verder wordt er gekeken naar de intensiteit van het gebruik van de paardenbak en het aantal gehouden paarden. Zodra het paardenbeleid in een bestemmingsplan is verwerkt, moet de eigenaar alsnog een vergunning aanvragen voor de gerealiseerde bouwwerken. Wij adviseren een burger die een bestaande paardenbak, longeercirkel of een stapmolen heeft, alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen. De bouwwerken blijven anders illegaal. Hollands Kroon stimuleert de eigenaren de voorzieningen landschappelijk in te passen.

image7id2f89e23-9470-4590-adb3-6549bcf48de4.jpg

Een bestaande paardenbak die voor de voorgevel aan de weg is gerealiseerd.

image8id6822a94-3e29-4907-888f-31558b9998ae.jpg

Eigenaren van bestaande paardenbakken zouden gestimuleerd moeten worden om met kleine aanpassingen hun paardenbak landschappelijk in te passen. Een groene haag doet al veel.

4. Integreren van de beleidsregel

Dit beleid is van toepassing op beleidsregels zoals genoemd in artikel 4:81 Awb.

De beleidsnotitie wordt gebruikt om individuele aanvragen te toetsen of om te gebruiken in het handhavingstraject. Het alleen vaststellen van beleid als een gemeentelijke beleidsregel is in de praktijk onvoldoende. Een goede wettelijke basis is noodzakelijk. Deze beleidsnotie zal worden verwerkt in een paraplubestemmingsplan.