32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 april 2014

In reactie op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 3 april 2014 inzake de uitvoering van de motie Van Bommel/Sjoerdsma over mensenrechten in het Koninkrijk Saoedi-Arabië (KSA) en andere Golfstaten (Kamerstuk 32 735, nr. 86), kan ik u het volgende meedelen over de intensivering van de Nederlandse inspanningen.

Zoals toegezegd tijdens het Notaoverleg mensenrechten op 30 september 2013 (Kamerstuk 32 735, nr. 95) is met EU-partners, waaronder EU Speciaal Vertegenwoordiger voor de Mensenrechten Lambrinidis, gesproken over de meest effectieve aanpak van mensenrechtenonderwerpen in de Golf. Zowel lidstaten als Lambrinidis toonden zich van mening dat met een gebalanceerde en gezamenlijke aanpak in deze regio de meeste resultaten te verwachten zijn. Het kabinet blijft ervoor kiezen om daar waar ruimte bestaat zich publiekelijk uit te laten, maar op andere onderwerpen met stille diplomatie achter de schermen stappen te zetten.

De Nederlandse mensenrechteninzet in de Golf volgt de hoofdlijnen uit de mensenrechtenbrief «Respect en recht voor ieder mens»(Kamerstuk 32 735, nr. 78). Op een aantal onderwerpen, zichtbare zowel als minder zichtbare, is de inzet geïntensiveerd sinds het Notaoverleg Mensenrechten van 30 september 2013.

Zichtbare inzet

a. Bijwonen rechtszaken

Mede dankzij de inzet van Nederland, met name door het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan het KSA in november 2013 en daaraan voorafgaande het Nederlandse commentaar op de Universal Periodic Review (UPR) van het KSA, hebben de Saoedische autoriteiten ingestemd met het bijwonen van rechtszaken door buitenlandse diplomaten. In EU-verband zijn vervolgens afspraken gemaakt om de werklast van het monitoren te verdelen over de veelal kleine Europese ambassades. Sindsdien zijn negen rechtszittingen bijgewoond door de EU Delegatie en één of meerdere lidstaten. Nederland was tot nu toe bij één zitting aanwezig: op 26 januari 2014 in de zaak tegen Fawzan al-Harby1. Ook de ambassade van de VS woonde enkele zittingen bij.

b. MVO en vrouwenrechten

Op 23 oktober 2013 organiseerde de ambassade in Riyadh een seminar over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), en in het bijzonder arbeidsparticipatie van vrouwen, samen met de Saoedische organisatie GLOW-work. In 2014 is van 6 tot 8 april over ditzelfde onderwerp de internationale conferentie en banenmarkt «A Step Ahead 2014» georganiseerd, die door de Nederlandse ambassade is gesponsord.

c. UPR

Tijdens de UPR van het KSA afgelopen najaar heeft Nederland aandacht gevraagd voor de situatie van vrouwen en aanbevelingen gedaan voor het opstarten van een mensenrechtendialoog tussen het KSA en de EU, hervormingen die registratie van NGO’s mogelijk maken en bevordering van juridische transparantie o.a. door het toestaan van buitenlandse waarnemers bij rechtszaken. De input van mensenrechten-NGO’s vormde een nuttige bron bij het opstellen van deze aanbevelingen.

d. Publieke uitlatingen via sociale media

De Nederlandse ambassadeur in Riyadh maakt actief gebruik van Twitter om aandacht te vragen voor bepaalde mensenrechtenkwesties. Zo heeft hij het afgelopen half jaar tientallen tweets gewijd aan vrouwenrechten en vrijheid van meningsuiting.

Minder zichtbare inzet

e. Contacten met mensenrechtenverdedigers

In oktober 2013 heeft Nederland gestimuleerd dat de besprekingen van de UPR van het KSA in Genève werden bijgewoond door vijf mensenrechtenverdedigers uit het KSA. Op 11 december 2013 organiseerde de ambassade in Riyadh een lunch in het kader van internationale mensenrechtendag, waarbij het thema mensenrechtenverdedigers uitgebreid aan bod kwam. Verder onderhoudt de ambassade regulier contact met mensenrechtenverdedigers en vertegenwoordigers van (religieuze) minderheden. In Nederland deed de mensenrechtenambassadeur verslag van zijn reis naar het KSA in een bijeenkomst met NGO’s op 30 januari 2014. Het schriftelijke verslag van zijn reis, dat uw Kamer toeging2, werd zoals toegezegd tijdens het Notaoverleg Mensenrechten op 30 september 2013 in het Engels vertaald, en niet alleen aan de Saoedische autoriteiten aangeboden maar ook onder mensenrechtenverdedigers verspreid.

f. Contacten met de Saoedische overheid

Het kabinet acht het effectiever dat individuele gevallen in EU-verband met de Saoedische autoriteiten worden besproken, maar in voorkomende gevallen zijn deze ook onderwerp van bilaterale besprekingen. Op dit moment onderhoudt de EU met betrekking tot een vijftal Saudische mensenrechtenzaken en enkele migrantenzaken een dialoog met de autoriteiten. Diverse demarches zijn op instigatie van Nederland verricht, zowel in individuele gevallen als over bredere onderwerpen. De EU herhaalt regelmatig haar oproep om de doodstraf af te schaffen en als eerste stap daarvoor een de facto moratorium in te stellen. De mensenrechtenambassadeur heeft tijdens zijn reis niet alleen aandacht gevraagd voor bredere onderwerpen zoals afschaffing van de doodstraf, vrijheid van meningsuiting of vrouwenrechten, maar ook een aantal individuele gevallen aan de orde gesteld.

De contacten tijdens de afgelopen reizen van de mensenrechtenambassadeur worden door de ambassade in Riyadh opgevolgd door reguliere contacten met een aantal Saoedische overheidsinstellingen, waaronder de Human Rights Commission en het Saoedische Ministerie van Buitenlandse Zaken.

g. Inbreng in EU- en ander internationaal overleg

Nederland is een actieve speler in EU-overleg, zowel in Riyadh en andere hoofdsteden in de regio als in Brussel, over de mensenrechtensituatie. Dit betekent dat onderwerpen worden geagendeerd, demarches en verklaringen worden geïnitieerd, en in voorkomende gevallen like-minded partners van buiten de EU worden betrokken bij overleggen en informatie-uitwisseling.

Inzet in andere Golfstaten

Ook in andere landen in de regio besteedt Nederland aandacht aan mensenrechtenkwesties. Daarbij wordt een vergelijkbaar uitgangspunt gehanteerd om resultaat te behalen: zichtbaar waar dat kan, achter de schermen waar dat meer effect sorteert. In algemene zin richten de Nederlandse inspanningen zich op vrouwenrechten, MVO, het afschaffen van de doodstraf, vrijheid van meningsuiting en mensenrechtenverdedigers.

Vanuit Koeweit werd bij voorbeeld een delegatie ontvangen van de Kuwait Transparency Society voor een werkbezoek over corruptiebestrijding. Daarnaast besteedt de ambassade in Koeweit aandacht aan MVO, persvrijheid, vrouwenrechten en mensenhandel. In Irak worden diverse mensenrechten-activiteiten ondersteund, onder meer op het gebied van minderheden en LHBT. Met de autoriteiten van Qatar zijn verschillende gesprekken gevoerd over de bescherming van (veelal buitenlandse) werknemers in onder meer de bouwsector, en de ambassade in Doha zal een aantal activiteiten initiëren en ondersteunen op het gebied van MVO en de rechtspositie van migranten. In de Verenigde Arabische Emiraten, waar onlangs een EU-delegatie werd geopend, gaat de aandacht vooral uit naar MVO. Ook worden de mogelijkheden onderzocht voor een structurele mensenrechtendialoog tussen de EU en de autoriteiten. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is doorlopend in contact met organisaties die zich richten op vrouwenrechten- en andere mensenrechtenactiviteiten in het KSA en andere Golfstaten. Een meer volledig overzicht van de Nederlandse mensenrechtenactiviteiten in 2013 gaat u binnenkort toe in de jaarlijkse Mensenrechtenrapportage.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans


X Noot
1

Deze vertegenwoordiger van andere mensenrechtenactivisten en medeoprichter van een mensenrechtenorganisatie werd op 23 december 2013 opgepakt. De precieze aanklacht is vooralsnog onbekend.

X Noot
2

Kamerstuk 31 263, nr. 57 dd. 15 januari 2014

Naar boven