Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36154 nr. J |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36154 nr. J |
Vastgesteld 2 februari 2026
De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over uitstel van de inwerkingtreding van het bedrag ineens. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 21 oktober 2025.
• De antwoordbrief van 29 januari 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl
Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Den Haag, 21 oktober 2025
De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw antwoorden op nadere vragen d.d. 15 september 2025 over uitstel van de inwerkingtreding van het bedrag ineens.2 Naar aanleiding van deze beantwoording hebben de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en de ChristenUnie gezamenlijk een aantal vervolgvragen.
Vragen van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie gezamenlijk
Uw beantwoording d.d. 15 september 20253 nemen de zorgen van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie over het moment van de inwerkingtreding van het keuzerecht bedrag ineens helaas niet weg.
Deze leden hechten sterk aan een inwerkingtredingsdatum waarop de uitvoerders in staat zijn de communicatie en de keuzebegeleiding maximaal en eenduidig te verzorgen, en waarop de potentiële gebruikers zo eenvoudig mogelijk een helder beeld kunnen krijgen van wat het al dan niet gebruikmaken van het bedrag ineens in hun persoonlijke situatie betekent. Deze leden hebben grote twijfels of deze situatie, voor zowel de uitvoerders als voor de rechthebbenden, kan ontstaan als de invoering van het bedrag ineens plaatsvindt in de periode dat de grote meerderheid van de pensioenuitvoerders nog volop bezig is met de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel.
Tegen deze achtergrond stellen de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie de volgende nadere vragen:
1.
Bent u het met de aan het woord zijnde leden eens dat het bedrag ineens een grote impact kan hebben op verschuldigde inkomstenbelasting en het recht op toeslagen voor de deelnemer die hier van gebruik wenst te maken? Zo ja, past een verwijzing door de pensioenuitvoerder naar de algemene informatie hierover van de Belastingdienst, die aangeeft misschien algemene informatie te publiceren bij invoering van het bedrag ineens, dan goed in het wettelijke kader van zorgvuldige communicatie over en keuzebegeleiding bij het bedrag ineens?4
2.
U geeft in uw beantwoording d.d. 15 september 2025 aan dat, met betrekking tot de door deze leden gestelde vraag over door de pensioenuitvoerders gesignaleerde uitvoeringsproblemen, de regering in de gaten houdt of uitvoerders zich nog comfortabel voelen bij de beoogde inwerkingtredingsdatum en daarover in overleg te blijven.5 Heeft u een actueel beeld van de mogelijke uitvoeringsproblemen bij pensioenuitvoerders? Heeft u hierover signalen ontvangen dan wel overleg gehad met deze pensioenuitvoerders gelet op de samenloop met de transitie naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp), waarmee zij druk bezig zijn. Of heeft u in meer algemene zin signalen uit de pensioensector ontvangen?
3.
Deze leden vinden het wezenlijk dat pensioenfondsen deelnemers zo goed mogelijk kunnen informeren op basis van betrouwbare hulpmiddelen om hen te begeleiden bij hun pensioenkeuzes, waaronder de keuze voor opname van een bedrag ineens. Deze leden wijzen daarbij vooral op deelnemers met lagere inkomens, waarvoor de gevolgen van het bedrag ineens groter kunnen zijn vanwege effecten op belastingheffing en toeslagen. U geeft aan dat het Nibud uitgaat van een doorlooptijd voor het ontwikkelen van de tool van 8 maanden (met 1 maand uitloop). Uitgaande van een ontwikkeltijd van 8 à 9 maanden zou de tool rond mei of juni 2026 voor deelnemers beschikbaar kunnen zijn.6 Als de wet op 1 juli 2026 in werking zou treden dan start, afhankelijk van de uitvoerder, de keuzebegeleiding echter al tussen 1 oktober 2025 en 1 januari 2026 omdat deelnemers voldoende ruimte voor handelingsperspectief nodig hebben om dergelijke complexe en ingrijpende keuzes op zorgvuldige wijze te kunnen maken. Bent u van mening dat invoering van het wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens mogelijk is zonder dat deze tool tijdig beschikbaar is, die ingezet kan worden als belangrijk hulpmiddel zodat deelnemers een overwogen keuze kunnen maken om een bedrag ineens op te nemen? Houdt u hierbij rekening dat er ook tijd nodig is voor pensioenfondsen om hun processen zo in te richten dat de Nibud-tool hierbij kan worden benut? (Voor alle duidelijkheid: dit ziet niet op de integratie in systemen van pensioenfondsen, maar wel in processen).
