31 985 Buitenlands beleid en handelspolitiek

Nr. 8 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 maart 2012

Op 14 december 2011 heeft ING Economisch Bureau het rapport «Nederlandse handel meer Europees dan mondiaal» uitgebracht. Uw vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft mij verzocht een reactie te geven op dit rapport.

Handel is van vitaal belang voor de Nederlandse welvaart

Internationale handel is van vitaal belang voor de welvaart van Nederland. Dit wordt ook onderschreven door het ING-rapport. Het succes als handelsland blijkt uit het feit dat Nederland een klein land is, 135e gebaseerd op oppervlakte en 60e gebaseerd op inwoners, terwijl het de 16e economie van de wereld is en de 7e exporteur. En op het gebied van landbouw is Nederland zelfs de op een na grootste exporteur.

Het ING-rapport schrijft de sterke exportpositie van Nederland vooral toe aan onze functie als Gateway to Europe. De wederuitvoer is de afgelopen 15 jaar spectaculair gegroeid. Het volume van de Nederlandse wederuitvoer is meer dan verdrievoudigd sinds midden jaren ’90. In dezelfde periode is de export van in Nederland vervaardigde producten met 60% gestegen. De invoer van goederen bestemd voor wederuitvoer laat een even sterke toename zien. Deze resultaten zijn ook in lijn met de analyse van het CPB/CBS1 dat de wederuitvoer de afgelopen jaren sterk is gestegen.

Vooral de logistieke sector profiteert van onze sterke positie als doorvoerhaven. De Nederlandse logistieke dienstverlening wordt steeds meer afhankelijk van wederuitvoer. Hierdoor ontstaat meer op volume gebaseerd handelsverkeer wat per eenheid minder winstgevend is. Het advies van de ING om de leidende positie in het aansturen van de kennisintensieve supply chain te vergroten, waardoor controlecentra in Nederland blijven en meer toegevoegde waarde wordt gecreëerd, kan dan ook worden onderstreept.

Het kabinet zet via het acquisitiebeleid hierop in door kennisintensieve investeringen en hoofdkantoren aan te trekken.

Nederlandse handel meer Europees dan mondiaal

De bestemmingsmarktkeuze van Nederlandse bedrijven toont volgens de ING een onderliggende geografische kwetsbaarheid van de Nederlandse exportpositie. De ING concludeert dat de Nederlandse export zich te sterk richt op West-Europa. De belangrijkste exportbestemmingen zijn de omliggende, ontwikkelde Europese landen (buurlanden Duitsland en België nemen ruim een derde van de totale export voor hun rekening). Het VK en Frankrijk zijn verantwoordelijk voor nog eens een vijfde deel. Buiten Europa is de VS met 5% de belangrijkste exportmarkt. De sterker groeiende opkomende economieën zijn voor Nederlandse ondernemingen van beperkt belang. Voor investeringen is dit beeld niet anders.

De Nederlandse import wordt minder gedomineerd door de Europese landen dan de export. Vooral voor China neemt dit aandeel fors toe, mede wegens de grote wederuitvoerontwikkeling, terwijl het aandeel van Duitsland daalt. Wel blijft Duitsland nog het belangrijkste land van herkomst voor de Nederlandse import.

Opvallend is dat de handel met Europese landen leidt tot groeiende overschotten, terwijl de handel met landen buiten Europa tot grote tekorten leidt. Handel met opkomend Europa als geheel is redelijk in balans.

Figuur 1: Handelsbalans met partnerlanden

Figuur 1: Handelsbalans met partnerlanden

Bron: ING

Marktaandeel Nederlandse sectoren internationaal onder druk

Het ING-rapport geeft aan dat het grootste deel van de Nederlandse export uit goederen bestaat die gemaakt zijn in Nederland, maar dat Nederland de afgelopen jaren in de meeste regio’s wel marktaandeel heeft verloren, behalve in opkomend Europa.

Belangrijke oorzaak is de verschuivende economische machtsverhoudingen. Dit is voor de Nederlandse welvaart een zorgwekkende ontwikkeling. De resultaten uit het rapport zijn dan ook een aanmoediging voor de kabinetsinzet op het Topsectorenbeleid om de internationale concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken.

Diensten nemen een steeds groter aandeel in in de Nederlandse export. Vooral logistiek, zakelijke dienstverlening en financiële dienstverlening hebben een belangrijk aandeel in de export. Naast een directe bijdrage heeft de financiële sector ook een belangrijke indirecte rol in handel als financier en belegger van het handelsoverschot. Logistiek is vooral gegroeid door de toename in de wederuitvoer, en de zakelijke dienstverlening is vooral door het aantrekkelijke vestigingsklimaat voor zakelijke dienstverleners verdubbeld.

Uitdagingen

De ING waarschuwt in het rapport dat de sterke handelspositie van Nederland niet vanzelfsprekend is. Het zwaartepunt van onze handel ligt in Europa. Met de eurocrisis en verschuiving van de economische machtsverhouding naar de opkomende markten zal het aandeel van Europa in de wereldexport de komende jaren steeds verder afnemen. Op de lange termijn zal dit zichtbare gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse exportprestaties indien niet een bredere oriëntatie wordt gekozen. Het kabinet is zich bewust van deze ontwikkelingen en zet zich daarom ook in op verdere versterking van onze internationale concurrentiepositie. De beleidsuitdaging is om de sterke positie op de nabije Europese «thuismarkt» te behouden en een sterkere positie te krijgen op nieuwe opkomende markten die relatief snel groeien. De resultaten van het ING-rapport ondersteunen dan ook de kabinetsinzet van het internationale beleid op de groeimarkten en groeisectoren, zoals naar uw Kamer gestuurd in de brief Internationaal Ondernemen «Buitenlandse markten, Nederlandse kansen» op 24 juni 2011, Kamerstuk 31 985, nr. 5 en de Topsectorenbrief «Naar de top; het bedrijvenbeleid in actie(s)» op 13 september 2011, Kamerstuk 32 637, nr. 15. Conform mijn toezegging in het AO Handelsraad van 7 maart jl. zal ik uw Kamer binnenkort separaat informeren over de specifieke inzet van dit kabinet ten aanzien van exporterende bedrijven. Daarin zal ik ook dieper ingaan op de kansrijke markten voor Nederlandse bedrijven binnen- en buiten Europa.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker


X Noot
1

CPB & CBS, 2011, Kenmerken van wederuitvoer bedrijven, februari 2011. Reactie op dit rapport is op 1 maart verstuurd aan de Kamer, Kamerstuk 33 000 XIII, nr. 169.

Naar boven