Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 35822 nr. C |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 35822 nr. C |
Vastgesteld 8 februari 2022
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)1 en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)2 hebben kennisgenomen van de brief3 van 5 november 2021, in reactie op de brief met nadere vragen van de commissies van 4 oktober 2021 naar aanleiding van de Gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over de stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije4.
Naar aanleiding hiervan is op 14 december 2021 een brief gestuurd aan de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken.
De huidige Minister van Buitenlandse Zaken heeft op 13 januari 2022 aangegeven dat het beantwoorden van de vragen niet binnen de gebruikelijke termijn mogelijk is.
De huidige Minister van Buitenlandse Zaken heeft op 7 februari 2022 inhoudelijk gereageerd.
De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, Van Luijk
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 14 december 2021
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief5 van 5 november 2021, in reactie op de brief met nadere vragen van de commissies van 4 oktober 2021 naar aanleiding van de Gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over de stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije6. De leden van de fracties van GroenLinks en D66 hebben gezamenlijk naar aanleiding hiervan nog enkele vervolgvragen. De leden van de fracties van de PvdA en de ChristenUnie sluiten zich graag aan bij de nadere vragen van de fractieleden van GroenLinks en D66.
In uw brief noemt u een pakket van de Europese Commissie van 5,7 miljard euro voor de opvang van Syrische vluchtelingen in de periode 2020–2024. Daarbij geeft u aan dat de Commissie hier nog geen formele voorstellen voor heeft gepubliceerd.7 Hoe spoedig verwacht u de presentatie van dit voorstel? Kan de regering, zodra dit pakket gepresenteerd is, zo snel mogelijk een BNC-fiche aan de Eerste Kamer doen toekomen?
Verder stelt u in uw beantwoording dat uit onderzoek van de World Refugee and Migration Council blijkt dat de Turkse gastgemeenschap de terugkeer van Syrische vluchtelingen meer en meer wenselijk acht.8 In dit kader vragen de leden van de fracties van GroenLinks en D66 het volgende: vindt er vanuit Turkije gedwongen terugkeer naar Syrië plaats? Hoe wordt er toezicht gehouden op of dit wel of niet gebeurt, en door wie? Zijn er expliciete afspraken gemaakt tussen de Commissie en Turkije om te verzekeren dat er geen gedwongen terugkeer zal plaatsvinden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke afspraken, en hoe wordt de naleving van deze afspraken gemonitord?
Ten slotte geeft u aan dat de regering de verantwoordelijkheid van Nederland erkent om de druk op Turkije voor het opvangen van grote aantallen vluchtelingen te verlichten door zelf ook Syrische vluchtelingen op te nemen, en stelt dit te doen door middel van hervestiging, zoals afgesproken in de EU-Turkije verklaring.9 Kunt u een overzicht geven van de afspraken die met Turkije gemaakt waren over het opnemen van vluchtelingen door Nederland? In hoeverre zijn die afspraken door de regering nageleefd, zowel qua hoeveelheid opgenomen vluchtelingen als met betrekking tot overige opname-gerelateerde afspraken? En voor zover de afspraken niet zijn nagekomen, waarom niet? Welke consequenties heeft dit voor de in Turkije gevoelde druk door opvang, zo vragen de leden van de fracties van GroenLinks en D66.
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, E.B. van Apeldoorn
De voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad, M.H.M. Faber-van de Klashorst
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 januari 2022
Naar aanleiding van de nadere schriftelijke vragen van de fracties van GroenLinks en D66, waar de leden van de fracties van PvdA en de ChristenUnie zich bij hebben aangesloten met kenmerk 169372.03U die werden ingezonden op 14 december 2021, wil ik u meedelen dat het niet mogelijk is deze vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden. De reden hiervoor is de nog lopende interdepartementale afstemming over de beantwoording van de vragen.
Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 februari 2022
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de antwoorden aan op de nadere vragen van de leden van de fracties van GroenLinks en D66 inzake de gezamenlijke mededeling stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije. De leden van de fracties van de PvdA en de ChristenUnie hebben zich bij deze vragen aangesloten. De vragen werden op 14 december 2021 ingezonden.
De Minister van Buitenlandse Zaken, W.B. Hoekstra
Nadere vragen
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 5 november 2021, in reactie op de brief met nadere vragen van de commissies van 4 oktober 2021 naar aanleiding van de Gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over de stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije.
De leden van de fracties van GroenLinks en D66 hebben gezamenlijk naar aanleiding hiervan nog enkele vervolgvragen. De leden van de fracties van de PvdA en de ChristenUnie sluiten zich graag aan bij de nadere vragen van de fractieleden van GroenLinks en D66.
In uw brief noemt u een pakket van de Europese Commissie van 5,7 miljard euro voor de opvang van Syrische vluchtelingen in de periode 2020–2024. Daarbij geeft u aan dat de Commissie hier nog geen formele voorstellen voor heeft gepubliceerd. Hoe spoedig verwacht u de presentatie van dit voorstel? Kan de regering, zodra dit pakket gepresenteerd is, zo snel mogelijk een BNC-fiche aan de Eerste Kamer doen toekomen?
Antwoord:
De voorstellen van de Commissie worden niet als één pakket voorgelegd maar in meerdere comités besproken omdat de Commissie de financiële middelen voor de komende jaren uit verschillende EU financieringsinstrumenten zal halen. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om het Neighbourhood, Development and International Cooperation (NDICI) Instrument, het Instrument voor Humanitaire Hulp (HUMA) en het Instrument voor Pretoetredingssteun (IPA).
De Raad stemde inmiddels in met Draft Amending Budget (DAB5) waarin de Commissie voorstelt om de Europese begroting voor 2021 te verhogen met EUR 149,6 mln. in vastleggingen ten behoeve van de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije, Jordanië, Libanon en de regio. DAB5 maakte onderdeel uit van het informeel door de Commissie aangekondigde pakket voor de opvang van Syrische vluchtelingen van in totaal 5,7 miljard euro voor de periode 2020–2024.10 Daarnaast zijn er in december jl. drie voorstellen goedgekeurd: In het IPA comité is een programma voor steun bij migratie- en grensmanagement (EUR 30 mln) goedgekeurd, in NDICI-comité zijn financiële middelen vastgelegd (t.w.v. EUR 530 mln) voor de continuering van de onderwijsprogramma’s, waaronder het Conditional Cash Transfers for Education (CCTE) mechanisme en in het HUMA-comité zijn financiële middelen vastgelegd (t.w.v. EUR 325 mln) voor de continuering van het Emergency Social Safety Network (ESSN) programma.
Omdat de financiële middelen niet allemaal in één begrotingsjaar worden vastgelegd, is het nog niet duidelijk wanneer de Commissie nieuwe voorstellen zal presenteren. Het gehele pakket wordt gefinancierd vanuit het Meerjarig Financieel Kader waarover reeds meerdere BNC fiches met uw Kamer zijn gedeeld.
Verder stelt u in uw beantwoording dat uit onderzoek van de World Refugee and Migration Council blijkt dat de Turkse gastgemeenschap de terugkeer van Syrische vluchtelingen meer en meer wenselijk acht.4 In dit kader vragen de leden van de fracties van GroenLinks en D66 het volgende: vindt er vanuit Turkije gedwongen terugkeer naar Syrië plaats? Hoe wordt er toezicht gehouden op of dit wel of niet gebeurt, en door wie? Zijn er expliciete afspraken gemaakt tussen de Commissie en Turkije om te verzekeren dat er geen gedwongen terugkeer zal plaatsvinden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke afspraken, en hoe wordt de naleving van deze afspraken gemonitord?
Antwoord:
Turkije is van mening dat veilige terugkeer naar bepaalde regio’s in Syrië mogelijk is. Dit strookt echter niet met de positie van UNHCR en de bevindingen van het meest recente ambtsbericht. Daaruit blijkt het algemene uitgangspunt dat asielzoekers uit Syrië bij terugkeer een reëel risico lopen. De Turkse autoriteiten hebben herhaaldelijk benadrukt dat Turkije geen Syriërs gedwongen terugstuurt.
Het kabinet volgt de situatie nauwlettend. Turkije is zowel op grond van het VN-Vluchtelingenverdrag als de eigen nationale wetgeving verplicht om het principe van non-refoulement te respecteren. De EU en haar lidstaten zijn voortdurend in gesprek met de Turkse autoriteiten, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt gevraagd voor de vrijwillige, veilige en waardige terugkeer van Syrische vluchtelingen.
Ten slotte geeft u aan dat de regering de verantwoordelijkheid van Nederland erkent om de druk op Turkije voor het opvangen van grote aantallen vluchtelingen te verlichten door zelf ook Syrische vluchtelingen op te nemen, en stelt dit te doen door middel van hervestiging, zoals afgesproken in de EU-Turkije verklaring.5 Kunt u een overzicht geven van de afspraken die met Turkije gemaakt waren over het opnemen van vluchtelingen door Nederland?
In hoeverre zijn die afspraken door de regering nageleefd, zowel qua hoeveelheid opgenomen vluchtelingen als met betrekking tot overige opname-gerelateerde afspraken? En voor zover de afspraken niet zijn nagekomen, waarom niet? Welke consequenties heeft dit voor de in Turkije gevoelde druk door opvang, zo vragen de leden van de fracties van GroenLinks en D66.
Antwoord:
Turkije is gastheer voor de grootste vluchtelingengemeenschap ter wereld, daarom steunen de EU en Nederland Turkije in de opvang van vluchtelingen, zowel via hervestiging van vluchtelingen als met financiële middelen. Er zijn in het kader van de EU-Turkije Verklaring geen concrete aantallen ten aanzien van hervestiging aan Turkije beloofd. Wel is de zogenoemde 1:1 afspraak gemaakt. Deze afspraak houdt in dat voor elke Syriër die vanaf de Griekse eilanden naar Turkije wordt teruggestuurd, een (andere) Syrische vluchteling uit Turkije naar de EU wordt hervestigd. Hoewel om verschillende redenen deze terugkeer achterblijft, waarover de Tweede Kamer meermaals is geïnformeerd11 heeft de EU volgens de Europese Commissie t/m december 2021 in totaal 32.038 personen hervestigd op grond van de EU-Turkije verklaring.
Via de EU-Turkije Verklaring draagt Nederland actief bij aan de hervestiging van Syrische vluchtelingen vanuit Turkije. Dit gaat dus niet om bilaterale afspraken tussen Turkije en Nederland. Vanaf de totstandkoming van de EU-Turkije verklaring d.d. 18 maart 2016 en de aanvang van de 1:1 hervestiging vanaf april 2016 t/m november 2021 heeft Nederland bijna 5.000 Syrische vluchtelingen uit Turkije hervestigd. De hervestiging op grond van de EU-Turkije Verklaring maakt onderdeel uit van de totale toegezegde Nederlandse inzet op hervestiging in het kader van opvolgende EU hervestigingsprogramma’s. Vanaf 2018 is de Nederlandse bijdrage aan hervestiging van Syrische vluchtelingen uit Turkije gebaseerd op zo’n 1.000 aankomsten per jaar. Anders dan de jaren ervoor is het in 2020 en 2021 vanwege de covid-19 pandemie niet mogelijk gebleken het toegezegde aantal aankomsten te realiseren. Voor 2022 zijn de inspanningen wederom gericht op het uitvoeren van de aankomst van 1.000 Syrische vluchtelingen uit Turkije, maar blijft de realisatie daarvan mede afhankelijk van de ontwikkelingen van de pandemie.
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Samenstelling:
Faber-Van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Jorritsma-Lebbink (VVD), Vacant (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), Prast (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Dessing (FVD), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga) en Raven (OSF)
Samenstelling:
Kox (SP), Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV) (voorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Stienen (D66) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Van den Berg (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Doornhof (CDA), Karimi (GL), Veldhoen (GL), Vos (PvdA), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Dittrich (D66), Van Wely (Fractie-Nanninga), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA), Talsma (CU) en Hiddema (FVD).
Zie onder meer brief aan de Kamer inzake Aanbieding antwoorden feitelijke vragen begroting Justitie en Veiligheid 2020 d.d. 14 november 2019, Brief beantwoording Schriftelijk overleg over JBZ-Raad van 7 en 8 oktober 2019» d.d. 2 oktober 2019.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35822-C.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.