4.
Pensioenuitvoerders hebben aangegeven ten minste zes tot negen maanden nodig te hebben om het wetsvoorstel te implementeren. Werknemers krijgen binnen diezelfde periode informatie over de keuzemogelijkheden op pensioendatum.7 Hiervoor is het nodig dat dit wetsvoorstel al volledig in de systemen en processen van pensioenuitvoerders is opgenomen en werkt. Vindt u het gegeven de datum van dit nader schriftelijk overleg nog realistisch om uit te gaan van een inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 (over minder dan 9 maanden), nu ook lagere regelgeving, informatie vanuit de overheid en een centraal informatiepunt nog ontbreekt?
5.
Deze leden vragen nogmaals of u het ermee eens bent dat, tegen de achtergrond dat voor mensen met de zwakste financiële positie de risico’s van het gebruik van het bedrag ineens het grootst zijn en de relatieve opbrengst het kleinst, de voorlichting en keuzebegeleiding van zeer hoog niveau moeten zijn? Deze leden ontvangen hierop graag een concreet antwoord in plaats van de melding dat dit zeer relevant is en een beschrijving van het wettelijk kader voor pensioenuitvoerders.
6.
U geeft aan dat ook na de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel de hoogte van het bedrag ineens kan variëren tussen het verstrekken van de informatie en het effectueren van de keuze.8 Dit is juist, maar gaat volgens deze leden voorbij aan het feit dat door dit wetsvoorstel in werking te laten treden op het moment dat de meeste pensioenfondsen nog in transitie zijn, er samenloop is van boodschappen over de transitie en de boodschap om een keuze te maken voor het bedrag ineens. De vraag is of deelnemers beide boodschappen samen goed begrijpen, juist nu het algemene begrip over de pensioenwijzigingen en het pensioenvertrouwen toeneemt zoals ook blijkt uit de laatste Publieksmonitor pensioenen.9 Een eventueel uitstel tot na de transitie zorgt er volgens deze leden voor dat deelnemers gewend zijn aan de nieuwe pensioenregeling en de werking ervan, dit kan ertoe leiden dat de boodschap over de opname van een bedrag ineens beter landt. Volgt u deze redenering?
7.
De aan het woord zijnde leden constateren dat veel pensioenfondsen, met oog op de complexiteit van de transitie, rond het invaarmoment te maken hebben met een zogeheten freeze in hun systemen. Het is dan tijdelijk niet mogelijk om bijvoorbeeld een pensioen aan te vragen. Kunt u hier in relatie tot het aanvragen van een bedrag ineens op reflecteren? Is het ook vanwege deze complexiteit niet verstandiger om te kiezen voor een inwerkingtredingsdatum die niet conflicteert met de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel?
8.
In de memorie van toelichting bij de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2026 spreekt de regering uit zorgvuldig door te willen gaan met de pensioentransitie en de regelgeving aan te scherpen over hoe pensioenuitvoerders hun deelnemers mee moeten nemen in de transitie.10 Deze zorgvuldigheid en informatie richting deelnemers is voor deze leden ook wezenlijk en vraagt van pensioenuitvoerders het (meer dan) nodige de komende jaren. Hoe verhoudt dit zorgvuldigheidsprincipe zich tot een inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 gegeven de al gesignaleerde uitvoeringsproblemen en het begrip bij deelnemers over de pensioentransitie?
9.
Dit alles overziende, hoe kijkt u vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid, begrijpelijkheid en uitvoerbaarheid naar de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026? Bent u dit alles overziende het met deze leden eens dat dit beter is geborgd bij een uitstel van de inwerkingtreding tot na de datum waarop de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel volledig is afgerond?
10.
Ter onderbouwing van een inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 legt u sterk de nadruk op het belang van het voorkomen van nieuwe teleurstellingen bij degenen die al lang wachten op de invoering van het keuzerecht voor een bedrag ineens.11 Ook deze leden willen graag teleurstellingen voorkomen. Juist tegen die achtergrond maken deze leden zich grote zorgen over de risico’s van een voortijdige inwerkingtreding, waarbij niet is voldaan aan alle noodzakelijke randvoorwaarden om het risico op financiële ongelukken volledig te voorkomen. Hoe beoordeelt u deze situatie, met inachtneming van eerdere wetgeving waar is gebleken dat dergelijke risico’s ook te licht gewogen zijn?
