31 358
Wijziging van enige bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk Wetboek teneinde naast het in deze bepalingen gestelde vereiste van schriftelijkheid ook ruimte te bieden aan de ontwikkelingen op het gebied van het elektronisch verkeer

nr. 12
AMENDEMENT VAN HET LID VOS

Ontvangen 26 november 2008

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, wordt artikel 156a lid 3 vervangen door:

3. Aan een wettelijke verplichting tot het verschaffen van een onderhandse akte wordt geacht niet te zijn voldaan zolang de ontvangst van die akte door degene aan wie de akte moet worden verschaft niet aan degene op wie die verplichting rust, is bevestigd.

4. Indien de wet het opmaken van een onderhandse akte voorschrijft, kan daaraan niet op een andere wijze dan bij geschrift worden voldaan in geval van:

– onderhandse akten betreffende overeenkomsten waarbij persoonlijke of zakelijke zekerheden worden verstrekt door personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf; en

– onderhandse akten die onder het familierecht of het erfrecht vallen.

II

In artikel II, onderdeel B, wordt in het derde punt lid 2 (nieuw) als volgt gewijzigd:

1. De punt aan het slot van onderdeel b wordt vervangen door: ; en

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

c. overeenkomsten waarbij persoonlijke of zakelijke zekerheden worden verstrekt door personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Toelichting

Dit amendement beoogt de tekst van het oorspronkelijke wetsvoorstel te herstellen, waardoor aktes waarbij particulieren zekerheden stellen schriftelijk moeten zijn.

Vos

Naar boven