Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 35822 nr. B |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 35822 nr. B |
Vastgesteld 5 november 2021
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO)1 en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)2 hebben kennisgenomen van de brief3 van de Minister van Buitenlandse Zaken van 16 juli 2021, in reactie op de brief met vragen van de commissies van 23 juni 2021 naar aanleiding van de Gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over de stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije4. De leden van de fractie van GroenLinks hadden naar aanleiding hiervan nog enkele nadere vragen. De leden van de fracties van D66 en de PvdA sloten zich graag aan bij de vragen van de fractie van GroenLinks.
Naar aanleiding hiervan is op 4 oktober 2021 een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De Minister heeft op 5 november 2021 gereageerd.
De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, Van Luijk
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR BUITENLANDSE ZAKEN, DEFENSIE EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD
Aan de Minister van Buitenlandse Zaken
Den Haag, 4 oktober 2021
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief5 van de Minister van Buitenlandse Zaken van 16 juli 2021, in reactie op de brief met vragen van de commissies van 23 juni 2021 naar aanleiding van de Gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger (HV) over de stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije6. De leden van de fractie van GroenLinks hebben naar aanleiding hiervan nog enkele nadere vragen. De leden van de fracties van D66 en de PvdA sluiten zich graag aan bij de vragen van de fractie van GroenLinks.
De leden van de GroenLinks-fractie bedanken de Minister voor de beantwoording van de vragen. Mede ingegeven door de recente, zorgwekkende ontwikkelingen in Afghanistan hebben deze leden een aantal vervolgvragen.
In de beantwoording van de vragen van de GroenLinks-fractie schrijft de regering dat Turkije vier miljoen vluchtelingen opvangt.7 Dit cijfer dateert van voor de recente ontwikkelingen in Afghanistan en de terugkeer van de Taliban aan de macht. Naar de verwachting van de UNHCR en IOM zullen veel Afghanen voor het regime van de Taliban op de vlucht slaan. Kunt u aangeven hoe Turkije door deze ontwikkelingen is beïnvloed? Is er sprake van toename van het aantal Afghaanse vluchtelingen in Turkije? Welke gesprekken vinden hierover tussen de EU en Turkije plaats?
De EU en de lidstaten leveren onder de EU-Turkije Verklaring een financiële bijdrage van zes miljard euro voor de vluchtelingenopvang in Turkije. In juli 2020 werd hier een overbruggingsfinanciering van 585 miljoen euro aan toegevoegd, om de continuering van bepaalde programma’s zeker te stellen, zo schrijft de regering in de beantwoording.8 Betekent deze formulering dat toch een eind gekomen is aan bepaalde programma’s die niet door deze overbruggingsfinanciering veiliggesteld kunnen worden? Zo ja, om welke programma’s gaat het? Heeft bijvoorbeeld de Conditional Cash Transfer for Education (CCTE), die van belang is voor onderwijs aan Syrische kinderen, nog steeds voldoende financiering?
De regering schrijft verder: «Een belangrijke aanbeveling uit dit rapport onderstreept het belang van de geleidelijke overgang van humanitaire hulp naar meer duurzame vormen van assistentie aan vluchtelingen in Turkije. Deze transitie dient in de ogen van het kabinet te worden voortgezet bij vervolgfinanciering voor de opvang van vluchtelingen in Turkije. Hierbij kan worden gedacht aan grotere inzet op het verbeteren van toegang voor vluchtelingen tot het Turkse zorgstelsel, het onderwijssysteem, en de arbeidsmarkt. Het vergroten van capaciteit van deze sectoren brengt een verschuiving van humanitaire hulp naar duurzame sociaaleconomische ontwikkeling met zich mee.»9
De leden van de GroenLinks-fractie onderschrijven het belang van integratie van assistentie aan vluchtelingen in de structurele sectoren van Turkije. Dat zal echter, gezien de enorme aantallen, een grote opgave zijn voor de Turkse samenleving, die mogelijk gepaard gaan met sociale, culturele en politieke spanningen. De Nederlandse regering blijft bij iedere discussie over de opvang van vluchtelingen wijzen op het draagvlak in de samenleving. In 2015 schudde de EU, wereldwijd het grootste economische blok met 500 miljoen inwoners, op haar grondvesten door de komst van één miljoen Syrische vluchtelingen. Hoe kijken de Nederlandse regering, de EU en de andere Europese regeringen naar het draagvlak en het absorptievermogen van de Turkse samenleving, gezien de enorme aantallen waarmee Turkije nu te maken krijgt? Voor een groot draagvlak in Turkije is van belang dat Europese regeringen niet alleen geld beschikbaar stellen, maar ook zelf ruimhartig mensen opnemen, al dan niet door hervestigingsprogramma’s. Naast de Syriërs die nog steeds niet kunnen terugkeren naar hun land, is de situatie in Afghanistan op dit moment tevens kritiek. Het is voor het vermogen van Turkije om vluchtelingen op een menswaardige manier te kunnen ontvangen en op een duurzame manier in de samenleving te kunnen opnemen, noodzakelijk dat het draagvlak daarvoor intact blijft, zo menen de leden van de GroenLinks-fractie. Deelt de regering de mening van deze leden en is zij bereid om zich in te zetten voor een grotere opvang van vluchtelingen uit Turkije?
De regering schrijft dat ongeveer 400.000 vluchtelingenkinderen niet naar school gaan.10 Dit is een groot aantal. Wat betekent dit voor gesprekken in het kader van het vervolg op de EU-Turkije deal? Welke effectieve programma’s kunnen ondersteund worden om dit hoge getal omlaag te krijgen?
Kan de regering toezeggen dat de inzet van de EU voor de vervolgafspraken met Turkije in het kader van de opvang van vluchtelingen tijdig en volledig met de Eerste Kamer zullen worden gedeeld, zodat in het belang van democratische controle de Eerste Kamer hierover tijdig met de regering in overleg kan treden?
De leden van de vaste commissies voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking (BDO) en Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
Voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking E.B. van Apeldoorn
Voorzitter van de vaste commissievoor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad M.H.M. Faber-van de Klashorst
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 november 2021
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de antwoorden aan op de gestelde vragen door de Eerste Kamer fractie van GroenLinks inzake de gezamenlijke mededeling stand van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije. Deze vragen werden ingezonden op 4 oktober 2021.
De Minister van Buitenlandse Zaken, H.P.M. Knapen
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
In de beantwoording van de vragen van de GroenLinks-fractie schrijft de regering dat Turkije vier miljoen vluchtelingen opvangt.3 Dit cijfer dateert van voor de recente ontwikkelingen in Afghanistan en de terugkeer van de Taliban aan de macht. Naar de verwachting van de UNHCR en IOM zullen veel Afghanen voor het regime van de Taliban op de vlucht slaan. Kunt u aangeven hoe Turkije door deze ontwikkelingen is beïnvloed? Is er sprake van toename van het aantal Afghaanse vluchtelingen in Turkije? Welke gesprekken vinden hierover tussen de EU en Turkije plaats?
Antwoord:
De recente ontwikkelingen in Afghanistan hebben er tot op heden niet toe geleid dat er een significante toename van Afghaanse vluchtelingen in Turkije plaats heeft gevonden. Uit cijfers van het IOM en het Turkse Ministerie van Binnenlandse Zaken is op te maken dat Turkije, naast de groep van ongeveer 3,7 miljoen Syrische vluchtelingen, opvang biedt aan ongeveer 330.000 vluchtelingen met een andere nationaliteit, waarvan het grootste deel van Afghaanse afkomst.11 Naar alle waarschijnlijkheid verblijft deze groep al langer in Turkije en is deze groep gearriveerd voor de machtsovername in Afghanistan. Er is daarnaast wel sprake van continue migratiedruk op de Turkse grens met Iran. De instroomcijfers lijken echter vooralsnog op hetzelfde niveau te blijven als in 2020. De EU, bij monde van de Europese Commissie, maar ook de VN en onze eigen ambassade onderhouden contact met de Turkse autoriteiten over de situatie aan de Turkse grenzen. Daarnaast verleent de EU hulp bij de opvang van vluchtelingen in Turkije, waarbij aandacht is voor ondersteuning van de opvangcapaciteit, assistentie op het gebied van registratieprocedures, voorziening in basisbehoeftes en ondersteuning van de mogelijkheden voor duurzame integratie in de Turkse samenleving.
