nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 september 2007
De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft kennis genomen van
de recente uitspraak van de Raad van State inzake de procedure Tracébesluit
A4 Burgerveen–Leiden en mij gevraagd (07-VW-B-059) de Kamer per brief
te informeren op welke wijze de regering met deze situatie denkt om te gaan.
Ik heb hierover overleg gevoerd met Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer en voldoe bij deze graag aan uw verzoek.
Uitspraak Raad van State
De Afdeling heeft het luchtonderzoek op vier punten afgekeurd:
1. De Afdeling acht de onderbouwing van het effect van de 80 km/u maatregel
op de luchtkwaliteit onvoldoende.
2. De Afdeling geeft aan dat niet kan worden volstaan met alleen maar
vergelijken van de autonome situatie en de plansituatie in het jaar van openstelling
van de weg, maar dat ook moeten worden gekeken naar de toekomst.
3. De Afdeling acht het gekozen onderzoeksgebied (tot 300 meter aan weerszijden
van het tracé) onvoldoende gemotiveerd.
4. De Afdeling oordeelt dat er in dit geval geen sprake in van een salderingssituatie
die bedoeld wordt in artikel 7, derde lid onder a van het BLK 2005, maar van
een situatie zoals bedoeld in artikel 7, derde lid onder b BLK 2005.
Gevolgen van de uitspraak
De eerste twee kritiekpunten hebben direct te maken met de gedateerdheid
van dit tracébesluit. Inmiddels bestaat er een wettelijk kader voor
het bepalen van de effecten van een 80 km/u maatregel. De Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stelt in maart van ieder kalenderjaar
onder meer de emissiefactoren (ook voor 80 km/u) vast die moeten worden gebruikt
bij luchtonderzoeken. Het Reken en Meetvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit
schrijft voor dat deze emissiefactoren moeten worden gebruikt
voor het bepalen van o.a. het effect van een 80 km/u maatregel. In het nieuwe
luchtonderzoek van de A4 Burgerveen–Leiden zal het effect van de 80
km/u maatregel worden doorgerekend met deze vastgestelde emissiefactoren.
Er zijn geen andere tracébesluiten (meer) met dezelfde constructie
als in het gehanteerde A4 tracébesluit. Inzake het tweede kritiekpunt
over het in beeld brengen van de toekomst informeer ik u dat in de huidige
luchtonderzoeken al wel naar de toekomst wordt gekeken. Voor de A4 Burgerveen–Leiden
zal in het nieuwe luchtonderzoek de situatie in 2014 (één jaar
na openstelling) en in 2020 worden vastgesteld.
De kritiekpunten 3 en 4 zijn van meer algemene aard. Bij de toepassing
van de salderingsbepaling in het Besluit Luchtkwaliteit 2005 oordeelt de Raad
van State dat zo gauw er binnen het invloedsgebied verbeteringen en verslechteringen
optreden er sprake is van een salderingssituatie zoals bedoeld in artikel
7, derde lid onder b. Het verschil tussen sub a en sub b zoals dit door de
Ministeries van Verkeer en Waterstaat en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer wordt uitgelegd is dat «sub a» gebruikt kan worden
in de gevallen dat het saldo van verslechteringen en verbeteringen op tenminste
nul uitkomt. «Sub b» is bedoeld voor de zogenaamde «rondweg»
situaties. Dit zijn gevallen waarbij een besluit tot gevolg heeft dat in het
gebied waar het besluit op betrekking heeft de luchtkwaliteit verslechtert
maar elders een grotere verbetering optreedt. In een nieuw luchtonderzoek
voor de A4 Burgerveen–Leiden zal aangetoond moeten worden dat er sprake
is van een verbetering als gevolg van de aanleg van dit project, dus een salderingssituatie
zoals bedoeld in artikel 7, derde lid onder b.
De uitspraak van de Raad van State inzake de afbakening van het gebied
heeft niet alleen gevolgen voor de vervolgaanpak van de A4 Burgerveen–Leiden,
maar ook voor de nu in voorbereiding zijnde (Ontwerp)tracébesluiten
en de (Ontwerp)wegaanpassingsbesluiten. Om hieraan te voldoen, zal ik zo snel
mogelijk een breed inzetbare methodiek laten ontwikkelen over de afbakening
van het onderzoeksgebied. Deze methodiek zal zowel voor de A4 Burgerveen–Leiden
als voor andere projecten die boven de norm zitten worden gehanteerd. Over
de specifieke gevolgen van mijn besluit voor zowel de planning van de A4 Burgerveen–Leiden
als voor andere projecten in procedures zal ik u op korte termijn nader informeren.
Tegelijkertijd wil ik aan de door mij op korte termijn in te stellen commissie
doorlichting en versnelling besluitvorming de opdracht geven het systeem van
besluitvorming, zoals wij dat met zijn allen vorm en inhoud hebben gegeven,
nog eens fundamenteel tegen het licht te houden. Mijn wens is om juridisch
robuuste besluiten te nemen, waarbij op de lange termijn een sneller besluitvormingsproces
kan worden gerealiseerd.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings