30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

N VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 21 januari 2026

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het voorstel voor een Verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1115 wat betreft bepaalde verplichtingen van marktdeelnemers en handelaren. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 16 december 2025.

  • De antwoordbrief van 20 januari 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Den Haag, 16 december 2025

De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hebben kennisgenomen van het Voorstel voor een Verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1115 wat betreft bepaalde verplichtingen van marktdeelnemers en handelaren (EUDR)2 en de daarover ontvangen kabinetsappreciatie.3 Het lid van de fractie-Visseren-Hamakers wenst u hierover enkele vragen te stellen.

Het lid maakt zich zorgen over de situatie die dreigt te ontstaan rondom de invoering van de EUDR. Doordat de Europese Commissie voorstelt de EUDR zo laat in het proces te versoepelen, weten bedrijven niet waar ze aan toe zijn. De reactie van het kabinet – zich onthouden van stemming en pleiten voor een gratieperiode van een jaar – helpt de situatie niet.

Als het lid de situatie goed begrijpt gaat de Nederlandse uitvoeringswetgeving uit van de oude, strengere EUDR, die inmiddels wordt afgezwakt. Klopt dat? Wat heeft het kabinet gedaan om de versoepeling van de EUDR tegen te gaan? Welke EU-lidstaten hebben met name gepleit voor versoepeling van de EUDR? Heeft het kabinet gepleit voor versoepeling van de EUDR – met andere woorden – is ze niet medeplichtig aan de situatie die nu is ontstaan? Wat doet het kabinet voor de bedrijven die hebben geïnvesteerd om zich te houden aan de nieuwe regels? Dit is voor hen een oneerlijke situatie – ze houden zich netjes aan de wet maar worden nu benadeeld. Hoe verhoudt dit alles zich tot de uitgangspunten van behoorlijk bestuur? Hoe wil het kabinet de ontbossingsdoelstellingen bewerkstelligen met een gratieperiode van een jaar?

De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 20 januari 2026.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 januari 2026

Hierbij stuur ik de Eerste Kamer de antwoorden op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door het lid van de fractie-Visseren-Hamakers betreffende het Voorstel voor een Verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1115 wat betreft bepaalde verplichtingen van marktdeelnemers en handelaren.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie

179222

1

Als het lid de situatie goed begrijpt gaat de Nederlandse uitvoeringswetgeving uit van de oude, strengere EUDR, die inmiddels wordt afgezwakt. Klopt dat?

Antwoord

Op basis van de eerdere versie van de EUDR is implementatieregelgeving voorbereid (Stb. 2024, 242 en Stb. 2025, 45). Deze regelgeving is nog niet in werking getreden. Op basis van de nieuwe versie van de EUDR zal de implementatieregelgeving gedurende 2026 worden aangepast. Op die manier zullen de EUDR en de implementatieregelgeving met elkaar in overeenstemming zijn, als de EUDR van toepassing wordt (30 december 2026).

2

Wat heeft het kabinet gedaan om de versoepeling van de EUDR tegen te gaan? Welke EU-lidstaten hebben met name gepleit voor versoepeling van de EUDR? Heeft het kabinet gepleit voor versoepeling van de EUDR – met andere woorden – is ze niet medeplichtig aan de situatie die nu is ontstaan?

Antwoord

De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan tot versoepelingen vanwege IT problemen. Het kabinet heeft zich uitgesproken, conform het BNC-fiche (kamerstuk nummer: 22 112, nr. 4199), richting de Commissie en EU-lidstaten over zijn standpunt en uiteindelijk besloten zich te onthouden van stemming vanwege de aandachtspunten voor het kabinet. Uiteindelijk worden de besluiten in de Raad genomen door middel van gekwalificeerde meerderheid en steunt het kabinet de uitkomsten van de triloog. In de triloogonderhandelingen zijn de drie partijen; de Commissie, de Raad en het Europees Parlement vertegenwoordigd. Deze drie partijen zijn een compromis overeengekomen dat vervolgens ter akkoord is voorgelegd en waar alle partijen mee hebben kunnen instemmen. Nederland was geen deel van de gekwalificeerde meerderheid van lidstaten die voor deze wijzigingen heeft gepleit. Nederland heeft in de EU gepleit voor een jaar «gratie-periode». Dat zou een jaar proefdraaien inhouden, waarbij de EUDR van toepassing is maar beboeting zou worden uitgesteld. Op basis daarvan zou dan de regelgeving afgesteld kunnen worden naar betere werkbaarheid.

3

Wat doet het kabinet voor de bedrijven die hebben geïnvesteerd om zich te houden aan de nieuwe regels? Dit is voor hen een oneerlijke situatie – ze houden zich netjes aan de wet maar worden nu benadeeld.

Antwoord

EU-lidstaten, bedrijven en andere betrokkenen hebben eerder zorgen geuit over de administratieve lasten, met name voor producenten binnen de EU, zoals veehouders en bosbouwers. Ook hebben derde landen zorgen geuit over de lasten voor bedrijven, vooral kleinschalige bedrijven, die exporteren naar de EU. Het kabinet erkent deze problematiek en heeft zich daarom ingezet op het verminderen van de administratieve lasten. Zo heeft Nederland bijvoorbeeld al tijdens de onderhandelingen gepleit voor voldoende technische assistentie voor bedrijven en voor productielanden. Dit zal niet veranderen en ook het aankomende jaar zal het kabinet in nauwe samenwerking met de Commissie en de lidstaten toewerken naar een zorgvuldige aanpassingen en implementatie van maatregelen om administratieve lasten voor bedrijven te verminderen.

4

Hoe verhoudt dit alles zich tot de uitgangspunten van behoorlijk bestuur?

Antwoord

Het kabinet heeft zowel in de informatievoorziening richting de Eerste en de Tweede Kamer als in contact met lidstaten en de Commissie benadrukt dat voorspelbaar beleid cruciaal is voor het goed functioneren van internationale handelsstromen en dat bedrijven die zich voorbereid hebben op naleving niet benadeeld zouden moeten worden door plotse wijzigingen. Daarnaast moet wetgeving werkbaar zijn en aansluiten op de praktijk. Aangezien de Commissie de IT-systemen niet tijdig op orde kreeg, maakte dat het wenselijker om verbeteringen aan te brengen dan om een niet-werkend systeem op te leggen. Tot slot, is het kabinet van mening dat er oog moet zijn voor een goede balans en het versterken van de consistentie tussen de EU haar milieu- en klimaatdoelen enerzijds en de doelstelling om administratieve lasten voor bedrijven te verminderen anderzijds. Daarom wil het kabinet het aankomende jaar in nauwe samenwerking met de Commissie en de lidstaten toewerken naar een zorgvuldige implementatie van maatregelen om administratieve lasten voor bedrijven te verminderen.

5

Hoe wil het kabinet de ontbossingsdoelstellingen bewerkstelligen met een gratieperiode van een jaar?

Antwoord

Uit de onderhandelingen tussen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement is in de definitief overeengekomen tekst geen gratieperiode opgenomen. De toepassing van de EUDR wordt met één jaar uitgesteld tot 30 december 2026. Verder is het kabinet van plan om zich, zoals voorheen, zorgvuldig voor te bereiden op de toepassing en implementatie.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

COM(2025)652.

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 22 112, JP.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

COM(2025)652.

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 22 112, JP.

Naar boven