Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris
van Openbaar Vervoer en Milieu het eindrapport toe van de Werkgroep Afvalsector, dat
tot stand is gekomen onder voorzitterschap van dhr. Lankhorst. Graag wil ik de Werkgroep
Afvalsector en in het bijzonder dhr. Lankhorst bedanken voor de geleverde inspanning
en het opgeleverde advies. In deze brief zal ik verder niet op de inhoud van het advies
ingaan. Deze zal ik nader bestuderen en betrekken in de voorjaarsbesluitvorming. Ik
zend u deze brief nog voor het Kerstreces zodat de Kamer, evenals de betrokkenen bij
de formatie, tijdig kennis kunnen nemen van de inhoud.
Vanuit de betrokken bewindspersonen is een tweeledige opdracht gegeven aan de Werkgroep
Afvalsector: 1. het bieden van investeringszekerheid voor verduurzaming van afvalverbrandingsinstallaties
(AVI’s) en 2. komen tot een lijst van opties voor uitwerking van (alternatieven voor)
de lastenverzwarende maatregelen binnen het domein van afvalverwerking zoals aangekondigd
in de voorjaarsbesluitvorming. De Werkgroep Afvalsector biedt met het eindrapport
de resultaten aan van de opdracht die het kabinet aan de werkgroep heeft verstrekt.
Het rapport is geschreven door de aan de tafel deelnemende organisaties vanuit de
afvalsector, met ondersteuning van RVO.
De werkgroep is eind augustus gestart met het eerste onderdeel van de opdracht ten
aanzien van investeringszekerheid. Deze opdracht diende te zijn afgerond vóór de investeringsronde
van de SDE++ in oktober. Binnen dit gegeven tijdsbestek heeft het Rijk een intentieverklaring
opgesteld, die op 22 oktober 2025 ook is gedeeld met de Kamer. De intentieverklaring
is het resultaat van gesprekken in de werkgroep tussen de Ministeries van Infrastructuur
en Waterstaat, Financiën en Klimaat en Groene Groei, en bedrijven met afvalverbrandingsinstallaties.
Het toont de beleidsintenties vanuit de Rijksoverheid richting de sector op een aantal
onderdelen die bij kunnen dragen aan meer investeringszekerheid voor verduurzaming.
Daarbij wordt uiteraard het voorbehoud geplaatst dat de aankondiging van maatregelen
in de intentieverklaring en de nadere invulling ervan, plaatsvindt in een politiek-bestuurlijke
context. De intentieverklaring schept geen juridische verplichtingen en bevat geen
toezeggingen over toekomstige beleidskeuzes of financiële bijdragen, aangezien deze
onderhevig zijn aan democratische besluitvorming en mogelijke beleidswijzigingen.
Voor het tweede onderdeel van de opdracht aan de Werkgroep Afvalsector – het opstellen
van een lijst van mogelijke alternatieven – is vanuit het Rijk door de Ministeries
Infrastructuur en Waterstaat, Financiën, en Klimaat en Groene Groei technische assistentie
geboden aan de Werkgroep Afvalsector. Die technische bijstand bestond in hoofdlijnen
uit het uitwerken van gedane voorstellen op uitvoerbaarheid, juridische haalbaarheid,
inschatting van effecten en raming van opbrengsten. De ministeries hebben zich in
deze rol onthouden van uitspraken over beleidsmatige wenselijkheid van voorgestelde
maatregelen. Gegeven de doorlooptijd is er geen tijd geweest voor een uitvoerige Uitvoeringstoets
en zijn de ramingen en juridische analyses gebaseerd op eerste inschattingen die mogelijk
nog verfijnd dienen te worden. Ook zijn andere sectoren en doelgroepen, die mogelijk
geraakt worden door de aangedragen alternatieve maatregelen, niet geconsulteerd.
Het kabinet is de werkgroep erkentelijk voor de totstandkoming van het rapport. De
adviezen uit het eindrapport zullen worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvorming
2026. Uiterlijk met de Voorjaarsnota zal uw Kamer ook een beleidsmatige appreciatie
op de gedane voorstellen toegestuurd krijgen.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Heijnen