De EU en de lidstaten leveren onder de EU-Turkije Verklaring een financiële bijdrage van zes miljard euro voor de vluchtelingenopvang in Turkije. In juli 2020 werd hier een overbruggingsfinanciering van 585 miljoen euro aan toegevoegd, om de continuering van bepaalde programma’s zeker te stellen, zo schrijft de regering in de beantwoording.12 Betekent deze formulering dat toch een eind gekomen is aan bepaalde programma’s die niet door deze overbruggingsfinanciering veiliggesteld kunnen worden? Zo ja, om welke programma’s gaat het? Heeft bijvoorbeeld de Conditional Cash Transfer for Education (CCTE), die van belang is voor onderwijs aan Syrische kinderen, nog steeds voldoende financiering?
Antwoord:
Er zijn geen programma’s gestaakt vanwege onvoldoende financiële middelen. Met de overeengekomen overbruggingsfinanciering in juli 2020 kon veiliggesteld worden dat de programma’s die vanwege hun aard doorlopende liquide middelen nodig hebben zoals het Conditional Cash Transfer for Education (CCTE) en het Emergency Social Safety Net (ESSN) tot begin 2022 voortgezet kunnen worden.
Op 9 juli jl. presenteerde de Commissie een voorstel voor een vijfde aanvullende Europese begroting voor 2021 (DAB5). In DAB5 stelt de Commissie voor om de Europese begroting voor 2021 te verhogen met 149,6 miljoen euro in vastleggingen ten behoeve van de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije, Jordanië, Libanon en de regio. Op 5 oktober jl. heeft de Raad ingestemd met het voorstel waardoor de financiering van de eerder genoemde programma’s nog langer zeker gesteld zijn.
DAB5 maakt onderdeel uit van het informeel door de Commissie aangekondigde pakket voor de opvang van Syrische vluchtelingen van in totaal 5,7 miljard euro voor de periode 2020–2024. De Commissie heeft hier nog geen formele voorstellen voor gepubliceerd. Nederland heeft samen met gelijkgestemde lidstaten de Commissie opgeroepen om spoedig een formeel voorstel voor het totaalpakket aan financiering voor Syrische vluchtelingen in Turkije en de regio te presenteren.13
De regering schrijft verder: «Een belangrijke aanbeveling uit dit rapport onderstreept het belang van de geleidelijke overgang van humanitaire hulp naar meer duurzame vormen van assistentie aan vluchtelingen in Turkije. Deze transitie dient in de ogen van het kabinet te worden voortgezet bij vervolgfinanciering voor de opvang van vluchtelingen in Turkije. Hierbij kan worden gedacht aan grotere inzet op het verbeteren van toegang voor vluchtelingen tot het Turkse zorgstelsel, het onderwijssysteem, en de arbeidsmarkt. Het vergroten van capaciteit van deze sectoren brengt een verschuiving van humanitaire hulp naar duurzame sociaaleconomische ontwikkeling met zich mee.»14
De leden van de GroenLinks-fractie onderschrijven het belang van integratie van assistentie aan vluchtelingen in de structurele sectoren van Turkije. Dat zal echter, gezien de enorme aantallen, een grote opgave zijn voor de Turkse samenleving, die mogelijk gepaard gaan met sociale, culturele en politieke spanningen. De Nederlandse regering blijft bij iedere discussie over de opvang van vluchtelingen wijzen op het draagvlak in de samenleving. In 2015 schudde de EU, wereldwijd het grootste economische blok met 500 miljoen inwoners, op haar grondvesten door de komst van één miljoen Syrische vluchtelingen. [Hoe kijken de Nederlandse regering, de EU en de andere Europese regeringen naar het draagvlak en het absorptievermogen van de Turkse samenleving, gezien de enorme aantallen waarmee Turkije nu te maken krijgt?