De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie hopen dat deze vragen, die een uiting zijn van breed in de Eerste Kamer levende zorgen, voor u aanleiding zijn om nog eens heel kritisch naar de voorgestelde inwerkingtredingsdatum te willen kijken.
De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.
Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L. Vos
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 januari 2026
Hierbij zend ik u de nota naar aanleiding van nadere vragen over uitstel van de inwerkingtreding van het bedrag ineens (36 154, I).
In de beantwoording van de vragen informeer ik uw Kamer dat het niet langer haalbaar is om het keuzerecht bedrag ineens per 1 juli 2026 in werking te laten treden, gegeven dat de sector een voorbereidingstijd van zes tot negen maanden nodig heeft.
Vanuit uw Kamer zijn vragen gesteld over een eventueel uitstel van het keuzerecht tot na de uiterste transitiedatum. Ook de zorgen vanuit de pensioensector op dit punt heb ik goed gehoord. Op dit moment is nog niet besloten tot een nieuwe beoogde inwerkingtredingsdatum. Gezien de demissionaire status van het kabinet is het aan een nieuw kabinet om te besluiten over een nieuwe inwerkingtredingsdatum.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L.J. Paul
De regering heeft met belangstelling kennisgenomen van het verslag van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over haar bevindingen inzake bovengenoemd wetsvoorstel. De regering is erkentelijk voor de getoonde belangstelling en de vervolgvragen van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en de ChristenUnie gezamenlijk.
In deze nota wordt op deze vragen ingegaan. De vragen zijn genummerd. De oorspronkelijke tekst van het verslag is integraal overgenomen in deze nota en cursief weergegeven. Na de passages met de vragen en opmerkingen volgt telkens de reactie van de regering.
Vragen van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie gezamenlijk
Uw beantwoording d.d. 15 september 202512 nemen de zorgen van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie over het moment van de inwerkingtreding van het keuzerecht bedrag ineens helaas niet weg.
Deze leden hechten sterk aan een inwerkingtredingsdatum waarop de uitvoerders in staat zijn de communicatie en de keuzebegeleiding maximaal en eenduidig te verzorgen, en waarop de potentiële gebruikers zo eenvoudig mogelijk een helder beeld kunnen krijgen van wat het al dan niet gebruikmaken van het bedrag ineens in hun persoonlijke situatie betekent. Deze leden hebben grote twijfels of deze situatie, voor zowel de uitvoerders als voor de rechthebbenden, kan ontstaan als de invoering van het bedrag ineens plaatsvindt in de periode dat de grote meerderheid van de pensioenuitvoerders nog volop bezig is met de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel.
Tegen deze achtergrond stellen de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie de volgende nadere vragen:
1.
Bent u het met de aan het woord zijnde leden eens dat het bedrag ineens een grote impact kan hebben op verschuldigde inkomstenbelasting en het recht op toeslagen voor de deelnemer die hier van gebruik wenst te maken? Zo ja, past een verwijzing door de pensioenuitvoerder naar de algemene informatie hierover van de Belastingdienst, die aangeeft misschien algemene informatie te publiceren bij invoering van het bedrag ineens, dan goed in het wettelijke kader van zorgvuldige communicatie over en keuzebegeleiding bij het bedrag ineens?13
Antwoord:
Het klopt dat dat opname van een bedrag ineens (grote) impact kan hebben op de verschuldigde inkomstenbelasting en het recht op toeslagen voor deelnemers die hiervan gebruik maken. De pensioenuitvoerder informeert de (gewezen) deelnemer over de mogelijkheid dat het gebruikmaken van de keuzemogelijkheid invloed kan hebben op de inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, bijdrage Zorgverzekeringswet en inkomens- of vermogensafhankelijke regelingen. Ook verwijst de pensioenuitvoerder de (gewezen) deelnemer naar waar meer informatie hierover kan worden verkregen. Het is aan de pensioenuitvoerder naar welke aanvullende informatie wordt verwezen.
De pensioenuitvoerder kan bijvoorbeeld verwijzen naar (algemene) informatie van de Belastingdienst of het centraal informatiepunt van SZW over bedrag ineens. De AFM heeft recent een verkenning gedaan naar de keuzebegeleiding bij bedrag ineens door pensioenuitvoerders, voor zover deze al gereed is. In haar rapport «Observatie en aanbevelingen bij bedrag ineens»14 raadt de AFM aan een directe link naar relevante pagina’s op te nemen. Zo’n verwijzing ontslaat de pensioenuitvoerder niet van de wettelijke verplichting om adequate keuzebegeleiding te bieden en informatie te verstrekken. Het staat pensioenuitvoerders vrij om de deelnemer meer inzicht te geven in de gevolgen van bedrag ineens voor belastingen en toeslagen via een eigen tool of door middel van een persoonlijk gesprek.
2.
U geeft in uw beantwoording d.d. 15 september 2025 aan dat, met betrekking tot de door deze leden gestelde vraag over door de pensioenuitvoerders gesignaleerde uitvoeringsproblemen, de regering in de gaten houdt of uitvoerders zich nog comfortabel voelen bij de beoogde inwerkingtredingsdatum en daarover in overleg te blijven.15 Heeft u een actueel beeld van de mogelijke uitvoeringsproblemen bij pensioenuitvoerders? Heeft u hierover signalen ontvangen dan wel overleg gehad met deze pensioenuitvoerders gelet op de samenloop met de transitie naar de Wet toekomst pensioenen (Wtp), waarmee zij druk bezig zijn. Of heeft u in meer algemene zin signalen uit de pensioensector ontvangen?
Antwoord:
Uitvoerders hebben aangegeven een voorbereidingstijd nodig te hebben van minimaal zes tot negen maanden. Inwerkingtreding van het keuzerecht per 1 juli 2026 is daarom niet meer haalbaar.
De regering heeft er oog voor dat de transitie veel tijd en capaciteit vergt van pensioenuitvoerders. Uit recent overleg met de Pensioenfederatie blijkt dat ook pensioenuitvoerders een voorkeur hebben voor een inwerkingtreding van het keuzerecht na de transitie. De huidige combinatie van beide trajecten ervaren zij als uitdagend. Gegeven het belang dat het Ministerie van SZW hecht aan de implementatie van de transitie als ook goede communicatie en keuzebegeleiding wil het ministerie niet voorbijgaan aan de signalen die vanuit uw Kamer en vanuit de sector zijn afgegeven.
Een eventueel besluit tot uitstel leidt tot een budgettaire derving van circa 31 miljoen per jaar uitstel. Deze derving moet conform begrotingsregels gedekt worden binnen het inkomstenkader. Gezien de demissionaire status van het kabinet is het aan een nieuw kabinet om te besluiten over een nieuwe inwerkingtredingsdatum.
3.
Deze leden vinden het wezenlijk dat pensioenfondsen deelnemers zo goed mogelijk kunnen informeren op basis van betrouwbare hulpmiddelen om hen te begeleiden bij hun pensioenkeuzes, waaronder de keuze voor opname van een bedrag ineens.
4.
Deze leden wijzen daarbij vooral op deelnemers met lagere inkomens, waarvoor de gevolgen van het bedrag ineens groter kunnen zijn vanwege effecten op belastingheffing en toeslagen. U geeft aan dat het Nibud uitgaat van een doorlooptijd voor het ontwikkelen van de tool van 8 maanden (met 1 maand uitloop). Uitgaande van een ontwikkeltijd van 8 à 9 maanden zou de tool rond mei of juni 2026 voor deelnemers beschikbaar kunnen zijn.16 Als de wet op 1 juli 2026 in werking zou treden dan start, afhankelijk van de uitvoerder, de keuzebegeleiding echter al tussen 1 oktober 2025 en 1 januari 2026 omdat deelnemers voldoende ruimte voor handelingsperspectief nodig hebben om dergelijke complexe en ingrijpende keuzes op zorgvuldige wijze te kunnen maken. Bent u van mening dat invoering van het wetsvoorstel Wet herziening bedrag ineens mogelijk is zonder dat deze tool tijdig beschikbaar is, die ingezet kan worden als belangrijk hulpmiddel zodat deelnemers een overwogen keuze kunnen maken om een bedrag ineens op te nemen? Houdt u hierbij rekening dat er ook tijd nodig is voor pensioenfondsen om hun processen zo in te richten dat de Nibud-tool hierbij kan worden benut? (Voor alle duidelijkheid: dit ziet niet op de integratie in systemen van pensioenfondsen, maar wel in processen).
