33 280 VIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2012 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 3

Artikel 5, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 schrijft voor dat een meerjarige begrotingsreserve kan worden aangehouden ten laste van een beleidsartikel. De begrotingreserve is bestemd als budgettaire voorziening voor de garantstelling door het Ministerie van OCW voor ontstane restschuld bij onderwijsinstellingen die in gebreke blijven om gesloten leningen en kredieten, bedoeld in de artikelen 48, eerste lid, en 49, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2001 terug te betalen.

De begrotingsreserve inzake garantiestelling restschuld speelt een rol voor zowel het universitair onderwijs, het hoger beroepsonderwijs, het middelbaar onderwijs, het voortgezet onderwijs als het primair onderwijs. Uit een oogpunt van administratieve doelmatigheid is het niet gewenst dat er vijf aparte begrotingsreserves worden aangehouden ten laste van de betrokken beleidsartikelen (1, 3, 4, 6 en 7). Om die reden wordt door middel van dit wetsartikel bepaald dat de begrotingsreserve gekoppeld kan worden aan het niet-beleidsartikel Apparaat Kerndepartement (artikelnummer 92). Inhoudelijk is de begrotingsreserve bestemd om het begrotingsbeheer met betrekking tot de betrokken beleidsartikelen op een doelmatige wijze vorm te geven.

De geest van artikel 5, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt daarmee geen geweld aangedaan. In het kader van de voorgenomen herziening van de Comptabiliteitswet zal een algemene wettelijke voorziening worden getroffen. Zolang die voorziening er nog niet is, zal jaarlijks in de begrotingswet van OCW deze afwijkingsbepaling worden opgenomen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

B. BEGROTINGSTOELICHTING

   

Blz.

     

1.

Leeswijzer

3

2.

Het beleid

3

2.1.

Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangsten

3

2.2.

Beleidsartikelen

5

2.3.

Niet-beleidsartikelen

26

1. Leeswijzer

In deze 1e suppletoire begroting van OCW zijn de effecten van besluiten van het demissionaire kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota. Als gevolg hiervan wordt in de OCW-begroting 2012 een uitgavenpeil van € 34,0 miljard geraamd.

Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat een overzicht van toelichtingen op de volgende onderdelen:

  • Belangrijkste generale mutaties (paragraaf 2.1);

  • Leerlingen- en studentenaantallen (paragraaf 2.2);

  • Technische mutaties, waaronder loon- en prijsbijstelling (paragraaf 2.3)

Aansluitend wordt ook per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting (paragraaf 2.2). Op de beleidsartikelen worden alleen de beleidsmatige en autonome mutaties groter dan € 2,2 miljoen toegelicht.

2. Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste generale mutaties

In onderstaande tabel worden de belangrijkste generale mutaties weergegeven. Daaronder worden de mutaties toegelicht.

Tabel 1 Overzicht belangrijkste generale mutaties 2012 (bedragen x € 1 miljoen)
   

Uitgaven

Ontvangsten

1.

Eindejaarsmarge 2011/2012

219,0

 

2.

Kasschuif VO

56,0

 

3.

Kasschuif cursusgelden

– 12,5

 

4.

Kasschuif ESF/VSV

– 12,9

 

5.

Overige kasschuiven

– 38,2

 

6.

Rente studiefinanciering

 

– 20,5

Belangrijkste generale mutaties

211,4

– 20,5

Toelichting:

  • 1. In 2011 zijn diverse budgetten niet volledig tot besteding gekomen. Deze middelen gaan via de eindejaarsmarge over naar 2012. Voor zover het overlopende verplichtingen betreft zijn de middelen overgeboekt naar de artikelen.

  • 2. Kasschuif VO

  • 3. De loonbijstellingstranche 2012 voor sociale werkgeverslasten wordt uitgekeerd. Om de sector VO tegemoet te komen in de liquiditeitsplanning voor het jaar 2012 is ter voorlopige dekking van de kosten van de arbeidsvoorwaarden een kasschuif van € 56 miljoen van 2013 naar 2012 noodzakelijk (zie toelichting bij artikel 3 (Voortgezet onderwijs).

  • 4. Kasschuif cursusgelden

  • 5. Deze kasschuif is noodzakelijk om de cursusgeldraming meerjarig bij te stellen zodat het werkelijke kasritme van de cursusgeldontvangsten overeenkomt met de cursusgeldraming.

  • 6. Kasschuif Europees Sociaal Fonds (ESF)

  • 7. Het betreft een generale kasschuif van € 12,9 miljoen van 2012 naar 2013. De einddeclaraties in het kader van ESF (ESF sluiting loket) voor versterking beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en bestrijding VSV zullen niet meer in 2012 binnen komen. Eind 2013 zal de afhandeling van de einddeclaraties en de laatste betalingen plaatsvinden van het gehele ESF-traject.

  • 8. Voor € 38,2 miljoen worden er verschillende kleinere budgetten van 2012 naar latere jaren doorgeschoven. Het betreft onder andere het budget voor het nationaal programma kwaliteitssprong zuid, budget voor techniekonderwijs en budget voor uitkomsten uit bestuurlijk overleg cultuur. Voor het nationaal programma kwaliteitssprong zuid is afgesproken dat er gedurende 4 jaar budget beschikbaar wordt gesteld voor talentontwikkeling van Rotterdamse leerlingen. Het budget voor techniek wordt over meerdere jaren verdeeld, om de impuls voor versterking deelname aan techniekonderwijs in het mbo gefaseerd uit te voeren. De financiële ruimte voor invulling uit het bestuurlijk overleg in de cultuursector wordt doorgeschoven naar de jaren 2013 -2016 om, mede gelet op de bezuinigingen op de basisinfrastructuur, de keuzes uit bestuurlijk overleg in die jaren te kunnen faciliteren.

  • 9. Er is een tegenvaller op de rente-inkomsten bij de studiefinanciering. De rente-inkomsten vallen met name tegen omdat er minder spontane aflossingen verwacht worden dan eerder geraamd.

2.2 Leerlingen- en studentenaantallen

De uitgaven voor de leerlingen- en studentenaantallen laten per saldo een geringe daling zien die veroorzaakt wordt door demografische ontwikkelingen en nieuwe tel en stroomgegevens 2011.

Tabel 2 Leerlingen- en studentenaantallen (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

Primair onderwijs

– 26,8

Voortgezet onderwijs

10,7

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

4,5

Hoger beroepsonderwijs

– 30,7

Wetenschappelijk onderwijs

– 33,7

Studiefinanciering

3,1

Totaal leerlingen- en studentenaantallen

– 73,0

2.3 Technische mutaties, waaronder loon- en prijsbijstelling

In deze 1e suppletoire begroting is een groot aantal technische wijzigingen opgenomen. Het betreft onder meer (interne) overboekingen tussen de artikelen in de OCW-begroting en overboekingen met andere departementen.

Loonbijstelling

In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten om een nullijn te hanteren voor de lonen in 2012. Dit betekent dat de loonbijstellingstranche 2012 die aan de departementen wordt uitgekeerd geen vergoeding bevat voor contractloonstijging, maar alleen voor de ontwikkeling in de sociale werkgeverslasten. De doorverdeling naar de verschillende beleidsterreinen wordt in de ontwerpbegroting 2013 en de 2e suppletoire begroting verwerkt.