Voor een groot draagvlak in Turkije is van belang dat Europese regeringen niet alleen geld beschikbaar stellen, maar ook zelf ruimhartig mensen opnemen, al dan niet door hervestigingsprogramma’s. Naast de Syriërs die nog steeds niet kunnen terugkeren naar hun land, is de situatie in Afghanistan op dit moment tevens kritiek. Het is voor het vermogen van Turkije om vluchtelingen op een menswaardige manier te kunnen ontvangen en op een duurzame manier in de samenleving te kunnen opnemen, noodzakelijk dat het draagvlak daarvoor intact blijft, zo menen de leden van de GroenLinks-fractie. [Deelt de regering de mening van deze leden en is zij bereid om zich in te zetten voor een grotere opvang van vluchtelingen uit Turkije?
Antwoord:
De Turkse samenleving heeft in de afgelopen jaren een groot draagvlak en absorptievermogen getoond voor de opvang van miljoenen vluchtelingen. Nederland erkent de verantwoordelijkheid die Turkije hierin neemt. Recent onderzoek van de World Refugee and Migration Council15 laat zien dat Syrische vluchtelingen zich in toenemende mate gesetteld en geïntegreerd voelen in Turkije. Tegelijkertijd toont het onderzoek aan dat de Turkse gastgemeenschap hun terugkeer meer en meer wenselijk acht. Dit wijst volgens het onderzoek op een bepaalde paradox die te verklaren valt door het langdurige verblijf van vluchtelingen met beperkte toegang tot duurzame oplossingen. Indicaties dat er een grens zit aan het draagvlak en absorptievermogen, zijn de (nog altijd) incidentele aanvaringen tussen de vluchtelingen- en de gastgemeenschap, maar bijvoorbeeld ook het interne politieke debat waaruit blijkt dat de kwestie steeds gevoeliger lijkt te liggen. Dit heeft ook te maken met de economische uitdagingen waar Turkije voor staat.
Zoals in de bovenstaande beantwoording is gemeld is er vooralsnog geen sprake van een significante toename van Afghaanse vluchtelingen in Turkije. Wel lijkt het aannemelijk dat een toename van Afghaanse vluchtelingen het draagvlak verder onder druk zou zetten. Het is voor Nederland en de EU duidelijk dat hoe de situatie zich in Afghanistan ook ontwikkelt de Turkse samenleving ondersteuning nodig heeft om de vluchtelingenopvang te blijven continueren. Het is daarbij zaak dat deze steun toeziet op verduurzaming van de opvang door in te blijven zetten op de genoemde transitie, waardoor vluchtelingen niet alleen humanitaire steun ontvangen, maar integraal deel kunnen nemen aan de Turkse maatschappij. Om de druk op Turkije voor het opvangen van grote aantallen vluchtelingen te verlichten draagt Nederland, net als andere EU-lidstaten, vanaf het tot stand komen van de EU-Turkije Verklaring bij aan de daarin opgenomen hervestiging van Syrische vluchtelingen uit Turkije.
Nederland pleit voor een spoedig formeel voorstel vanuit de EU voor het totaalpakket aan financiering waarmee o.a. Turkije nog langer steun kan ontvangen. Het is daarbij zaak dat deze steun toeziet op verduurzaming van de opvang door in te blijven zetten op de genoemde transitie, waardoor vluchtelingen niet slechts in hun basisvoorzieningen worden voorzien maar integraal deel kunnen nemen aan de Turkse maatschappij.