Antwoord:
De pensioenuitvoerder is wettelijk verplicht om een (gewezen) deelnemer adequaat te informeren over voorzienbare gevolgen, risico’s en voor- en nadelen van de keuze voor een bedrag ineens. De uitvoerder moet hierbij nadrukkelijk wijzen op de mogelijkheid dat een keuze voor bedrag ineens invloed kan hebben op de verschuldigde inkomensbelastingen en premie volksverzekeringen en het recht op inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen.
De tool bedrag ineens die op dit moment door het Nibud ontwikkeld wordt vormt een bovenwettelijke aanvulling op de hierboven beschreven informatievoorziening en ontslaat pensioenuitvoerders niet van de wettelijke verplichting om een eigen adequate keuzebegeleiding aan te bieden en informatie te verstrekken.
De tool is naar verwachting rond mei of juni 2026 gereed. Het Nibud stemt het moment van lancering van de tool af met SZW. De tool zal gratis voor (gewezen) deelnemers beschikbaar worden gesteld. De pensioenuitvoerder kan de (gewezen) deelnemer verwijzen naar de Nibud-tool.
5.
Pensioenuitvoerders hebben aangegeven ten minste zes tot negen maanden nodig te hebben om het wetsvoorstel te implementeren. Werknemers krijgen binnen diezelfde periode informatie over de keuzemogelijkheden op pensioendatum.17 Hiervoor is het nodig dat dit wetsvoorstel al volledig in de systemen en processen van pensioenuitvoerders is opgenomen en werkt. Vindt u het gegeven de datum van dit nader schriftelijk overleg nog realistisch om uit te gaan van een inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 (over minder dan 9 maanden), nu ook lagere regelgeving, informatie vanuit de overheid en een centraal informatiepunt nog ontbreekt?
Antwoord:
Pensioenuitvoerders hebben aangegeven minimaal zes tot negen maanden nodig te hebben voor implementatie. Inmiddels resteren minder dan zes maanden tot 1 juli 2026. De eerder beoogde inwerkingtreding per 1 juli 2026 is dan ook niet langer haalbaar. Besluitvorming over een nieuwe inwerkingtredingsdatum is aan het nieuwe kabinet.
6.
Deze leden vragen nogmaals of u het ermee eens bent dat, tegen de achtergrond dat voor mensen met de zwakste financiële positie de risico’s van het gebruik van het bedrag ineens het grootst zijn en de relatieve opbrengst het kleinst, de voorlichting en keuzebegeleiding van zeer hoog niveau moeten zijn? Deze leden ontvangen hierop graag een concreet antwoord in plaats van de melding dat dit zeer relevant is en een beschrijving van het wettelijk kader voor pensioenuitvoerders.
Antwoord:
Niet iedereen heeft evenveel voordeel bij het opnemen van een bedrag ineens uit het pensioen. Goede communicatie met alle deelnemers, en met name met financieel kwetsbare deelnemers, is daarom essentieel. Pensioenuitvoerders spelen hierbij een belangrijke rol. Zij kennen hun deelnemers immers het beste, niet alleen vanwege wettelijke verplichtingen, maar ook omdat zij door onderzoek inzicht hebben in de behoeften van verschillende doelgroepen binnen hun deelnemersbestand. In de praktijk besteden pensioenuitvoerders dan ook veel aandacht aan dit onderwerp in hun communicatiebeleid.
Voor mensen met een laag inkomen is adequate voorlichting en keuzebegeleiding extra belangrijk. Het opnemen van een bedrag ineens kan namelijk gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen die zij ontvangen, waardoor de opname voor hen mogelijk minder voordelig kan zijn. Om de kwaliteit van de communicatie te waarborgen, houdt de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toezicht op de informatieverstrekking en keuzebegeleiding aan deelnemers.
7.
U geeft aan dat ook na de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel de hoogte van het bedrag ineens kan variëren tussen het verstrekken van de informatie en het effectueren van de keuze.18 Dit is juist, maar gaat volgens deze leden voorbij aan het feit dat door dit wetsvoorstel in werking te laten treden op het moment dat de meeste pensioenfondsen nog in transitie zijn, er samenloop is van boodschappen over de transitie en de boodschap om een keuze te maken voor het bedrag ineens. De vraag is of deelnemers beide boodschappen samen goed begrijpen, juist nu het algemene begrip over de pensioenwijzigingen en het pensioenvertrouwen toeneemt zoals ook blijkt uit de laatste Publieksmonitor pensioenen.19 Een eventueel uitstel tot na de transitie zorgt er volgens deze leden voor dat deelnemers gewend zijn aan de nieuwe pensioenregeling en de werking ervan, dit kan ertoe leiden dat de boodschap over de opname van een bedrag ineens beter landt. Volgt u deze redenering?
Antwoord:
Voorop staat dat de regering het belangrijk vindt dat (gewezen) deelnemers bij de invoering van bedrag ineens kunnen rekenen op een zorgvuldige aanpak vanuit pensioenuitvoerders. De pensioenuitvoerder moet voorafgaand aan pensioeningang aan degene die gepensioneerde wordt allerlei informatie verstrekken die van belang zijn voor het pensioneren, waaronder informatie over keuzemogelijkheden. Daarbij moet de pensioenuitvoerder bevorderen dat deze informatie inzicht geeft in de gevolgen van een keuze of combinatie van keuzes voor het pensioen. Ook moet pensioenuitvoerder de (gewezen) deelnemer in staat stellen een passende keuze te maken door middel van keuzebegeleiding. Deze keuzebegeleiding is wettelijk voorgeschreven.
De regering vindt het daarmee ook belangrijk dat de informatie door de (gewezen) deelnemers begrepen kan worden. Dat uitgangspunt geldt ook bij een inwerkingtreding van het keuzerecht bedrag ineens tijdens de transitie.
De transitie zorgt voor een intensieve informatiestroom richting deelnemers. De hoeveelheid informatie en de samenloop van informatiestromen bemoeilijken het bereiken en begeleiden van deelnemers. Het is vanzelfsprekend dat wanneer iemand tijdens de transitieperiode met pensioen gaat, daar informatie rondom de pensioeningangsdatum bijkomt.
Zoals eerder aangegeven acht de regering inwerkingtreding per 1 juli 2026 niet meer haalbaar. Besluitvorming over een nieuwe inwerkingtredingsdatum is aan een nieuw kabinet.
8.
De aan het woord zijnde leden constateren dat veel pensioenfondsen, met oog op de complexiteit van de transitie, rond het invaarmoment te maken hebben met een zogeheten freeze in hun systemen. Het is dan tijdelijk niet mogelijk om bijvoorbeeld een pensioen aan te vragen. Kunt u hier in relatie tot het aanvragen van een bedrag ineens op reflecteren? Is het ook vanwege deze complexiteit niet verstandiger om te kiezen voor een inwerkingtredingsdatum die niet conflicteert met de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel?
Antwoord:
In algemene zin merkt de regering op dat het aan de pensioenuitvoerder is om tijdig met (gewezen) deelnemer in contact te treden en adequate keuzebegeleiding te bieden als een voorgenomen pensioeningang (en keuzes bij pensioeningang zoals bijvoorbeeld een hoog-laag pensioen) in een freeze valt. Dat geldt ook als life-events of andere mutaties zoals arbeidsongeschiktheid, overlijden, waardeoverdracht of scheiding in een freeze vallen.
De keuze voor een bedrag ineens kan niet los worden gezien van het aanvragen van pensioen (het in laten gaan van het ouderdomspensioen).
Als het bij een pensioenfonds gedurende een freeze niet mogelijk is pensioen aan te vragen, dan zal het ook niet mogelijk zijn om te kiezen voor bedrag ineens. De (gewezen) deelnemer maakt een keuze voor bedrag ineens immers voorafgaande aan de ingangsdatum van het pensioen. En bedrag ineens is een percentage van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen.
Ik heb uw zorgen en die van de sector goed gehoord. Gezien de demissionaire status van het kabinet is het echter aan het nieuwe kabinet om te besluiten over een nieuwe inwerkingtredingsdatum.
9.
In de memorie van toelichting bij de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor 2026 spreekt de regering uit zorgvuldig door te willen gaan met de pensioentransitie en de regelgeving aan te scherpen over hoe pensioenuitvoerders hun deelnemers mee moeten nemen in de transitie.20 Deze zorgvuldigheid en informatie richting deelnemers is voor deze leden ook wezenlijk en vraagt van pensioenuitvoerders het (meer dan) nodige de komende jaren. Hoe verhoudt dit zorgvuldigheidsprincipe zich tot een inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 gegeven de al gesignaleerde uitvoeringsproblemen en het begrip bij deelnemers over de pensioentransitie?
Antwoord:
Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer21 is aangegeven dat nadrukkelijk in de gaten zal worden gehouden of uitvoerders zich nog comfortabel voelen bij beoogde invoeringsdatum en daarover in overleg te blijven met de pensioensector. In de brief aan uw Kamer van 13 maart 202422 is dit uitgangspunt ook bevestigd.
De transitie vergt veel van uitvoerders en doet een groot beroep op schaarse capaciteit. We zien daar ook de resultaten van terug. De voortgangsrapportage Monitoring WTP23 gaat daar nader op in.
Bij eerder uitstel van de beoogde inwerkingtredingsdatum is ook meegewogen dat uitvoerders tenminste zes tot negen maanden nodig hebben om de wet te implementeren. Inmiddels resteren minder dan zes maanden tot 1 juli 2026. Bij eerdere besluiten tot uitstel is ook meegewogen dat bedrag ineens een afspraak is uit het Pensioenakkoord. Uitstel betekent dat het keuzerecht dan niet beschikbaar komt voor mensen die voor de inwerkingtreding van het keuzerecht bedrag ineens met pensioen gaan.
Bijkomend signaal vanuit uw Kamer en de sector is dat naar huidig inzicht een samenloop van de transitie en de inwerkingtreding van bedrag ineens ongewenst is. De sector blijft voorstander van het keuzerecht bedrag ineens. Maar de pensioensector geeft aan zich niet langer comfortabel te voelen bij samenloop met de transitie. Zij zien een risico dat enerzijds de aandacht die nodig is voor de transitie naar het nieuwe stelsel wordt verstoord en anderzijds de zorgvuldigheid die voor implementatie van het keuzerecht nodig is, niet kunnen worden gewaarborgd.
Een ander belangrijk uitgangspunt is dat (gewezen) deelnemers goed worden geïnformeerd over het keuzerecht voor opname van een bedrag ineens en de gevolgen die de keuze voor hen kan hebben. Dit vergt allereerst goede informatie vanuit (pensioen)uitvoerders en daarnaast voldoende tijd voor een deelnemer om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Bij een inwerkingtreding tijdens de transitie kan er, afhankelijk van het transitiemoment en de communicatie daarover, samenloop optreden met de communicatie aan mensen die met pensioen gaan. Onder andere over keuzerechten zoals het keuzerecht bedrag ineens.
SZW heeft inmiddels de door Nibud aangevraagde subsidie toegekend. Met deze subsidie zal het Nibud een tool ontwikkelen die de (gewezen) deelnemer in staat stelt om beter inzicht te krijgen in de gevolgen van bedrag ineens voor belastingen en toeslagen. Deelnemers die in de transitie met pensioen gaan en gebruik willen maken van het keuzerecht bedrag ineens, kunnen gratis gebruik maken van de Nibud tool. De tool bedrag ineens is naar verwachting rond mei of juni 2026 gereed.
Een besluit over een nieuwe inwerkingtredingsdatum is aan het nieuwe kabinet.
10.
Dit alles overziende, hoe kijkt u vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid, begrijpelijkheid en uitvoerbaarheid naar de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026? Bent u dit alles overziende het met deze leden eens dat dit beter is geborgd bij een uitstel van de inwerkingtreding tot na de datum waarop de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel volledig is afgerond?
Antwoord:
Het is belangrijk dat deelnemers ruim van tevoren (zes tot negen maanden van tevoren) adequate voorlichting en keuzebegeleiding ontvangen van pensioenuitvoerders over de gevolgen van bedrag ineens zodat zij een goed geïnformeerde keuze kunnen maken.
De beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 is niet langer haalbaar. Ook de zorgen vanuit de sector en uw Kamer heeft de regering goed gehoord. Gezien de demissionaire status van het kabinet is het aan een nieuw kabinet om te besluiten over een nieuwe inwerkingtredingsdatum.
11.
Ter onderbouwing van een inwerkingtredingsdatum van 1 juli 2026 legt u sterk de nadruk op het belang van het voorkomen van nieuwe teleurstellingen bij degenen die al lang wachten op de invoering van het keuzerecht voor een bedrag ineens.24 Ook deze leden willen graag teleurstellingen voorkomen. Juist tegen die achtergrond maken deze leden zich grote zorgen over de risico’s van een voortijdige inwerkingtreding, waarbij niet is voldaan aan alle noodzakelijke randvoorwaarden om het risico op financiële ongelukken volledig te voorkomen. Hoe beoordeelt u deze situatie, met inachtneming van eerdere wetgeving waar is gebleken dat dergelijke risico’s ook te licht gewogen zijn?
