31 448 Goedkeuring van de op 18 juli 2007 te ’s-Gravenhage totstandgekomen Notawisseling houdende wijziging van het op 30 juni 2000 te ’s-Gravenhage totstandgekomen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van Nieuw-Zeeland (Trb. 2008, 3 en 42)

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 mei 2017

Op 4 april 2017 heeft de vaste Commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid mij verzocht u per brief te informeren over de stand van zaken van bovengenoemd wetsvoorstel.

Het wetsvoorstel betreft goedkeuring van enkele wijzigingen per notawisseling van het bilaterale sociale zekerheidsverdrag met Nieuw-Zeeland. De behandeling is destijds aangehouden omdat Nederland nog andere aanpassingen van het sociale zekerheidsverdrag met Nieuw-Zeeland wenste.

De onderhandelingen met Nieuw-Zeeland over aanpassing van het Verdrag zijn in een afrondende fase. De besprekingen kosten meer tijd dan oorspronkelijk voorzien. Dit is mede een gevolg van aanvullende wensen van Nederlandse zijde met het oog op het beëindigen van de export van kinderbijslag en kindgebonden budget en het mogelijk maken van de toepassing van het woonlandbeginsel in de sociale zekerheid bij export van uitkeringen naar Nieuw-Zeeland op grond van de Nabestaandenwet en WGA-vervolguitkeringen.

Zodra er een akkoord is, zal ik u het wetsvoorstel ter Goedkeuring van het nieuwe wijzigingsprotocol ter uitdrukkelijke goedkeuring aanbieden. Ik verzoek u dan ook het bovengenoemde wetsvoorstel aan te houden. De beide wetsvoorstellen kunnen dan indien de Kamer dit wenst tezamen worden behandeld.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Naar boven