35 420 Noodpakket banen en economie

Nr. 418 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2021

Afgelopen zomer kondigde het kabinet aan een Aanvullende Tegemoetkoming Evenementen (ATE) in het leven te roepen1. In overeenstemming met de aangenomen motie van het lid Aartsen c.s.2, die oproept binnen een maand duidelijkheid te geven over de ATE informeer ik u, mede namens de Minister van OCW, over de contouren van de beoogde regeling. Hieronder ga ik eerst in op de aanloop en achtergronden van de regeling, om daarna de belangrijkste voorwaarden van de regeling uiteen te zetten.

Aanloop en achtergronden

Met de ATE wil het kabinet organisatoren van evenementen tegemoetkomen die wel kosten hebben gemaakt, maar niet voldoen aan de voorwaarden voor de garantieregeling evenementen (TRSEC). De directe aanleiding voor de ATE was de besluitvorming van 9 juli 2021, waardoor ongeplaceerde evenementen met ingang van 10 juli werden verboden. Een belangrijke overweging voor het kabinet was dat organisatoren van evenementen niet meer de kans hadden hun kosten te matigen vanwege het vrijwel onmiddellijk ingaande evenementenverbod. Hierdoor bestond het risico dat veel kleinschalige, lokaal georganiseerde evenementen met financiële tekorten zouden blijven zitten, met mogelijke nadelige gevolgen voor de betrokken gemeenschappen.

Het kabinet heeft de beperkende maatregelen van 9 juli tweemaal verlengd (bij besluitvorming van 13 augustus en 14 september), zodat de ATE betrekking heeft op de periode vanaf 10 juli tot en met 24 september. Per 25 september werden de restricties ten aanzien van het organiseren van evenementen opgeheven en werden andere maatregelen voor evenementen van kracht. Bij de verlenging is het aanvankelijk budget van € 80 mln. verhoogd tot € 120 mln.

Om tot een regeling te komen is een goede afbakening van de aard en omvang van de doelgroep van belang. Ook voor de keuze van de juiste uitvoerder is deze afbakening richtinggevend. Aangezien er geen duidelijk beeld bestond welke geplande evenementen daadwerkelijk niet zijn doorgegaan, is in de zomermaanden een inventarisatie gedaan onder gemeenten. Daarbij is verkend of het klopte dat vooral veel kleine, niet-professionele organisatoren van bijvoorbeeld dorpsfeesten door het evenementenverbod waren getroffen. Ook is gekeken of het vooral grote evenementen zoals festivals betrof. Uit de inventarisatie bleek dat hierover geen harde uitspraken gedaan kunnen worden. Veel kleinschalige evenementen konden in aangepaste vorm toch binnen de coronamaatregelen doorgang vinden, bijvoorbeeld door beperking van de bezoekersaantallen of door placering. Ook werden geplande evenementen al voor 9 juli afgezegd of hadden organisatoren bewust nog geen of weinig kosten gemaakt. In dergelijke gevallen zullen organisatoren niet in aanmerking komen voor de ATE. Deze gaat immers om kostencompensatie. Uit de inventarisatie kon ook worden afgeleid dat de doelgroep – naast naar verwachting relatief veel organisatoren van middelgrote evenementen – zal omvatten: evenementen met bovenlokale of regionale toestroom van publiek en enkele grotere evenementen met mogelijk landelijke uitstraling. Hierover bestaat echter geen zekerheid. Om toch iets meer grip op de materie te krijgen is de inventarisatie vergeleken met een door de evenementensector aangeleverde lijst van geplande evenementen. Op basis van extrapolatie is vervolgens de globale inschatting gemaakt dat zo’n 600 evenementen mogelijk in aanmerking komen voor de regeling.

Voor de keuze van de meest geschikte manier van vormgeving en uitvoering van de regeling, is de vraag naar de afbakening van de doelgroep richtinggevend. Verschillende opties zijn besproken, van een subsidieregeling voor evenementen via de rijksoverheid, tot een regeling via gemeenten dan wel een hybride constructie. Aangezien het vooral om middelgrote evenementen gaat, die niet evenredig over gemeenten verdeeld zijn, is besloten tot een subsidieregeling van de rijksoverheid, uit te voeren door de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Hiermee wordt aangesloten bij de reeds bestaande evenementenregeling TRSEC en kan uniformiteit tussen de uitvoering van beide regelingen ook worden geborgd. In deze constructie is het niet mogelijk om via gemeenten voorschotten uit te betalen. Aan het verzoek uit de motie om voorschotten te verlenen via gemeenten kan dus niet tegemoet worden gekomen.