Antwoord:
De beoogde inwerkingtreding van 1 juli 2026 is niet langer haalbaar.
Gezien de demissionaire status van het kabinet is een besluit over een nieuwe inwerkingtredingsdatum is aan het nieuwe kabinet. Bij eerdere besluitvorming over de inwerkingtreding zijn meerdere factoren meegewogen, zoals de budgettaire derving bij uitstel, de implementatietijd voor de sector en de ontwikkeling van de tool bedrag ineens door het Nibud. Ook is meegewogen dat bij uitstel van de inwerkingtreding het keuzerecht niet meer beschikbaar is voor mensen die voor de inwerkingtreding met pensioen gaan.
Het keuzerecht bedrag ineens is een afspraak uit het Pensioenakkoord om mensen meer flexibiliteit rondom de pensioendatum te bieden. Daar bestaat ook behoefte aan. Uit eerder onderzoek door het Nibud25 blijkt dat van de groep 55 tot 67-jarigen ruim 1 op de 3 er (misschien) gebruik van wil maken. Het opschuiven van de inwerkingtredingsdatum betekent dat later uitvoering wordt gegeven aan de afspraken uit het Pensioenakkoord.
De (voorgestelde) wetgeving voorziet in maatregelen die het risico op (de gevolgen van) verkeerde keuzes mitigeren:
− Een keuze voor bedrag ineens is pas mogelijk rondom pensioendatum.
− Een bedrag ineens mag maximaal 10% zijn van de waarde van het opgebouwde ouderdomspensioen.
− Een keuze voor bedrag ineens mag niet worden gecombineerd met een keuze voor een hoog-laag pensioen.
− Als een (gewezen) deelnemer gebruik wenst te maken van de gedeeltelijke afkoop of meer inzicht verlangt in de mogelijkheid tot gedeeltelijke afkoop, dient de pensioenuitvoerder persoonlijke informatie over dit keuzerecht te verstrekken en inzicht te bieden in de gevolgen voor het pensioen als de deelnemer al dan niet gebruikmaakt van dit keuzerecht.
− De pensioenuitvoerder moet de (gewezen) deelnemer in staat stellen een passende keuze te maken door adequate keuzebegeleiding te bieden. Ook heeft de pensioenuitvoerder een informatieplicht. De uitvoerder moet de (gewezen) deelnemer wijzen op de gevolgen van bedrag ineens op het pensioen en waarschuwen dat de keuze voor bedrag ineens gevolgen heeft voor belastingen en inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen. De uitvoerder informeert de deelnemer waar meer informatie is te vinden. De uitvoerder kan bijvoorbeeld doorverwijzen naar de tool bedrag ineens van het Nibud.
In september jl. is uw Kamer geïnformeerd dat het Nibud een subsidieaanvraag heeft ingediend voor de ontwikkeling van een tool bedrag ineens.26 De subsidieaanvraag is inmiddels toegekend door SZW. De tool is naar verwachting rond mei of juni 2026 gereed.
Deelnemers ontvangen zes tot negen maanden voor de pensioendatum voorlichting van pensioenuitvoerders over onder meer de gevolgen van bedrag ineens en keuzebegeleiding. Pensioenuitvoerders kunnen daarbij bijvoorbeeld doorverwijzen naar de tool bedrag ineens van het Nibud.
Deze Nibud tool biedt een aanvullende mogelijkheid voor deelnemers om een indicatie te krijgen van de gevolgen die de keuze voor het opnemen van een bedrag ineens heeft voor hun toeslagen en bruto- en netto-inkomen. De Nibud tool wijst ook op acties die de deelnemer moet ondernemen. Zoals het doorgeven van gewijzigd inkomen voor de toeslagberekening aan de Belastingdienst.
Bovengenoemde maatregelen en het flankerend beleid in de vorm van de Nibud tool bedrag ineens mitigeren het risico op verkeerde keuzes. Het keuzerecht bedrag ineens is een individueel keuzerecht van de (gewezen) deelnemer. Ook is de (gewezen) deelnemer zelf verantwoordelijk voor het wel of niet gebruik maken van de Nibud tool bedrag ineens of andere doorverwijzingen. Het risico op een verkeerde keuze is daarmee niet volledig uit te sluiten.
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koffeman (PvdD), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Samenstelling:
Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koffeman (PvdD), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36154-J.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.