29 683 Dierziektebeleid

Nr. 168 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 augustus 2013

Met deze brief informeren wij u over de rapportage van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) betreffende het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 20121. De rapportage beschrijft zowel de ontwikkeling in de verkoop van antibiotica voor diergeneeskundig gebruik, als het antibioticumgebruik per diersoort, bedrijfstype en antibioticumklasse uitgedrukt in berekende dierdagdoseringen. Waar mogelijk worden ook de trends in het gebruik beschreven ten opzichte van het jaar 2011.

Rapportage SDa

In de rapportage over het jaar 2011 (Kamerstuk 29 683, nr. 125) heeft de SDa de aanpak uiteengezet om te komen tot reductie van het gebruik van antibiotica in de veehouderij. Voor elk bedrijfstype heeft de SDa een streefniveau en een actiewaarde opgesteld voor het aantal dierdagdoseringen per jaar. Dit streefniveau («het groene gebied») loopt van 0 dierdagdoseringen per jaar tot een door de SDa vastgestelde streefwaarde. Deze ligt in de nabijheid van het aantal dierdagdoseringen per jaar waar 50% van de bedrijven van het betreffende bedrijfstype onder blijft. Boven de streefwaarde ligt het signaleringsniveau, tot aan de actiewaarde. Boven de actiewaarde ligt het actieniveau («het rode gebied») van veelgebruikende veehouders. Het gebruik van deze veehouders, maar ook dat van veehouders die op het signaleringsniveau zitten, moet worden verminderd tot het streefwaardeniveau. Met deze aanpak heeft elke individuele veehouder een reductiedoelstelling gekregen voor zijn bedrijf. Het voornemen is om de streef- en actiewaardes in de loop van de tijd te verlagen, waarmee de doelstelling voor het antibioticumgebruik op de bedrijven geleidelijk wordt aangescherpt.

De rapportage over 2012 vermeldt overwegend gunstige verschuivingen ten opzichte van 2011. Zo is de dekkingsgraad van de registratie fors toegenomen. De sectoren zijn er in geslaagd om in een relatief kort tijdsbestek het gebruik van antibiotica van meer dan 40.000 bedrijven te verzamelen en te toetsen aan de benchmarkindicatoren die de SDa heeft vastgesteld. Dit resultaat verdient waardering.

De totale verkoop van antibiotica voor therapeutisch gebruik bij dieren, uitgedrukt in hoeveelheid actieve stof, is in 2012 met 26% afgenomen ten opzichte van 2011.

Het gebruik van antibiotica op varkens-, vleeskuiken- en vleeskalverbedrijven, uitgedrukt in aantal dierdagdoseringen, is in 2012 ten opzichte van 2011 gemiddeld met circa 15% afgenomen. De doelstelling om het antibioticumgebruik met 50% te verminderen in 2013 was in 2012 al nagenoeg bereikt. Binnen de vleeskalversector is op rosé afmestbedrijven het aantal dierdagdoseringen enigszins toegenomen ten opzichte van 2011. Dit kan volgens de SDa veroorzaakt zijn doordat er in 2012 nieuwe bedrijven met een relatief hoog antibioticumgebruik aan deze categorie zijn toegevoegd. Ook een (onwenselijke) toename in het gebruik van langwerkende macroliden noemt de SDa als mogelijke oorzaak. Overigens is het gebruik van antibiotica op rosé afmestbedrijven relatief laag vergeleken met andere bedrijfstypes in de vleeskalverhouderij (blankvleesbedrijven en rosé startbedrijven).

De verkoop van antibiotica die voor de humane gezondheid van kritisch belang zijn, fluoroquinolonen en derde en vierde generatie cefalosporinen, is in 2012 met respectievelijk 45% en 94% afgenomen ten opzichte van 2011. Veehouderij en dierenartsen hebben hiermee in reactie op het rapport van de Gezondheidsraad van 2011 een grote stap in de goede richting gezet. In de rapportage wordt per bedrijfstype het gebruik van eerste-, tweede- en derdekeusmiddelen weergegeven. Het gebruik van tweede- en derdekeusmiddelen is in de bedrijfstypes in de vleeskalver-, de vleeskuiken- en de varkenshouderij gedaald. Derdekeusmiddelen zijn in 2012 in de varkenshouderij nog slechts incidenteel ingezet.

In onze brief van april 2013 (Kamerstuk 29 683, nr. 156) informeerden wij u over het soms frequente gebruik van fluoroquinolonen in de vleeskalverhouderij in 2011. Uit de rapportage van de SDa blijkt dat het gebruik van fluoroquinolonen in de vleeskalverhouderij in 2012 flink is gedaald. Ook het aantal bedrijven waar fluoroquinolonen werd ingezet daalde, maar toch werd deze groep antibiotica in 2012 nog ingezet op circa 75% van de blankvleesbedrijven en rosé startbedrijven. Wij zijn het met de SDa eens dat de kalversector nog veel aandacht zal moeten geven aan de mogelijkheden voor een verdere reductie van het antibioticumgebruik. De kalversector heeft daartoe al een aantal stappen toegezegd; wij hebben u dat in onze brief van 4 juli jl. in het kader van de uitwerking van de UDD-regeling gemeld (Kamerstuk 29 683, nr. 167).

Uit de rapportage blijkt dat veel bedrijven in beide jaren in het zelfde gebruiksniveau vielen, maar ook dat er veel verschuivingen van bedrijven waren tussen de gebruiksniveaus. Er is nog geen sprake van een substantiële netto verschuiving van aantallen bedrijven met een gebruik boven de door de SDa vastgestelde actiewaarde naar een lager gebruiksniveau. We zijn met de SDa van mening dat vooral stevig ingezet moet worden op reductie van het antibioticumgebruik van die bedrijven die structureel meer antibiotica gebruiken dan de actiewaarde. De sectoren hebben begin 2013 maatregelen ingevoerd om het gebruik van deze veelgebruikers te reduceren. Wij verwachten dat deze maatregelen zullen leiden tot een daling van het aantal structurele veelgebruikers. Ook het pakket aan preventieve maatregelen dat de sectoren hebben toegezegd om de behoefte aan tweedekeusmiddelen te verminderen zal hieraan bijdragen (Kamerstuk 29 683, nr. 167). Op basis van de overeenkomst tussen de productschappen en de NVWA over de doorgifte van gegevens van de structurele veelgebruikers beschikt de NVWA vanaf augustus over informatie over die groep veehouders. De NVWA zal deze gegevens benutten bij het risicogebaseerde toezicht.

In deze rapportage is voor het eerst het gemiddelde gebruik in aantal dierdagdoseringen per jaar opgenomen voor melkveebedrijven, zoogkoeienbedrijven en opfok- of vleesstierenbedrijven. Hierdoor kon nog geen ontwikkeling in het gebruik ten opzichte van het voorgaande jaar worden weergegeven. De SDa heeft voor deze rundveebedrijfstypes ook actiewaardes en streefwaardeniveaus vastgesteld.

De SDa constateert dat in 2012 meer antibiotica in de veehouderij zijn gebruikt dan er volgens de cijfers van de FIDIN (Fabrikanten en Importeurs van Diergeneesmiddelen in Nederland) in 2012 zijn verkocht. De SDa zal nader onderzoek uitvoeren naar de reden hiervan. Zij noemt onder andere het interen op eerder opgebouwde voorraden door dierenartspraktijken als een mogelijke oorzaak.

Tot slot

De SDa houdt toezicht op de kwaliteit van de registratie. Om de kwaliteit van invoer van gegevens te controleren en te verbeteren heeft KPMG in opdracht van de SDa vanaf 2010 een aantal projecten uitgevoerd. Thans onderzoekt KPMG op het niveau van dierenartspraktijken het proces rond de invoer van gegevens over leveringen van antibiotica aan de veehouder. De kwaliteit van de uiteindelijk beschikbare gegevens wordt voor een belangrijk deel bepaald door de volledigheid en juistheid van de invoer door de dierenarts.

Daarnaast heeft de SDa afspraken gemaakt over kwaliteitscontrole op de invoer van gegevens door de sectoren zelf, als onderdeel van private kwaliteitssystemen.

Na de rapportage door KPMG over de kwaliteit van de registratie zal de SDa ons informeren over de betrouwbaarheid van de gegevens. Vervolgens zullen wij uw Kamer hierover informeren, mede als reactie op de motie Schouw (Kamerstuk 29 683, nr. 152) over de betrouwbaarheid en totstandkoming van de cijfers over het antibioticumgebruik.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven