31 293 Primair Onderwijs

Nr. 641 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR PRIMAIR EN VOORTGEZET ONDERWIJS

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juli 2022

Vanaf schooljaar 2023/2024 treedt de wettelijke bepaling in werking waarmee scholen in het primair onderwijs geacht worden ten minste twee lesuren per week bewegingsonderwijs aan hun leerlingen te geven. Deze norm is van groot belang om kinderen gezond te laten opgroeien en kansen te bieden in hun motorische ontwikkeling. Veel scholen geven al twee lesuren per week bewegingsonderwijs. Op andere plekken is sprake van organisatorische knelpunten waardoor deze norm nog niet haalbaar is. Een reden hiervoor kan zijn dat er onvoldoende (gemeentelijke) sportaccommodaties nabij de school zijn.

Daarnaast ontving ik signalen dat sommige scholen denken dat het verplicht wordt twee klokuren bewegingsonderwijs per week te geven. Met onder meer deze brief geef ik graag de duidelijkheid dat we van scholen verwachten dat zij twee lesuren bewegingsonderwijs verzorgen. In de praktijk komt dat neer op een minimum van tweemaal 45 minuten per week. Vanzelfsprekend staat het scholen vrij uit eigen beweging meer bewegingsonderwijs aan te bieden.

In reactie op de motie van de leden Rudmer Heerema en Van Nispen1 heeft de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) het Mulier Instituut opdracht gegeven het tekort aan sportaccommodaties in beeld te brengen, gegeven de urennorm voor bewegingsonderwijs die per schooljaar 2023–2024 in werking treedt. Hierbij bied ik u de factsheet Huisvesting Bewegingsonderwijs in het Primair Onderwijs aan2.

Samenvattend valt te concluderen dat 32 procent van de gemeenten accommodatieknelpunten verwacht wanneer alle leerlingen ten minste twee lesuren bewegingsonderwijs per week krijgen. Het probleem is nijpender in (zeer) stedelijk gebied. Gemeenten zien ook kansen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van sportlocaties in de buitenlucht. Samen met de KVLO, PO-Raad, VNG en VSG, werk ik eraan om op lokaal niveau tot passende oplossingen te komen.

Zo blijf ik met de gemeenten in gesprek over de wijze waarop zij hun verantwoordelijkheid kunnen blijven vervullen om voldoende bewegingsonderwijs mogelijk te maken.

Ik informeer uw Kamer hier in het najaar over.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma


X Noot
1

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 272.

X Noot
2

Zie bijlage.

Naar boven