2.2 De beleidsartikelen

Artikel 1. Primair onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

9 634 720

60

48 389

9 683 169

78 548

84 234

88 854

18 896

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

9 635 936

60

48 389

9 684 385

78 548

84 234

88 854

18 896

Personele bekostiging

7 717 687

0

93 982

7 811 669

117 393

121 010

123 884

59 664

Materiële bekostiging

1 148 598

0

– 3 244

1 145 354

– 2 504

– 1 705

– 993

354

Bekostiging Caribisch Nederland

10 782

0

200

10 982

200

200

200

200

Conciërgeregeling

21 700

0

115

21 815

115

115

115

115

Verbeteren binnenmilieu

2 103

0

0

2 103

0

0

0

0

Onderwijspersoneelsbeleid

5 083

0

0

5 083

0

0

0

0

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

10 000

0

0

10 000

0

0

0

0

Aanpak (zeer) zwakke scholen

2 080

0

356

2 436

0

0

0

0

Verbeteren van taal- en rekenopbrengsten

42 588

0

3 914

46 502

0

0

0

0

Invoering centrale eindtoets en verplichting leerlingonderwijsvolgsysteem

25 375

0

0

25 375

0

0

0

0

Excellentie en talentontwikkeling

11 651

60

0

11 711

0

0

0

0

Verbreding techniek in het basisonderwijs

11 300

0

0

11 300

0

0

0

0

Cultuur en school

9 500

0

7 500

17 000

18 000

18 000

18 000

10 500

Passend onderwijs en LGF

93 460

0

2 623

96 083

35

115

115

115

Onderwijsachterstandenbeleid

360 190

0

2 500

362 690

0

0

0

0

Onderwijsvoorzieningen voor jonggehandicapten

23 862

0

0

23 862

0

0

0

0

Veiligheid op school

23 417

0

134

23 552

115

87

87

87

Brede scholen

12 331

0

– 10 900

1 431

0

0

0

0

Overig

6 290

0

– 387

5 904

– 474

– 476

– 409

– 459

Uitvoeringsorganisatie DUO

44 859

0

218

45 077

0

0

0

0

                   

Voorcalculatorische uitdelingen

53 079

0

– 48 623

4 456

– 54 330

– 53 111

– 52 144

– 51 679

Ontvangsten

1 661

0

0

1 661

0

0

0

0

Toelichting mutaties

Voor artikel 1 (Primair onderwijs) is per saldo sprake van een stijging van de uitgaven met € 48,4 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Voor € 11,3 miljoen betreffen het technische mutaties en voor € 37,1 miljoen autonome en beleidsmatige mutaties.

Op het ontvangstenbudget hebben zich geen mutaties voorgedaan.

Toelichting per instrument

Personele bekostiging

Het budget is per saldo met € 94,0 miljoen verhoogd. Dit komt onder andere doordat vanuit de post loon- en prijsbijstelling € 55,1 miljoen is verwerkt in de nieuwe prijzen voor de schooljaren 2011/2012 en 2012/2013. Daarnaast is van artikel 9 € 58,3 miljoen overgeboekt ten behoeve van professionalisering van leraren en schoolleiders en Actieplan Leerkracht. Daartegenover is het budget met € 23,8 miljoen verlaagd als gevolg van een dalend aantal leerlingen (zie ook de algemene toelichting).

Materiële bekostiging

Het budget wordt met € 3,2 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit is het gevolg van een dalend aantal leerlingen (zie ook de algemene toelichting).

Verbeteren van taal- en rekenopbrengsten

Het budget wordt met € 3,9 miljoen verhoogd. Een aantal projecten, zoals «opbrengst gericht leiderschap» en «taal en rekenen», is later gestart en loopt door in 2012.

Cultuur en school

Er is van artikel 14 € 7,5 miljoen voor de regeling Cultuureducatie in het primair onderwijs overgeboekt. Deze middelen worden overgeboekt tot en met schooljaar 2015/2016.

Passend onderwijs, WSNS en LGF

Het budget wordt met € 2,6 miljoen verhoogd. De invoering van het traject Passend Onderwijs is vertraagd.

Onderwijsachterstandenbeleid

Het budget wordt met € 2,5 miljoen verhoogd. Het project VVE Versterk is later gestart en loopt door in 2012.

Brede scholen

Het budget wordt verlaagd met € 10,9 miljoen door een overboeking naar het Gemeentefonds voor het realiseren van combinatiefuncties in brede scholen.

Voorcalculatorische uitdelingen

De post loon- en prijsbijstelling is per saldo met € 48,6 miljoen gedaald. Er is € 55,1 miljoen overgeboekt naar de personele bekostiging. Daartegenover is € 6,5 miljoen aan het budget toegevoegd vanuit 2011. Dit betreft niet ingezette arbeidsvoorwaardenruimte. Omdat er op korte termijn nog geen zicht is op een nieuwe CAO, is dit bedrag overgeheveld naar 2012.

Artikel 3. Voortgezet onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

6 902 843

– 60

131 423

7 034 206

– 13 443

16 722

– 3 940

– 53 890

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

6 933 960

– 60

131 423

7 065 323

– 13 443

16 722

– 3 940

– 53 890

Personele en materiële bekostiging

6 515 731

 

113 670

6 629 401

– 53 678

– 28 795

– 45 839

– 53 890

Actieplan beter presteren (voorheen Kwaliteitsbeleid voortgezet onderwijs)

47 644

 

62 356

110 000

82 270

84 087

84 899

 

Versterken centrale en uniforme toetsing

31 638

 

– 22 000

9 638

– 22 000

– 26 000

– 26 000

 

Excellente leerlingen en hoogbegaafden

8 349

 

– 8 000

349

– 12 000

– 12 000

– 12 000

 

Regionaal zorgbudget etc.

73 970

   

73 970

       

Leerplusarrangement

84 074

   

84 074

       

Doorontwikkeling praktijkonderwijs

2 300

   

2 300

       

Visueel gehandicapten

1 206

   

1 206

       

Experimenten vmbo-mbo2

11 772

 

– 5 836

5 936

– 1 705

     

Borgingscohort experimenten vmbo-mbo2

16 913

 

4 332

21 245

4 332

4 332

   

Onderwijs Caribisch Nederland

10 367

   

10 367

       

Scholen aan zet

7 400

 

– 5 000

2 400

– 5 000

– 5 000

– 5 000

 

Taal en rekenen

8 074

 

– 6 000

2 074

– 6 000

     

Actieprogramma «Onderwijs bewijs» (ex-FES)

4 744

 

– 29

4 715

       

Wet SLOA (po,vo,mbo)

45 922

– 30

– 2 165

43 727

222

     

Overig

15 747

 

– 203

15 544

– 81

     

Ondersteuning ICT (po, vo, mbo)

20 930

– 30

 

20 900

       

Uitvoeringsorganisatie DUO

27 179

 

298

27 477

197

98

   

Ontvangsten

1 361

0

 

1 361

       

Toelichting mutaties

Voor artikel 3 is sprake van een stijging van de uitgaven met € 131,4 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Voor € 33,4 miljoen betreft het technische mutaties en voor € 98 miljoen autonome en beleidsmatige mutaties.

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012 zijn de ontvangsten gelijk gebleven.

Personele en materiële bekostiging

  • Een verhoging met € 10,7 miljoen, omdat er in dit jaar meer leerlingen in het voortgezet onderwijs waren dan in de oorspronkelijke raming.

  • Een verhoging met € 34,3 miljoen in verband met de uitdeling van de middelen voor de verbetering van het onderwijspersoneel convenant leerkracht (tranche 2012).

  • Een verhoging met € 56 miljoen. In 2010 is aan de sector VO ten behoeve van de kosten van arbeidsvoorwaarden een bedrag van € 56 miljoen verstrekt. Voorgaande jaren is deze € 56 miljoen via kasschuiven doorgeschoven naar 2012. Omdat de loonbijstelling 2012 ontoereikend is om dit bedrag te compenseren, wordt deze post (via een kasschuif) nu doorgeschoven naar 2013. Dekking vindt plaats uit de loonbijstelling 2013. In het geval dat de loonbijstelling 2013 niet beschikbaar komt, zal in 2013 worden omgebogen om dit bedrag te dekken.

  • Er wordt € 3,7 miljoen aan apparaatskosten overgeheveld van het programma-artikel naar het centrale apparaatsartikel. Zie voor een verdere toelichting artikel 92.

  • Een verhoging met € 10 miljoen in verband met de financiële situatie van Amarantis.

Actieplan beter presteren (voorheen Kwaliteitsbeleid voortgezet onderwijs):

  • Bij dit budget is de mutatie zichtbaar als gevolg van de invoering van de prestatiebox voortgezet onderwijs. Het beschikbare bedrag voor de Kwaliteitsagenda voortgezet onderwijs ad. € 48 miljoen is verhoogd met € 62 miljoen, waardoor voor 2012 de prestatiebox uitkomt op een bedrag van € 110 miljoen. De verhoging met € 62 miljoen is als volgt opgebouwd:

    • Het beschikbaar komen van een bedrag van € 25 miljoen in verband met de uitdeling van de middelen voor de professionalisering van het onderwijspersoneel.

    • Een verschuiving van in totaal € 41 miljoen van de volgende budgetten:

      • Versterken centrale en uniforme toetsing: – € 22 miljoen;

      • Excellente leerlingen en hoogbegaafden: – € 8 miljoen;

      • Scholen aan zet: – € 5 miljoen;

      • Taal en rekenen: – € 6 miljoen.

Voor de invoeringskosten van het actieplan beter presteren is een bedrag van € 4 miljoen beschikbaar.

Experimenten vmbo-mbo2 en borgingscohort experimenten vmbo-mbo2

  • een verschuiving en aanpassing van beide reeksen (per saldo – € 1,8 miljoen).

Resteert een bedrag van € 0,9 miljoen, verdeeld over diverse operationele doelstellingen en onder meer bestaand uit meerdere overboekingen van en naar andere artikelen en departementen.

Artikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

3 514 780

0

– 32 124

3 482 656

9 966

54 000

77 588

77 968

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

3 468 898

0

– 13 031

3 455 867

– 36 277

6 536

47 164

75 856

Bekostiging roc's/overige regelingen

2 878 690

0

– 17 640

2 861 050

– 30 324

– 19 281

28 783

59 207

Bekostiging kbb's

98 814

0

162

98 976

0

0

0

0

Bekostiging Caribisch Nederland

2 089

0

1 470

3 559

1 470

1 470

1 470

1 470

Verbetermiddelen Caribisch Nederland

18 072

0

755

18 827

18 766

8 790

6 499

4 627

Leerlinggebonden financiering (LGF)

40 001

0

3 761

43 762

3 761

3 761

3 761

3 761

Versterken centrale en uniforme toetsing

11 911

0

0

11 911

0

0

0

0

Taal en rekenen

56 109

0

– 2 500

53 609

1 900

600

0

0

Regeling stagebox

35 000

0

0

35 000

0

0

0

0

Schoolmaatschappelijk werk

14 017

0

0

14 017

0

0

0

0

Prestatiebox

0

0

4 100

4 100

4 100

40 600

40 600

40 600

Convenanten met RMC-regio's

68 160

0

– 7 122

61 038

– 44 700

– 39 700

– 39 700

– 39 700

Programmagelden regio's

19 300

0

– 19 300

0

7 100

6 850

6 550

6 550

Plusvoorziening «overbelaste jongeren» en wijkscholen

30 000

0

400

30 400

400

400

400

400

RMC's

31 599

0

0

31 599

0

0

0

0

Aanvalsplan Laaggeletterdheid

4 000

0

0

4 000

0

0

0

0

Aanvullende vergoeding experimenten vmbo-mbo2

4 530

0

– 986

3 544

– 1 289

19

19

19

Sectorplan mbo-hbo techniek 2011–2016

400

0

0

400

0

0

0

0

Netwerkscholen

3 000

0

0

3 000

0

0

0

0

Educatie

110 766

0

0

110 766

0

0

0

0

Pilots Laaggeletterdheid

5 000

0

0

5 000

0

0

0

0

Overig

19 935

0

23 056

42 991

3 152

3 027

– 1 218

– 1 078

Uitvoeringsorganisatie DUO

17 505

0

813

18 318

– 613

0

0

0

Ontvangsten

0

0

2 000

2 000

0

0

0

0

Toelichting mutaties

Voor artikel 4 (Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie) is sprake van een daling van de uitgaven met € 13 miljoen ten opzichte van de geautoriseerde begroting 2012.

Voor € 3,1 miljoen betreft het technische mutaties. Als gevolg van autonome en beleidsmatige mutaties is de begroting met € 16,1 miljoen gedaald.

Toelichting per instrument

Bekostiging roc’s/overige regelingen

De daling van € 17,6 miljoen wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de volgende mutaties:

  • In de jaarlijkse doorrekening van de referentieraming 2012 zijn er in de eerste twee jaren minder mbo leerlingen (2013 en 2014) en later weer meer mbo leerlingen dan geraamd in de referentieraming 2011. (zie ook de algemene toelichting).

  • In 2013 is sprake van een ophoging van € 12,9 miljoen. Dit betreft doorgeschoven middelen vanuit 2012. Inmiddels is duidelijk dat de einddeclaraties in het kader van ESF (ESF sluiting loket) voor versterking BBL en bestrijding vsv niet meer in 2012 binnen komen. Eind 2013 zullen de afhandeling van de einddeclaraties en de laatste betalingen plaatsvinden van het gehele ESF-traject.

Verbetermiddelen Caribisch Nederland

De mutatie in 2012 is opgebouwd uit onder andere de volgende onderdelen;

  • Een verhoging van € 6 miljoen voor het onderwijs op Caribisch Nederland. Dit betreft onder meer de gestegen salariskosten in de onderwijssectoren en middelen voor lerarenprogramma’s op Caribisch Nederland.

  • Om de onderwijshuisvesting op de eilanden op een naar Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau te brengen wordt het beschikbare huisvestingsbudget in 2012 verhoogd met € 0,4 miljoen en € 9,8 miljoen in 2013.

  • Om de middelen voor onderwijshuisvesting en kwaliteit van het onderwijs op Caribisch Nederland in de juiste jaren beschikbaar te krijgen wordt er € 2,9 miljoen doorgeschoven vanuit 2011 naar 2012 en vervolgens € 7,8 miljoen vanuit 2012 naar de jaren 2013 tot en met 2016.

Leerlinggebonden financiering (LGF)

Gebleken is dat er in het studiejaar 2011/2012 meer geïndiceerde deelnemers met een handicap zijn ingestroomd dan verwacht. Dit leidt ertoe dat ook de basis voor de raming voor het jaar 2012 en verder met deze structurele doorwerking aangepast moet worden. De extra toename wordt geschat op € 3,8 miljoen.

Taal en rekenen

Een bedrag van € 2,5 miljoen wordt doorgeschoven naar de jaren 2013 en 2014. Dit is noodzakelijk omdat vanaf 2012 een andere bekostigingssystematiek wordt gehanteerd van schooljaar naar kalenderjaar.

Prestatiebox

Het betreft een overboeking van de vsv-middelen naar de nieuwe prestatiebox van bve. De prestatiebox is een nieuw bekostigingselement voor het MBO. Het is bedoeld om mbo-instellingen financieel te stimuleren tot het realiseren van bijzondere beleidsdoelstellingen.

Convenanten met RMC-regio’s

De daling van het budget met € 7,1 miljoen bestaat onder meer uit de volgende mutaties;

  • Een overboeking van € 4,1 miljoen naar de nieuwe prestatiebox van bve.

  • Vanuit 2013 worden de vsv-middelen over de jaren heen geschoven om de beoogde maatregelen op gebied van vsv te kunnen uitvoeren. Dit is noodzakelijk door de nieuwe VSV-regeling. Dit is een samenvoeging van de prestatiesubsidies, programmagelden regio's (inclusief G4) en de plusvoorzieningen.

Programmagelden regio’s

Er was sprake van een incidentele tegenvaller in 2011 van € 19,2 miljoen. De regeling programmagelden was met één jaar verlengd en het bijbehorende budget voor het jaar 2012 is na de aanvraagprocedure in 2011 ook verplicht en betaald in 2011. In de ontwerpbegroting 2012 is de kasschuif van 2012 naar 2011 abusievelijk niet verwerkt. Hierdoor is er nu vrijval in het jaar 2012.

Overig

De stijging van het budget wordt grotendeels veroorzaakt door het saldo van de volgende mutaties:

  • Het transitiebudget voor Zeeland van in totaal € 8,8 miljoen voor de periode 2011 t/m 2014 is bedoeld om de fusie tussen ROC Zeeland en ROC Westerschelde te laten slagen. In de eindejaarsmarge 2011/2012 is er € 7,5 miljoen van 2011 doorgeschoven naar 2012. Een gedeelte hiervan (€ 4,1 miljoen) wordt nu verder verdeeld over de jaren 2013 en 2014.

  • Uit 2011 wordt € 11,9 miljoen doorgeschoven naar 2012. Dit is noodzakelijk om aan de verplichtingen uit de vsv-convenanten te voldoen.

  • Tenslotte wordt er uit 2011 ook € 1,6 miljoen overlopende verplichtingen doorgeschoven naar 2012.

Artikel 6. Hoger beroepsonderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

2 455 998

0

– 37 060

2 418 938

– 35 014

– 27 834

– 28 085

6 497

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

2 501 470

0

– 23 517

2 477 953

– 37 704

– 34 933

– 27 834

– 28 085

Reguliere bekostiging1

2 456 191

0

– 23 572

2 432 619

– 53 277

– 50 426

– 43 311

– 43 507

Profilering

0

0

 

0

15 573

15 493

15 477

15 422

Studiekeuzeinformatie voor het hoger onderwijs

2 400

0

55

2 455

       

Praktijkgericht onderzoek (Raak)

20 267

0

2 000

22 267

       

Ondernemerschap

500

0

 

500

       

Hbo-masteropleidingen

1 481

0

 

1 481

       

Deltaplan/Investeringsagenda bèta en techniek

1 000

0

 

1 000

       

Sectorplan mbo-hbo techniek 2011–2016/ Centres of Expertise

2 000

0

– 2 000

0

       

Uitvoeringsorganisatie DUO

17 631

0

 

17 631

       

Ontvangsten

974

0

239

1 213

239

239

239

239

X Noot
1

In de middelen voor «Reguliere bekostiging» zijn ook enkele posten voor overige uitgaven verwerkt.

Toelichting mutaties

Voor artikel 6 (Hoger beroepsonderwijs) is in 2012 sprake van een daling van de uitgaven met € 29,2 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Voor +€ 0,6 miljoen betreft het technische mutaties. Als gevolg van autonome en beleidsmatige mutaties is de begroting met € 29,8 miljoen gedaald.

De ontvangsten zijn met € 0,2 miljoen gestegen. Het gaat hier om een technische mutatie.

Toelichting per instrument

Reguliere bekostiging

Belangrijkste wijziging op dit budget is de aanpassing op basis van de nieuwe raming van de studentenaantallen (Referentieraming 2012). Ten opzichte van de raming uit 2011 (Referentieraming 2011) wordt vanaf 2012 een lager aantal hbo-studenten geraamd. Hoewel de nieuwe raming voor 2012 lager ligt dan de raming uit 2011, is feitelijk nog steeds sprake van een stijging van het aantal studenten in het hbo. De budgettaire bijstelling bedraagt voor 2012 – € 30,7 miljoen.

Vanaf 2013 is verder een verlaging verwerkt van circa € 15,5 miljoen per jaar. Deze verlaging is nader toegelicht bij het instrument «Profilering».

Tot slot is voor de jaren 2012 t/m 2016 een bedrag van € 7,8 miljoen per jaar toegevoegd aan het Profileringsfonds van de hogescholen, zodat ook deeltijders die langstudeerder zijn, aanspraak kunnen maken op dit fonds.

Profilering

Overeenkomstig het «Hoofdlijnenakkoord OCW-HBO-raad» (Kamerstuk 31 288, nr. 247) is er ten opzichte van de Begroting 2012 OCW (Kamerstuk 33 000 VIII, nr. 2) vanaf 2013 circa € 15,5 miljoen minder beschikbaar voor «Voorwaardelijke financiering» (onderwijskwaliteit en studiesucces) en complementair circa € 15,5 miljoen meer beschikbaar voor «Profilering» (selectief budget).

Overzicht rijksbijdrage hogescholen 2012 (bedragen x € 1 000)

Onderwijsdeel

2 341 580

Deel ontwerp en ontwikkeling (Lectoren en kenniskringen)

67 912

Totaal

2 409 492

Praktijkgericht onderzoek (Raak) en Centres of Expertise

De € 2 miljoen voor de Centres of Expertise wordt voor 2013 t/m 2016 toegewezen op basis van de voorstellen van de instellingen voor de inzet van het selectieve budget, i.c. de middelen voor «Profilering». De € 2 miljoen voor 2012 wordt toegevoegd aan de middelen voor «Praktijkgericht onderzoek (Raak)». Zowel het Raak-programma als de Centres of Expertise dragen bij aan de versterking van het praktijkgericht onderzoek van hogescholen.

Artikel 7. Wetenschappelijk onderwijs

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

3 909 380

0

– 98 131

3 811 249

– 43 942

– 52 132

– 55 960

– 27 754

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

3 894 034

0

– 21 373

3 872 661

– 64 068

– 43 934

– 52 123

– 55 960

Reguliere bekostiging

3 862 491

0

– 21 373

3 841 118

– 77 398

– 57 647

– 65 802

– 69 522

Profilering

0

0

 

0

13 330

13 713

13 679

13 562

Toponderzoeksscholen voor topsectoren en «grand challenges»

20 000

0

 

20 000

       

Excellentie in onderwijs: binnen- en buitenlands talent (Sirius Programma)

11 543

0

 

11 543

       

Ontvangsten

16

0

 

16

0

0

0

0

Toelichting mutaties

Voor artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs) is in 2012 sprake van een daling van de uitgaven met € 21,4 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Voor + € 12,7 miljoen betreft het technische mutaties. Als gevolg van autonome en beleidsmatige mutaties is de begroting met € 34,1 miljoen gedaald.

De ontvangsten zijn gelijk gebleven.

Toelichting per instrument

Reguliere bekostiging

Belangrijkste wijzigingen op dit budget zijn:

  • de aanpassing op basis van de nieuwe raming van de studentenaantallen (Referentieraming 2012). Ten opzichte van de raming uit 2011 (Referentieraming 2011) wordt vanaf 2012 een lager aantal wo-studenten geraamd. Hoewel de nieuwe raming voor 2012 lager ligt dan de raming uit 2011, is feitelijk nog steeds sprake van een stijging van het aantal studenten in het wo. De budgettaire bijstelling bedraagt voor 2012 – € 33,7 miljoen;

  • de overboeking door het ministerie van VWS van de loonbijstellingen 2010 en 2011 betreffende de sector academische ziekenhuizen. De overheveling bedraagt in 2012 € 12,5 miljoen, oplopend naar € 12,8 miljoen in 2016;

  • de toevoeging van een bedrag van € 2,2 miljoen per jaar voor de jaren 2012 t/m 2016 aan het Profileringsfonds van de universiteiten, zodat ook deeltijders die langstudeerder zijn, aanspraak kunnen maken op dit fonds;

  • de overheveling van € 2,2 miljoen in 2012 (aflopend naar € 1,5 miljoen in 2016) aan apparaatskosten van het programma-artikel naar het centrale apparaatsartikel. Zie voor een verdere toelichting artikel 92.

  • een verlaging vanaf 2013 van circa € 13,6 miljoen per jaar. Deze verlaging is nader toegelicht bij het instrument «Profiering».

Profilering

Overeenkomstig het «Hoofdlijnenakkoord OCW-VSNU» (Kamerstuk 31 288, nr. 246) is er ten opzichte van de Begroting 2012 OCW (Kamerstuk 33 000 VIII, nr. 2) vanaf 2013 circa € 13,6 miljoen minder beschikbaar voor «Voorwaardelijke financering» (onderwijskwaliteit en studiesucces) en complementair circa € 13,6 miljoen meer beschikbaar voor «Profilering» (selectief budget).

Overzicht rijksbijdrage universiteiten (bedragen x € 1 000)

Onderwijsdeel

1 566 740

Onderzoekdeel

1 668 399

Academische ziekenhuizen

566 327

Artikel 8. Internationaal beleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

HGIS-deel 2012

Verplichtingen

7 960

0

– 817

7 143

– 612

– 700

– 700

– 25

1 044

Waarvan garantieverplichtingen

                 

Uitgaven

16 890

0

0

16 890

0

0

0

0

1 044

Mobiliteitsprogramma's Europees Platform en Fulbright Center

5 730

0

0

5 730

0

0

0

0

0

EU-programma Leven Lang Leren

1 731

0

0

1 731

0

0

0

0

0

Bilaterale samenwerking met andere landen

1 596

0

34

1 630

– 10

– 10

– 10

– 10

590

Programma's Agentschap NL

1 168

0

0

1 168

0

0

0

0

0

OCW-vertegenwoordiging in het buitenland

2 551

0

0

2 551

0

0

0

0

140

Participeren in multilaterale organisaties

3 459

0

0

3 459

0

0

0

0

0

Stimuleren van internationale uitwisseling van kennis en cultuur, beleidsonderzoek en benchmarking

655

0

– 34

621

10

10

10

10

314

Het integreren van de BES-eilanden in Nederland

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten

99

0

0

99

0

0

0

0

0

Artikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

426 396

0

– 111 521

314 875

– 165 472

– 163 957

– 163 847

– 51 667

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

426 396

0

– 111 521

314 875

– 165 472

– 163 957

– 163 847

– 51 667

De kwaliteit van de leraar en schoolleider wordt duurzaam geborgd

185 435

0

– 64 271

121 164

– 110 871

– 108 131

– 108 131

3 969

Naar professionele scholen, met ruimte voor goed onderwijspersoneel

162 412

0

– 46 399

116 013

– 51 389

– 51 389

– 51 389

– 51 389

Er komen voldoende en goed opgeleide leraren

50 500

0

732

51 232

– 1 778

– 3 000

– 3 000

– 3 000

Overig

21 773

0

– 1 583

20 190

– 1 434

– 1 437

– 1 327

– 1 247

Uitvoeringsorganisatie DUO

6 276

0

 

6 276

       

Ontvangsten

0

0

 

0

       

Toelichting mutaties

Voor artikel 9 (Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid) is sprake van een daling van de uitgaven met € 111,5 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012.

De daling van de begroting is het saldo van een verlaging met een bedrag van € 117,5 miljoen aan technische mutaties en een verhoging met beleidmatige mutaties van € 6 miljoen.

Toelichting per instrument

De kwaliteit van de leraar en schoolleider wordt duurzaam geborgd

  • In het kader van de professionalisering van het onderwijspersoneel (regeerakkoord 2010) is, in het verlengde van de met de sectoren afgesloten bestuursakkoorden, voor 2012 € 67 miljoen en voor 2013 tot en met 2015 € 112,1 miljoen overgeboekt naar de artikelen 1 (Primair onderwijs) en 3 (Voortgezet onderwijs).

Naar professionele scholen, met ruimte voor goed onderwijspersoneel

  • De tranche 2012 aan beloningsmaatregelen uit het actieplan «LeerKracht van Nederland» is structureel overgeboekt naar de onderwijssectoren po en vo (totaal € 50,7 miljoen).

  • Om het beschikbare budget voor 2012 in overeenstemming te brengen met de beoogde uitgaven is voor de subsidieregeling afstemming onderwijsarbeidsmarkt in risicoregio’s voortgezet onderwijs een intertemporele compensatie geboekt van € 5,5 miljoen.

Er komen voldoende en goed opgeleide leraren

  • Om het beschikbare budget voor 2012 in overeenstemming te brengen met de beoogde uitgaven is voor de subsidieregeling educatieve minor een intertemporele compensatie geboekt van € 1,4 miljoen.

Artikel 11. Studiefinanciering

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

3 746 891

 

– 79 501

3 667 390

– 95 086

– 65 974

– 6 259

29 333

Waarvan garantieverplichtingen

0

 

0

0

0

0

0

0

Uitgaven

3 746 891

 

– 79 501

3 667 390

– 95 086

– 65 974

– 6 259

29 333

                   

Basisbeurs

1 266 547

 

– 100 192

1 166 354

– 148 340

– 136 870

– 84 225

– 49 894

Gift (R)

1 021 900

 

– 69 192

952 708

– 70 484

– 60 425

– 67 148

– 78 453

Prestatiebeurs (NR)

244 647

 

– 31 000

213 646

– 77 856

– 76 445

– 17 077

28 559

                   

Aanvullende beurs

671 230

 

– 59 809

611 422

– 62 212

– 48 152

– 59 991

– 64 879

Gift (R)

514 517

 

1 679

516 196

4 295

5 339

– 9 167

– 33 006

Prestatiebeurs (NR)

156 714

 

– 61 488

95 226

– 66 507

– 53 491

– 50 825

– 31 873

                   

Reisvoorziening

196 608

 

– 48 929

147 679

– 55 688

– 52 602

– 31 911

– 27 842

Bijdragen aan vervoersbedrijven (R)

374 318

 

– 6 844

367 474

5 632

3 735

7 578

4 804

Gift (R)

520 583

 

– 16 157

504 426

– 14 051

– 936

17 563

27 670

Prestatiebeurs (R)

– 698 294

 

– 25 928

– 724 222

– 47 269

– 55 401

– 57 051

– 60 316

                   

Leenvoorzieningen

1 463 482

 

24 091

1 487 573

25 946

19 307

51 647

67 266

Rentedragende lening (NR)

1 277 663

 

29 041

1 306 703

14 374

10 630

38 877

49 279

Collegegeldkrediet (NR)

185 819

 

– 4 950

180 870

11 572

8 677

12 770

17 987

                   

Overige uitgaven

60 596

 

94 348

154 944

140 991

147 120

112 886

98 832

Overige uitgaven relevant

88 753

 

14 842

103 595

15 694

16 279

16 897

17 213

Overige uitgaven niet-relevant

– 28 157

 

79 506

51 349

125 297

130 841

95 989

81 619

                   

Programma-uitgaven overig

88 428

 

10 990

99 418

4 217

5 223

5 336

5 850

Uitvoeringsorganisatie DUO (R)

88 428

 

10 990

99 418

4 217

5 223

5 336

5 850

Totaal programma-uitgaven

3 746 891

 

– 79 501

3 667 390

– 95 086

– 65 974

– 6 259

29 333

Waarvan relevant

1 910 206

 

– 90 610

1 819 596

– 101 966

– 86 186

– 85 993

– 116 238

Waarvan niet-relevant

1 836 685

 

11 109

1 847 794

6 880

20 212

79 734

145 571

Totaal ontvangsten

755 386

 

– 37 981

717 405

– 64 673

– 87 467

– 108 816

– 128 560

                   

Terugbetaling leningen

               

Terugontvangsten hoofdsom (NR)

414 046

 

– 28 673

385 373

– 42 023

– 54 837

– 74 641

– 93 097

Ontvangsten rente en relevante hoofdsom (R)

277 345

 

– 17 188

260 157

– 19 026

– 22 852

– 25 409

– 26 849

Kortlopende vorderingen (R)

63 995

 

7 880

71 875

– 3 624

– 9 778

– 8 766

– 8 614

                   

Totaal ontvangsten

755 386

 

– 37 981

717 405

– 64 673

– 87 467

– 108 816

– 128 560

Waarvan relevant

341 340

 

– 9 308

332 032

– 22 650

– 32 630

– 34 175

– 35 463

Waarvan niet-relevant

414 046

 

– 28 673

385 373

– 42 023

– 54 837

– 74 641

– 93 097

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

Toelichting mutaties

Voor artikel 11 (Studiefinanciering) is sprake van een daling van de uitgaven met per saldo € 79,5 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. De relevante uitgaven dalen met € 90,6 miljoen als gevolg van autonome en beleidsmatige mutaties. De niet-relevante uitgaven stijgen met € 11,1 miljoen als gevolg van technische mutaties.

De ontvangsten dalen met per saldo € 38,0 miljoen. Als gevolg van autonome mutaties dalen de relevante ontvangsten met € 9,3 miljoen. Voor € 28,7 miljoen betreft het niet-relevante (technische) mutaties.

Toelichting financiële instrumenten

Het onderscheid relevant – niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de prestatiebeurs (zolang die nog niet is omgezet in een gift) en rentedragende leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen. De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen.

Uitgaven

Zie voor de toelichting van de mutaties door het leerlingenvolume het algemene deel.

De relevante uitgavenraming is verlaagd met per saldo € 90,6 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Dit is voornamelijk het effect van de volgende autonome en beleidsmatige ontwikkelingen.

  • De basisbeursuitgaven vallen lager uit dan eerder geraamd. In 2012 wordt € 69,2 miljoen minder aan basisbeursuitgaven verwacht. Dit komt voornamelijk door minder omzettingen van prestatiebeurs naar gift.

  • De opbrengsten (minder basisbeursuitgaven) van de controle op «Misbruik uitwonenden beurs» worden voor 2012 op € 2,5 miljoen geraamd.

  • In 2012 zal naar verwachting € 1,7 miljoen meer worden uitgegeven dan geraamd aan aanvullende beurs in het giftregime (mbo/bol niveau 1/2, 1e jaar mbo/bol niveau 3/4, 1e vijf maanden ho).

  • De uitgaven voor de reisvoorziening dalen. In 2012 wordt een relevante meevaller van per saldo € 48,9 miljoen verwacht. Door verhoging van het normbedrag worden de prestatiebeursuitgaven voor de reisvoorziening € 25,9 miljoen lager (een grotere relevante «min»-boeking in verband met de prestatiebeurssystematiek). De uitgaven voor de reisvoorziening bestaande uit prestatiebeursomzettingen naar gift worden € 16,2 miljoen lager dan eerder geraamd. Mede op basis van de realisatie 2011 is het omzettingsritme herijkt.

  • In 2012 treedt verder een relevante meevaller van € 6,8 miljoen op als gevolg van de afrekening met de vervoerbedrijven over het jaar 2011.

  • De verwachting is dat de relevante overige uitgaven € 14,8 miljoen hoger zijn dan eerder geraamd voor 2012. Deze mutatie bestaat voor € 6,6 miljoen uit meer kwijtscheldingen van (prestatiebeurs)leningen. Het restant van € 8,2 miljoen betreft een mutatie van administratieve aard, bijvoorbeeld een schuld die naar het terugbetaalsysteem wordt overgeboekt.

  • Voor de vernieuwing van de studiefinancieringssystemen is € 7,5 miljoen van 2011 doorgeschoven naar 2012. De systemen zijn sterk verouderd en staan innovatie in de weg. Met nieuwe systemen kan de uitvoering efficiënter worden, de dienstverlening aan studenten eigentijds (digitaal) en kunnen maatregelen binnen de studiefinanciering beter worden geaccommodeerd. Voor de uitvoering van de controle op «Misbruik uitwonenden beurs» zijn de uitgaven in 2012 met € 2,5 miljoen verhoogd.

De raming van de niet-relevante uitgaven is bijgesteld met € 11,1 miljoen. Dit is de optelsom van een aantal ontwikkelingen, waarvan de omvangrijkste hieronder worden genoemd.

  • Bij de niet-relevante uitgaven voor de basisbeurs wordt € 31,0 miljoen minder aan uitgaven verwacht. Dit komt voornamelijk door minder toekenningen aan prestatiebeurs. Hieronder vallen ook de € 5,0 miljoen aan minder toekennningen als gevolg van de controle «Misbruik uitwonenden beurs».

  • Het gebruik van de niet-relevante aanvullende beurs valt naar verwachting lager uit dan eerder geraamd. Het verwachte effect van de economische situatie op de aanvullende beurs heeft zich in minder sterke mate voorgedaan dan geraamd. In 2012 zal naar verwachting € 61,5 miljoen minder worden uitgegeven aan aanvullende beurs in het prestatiebeursregime (ho, bol niveau 3/4).

  • In 2012 zijn de uitgaven aan leenvoorzieningen naar verwachting € 24,1 miljoen hoger dan eerder geraamd. De uitgaven aan rentedragende leningen zijn naar verwachting € 29,1 miljoen hoger, de uitgaven aan collegegeldkrediet € 5,0 miljoen lager dan geraamd.

  • Ook de niet-relevante overige uitgaven zijn in de komende jaren hoger dan eerder geraamd. In 2012 gaat het om € 79,5 miljoen.

Ontvangsten

Op basis van de realisatiecijfers is de raming 2012 van de relevante ontvangsten aangepast met – € 9,3 miljoen en die van de niet-relevante ontvangsten met – € 28,7 miljoen.

De mutatie op de relevante ontvangsten bestaat uit een tegenvaller op renteontvangsten van € 20,5 miljoen en een meevaller van € 11,2 miljoen aan overige relevante ontvangsten. Deze laatste meevaller omvat een bedrag van € 9,6 miljoen aan terugbetalingen van studenten die teveel bijverdiend hebben en waarvan de ontvangsten tot 2012 ten onrechte op artikel 12 geboekt werden (zie ook de toelichting bij artikel 12). De mutatie bij de niet-relevante ontvangsten houdt verband met een aanpassing van de raming terugbetalingen hoofdsom van (prestatiebeurs)leningen.

Artikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

129 624

0

– 5 062

124 562

– 14 446

– 15 561

– 16 771

– 18 210

Waarvan garantieverplichtingen

               
   

129 624

0

– 5 062

124 562

– 14 446

– 15 561

– 16 771

– 18 210

Uitgaven

               

TS 17-

32 134

 

738

32 872

– 7 192

– 6 674

– 6 431

– 6 659

TS 18+

8 975

 

– 2 023

6 952

– 2 023

– 2 023

– 2 023

– 1 943

VO 18+

71 106

0

– 3 811

67 295

– 5 334

– 6 953

– 8 421

– 9 734

 

Waarvan relevant

69 470

 

– 4 034

65 436

– 5 557

– 7 176

– 8 644

– 9 889

 

Waarvan niet-relevant

1 636

 

223

1 859

223

223

223

155

Uitvoeringsorganisatie DUO

17 409

 

34

17 443

103

89

104

126

Ontvangsten

13 847

0

– 7 454

6 393

– 7 431

– 7 415

– 7 403

– 7 478

TS 17-

1 470

 

– 146

1 324

– 123

– 107

– 95

– 131

TS 18+

1 388

 

– 452

935

– 452

– 452

– 452

– 452

VO 18+

10 989

 

– 6 855

4 134

– 6 855

– 6 855

– 6 855

– 6 894

Toelichting mutaties

Voor artikel 12 (Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) is sprake van een daling van de uitgaven met € 5,1 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Voor 0,2 miljoen betreft het technische mutaties. Als gevolg van autonome mutaties is de begroting van de uitgaven met € 5,3 miljoen gedaald.

De ontvangsten zijn met € 7,5 miljoen gedaald als gevolg van autonome mutaties.

Toelichting financiële instrumenten

Bij de regeling WTOS TS 17- (inkomensafhankelijke regeling voor ouders van groepen minderjarige leerlingen en minderjarige mbo’ers) worden extra uitgaven van per saldo € 0,7 miljoen verwacht. Dit saldo bestaat uit:

  • een stijging met € 0,6 miljoen door de ontwikkeling van het leerlingenvolume (zie algemene toelichting bij deze suppletoire begroting),

  • een overheveling van € 10,0 miljoen van 2011 naar 2012; in verband met niet-gebruik van de regeling WTOS TS 17- waren er in 2011 voor minderjarige mbo-ers minder toekenningen dan verwacht. De doelgroep is eind 2011 nogmaals nadrukkelijk geattendeerd op het bestaan van de regeling en als gevolg daarvan worden in 2012 extra uitgaven verwacht,

  • een mutatie van – € 9,9 miljoen: de raming wordt op basis van de realisaties -structureel- neerwaarts bijgesteld

Voor de regeling WTOS TS 18+ (tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten voor vavo en (v)so) wordt vanaf 2012 een daling van de uitgaven verwacht van per saldo € 2,0 miljoen;

  • op grond van realisatiecijfers is de raming bijgesteld. In 2012 zal naar verwachting

  • € 1,4 miljoen meer worden uitgegeven dan eerder geraamd,

  • het saldo bestaat verder uit een mutatie van – € 3,4 miljoen inzake de tegemoetkoming lerarenopleidingen (tlo). Er worden lagere aantallen verwacht dan eerder geraamd. Het bedrag wordt overgeheveld naar artikel 9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid. (dit is een technische mutatie, zie ook de algemene toelichting).

Voor de regeling WTOS VO 18+ (ouderinkomensafhankelijke regeling voor meerderjarige scholieren in het voortgezet onderwijs) zal in 2012 naar verwachting per saldo € 3,8 miljoen minder worden uitgegeven dan geraamd. Deze mutatie ontstaat voornamelijk door een bijstelling van – € 3,3 miljoen op grond van de realisatiecijfers. Daarnaast is er een leerlingenmutatie van – € 0,7 miljoen en een technische mutatie van € 0,2 miljoen (zie hiervoor de algemene toelichting bij deze suppletoire begroting).

De ontvangsten betreffen terugbetalingen van onterecht uitgekeerde WTOS-toekenningen. Op dit artikel werden echter per abuis ook ontvangsten van terugbetalingen geboekt van studenten in de WSF die teveel hebben bijverdiend. Deze ontvangsten worden met ingang van 2012 correct geboekt op artikel 11. Daarnaast treedt een mutatie op samenhangend met de realisatie 2011. Per saldo wordt de ontvangstenraming 2012 met – € 7,5 miljoen verlaagd (zie ook de toelichting bij artikel 11).

Artikel 13. Lesgelden

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 13 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

6 837

0

58

6 895

62

60

55

51

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

6 837

0

58

6 895

62

60

55

51

Uitvoeringsorganisatie DUO

6 837

 

58

6 895

62

60

55

51

Ontvangsten

225 549

 

– 10 912

214 637

– 6 548

171

– 3 486

– 7 563

Toelichting mutaties

Lesgeld wordt gevraagd aan meerderjarige deelnemers in de beroepsopleidende leerweg van het middelbaar beroepsonderwijs en aan meerderjarige leerlingen in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Op basis van de raming van het leerlingenvolume (zie ook algemene toelichting) en wijziging van het betalingsritme op basis van realisatiecijfers wordt in 2012 € 10,9 miljoen minder aan lesgeldontvangsten verwacht.

Artikel 14. Cultuur

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

2 782 771

0

– 1 763

2 781 008

– 12 604

– 25 689

– 13 473

– 6 019

Waarvan garantieverplichtingen

634 000

0

0

634 000

0

0

0

0

Totale uitgaven

895 631

0

– 1 763

893 868

– 12 604

– 25 689

– 13 473

– 6 019

                   

Programma-uitgaven

855 516

0

– 312

855 204

– 12 793

– 25 820

– 13 555

– 6 100

waarvan Cultuursubsidies 2009–2012

562 337

0

0

562 337

0

0

0

0

                   

Kunsten

434 096

0

– 6 971

427 125

– 13 597

– 26 222

– 13 733

– 6 278

                   

Cultuursubsidies 2009–2012

382 813

0

0

382 813

0

0

0

0

4-jarig

85 740

0

0

85 740

0

0

0

0

producerend

65 836

0

0

65 836

0

0

0

0

niet producerend

19 904

0

0

19 904

0

0

0

0

Langjarig

140 470

0

0

140 470

0

0

0

0

producerend

110 249

0

0

110 249

0

0

0

0

niet producerend

30 221

0

0

30 221

0

0

0

0

Fondsen

156 603

0

0

156 603

0

0

0

0

                   

Subsidies

51 283

0

– 6 971

44 312

– 13 597

– 26 222

– 13 733

– 6 278

Verbreden inzet Cultuur

20 383

0

– 7 445

12 938

– 18 000

– 18 000

– 18 000

– 10 500

Internationaal Cultuurbeleid (incl. HGIS)

4 666

0

1 000

5 666

0

0

0

0

Overig Kunsten

26 234

0

– 526

25 708

4 403

3 778

4 267

4 222

Frictie- en transitiekosten

0

0

0

0

0

– 12 000

0

0

                   

Letteren en Bibliotheken

77 523

0

1 580

79 103

– 25

– 25

– 25

– 25

                   

Cultuursubsidies 2009–2012

26 188

0

0

26 188

0

0

0

0

4-jarig

6 635

0

0

6 635

0

0

0

0

producerend

2 652

0

0

2 652

0

0

0

0

niet producerend

3 983

0

0

3 983

0

0

0

0

Langjarig

9 472

0

0

9 472

0

0

0

0

producerend

2 899

0

0

2 899

0

0

0

0

niet producerend

6 573

0

0

6 573

0

0

0

0

Fondsen

10 081

0

0

10 081

0

0

0

0

                   

Subsidies

51 335

0

1 580

52 915

– 25

– 25

– 25

– 25

Verbreden inzet Cultuur

1 078

0

0

1 078

0

0

0

0

Beelden voor de toekomst

8 135

0

0

8 135

0

0

0

0

Bibliotheekvernieuwing

18 093

0

0

18 093

0

0

0

0

Leesvoorziening leesgehandicapten

11 100

0

0

11 100

0

0

0

0

Programma leesbevordering

2 934

0

0

2 934

0

0

0

0

Creatieve Industrie

2 445

0

0

2 445

0

0

0

0

Internationaal Cultuurbeleid (HGIS)

506

0

0

506

0

0

0

0

Overig Letteren en Bibliotheken

7 044

0

1 580

8 624

– 25

– 25

– 25

– 25

                   

Cultureel Erfgoed

323 132

0

2 252

325 384

540

159

– 44

– 44

                   

Cultuursubsidies 2009–2012

153 336

0

0

153 336

0

0

0

0

4-jarig

2 817

0

0

2 817

0

0

0

0

producerend

655

0

0

655

0

0

0

0

niet producerend

2 162

0

0

2 162

0

0

0

0

Langjarig

150 519

0

0

150 519

0

0

0

0

producerend

150 519

0

0

150 519

0

0

0

0

niet producerend

0

0

0

0

0

0

0

0

                   

Subsidies

144 832

0

2 252

147 084

540

159

– 44

– 44

Verbreden inzet Cultuur

389

0

1 085

1 474

559

178

– 25

– 25

Musea: huisvesting

16 626

0

– 424

16 202

0

0

0

0

Musea: buiten Cultuursubsidies 2009–2012

9 045

0

3 400

12 445

0

0

0

0

Erfgoed en Ruimte

0

0

0

0

0

0

0

0

Monumenten

109 627

0

0

109 627

0

0

0

0

Archeologie

1 674

0

0

1 674

0

0

0

0

Projecten en internationale verplichtingen

7 471

0

– 1 809

5 662

– 19

– 19

– 19

– 19

                   

Overdrachten

24 964

0

0

24 964

0

0

0

0

Archieven

24 964

0

0

24 964

0

0

0

0

                   

Bijdrage aan baten/lastendiensten

20 765

0

2 827

23 592

289

268

247

247

Nationaal Archief

20 765

0

2 827

23 592

289

268

247

247

                   

Overig

40 115

0

– 1 451

38 664

189

131

82

81

Rijksdienst Cultureel Erfgoed

40 115

0

– 1 451

38 664

189

131

82

81

Ontvangsten

494

0

4 592

5 086

584

203

0

0

Toelichting mutaties

Voor artikel 14 (Cultuur) is sprake van een daling van de uitgaven met € 1,8 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Voor € 1,0 miljoen betreft dit een verlaging in verband met technische mutaties. Als gevolg van autonome en beleidsmatige mutaties is de begroting met € 0,8 miljoen gedaald.

De ontvangsten zijn met € 4,6 miljoen gestegen in verband met technische mutaties.

Toelichting financiële instrumenten

Cultuursubsidies 2009–2012, Kunsten

Het budget van Verbreden inzet Cultuur is in 2012 verlaagd met € 7,5 miljoen ten opzichte van de begroting 2012. Dit betreft het overboeken van cultuureducatiemiddelen naar artikel 1 Primair Onderwijs. Deze middelen worden overgeboekt tot en met schooljaar 2015/2016.

Cultuursubsidies 2009–2012, Cultureel Erfgoed

De post «Musea buiten Cultuursubsidies 2009–2012» is verhoogd met € 3,4 miljoen ten opzichte van de begroting 2012. Voor € 3 miljoen betreft dit een desaldering in verband met aankoop van een drietal manuscripten uit de bibliotheek Ets Haim in het kader van de Wet Behoud Cultuurbezit.

Nationaal Archief

Bij het Nationaal Archief is sprake van een verhoging van € 2,8 miljoen, waarvan € 2,5 miljoen van het Ministerie van V&J ontvangen is als bijdrage voor de kosten die het Nationaal Archief maakt voor het wegwerken van de archiefachterstanden.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn toegenomen door ondermeer verrekening van aankopen met het Nationaal Aankoopfonds voor een bedrag van € 3,4 miljoen.

Artikel 15. Media

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 15 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

916 532

0

10

916 542

       

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

915 954

0

10

915 964

0

0

0

0

Publieke omroep

891 511

0

 

891 511

       

Pers en journalistieke producties

2 300

0

 

2 300

       

Bewust mediagebruik

2 000

0

 

2 000

       

Stimuleringsfonds Nederlandse culturele mediaproducties

17 922

0

 

17 922

       

Overige uitgaven (geen Mediawet)

2 325

0

10

2 335

       

Overige uitgaven (taakstelling Regeerakkoord)

– 104

0

 

– 104

       

Ontvangsten

197 500

0

10

197 510

       

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 16 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

829 971

0

9 902

839 873

4 702

5 180

– 1 833

– 2 589

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

894 029

0

6 627

900 656

6 352

5 830

– 1 308

– 545

NWO

312 706

0

13

312 719

13

13

13

13

KNAW

93 439

0

12

93 451

12

12

12

12

Koninklijke Bibliotheek (KB)

46 336

0

75

46 411

75

75

75

75

LF TUD bibliotheek

7 654

0

0

7 654

0

0

0

0

SURF

7 545

0

0

7 545

0

0

0

0

CPG

518

0

0

518

0

0

0

0

Montesquieu Instituut

1 071

0

0

1 071

0

0

0

0

Max Planck Instituut

1 606

0

0

1 606

0

0

0

0

NCB

5 289

0

0

5 289

0

0

0

0

BPRC/ Stichting AAP

9 653

0

700

10 353

400

400

400

400

Nationaal Herbarium

1 129

0

0

1 129

0

0

0

0

STT

234

0

0

234

0

0

0

0

EMBC

740

0

0

740

0

0

0

0

EMBL

4 380

0

0

4 380

0

0

0

0

ESA

30 153

0

0

30 153

0

0

0

0

CERN

36 254

0

– 687

35 567

– 654

– 599

– 564

– 554

ESO

7 100

0

0

7 100

0

0

0

0

NEMO

3 388

0

0

3 388

0

0

0

0

Nationaal Contactpunt Kaderprogramma (v/h EG-Liaison)

459

0

0

459

0

0

0

0

NTU/INL

3 190

0

0

3 190

0

0

0

0

EIB

1 302

0

0

1 302

0

0

0

0

Nationale coördinatie

6 389

0

– 111

6 278

– 69

– 646

– 619

– 466

Bilaterale samenwerking

4 383

0

0

4 383

0

0

0

0

Weerstandsverhoging onderzoekinstellingen (CBRN)

2 000

0

0

2 000

0

0

0

0

Grootschalige researchfaciliteiten

1 830

0

0

1 830

0

0

0

0

SURFnet

7 200

0

0

7 200

0

0

0

0

NCB

6 900

0

0

6 900

0

0

0

0

Hersenen en Cognitie

3 900

0

0

3 900

0

0

0

0

Genomics

44 000

0

0

44 000

0

0

0

0

Valorisatie

2 500

0

0

2 500

0

0

0

0

Kust- en zeeonderzoek

2 500

0

0

2 500

0

0

0

0

Grootschalige research infrastructuur

56 000

0

5 950

61 950

5 950

5 950

– 1 250

0

STW

10 000

0

0

10 000

0

0

0

0

Poolonderzoek

1 500

0

700

2 200

650

650

650

 

Gezondheidsonderzoek

1 500

0

0

1 500

0

0

0

0

VI-Talentenontwikkeling

168 481

0

0

168 481

0

0

0

0

Nader te verdelen

506

0

– 25

481

– 25

– 25

– 25

– 25

Uitvoeringsorganisatie DUO

294

0

0

294

0

0

0

0

Ontvangsten

101

0

 

101

       

Toelichting mutaties

Voor artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleid) is sprake van een stijging van de uitgaven met € 6,6 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012. Voor € 6,2 miljoen betreft het technische mutaties. Als gevolg van autonome en beleidsmatige mutaties is de begroting met € 0,4 miljoen gestegen.

Toelichting per instrument

  • Een beleidsmatige mutatie van € 0,7 miljoen in verband met een gewijzigde BTW-positie van het primatenonderzoekscentrum Biomedical Primate Research Centre (BPRC).

  • De technische mutatie van € 6,2 miljoen betreft in- en externe overboekingen waaronder overboekingen ten behoeve van de dekking van een deel van de kosten van de onderzoekskernreactoren Pallas te Petten en Oyster te Delft

Artikel 25. Emancipatie

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 25 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

14 554

 

– 3 183

11 371

– 2 975

– 796

– 314

– 85

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

16 630

0

– 1 266

15 364

– 2 555

– 499

– 85

– 85

Emancipatie

10 967

0

– 1 687

9 280

– 2 465

– 269

– 85

– 85

Homo-emancipatie

5 513

0

421

5 934

– 90

– 230

   

Uitvoeringsorganisatie DUO

150

0

 

150

       

Ontvangsten

0

0

 

0

       

Toelichting mutaties

Voor artikel 25 (Emancipatie) is sprake van een daling van de uitgaven met € 1,3 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2012.

Naar het gemeentefonds (BZK) is overgemaakt:

  • 0,9 miljoen voor Eigen Kracht ter bevordering van vrouwen zonder startkwalificatie te begeleiden naar werk.

  • 0,8 miljoen voor Lesbische vrouwen, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders, ter bevordering van veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBT.

2.3 Niet-beleidsartikelen

Artikel 91. Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 91 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

0

0

391 601

391 601

367 559

378 988

352 208

351 407

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

0

0

391 601

391 601

367 559

378 988

352 208

351 407

Loonbijstelling

0

0

110 914

110 914

110 679

109 826

108 776

109 341

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

0

Nader te verdelen

0

0

280 687

280 687

256 880

269 162

243 432

242 066

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting mutatie:

Loonbijstelling

In het Begrotingsakkoord 2013 is besloten om een nullijn te hanteren voor de lonen in 2012. Dit betekent dat de loonbijstellingstranche 2012 die aan de departementen wordt uitgekeerd geen vergoeding bevat voor contractloonstijging, maar alleen voor de ontwikkeling in de sociale werkgeverslasten. De doorverdeling naar de verschillende beleidsterreinen wordt in de ontwerpbegroting 2013 en de 2e suppletoire begroting verwerkt.

Nader te verdelen

De mutatie in 2012 wordt voornamelijk verklaard door de toevoeging van de eindejaarsmarge 2011/2012. Daarnaast wordt de meevaller op de raming studiefinanciering en de lagere leerlingenaantallen gereserveerd op het artikel nominaal en onvoorzien. Deze reservering is nodig om een deel van de taakstellingen uit het Begrotingsakkoord 2013 te kunnen dekken.

Artikel 92. Apparaat Kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 92 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

143 920

0

7 562

151 482

6 080

5 582

4 851

4 104

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

143 920

0

7 562

151 482

6 080

5 582

4 851

4 104

Ontvangsten

567

0

0

567

0

0

0

0

Toelichting mutaties

Het totale budget op artikel 92 is met € 7,6 miljoen verhoogd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • In het kader van Verantwoord Begroten heeft OCW goed gekeken of alle uitgaven op het goede artikel werden geraamd. Toen is gebleken dat er € 10,2 miljoen als programmakosten werden geraamd terwijl dat eigenlijk apparaatskosten zijn. Met deze mutatie wordt dit gecorrigeerd zodat OCW een goed uitgangspunt heeft voor Verantwoord Begroten.

  • Door de vorming van één Auditdienst Rijk (ADR) onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën per 1 mei 2012, wordt door de betrokken departementen structureel budget overgeboekt naar het ministerie van Financiën. Voor OCW is € 2,8 miljoen afgeboekt.

Artikel 93. Inspecties

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 93 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

60 948

0

2 979

63 927

1 255

1 226

1 197

1 197

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

60 948

0

2 979

63 927

1 255

1 226

1 197

1 197

Inspectie van het Onderwijs

58 231

0

2 918

61 149

1 255

1 226

1 197

1 197

Erfgoedinspectie

2 717

0

61

2 778

0

0

0

0

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting mutaties

Het totale budget op artikel 93 is met € 3,0 miljoen verhoogd. Dit wordt voornamelijk verklaard door:

  • In het kader van Verantwoord Begroten heeft OCW goed gekeken of alle uitgaven op het goede artikel werden geraamd. Toen is gebleken dat er € 1,3 miljoen als programmakosten werden geraamd terwijl dat eigenlijk apparaatskosten zijn. Met deze mutatie wordt dit gecorrigeerd zodat OCW een goed uitgangspunt heeft voor Verantwoord Begroten.

  • Diverse kasschuiven hebben geleid tot een verhoging van het budget met totaal € 1,3 miljoen:

    • Herhuisvesting Tilburg € 0,8 miljoen.

    • Aan het pand in Tilburg zijn in 2012 diverse verbeteringen aangebracht die niet meer in 2011 gerealiseerd konden worden maar wel voor 2011 begroot waren.

    • Project BIS € 0,4 miljoen.

    • De uitvoering van dit ICT project was vertraagd en de realisatie is nu voorzien in 2012.

    • Een kasschuif van € 0,1 miljoen wegens vertraging in het project E-Inspectie.

Artikel 94. Adviesraden

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 94 (bedragen x € 1 000)
   

Stand ontwerpbegroting 2012

Mutaties via NvW en amendementen

Mutaties 1e suppletoire begroting 2012

Stand 1e suppletoire begroting 2012

Mutatie 2013

Mutatie 2014

Mutatie 2015

Mutatie 2016

Verplichtingen

5 967

0

790

6 757

71

71

71

71

Waarvan garantieverplichtingen

               

Uitgaven

5 967

0

790

6 757

71

71

71

71

Onderwijsraad

2 398

 

0

2 398

       

Raad voor Cultuur

2 849

 

71

2 920

71

71

71

71

Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid

720

 

719

1 439

       

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting mutaties

Het totale budget op artikel 94 is met € 0,8 miljoen verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door:

  • In het kader van Verantwoord Begroten heeft OCW goed gekeken of alle uitgaven op het goede artikel werden geraamd. Toen is gebleken dat er € 0,1 miljoen als programmakosten werden geraamd terwijl dat eigenlijk apparaatskosten zijn. Met deze mutatie wordt dit gecorrigeerd zodat OCW een goed uitgangspunt heeft voor Verantwoord Begroten.

  • de bijdrage van € 0,7 miljoen van het ministerie van EL&I ten behoeve van werkzaamheden door de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid.

Naar boven