De regering schrijft dat ongeveer 400.000 vluchtelingenkinderen niet naar school gaan. Dit is een groot aantal. Wat betekent dit voor gesprekken in het kader van het vervolg op de EU-Turkije deal?
Welke effectieve programma’s kunnen ondersteund worden om dit hoge getal omlaag te krijgen? Kan de regering toezeggen dat de inzet van de EU voor de vervolgafspraken met Turkije in het kader van de opvang van vluchtelingen tijdig en volledig met de Eerste Kamer zullen worden gedeeld, zodat in het belang van democratische controle de Eerste Kamer hierover tijdig met de regering in overleg kan treden?
Antwoord:
Bij de instelling van de Faciliteit voor Vluchtelingen in Turkije (FRIT) als coördinatiemechanisme om Turkije te ondersteunen om te voldoen aan onmiddellijke humanitaire hulp en ontwikkeling van de vluchtelingen en de Turkse gastgemeenschappen, is er vastgesteld dat er naast de jaarlijkse verslagen van de Europese Commissie ook onafhankelijke evaluaties over het functioneren van de FRIT worden uitgevoerd16.
In juni jl. verscheen de Strategic Midterm Evaluation of the FRIT. Deze evaluatie kijkt terug op en beoordeelt de uitvoering van de FRIT waarbij specifieke aandacht uitgaat naar de vijf pijlers: humanitaire ondersteuning en bescherming, onderwijs, gezondheid, sociaaleconomische ondersteuning en migratie management. Deze evaluatie bevat ook concrete aanbevelingen aan de Europese Commissie waarmee de uitvoering van de FRIT verder verbeterd kan worden. De aanbevelingen uit het rapport worden meegenomen in de gesprekken over het vervolg van de inzet van de FRIT.
Uit zowel de evaluatie als de jaarverslagen van de Europese Commissie blijkt dat het Conditional Cash Transfer for Education (CCTE) zeer effectief is in de ondersteuning en stimulering van onderwijs onder kinderen. Daarnaast ziet het kabinet waarde in de aanbeveling om minder geld te investeren in infrastructuur voor onderwijs en in plaats daarvan in te zetten op programma’s die zich focussen op de verbetering van toegang tot onderwijs voor kinderen.
Nederland heeft samen met gelijkgestemde lidstaten de Commissie opgeroepen om spoedig een formeel voorstel voor het totaalpakket aan financiering voor Syrische vluchtelingen te presenteren.17 Uw Kamer zal hier t.z.t. over geïnformeerd worden.
Samenstelling:
Faber-Van de Klashorst (PVV), Ganzevoort (GL), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Van Dijk (SGP), Jorritsma-Lebbink (VVD), Vacature (CDA), Oomen-Ruijten (CDA), Koole (PvdA), Prast (PvdD), Van Rooijen (50PLUS), arbouw (VVD), Van Ballekom (VVD) (1e ondervoorzitter), Beukering (Fractie-Nanninga), Bezaan (PVV), Dittrich (D66), Huizinga-Heringa (CU) (2e ondervoorzitter), Dessing (FVD), Karimi (GL), Kluit (GL), Moonen (D66), Otten (Fractie-Otten), Vos (PvdA), Van Wely (Fractie-Nanninga) en Raven (OSF)
Samenstelling:
Kox (SP), Koffeman (PvdD), Faber-Van de Klashorst (PVV) (voorzitter), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Stienen (D66) (ondervoorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Adriaansens (VVD), De Blécourt-Wouterse (VVD), Doornhof (CDA), Karimi (GL), vac. (Fractie-Nanninga) Veldhoen (GL), Vos (PvdA), De Vries (Fractie-Otten), Keunen (VVD), Dittrich (D66), Van Wely (Fractie-Nanninga), Nanninga (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Karakus (PvdA), Talsma (CU) en Hiddema (FVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35822-B.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.