Belangrijkste voorwaarden ATE

Uw kamer is op 14 juli3 geïnformeerd over de voorwaarden van de ATE regeling.

Hieronder volgen de belangrijkste beoogde voorwaarden om voor de ATE-regeling in aanmerking te komen, waarbij zoveel mogelijk aangesloten wordt op de TRSEC:

  • Er was sprake van een evenement dat door de rijksoverheid is verboden op grond van de corona-situatie. Het evenement komt niet in aanmerking voor de TRSEC.;

  • Er was sprake van een evenement dat plaats zou hebben gevonden in Nederland of in Carïbisch Nederland;

  • Het evenement was gemeld bij de gemeente of had een vergunning van de gemeente ontvangen;

  • Het evenement was aantoonbaar tussen 10 juli en 25 september gepland;

  • Er moet sprake zijn van een publiek toegankelijk evenement (gratis of via kaartverkoop). Besloten evenementen zijn uitgesloten;

  • Er moet sprake zijn van minimaal € 2.500 gemaakte (subsidiabele) kosten: deze moeten aantoonbaar zijn gemaakt;

  • Daarnaast geldt dat:

    • alleen de centrale organisator van het evenement een aanvraag kan indienen, niet de leveranciers. Dit is toegelicht in de Kamerbrief4 van 28 juli jl.;

Welke kosten precies subsidiabel zijn zal nog worden bepaald. Dit vergt nog nadere analyse omdat moet worden voldaan aan de staatssteunvoorwaarden. Daarbij zal gewaarborgd moeten worden dat het hier alleen gaat om de daadwerkelijk gemaakte en onvermijdbare kosten die door het verbod van evenementen in de periode van 10 juli tot en met 24 september niet terugverdiend konden worden. Ook zal cumulatie met andere instrumenten zoals NOW, TVL en de TRSEC vermeden moeten worden. Uitkeringen uit verzekeringen of garanties zullen in mindering moeten worden gebracht op een vergoeding onder de ATE. Ook de andere aspecten van de regeling, zoals het subsidiepercentage, moeten zo worden ingevuld dat voldaan wordt aan de staatssteunvoorwaarden en tegelijkertijd een passende tegemoetkoming wordt geboden. Vooruitlopend hierop wordt al gewerkt aan de inrichting van de uitvoeringsorganisatie bij RVO. Daarnaast werkt het kabinet aan de juridische vormgeving van de regeling. Omdat de ATE staatssteun betreft, moet deze voorafgaand aan enige uitvoering aan de Europese Commissie ter goedkeuring worden voorgelegd. In verband hiermee verwacht het kabinet dat de regeling pas begin volgend jaar zal worden opengesteld, waarbij subsidie wordt verstrekt in verband met gemaakte kosten in de eerder genoemde periode van 10 juli tot en met 24 september. Het kabinet realiseert zich dat ondernemers langer dan gehoopt op deze tegemoetkoming moeten wachten. Tegelijkertijd vraagt het kabinet om begrip dat het maken van een zorgvuldige, uitvoerbare en controleerbare regeling die voldoet aan Europese staatssteunregels, de nodige voeten in de aarde heeft.

Unmute us

Ik maak van deze gelegenheid graag gebruik om uw Kamer te informeren over de reactie van het kabinet op de brieven uit de evenementensector (Alliantie van evenementenbouwers en Unmute Us). De Kamer had hierom bij commissiebrief verzocht. Een vierkoppige delegatie van het kabinet heeft op 2 september indringend gesproken met deze vertegenwoordigers van de sector. Daarbij is zowel de totstandkoming van de corona-maatregelen besproken als de daarvoor gebruikte input van de sector, en waarom bepaalde maatregelen nodig zijn die helaas de evenementensector treffen. Met het oog op de besluitvorming van 14 september is de sector de mogelijkheid geboden informatie aan te leveren waarmee het kabinet een OMT-adviesaanvraag zo scherp mogelijk zou kunnen formuleren.

De sector heeft hiervan gebruik gemaakt en heeft zodoende zijn zaak duidelijk over het voetlicht kunnen brengen. Naar aanleiding hiervan is tijdens het overleg met de sector afgesproken dat een schriftelijke kabinetsreactie achterwege zou blijven.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, S.A. Blok


X Noot
1

Kamerstuk 35 420, nr. 354

X Noot
2

Kamerstuk 35 420, nr. 383

X Noot
3

Kamerstuk 35 420, nr. 354

X Noot
4

Kamerstuk 35 420, nr. 408

Naar boven